Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Categorie: alternatief

Materialisme

Ik begrijp het misschien niet goed, maar hoe verklaren materialisten het volgende?

Volgens hen is denken geen geestelijke activiteit maar het product van electrische impulsen en chemische reacties in de hersenen. Die zijn op hun beurt het resultaat van bewegingen van elementaire deeltjes, de bouwstenen van alles wat bestaat. Want volgens de materialisten bestaat er niets buiten de materie.

Nu wil het geval dat sommige hersenen materialistische gedachten produceren, terwijl andere hersenen gelovige gedachten produceren.
Dat is uiteraard allemaal het werk van de elementaire deeltjes, niet van de eigenaars van die hersenen, want die bestaan ook uit elementaire deeltjes.

20130816-192708.jpg

Toch zeggen de materialisten tegen de gelovigen: jullie zijn verkeerd! Jullie God bestaat niet, hij is louter een denkbeeld dat is voortgebracht door jullie hersenen!
Waarop baseren ze zich om dat te beweren?
De gelovigen zouden kunnen antwoorden: dat alles uit materie bestaat, is net zo goed een denkbeeld dat door hersenen is voortgebracht, dat wil zeggen door elementaire deeltjes!
Zijn er dan twee soorten materie?
Materie die juiste gedachten voortbrengt en materie die verkeerde gedachten voortbrengt?

Daar heb ik bij Richard Dawkins of Dick Swaab alvast nog niets over gelezen.
Hoe weten die mensen eigenlijk dat het waar is wat ze zeggen?
Omdat het wetenschappelijk is aangetoond?
Maar wetenschap is het resultaat van denken.
En daarmee zijn we weer terug bij af.

Als denken wordt voortgebracht door elementaire deeltjes, en als er buiten die elementaire deeltjes niets bestaat, hoe kun je dan onderscheid maken tussen juiste en verkeerde gedachten?
Bestaat er dan zoiets als ‘waarheidsmaterie’ of een ‘waarheidsgen’?
En zijn de hersenen van materialisten dan samengesteld uit dergelijke ‘ waarheidsdeeltjes’, en die van gelovigen niet?
Ook daar heb ik nog nimmer iets over gehoord.
Nogal begrijpelijk trouwens.
Het zou een beetje klinken alsof materialisten tot een superieur … ras behoren.
Want hun gelijk moet natuurlijk een materiële, fysieke basis hebben.
Waar zou het anders op gebaseerd zijn, als er buiten de materie niks bestaat!

20130816-193058.jpg

Ik zie echt niet in hoe de materialisten hieruit raken.
Ik zie wel hoe het concept ‘waarheid’ steeds meer gerelativeerd wordt.
Dé waarheid bestaat niet.
Ieder heeft zijn eigen waarheid.
Culturen zijn gelijkwaardig.
Enzovoort.

Ja, het materialisme dringt steeds dieper door in onze beschaving.
De kunst heeft ze bijvoorbeeld al helemaal in zijn greep.
Niemand kan nog zeggen wat kunst is, beweren Jan Hoet & co.
Dus is kunst wat we kunst noemen.
Of zoals Marcel Duchamp reeds zei: dit is kunst omdat ik het zeg!
En hij stelde een pispot tentoon.
Sindsdien kan letterlijk alles kunst zijn, lees: kunst genoemd worden.
Anything goes.
Immers: de schoonheid bestaat niet.

20130816-193231.jpg

En zo bestaat ook de waarheid niet meer.
Zij is immers het resultaat van botsende elementaire deeltjes.
En wie het hardst botst, mag iets ‘waar’ noemen.
Ofte Darwinisme in de hersenen.
De wetenschappelijke versie van: wie het hardst roept, krijgt gelijk.

Ja, zo kan ik het materialisme wel begrijpen.
Maar wat ik niet begrijp, is dat materialisten blijven volhouden dat het waar is wat ze zeggen.
Dat kunnen ze, volgens hun eigen overtuiging, helemaal niet beweren.
Ze kunnen alleen zeggen: ik heb gelijk omdat ik het hardst roep.
Maar dat zeggen ze niet.
Nog niet.

Wellicht is dat nog een laatste rest van het oude geloof in iets wat boven de materie uitgaat.
Zoals bijvoorbeeld de waarheid.

Maar die bestaat uiteraard niet.
Er bestaat alleen the survival of the fittest elementaire deeltjes.
Het recht van de sterkste dus.

Ja, nu begrijp ik het.

20130816-193356.jpg

Advertenties

Homeopathie

20130718-121150.jpg

De Belgische regering heeft een ontwerp van koninklijk besluit klaar over homeopathie. Zodra dit besluit van kracht wordt, mogen alleen artsen, tandartsen en vroedvrouwen hun patiënten nog homeopathisch behandelen.

Vreemd koninklijk besluit is dat!

Voortaan zullen alleen nog wetenschappelijk-opgeleiden homeopathische middelen mogen voorschrijven. Nochtans is men het er in wetenschappelijk-opgeleide kringen roerend over eens dat homeopathie kwakzalverij is.
Hoe valt dat samen te rijmen?
Is dit weer zo’n Belgisch compromis?
Mag homeopathie alleen bedreven worden door mensen die er niet in geloven?

Mevrouw, ik zal u Apis Belladonna D10 voorschrijven voor uw hartproblemen.
Het werkt wel niet, maar dat laten wij niet aan ons hart komen, is het wel?
Dat is dan 35 euro!

Het ziet ernaar uit dat voortaan alleen mensen-met-een-diploma andere mensen mogen belazeren.
Het nieuwe koninklijk besluit wil niet beletten dat mensen andere mensen belazeren, het wil beletten dat dit recht gedemocratiseerd wordt en dat ook de gewone man mag belazeren.
Belazeren moet het voorrecht blijven van de elite.
Daarom dit koninklijk besluit.

Natuurlijk komt er nu protest van beide kanten.
Homeopathen protesteren omdat ze nu eerst een diploma moeten halen.
En de reguliere geneeskunde protesteert omdat kwakzalverij erkend wordt.
Maar dat is nu eenmaal het wezen van een Belgisch compromis:
Niemand is tevreden.
Men heeft er zich vanaf gemaakt.
Men heeft de hete brij voor zich uitgeschoven.

Hoe zit dat nu eigenlijk met die homeopathie?
Is het kwakzalverij en dient het derhalve verboden te worden?
Of is het werkzame geneeskunde en dient het derhalve erkend te worden?

Beide mogelijkheden doen schier onoverkomelijke problemen rijzen.

De wetenschap is er rotsvast van overtuigd dat homeopathie puur bedrog is, maar er zijn zóveel mensen die rotsvast geloven in de werking ervan dat het tot een soort volksopstand zou komen als men homeopathie verbood.
En dus waagt men zich daar niet aan.
Anderzijds zou de officiële erkenning van de homeopathie een frontale aanval op de wetenschap zijn. Alsof de methoden van deze laatste ook maar relatief zijn, alsof zij niet de waarheid in pacht heeft.
En dus waagt men zich ook daar niet aan.

Homeopathie en reguliere geneeskunde staan inderdaad lijnrecht tegenover elkaar.
Althans in theorie.
In de praktijk is er niet echt een probleem.
Veel mensen maken gebruik van beide.
Bij gewone of chronische kwalen wenden ze zich tot de homeopathie, niet in de laatste plaats omdat ze zich niet willen laten vergiftigen door ‘chemische troep’.
In ernstige of acute gevallen wenden ze zich tot de reguliere geneeskunde. Omdat het niet anders kan.
En dat gaat prima.
Af en toe is er wel eens een geval van onverantwoord homeopathisch gedrag. Maar dat heb je in de reguliere geneeskunde ook.

Nee, het probleem is theoretisch of levensbeschouwelijk van aard.

Als wetenschappers en sceptici tekeer gaan tegen de homeopathie dan is dat niet omdat de volksgezondheid in gevaar komt.
Ze gaan zo tekeer omdat de theoretische fundamenten van de moderne wetenschap in twijfel worden getrokken. En dat gebeurt niet door een andere theorie, maar door de praktijk.
Homeopathie bewijst haar waarde in de praktijk.
Miljoenen mensen maken er gebruik van en blijven dat ook doen.
Ik heb ooit eens gelezen dat meer dan de helft van de Amerikanen beroep doet op alternatieve geneeskunde. Er stond wel niet bij hoe vaak of in welke mate, maar het blijven indrukwekkende cijfers.
Er wordt dus traag maar gestadig geknaagd aan de grondvesten van de moderne wetenschap.
En reken maar dat ze het voelen!
Ze voelen het veel meer dan ze willen toegeven.

Dat kun je opmaken uit de manier waarop ze deze ‘praktische kritiek’ pareren.

Een fraai staaltje zag ik jaren geleden op televisie, in De Laatste Show, een veelbekeken praatprogramma.
Enkele jonge wetenschappers, leden van SKEPP (de Studiekring voor Kritische Evaluatie van de Pseudo-wetenschap en het Paranormale), zouden ten overstaan van heel kijkend Vlaanderen bewijzen dat homeopathie niet werkt.
Daartoe hadden ze een experiment opgezet dat doorslaggevend bewijs zou leveren.
Ze zouden namelijk allemaal een heel flesje homeopathisch verdund slangengif uitdrinken.
In één keer!
Dat werd met veel toeters en bellen aangekondigd.
Tadaa!
Eén: het homeopathische bedrog zou eens en voor altijd ontmaskerd worden.
Twee: drie moedige, jonge wetenschappers zouden daarvoor hun leven wagen.

Er zat die avond ongetwijfeld veel volk voor de buis.
De drie wetenschappers waren jong, goedlachs en vol zelfvertrouwen.
Hun geloof in de wetenschap kon bergen verzetten, dat zag je zo.
Na een uitgebreide inleiding waarin – nog maar eens – werd uitgelegd hoe mensen zich door homeopathie lieten bedriegen, was het grote moment aangebroken.
De flesjes stonden klaar.
Het dodelijkste slangengif, homeopathisch bereid.
Tromgeroffel.
Na een korte aarzeling in het aangezicht van de dood, grepen de drie jongelui hun flesje en goten de hele inhoud in hun keel.
Vlaanderen keek ademloos toe.
Na een kort moment waarin er niks gebeurde, grepen onze helden opeens naar hun keel, sperden de ogen open en brachten akelige wurggeluiden voort.
Ontzetting alom!
Maar toen barstten ze in lachen uit.
Gefopt!
Ze gingen helemaal niet dood, integendeel, ze voelden zich prima.
Niet alleen blaakten ze van gezondheid, maar ze hadden zojuist bewezen dat homeopathie niet werkt. Het was allemaal volksverlakkerij. Dat zou iedereen nu toch wel inzien!
Uiteraard kregen onze jonge helden een uitbundig applaus van het publiek in de studio.
Wat een stunt!
Wat een overwinning voor de wetenschap!

Of het publiek thuis ook zo enthousiast applaudisseerde, is zeer de vraag.
Ikzelf zat er in ieder geval enigszins verbluft naar te kijken.
Het was een hele show geweest, dat zeker.
Maar wat betekende hij?
Dat was me niet duidelijk.
En dus begon ik erover na te denken.
Wat hadden die drie jongelui-vol-branie eigenlijk bewezen?
Dat homeopathie niet werkt?
Dat er helemaal niks in die flesjes zit?
Dat het puur water is?

De homeopathie beweert dat ze het gelijke met het gelijke geneest.
Bijvoorbeeld: een slangenbeet wordt behandeld met slangengif, maar dan heel sterk verdund.
Ten eerste geloof ik er niet veel van dat homeopathie wordt aangewend in acute gevallen zoals vergiftiging door een slangenbeet.
Ten tweede wordt de ziekmakende substantie homeopathisch zo sterk verdund dat er niks ziekmakends meer overblijft.

Wat gebeurde er nu tijdens het wetenschappelijke televisie-experiment?

Drie gezonde jongelui dronken een flesje uit waarin niks ziekmakends zat en … ze bleven gezond.
Wat hadden ze dan anders verwacht?
Beweerde de homeopathie misschien dat gezonde mensen ziek werden als ze homeopathische middelen namen?
Beweerde ze dat er nog ziekmakende substantie in haar medicijnen zat?
Beweerde ze dat mensen op slag genazen als ze een heel flesje in één keer leegdronken?

De homeopathie beweerde niets van dit alles.
Integendeel.
Ze beweerde juist dat mensen niet ziek konden worden van haar druppeltjes (wat niet gezegd kan worden van reguliere medicamenten).
Ze beweerde ook dat er van de oorspronkelijke ziekmakende stof niets meer overbleef in haar verdunningen.
En ze beweerde ten slotte dat homeopathisch middelen tijd nodig hebben.

De drie jonge wetenschappers hadden dus bewezen wat de homeopathie NIET beweerde.
Ze hadden zelfs precies het omgekeerde bewezen!
Met andere woorden: ze hadden aangetoond dat de homeopathie althans op één vlak gelijk had, namelijk dat haar middelen volstrekt onschadelijk zijn.

Ik stond perplex.

Een bewijs PRO homeopathie werd voorgesteld als een bewijs CONTRA.
Ze hadden bewezen wat niet bewezen moest worden,
en wat bewezen moest worden, hadden ze helemaal niet bewezen.

Ik was dus getuige geweest van een goocheltruc.
En hij werkte,
want iedereen applaudisseerde.
Ik kon mijn ogen niet geloven.
Dat mensen hier intuinden!
De volgende dagen pluisde ik de kranten uit op zoek naar commentaren die de goocheltruc van de SKEPPers ontmaskerden.
Maar ik vond niets.
Absoluut niets.
Nergens werd ook maar gealludeerd op het feit dat die drie jongelui de kluit belazerd hadden.
Ook van SKEPP zelf, dat toch altijd zo alert is om bedrog en volksverlakkerij te ontmaskeren: geen woord.

Ik begreep er niks van.
Het leek wel of deze SKEPPers zeiden: niemand heeft het recht om het volk te bedriegen dan wij en wij alleen.
Precies hetzelfde dus wat het hierboven vermelde koninklijk besluit uitvaardigt: alleen mensen-met-een-diploma mogen de kluit belazeren.
De elite mag bedriegen, de gewone man moet eerlijk blijven.
Dat wordt nu wettelijk vastgelegd.

Logisch is het alleszins wel.
Wie veel geld verdient, hoeft in ons land geen belastingen te betalen.
Alleen wie weinig verdient, moet de helft afgeven.
Voorwaar, Belgen zijn bijbelse mensen:

‘Want wie heeft zal gegeven worden en hij zal overvloediglijk hebben,
Maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.’

Mattheus 13,12

Hoe moet een mens dit nu allemaal begrijpen?
Hoe absurd en paradoxaal is het niet dat SKEPP volksbedrog aanklaagt door … het volk te bedriegen.
Wat te denken van een koninklijk besluit dat bedrog toelaat mits je ervoor gestudeerd hebt?
En hoe moeten die bijbelverzen van Mattheus worden begrepen?
Het lijkt wel of de Blijde Boodschap hier gewoon omgekeerd wordt.
Alsof Christus niet voor de armen gekomen is, maar voor de rijken.
Alsof hij niet gekomen is om de mens te verlossen maar om hem tot slaaf te maken.
Alsof God zegt:
Leve de rijken, weg met de armen!
Alle macht aan de kapitalisten!

Geen wonder dat de moderne mens in verwarring verkeert!
Hij wordt gemindfucked dat het niet mooi meer is.
Hij wordt op grote schaal bedrogen en belogen.
Niet alleen door de machthebbers hier beneden,
maar blijkbaar ook door de Grote Machthebber hierboven.
Je zou er voor minder de brui aan geven.

De mens is klein en zwak en onzeker.
Maar hij beschikt over een machtig wapen: zijn hersenen!
Hij moet ze natuurlijk wel willen gebruiken.
En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

In de praktijk komt het erop neer dat een mens in zijn eentje nergens komt.
Ook niet met zijn hersenen.
Hij heeft hulp nodig.
Hersenen zijn namelijk zoals een computer:
je kunt zelf uitzoeken hoe het allemaal werkt, maar in veel gevallen eindigt dat ermee dat je het hele zaakje door het raam keilt.
In de praktijk heb je hulp nodig. Van computerspecialisten.
Voor het denken is het niet anders: op je eentje lukt het niet.

Wie geestelijk gezond wil blijven, moet zelf denken.
En dat betekent dat hij hulp moet zoeken.
Ikzelf heb Rudolf Steiner tot denkhelper gekozen.
Duits en degelijk.
Niet kapot te krijgen.
Maar ik heb hem natuurlijk niet alleen gekozen omdat hij Duits is.
Ik ben eerst in het Oosten gaan zoeken,
want daar komt toch het licht vandaan?
Ik heb daar veel opgestoken, vooral dan dat al die Westerse vanzelfsprekendheden niet zo vanzelfsprekend zijn als ze eruitzien.
Maar een echt alternatief bood het Oosten niet.
Ja, in een oranje jurk rondlopen en met stokjes eten.
Niet mijn idee van zelfstandig denken en leven.
En zo kwam ik uiteindelijk terecht bij Rudolf Steiner.
Taaie brok, die man.
Ik heb er jaren moeten op kauwen voor hij verteerbaar werd.
Maar hij bleek voedzaam.
En dat is hij nog altijd.
Ik kan me geen betere denkhelper voorstellen.
He’s simply the best.
Met voorsprong.

Ik wil maar zeggen: zonder hem zou het me nooit gelukt zijn.
Zelf denken, bedoel ik.
M’n hersenen zouden gewoon tot pap gekookt zijn.
Oververhit.

Nu, wat maken die Steinergekoelde hersenen van me nu van de hele zaak?
In de eerste plaats dit: dat hersenen niet kunnen denken, evenmin als een computer.
Ze zijn maar een instrument, een fantastisch instrument, daar niet van.
Maar het denken doet de mens zelf.
En de mens is een geestelijk wezen, geen anderhalve kilo hersenen.

Daar ligt het hele probleem.

De moderne wetenschap gaat ervan uit dat de mens geen brein heeft maar een brein is.
Etienne Vermeersch begint een van zijn boeken met het beeld van een moderne Hamlet die niet de schedel van poor Yorick maar diens hersenen in de hand houdt en zegt: ecce homo, ziedaar de mens!
De mens, dat is die klomp grijze hersencellen! Meer niet.
Dat is het fundament van de hedendaagse wetenschap: de kern van de levende mens is … dode materie.

20130718-124002.jpg

Vergelijken we dat nu eens met wat Rudolf Steiner zegt.
Volgens hem is wat de wetenschap zegt juist.
De kern van de levende mens is inderdaad de dode materie.
Maar de mens valt daar niet mee samen.
Hij is veel meer dan die materiële kern.
De dode materie is de (geestvrije) kern van een geestelijk wezen dat zich rond die kern uitstrekt als een bol rond zijn middelpunt.
De moderne wetenschap ziet alleen dat middelpunt.
Ze ziet niet de bol, en daarom kan ze ook de betekenis van dat (materiële) middelpunt niet begrijpen.
Ja, eigenlijk heeft dat middelpunt – de mens zoals hij vandaag gezien wordt – geen betekenis.

Niets heeft vandaag nog betekenis.
Dat is de (al dan niet verborgen boodschap) van de materialistische wetenschap.

Hoe meer die boodschap doordringt tot de moderne mens
hoe zinlozer het leven hem lijkt,
hoe minder zin (sic) hij heeft om er nog wat van te maken,
hoe meer hij zich laat leven
hoe meer hij louter genot zoekt (onder het motto ‘après moi le déluge’)
hoe minder hij nadenkt.
Want wat kan in godsnaam de zin van nadenken zijn als niets nog zin heeft?
Waarom zou een mens nog nadenken als nadenken niet meer dan een zinledig spelletje is:
doen alsof we zin geven, terwijl we weten dat zin onzin is.

Het antwoord op die vraag is: macht.
Nadenken heeft vandaag nog maar één zin: het verwerven van macht.
Want macht verschaft genot en genot is het enige wat nog zin heeft als alles zinloos wordt.

Dat is waar de materialistische visie uiteindelijk toe leidt: macht en genot.
Zoveel mogelijk macht en zoveel mogelijk genot.
Want Lust will Ewigkeit, tiefe tiefe Ewigkeit.
Daarom hebben de rijken nooit genoeg geld,
Daarom hebben de machtigen nooit genoeg macht,
Daarom wordt de wetenschap steeds meer tot datgene wat ze aanklaagt:
Pseudo-wetenschap, volksverlakkerij, leugen en bedrog.
Want ze is alleen nog uit op macht.

Wat haar zo stoort aan de homeopathie is dat ze die macht bedreigt of zelfs maar vermindert.
Wat haar stoort is dat de homeopathie haar macht … verdunt.
Ze verdunt niet alleen de materie, ze verdunt ook de macht van die materie op de mens.
Ze geneest de mens door de geest te bevrijden uit de materie, de geest die volgens de wetenschap helemaal niet bestaat.

Daarom raken wetenschappers helemaal in de knoop als ze ten strijde trekken tegen de homeopathie, want ze bestrijden iets wat volgens hen niet bestaat.
Ze vechten tegen windmolens en proberen dat voor te stellen als wetenschap.
Daarvoor wringen ze zich in de gekste bochten.
Daardoor wordt de wetenschap één grote goocheltruc.
Magische wetenschap, maar dan in een modern kleedje.

Er is geen enkel bewijs voor de homeopathie.
Dat wordt keer op keer herhaald.
Maar goochelaars herhalen ook keer op keer hun goocheltrucs.
Ze zijn daar zo ongelooflijk handig in dat niemand erachter komt hoe ze het doen.
Ik geloof er dus geen fluit van dat er geen bewijzen zijn.
Ik geloof daarentegen wel dat de zogenaamde sceptici intussen zo handig zijn geworden in het manipuleren van hun experimenten, dat ze de resultaten bekomen die ze willen.
En homeopathen hebben wel andere dingen te doen dan goocheltrucs te ontmaskeren.
Trouwens, een eventuele ontmaskering wordt gewoon weggemoffeld.
Als goochelen niet helpt, dan is er nog altijd de leugen.
Als je maar lang genoeg herhaalt dat er geen bewijzen zijn.
dan gelooft iedereen dat op de duur.

Gelukkig is de mens nog niet zo dom dat hij alleen met zijn hersens denkt.
Hij denkt ook nog met zijn gevoel en met zijn wil.
Hij kan nog tegenover dat ‘wetenschappelijke’ hersendenken gaan staan,
en vaststellen dat er iets niet klopt.
Hij kan het natuurlijk niet ‘bewijzen’,
maar er zijn zoveel dingen die een mens niet kan bewijzen.
Zoals de liefde, of de schoonheid, of de goedheid.
Zelfs het denken kan niet bewezen worden.

Dat is de tragische klucht van de moderne wetenschap:
ze eist van iedereen bewijzen, terwijl ze zelf geen enkel bewijs kan voorleggen.
Ze kan alleen haar macht opleggen.
Maar sinds wanneer is macht een bewijs?
Sinds wanneer is macht hetzelfde als waarheid?

Dat is dan ook het wezen van de homeopathie:
het is een geneeskunde die niet langer op macht gebaseerd is.
Het is een geneeskunde die opnieuw naar de waarheid zoekt,
Omdat ze gelooft dat de waarheid geneest.

Maar dat gelooft een paar kilo hersenen natuurlijk nooit.

20130718-124854.jpg

Na dit leven

Op 10 november 2008 wordt Eben Alexander om halfvijf wakker, een uur vroeger dan normaal.
De vorige dag heeft hij gezellig gebarbecued met de buren.
All was fine in Virginia, buiten een lichte verkoudheid.
Nu schiet er een scherpe pijn door zijn rug als hij probeert te bewegen.
Even later gilt hij het uit als zijn zoontje hem aanraakt.
Het gaat wel over, stelt hij zijn vrouw gerust.
Om halftien wordt hij de spoedafdeling van het Lynchburg General Hospital binnengereden.
Hij slaat wild om zich heen en slaakt dierlijke kreten.
Wanneer men een lumbaalpunctie wil verrichten, zijn er zes verplegers nodig om hem in bedwang te houden.
Het ruggemergvocht is niet helder, het is niet troebel, het is pure etter.
Eben Alexander is getroffen door een uiterst zeldzame ziekte die jaarlijks slechts bij 1 op de 10 miljoen volwassenen voorkomt. Hij is besmet met een bacterie die bekend staat als E. coli en die het rechtstreeks op de hersenen gemunt heeft.
Van degenen die getroffen worden door deze uiterst agressieve vorm van bacteriële hersenvliesontsteking overleeft slechts 10 procent de ziekte, en meestal brengen ze de rest van hun leven als een plant door.

Eben Alexander raakt in een coma.
De antibiotica slaan niet aan.
Niets helpt.
Iedere dag worden zijn toch al niet grote overlevingskansen kleiner.
Na vijf dagen geeft men de hoop op.
Het is een verloren zaak.

Maar op dag zeven opent Eben Alexander de ogen, kijkt naar de verbijsterde gezichten die hem omringen en vraagt: wat doen jullie hier?

Het duurt een paar dagen voor hij weer de oude is, dagen waarin hij de grootste wartaal uitslaat en de krankzinnigste visoenen heeft.
Maar zijn hersenen herstellen zich, zijn geheugen komt terug en hij herinnert zich wat hem overkomen is tijdens die 7 dagen coma.

Hij is in de hemel geweest.
Hij heeft met God gesproken.
Hij heeft een bijna-dood-ervaring gehad.
En daarover wil hij nu vertellen.

Hij doet dat in het boek ‘Na dit Leven’ dat ik verleden zaterdag gekocht heb, en dat is uitgegeven bij een uitgeverij waarvan ik nog nooit heb gehoord: Lev.
De omslag is knalwit, als van een lijkwade, met een blauw vlindertje erop.
Onder die witte wikkel gaat een boek schuil dat zo knalblauw is dat de nietsvermoedende lezer er bijna een BDE aan overhoudt.
Hier is over nagedacht, dat is duidelijk.
Verder is het een boek dat prettig in de hand ligt en dat prettig leest.
Het zoveelste boek over een bijna-dood-ervaring.
Het zoveelste verslag van iemand die ‘aan de andere kant’ geweest is.

Maar.

Er is een klein detail dat dit boek anders maakt:
Eben Alexander is namelijk een neurochirurg.
Hij is hoogleraar aan de prestigieuze Harvard Medical School in Boston, USA.
Niet de eerste de beste dus.

Wie van dit boek een spannend verslag verwacht van een reis door het hiernamaals komt bedrogen uit. Prof. Alexander vertelt wel over wat hij aan gene zijde beleefd heeft, en hij doet dat heel precies, maar toch beslaat dit verslag slechts enkele van de 35 (korte) hoofdstukken in zijn boek.
De hoofdmoot bestaat uit pogingen om zijn ervaringen ‘aan de andere kant’ te verbinden met zijn ervaringen ‘aan deze kant’, en dat zijn de ervaringen van een vooraanstaand wetenschapper, iemand die beter dan wie ook weet wat hersenen zijn.

Het is juist deze wetenschappelijke benadering die dit boek zo buitengewoon interessant maakt.
Het is beslist spannend om te lezen over ‘het leven na de dood’.
Maar het is nog veel spannender om daar wetenschappelijk over na te denken.

Er zijn intussen al miljoenen gevallen van bijna-dood-ervaringen bekend.
Dat is te danken aan de nieuwe reanimatie-technieken.
Mensen die al ver heen zijn, worden nu weer teruggehaald.
En vaak vertellen ze fantastische verhalen over wat ze gezien hebben.
Maar er blijft altijd een scherpe grens tussen ‘gene zijde’ en ‘deze zijde’.
Wat verteld wordt over ‘ginder’ wordt ‘hier’ doorgaans afgedaan als fictie en inbeelding.
Met name degenen die de objectieve waarheid vertegenwoordigen – de wetenschappers – geloven geen zier van al die verhalen over de hemel en God en zijn engelen.
Dat zijn allemaal visioenen die veroorzaakt worden door ontregelde hersenen.
Wetenschappers weten namelijk waartoe hersenen in staat zijn.
En dat is onder andere het creëeren van de meest overtuigende illusies.
Als mensen hen vertellen over wat ze hebben meegemaakt tijdens de momenten dat ze ‘dood’ waren, denken de wetenschappelijke geesten die dokters en chirurgen zijn: ja, dat is allemaal heel mooi, maar het is fictie, het heeft geen enkele werkelijkheidswaarde. Er bestaat helemaal geen God of hiernamaals, er bestaan alleen hersenen.

Zo dacht prof. Alexander er ook over voor hij in coma raakte en aan de andere kant terechtkwam.
Maar zo denkt hij er nu niét meer over.
Zijn hele materialistische wereldbeeld is overhoop gegooid.
Hij moet alles weer opnieuw gaan overdenken.
En dat doet hij ook.

Ik vind het altijd een genot om echte wetenschappers aan het woord te horen.
Helaas lijken ze alsmaar zeldzamer te worden.
Eén van die zeldzamen verwees me onlangs naar een website waar ik las dat kan worden aangetoond dat de meeste resultaten van modern wetenschappelijk onderzoek zonder meer vals zijn.
Gisteren las ik in de krant over een duur kankermedicijn dat totaal geen effect blijkt te hebben.
Het klinkt als een groot schandaal, maar verleden jaar nog las ik een boek van een dokter die niet alleen beweerde dat heel wat kankermedicijnen geen effect hebben, maar dat zulks algemeen geweten is en dat het de geneesheren niet belet om deze peperdure placebo’s aan de lopende band voor te schrijven.
Ik zou er nog kunnen aan toevoegen: en verontwaardigd te verkondigen dat homeopathie uit louter … placebo’s bestaat.

Ik begin inderdaad – tot mijn verbijstering – te ontdekken dat de hedendaagse wetenschap er al niet veel beter aan toe is dan de hedendaagse kunst. Anders gezegd: het is veel erger dan we ons zelfs maar kunnen voorstellen.
Ik herinner me uit mijn jeugd nog een ophefmakend boek van Ivan Illich, waarin hij met cijfermateriaal aantoonde dat de moderne geneeskunde de grootste bedreiging vormt voor de volksgezondheid. Als er een staking uitbreekt bij de geneesheren gebeurt telkens weer hetzelfde: het sterftecijfer daalt, er sterven minder mensen.

Eben Alexander gaat niet zover.
Maar hij vertelt wel wat de oorzaak is van die wetenschappelijke malaise.

‘Het feit dat de wetenschappelijke methode zich in de afgelopen 400 jaar uitsluitend heeft gebaseerd op het fysieke domein stelt ons voor een enorm probleem: we zijn het grote mysterie in de kern van het bestaan, ons bewustzijn, uit het oog verloren. Het was wijd en zijd bekend en nauw verbonden met premoderne religies, maar in onze seculiere westerse cultuur zijn we het kwijtgeraakt, omdat we ons in toenemende mate liever bezighielden met de macht van de moderne wetenschap en technologie.’

Op nuchtere wijze legt Eben Alexander de vinger op de wonde: het gaat in de wetenschap niet langer om de waarheid, het gaat enkel nog om macht. Moderne wetenschappers zijn (net als moderne kunstenaars trouwens) verslaafd aan macht.
Hij schrijft dan ook:
‘Ik was de typische blijmoedige, maar sceptische arts. En als zodanig kan ik zeggen dat de meeste sceptici eigenlijk helemaal niet sceptisch zijn. Als je werkelijk sceptisch wilt zijn, moet je iets feitelijk onderzoeken en het serieus nemen. En ik had zoals veel artsen nooit de tijd genomen om bijna-doodervaringen te onderzoeken. Ik had gewoon ‘geweten’ dat ze onmogelijk waren.’

Hij verklaart waarom er nooit enig wetenschappelijk bewijs wordt gevonden voor ‘alternatieve’ zaken (ik denk aan mijn recente discussie over homeopathie): de ‘onderzoekers’ wíllen dat bewijs gewoon niet vinden.

‘Ze geloven dat ze de waarheid kennen zonder naar de feiten te hoeven kijken.’

Anders gezegd: veel wetenschappers zijn helemaal geen wetenschapper meer, het zijn gelovigen geworden die menen de waarheid in pacht te hebben, en geen enkel wetenschappelijk onderzoek kan hen daarvan afbrengen.

Dergelijke fundamentele kritiek is natuurlijk al lang bekend in de ‘alternatieve’ sector.
Maar ze werpt geen gewicht in de schaal want de ‘reguliere’ wetenschap is een grootmacht zoals er nog nooit een geweest is.
Het is in die wetenschap net als in de hedendaagse kunst: kritiek, hoe terecht en onderlegd ook, wordt met een schouderophalen afgedaan. Men besteedt er geen aandacht aan, laat staan dat men de moeite doet om ze te weerleggen. Dat laatste laat men over aan hobbyisten: derderangswetenschappers en amateurs die in hun vrije tijd lustig tekeer gaan tegen kwakzalverij.
Nee, kritiek op de hedendaagse wetenschap (of kunst) is niet meer dan een mug die met een verveelde beweging wordt weggeslagen.

Heel anders is het echter als die fundamentele kritiek van binnenuit komt, van een internationaal gereputeerde wetenschapper aan een van de meest prestigieuze instituten ter wereld: Harvard.

Als zo’n wetenschapper zegt dat hij, samen met andere gereputeerde collega’s, alle mogelijke wetenschappelijke verklaringen voor zijn BDE heeft uitgeprobeerd en er geen heeft gevonden,
Als zo’n wetenschapper zegt dat zijn ervaring onmogelijk veroorzaakt kan zijn door zijn hersenen en dat het menselijke bewustzijn dus niet het product is van die hersenen,

ja, dan kun je dat niet zomaar opzij schuiven.

Want deze man zet zijn hele wetenschappelijke kennis en reputatie in.
Bovendien schrijft hij dat hij tijdens zijn bijna-doodervaring ‘feitelijk wetenschap bedreef, wetenschap die vertrouwde op het waarachtigste en geavanceerdste hulpmiddel voor wetenschappelijk onderzoek dat we bezitten: het bewustzijn zelf.’

Dat is revolutionaire taal.

Ik twijfel er niet aan dat ze nauwelijks enig verschil zal maken in het gigantische machtsbastion van de moderne materialistische wetenschap.
Maar voor mensen die met lede ogen kijken naar die nietsontziende machtsontplooiing, is het beslist een opsteker.
Want Dr. Eben Alexander is geen alternatieveling die machteloos zijn vuist zwaait naar de oninneembare vesting van de moderne wetenschap. Hij is een vooraanstand bewoner van die vesting, een wetenschapper in hart en nieren.

Als antroposoof heb je zo’n opsteker niet echt nodig.
Rudolf Steiner is wetenschappelijk en overtuigend genoeg.
Maar het blijft merkwaardig om een verstokte materialist in 7 dagen te zien veranderen in een … antroposoof.
Want in wezen zegt Eben Alexander precies hetzelfde als Rudolf Steiner: dat de wetenschap haar domein moet uitbreiden van de fysieke wereld tot de wereld van het bewustzijn.

En dat bewustzijn is geenszins een product van de fysieke wereld ( in casu de hersenen).
Het is net omgekeerd.
Het bewustzijn is de basis van alles.
Het is veel reëler dan het fysieke bestaan.

‘Wat ik had ervaren was echter dan het huis waarin ik woonde, echter dan de brandende blokken hout in de open haard.’
‘Ik ben daar het levende bewijs van’, schrijft Eben Alexander tot slot van zijn boek dat in het Engels ‘Proof of Heaven’ heet.

We staan inderdaad aan de drempel van een tijdperk waarin het bestaan van de hemel, en alles wat hij bevat, wetenschappelijk zal bewezen worden.
En die bewijzen zullen geen abstracte formules zijn, maar levende mensen.

Zover zijn we echter nog niet.
Er zullen nog veel bijna-doodervaringen nodig zijn om de mensheid over de drempel te helpen.
Waarschijnlijk zal het leven in de nabije toekomst één grote bijna-doodervaring worden.
Als niks meer helpt om ons zieke, aan het materialisme lijdende bewustzijn te genezen, dan moeten de paardemiddelen uit de kast worden gehaald.

‘Na dit leven’ is een buitengewoon dramatisch boek.
De keurige dr. Alexander, een schoolvoorbeeld van de geslaagde Amerikaan, wordt met een enorme uppercut KO geslagen. Zeven dagen lang ligt hij meer dood dan levend in zijn bed.
Maar daarna verrijst hij op wonderbaarlijke wijze ‘uit de doden’, levender dan ooit.
Dat is het eerste wat zijn zoon opmerkt: zijn vader is ‘aanweziger’ dan ooit tevoren.

Eben Alexander is flink op weg om wereldberoemd te worden.
Direct na verschijnen (in 2012) kwam zijn boek binnen op de eerste plaats van The New York Times-bestsellerlijst.
Het wordt nu uitgegeven in meer dan 30 landen.
En, niet te vergeten, prof. Alexander maakte zijn opwachting in Oprahs Super Soul Sunday!

Ik wil tot slot nog iets kwijt over de stijl van dit boek.
Le style, c’est l’homme.
Ik heb heel erg genoten van de jongensachtig-mannelijke geest die dit boek uitademt.
Het is Amerika op zijn best: nuchter, no nonsense en heel open.
Ik was dan ook bijzonder gecharmeerd door de volgende paragraaf:

‘Humor. Ironie. Pathos. Ik heb altijd gedacht dat wij mensen deze eigenschappen ontwikkelden om te kunnen omgaan met deze vaak zo pijnlijke en oneerlijke wereld.
En dat is ook zo.
Maar naast het feit dat ze vertroosting bieden, zijn deze kwaliteiten een erkenning – kort, flitsend, maar o zo belangrijk – van het feit dat welke worstelingen en welk lijden we in deze wereld ook ondervinden, ze waarlijk de grotere, eeuwigdurende wezens die we in werkelijkheid zijn, niet kunnen raken.
Lachen en ironie zijn in wezen herinneringen aan het feit dat we geen gevangenen zijn in deze wereld, maar passanten.’

Zo hoort u het ook eens van een ander.

En dat die ander een Amerikaan is, een inwoner van het land dat bevolkt wordt door superwezens, dat moet u er maar bijnemen.
Je vraagt je af waarom Alexander een bijna-doodervaring moest hebben als hij bij zijn leven al omringd was door louter engelen, door mensen die prachtig, liefdevol, gezegend, kundig, buitengewoon, door God gezonden, ongeëvenaard, fantastisch, gepassioneerd, enthousiast, briljant, wonderbaarlijk, zeer belangrijk, gevoelvol en moedig zijn.
Want zo omschrijft hij in zijn Dankwoord zijn familieleden, vrienden en kennissen.

Tja, nobody is perfect.
Zelfs een Amerikaan na een BDE niet.

20130709-114328.jpg

En wat zeggen de sceptici over Eben Alexander?

Onder andere dit (let op de wetenschappelijke toon):

How could a doctor of the brain make this statement? His Neocortex was not working. How could he say his brain was dead? Simple. He is a silly, superstitious man, who had a good dream and now is making money off of it. The reality is that science saved him. Medicines that were not available 20 years ago, saved his life. How does he repay this kindness? He feeds the extremist Christians with a load of crap that they are feeding to their children.

Superstitions are dangerous. They are the basis for prejudice, violence and wars. Dr. Alexander is fueling this fire with his book and false claims. Congratulations on your Newsweek cover story. You have no idea of the damage you have done.

The medical and educational communities should shun him for his inappropriate leveraging of his title to sell a book of fairy tales and lies.

Blaffende honden

Afgelopen week heb ik met een andere blogger (die ik persoonlijk van haar noch pluimen ken) een discussie gevoerd over homeopathie.
Het was het klassieke verhaal: homeopathie is duur water, boerenbedrog, volksverlakkerij.
Klassiek was ook: wat bezielde me om daartegenin te gaan, of daar op zijn minst enkele vraagtekens bij te zetten?
Want de uitkomst was als altijd: ik kreeg een karrevracht scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd (dit keer variërend van crimineel en degoutant tot idioot en fanatiek) en we kwamen geen stap, zelfs geen millimeter verder.

Twijfel is de moderne sceptici volkomen vreemd.

Ze zijn zo zeker van hun zaak dat iedereen die het met die zaak niet eens is, wel een mens van slechte wil moet zijn, een kwaadaardig wezen met als enig motief het bedriegen en misleiden van zijn medemens.
Niet eenvoudig om dan beleefd en rationeel te blijven, zeker niet als je merkt dat deze mensen zichzelf héél beleefd en héél rationeel vinden. Want eigenlijk zouden ze je met de botte bijl aan mootjes willen hakken. Eigenlijk is dát hun plicht als mens en beschermer van de zwakken: uitroeien dat gespuis!
Maar dat doen ze niet, nee, het zijn beschaafde mensen die niet met bijlen zwaaien.
Met een enorme krachtinspanning brengen ze zichzelf ertoe om alleen maar wat te schelden, te blaffen, te spotten en te honen. Ze overwinnen zichzelf, uit liefde voor de mensheid. Maar dacht u dat ze daar erkenning voor krijgen, laat staan dankbaarheid?
Nee, meneer. De ander voelt zich op zijn teentjes getrapt!
Hij vraagt waarom ze zo blaffen.
Terwijl de vraag zou moeten zijn waarom ze niet bijten.
Die alternativo’s zouden moeten uitgeroeid worden, en als de reguliero’s dat dan, uit de goedheid huns harten, niét doen en hen alleen bestraffend toespreken, zijn ze godbetert … beledigd!
Is dat niet om je bezinning te verliezen, meneer, om helemaal door het lint te gaan?
Al een geluk dat ik achter mijn computer zat … !

Dat is zo’n beetje de geest die ik in deze rationele, humane sceptici aan het werk voel.
En ik krijg het er koud van, want hij bestaat uit blinde woede en haat.
Maar achter die geest bespeur ik nog iets anders. Ik bespeur daar angst, diepe angst.
Want waarom zou je uit je dak gaan omdat er mensen zijn die duur water drinken en geloven dat ze daarvan genezen?
Tenslotte zijn er ook mensen die Perrier drinken en zich daardoor beter voelen.
Is dat een reden om woedend te worden?
Wat voor kwaad richten homeopathen aan? Dat ze terminale kankerpatiënten behandelen met zuiver water? Serieus, hoeveel zouden dat er zijn?
Nee, ik bespeur achter hun agressie geen humanistische idealen, ik bespeur angst, angst dat hun zekerheden hen zullen afgenomen worden.
En die zekerheden zijn de zekerheden van degenen die de macht hebben, de overheid, de rijken, de wetenschap, de farmaceutische industrie. Daar ontlenen deze moedige sceptici hun zekerheden aan, en wee degene die daaraan wil tornen!
Alsof die duurwaterdrinkers het voortbestaan van heel dat gigantische machtsapparaat bedreigen!

Verrek.

Misschien ís dat wel zo.

Misschien voelen deze sceptici dat heel dat machtige complex aan het wankelen is.
Degenen die ertegen vechten, voelen alleen zijn betonnen hardheid en onwrikbaarheid.
Maar degenen die aan de binnenkant verblijven, voelen misschien iets anders.
Ik weet het niet.
Ik vraag me alleen af waarom ze zo vreselijk tekeer gaan, zij, de leden van de zo machtige meerderheid, als een lid van die meelijwekkend softe minderheid aan hun mouw trekt en zegt: ja maar, meneer…

Als ik getuigen van Jehova aan de deur krijg, dan blijf ik altijd vriendelijk. Ik verontschuldig mij voor mijn gebrek aan interesse. En zij begrijpen dat. Ze dringen nooit aan en nemen steeds heel vriendelijk afscheid. Want zij kunnen mij niks maken. Ik voel me totaal niet bedreigd door die brave mensen en hun geloof in Jezus met zijn mooie baard. Ik heb met hen te doen, maar ik gun hen hun zekerheden. En ik kan dat omdat mijn zekerheid sterk genoeg is.
Maar al die branie, al dat gebrul van de ‘wetenschappelijken’, van zij-die-de-waarheid-in-pacht-hebben: het wijst er alleen maar op dat hun zekerheden wankelen en met man en macht verdedigd moeten worden.

Ik ontleen echter weinig genoegdoening aan die gedachte.
Het moderne machtssysteem is een monsterlijk monster.
En hoed u voor een monster dat gekwetst is en in gevaar verkeert!
Het wordt nog veel gevaarlijker.

Ach, hoe zielig zijn die zelfverklaarde helden van de Rede waarmee dit monster zich voedt!
Toen ik, beleefd en vriendelijk, een eind had gemaakt aan de uitzichtloze discussie, waren ze daar opeens, om lucht te geven aan hun woede en verontwaardiging over het bestaan van mensen such as myself.
Ik had me al afgevraagd waar ze bleven tijdens de schermutselingen.
Mijn opponent kon toch niet de enige zijn die homeopathie duur water vond!
Ik vreesde er zelfs een beetje voor dat ze me van alle kanten zouden beginnen aanvallen.
Maar ze bleven weg, gelukkig.
Ik had m’n rug echter nog niet gedraaid of daar waren ze: schuimbekkend van woede, en luidkeels de moed prijzend van mijn tegenstander, die erin geslaagd was zo beschaafd en rationeel te blijven tegenover een briesende Berserker zoals ik.

Ik kreeg voorwaar medelijden met hen.

Arme blaffende honden, verslaafd aan de ketting die hen de keel dichtsnoert, gretig likkend aan de hand die hen slaat.
Arme moderne mens, zo vol van zichzelf, en toch zo bang!

20130628-190706.jpg