I can’t breathe (4)

door lievendebrouwere

  

Vlaanderen heeft een lelijk racistisch gezicht, aldus de Albanees-Belgische filosoof en schrijver Bleri Leshi. Ik heb, voegt hij eraan toe, Vlaanderen gehaat met elke cel van mijn lichaam, en daar schaam ik me niet voor want ik had er alle reden toe. Gevraagd naar die redenen geeft de succesrijke auteur er twee: hij werd ooit eens de toegang geweigerd tot een danstent en tijdens een van zijn lezingen zei een toehoorder dat hij maar weer naar zijn eigen land moest gaan als het hier dan zo slecht was. Leshi, die Vredesambassadeur is van Pax Christi en Vlaanderen afreist om te spreken over liefde en solidariteit, komt blijkbaar steeds weer terug op dat grote, centrale probleem: het racistische Vlaanderen waarin hij leeft. Daarin verschilt hij niet van al die andere, glimlachende en liefde uitstralende immigranten die hun mening verkondigen in kranten, in tijdschriften, op televisie, in boeken, op scholen, aan universiteiten, kortom overal waar het hen belieft. Allemaal hebben ze de mond vol over het racistische Vlaanderen.

Ze kunnen en willen er niet over zwijgen. Het is alsof ze één grote missie hebben in het leven: de Vlamingen ervan overtuigen dat ze racisten zijn. Alsof ze naar hier gekomen zijn om dit achterlijke volk tot inzicht en beschaving te brengen. Ze gedragen zich met andere woorden als missionarissen die de arme witjes het ware geloof komen verkondigen. En die onwetende witte Vlamingen buigen het hoofd en zeggen: ja, bwana Leshi, vertel ons meer over de goede God, vertel ons over onze zonden en zeg ons hoe we onze ziel kunnen zuiveren zodat God ons weer in zijn armen sluit! Dat laten de Leshi’s, de Rutazibwa’s, de Nozizwe’s, de Nsayi’s en andere (de)kolonisators zich geen twee keer zeggen: al predikend trekken ze door het land in een poging zoveel mogelijk zieltjes te winnen voor hun antiracistische God. Geen van deze rondtrekkende boetepredikers beseft dat hij of zij het evangelie van de haat uitdraagt, en ook hun Vlaamse toehoorders beseffen niet dat ze naar de stem van Ahriman luisteren.

De missionerende en koloniserende people of color, die zich gedragen alsof ze tot een superieur volk en een superieure beschaving behoren, wekken natuurlijk de woede en de verontwaardiging van de Vlaming die hen met open armen ontvangen heeft, die hen opgenomen heeft in zijn samenleving, die hen alle kansen heeft gegeven die ook zijn eigen kinderen krijgen, die hen zelfs volop de gelegenheid geeft hun gal te spuwen op hun gastheren. Dergelijk gedrag doet zijn bloed koken, maar dat toont hij niet, want dan wordt hij ook nog eens uitgescholden door zijn eigen intellectuelen, door degenen die hij – door hard te werken – de gelegenheid heeft gegeven te studeren en een beter leven op te bouwen dan hijzelf heeft gehad. Ook die Vlaamse intellectuelen spreken met de stem van Ahriman en beschuldigen, verachten, intimideren en vernederen de gewone Vlaming aan één stuk door. Zoiets kan niet zonder gevolgen blijven: diep in de ziel van de Vlaming groeit de haat.

Het is onmogelijk om geen afkeer te voelen voor kolonisators die ons komen verwijten dat we kolonisators zijn. Het is onmogelijk om geen hekel te krijgen aan intellectuelen die Vlamingen continu afschilderen als een achterlijk, bekrompen, weerzinwekkend volk dat je alleen maar kunt haten. Het is onmogelijk om niet racistisch te worden als je uitgescholden wordt voor racist wanneer je een kleurling vraagt waar hij vandaan komt, wanneer je waarderend zegt dat hij goed Nederlands spreekt, wanneer je hem uitlegt dat Zwarte Piet een onschuldige traditie is waar zijn kinderen veel plezier aan beleven. Hoe braaf, volgzaam en verdraagzaam de Vlaming ook is, hij kan niet beletten dat hij langzaam wordt waar hij continu van beschuldigd wordt: een racist, iemand die een hekel heeft aan zwarte missionarissen die hier het evangelie van de wraak komen verkondigen en daar enthousiast bij geholpen worden door zijn eigen intellectuelen, ja zelfs door zijn eigen kinderen.

Op die manier creëert Ahriman een vicieuze cirkel van rassenhaat die er oorspronkelijk niet was maar die nu is uitgegroeid tot een reëel probleem. Dit nieuwe probleem wordt uiteraard hevig bestreden, met als gevolg dat de wederzijdse haat exponentieel toeneemt en de samenleving verdeelt in twee partijen – de boetepredikers en de zondaars, de antiracisten en de racisten, de superieuren en de inferieuren, de goeden en de slechten – die elkaars bloed wel kunnen drinken. Je hoeft echt niet helderziend te zijn om te beseffen dat dit verkeerd zal aflopen, dat de bom vroeg of laat zal barsten en dat de samenleving dan overspoeld zal worden met opgeklopte en opgekropte haat. Dat is precies wat Ahriman wil: dat mensen elkaar zodanig gaan haten dat ze elkaar de oorlog verklaren en proberen de ander te vernietigen. Maar dat is niet zijn uiteindelijke doel. Hij wil dat ze daarna ‘nooit meer oorlog’ zeggen en bereid zijn alles, maar dan ook alles te accepteren wat een herhaling van die oorlog onmogelijk moet maken. 

Ahriman wil dat we ons met huid en haar aan hem onderwerpen, dat we zijn slaven worden en ons eigen Ik uitwissen. Dat beeld verschijnt reeds in Amerika, waar blanken in een soort openbare boetedienst op de knieën gaan zitten voor zwarten, hen om vergiffenis vragen voor hun zonden, en vervolgens hun voeten wassen. Paus Franciscus heeft hen dat trouwens voorgedaan, aldus een christelijk oerbeeld perverterend tot een ahrimaans ritueel. Ahriman wil ons dwingen hetzelfde te doen als Christus, hij wil dat we zijn dienstknecht worden, dat we voor hem neerknielen, zijn voeten wassen en zeggen: niet mijn wil maar uw wil geschiede. En daarvoor gebruikt hij people of color die niet beter weten of dit is de enige manier waarop ze een beter leven kunnen krijgen: door de rollen om te keren, door de blanken op de knieën te dwingen en te koloniseren. Wat ze niet beseffen, is dat er op die manier niets zal veranderen en dat zij zelf het grootste slachtoffer zullen worden van deze ahrimaanse omkering.

De door Ahriman gecreëerde vicieuze cirkel van haat kan niet doorbroken worden met liefde, want liefde is juist wat de zwarte boetepredikers en de blanke antiracisten drijft: ze willen de mensheid redden en de wereld beter maken. Hun liefde is de motor van hun haat: die twee werken samen en hebben een duivelspact gesloten. Het enige wat hun vicieuze cirkel kan doorbreken, is inzicht in zijn werking en ontstaan. We moeten Ahriman leren kennen, zodat we zijn wapens tegen hem kunnen gebruiken. Die wapens zijn in de eerste plaats kenniswapens: Ahriman kent de mens door en door. Daarom is hij ook in staat hem te misleiden en hem ondanks al zijn intelligentie op te sluiten in een magische cirkel. Ahriman leren kennen, is de mens leren kennen. Onze tijd is daar bijzonder geschikt voor, want door te incarneren wordt Ahriman zichtbaar. Hij kan zichzelf niet meer verbergen en verschijnt overal in beeld. Het enige wat we moeten doen is die beelden leren lezen, zonder te luisteren naar de boodschap die erop wordt geplakt.

Om beelden te kunnen lezen is er inlevingsvermogen nodig, dat de beelden zelf laat spreken in plaats van hen allerlei woorden in de mond te leggen. Dat inlevingsvermogen is iets heel anders dan de sentimentele empathie die vandaag alom gepropageerd wordt en waarvan de uitkomst reeds bij voorbaat vaststaat. We worden gedwongen ons in te leven in het lijden van onze zwarte medemens om op die manier tot de conclusie te komen dat we inderdaad racisten zijn. Dergelijke opgelegde empathie is natuurlijk een voorwendsel. Het is een voorbeeld van hoe Ahriman ons inlevingsvermogen manipuleert en misbruikt. Als we hem willen ontmaskeren en ontsnappen uit zijn duivelskring, dan moeten wij ons weer meester maken van ons inlevingsvermogen. We moeten het als het ware uit zijn handen rukken en zuiveren van alle a priori’s waarmee hij het vergiftigd heeft. Laten we dat eens proberen met het beeld van de angry black people dat hij ons voortdurend voorhoudt.  

Laten we ons eens inleven in de boze zwarte medemens. Laten we eens proberen erachter te komen waarom hij zo boos is, in plaats van zelf ook boos te worden en meegesleurd te worden in een vicieuze cirkel van boosheid. Laten we onze oren sluiten voor alles wat Ahriman ons influistert en enkel kijken naar het beeld dat hij ons voorhoudt. Wat bezielt die jonge, welvarende zwarte intellectuelen? Waarom kunnnen zij niet zorgeloos genieten van alle white privileges die ze hier krijgen en waar bovenop ook nog eens het black privilege komt blanken ongestraft te kunnen beschuldigen? Waarom maakt al die luxe hen niet gelukkig? Het antwoord laat niet lang op zich wachten: omdat hun zwarte brothers and sisters in Afrika niet kunnen meegenieten, omdat hun ouders, grootouders, ooms en tantes ginder in omstandigheden leven die beschamend zijn vergeleken met het leven dat ze hier leiden. Met andere woorden, ze zijn zo ontevreden, zo gefrustreerd, zo boos omdat ze zich schuldig voelen. 

Aan die kwelling zouden ze gemakkelijk een eind kunnen maken door terug te keren naar Afrika en te proberen het leven daar te verbeteren met de kennis en de kunde die ze hier opgedaan hebben. Maar dat doen ze niet, want ze kunnen de luxe, de privileges en de macht die ze hier genieten niet opgeven. Diep van binnen weten ze dat en het maakt hun schuldgevoel zo groot dat ze bezwijken voor de verleiding hun schuldlast af te wentelen op de rug van hun gastheren. Hebben die immers Afrika niet gekoloniseerd, hebben zij het zwarte continent niet leeggeroofd, zijn ze niet rijk geworden op de kap van de zwarte bevolking, hebben ze hun voorouders niet schandalig behandeld? De schuld van de blanken is onnoemelijk veel groter dan hun eigen schuld, vinden ze, ja ze is er zelfs de oorzaak van. De blanken hebben schuld aan het schuldgevoel van de zwarten en dus is het niet meer dan normaal dat de people of color hun schuldlast plaatsen waar die thuishoort en dat is niet op hun eigen schouders maar op die van de blanken. 

De jonge zwarte intellectuelen denken nu verlost te zijn van hun schuldgevoel, maar in werkelijkheid wordt het nog sterker, want ze maken nu schaamteloos misbruik van de verdraagzaamheid van de blanken. Ze weten heel goed dat deze mensen niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de fouten van hun voorouders. Ze kunnen zelfs niet verweten worden te profiteren van die fouten, want de winsten die in Kongo gemaakt werden, gingen zeker niet naar de Vlamingen. Om hun misbruik te rechtvaardigen, nemen de zwarte intellectuelen het – blanke – concept van le bon sauvage over, de nobele wilde wiens zuivere ziel door de blanke beschaving werd gecorrumpeerd. Als er vandaag in Kongo massaal vrouwen worden verkracht, dan is dat volgens hen de schuld van de blanken, want echte, ongerepte Afrikanen zouden zoiets nooit doen. Als zwarten vandaag bekend staan om hun gewelddadigheid en corruptie dan is dat omdat de blanken de zuivere Afrikaanse ziel vergiftigd hebben.

Natuurlijk weten zwarten beter dan wie ook dat die ongerepte Afrikaanse ziel een romantische fictie is. Voor de blanken naar Afrika kwamen, werden er ook al vrouwen verkracht, heersten er stammentwisten en werden zwarten door zwarten als slaven verhandeld. Het geweld dat vandaag in Afrika heerst, is niet de schuld van de blanken, maar de zwarte intellectuelen verkiezen om de leugen in stand te houden. Die leugen is inmiddels zo groot geworden dat ze niet meer terug kunnen – ze zouden dan helemaal bezwijken onder de schuldgevoelens – en daarom gebruiken ze de intellectuele vermogens die ze hier ontwikkeld hebben niet om de zwarten te helpen maar om de blanken onder druk te zetten en te intimideren. Wat ze de blanken verwijten doen ze dus zelf, en hoe meer energie ze daarin steken, des te schuldiger worden ze. Op die manier raken blank en zwart gevangen in een vicieuze cirkel van schuldgevoel die inmiddels zo sterk is geworden dat ze er niet meer kunnen uit ontsnappen.

Boze zwarte intellectuelen doen niets om hun familie, hun volk of hun ras te helpen. In plaats daarvan werken ze samen met boze blanke intellectuelen om een winstgevende schuldindustrie op poten te zetten die de Europese beschaving zwaar onder druk zet. Niet alleen eisen ze van de blanke bevolking constant verontschuldigingen, ze eigenen zich in toenemende mate ook het recht toe geweld te gebruiken en de volgende stap zal ongetwijfeld zijn om de blanken tot herstelbetalingen te dwingen. Waar dat kan toe leiden hebben we vorige eeuw in Duitsland gezien. Zwarte en blanke intellectuelen werken onophoudelijk aan het slopen van de beschaving waar ze alles aan te danken hebben. Dat slopingswerk wordt nu zichtbaar: na het neerhalen van racistische en kolonialistische standbeelden is het de beurt aan het verwijderen van foute films en foute boeken. De volgende stap zal wellicht de zuivering van onze musea zijn, want men weet wel waar de Grote Schoonmaak begint, maar niet waar hij eindigt. 

Het is niet alleen de kunst die eraan moet geloven, ook de wetenschap wordt gezuiverd. Nadat de klassieke kunst reeds eerder vervangen werd door een geheel nieuwe ‘eigentijdse’ kunst, is het nu de beurt aan de klassieke wetenschap: zij moet het veld ruimen voor een nieuwe wetenschap met vakken als genderstudies, queerstudies, feministische wiskunde, epistemologisch antiracisme, dekolonisatie, enzovoort. In plaats dat de oude kunst en wetenschap zich met elkaar verbinden zoals dat in de antroposofie gebeurt, zijn het de nieuwe kunst en de nieuwe wetenschap die zich met elkaar vermengen tot de haatdragende religie van het antiracisme, een religie die zich voedt met schuldgevoel. Wat zich vandaag voor onze ogen afspeelt en wat onophoudelijk in onze oren wordt geschreeuwd is omgekeerde antroposofie. De jeugdige, idealistische krachten die de geestelijke impuls van de antroposofie in de wereld hadden moeten uitdragen, worden omgekeerd tot vernietigingskrachten. Net als 100 jaar geleden.