Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Categorie: Koen Meulenaere

De nar en de tijd

  
 
Onze democratie is zo diep gevallen dat we een nar als Kaaiman nodig hebben om de waarheid nog gepubliceerd te krijgen.   (Pieter Bauwens)

Homo e(ro)thicus

  

Wie Luc Alloo op bezoek bij Etienne Vermeersch heeft gezien, is nog altijd niet van de schok bekomen. Dat iemand in zo’n rommelkot kan leven en denken is al verbazend, dat het dan nog de slimste mens van dit land is, valt niet te vatten. En dan had de professor nog speciaal opgeruimd, omdat de televisie kwam.

Wij weten dat omdat we huize Vermeersch vele jaren zelf hebben bezocht en u al meermaals hebben beschreven. Weer dachten velen dat wij overdreven, maar die piepen anders nu ze het zelf gezien hebben. Het begint al met de voortuin, een woestenij waar mier noch pier doorheen geraakt, en waarin de voordeur onvindbaar blijft voor wie ze niet weet staan achter stapels dozen vol kranten en tijdschriften. Wij hebben er ooit één uitgetrokken om onze beslijkte schoenen af te vegen, bleek een ‘Volk en Staat’ uit 1938 te zijn. En die doos stond nog bovenaan.

Als men de bel vindt en de professor blij gemutst en gerieflijk gepantoffeld komt aangesloft, begint het gedeelte van het bezoek waarin men niet langer vertrouwen schenkt aan zijn eigen waarnemingsvermogen. Zijn bureau geraak je met een bulldozer niet in: geen halve centimeter tapijt of behangsel is zichtbaar, alles ligt bezaaid met papieren, documenten, fardes, boeken en kaarten. De professor zelf vindt er blindelings zijn weg. Heeft ons eens verrast door te verwijzen naar een artikel in Mens & Maatschappij uit 1964, om vervolgens met een snoekduik in een woud van papier en karton te verdwijnen. Enkel uit een vaag geritsel in de verte konden wij opmaken dat hij nog leefde, en toen kwam hij uit een heel andere hoek plotseling weer tevoorschijn en sloeg voor onze verbaasde neus het betreffende tijdschrift open op bladzijde 8: ‘Waarom God niet bestaat, door prof. dr. Etienne Vermeersch s.j.’

De eerste keer dat wij er te gast waren, vroegen wij domweg: ‘En wat doet u met alle mappen die hier niet meer bij gestouwd kunnen worden?’ Dat bleek snel. ‘Kom’, antwoordde de professor, ‘we zullen naar de living gaan.’ En inderdaad, in zijn bureau was nog veel plaats vergeleken bij de woonkamer, waarin op één hoekje van wat denkelijk een tafel was nog één klein koffiekopje kon balanceren, en waar boven op een bergketen van pizzadozen, vergeelde documenten, rapporten, vonnissen en perkamenten een achttal poezen, een eend of vier, en een nijlgans lagen te pitten. In de hoek een keurig salon dat mevrouw Vermeersch met een politielint had afgespannen. ‘Als ik daar iets zou leggen, moet ik terug naar de jezuïeten’, zuchtte haar man droef. De keuken had hij wel ingepalmd, daar kon zelfs de kat niet meer binnen.

Voor de rest ging de uitzending met Alloo uitsluitend over seks. De professor vertelde honderduit over de geneugten van het masturberen en het lustverhogende effect van zweepslagen op dijen, inzonderheid op blauwe plekken. Had het over zijn onbedwingbare erecties waarvoor hij een cursus was gaan volgen in een dansschool in Brugge. Viel op de Blandijnberg een tiental studentinnen lastig met schunnigheden over zijn zaadcellen en hun eicellen. Maakte voor de camera een gewaagd nummertje met de bazin van zijn stamkroeg. En hield terwijl de aftiteling al liep nog snel een exposé over de clitoris van Goedele Liekens, die kennelijk niet veel geheimen voor hem had.

De faculteit moraalfilosofie zal volgend jaar een numerus clausus moeten invoeren.

(Koen Meulenaere) 

Spreekuur

  

Het Oekraïne-referendum in Nederland is een waar feest van de democratie geworden: de bevolking zei nee en daar maakte de regering ja van. Ze bediende zich daarvoor van de waarlijk geniale redenering: 30% is komen stemmen en dat betekent dat we 70% bij de ja-stemmers moeten tellen. Dat ze daardoor in één klap ALLE Europese verkiezingsuitslagen – de Belgische uitgezonderd (want daar moet iedereen gaan stemmen) – ongeldig  verklaarde, was geen bezwaar want verkiezingen zijn toch maar een vervelende zaak voor regeringen en apparatsjiks allerhande. Koen Meulenaere formuleert het als volgt:

‘In het Verenigd Koninkrijk lopen ze zich warm voor het referendum van 23 juni, over precies twee maanden. De vraag wat de vraag is, is de vraag niet. Die doet in een referendum namelijk niet ter zake. Nog minder dan de uitslag, waaraan men ook niet meer dan minimale aandacht zal besteden. Waar het in een referendum om gaat, is de analyse die erover wordt gemaakt door het onrustwekkend aangroeiende leger van politiek analisten, van wie er zorgbarend veel Vos of Vis heten. Twee weken geleden hebben 4 miljoen Nederlanders deelgenomen aan een raadpleging waarvan de opgave luidde: ‘Bent u voor of tegen de goedkeuring van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne?’ Welnu, geen van die 4 miljoen heeft geantwoord op deze vraag. Wel op vele andere, die niet gesteld werden.

Het gevolg van dat reeds in voege zijnde verdrag is op dit moment al een burgeroorlog in Oekraïne, plus een uitzichtloze politieke chaos en het verlies van twee belangrijke landsdelen. Daarnaast wederzijdse handelssancties tussen de EU en Rusland. Mits één goed gemikt vlammetje aan de juiste lont kan daar op korte termijn bij komen: een atoomoorlog met de Russen. Zijn vóór dit rampzalige akkoord: Guy Verhofstadt en Karel De Gucht. Dan moet er niet lang meer getwijfeld worden. Het vergt niet veel fantasie om te vermoeden dat hier en daar een Nederlander loopt, bijna zeker een kijker van Pauw, die zijn mening over deze idiotie wil kenbaar maken. Wel, daartoe heeft die mens vele mogelijkheden: brievenrubrieken in kranten, internetfora, van appelsienkisten voorziene speakers-corners op de markt, parochiezalen, brasseries, een massa praatshows… maar niet het referendum.

De voorbije volksraadpleging in Nederland, zo verzekerden ons de politieke betweters, ging over veel: het lidmaatschap van de Europese Unie, het voortbestaan van de regering-Rutte, de referendumwet zelf, het homohuwelijk, de voortzetting der Deltawerken, de verplaatsing van de Elfstedentocht naar de zomer, desnoods over nieuwe teelmethoden voor tulpenbollen, maar niet over de vraag of het associatieverdrag met Oekraïne moest worden goedgekeurd. Ook bij gewone verkiezingen is het erg, ook dan heeft de kiezer altijd iets anders willen zeggen dan hij gezegd heeft, maar bij referenda is de minachting voor het volk het grootst. Vooral bij liberalen. Dat burgers zich met kennis van zaken zouden uitspreken over iets, is voor blauwe grootdenkers ondenkbaar. En voor rode nog meer. Walter Zinzen in De Standaard: ‘Als het Oekraïnereferendum iets bewezen heeft, dan wel dat een referendum het tegendeel is van wat het heet te zijn: democratisch.’

Of het Nederlandse referendum dat inderdaad bewezen heeft, is ons niet duidelijk, maar als Walter het zegt, zal het wel. En dan komt steevast het volgende rekensommetje: indien 60 procent van de 30 procent opgekomen kiesgerechtigden ‘tegen’ heeft gestemd, heeft 80 procent van álle kiesgerechtigden niet ‘tegen’ gestemd. En dus ‘voor’, besluiten mannen als Walter dan met een merkwaardige aanleg voor domme gevolgtrekkingen. We zijn dus benieuwd, niet naar donderdag 23 juni, maar naar vrijdag 24 juni. Pas dan zullen we weten wat de Britten eigenlijk hebben gezegd. En dat zal niet erin of eruit zijn.’

De piemelspits en de homoboer

  

Zoals u op onze sportbladzijden reeds kon lezen, is Benito – alle boeren zijn homo – Raman door AA Gent gedumpt bij STVV, een obscure Limburgse ploeg die onder aan de rangschikking bengelt. Daar heeft hij nu het gezelschap gekregen van Nick Proschwitz, een Duitse voetballer die eveneens gedumpt is door zijn club, dit keer niet wegens het zingen van boer- en homofobe liederen maar wegens het vertonen van zijn Glockenspiel in een of ander hotel, wat hem in de Vlaamse voetbalpers de bijnaam ‘piemelspits’ heeft opgeleverd. Een dergelijke concentratie van gedumpten kon natuurlijk niet zonder gevolgen blijven en inderdaad, afgelopen weekend is STVV gaan winnen op Standard, een club die in de goal eveneens een gedumpte had staan, namelijk Victor Valdez, die met Barcelona alles gewonnen heeft wat er te winnen valt in het voetbal en nu in de Waalse modder rondplempt. U ziet de drie gedumpten hierboven samen op de foto. 

Het kan geen kwaad om samen met Koen Meulenaere de feiten nog eens op te frissen, maar dan de feiten zoals ze zich hebben voorgedaan en niet zoals iedereen beweert dat ze zich hebben voorgedaan.

‘Gentse supporters noemen de rivalen van Club Brugge ‘boeren’. Net als die van Lier die van Westerlo, die van Mechelen die van Lier, die van Antwerpen die van Mechelen, en die van Brussel die van Antwerpen. Al eeuwenlang noemt wie zich de meerdere voelt wie hij de mindere acht: ‘Boerke.’ De Gentse fans pakken met graagte een paar keer per match, ook als het niet tegen Club Brugge is, uit met het spotlied: ‘Alle boeren zijn homo’s.’ Of dat homofoob is of niet is een gecompliceerde discussie. Sommigen voeren aan dat wie dit homofoob noemt zelf homofoob is, aangezien hij geen probleem zou hebben met ‘Alle boeren zijn hetero’s.’ Dat geldt nog meer voor wie beweert dat het gezang een belediging is voor de boeren. Hoezo, belediging?

Na het gewonnen duel tegen Kortrijk zou de immer speelse Raman via de stadionmicrofoon het gecontesteerde lied samen met de Buffalo-supporters ten gehore hebben gebracht. Let hier op het woord ‘zou’. Alom werd schande gesproken, Raman werd door de Voetbalbond één en door zijn eigen club twee wedstrijden geschorst, kreeg een gigantische boete en werd daarenboven verbannen naar Sint-Truiden, na elektrocutie de zwaarst denkbare sanctie. 

Wij hebben de beelden nu voldoende bekeken om zeker te zijn: Raman heeft helemaal niet gezongen dat alle boeren homo’s zijn. Hij zong: ‘Alle boeren zijn hoo.’ Op dat moment griste de alerte stadionomroeper hem de microfoon uit handen. Niemand, wellicht ook hijzelf niet, weet hoe hij voortgegaan zou zijn. Misschien met: ‘Alle boeren zijn hoopvol.’ Een bewering waaraan weinigen zich hadden gestoord en die bovendien correct is: na de zachte winter zijn in landbouwkringen de verwachtingen op een voorspoedige oogst inderdaad hooggespannen. Dat ze homo’s zijn, heeft Raman klaar en duidelijk niet beweerd, maar de duizend supporters voor hem met evenveel zekerheid wel. En wat gebeurt dan, in een rechtsstaat als die van Koen Geens? Wie het wel zong wordt niet gestraft, wie het niet zong wordt wel gestraft. Het is als Femke Van den Driessche, geschorst voor een fiets waarop ze niet gereden heeft.’

Kaaiman in Koksijde

  

‘Het is ook verheugend dat een succespleiter als Van Steenbrugge beide componenten van een aanranding ter harte kan nemen: slachtoffer én dader, al dan niet vermeend. Indien iemand beweert, zonder bewijzen, dat hij vijftig jaar geleden een keer bewreven is door een overvriendelijke pastoor, trekt meester Van Steenbrugge ten strijde tegen alle priesters, alle bisschoppen, en tegen het Vaticaan. Weliswaar voor een verkeerde rechtbank via een verkeerde procedure namens verkeerde eisers tegen verkeerde daders over verkeerde feiten, maar dat ligt meer aan ons gebrekkige rechtssysteem dan aan zijn vakkunde.

Indien evenwel een kind uit de Westhoek beweert, zonder bewijzen, dat het vijf minuten geleden is vastgegrepen door een Irakees, dan wijst meester Van Steenbrugge er streng op dat alleen mag worden opgetreden indien een rechter het bewijs tegen de beschuldigde onweerlegbaar heeft bevonden.

Zijn vennote meester Mussche verdedigde ooit, en zoals in hun associatie gebruikelijk met veel succes, een professor zoölogie van de Universiteit Gent die bij ledikantsessies met een studentin haar tweejarige kleuter bij herhaling seksueel misbruikte. Maar hij was geen katholiek, dat was dus minder erg. Twee jaar cel.’

(Koen Meulenaere)

Bloedrood

  

One of the great lessons of the 20th century, paid for with the suffering and blood of hundreds of millions, is that communism was a failure in both economy and governance. This was demonstrated repeatedly with the fall of the Soviet Union, the switch in China from communes and central planning to capitalism, the vast slaughter of the Khmer Rouge, the breakdown of the Cuban economy, and the starving prison house that is North Korea.

The one place that marxism has succeeded is in conquering academia in Europe and North America. Marxism-Leninism is now the dominant model of history and society being taught in Western universities and colleges. Faculties of social science and humanities disguise their marxism under the label “postcolonialism,” anti-neoliberalism, and the quest for equality and “social justice.” And while our educational institutions laud “diversity” in gender, race, sexual preference, religion, national origin, etc., diversity in opinion, theory, and political view is nowhere to be seen. So our students hear only the Marxist view, and take it to be established truth.

Postcolonialism is the view that all ills in the world stem from Western imperialism and colonialism. The hierarchical caste system in India, that disenfranchises half the population as “untouchables,” is, according to postcolonial analysis, and invention of the British while they governed India. So too with tribes in Africa, allegedly invented by the British colonial authorities to “divide and conquer” the native African, who previously had all mixed together happily with no divisions and no conflicts. So too in Central Asia, where, thanks to Soviet colonial authorities, “formerly fluid hybridities and contextual identifications were stabilized, naturalized, and set into a particular mold that gave each group a definitive history, physiognomy, mentality, material culture, customs, language, and territory,” according to one postcolonial author. Apparently, according to the postcolonial view, history and culture in India, Africa, and Central Asia started with the arrival of outsiders in recent centuries.

In the Middle East, problems and disorder began, according to postcolonialism, with the Sykes-Picot arbitrary boundaries imposed by the West after WWI, and the imposition of the “foreign and colonialist” Jews on the “indigenous” Palestinians. Unnoticed by postcolonialists are the Persian, Hittite, Roman, Byzantine, Arab, Mongol, and Ottoman imperial conquests that made up much of Middle Eastern history, or the unending tribal conflicts beyond the control of imperial authorities. Once again, for postcolonialists, local and regional cultures were benign, and history began with Western imperialism in recent centuries.

(Philip Carl Salzman)

Bron: dailycaller.com

Waale zaan van Meulebeik!

  
 

In zijn onvolprezen column ‘Kaaiman’ wijst Koen Meulenaere op een interessant detail van de Parijse aanslagen. Hij schrijft: ‘Als de aanslagen in Parijs inderdaad zo professioneel gepland waren als ons wordt verteld door allerlei duiders die de afgelopen dagen weer met geen spray te verjagen waren, begrijpen wij niet goed waarom de zelfmoordterroristen voor het Stade de France aan hun bommenkoordje getrokken hebben terwijl de match al bezig was en iedereen op de tribunes zat, en niet een uur voor aanvang toen 80.000 supporters naar de ingang stroomden. Alvast dat onderdeel van de terreuractie moet zijn voorbereid in Molenbeek, waar er tijdens wedstrijden in het Edmond Machtensstadium al twintig jaar meer volk buiten staat dan binnen.’

David Van Reybrouck had daar ook al op gewezen in zijn open brief aan de Franse president: wie op een massa-manifestatie waar 80.000 mensen bijeenkomen slechts één slachtoffer weet te maken is een prutser. Daaruit leidde Van Reybrouck af dat de aanslagen niet het werk waren van een ‘terroristisch leger’ zoals Hollande beweerde, maar van ‘lone wolves‘, ontspoorde enkelingen. Om deze originele stelling kracht bij te zetten, noemde hij ze lafaards, klootzakken en monsters. Ik leid daar op mijn beurt uit af dat Koen de Zwanzer meer verstand heeft dan David de Ernstige. Ten eerste zie ik niet in waarom een leger niet terroristisch zou kunnen zijn, en ten tweede zie ik niet in hoe een paar ‘ontspoorde enkelingen’ precies terzelfdertijd op verschillende plaatsen kunnen toeslaan. Daar is meer toeval voor nodig dan zelfs een overtuigd Darwinist in zijn rugzak heeft.

David Van Reybrouck heeft natuurlijk wél gelijk wanneer hij Hollande zijn oorlogsretoriek verwijt. De hele ellende is namelijk begonnen toen Bush de oorlog verklaarde aan het terrorisme. Had Amerika na 9/11 gewoon zijn wonden gelikt in plaats van wraak te nemen, dan zouden we nu in een veiliger wereld leven. Al die represailles en wraaknemingen zijn als een doos van Pandora: eens je ermee begint, komt er geen einde meer aan. Je kunt die vicieuze cirkel van haat alleen stoppen als je je wraak ‘offert’, als je incasseert zonder in de tegenaanval te gaan. Dat betekent uiteraard niet dat je niet moet proberen om een vervolg te vermijden, maar dat is iets anders dan wraak nemen. 

David Van Reybrouck doet in zijn open brief iets wat me meer en meer begint op te vallen: hij verkondigt in één adem waarheid en leugen. Die twee lijken steeds meer hand in hand te gaan, ja ze vallen vaak nagenoeg samen. Met name journalisten en intellectuelen verstaan steeds beter de kunst om tegelijk te liegen en de waarheid te spreken. Ik gaf daar al een voorbeeld van onder ‘Wrang’ (14 november) toen Bart Eeckhout het had over ‘trots en gloedvol verdergaan met het leven, denken en spreken in vrijheid’. Dat is een waarheid als een koe, maar tegelijk was het een groteske leugen omdat ze uit de mond kwam van iemand die zich al jaren inspant om het leven, denken en spreken in vrijheid aan banden te leggen. 

Bart Eeckhout doet eigenlijk precies hetzelfde als Koen Meulenaere, maar dan omgekeerd. De eerste vertelt een waarheid die tegelijk een leugen is, en de tweede vertelt een leugen die tegelijk een waarheid is. Het verschil tussen beide is dat Meulenaere dat bewust doet en Eeckhaut niet. Deze laatste beseft waarschijnlijk niet dat hij een pertinente leugen verkoopt en zijn lezers beseffen het evenmin. Koen Meulenaere daarentegen maakt er spelletje van en zijn lezers weten dat. Ze weten dat hij leugen en waarheid door elkaar mengt en dat ze dus alert moeten zijn. Ik herinner me nog een column waarin hij verslag deed van een rit in de Ronde van Frankrijk. Het begon heel serieus maar langzaam slopen er overdrijvingen in die ten slotte zo onwaarschijnlijk werden dat je wel moést inzien dat het kolder was. Ik weet nog dat ik niet meer bijkwam van het lachen toen mijn ‘frank’ viel. 

Wat een plezier om bewust om te gaan met die vermenging van waarheid en leugen! Wat een treurnis om erdoor misleid te worden! In het eerste geval wordt er verwarring gecreëerd waaruit dan inzicht ontstaat. In het tweede geval wordt er inzicht gecreëerd waaruit verwarring ontstaat. David Van Reybrouck is een voorbeeld van het tweede geval. Het klinkt allemaal heel serieus wat hij zegt, heel gemeend en heel terecht, maar dan volgt er – op dezelfde toon, alsof het allemaal deel uitmaakt van één en dezelfde waarheid – een politiek correct cliché van hier tot ginder. En dan voelt een mens zich natuurlijk bekocht . En is Van Reybrouck zich waarschijnlijk van geen kwaad bewust. 

Zoals ik al zei, Koen Meulenaere is ondanks – of juist dankzij – zijn gezwans, een stuk verstandiger. Net als Van Reybrouck noemt hij de terroristen van het Stade de France prutsers. Dat kan ook niet anders, zegt hij, want ze komen van Molenbeek. En vervolgens dist hij een heel verhaal op over de tijd dat hij nog supporter was van RWDM (Racing White Daring Molenbeek), een verhaal dat een mengeling is van waarheid en verzinsel. Op deze speelse, ogenschijnlijk niet ernstige, manier zet hij de lezer aan om na te denken, om onderscheid te maken, om vragen te stellen. Zoals: waarom was er zo’n groot verschil tussen de kille, beheerste moordenaars in Le Bataclan en de stuntels aan het voetbalstadion? Wat een bloedbad hadden deze laatsten niet kunnen aanrichten! Om maar te zwijgen over de gevolgen van de paniek die zou ontstaan – denk aan het Heizeldrama! Maar dat gebeurde allemaal niet, want ze mochten het stadion niet binnen. Waarom niet? Ze hadden nochtans kaartjes, heb ik gelezen. 

Het zou er kunnen op wijzen dat deze terroristen niet in staat waren om zelfstandig te handelen. Want wat doet een terrorist die dat wél kan? Hij gaat in de Mc Donalds zitten wachten tot de wedstrijd voorbij is, mengt zich tussen de 80.000 supporters die naar buiten stromen, en trekt dán aan het koordje. Mission accomplished. Koen Meulenaere heeft waarschijnlijk gelijk: ‘dit onderdeel van de terreuractie moet zijn voorbereid in Molenbeek.’ Met andere woorden, deze terroristen waren geen grote lichten. Zo zien ze er trouwens zelden uit. Het zijn jonge jongens, niet eens volwassen. Ze hebben waarschijnlijk nooit grenzen gekend, en in hun salafistische opvoeding hebben ze geleerd dat grenzen niet mogen bestaan, want dat de hele wereld islamitisch hoort te zijn. In die roes van ‘er zijn geen grenzen’ botsen ze dan op een simpele grens: ze mogen niet in het voetbalstadion! Je zou denken dat moslims dat gewoon zijn (als je hun klaagzangen hoort), maar in dit geval was het blijkbaar genoeg om hen te ontnuchteren.  

Ik kan me bij die ontnuchtering wel iets voorstellen. Je leeft in in die schijnwereld van de fundamentalistische islam, een heel geborgen wereld van allemaal broeders en zusters die hun leven veil hebben voor de goede zaak. En buiten loert het Grote Monster dat alle moslims wil opvreten! Omhuld door die zeepbel trekken de moedige helden dan de wereld in, als ridders van de ronde tafel, uitgestuurd om licht te brengen in een verduisterde wereld. Is dat trouwens niet waar iedere jongen van droomt, moslim of niet? En droomt hij daar niet heviger van naarmate de wereld alle grote verhalen aan de kant schuift en vervangt door een zinloos materialisme? Dat materialistische bestaan is misschien wel aangenaam voor wie het kan betalen, maar voor de anderen is het van een verstikkende, wurgende saaiheid. En niemand voelt die grauwe saaiheid beter dan jongens, niemand heeft een ‘groot verhaal’ meer nodig dan zij. En dus zuigen ze zich vol met de fanatieke islam, want die geeft eindelijk zin aan hun leven.

Als ze dan de grote dag aanbreekt en ze het Stade de France bereiken, stijgt de vervulling tot extase. Hun leven is nu barstensvol zin en als ze straks ontploffen, zal die zinvolheid kosmische dimensies aannemen, want ze zullen in de hemel als martelaren ontvangen worden door alles waar ze hun leven lang van gedroomd hebben: vrouwen, drank, plezier, roem en eer. Ja, ze wanen zich reeds in de hemel. Maar dan gebeurt er iets onverwachts. Ze mogen er niet in. Zijn ze te laat en zijn de deuren al gesloten? Vertrouwt de man van de security de vreemde uitdrukking op hun gezicht niet? Wat er ook van zij, hun zeepbel ontploft. Weg is de roes, weg de extase. Ze kijken verdwaasd rond. De straten zijn leeg, iedereen zit binnen in het stadion waaruit het gejuich van tienduizenden mensen opstijgt. Het is een beeld van hun leven: het westerse paradijs is binnen handbereik, maar ze mogen er niet in. Opeens zijn ze weer alleen met die wurgende leegte in hun ziel, dat machteloze verlangen. Het is meer dan ze kunnen verdragen, en zonder er verder nog bij na te denken, trekken ze aan het koordje. 

Is hun terroristische daad een poging om alsnog in de hemel te komen of is het een poging om te ontkomen aan de helse zinloosheid op aarde? Wie zal het zeggen? Zelf kunnen ze het niet meer. Maar zouden ze het wel kunnen als ze nog leefden? Ik betwijfel het. En daarom moeten wij het in hun plaats doen. Wij verschillen minder van die zelfmoordenaars dan we denken. Hoeveel van ‘onze’ mensen plegen geen zelfmoord! Drie per dag. En dan zijn daar nog niet eens de mislukte pogingen bij gerekend. Het leven wordt voor ons stilaan even ondraaglijk als voor die moslimjongens. Het enige wat ons ervan weerhoudt om zelf op de een of andere manier terrorist te worden, is dat we rijker zijn en dus meer verdovende middelen kunnen kopen. En daarmee bedoel ik heus niet alleen drugs, maar ook alle materiële luxe die we ons kunnen veroorloven en die het leven draaglijk maakt. En de geestelijke luxe. Want we beseffen het niet, maar de christelijke waarden die we hebben meegekregen zijn een veel grotere schat dan we denken. Misschien is het wel juist dié rijkdom die de moslims ons zozeer benijden. Misschien zijn ze wel zo kwaad op ons omdat we hen die geestelijke rijkdom onthouden, omdat we hem verkwanselen als verwende fils-á-papa die niet weten wat het is om in een woestijn geboren te worden.  

Kunst en politiek

Voor Verhofstadt is het inreisverbod in Rusland een commerciële ramp. Na zijn speech op Maidan, die zoals gewoonlijk tot een bestuurlijke chaos en een humanitaire catastrofe leidde, is hij in Oekraïne begonnen met het kweken van legkippen. Daartoe heeft hij al tal van Europese en mondiale subsidies losgeweekt, en in samenwerking met Koen Van Mechelen en Wim Delvoye is hij begonnen met het kruisen van Cubalaya-kippen met getatoeëerde varkens, in de hoop dat die eieren met spek zullen leggen. Kippen en varkens worden gelaafd met zijn eigen voor menselijke consumptie toch onbruikbare Meone-wijn, zodat de spekeieren tevens een hoogalcoholische gisting vertonen, wat vooral geapprecieerd wordt door Russische consumenten die sowieso vodka bij hun ontbijt drinken.

(Koen Meulenaere)
  

Gratis!

Attentie! Attentie!
Volgend weekend! Volgend weekend!
GRATIS! GRATIS!
Bij De Tijd, de rose gazet.
Het Jaar van de Kaaiman.
Een bundeling van de (hopelijk) beste columns die Koen Meulenaere het afgelopen jaar schreef.

Als naar jaarlijkse gewoonte: een voorproefje.

DE KIP EN HET EI

Kaaiman had een kip.
Kaaiman heeft die kip niet meer.
Kaaiman zal vertellen hoe dat komt.
En wat het verband is met Genesis.

Een tijdje geleden kochten wij bij een boer een hen, omdat we proefondervindelijk wensten uit te vissen of eigen eieren beter smaken dan die van een ander.
Je hoort dat wel eens beweren: eigen ei eerst.
Of eigen kip eerst, dat is voer voor metafysici.
‘Moet u er een haan bij hebben?’ vroeg de boer, niet van mercantilisme gespeend.
‘Zeker niet,’ antwoordde Kaaiman, ‘veel te grof in de hof. Hun vunzigheden mogen ze bij u op het erf doen.’
‘Wist u dat een kip een transgender is?’ gaf de boer er nog een gratis les dierkunde bij.
‘Wat zegt u me daar?’ riep Kaaiman verbaasd.
‘Een transgender? Zoals Dana International? En Andréke Vermeulen?’
‘Neenee,’ haastte de boer zich, ‘zo erg niet. Die u noemt, zijn mannen of vrouwen die zich hebben laten ombouwen, of daar toch alleszins de drang toe voelen. Maar er zijn kippen die na een paar jaar automatisch transformeren in een haan, vraag me niet hoe dat komt. Enfin, veel geluk ermee, ze heet Maggie.’

En zo kwam uw Kaaiman met Maggie thuis en bouwde haar een mooie kippenren.
Rond een hondenhok dat vroeger een tijdje bewoond was geweest door een afghaan van Rik Van Cauwelaert, die bij een race in het Verenigd Koninkrijk op clenbuterol was betrapt en moest onderduiken.
Om dat hok heiden wij enkele houten palen in de grond en overspanden die met kippengaas van baron Bekaert en graaf Buysse.
De afrastering stak twee meter diep in de grond om het verblijf te beveiligen tegen vos en marter, die des nachts graag uit het nabijgelegen bos op culinaire excursie door onze tuinen trekken.

Maggie leefde comfortabel en schijnbaar tevreden in haar fraaie resort, maar legde niet één ei.
Een vriend bioloog, een darwinist, kwam op bezoek en raadde ons aan tijdens de dag het hek open te zetten en de kip vrij te laten rondscharrelen.
‘Als ze dan toch een ei zou leggen, is het meteen een scharrelei en dat smaakt beter dan een gewoon’, argumenteerde hij met een onwrikbare logica die biologen vaker hanteren.
Dat experiment wilden wij graag wagen en de volgende middag sleurden wij één hoekpaal weer uit de grond, waardoor Maggie plots veel meer ruimte kreeg en naar hartenlust ging scharrelen, zoals Annick De Ridder.
At hier pier en mier,
daar worm en keverpaar,
pikte her een zaadje en der een blaadje,
en aan haar melodieuze gekakel te horen had ze het best naar haar zin.

Toen ging Kaaiman binnen een neut jenever halen, voor zichzelf, en hij was nog niet over de drempel van de keukendeur of een door merg en been snijdend gekrijs klonk uit de tuin.
Toen hij zich verschrikt omdraaide, zag hij nog net hoe Maggie de lucht werd in gesleurd door een of andere roofvogel, vermoedelijk een buizerd, die zijn klauwen in haar nek had geslagen.
Ongelooflijk hoe die hoog daarboven moet hebben gewacht tot driehonderd meter onder hem eerst de kip uit haar ren was, dan de mens uit zijn tuin, en hoe hij toen in een fractie van een seconde toesloeg.
Voor wij twee stappen hadden gezet, was Maggie een klein stipje in het zwerk.
Hoe is zoiets mogelijk, niet?
Hoe ziet zo’n roofvogel dat?
Hoe weet hij wat hij moet doen?
Wel, betoogde dezelfde bioloog, dat komt omdat er 6 miljard jaar geleden een enorme ontploffing heeft plaatsgevonden waarna het heelal plots sterk is uitge…
Ach, schei toch uit.
Wie het hoe en waarom van al wat bestaat wil weten, één adres: het Oude Testament, het boek Genesis.

Hoeren

Een beetje algemene menskunde volgens Koen Meulenaere:

Er zijn drie soorten hoeren.

De eerste bestaat uit onze vriendinnen de straathoekwerksters en de barmadelieven.
Door de Almachtige in zijn tuin van Eden gezet, volgens de enen als beproeving en volgens de anderen als beloning, maar hoe dan ook van hogerhand gestuurd.
Er zijn ook wetenschappers die volhouden dat tippelaarsters een logisch vervolg zijn van een enorme knal die 6 miljard jaar geleden heeft plaatsgevonden.

De tweede categorie bestaat uit de escortmeisjes.
De Steve-Stevaertkring.
Geen initiatief van Ons Heerke maar van de vrije markt, ten behoeve van zielenpoten die op openbare gelegenheden niet graag als dusdanig worden gekapitteld.
Al gebeurt dat vaak toch door een al te groot leeftijdsverschil, of ten gevolge van onnauwkeurige instructies aan de provider.

De derde categorie ten slotte, gestuurd door Heerke noch markt, wordt gevormd door de politici en, naar kwatongen beweren, door de journalisten.
Het summum van hoererij is een combinatie van die twee.