Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Categorie: ik blog, dus ik ben

Cynisme

“Cynici weigeren zich als eeuwige klagers te laten afschilderen. Ze zijn realisten. Ze weten dat de wereld niet de zonnige fantasie is die de goeroes en de oplichters van het positieve denken ons willen aanpraten… Cynisme is geen persoonlijkheidskenmerk maar een geesteshouding. Cynici willen de waarheid klaar en helder zien.Vragen stellen en twijfelen is geen doel op zich maar een manier om de waarheid achter de leugens te ontdekken.”

(Julian Baggini, filosoof)

20130717-205330.jpg

Advertenties

Skuzi

Gisteren wat vrienden en kennissen op de hoogte gesteld van mijn kersverse blog. Vind ik als PASS (Persoon met een AutismeSpectrumStoornis) toch wel een beetje bangelijk. Naar buiten komen. Mijn schulp verlaten. In gevaar verkeren. (U begrijpt mijn medeleven met het lot van broeder Mossel) Ik was er niet goed van. Wat had ik nú weer gedaan? Waarom dergelijke risico’s nemen! Was het nog niet erg genoeg dat de seizoenen van plaats verwisseld waren?

Maar zie, ik kreeg al onmiddellijk een paar reacties.

Ik dacht dat ze automatisch op de blog zouden verschijnen. Maar nee, ze verschenen op de WordPress-app. Wat stond er ook weer boven? Wachten op moderatie? Iets van die strekking.

Zucht.

Moderatie. Wat heb ik een hekel aan dat woord!
Ik heb het leren kennen als een gewichtige formule die mensen gebruiken als ze je de mond willen snoeren. Meestal omdat je dingen zegt die ze niet willen horen. Omdat je dwars tegen hun mening in gaat. En dat wil ik wel eens doen.
Moderatie is een woord dat veel gebruikt wordt door mensen die vinden dat er grenzen zijn aan de vrije meningsuiting. Die vinden dat bepaalde dingen niet mogen gezegd worden.
Wel, ik vind dat alles moet kunnen gezegd worden.
Er zijn helemaal geen grenzen aan de vrije meningsuiting.
Dus mogen mensen op mijn blog schrijven wat ze willen.
Niks moderatie.

Dat wil niet zeggen dat ik sommigen er niet af zal gooien.
Ik ben niet naïef.
Ik ben bekend met het verschijnsel ‘trollen’. Dat is een ander woord voor pesten.
Pesten is niet hetzelfde als discussiëren of van mening verschillen.
Het is anderen je mening met geweld opdringen.
En dat heeft niks meer te maken met vrije meningsuiting.
Die houdt namelijk in dat je niet verplicht kunt worden te luisteren naar iemands mening.

Er zijn beslist mensen met wie ik niet meer wil praten.
Omdat ik ondervonden heb dat het hen niet om meningen te doen is.
Het is hen om de meningsuiters te doen.
Ze spelen de man in plaats van de bal.
Het gebeurt natuurlijk geregeld dat iemand in het heetst van de gedachtenstrijd de man raakt in plaats van de bal. Dat doet pijn. Maar die werd niet opzettelijk toegebracht. En dus moet je die pijn kunnen verdragen. Omwille van het spel van de vrije meningsuiting.
Maar er zijn ook mensen die het spel misbruiken om anderen opzettelijk te kwetsen.
Zij doen dubbel pijn: ze kwetsen de ander en ze kwetsen het spel zelf.
Zij gaan eruit. Rode kaart. Geen discussie.

Ik hoop ze niet op bezoek te krijgen. Maar ik heb genoeg voetbal gekeken om te weten dat er altijd wel eentje bij loopt. Ze schoppen hun medespelers zonder scrupules het ziekenhuis in. Maar erger is (gebroken benen genezen) dat ze van het voetbalspel een kinderachtige vertoning maken, met spelers die kermend over de grond rollen en roepen: meester, meester, hij doet het het weer! In de hoop dat the-man-in-black zijn rode kaart bovenhaalt.
Zowel het voetbalspel als het spel van de vrije meningsuiting veronderstelt enige volwassenheid.
Het veronderstelt mensen die geen meester of arbiter nodig hebben, omdat ze de regels uit vrije wil volgen. Omdat ze inzien dat er anders geen spel meer is.

En wat is het leven waard als je niet kunt spelen!
Een mens is maar mens als hij speelt.
Is het nu met een bal of met meningen.

En er is geen spel zonder regels.

Regels zijn geen noodzakelijk kwaad.
Ze zijn een vrije schepping van de mens.
En de mens schept, net als God vermoed ik, omdat hij vreugde wil beleven.
Dat is zijn diepste streven, zijn diepste zin.
De mens is geschapen om vreugde te scheppen.
En dat doe je door te spelen.
Maar spelen is tegenwoordig zwaar werk.

Schep maar eens vreugde als je op 24 juni zit te kleumen van de kou!
Dan moet je behoorlijk diep scheppen.
Zwaar labeur!
Maar je krijgt er wel warm van.
En daar gaat het om.

Maar er is één soort labeur waar ik het niét warm van krijg. Wel integendeel.
En dat is technologisch labeur.
Vind ik vreselijk.
Het is zowat het tegenovergestelde als prei planten met je blote handen.
Het heeft geen … grond.
Het leeft niet.
Het is zo dood als een pier.

Ik haat werken met dode dingen.
Maar ik moet.
Hoe krijg je anders een blog in de lucht?

En dus zat ik daar gisteren te staren naar die ‘te modereren’ reacties.
Wat moest ik doen?
Dit knopje misschien?
Oeps, reactie weg! Verdwenen in cyberspace.
Geen groot verlies. Er stond alleen ‘leuk’.
Een andere reactie. Meer woorden.
Even dít knopje proberen.
Oeps, reactie alweer weg!
Dat begon goed.

Op alle andere knopjes gedrukt.
Reacties bleven weg.
Ik begon bang te worden dat ik straks m’n hele blog kwijt zou zijn als ik op knopjes bleef drukken.

Dus schreef ik maar liever een nieuw berichtje.
Want dat kan ik al.
Soms mislukt het nog wel eens, en ik heb dan geen idee wat ik verkeerd heb gedaan.
Maar meestal lukt het wel.
En dan ben ik blij.
Weer een beetje vreugde geschept.

Dus lieve lezers en lezerinnen, als jullie reacties niet verschijnen, weet dan: ik heb op het verkeerde knopje gedrukt. Meer niet.

Ja, er valt nog veel te scheppen en te graven.
Hoe je vreugde kunt scheppen in het drukken op knopjes, daar ben ik voorlopig nog niet achter.
Maar wie weet, komt het nog wel.
Vreugde haast zich niet.
U toch ook niet, hoop ik?