Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Categorie: op de schoolbanken

De integratie van de Vlamingen

20130904-132409.jpg

Dit is Katleen Van Langendonck.
Ze is blank en autochtoon en wilde toch zo graag multicultureel zijn.
Daarom stuurde ze haar kinderen naar een ‘gekleurde’ school in de rand van Brussel.
Om, zoals ze zegt, haar kinderen ‘onder te dompelen in de multiculturele realiteit van vandaag’.

Kinderen hebben echter de neiging hun ouders te confronteren met de echte realiteit.
De multiculturele realiteit van vandaag.
Haar zoontje vindt besnijdenis nu heel normaal.
Hij voelt zich slecht omdat hij maar één taal spreekt.
Dat vindt Katleen uitstekend.
Iets minder vindt ze dat haar zoontje nu in Allah wil geloven omdat hij anders een bom op zijn kop krijgt. En dat hij haar vraagt of hij naar de hel gaat als hij varkensvlees eet.
Maar ze neemt het er graag bij, want ze vindt het geweldig dat haar kinderen zo goed ‘geïntegreerd’ zijn (haar eigen woorden).

Wat echter een domper zet op haar multiculturele enthousiasme is het feit dat haar zoontje zijn agenda niet meer laat tekenen, dat hij zijn spullen niet meer meeneemt naar school, dat hij zijn huiswerk niet meer maakt, dat hij zich kortom van zijn schoolplichten niks aantrekt.

Want niemand doet dat in zijn klas.

Het is namelijk een zeer ‘kleurrijke’ klas.
Er zitten maar een handvol kleurloze, blanke kindjes.
En die integreren zich snel in de nieuwe schoolcultuur.

Heeft Katleen haar kinderen toevallig naar een slechte school gestuurd?

‘Absoluut niet. De inzet van het schoolteam is ongelooflijk. Gratis warm eten voor wie geen eten meekrijgt van thuis. Gratis warme jassen voor wie er geen bij zich heeft. Huistaakbegeleiding, Nederlandse lessen voor de ouders, zorgjuffen, logopedisten… Allemaal fantastisch.’

Tussen haakjes, dat zijn dus de dicriminerende racisten waarover Marc Hooghe en Khadija Zamouri het onlangs hadden (zonder het evenwel met zoveel woorden te durven zeggen).
Maar ondanks de inzet van deze dubieuze mensen, hun aantal en de (blijkbaar zeer ruime) middelen waarover ze beschikken, hebben de meeste gekleurde kindjes nog altijd 40 minuten nodig om een taak op te lossen waarmee de kleurloze kindjes in 10 minuten klaar zijn.

De kinderen van Katleen mogen zich dan perfect integreren in de multiculturele maatschappij, hun integratie in de reële maatschappij lijkt een stuk problematischer te zullen verlopen.
Ze zullen, om het simpel te zeggen, niet meer meekunnen.
Ze zullen, net als hun gekleurde medeleerlingen, een niet meer in te halen achterstand hebben opgelopen als ze de school verlaten.

Katleen – wier mooie multiculturele droom een ferme deuk heeft gekregen – ziet dat in.
Dus wil ze haar kinderen van die gekleurde school halen.
Maar … in het Brusselse zijn er geen andere scholen.
Het zijn allemaal multiculturele, gemengde, kleurrijke scholen geworden.
En binnenkort zullen er ook in Vlaanderen geen andere meer zijn.

Daarom is men in sommige Vlaamse scholen begonnen om blanke en gekleurde kindjes apart te zetten. Kwestie van de blanke kindjes niet te veel achterstand te laten oplopen.
Dat is echter niet naar de zin van de Zamouri’s dezer wereld.
Zij vinden dat Vlamingen de plicht hebben om te ‘integreren’.
Veel Vlamingen vinden dat ook.
Ze noemen zichzelf de ‘goede’ Vlamingen.
De multiculturele Vlamingen.
De andere Vlamingen zijn slechte Vlamingen.
Zij vormen een gevaar voor … jawel, de toekomst van Vlaanderen en België.

Die slechte Vlamingen denken wat een ander notoir slecht mens onlangs zei.
Het was wel geen Vlaming maar een Rus.
Russen zijn, zoals bekend, vreselijk blank en kleurloos.
Luistert u eens naar Vladimir Putin die op 4 februari jongstleden het Russische parlement, de Doema, toesprak:

(Ik heb het in het Russisch laten staan)

‘In Russia live Russians. Any minority, from anywhere, if it wants to live in Russia, to work and eat in Russia, should speak Russian, and should respect the Russian laws. If they prefer Sharia law, then we advise them to go to those places where that’s the state law. Russia does not need minorities. Minorities need Russia. And we will not grant them special privileges, or try to change our laws to fit their desires, now matter how loud they yell ‘discrimination’. The Russian customs and traditions are not compatible with the lack of culture or the primitive ways of most minorities.’

Ik zei het al: een heel slechte mens, die Putin …

20130904-142138.jpg

Zwarte maandag

20130830-093759.jpg

Eén september nadert en dat is altijd een droeve dag.
Alle kindertjes moeten dan weer naar de gevangenis, pardon naar school.
Daar zitten ze dan de hele dag op een stoel en pompen hun arme hoofd vol leerstof, met de klemtoon op stof.
Een mens zou van minder somber worden.
Maar geen nood, er is altijd wel iemand die het allemaal nog wat erger maakt.
Zoals professor Marc Hooghe, een van de intellectuele boegbeelden van politiek correct Vlaanderen.
Woensdag deed hij het weer.
In de krant.
Precies 50 jaar na Maarten Luther King had hij (ook) een droom.
Hij droomde van een aula vol nieuwe Belgen.
Hooghe is namelijk hoogleraar politieke wetenschappen aan de KUL.
Hij betreurt het dat er zo weinig allochtone studenten in zijn lessen zitten.
Hij zou zo graag meer exotische namen op zijn puntenlijsten zien prijken.
Het idee dat het ook wel eens aan hem zou kunnen liggen, komt natuurlijk niet in hem op.
Je bent wetenschapper of je bent het niet.

Nee, die vraag aan wie het ligt, interesseert hem helemaal niet.
Hij schrijft: ‘Voor de politici is het allicht een aangenaam spelletje na te gaan wie verantwoordelijk is voor die ongelijkheid. (…) Maar voor onze samenleving doet het er niet toe wie de schuld treft. Het belangrijkste is dat we een oplossing vinden.’

Waarom is het zo belangrijk dat we een oplossing vinden?

Omdat die blanke, kleurloze auditoria volgens Hooghe de voorbode zijn van een ‘gesegregeerde’ samenleving, een samenleving met een bovenlaag en een onderlaag, een samenleving zoals de Amerikaanse.
Daar zijn de leerkrachten al blij als de leerlingen op weg naar school niet doodgeschoten worden en levend de klas bereiken.
Dát is de realiteit waar we volgens Hooghe op afstevenen als de auditoria zo blank blijven.
Hij is bang dat hij over afzienbare tijd voor lege banken zal staan omdat de blanke studenten neergeschoten zijn door de allochtonen die op die banken hadden moeten zitten.

Hooghe zegt het natuurlijk niet zo bot.
Je bent wetenschapper of je bent het niet.
Maar je kunt toch weinig anders achter zijn woorden lezen.
Het gaat de verkeerde kant op, dat is zijn boodschap.
En wat kunnen we daaraan doen?
Ja, dat is zijn zaak niet.
Dat is een ‘aangenaam spelletje’ voor politici.
Hooghe signaleert alleen maar.
Voor de rest wast hij zijn handen in onschuld.
Als wetenschapper geef je een objectief beeld van de werkelijkheid, and that’s it.
Het is aan de anderen om er iets mee te doen.
Of niet.

Onzin natuurlijk.

Sinds de atoombom kunnen wetenschappers hun handen niet meer in onschuld wassen.
Ze weten dat de wetenschap mee de wereld bepaalt en dat ze dus medeverantwoordelijk zijn.
Dat betekent dat ze verder moeten denken dan alleen maar hoe-de-zaken-ervoor-staan.
Ze moeten hun autistische ik-heb-er-niks-mee-te-maken-standpunt verlaten.
Ze moeten weer gaan deelnemen aan de werkelijkheid.
Of beter: ze moeten leren inzien dat ze dat reeds doen.

Marc Hooghe is een schoolvoorbeeld (sic) van een wetenschapper die aan politiek doet en het niet weet.
Of het niet wil weten.
Ik geef niemand de schuld, zegt hij.
Ik zeg alleen hoe de zaken ervoor staan.
Ik ben geen ideoloog, ik ben een wetenschapper.

Ja, m’n oor.

Helemaal aan het eind van zijn artikel zegt hij: ‘Wat we ons onvoldoende realiseren is dat, als we ons onderwijs blijven gebruiken om ongelijkheid te versterken, we tegelijk ook voor zo’n ongelijke samenleving kiezen.’
Let op dat ene zinnetje:
‘Als we ons onderwijs blijven gebruiken om ongelijkheid te versterken.’
Zegt de man die, aan het begin van zijn artikel, niemand de schuld wilde gegeven.
Die daar zelfs smalend over deed en het een amusant ‘spelletje voor politici’ noemde.
En nu zegt hij onverbloemd: we gebruiken het onderwijs om ongelijkheid te versterken.
Anders gezegd: we spannen het onderwijs voor onze racistische kar.

We.

Dat wil zeggen: ze.
Want het spreekt vanzelf dat Marc Hooghe daar niet aan meedoet.
Heeft hij niet gezegd het te betreuren dat er zo weinig allochtonen in zijn les zitten?
Heeft hij niet duidelijk gemaakt dat hij niets liever zou willen dan lesgeven aan gesluierde moslima’s?
Heeft hij niet geschreven dat hij snakt naar exotische namen?
Nee, Marc Hooghe is geen racist.
Daar valt niet aan te twijfelen.
De racisten, dat zijn de anderen.
De leerkrachten van het middelbaar onderwijs.
Zij beletten de allochtonen door te stromen naar het hoger onderwijs.

Misschien kunnen ze de zwarte piet doorspelen naar hun collega’s van het lager onderwijs, want die beletten de allochtonen door te stromen naar het middelbaar.
En misschien kunnen die collega’s op hun beurt met een beschuldigende vinger wijzen naar de kleuterjuffen, want die discrimineren de allochtone kleutertjes ongetwijfeld ook.
Maar met zulke ‘spelletjes’ houdt de professor zich niet bezig.
Nee, hij speelt een ander spel.

Hij gebruikt het onderwijs niet om de ongelijkheid tussen de leerlingen te versterken.
Hij gebruikt het onderwijs om de ongelijkheid tussen de … leerkrachten te versterken.
Want die bestaan volgens hem uit twee groepen: we en ze.
We, dat zijn de professoren van het hoger onderwijs: de goeien.
Ze, dat zijn de leerkrachten uit het lager onderwijs: de slechten, de racisten.

Maar hij wil niemand de schuld geven, o nee!
Hij stelt alleen maar vast.
Hij is een wetenschapper, geen ideoloog.

Hooghe doet dus precies hetzelfde als de racisten uit het middelbaar en lager onderwijs: hij gebruikt het onderwijs om de ongelijkheid te versterken.
Maar omdat hij tot de ‘goeien’ behoort, is het wetenschap.
En omdat de anderen tot de ‘slechten’ behoren, is het racisme.

Als het waar is wat de professor zegt – en wie zou durven twijfelen aan de wetenschap! – dan is de situatie in het Vlaamse onderwijs ronduit dramatisch.
Want hoewel de Vlaamse scholen door wetenschappers en deskundigen telkens weer worden aangewezen als broedplaatsen van racisme, blijven de Vlaamse leerkrachten volharden in het kwaad.
Ondanks de jaarlijks herhaalde waarschuwingen van mensen zoals Marc Hooghe blijven ze de allochtone leerlingen zodanig discrimineren dat ze geen kans maken op een hoger diploma.

Hoe graag de professoren uit het hoger onderwijs het allochtone potentieel ook zouden willen ontwikkelen, het gras wordt hen voor de voeten weggemaaid door hun collega’s uit de lagere regionen.
En hoe ‘laag’ die collega’s wel zijn, kan men afleiden uit de woorden van Marc Hooghe.
Want als deze professor een voorbeeld is van een ‘goede’ leerkracht, hoe sluw en doortrapt moeten de ‘slechte’ leerkrachten dan niet zijn!

En aan deze perfide figuren vertrouwen wij op één september onze kinderen toe????

As ge ni werkt, worde zot!

Het was juni en snikheet.
Ik zat tegenover Albert Westerlinck ofte Professor J.J.Aerts.
Examen Europese letterkunde.
De arme man – hij zou na de vakantie met pensioen, pardon emeritaat gaan – zat te puffen en met zijn zakdoek over zijn kale schedel te wrijven.

Ik zag mijn kans schoon.

Professor, zei ik, dit is toch geen weer om examens af te leggen!

Zeezee Aarts, zoals ik hem placht te noemen, hield opeens op met wrijven.
Hij keek me verbaasd aan en vroeg:
O nee? En wat zou je dan willen doen?

Hij bijt! dacht ik jubelend, en aarzelde geen moment.

Onder een boom in het gras liggen en naar de wolken kijken, zei ik.

Iemand die Felix Timmermans nog persoonlijk gekend had, moest zo’n Pallieteriaans antwoord toch weten te waarderen, vond ik.
Maar professor Aerts schudde alleen het hoofd.
Verdorie, dacht ik, straks stelt hij weer een vraag over Europese letterkunde!
En ik stak een hartstochtelijke redevoering af over het feit dat een mens niet gemaakt is om te werken.

De oude man keek me met stijgende verbazing aan.

En toen kwam het.

As ge ni werkt, worde zot!

Zo zei hij het letterlijk: as ge ni werkt, worde zot.

Ik was teleurgesteld.
Niet alleen had ik gehoopt dat de professor een discussie met me zou beginnen en zodoende de examenvragen vergeten, maar ik had uit zijn mond ook iets diepzinnigers, iets literairders verwacht.
In plaats daarvan zei hij, als een Vlaamse boer op klompen: as ge ni werkt, worde zot!

Ik besefte niet dat het de enige woorden zouden zijn die ik me later van mijn studie Germaanse zou herinneren.

Ik zie nog altijd die dikke cursus Europese letterkunde voor me.
Ik herinner me nog de kleur van de kaft.
En het gewicht.
Maar vraag me niet wat erin stond.
Het is allemaal weg.
Net als de rest.
Al die cursussen, al die boeken, al die theorieën: ze zijn allemaal opgelost in een grijze mist.

Slechts één zinnetje is overgebleven:
As ge ni werkt, worde zot!

Hoe vaak heb ik daar later niet aan teruggedacht.
Hoe waar zijn die woorden niet gebleken.

As ge ni werkt, worde zot!

Dat leren ze vandaag niet meer aan de universiteit.

20130808-125609.jpg

Weg met die jongeren!

In krant van vandaag lees ik dat de professoren van de Gentse universiteit zich zorgen maken over het niveau van de eerstejaars.

Amper één op de vijf studenten slaagt in eerste zit.

We stoppen veel tijd en energie in die studenten, klagen de professoren, maar het lijkt verspilde moeite. We moeten hen nog leren leren. Zelfs de dt-regels moeten we uitleggen.

Het klinkt alarmerend.
Ons onderwijs is fantastisch, maar de studenten worden steeds dommer.
Ik heb het altijd gedacht.

Maar wacht eens even!
Dit is de krant. Een kwaliteitskrant nog wel.
En dus moet één en ander met een pak zout worden genomen.

Wat lees ik als ik de grote koppen en de gekleurde invoegsels achter de kiezen heb?

Twee professoren hebben getwitterd.
Aha.
Het zijn ook nog eens professoren in de rechten en de psychologie.
Dat zegt veel.
In die twee richtingen vind je nu niet bepaald de grootste lichten.
In Mijn Tijd (and what a time it was) was het algemeen bekend:
studenten die nergens goed voor waren, studeerden rechten.
En studenten die ze niet alle vijf op een rijtje hadden, studeerden psychologie.

De twee proffen zouden dus opgetogen moeten zijn met hun één op vijf!

De Universiteit Antwerpen deelt dan ook het pessimisme van de twee Gentenaars niet.
In Antwerpen worden er vruchten afgeworpen en spectaculaire resultaten geboekt.
Er wordt dan ook veel getoetst en gefeedbackt.
Over de echte reden zwijgt de UA zedig:
In Antwerpen zijn ze natuurlijk veel verstandiger dan in Gent.
Normaal dat ze daar geen problemen hebben.

Het blijkt dus een storm in een glas water te zijn.
Het stormt altijd in de krant.

Of zou er toch iets aan de hand zijn?

Nu zou ik eens heel hard willen lachen.
Iets aan de hand in het onderwijs?
Hahahahahahahahaha.
Hahahahahahahahaha.
Hahahahahahahahaha.

Zo. Dat moet volstaan. Voorlopig.

Ik herinner me nog dat ik, in het kader van mijn (overigens rampzalige) proeflessen aan de univ, op bezoek was bij mijn oude leraar Nederlands en op tafel een stapel verhandelingen zag liggen.
Ik nam er eentje en las.
Toen nam ik er nog eentje en las.
En ik nam er nog een, en nog een.
Want ik kon mijn ogen niet geloven.
Zijn dit verhandelingen van laatstejaars? vroeg ik.
Ja, zuchtte mijn leraar.
Hij wist onmiddellijk wat ik bedoelde.
Het niveau gaat ieder jaar weer omlaag, gaf hij toe.
Ze kunnen niet eens spellen, zei ik ongelovig.
Hij haalde zijn schouders op.

Ik heb de man nadien nog veel horen zuchten.
En gelukkig dat hij was toen hij met pensioen kon!

Ik maakte het in Leuven ook mee.
Het hele jaar was gebuisd voor een examen.
Niemand was erdoor.
Wat nu gedaan?
Eenvoudig: men liet de lat zakken tot er genoeg studenten geslaagd waren.
Je werkt aan de universiteit of niet!
Creative Solutions, weet u wel.

Dochter van professor niet geslaagd?
Geen probleem.
Dan laten we er gewoon iedereen door.
Simpel toch?

Ja, ik heb meer dan eens de vruchten geplukt van de universitaire creativiteit.

Ik snap dan ook niet waar die professoren in Gent zich druk om maken.
Als er te weinig studenten slagen, dan laat je de lat toch gewoon zakken!
Daarvoor moet je echt geen doctorstitel hebben.
Of ligt de lat misschien al op de grond?
Dat is best mogelijk.

Het doet me denken aan een examen natuurkunde in mijn laatste jaar humaniora.
Ik moet er bij zeggen dat ik toen al behoorlijk murw was gebeukt door het o zo voortreffelijke Vlaamse onderwijs.
Ze weten daar echt wel wat beuken is.
De stof moet en zal in die Vlaamse koppen geramd worden.
Beuken en rammen, ziedaar het Vlaamse Onderwijs.

Het was een mondeling examen en ik kon geen enkele vraag oplossen.
Ik deed zelfs geen moeite.
Ik wist dat het hopeloos was en zat maar een beetje glazig voor me uit te staren.
De leraar probeerde me op alle mogelijke manieren te helpen.
Vergeefs natuurlijk.
Ik kon alleen hulpeloos mijn schouders ophalen.
Ten einde raad zei hij: neem je boek en zoek het op!
Maar ook dat lukte niet.
Ik had geen idee waar ik moest zoeken.
Ik had geen idee whatsoever,
Alle ideeën waren uit mijn hoofd gebeukt.
Er bleef alleen leegte over.
En die leegte staarde de leraar aan.
Dat was meer dan hij kon verdragen.
Ik mocht gaan.
Eindelijk.

Aan het eind van het jaar was ik geslaagd.
Net als iedereen.
Want er zat tussen de leerlingen eentje wiens vader veel geld had.
Ja, ze wisten in die tijd nog hoe een school goede resultaten moest voorleggen!
Blijkbaar weten ze dat nu niet meer.
Of ligt de lat gewoon op de grond.

Ik ben nog iedere dag blij dat ik niet meer naar school hoef…

20130705-143219.jpg

Weg met die jongeren!

In krant van vandaag lees ik dat de professoren van de Gentse universiteit zich zorgen maken over het niveau van de eerstejaars.

Amper één op de vijf studenten slaagt in eerste zit.

We stoppen veel tijd en energie in die studenten, klagen de professoren, maar het lijkt verspilde moeite. We moeten hen nog leren leren. Zelfs de dt-regels moeten we uitleggen.

Het klinkt alarmerend.
Ons onderwijs is fantastisch, maar de studenten worden steeds dommer.
Ik heb het altijd gedacht.

Maar wacht eens even!
Dit is de krant. Een kwaliteitskrant nog wel.
En dus moet één en ander met een pak zout worden genomen.

Wat lees ik als ik de grote koppen en de gekleurde invoegsels achter de kiezen heb?

Twee professoren hebben getwitterd.
Aha.
Het zijn ook nog eens professoren in de rechten en de psychologie.
Dat zegt veel.
In die twee richtingen vind je nu niet bepaald de grootste lichten.
In Mijn Tijd (and what a time it was) was het algemeen bekend:
studenten die nergens goed voor waren, studeerden rechten.
En studenten die ze niet alle vijf op een rijtje hadden, studeerden psychologie.

De twee proffen zouden dus opgetogen moeten zijn met hun één op vijf!

De Universiteit Antwerpen deelt dan ook het pessimisme van de twee Gentenaars niet.
In Antwerpen worden er vruchten afgeworpen en spectaculaire resultaten geboekt.
Er wordt dan ook veel getoetst en gefeedbackt.
Over de echte reden zwijgt de UA zedig:
In Antwerpen zijn ze natuurlijk veel verstandiger dan in Gent.
Normaal dat ze daar geen problemen hebben.

Het blijkt dus een storm in een glas water te zijn.
Het stormt altijd in de krant.

Of zou er toch iets aan de hand zijn?

Nu zou ik eens heel hard willen lachen.
Iets aan de hand in het onderwijs?
Hahahahahahahahaha.
Hahahahahahahahaha.
Hahahahahahahahaha.

Zo. Dat moet volstaan. Voorlopig.

Ik herinner me nog dat ik, in het kader van mijn (overigens rampzalige) proeflessen aan de univ, op bezoek was bij mijn oude leraar Nederlands en op tafel een stapel verhandelingen zag liggen.
Ik nam er eentje en las.
Toen nam ik er nog eentje en las.
En ik nam er nog een, en nog een.
Want ik kon mijn ogen niet geloven.
Zijn dit verhandelingen van laatstejaars? vroeg ik.
Ja, zuchtte mijn leraar.
Hij wist onmiddellijk wat ik bedoelde.
Het niveau gaat ieder jaar weer omlaag, gaf hij toe.
Ze kunnen niet eens spellen, zei ik ongelovig.
Hij haalde zijn schouders op.

Ik heb de man nadien nog veel horen zuchten.
En gelukkig dat hij was toen hij met pensioen kon!

Ik maakte het in Leuven ook mee.
Het hele jaar was gebuisd voor een examen.
Niemand was erdoor.
Wat nu gedaan?
Eenvoudig: men liet de lat zakken tot er genoeg studenten geslaagd waren.
Je werkt aan de universiteit of niet!
Creative Solutions, weet u wel.

Dochter van professor niet geslaagd?
Geen probleem.
Dan laten we er gewoon iedereen door.
Simpel toch?

Ja, ik heb vaak de vruchten geplukt van de universitaire creativiteit.

Ik snap dan ook niet waar die professoren in Gent zich druk om maken.
Als er te weinig studenten slagen, dan laat je de lat toch gewoon zakken!
Daarvoor moet je echt geen doctorstitel hebben.
Of ligt de lat misschien al op de grond?
Dat is best mogelijk.

Het doet me denken aan een examen natuurkunde in mijn laatste jaar humaniora.
Ik moet er bij zeggen dat ik toen al behoorlijk murw was gebeukt door het o zo voortreffelijke Vlaamse onderwijs.
Ze weten daar echt wel wat beuken is.
De stof moet en zal in die Vlaamse koppen geramd worden.
Beuken en rammen, ziedaar het Vlaamse Onderwijs.

Het was een mondeling examen en ik kon geen enkele vraag oplossen.
Ik deed zelfs geen moeite.
Ik wist dat het hopeloos was en zat maar een beetje glazig voor me uit te staren.
De leraar probeerde me op alle mogelijke manieren te helpen.
Vergeefs natuurlijk.
Ik kon alleen hulpeloos mijn schouders ophalen.
Ten einde raad zei hij: neem je boek en zoek het op!
Maar ook dat lukte niet.
Ik had geen idee waar ik moest zoeken.
Ik had geen idee whatsoever,
Alle ideeën waren uit mijn hoofd gebeukt.
Er bleef alleen leegte over.
En die leegte staarde de leraar aan.
Dat was meer dan hij kon verdragen.
Ik mocht gaan.
Eindelijk.

Aan het eind van het jaar was ik geslaagd.
Net als iedereen.
Want er zat tussen de leerlingen eentje wiens vader veel geld had.
Ja, ze wisten in die tijd nog hoe een school goede resultaten moest voorleggen!
Blijkbaar weten ze dat nu niet meer.
Of ligt de lat gewoon op de grond.

Ik ben nog iedere dag blij dat ik niet meer naar school hoef…

20130705-143219.jpg

Meester Jezus

Toen Jezus nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen tot Hem. En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:

Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen.
Zalig die treuren, want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

En toen vroeg Simon Petrus: meester, moeten wij dit opschrijven?
En Andreas vroeg: moeten wij dit uit het hoofd kennen?
En Jakobus vroeg: krijgen wij hier een vraag over op ’t examen?
En Bartolomeus vroeg: moeten wij dit leren voor onze toets?
En Johannes zei: de andere leerlingen moesten dit niet kennen!
En Mattheus vroeg: wanneer mogen we weg?
En Judas vroeg: wat heeft dit te maken met de echte werkelijkheid?

Toen kwam een van de aanwezige Farizeëers nader en vroeg Jezus naar zijn lesvoorbereiding. Hij wilde ook weten welke vakoverschrijdende eindtermen hier ingevuld werden.

En Jezus weende.

20130628-154708.jpg

Constipatie en indoctrinatie

Nog een dikke week en het is Grote Vakantie. Voor mij maakt dat niet veel verschil, ik heb altijd vakantie. Maar als ik in de antroposofische bibliotheek wat vakantielectuur wil inslaan, dan zal het nu ongeveer moeten gebeuren, want de ‘sofische bib’ volgt het schoolritme.
Ik kijk naar de lucht. Zal ik het wagen?
Ze voorspellen zware buien, dramatische toestanden. Maar ‘ze’ zitten er vaak naast. Behalve natuurlijk wanneer ze voorspellen dat de opwarming van de aarde zal leiden tot de overstroming van de Lage Landen. Wanneer zou dat ook weer gebeuren? In 2010. Ja, ik weet het nog. Grote kop in De Morgen: Den Haag in 2010 onder water! Ik was in 2011 toevallig in Den Haag en het zag er daar behoorlijk droog uit. Niks te merken van enige overstroming. Geen probleem echter voor het WWF (Warming Warning Front). Schuiven ze die datum gewoon een paar jaar op. Dat doen alle ondergangsprofeten. En weersvoorspellers. Het gaat regenen, dat staat vast. Is het vandaag niet, dan morgen. Of overmorgen. Of volgende week.
Maar ik moet het dus nú weten.
Ik besluit op mijn eigen buienradar te vertrouwen.
Die zegt me dat het vandaag waarschijnlijk precies zo zal zijn als gisteren en eergisteren: er zit regen in de lucht, maar ze komt er niet uit. Om het wetenschappelijk uit te drukken: het weer is geconstipeerd. En dat kan lang duren, ik kan ervan meepraten.
Ik besluit het erop te wagen.
Paraplu onder de snelbinder (je moet de weergoden niet uitdagen) en hop, de fiets op.
Van Destelbergen naar Gent is een kleine 10 kilometer. Langs de Schelde. Ik doe er een klein halfuur over. Wie vakantie heeft hoeft zich niet te haasten.
Als ik aan de Lousbergskaai binnenstap zie ik zowel Hélène als Mieke zitten.
Is dat om de grote stormloop op te vangen? vraag ik.
Tuurlijk, zegt Hélène, twee maanden voor hetzelfde geld, zo’n kans laat niemand voorbijgaan!
Ze bedoelt: wie nu boeken ontleent, hoeft ze pas na de vakantie terug te brengen.
Dat is ook de reden waarom ik nog eens binnenspring.

Ik lees niet zoveel meer. Misschien nog meer dan een gemiddeld mens, maar véél minder dan vroeger. Als kind las ik alles wat ik te pakken kon krijgen. Vooral Vlaamse Filmkens (waar háálden ze die naam?) en de boeken van Karl May (de avonturen van Winnetou en Old Shatterhand). Van zodra ik mocht, ging ik naar de bibliotheek. Die van Mechelen. Wie ze kent, weet wat dat betekent. Beter kon ik het niet getroffen hebben. Ik las ooit ergens dat het een van de beste openbare bibliotheken van West-Europa was. Of dat waar is, weet ik niet. Maar je vond er wel de Verzamelde Werken van Tsjechow, Tolstoj, Dostojewsky, Gogol, enzovoort. In het Nederlands én in het Russisch. Ga daar vandaag maar eens naar zoeken!
Wel, die voortreffelijke bibliotheek heb ik zowat half uitgelezen. Iedere zaterdag vijf boeken. Jaar in jaar uit. Ik heb zelfs nooit een boek moeten kopen toen ik Germaanse studeerde. Ze hadden ze allemaal in Mechelen. Dat is nog eens opvoeding des volks!
Toen ik de antroposofie leerde kennen, had ik zowat de hele wereldliteratuur achter de kiezen. Er ging nu een nieuwe bibliotheek voor me open. Rudolf Steiner heeft namelijk in zijn eentje een hele bibliotheek volgeschreven en -gesproken. Zijn Verzameld Werk is het grootste ter wereld: 500 boekdelen! Voeg daarbij nog eens al de boeken van zijn volgelingen, en men begrijpt dat ik alweer zoet was voor vele jaren.
Rond mijn 40ste begon ik zelf te schrijven, en dat vond ik veel leuker dan alleen maar lezen.
Dat laatste begon er langzaam maar zeker bij in te schieten. Wie Steiner een beetje kent, begrijpt dat. Zware lectuur! Vraagt veel spijsvertering. En daar had ik steeds minder geduld voor. Moge Herr Doctor het mij vergeven.
Nu lees ik eigenlijk alleen nog wat thrillers, en nieuwe antroposofische boeken. In het Nederlands. Duits lees ik niet. Ben ik veel te lui voor. In de antroposofische wereld scheelt dat een slok op een borrel, want Duits is daar de voertaal.

Wat was er voor nieuws in de aanbieding?

Het nieuwe boek van Bruno Skerath!
Ik had zijn vorige na veel aarzelen gelezen en was niet bedrogen uitgekomen. Er stond niet veel nieuws in, behalve dan zijn hoofdstuk over het ‘Absoluut Boze’. Dat was even slikken! Ik mocht dan wel een slecht karakter hebben en behept zijn met een meer dan gemiddeld aantal ondeugden, maar diep van binnen was ik ondanks alles een mens van goede wil. Vond ik. En daarin wist ik me gesteund door Rudolf Steiner. Komt Bruno Skerath me nu vertellen dat het net omgekeerd is: in zijn diepste wezen is de mens slecht, want een schepping van het Absoluut Boze. Maar gelukkig is hij geadopteerd door de Goede God die rond die rotte kern een mooi kleedje geweven heeft.
Dié theorie had ik nog nooit gehoord, zeker niet in de antroposofie. En nu kwam een vooraanstaand antroposoof doodleuk vertellen dat wat goed is eigenlijk slecht is, en omgekeerd.
Welpotjandorie!
U begrijpt dat ik Skeraths nieuwe boek (Waar komen we vandaan? waar willen we naartoe?) met een argwanend oog bekeek. Maar ik bladerde er even in en gaf me gewonnen. Geen dubieuze en mensonluisterende theorieën dit keer, maar feiten. Ongewone, weinig bekende feiten. Spannend!
Nam ik ook nog mee: een dun boekje van Sergej Prokofieff. Dat moet gesteund worden, vind ik: Prokofieff die dunne boekjes schrijft! Gewoonlijk zijn het dikke turven die ik graag lees maar meteen weer vergeet. Te veel is te veel. Wat zei Goethe ook alweer? In der Beschränkung zeigt sich der Meister. Prokofieff zou Goethe toch eens moeten lezen.
Nam ik eveneens mee: de Kosmische Christus door Hans-Werner Schroeder. Niet mijn favoriete schrijver, maar als het over Christus gaat, kijk ik niet nauw. Ik wil álles over hem – ik bedoel natuurlijk Hem – weten. Krijg ik nooit genoeg van. Een oude ziel weetuwel.

Ziezo. Nu ben ik literair gewapend tegen de Grote Vakantie. Een beetje spiritualiteit tussen al dat zomerse dionysische gedoe door is nooit weg. Even afrekenen. Mieke scheldt me voorwaar 5 cent kwijt! Het geluk zit in kleine dingen.

En het regent nog altijd niet.

Op de hoek van de Eendrachtstraat met de kleine ring (ik ben altijd blij als ik de Schelde in zicht krijg) zie ik aan de overkant een steinerschoolklas staan wachten om over te steken. Kijk, denk ik, een groepje zwaar geïndoctrineerde jongeren! Dat las ik namelijk gisteren nog op een bekende lasterblog: kinderen worden op Steinerscholen van jongs af stiekem geïndoctrineerd met de verderfelijke Steiner-ideologie. Welja, laat de bloempotten maar vliegen!
Die arme jongeren kwamen van het ‘landbouweiland’, een merkwaardige plek die midden in de Schelde ligt (of wat daar op die plek nog van de Schelde overblijft). Daar hadden ze die middag met hun handen (stel je voor!) in de grond (stel je voor!) zitten woelen. Ajuinen planten (of oogsten), prei snoeien, tomaten oppoetsen, onkruid wieden, water gieten, enfin u kent dat wel.m

Ik zou zeggen: leve dat soort ‘indoctrinatie’!

In de Teunisbloem, de tweede Gentse Steinerschool, maken ze het nog bonter. Ze hebben daar bij de kleuters namelijk een ‘buitenklas’. Dat houdt in dat de kleuters de hele ochtend buiten doorbrengen in een nabijgelegen natuurgebied. Weer of geen weer, ze zijn de hele tijd buiten. Zomer én winter. Of het nu gloeiend heet is of vriest dat het kraakt, of het nu regent of stormt, het kleine grut wordt de deur uitgejaagd. ’s Middags komen ze terug en de rest van de dag slapen ze, want die kleine ukjes zijn natuurlijk helemaal afgepeigerd.
Dat is geen indoctrinatie meer, dat is pure kindermishandeling!
Ik hoor de verontwaardiging al trillen.
Dat de kinderen de tijd van hun leven beleven, dat ze blaken van gezondheid, dat ze veel minder vaak ziek zijn, dat is allemaal niet van tel. Die vermaledijde Steinerscholen moeten in het gareel! De Staat betaalt en dus moeten ze luisteren! Ja, steinercritici zijn heel staatsminded! Correcte jongens allemaal. Figuurlijk gesproken dan.
Vroeger had ik flink wat medelijden met mezelf omdat er in mijn tijd vrijwel geen Steinerscholen waren in Vlaanderen. Nu is dat over. Ik denk nu aan al die kinderen die opgesloten zitten in reguliere scholen en daar niet buiten kunnen spelen, niet met hun handen in de grond wroeten, niet zingen, geen hout bewerken, geen koper slaan, niet weven en breien, geen muziek maken, geen toneel spelen, en ik vergeet nog wel een paar indoctrinatiemethoden. Ik ben op mijn oude dag nog altijd blij dat ik niet meer naar zo’n indoctrinatievrije school hoef. Het is alweer een tijdje geleden dat ik in paniek wakker schoot omdat ik gedroomd had dat ik nog op school zat. Een gewone reguliere eindtermenschool, niet zo’n indoctrinerend Steinerkamp.

Het leven is een examen

Ik lees in de krant een berichtje over een moeder die stiekem haar dochter verving op een examen. Zie, daar word ik triest van. Niet omdat iemand probeert het schoolsysteem te beduvelen – ik heb verdorie zelf niks anders gedaan – maar omdat mensen (hé, ik zie een roodborstje door het raam! maar dit terzijde) omdat mensen dus verplicht worden om hun toevlucht te nemen tot dit soort tegelijk zielige en lachwekkende praktijken.
Want wat is het alternatief? Braaf studeren, keurig je les leren? Voor intellectueel begaafde studenten is dat best te doen. Maar de anderen? Die werken zich de pleuris om niet achterop te raken in de ratrace die het onderwijs geworden is. En die race begint steeds vroeger. Binnenkort begint ze wellicht in de wieg en zetten ze pasgeborenen een koptelefoon op om ze alvast te laten wennen aan wat ze de komende 20 jaar zullen moeten doen: studeren, studeren, studeren. Hun arme hoofd vol leerstof pompen.
En waarom? Voor hun ontwikkeling, voor de verrijking van hun leven? Laat me niet lachen. Het gaat maar om één ding: om de punten. En die punten betekenen: geld. Ze kunnen na afloop van de race ingeruild worden tegen een job, en hoe meer punten je behaalt, des te meer geld verdien je in die job. Daar gaat het om en om niets anders. En dat weten die kinderen heel goed. Ze zijn niet dom. Ze laten zich niet om de tuin leiden door de mooie praatjes van de grote mensen. Punten, daar gaat het om. Geld. Net als in het voetbal.

Ik herinner me nog dat mijn oudste dochter in de laatste jaren van haar humaniora geterroriseerd werd door de gedachte dat ze haar diploma niet zou halen. En die druk kwam niet van ons. We hadden haar juist naar een steinerschool gestuurd om haar te vrijwaren voor die onmenselijke Druk. Ze was vier jaar toen ze naar de kleuterklas ging, en daar mocht ze spelen naar hartelust. Het leren begon maar op haar 7de en ook dat was nog grotendeels kinderspel. Examens heeft ze haar hele lagere school niet hoeven af te leggen. Toetsen en ondervragingen, ze wist niet eens wat het was. Ik ben maar een povere vader geweest, maar daar ben ik toch best trots op.
In de laatste jaren raakte ze echter in de greep van de angst. En ze werkte zich te pletter. Met succes overigens. Ze haalde haar diploma. Daarna ging ze studeren. En ze koos de school met de beste reputatie, ook al zou ze daar harder moeten werken. Mijn diploma zal meer waard zijn, wist ze. Hoe ze dat wist, is mij een raadsel. Van mij kwam het alleszins niet. Als ik haar al iets zei, was het: zit toch niet de hele tijd met je neus in die boeken! Nee, ze wist het omdat iedereen het wist, omdat het in de lucht hing, wat de grote mensen ook deden om het te ontkennen. Nee, dom zijn ze echt niet, de kinderen van vandaag.
En Helena bleek gelijk te hebben. Met haar driesterren-diploma vond ze de job die ze wilde. Een zogenaamde droomjob. Zonder diploma, zonder punten, zonder hard werken zou ze die nooit hebben kunnen krijgen. Zonder de juiste papieren krijg je sowieso niks. Tenzij je buitengewoon begaafd bent. En dat zijn de meeste mensen niet. Dus rennen ze voor hun leven. In de ratrace van het onderwijs dat voortdurend hervormd wordt om de snelheid nog te kunnen opdrijven. Of om hem op peil te houden, want steeds meer jonge mensen vallen en breken hun benen. Slikken ze geen ritaline dan plegen ze wel zelfmoord. De cijfers zijn schrikbarend.

Er is natuurlijk nog een andere oplossing voor de minder begaafden. En dat is sluw zijn. Fuck the system.Belazer de kluit. Zoals die moeder van het krantenbericht. Of zoals ikzelf vroeger. Tsjonge, wat heb ik die professoren destijds om de tuin geleid! Ik heb ooit een dubbele A (16 op 20) gehaald voor een examen waarvan ik de vragen niet eens begreep, laat staan de antwoorden kende. Hoe ik dat deed? Gewoon: kreatief zijn en lef hebben. En ik was bijzonder kreatief, al is de gedachte om mijn moeder naar een examen te sturen nooit bij me opgekomen. ’t Zou trouwens niet veel geholpen hebben, ze spreekt geen woord Engels. Nee, alle middelen waren goed. Ik gaf zelfs privé les in het beduvelen van examinatoren. Wat een grap, mijn ‘hogere studies’!

En waar had ik dat geleerd, dat zoeken naar sluipwegen om niet die hele ellendige ratrace te moeten lopen? Ik had talent, dat moet ik bekennen. En ik ging te werk met de moed der wanhoop. Maar mijn grote leermeester was … het onderwijs zelf. Ik had gezien hoe de leraren, de schooldirecties en de eerbiedwaardige professoren zelf fraudeerden, zonder de minste schaamte. Ik hoor het de directeur van mijn oude school nog zeggen, ten aanzien van de hele school: ‘Ik ben vandaag buitengewoon trots te kunnen zeggen dat dit jaar iedereen geslaagd is!’ Terwijl de schijnheiligaard heel goed wist dat hij de examenresultaten had vervalst in ruil voor een smak geld. Ik had op dat moment al uitgerekend dat ik maximaal 20 % van de punten had behaald – het absolute dieptepunt in mijn schoolcarrière – en opeens bleek ik geslaagd!

Aha, dacht ik, zó gaat dat dus!

Ik ben zowat alles vergeten wat ik ooit op school heb geleerd, maar dát niet. Die ultieme les heb zeer ter harte genomen. Ze werd een lichtend baken tijdens mijn o zo hoge studies. Op dat gebied ben ik beslist met summa cum laude afgestudeerd. Master vervalser.
Ik beleef daar nog altijd een grimmig genoegen aan. Met veel plezier vertel ik over mijn avonturen als student-bedrieger. Maar trots ben ik er niet op. Want ik was evengoed een slachtoffer als al die brave studenten die hun cursus van voor naar achteren en omgekeerd kenden. Eigenlijk was ik nog een groter slachtoffer, want mijn ziel werd vergiftigd. Het waren niet mijn fraaiste kanten die ik ontwikkelde in het veel geroemde Vlaamse onderwijs.
En dat is de tragedie: je kunt niet ontsnappen aan de ratrace. Het proberen alleen al maakt er je evengoed de gevangene van. Iedereen moet en zal door de onderwijsmangel. Diep, diep treurig word ik daarvan. Diep medelijden voel ik met al die kinderen en jonge mensen die hun jeugd moeten offeren op het altaar van de onderwijsgod. En met hun ouders natuurlijk, want blijkbaar moeten die nu ook weer examens gaan afleggen.