I can’t breathe (2)

door lievendebrouwere

  

Het geval George Floyd is een schoolvoorbeeld van de rol die imaginaties spelen in onze moderne samenleving. De massale protesten die de afgelopen weken overal in de Westerse wereld plaatsvonden, werden niet veroorzaakt door de dood van de man. Ze werden veroorzaakt door het beeld van de racistische blanke die zijn zwarte medemens tot verstikkens toe onderdrukt, een innerlijk beeld dat op de werkelijkheid werd geprojecteerd. Zonder die projectie zou de dood van George Floyd onopgemerkt zijn voorbijgegaan. Er vallen voortdurend doden bij arrestaties in Amerika, blanken zowel als zwarten. Geen haan die ernaar kraait, behalve wanneer het beeld van de racistische blanke ‘getriggerd’ wordt. Toen kort na George Floyd opnieuw een zwarte man stierf onder de handen van de politie gebeurde dat niet. Er volgde geen nieuwe storm van woede want de racisme-imaginatie werd niet geactiveerd. De beelden van deze tweede arrestatie waren dan ook lang niet zo sprekend als in het eerste geval.

De (uiterlijke) beelden van de dood van George Floyd hadden een uitgesproken metaforisch karakter. Men herkende er meteen het (innerlijke) beeld in van de blanke die de zwarte onderdrukt, en het was die herkenning die zo’n heftige reactie veroorzaakte, zoals altijd wanneer beelden die diep in onze ziel leven herkend worden in de aardse werkelijkheid. Mensen die verliefd worden bijvoorbeeld, hebben vaak het gevoel de ander te herkennen, hoewel ze hem of haar nog nooit ontmoet hebben. De reden is dat zij de geliefde kennen uit een vorig leven en zijn of haar beeld als een onbewuste herinnering in zich dragen. Als die herinnering dan wakker wordt, ontstaan er krachten die bergen kunnen verzetten. Dat gebeurt ook wanneer iemand iets ziet dat hem herinnert aan wat hij zich voor zijn geboorte voorgenomen heeft. Zo’n ‘herkennende’ waarneming is vaak levensbepalend. En dat geldt ook voor beelden die niet uit een vorig leven stammen maar in dit leven tot stand zijn gekomen. 

  
Of imaginaties nu herinneringen zijn aan de voorgeboortelijke wereld of beelden die op aarde zijn ontstaan, in beide gevallen wortelen ze in de geest en dat is de reden waarom ze zo’n onstuitbare krachten ontketenen. Als we die krachten in goede banen willen leiden dan moeten we ons bewust worden van de imaginaties, anders riskeren we de slaaf te worden van ons verleden of onze toekomst door Ahriman te laten bepalen. Dat geldt heel in het bijzonder voor de imaginatie waarin de blanke zijn gekleurde medemens ongenadig onderdrukt. Hoe machtig deze imaginatie wel is, konden we zien tijdens de protesten naar aanleiding van de dood van George Floyd. Opeens waren de strenge lockdown-maatregelen als gevolg van die andere imaginatie – een dodelijk virus dat de mensheid bedreigt – van geen tel meer. Zoals de burgemeester van Amsterdam zei: deze betoging is te belangrijk om ze te verbieden. De hiërachie was duidelijk: niets is belangrijker dan de strijd tegen racisme.

We kunnen ons niet permitteren deze machtige racisme-imaginatie onbewust in onze ziel te laten woekeren zonder ons de vraag te stellen: is de strijd tegen het blanke racisme een goede strijd of is Ahriman hier aan het werk? Met ons gewone denken – ons cijferdenken – vinden we geen antwoord op deze vraag. Natuurlijk hebben blanken in het verleden zwarten tot slaaf gemaakt en uitgebuit, en natuurlijk schieten blanke politieagenten vandaag zwarten dood in Amerika. Daar kan niet aan getwijfeld worden, er bestaan harde cijfers over. Maar er bestaan ook harde cijfers over het omgekeerde: er worden ook blanken doodgeschoten door zwarte politiemensen en in het verleden hebben kleurlingen ook blanken tot slaaf gemaakt. Het is weinig bekend en er wordt zedig over gezwegen, maar het beroemde Amerikaanse marinierscorps werd opgericht om een eind te maken aan het maken en verhandelen van blanke slaven. Nee, het zijn heus niet (alleen) blanken die het patent hadden op slavernij.  

Die bedenkelijke eer komt de Arabieren toe. Zij waren de slavenhandelaars bij uitstek en stonden bekend om hun wreedheid. De afgehakte handen die vandaag aan Leopold II worden toegeschreven, waren een islamitische praktijk en niet het werk van blanke kolonisten. Deze laatsten hebben juist de strijd aangebonden met de Arabieren en ervoor gezorgd dat de slavernij in Kongo werd afgeschaft. Dat zijn feiten en zij kunnen niet ontkend worden. Evenmin kan ontkend worden dat er vandaag in Amerika heel wat meer blanken door zwarten worden vermoord dan omgekeerd. Over al die zaken bestaan harde cijfers, en ze zijn duidelijk: er is geweld en discriminatie in beide richtingen. Maar die nuchtere cijfers kunnen niet opboksen tegen de blinde emoties die opgewekt worden door de racisme-imaginatie. Antiracisten halen vandaag zowel standbeelden van slavendrijvers als van afschaffers van de slavernij neer. Met cijfers kunnen deze beeldenstormers al lang niet meer tot rede worden gebracht.

Laten we het dus eens over een andere boeg gooien en kijken naar de beelden waarmee alles begonnen is: de blanke Derek Chauvin die met zijn knie in de nek van George Floyd zit tot hij in coma raakt en sterft. Dankzij de veiligheidscamera’s hebben we de hele zaak goed kunnen zien. Aanvankelijk is er niks aan de hand. George Floyd zit met een vriend in een auto langs de kant van de straat. Even later arriveert er een politiewagen. Twee agenten stappen uit en begeven zich op hun gemak naar de geparkeerde auto. Er wordt wat gepalaverd door het venster en George Floyd stapt uit. Even later zien we hem tegen een muur op de grond zakken, terwijl een politieagent tegen hem staat te praten. Van enig geweld is geen sprake, wel integendeel, alles verloopt rustig, een beetje landerig zelfs. Later zullen we vernemen dat Floyd stoned was en waarschijnlijk een beetje slap werd in de benen. Een banaal geval dus, waarmee de Amerikaanse politie dagelijks te maken krijgt. We kunnen de agent bijna horen zeggen: en George, is ’t weer zover?

Maar dan arriveert er een tweede politiewagen. Je vraagt je af waarom. George Floyd doet niet moeilijk, hij kan nauwelijks op zijn benen staan. Zijn er werkelijk vier politieagenten nodig om dit af te handelen? Maar het kan niet op, er arriveert nog een derde politiewagen, en daar stappen Derek Chauvin en zijn Aziatische collega uit. Wat komen zij daar doen? Dat valt nergens uit op te maken. Maar even later zien we George Floyd naast de auto op de grond liggen, met de knie van Derek Chauvin in zijn nek. Floyd spartelt niet tegen, hij ligt daar gewoon, geboeid met de handen op de rug. Ook Chauvin zit daar gewoon, met zijn knie in de nek van de ander, terwijl hij een beetje rondkijkt, de zonnebril boven op het hoofd geschoven. Niemand beweegt, het lijkt wel een tableau vivant, een standbeeld bijna. Twee of drie collega’s van Chauvin hebben rond hem plaatsgevat alsof ze de wacht optrekken en ervoor zorgen dat hij ongestoord zijn werk kan doen. Maar welk werk mag dat wel zijn?

Bijna volle negen minuten zit de (relatief tengere) blanke agent met zijn knie in de nek van de (grote, imposante) zwarte man. Intussen zijn er mensen blijven staan die van alles roepen, die foto’s nemen met hun smartfoons, die proberen Derek Chauvin te doen ophouden met zijn wurggreep. Maar hij reageert niet, hij zegt niets, hij maakt geen gebaren, hij doet niks om zich te verbergen voor de camera’s. Het is alsof hij op zijn manier al even stoned en weg-van-de-wereld is als zijn slachtoffer, want er is geen enkele zichtbare reden waarom hij daar zolang moet blijven zitten. Derek Chauvin gedraagt zich als een automaat die plots stilvalt en hetzelfde geldt voor zijn collega’s, want er is er niet één die zegt: nu is het wel genoeg, straks ga je die kerel nog wurgen! Alle deelnemers aan de arrestatie – ze zijn met zeven – zijn als bevangen door een soort verstarring, een betovering die pas doorbroken wordt als duidelijk wordt dat George Floyd niet meer ademt. 

Een eenvoudige beschrijving van deze camerabeelden roept al het beeld op van de kille Ahriman, de geest van de verstarring, van de bewustzijnsverdoving, van het automatische gedrag. Het hele tafereel doet denken aan de beroemde uitspraak van Hannah Arendt over de banaliteit van het kwaad. Het is inderdaad ontzettend banaal wat hier gebeurt: er is geen geweld, geen agressie, geen emotie, geen geroep en gescheld, niets. En toch wordt een man in koelen bloede gewurgd terwijl hij smeekt om zijn leven en steeds weer herhaalt I can’t breathe. Waarschijnlijk is het juist de kilheid en banaliteit van de hele scène die zoveel woede heeft gewekt. Toen twee weken later opnieuw een zwarte man werd gedood door een blanke politieagent, volgde er helemaal geen woedeuitbarsting. Maar er was dan ook geen kilheid of banaliteit, wel integendeel. Het slachtoffer verzette zich hevig, rukte het stroomstootpistool uit de handen van de politieagent en richtte het op hem, waarna hij zelf werd neergeschoten. 

De kille achteloosheid waarmee de blanke Derek Chauvin de zwarte George Floyd langzaam wurgt, lijkt een sprekend voorbeeld te zijn van het racisme waarvan blanken steeds meer worden beticht: een onbewust racisme, een automatisch racisme, ja zelfs een erfelijk of genetisch racisme. Uit niets blijkt immers dat Derek Chauvin een racist is in de ‘klassieke’ betekenis van het woord: een white supremacist die zich als blanke ver verheven voelt boven de zwarten en zich daarom gerechtigd voelt hen zijn wil op te leggen, desnoods met geweld. Dergelijk ‘luciferisch’ racisme blijkt niet uit het gedrag van Derek Chauvin op het moment van de arrestatie, het blijkt niet uit zijn huwelijk met een uitheemse vrouw, het blijkt niet uit zijn niet-blanke collega’s, het blijkt niet uit de mentaliteit van het politiecorps van Minneapolis dat geleid wordt door een zwarte politiechef, en het blijkt niet uit het beleid van de blanke burgemeester die bekend staat voor zijn progressiviteit en antiracisme. Het blijkt nergens uit.

Maar, beweren de antiracisten, dat is nu juist wat dat andere, ‘ahrimaanse’ racisme zo gevaarlijk maakt: het verbergt zich in gewoonten, automatismen en reflexen, het verbergt zich instellingen en instituties, het verbergt zich in de hele blanke beschaving, ja het maakt deel uit van het DNA van het blanke ras. En dát racisme hebben we aan het werk gezien bij de arrestatie van George Floyd: niemand was zich van enig kwaad bewust, alles verliep volgens het boekje, er werd een zwarte man gewurgd alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Het is dit ‘onzichtbare’ racisme dat antiracisten zo wanhopig maakt, want de blanken weigeren te geloven dat het bestaat, ze kunnen of willen het niet onder ogen zien. Het is zo nauw verweven met hun ziel en hun hele beschaving dat ze er zich even weinig bewust van zijn als een vis zich bewust is van het water waarin hij rondzwemt. Onder die blanke blindheid lijden de people of color zonder dat ze er iets tegen kunnen doen. Behalve geweld gebruiken, want dat is de enige taal die de blanke nog verstaat. 

Dat was dan ook wat ze deden toen ze zagen hoe Derek Chauvin in cold blood een eind maakte aan het leven van George Floyd. De kille Ahriman riep de hete Lucifer op en die stak Amerika in brand, zoals de kranten schreven. Het resulteerde in beelden die op hun manier al even onthutsend waren als de beelden van Floyds fatale arrestatie: betogers staken auto’s en gebouwen in brand, ze plunderden winkels en sloegen winkeliers halfdood, ze gedroegen zich als wilden. Maar één ding hadden ze gemeen met de politieagenten waartegen ze tekeer gingen: ze schaamden zich niet, ze deden geen moeite om hun gezicht te verbergen. Net als Derek Chauvin voelden ze zich volkomen gerechtigd om te doen wat ze deden. En die gerechtiging was niet individueel. Zowel de politie als de plunderaars wisten zich gesteund door overtuigingen die inmiddels vanzelfsprekend zijn geworden, die niet langer in vraag worden gesteld, die krachtige, dwingende imaginaties zijn. 

De Amerikaanse politie wordt geleid door een overheid die vindt dat ze het recht heeft om geweld te gebruiken tegen de bevolking. De plunderaars weten zich dan weer gesteund door antiracisten die vinden dat de (zwarte) bevolking het recht heeft om geweld te gebruiken tegen de (blanke) overheid. Dat recht meent trouwens ook de blanke bevolking te hebben, vandaar het wijdverbreide wapenbezit in Amerika: de burger wil zich kunnen verdedigen tegen eenieder die hem bedreigt, ook als dat de overheid is. Dit wapenbezit (en de ermee gepaard gaande gewelddadigheid) zijn uitdrukking van de vrijheidsdrang van de Amerikanen, een vrijheidsdrang die botst met een overheid die zich steeds meer macht toeëigent. Het zijn in feite twee wereldbeelden die hier in botsing komen: het autokratische werelbeeld van de meester en zijn knecht (of de koning en zijn volk) en het democratische wereldbeeld van een vrije samenleving op voet van gelijkheid.

Onze tijd is getuige van de geboorte van de vrije mens, de mens die gedreven wordt door een nieuwe imaginatie. Die geboorte veroorzaakt de grootst mogelijke spanningen, het grootst mogelijke lijden. Dat lijden is onvermijdelijk, maar zoals dat ook met een fysieke geboorte het geval is, kan het aanzienlijk verzacht worden wanneer men weet wat er gebeurt. Inzicht in de twee grote imaginaties die vandaag tegenover elkaar staan, maakt hun overgang minder pijnlijk en minder gevaarlijk. Wanneer ze echter onbewust hun gang gaan, wordt de pijn ondraaglijk en verliest de mens zijn zinnen. De zwarte George Floyd schreeuwde I can’t breathe en de blanke Derek Chauvin kreeg de schuld. Maar zijn knie was de knie van de overheid en die verstikt de hele bevolking, niet alleen de zwarte. De racisme-imaginatie is een beeld dat op de werkelijkheid wordt geprojecteerd om een veel groter probleem niet te moeten zien: de vrije mens die belet wordt geboren te worden, die langzaam stikt en niet kan ademen.