I can’t breathe (6)

door lievendebrouwere

  

BlackLivesMatter is de jongste weken uitgegroeid tot de antiracistische slogan bij uitstek. De drie woorden betekenen letterlijk: zwarte levens doen ertoe, ze tellen mee, ze zijn belangrijk. Dat spreekt natuurlijk vanzelf. Niemand twijfelt er anno 2020 nog aan dat black lives matter. Het gaat dus op het eerste gezicht om een onschuldige slogan. Er wordt echt niet veel gevraagd, gewoon een beetje respect voor de zwarte medemens, meer niet. Maar als je begint na te denken over deze slogan, dan blijkt onder het wollige uiterlijk van BlackLivesMatter een wolf schuil te gaan. Juist de vanzelfsprekendheid van de drie woorden geeft ze een heel andere betekenis. Ze suggereert dat er nog altijd mensen zijn die vinden dat een zwart leven er niet toe doet. Gelet op de heftigheid en verontwaardiging waarmee de slogan geskandeerd wordt, zijn deze racisten zelfs zo talrijk dat ze een bedreiging vormen voor de zwarte mens. En dat maakt van BlackLivesMatter een zware beschuldiging.

Iedereen weet aan wie die beschuldiging gericht is: niet aan de Aziaten, niet aan de Indianen, zelfs niet aan de Arabieren, de spreekwoordelijke handelaars in zwarte slaven. Nee, het zijn de blanken die ervan beschuldigd worden racisten te zijn die geen waarde hechten aan een zwart leven. Dat was ook de betekenis die gegeven werd aan de dood van George Floyd: hij was het zoveelste zwarte slachtoffer van blank racisme. Het beeld van een zwarte man die in koelen bloede gewurgd wordt door een blanke man is in feite de inhoud van de BlackLivesMatter-slogan: de zwarte bevolking wordt zodanig gediscrimineerd en onderdrukt dat ze langzaam stikt. Of het nu onderwijs is, economie, justitie, gezondheidszorg of wat dan ook, nergens telt de zwarte mens mee, nergens doet zijn leven ertoe. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar het klinkt uit de woede en de wanhoop waarmee BlackLivesMatter wordt geschreeuwd: de blanken proberen de zwarten uit te roeien.

De BlackLivesMatter-beweging rechtvaardigt de gewelddadigheid van haar protesten door ze voor te stellen als een vorm van zelfverdediging: de zwarte bevolking vecht voor haar leven en dan kun je geen redelijkheid verwachten. BlackLivesMatter zou dan ook vertaald kunnen worden als: Stop de Uitroeiing van de Zwarten. De blanken worden er met andere woorden van beschuldigd nazi’s te zijn die een tweede holocaust voorbereiden. Dat is de werkelijke betekenis van BlackLivesMatter, de betekenis die zich verbergt onder de schaapsvacht van Show me some Respect. Door de slogan in zijn concrete context te zien – en niet als een in de lucht zwevende abstractie – verandert de vanzelfsprekende mededeling in de zwaarst mogelijke beschuldiging: de blanken proberen het zwarte ras uit te roeien. Het is precies dezelfde beschuldiging die we ook horen uit de mond van moslims: blanken maken moslims het leven onmogelijk. Daarom zijn moslims verplicht een nietsontziende overlevingsstrijd te voeren: de jihad. 

BlackLivesMatter is niet alleen de zwaarst mogelijke beschuldiging, het is tevens de grootst mogelijke leugen. Verre van de zwarten te willen uitroeien, zijn het in Amerika juist de blanken die vaak het slachtoffer zijn van zwart geweld. Hetzelfde geldt voor de relatie tussen blanken en moslims. Hoeveel blanke aanslagen worden er op moslims gepleegd? Hun aantal verzinkt in het niets vergeleken bij het aantal moslimaanslagen op blanken. Bovendien gaat het meestal om represailles voor het niet aflatende moslimgeweld. Men kan zich zelfs de vraag stellen of het politiegeweld in Amerika geen vorm van zelfverdediging is, want politieagenten zijn er vaak het mikpunt van (vooral zwart) geweld. In Europa zien we hetzelfde: dagelijks belanden politieagenten in het ziekenhuis omdat ze worden aangevallen door moslims. Geen wonder dat de houding van de politie verhardt en dat er brutaliteit optreedt. Met racisme heeft dat niets te maken, met de agressie van de zogenaamde slachtoffers des te meer. 

BlackLivesMatter keert de zaken dus gewoon om: daders worden voorgesteld als slachtoffers, slachtoffers als daders. Deze schijnbaar antiracistische slogan is in werkelijkheid de meest racistische slogan die men kan bedenken: een welbepaald ras – het blanke – wordt ervan beschuldigd een ander ras – de people of color – te willen uitroeien, niet om hen te beroven van hun materiële of geestelijke rijkdom, maar uit puur en onversneden racisme, uit blinde rassenhaat. Die rassenhaat, zo wordt steeds weer betoogd, is zo diep geworteld in het blanke ras dat de blanken er zich niet bewust van zijn. Racisme is voor hen zo vanzelfsprekend als ademen. Het kenmerkt al hun gewoonten, al hun gebruiken, al hun instellingen. De blanke beschaving – daar kan volgens antiracisten niet genoeg op gewezen worden – is in wezen racistisch. Racisme is haar fundament, het is wat deze beschaving zo machtig heeft gemaakt: het onderdrukken en uitroeien van andere rassen.

BlackLivesMatter is een zo groteske leugen dat niemand kan geloven dat mensen zoiets zouden beweren als het niet waar was. En dus begint men te zoeken naar voorbeelden van dit blanke racisme. Uiteraard vindt men die, want racisme is van alle tijden en alle volkeren, en ofschoon het uitgerekend in het blanke ras duidelijk op de terugweg is, blijven er overal nog resten over. Gaat men het begrip racisme dan ook nog eens uitbreiden tot ver voorbij de oorspronkelijke betekenis en verkettert men de meest onschuldige zaken, dan wordt de indruk gewekt dat de leugen inderdaad waar is. Zo hebben de nazi’s het ook met de joden gedaan: kleine verschillen en karaktertrekken werden zodanig uitvergroot dat de Duitsers uiteindelijk gingen geloven dat het waar was wat Hitler zei: de joden probeerden het Duitse volk te vernietigen. En dat gaf de Duitsers natuurlijk het recht om zich met alle mogelijke middelen te verdedigen tegen die kwaadaardige joden. 

Hitler wist het al: hoe groter de leugen, des te gemakkelijker wordt hij geloofd. Want niemand kan geloven dat mensen zo kwaadaardig kunnen zijn dat ze dergelijke leugens verspreiden. Juist dat ongeloof stelde hem in staat bijna een heel volk uit te roeien. Om dezelfde reden geloven mensen vandaag de groteske leugen van BlackLivesMatter: omdat ze niet kunnen geloven dat mensen zo kwaadaardig kunnen zijn. Ze verspreiden die leugen verder, omdat ze het als hun morele plicht zien (wat zij als) de waarheid (beschouwen) te verdedigen. Het is dus hun eigen goede inborst die hen ertoe brengt de kwaadaardigste beschuldigingen te uiten. Dat is het perverse effect van de BlackLivesMatter-leugen: hij keert niet alleen de waarheid in zijn tegendeel, hij verandert ook goedheid in kwaadaardigheid. Mensen worden leugenaars omdat ze de waarheid liefhebben, ze worden kwaadaardig omdat ze goed zijn. Dat is de tragedie van de antiracisten: bezield met de beste bedoelingen en de hoogste morele normen, plaveien ze de weg naar de hel.

Een leugen als BlackLivesMatter kan zich als een lopend vuurtje verspreiden, niet omdat mensen kwaadaardig zijn, maar juist omdat ze goedaardig zijn. Vooral de blanke mens is vandaag zo idealistisch, zo bevlogen, zo spiritueel dat hij alles wat negatief en laag bij de gronds is verafschuwt. Zelfs gewone kritische opmerkingen betitelt hij als hate speech en hij maakt ze strafbaar. Alles wat maar enigszins kwetsend of onaangenaam zou kunnen zijn, wil hij verbieden. Hij wil met andere woorden het kwaad uitroeien. Wat hij echter niet weet is dat het kwaad twee tegengestelde kanten heeft. Hij beseft niet dat al zijn (luciferische) positiviteit van hem geen goed mens maakt, wel integendeel, ze roept juist het (ahrimaans) negatieve op. Want beide horen samen, beide maken deel uit van het kwaad. Hoe positiever een mens wordt, des te sterker wordt ook het negatieve in hem, en omgekeerd. Wanneer beide polen ten slotte een bepaalde graad van intensiteit bereiken, ontstaat er een Steigerung.

Dat is wat we vandaag meemaken: de Steigerung van het kwaad. Lucifer en Ahriman hebben elkaars werkzaamheid zodanig geïntensiveerd dat uit de spanning tussen beide een nieuw soort kwaad geboren is, een kwaad dat zowel extreem positief als extreem negatief is. Beide tegenpolen vallen samen en dat maakt het nieuwe kwaad zo verwarrend dat we er geen verhaal tegen hebben. Degenen die het bestrijden – in de vorm van racisme, terrorisme, fascisme, Global Warming, coronavirus of wat dan ook – zijn buitengewoon positieve mensen, die zichzelf vervuld weten van liefde. Ze willen een betere wereld en een betere mensheid maken. Maar tegelijk zijn het buitengewoon negatieve mensen die vervuld zijn van haat, die anderen onophoudelijk beschuldigen, die drastische maatregelen eisen en het uitstekend vinden dat de overheid de onwillige mensheid opsluit ‘in haar kot’. Wat deze wereldverbeteraars zo gevaarlijk maakt is dat hun negativiteit niet te onderscheiden is van hun positiviteit. 

Het nieuwe kwaad kan niet bestreden worden zoals het oude: door evenwicht te scheppen tussen de tegenpolen, door het gulden midden te zoeken tussen Lucifer en Ahriman. Want dat midden is verdwenen, de tegenpolen zijn samengevallen. Wie het kwaad bestrijdt zonder onderscheid te maken tussen zijn twee gezichten, wordt er als het ware door opgeslokt en verandert zonder het te beseffen in een bestrijder van het goede. Wie bijvoorbeeld ten strijde trekt tegen het rechtse (ahrimaanse) gevaar kiest automatisch partij voor (luciferisch) links, want een centrum is er niet meer. Omdat links samenvalt met rechts kiest hij partij voor beide kwaden en keert zich tegen het goede. Zolang niet wordt ingezien dat links en rechts kanten van dezelfde medaille zijn, betekent het kwaad bestrijden niets anders dan het goede bestrijden. Al die activisten die als paddestoelen uit de grond schieten, al die fanatieke wereldverbeteraars die schreeuwend door de straten trekken: ze zijn de stoottroepen van het nieuwe, geallieerde kwaad. 

Wie vandaag de draak wil bevechten, wie een echte Michaëliet wil zijn, moet in de allereerste plaats het kwaad leren onderscheiden. Hij moet onderscheid leren maken tussen de wolf en de schaapsvacht, tussen Ahriman en de luciferische idealen waarin hij zich hult. Het kwaad heeft een nieuw gezicht gekregen, een heel verleidelijk, onschuldig gezicht. Want Lucifer is niet langer de wilde fanaticus, die godsdienstoorlogen ontketent omdat God aan zijn kant staat. Nee, hij legt nu op een rustige, schijnbaar redelijke, ja zelfs wetenschappelijke manier uit waarom hij het gelijk aan zijn kant heeft. Hij heeft zich met andere woorden een ‘ahrimaanse stijl’ aangemeten. De tegenmachten spreken vandaag als door één mond: Lucifer levert de – christelijke – inhoud en Ahriman de – antichristelijke – vorm. Wie deze twee niet van elkaar onderscheidt, kan onmogelijk weerstand bieden aan de newspeak van het Nieuwe Kwaad. Daar ligt dan ook de echte michaëlische strijd: in het ontwikkelen van een nieuw onderscheidingsvermogen, een nieuw zintuig voor het kwaad. 

Dat zintuig is tegelijk ook een zintuig voor het goede, want door Lucifer en Ahriman uit elkaar te halen, maken we ook Christus weer zichtbaar. Met ons gewone morele zintuig kunnen we Hem niet meer waarnemen: Hij is als het ware opgeslokt door de wolf. Om het christelijke midden weer te kunnen waarnemen, moeten we het kwaad transparant maken, we moeten erdoorheen leren kijken. Dat is de Parsifalweg die naar Christus leidt: dwars doorheen de draak. We ontwikkelen pas een (nieuw) zintuig voor Christus als we onze ogen openen voor het (nieuwe) kwaad. Het een gaat niet zonder het ander. We moeten ‘het zwaard omgorden’ zoals de bijbel zegt, en dat is niet het oude, materiële zwaard, maar het geestelijke Michaëlszwaard van ons scherp onderscheidende denken. Blijven we het oude, gedachtenloze zwaard gebruiken, zoals de hedendaagse activisten dat doen, dan keert het zich tegen ons, dan wordt het tot een werktuig van de tegenmachten en zullen we erdoor vergaan.

Dit Michaëlszwaard moeten we zelf smeden, met behulp van ons denken, ons voelen en – vooral – ons willen. Want er is moed nodig om tegen de ‘wilde horden’ in te gaan. Iedereen juicht hen toe: de media, de overheid, het bedrijfsleven, de sportwereld, het onderwijs, ouders, grootouders, kinderen. Allemaal roepen ze enthousiast BlackLivesMatter en andere vergelijkbare slogans. Wie weigert mee te doen, betaalt een zware prijs. Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren met de zeldzame sportlui die weigeren te knielen en de vuist in de lucht te steken voor aanvang van een wedstrijd? Hoe zullen zij door hun ploegmaats bekeken en behandeld worden? Welke maatregelen zal het bestuur van hun club tegen hen nemen, bang als het is dat sponsors zullen afhaken? Hun carrière kan in een oogwenk voorbij zijn, enkel en alleen omdat ze de moed hadden niet in te stemmen met de oproep tot geweld die BlackLivesMatter in wezen is. En dat geldt niet alleen voor sportlui, het geldt voor iedereen.

De draak bevechten is een gevaarlijke onderneming. Ze maakt alleen kans op slagen als we een nieuw bewustzijn ontwikkelen, een bewustzijn dat zich niet laat meeslepen door holle slogans en massa-bewegingen, maar dat er denkend doorheen kijkt en de wolf leert zien die zich in al die wolligheid verbergt. BlackLivesMatter is een voorbeeld van een onschuldig lijkende slogan die door eenvoudig, logisch te denken stap voor stap ontmaskerd kan worden. Dat vergt tijd en uithoudingsvermogen want er moet lang gehamerd worden om een michaëlszwaard te smeden dat scherp genoeg is om Lucifer en Ahriman te scheiden. Iedereen die wel eens een zeis heeft ‘gehamerd’ weet dat het geen kwestie van kracht is. Het is een kunst – net als het gebruik van de zeis – en kunst vereist de inzet van alle menselijke vermogens. Het michaëlszwaard wordt gesmeed door ons Ik, dat zich met dat zwaard verdedigt tegen het geallieerde kwaad dat het menselijke Ik probeert voor te stellen als de bron van alle kwaad.