Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Categorie: politieke correctheid

Dekolonisering

  

Onlangs was er in Gent een schandaal(tje) toen een tentoonstelling van Russische avant-gardekunst in het Museum voor Schone Kunsten bleek te bestaan uit (vermoedelijke) vervalsingen. Directrice Catherine De Zegher had zich naar eigen zeggen gebaseerd op het advies van experten, maar een krant beweerde dat ze loog en ze werd op non-actief gezet. Momenteel is er een onderzoek gaande door een gespecialiseerde (en ongetwijfeld peperdure) firma, allemaal op kosten van de belastingbetaler uiteraard. Deze kleine schandalen – wie ligt nu wakker van een vervalsing (of verspilling) meer of minder – verbergen evenwel een veel groter schandaal. Want wat deden die avant-gardistische schilderijen in het Museum voor Schone Kunsten? Ze hoorden thuis in het SMAK, het museum voor hedendaagse kunst. Dat begon zijn bestaan als een afdeling van het MSK, maar toen het – onder impuls van Jan Hoet – een eigen gebouw kreeg (aan de overkant van de straat) begon het prompt zijn moeder op te vreten. 

Sinds de hedendaagse kunst in Gent haar eigen museum heeft, worden er in het oude moedermuseum voortdurend tentoonstellingen van … hedendaagse kunst ingericht. Langzaam maar zeker wordt de ‘oude’ kunst in haar eigen museum in een hoekje gedrumd. De Russische avant-gardeschilderijen waren slechts een zoveelste aflevering van dat artistieke Game of Thrones. Dat er hoogstwaarschijnlijk fraude in het spel is, bewijst alleen maar dat alle middelen goed zijn om de oude kunst van haar troon te stoten. Lang zal het niet meer duren voor de oorspronkelijke situatie helemaal omgekeerd is en de oude kunst in het MSK nog slechts een hoekje in beslag neemt, precies zoals de hedendaagse kunst dat destijds deed, toen Jan Hoet er het slachtoffer uithing. Die radicale omkering – een minderheid wordt meerderheid en een meerderheid wordt minderheid – komt met rasse schreden dichterbij, want de aanvallen op de oude kunst worden steeds heviger. 

Begin maart werd in de Brusselse KVS ‘Leven en Werken van Leopold II’ opgevoerd, een satirisch toneelstuk van Hugo Claus dat 15 jaar geleden al eens uit de oude doos werd gehaald en toen luid geprezen werd omwille van Claus’ scherpe kritiek op het Belgische kolonialisme. Ter situering: de Koninklijke Vlaamse Schouwburg is een theaterzaal die zich richt tot een kleine minderheid: de Vlamingen in Brussel. Ze wonen allemaal in de buurt van de Dansaertstraat, zoals de Congolezen in de Matongebuurt wonen. Een speciaal volkje, de Brusselse Vlamingen. Dat moet ook wel, want Brussel is een Franstalige, om niet te zeggen Vlaamsvijandige stad, hoewel ze in oorsprong zo Vlaams was als Broekzele maar kan zijn. De KVS is dan ook een schouwburg die inzet op multiculturaliteit en onderdrukte minderheden een podium wil bieden. Dat betekent echter geenszins dat het toneelstuk van Hugo Claus werd opgevoerd omdat het Vlaams is. Het werd opgevoerd omdat het de kolonisatie in het vizier neemt.

Dat staat altijd goed, moeten regisseur en directeur gedacht hebben. Maar dat was zonder de zwarte waard gerekend. Keniaans theatermaker Ogutu Moraya annuleerde zijn eigen voorstelling uit protest tegen de ‘koloniale beeldvorming’ in het toneelstuk van Hugo Claus. Critici en theaterrecensenten traden hem volmondig bij. Vijftien jaar geleden zongen ze nog de lof over dit stuk, maar nu trilden hun pennen van verontwaardiging. Het racisme, de blackfacing, de witheid van de acteurs, het feit dat er nog altijd geen Lumumba-plein is in Brussel: zo kon het echt niet langer. Regisseur Raven Ruell en directeur Michaël De Cock mochten er nog zo op wijzen dat het ging om satire en dat artistieke vrijheid heilig is, het mocht niet baten. Petra van Brabandt, links moraalfilosofe met feministische achtergrond, verwoordde de stemming als volgt: ‘Jullie kunnen dino’s worden of vervellen, uiteindelijk doet het er niet toe, dit is de laatste keer dat ik jullie in het centrum van mijn dramatische ontwikkeling plaats.’

Haar boodschap was duidelijk: de maat is vol. Het stuk van Claus was de druppel die de emmer deed overlopen. De Brusselse KVS mag in België dan wel koploper zijn qua multiculturaliteit en antikolonialisme – er staan meer zwarte acteurs op de planken dan blanke – het racisme is er niettemin zo erg dat het voor Petra Van Brabant definitief de deur dichtdoet. Wat ze dan wel vindt van schouwburgen die heel wat minder op de multiculturele barricaden staan, is niet bekend. Waarschijnlijk vindt ze er geen woorden voor. Toch is ze hoopvol gestemd: ‘MeToo, BlackLivesMatter en dekolonisering zijn niet meer te stoppen. Een nieuwe generatie is aan zet. Zij komen met de vaardigheden van intertekstualiteit en kruisrefereren, met radicaal diverse referentiekaders en met internationale maar lokaal verankerde netwerken van solidariteit, zelfzorg en empowerment. Zij laten zich niet langer tot de Vlaamse vergelijkbaarheid beperken, waar witte mannen de regie, het script en de cast bepaalden.’ 

‘Wat politicologe Olivia Rutazibwa het einde van de witte wereld noemt is een feit.’ Zo vat ze de situatie samen. De KVS mag nóg zo multicultureel en politiek correct zijn, het blijft een ‘witte’ schouwburg en anno 2018 is dat onvergeeflijk. Pas als de blanken helemaal gedekoloniseerd zijn, zal Petra Van Brabandt rust vinden. Zolang ze nog de regie voeren en de directie uitmaken, zal ze haar heilige oorlog blijven voeren, de oorlog tegen de white supremacy. En die beperkt zich niet tot schouwburgen. Haar verontwaardiging geldt ook ‘de seksistische en racistische traditie van het witte, vrouwelijke naakt in de westerse olieverfschilderkunst’. Hoog tijd dat ook daar een eind aan komt. Het Gentse MSK weze gewaarschuwd: als Petra klaar is met de theaterwereld, begint ze aan de wereld van de beeldende kunsten. De toestand is daar niet minder wraakroepend. Hoeveel zwarten staan er op de schilderijen van de Europese kunst? Rubens heeft er een paar geschilderd, maar die heten ‘Negerkoppen’. Dat zegt genoeg. 

Nee, als het van Petra afhangt dan komt er een grote schoonmaak in de wereld van kunst en cultuur. En liever vandaag dan morgen. Het nieuwe slagwoord is: dekolonisering. Je hoort het tegenwoordig overal. Want Petra Van Brabandt is niet alleen. Ze maakt deel uit van de nieuwe generatie die nu aan zet is en die stormenderhand de witte wereld verovert. Alle (echte of vermeende) koloniale connotaties moeten verdwijnen: de negerkoppen van Rubens, de negerinnetetjes van de bakker, de Zwarte Piet van Sinterklaas, de strips van Kuifje, de boeken van Jef Geeraerts, enzovoort. Maar dekolonisering betekent veel meer dan dat. Het wil de Europese mens dwingen in de spiegel te kijken en zich bewust te worden van zijn diepgewortelde racisme, imperialisme en kolonialisme. Eeuwen van geweld, overheersing, slavernij en uitbuiting hebben niet alleen diepe sporen achtergelaten in alle aspecten van de Europese beschaving, ze hebben ook hun stempel gedrukt op het gedrag, de levensinstelling en het denken van de witte mens. 

Wit is dus niet zomaar een huidskleur. Het is een geheel van normen en waarden die superieur worden geacht. De Engelse wetenschapsjournaliste Angela Saini heeft aangetoond dat zelfs de wetenschap racistisch en sexistisch is. Dat kan natuurlijk geen verwondering baren want de moderne wetenschap is grotendeels het werk van witte mannen. Om een eind te maken aan die schrijnende ongelijkheid heeft de jonge generatie een ware revolutie op gang gebracht in het geestesleven. Ze wil niet alleen komaf maken met de alleenheerschappij van de witte kunst en cultuur, ze wil ook het grootste witte bastion naar beneden halen: de wetenschap. De universiteiten (te beginnen met de Amerikaanse) worden bestormd door Social Justice Warriors die ieder spoor van racisme, sexisme en discriminatie willen uitroeien. Ze eisen een veilige universiteit en genderneutraal, multicultureel onderwijs. De wetenschap willen ze verlossen van de witte waan de waarheid in pacht te hebben. 

De opvatting dat er zoiets bestaat als een objectieve waarheid, is natuurlijk het toppunt van witte arrogantie. Hoogleraar genderstudies Gloria Wekker verklaart dan ook onomwonden dat ze ‘niet van de objectiviteit is’. Volgens haar is objectiviteit niets anders dan een schaamlapje voor de machtsposities die mannen innemen. En hier komt de aap uit de multiculturele mouw. De aanval die de Social Justice Warriors hebben ingezet, is een aanval op de grootste verworvenheid van de Europese beschaving: het concept waarheid, de opvatting (of ervaring) dat er objectieve geest leeft in het subjectieve individu. Antroposofen spreken in dat verband over de bewustzijnsziel. Schrijver Hafid Bouazza formuleert het anders. Hij associeert het kennen – of geloven in het bestaan – van de waarheid met het hebben van een gezicht. Volgens hem weten zijn Marokkaanse landgenoten niet wat waarheid is. Ze dragen een leugenmasker omdat ze geen gezicht hebben. En ‘gezicht’ gebruikt hij hier als metafoor voor het individuele ik van de mens.

Als inwijkeling ziet Hafid Bouazza heel duidelijk wat de kern van de Europese beschaving is: het menselijke ik als waarnemingsorgaan van de waarheid. Dat individuele ik is natuurlijk niet denkbaar zonder Christus, het wezen van de waarheid dat de mensheid bevruchtte met zijn Ik. Dat Ik-wezen werd ‘gezaaid’ in het Midden-Oosten maar nadien overgeplant in de Europese bodem. Daar ontwikkelde het zich vanuit twee verschillende richtingen: vanuit de wil tot individualisering en vanuit de wil tot objectivering. Pendelend tussen deze twee polen – de luciferisch-subjectieve en de ahrimaans-objectieve – ontwikkelde Europa zich tot de toonaangevende beschaving van onze tijd, een beschaving die zich vervolgens – via de kolonisten – verspreidde over de hele wereld. Overal waar deze emigranten kwamen ploegden ze erop los, rukten het onkruid uit en plantten de ‘gewassen’ van de Europese beschaving. Dat is de wandaad waarvoor de ‘witte mens’ vandaag ter verantwoording wordt geroepen. 

Er kan geen twijfel over bestaan: de Europese kolonisten waren zelfzuchtig en traden hardhandig op tegen de plaatselijke bevolkingen en culturen. Maar er kan evenmin twijfel over bestaan dat ze de wereld kennis lieten maken met de Europese beschaving en haar waarheidsgeest. Het feit dat deze twee kanten van de koloniseringsmedaille niet onderscheiden worden, leidt tot een regelrechte omkering. Steeds talrijker zijn de Afrikaanse intellectuelen die Europa in zuiver koloniale stijl komen ‘heropvoeden’, steen en been klagend over de domheid van de plaatselijke bevolking die maar niet begrijpt hoe bekrompen en racistisch ze wel is. Geen moment komt het in deze neo-kolonialisten op dat ze precies hetzelfde doen als waar ze de ‘witte mens’ van beschuldigen. Geen moment ook komt het in hen op dat ze zonder kolonisering nog altijd halfnaakt in de Afrikaanse brousse zouden rondlopen in plaats van te doceren aan Europese en andere ‘witte’ universiteiten. 

Wat bezielt deze Afrikanen om zich te keren tegen de Europese beschaving waaraan ze zoveel te danken hebben? Het antwoord ligt voor de hand: hetzelfde wat ook de Europeaan bezielt. Ze worden geïnfecteerd door diens afschuw voor de dubbelganger, het afschrikwekkende wezen dat opdoemt bij het overschrijden van de drempel naar de geestelijke wereld. Daar ligt de oorzaak van de hele dekoloniseringsbeweging: in de onbewuste drempeloverschrijding, in de louter wilsmatige ontmoeting met de schaduwzijde is van het ik. De mens had zich nooit kunnen ontwikkelen tot een zelfstandig wezen zonder de wereld geweld aan te doen. Zijn individualisering houdt een verzet in tegen de geest, tegen de natuur, tegen anderen. Voor die omgang met het kwaad krijgt hij nu de rekening gepresenteerd in de vorm van de dubbelganger. En dat is geen straf maar een kosmische wetmatigheid: de mens kan de drempel van de geest niet overschrijden zonder zijn schulden te betalen. 

Dat laatste kan op twee manieren: vrijwillig en onvrijwillig. In het eerste geval erkent hij de dubbelganger als een deel van zichzelf en probeert hem te integreren. Dat vergt inzicht en overleg want de dubbelganger is als een wild dier dat getemd moet worden. In het andere geval stoot hij de dubbelganger (innerlijk) instinctief van zich af en bestrijdt hem (uiterlijk) in dingen en mensen waarop hij hem zonder het te weten projecteert. Dit gevecht tegen windmolens leidt tot de omkering die vandaag op grote schaal plaatsvindt: in plaats dat de mens zijn dubbelganger stap voor stap onder controle krijgt, raakt hij steeds meer in diens greep. In plaats dat hij zijn ik-bewustzijn verder ontwikkelt, verliest hij het en valt terug in oude vormen van groepsbewustzijn. Hij voelt zich verantwoordelijk voor de schaduwzijden van de kolonisatie omdat hij tot het blanke ras behoort. En Afrikanen voelen zich op hun beurt gerechtvaardigd daar gebruik van te maken omdat ze tot het zwarte ras behoren. 

We worden vandaag gekoloniseerd door onze dubbelganger. Hij maakt gebruik van zwarten, moslims, holebi’s, vrouwen en andere ‘onderdrukte minderheden’ die hij ‘hun rechten wil teruggeven’. In werkelijkheid heeft hij het gemunt op het menselijk ik, dat hij in zijn bezit wil krijgen en tot zijn werktuig maken. Daartoe verkondigt hij de theorie dat er pas vrede op aarde kan komen als alle rassen, volkeren en geslachten als gelijken worden behandeld. Deze ‘vredesboodschap’ combineert het (christelijke) streven naar gelijkheid en eenheid met het (ahrimaanse) afwijzen van de geest: niet de mens als individu moet gelijkberechtigd worden, maar de mens als lichaam. Het is de materialistische versie van de christelijke boodschap en waar dat in de praktijk toe leidt, zien we nergens beter dan in de kunstwereld. De barbaarse kunstvorm die daar honderd jaar geleden opdook en zich profileerde als een onderdrukte minderheid werd dankzij die politiek binnen de kortste keren een onderdrukkende meerderheid.

Als een koekoeksjong eiste de hedendaagse kunst een plaats in het artistieke nest, en toen ze die kreeg, begon ze meteen de oorspronkelijke kunst overboord te werpen. En net als in de natuur werd dat niet opgemerkt. De moderne mens heeft een monster grootgebracht en hij ziet het niet. Hij is blind voor het feit dat de dubbelganger de plaats van zijn ik heeft ingenomen, hij ziet geen verschil tussen beide. Deze morele blindheid maakt dat hij zich in toenemende mate identificeert met het monsterlijke wezen dat hem misbruikt, brutaliseert en uitlacht. Maar de machtshonger van de dubbelganger is nog lang niet gestild. Hij heeft de ‘oude’ kunst reeds verdreven uit het openbare leven, maar hij wil ze ook verdrijven uit het hart van de mens. Hij wil alle liefde die men nog voor deze kunst voelt, uitroeien en haar voorstellen als een historische fout, als een misdaad tegen de mensheid, een uitdrukking van het blanke racistische, discriminerende, sexistische waanbeeld van het ik.

De nieuwe generatie van Social Justice Warriors wil Grote Schoonmaak houden in onze theaterzalen en musea. De Europese kunst moet er plaats ruimen voor een echte, universele wereldkunst waarin alle rassen, volkeren, etnische groepen, geslachten en minderheden aan bod komen. Voor de oude, witte kunst zal nog een klein hoekje gereserveerd worden ter herinnering aan de culturele holocaust die ze veroorzaakt heeft. Want de afschuw voor alles wat uitgaat van het individuele ik van de mens moet levendig worden gehouden, ja het moet de nieuwe mensheidsreligie worden. En daarvoor moet ook de wetenschap worden aangepakt. Haar waarheidsstreven moet net als in de kunst (waar het zich als schoonheidsstreven manifesteerde) voor de bijl. Onmogelijk, denken we. Maar dat dachten we ook toen Marcel Duchamp zijn pispot tentoonstelde, and look what happened. Vijfenzeventig jaar geleden schreef C.S.Lewis zijn beroemde essay ‘De Afschaffing van de Mens’. Het is vandaag helaas actueler dan ooit. 

Advertenties

Barbarians at the gate (2)

  
(Overgenomen van Clericks Weblog)

Minister van Onderwijs Crevits heeft in haar één-septemberinterview met Het Nieuwsblad een paar behartenswaardige dingen gezegd. Lesgeven mag niet worden herleid tot ‘leerplannen, eindtermen en handboeken’. Een leraar is ‘geen robot’. Er moet iets gedaan worden aan de ‘papierberg in de scholen’. En haar wens is het dat onderwijsmensen op het einde van haar ministerschap zouden zeggen: ‘Crevits heeft echt een inspanning gedaan om ons meer vrijheid te geven.’ 

Ik ben het daar allemaal grondig mee eens. Maar in reacties op het interview hoor je niets over die behartenswaardige dingen. In reacties gaat het altijd over die andere uitspraak van Crevits, die waar ze zegt dat leerlingen niet ‘slaafs’ moeten volgen wat leraren zeggen. Oudere mensen schrikken daarvan. Voor het Vaticaans Concilie of, zeg, voor mei 1968, zou een minister van Onderwijs zoiets niet gezegd hebben. Het gezag was toen nog solidair. De leraar stond niet alléén voor de klas. Achter hem stond, figuurlijk dan, de prefect, de directeur, de minister, de regering en de koning – die laatste ook een beetje letterlijk want zijn portret hing boven het bord.

Een van de eerste regeringsleiders om die solidariteit te doorbreken was Mao Zedong. Tijdens de Culturele Revolutie (1966) riep hij de Chinese scholieren op om in opstand te komen tegen leraren die te veel aandacht besteedden aan theoretische en schoolse kennis en te weinig aan praktische toepassing en sociaal en politiek engagement. Die opstand, vond Mao, mocht gerust wat bruut zijn. Een revolutie was ten slotte geen theekransje.

De Chinese pubers hadden aan een half woord genoeg. Ze deden een rode armband om, noemden zich Rode Gardisten en ze riepen hun leraren ter verantwoording in massavergaderingen van ‘kritiek en zelfkritiek’. Een leraar of lerares die niet snel genoeg was in het toejuichen van de opstand of in het bekritiseren van conservatieve collega’s, kreeg zelf de volle laag. Zo Bian Zhongyun, directrice van een meisjeslyceum in Beijing. Haar gezicht werd met inkt ingewreven. Ze moest de toiletten gaan leegmaken. Ze moest op een emmer trommelen en roepen: ‘Ik ben een kapitaliste.’ Ze werd getrapt en geslagen met stokken. Ze werd bewusteloos op een kar gegooid. Ze overleed op weg naar een ziekenhuis.

Een van de aanstooksters van de moord op Bian Zhongyun was Song Binbin. De enthousiaste scholiere werd enkele dagen later tijdens een manifestatie van één miljoen revolutionaire jongeren bij Mao geroepen. Ze kreeg de eer om de oude leider een armband van de Rode Gardisten op te spelden. Van dat treffende tafereel werd een poster gemaakt, die nog op mijn kamer heeft gehangen toen ik zelf scholier was, want ik was een groot bewonderaar van Mao.

Met Song Binbin is alles goed gekomen. Na de culturele revolutie week ze uit naar de Verenigde Staten. Ze doctoreerde aan het MIT en ging werken voor een departement van Natuurbescherming. Er bestaat een foto van haar waar ze, teruggekeerd in China en met grijze haren, een berouwvolle buiging maakt voor het standbeeld van haar vermoorde directrice.

(Philippe Clerick)

Barbarians at the gate

  

Verleden woensdag kwam Jordan Peterson een lezing houden op de Queen’s University in Kingston, Ontario. De Canadese psychologie-professor is momenteel de meest populaire en tegelijk meest gecontesteerde publieke intellectueel worldwide. Vanuit het niets werd hij de beroemdheid in gekatapulteerd nadat hij protest aantekende tegen Bill C-16, een wetsvoorstel dat transgenders het recht geeft aangesproken te worden met de voornaamwoorden van hun keuze. Hij lichtte zijn argumenten toe in een aantal youtube-filmpjes en dat was het begin van een nieuwe carrière als woordvoerder van het groeiende protest tegen de politieke correctheid (die in Canada hoge ogen gooit met een premier die vooroploopt in gay parades en vindt dat het woord ‘mankind’ vervangen moet worden door ‘peoplekind’). Jordan Peterson is een intelligent, welbespraakt en strijdlustig man die zijn standpunten met vuur verdedigt en dat wordt hem door politiek-correct links dan ook niet in dank afgenomen. 

In Ontario werd hij opgewacht door zo’n 150 demonstranten, hoofdzakelijk studenten, die slogans riepen, gaande van ‘no hate speech at our university’ tot ‘lock them in and burn it down‘. Algauw verschenen op youtube filmpjes vanuit de zaal zelf en die waren lichtjes hallucinant. Ze tonen een eerbiedwaardige universiteitszaal in neo-classicistische stijl, met veel hout, glasramen en een spreekgestoelte. Terwijl Jordan Peterson aan het woord is, klinkt buiten onophoudelijke geroep en geschreeuw. Het geeft de zaal het karakter van een belegerde vesting die ieder moment kan ingenomen worden. Door de ramen zijn schimmen zichtbaar die proberen het glas-in-lood in te slaan, en daar uiteindelijk ook in slagen. Op andere filmpjes is te zien hoe de meute samentroept voor de ingang en inbeukt op de deur. Heel opvallend: de aanwezige politie-agenten grijpen niet in, ze laten begaan. Even later raken de demonstranten dan ook binnen. Ze schreeuwen vanop het balkon en klimmen op het podium met een spandoek waarop staat: permission to smash bigotry.    

Achteraf verschijnt in de kranten het bericht dat een (oudere) vrouw werd gearresteerd met een ‘dodelijk wapen’ in haar bezit, dat ze ook van plan was te gebruiken. Ze verzette zich naar verluidt hevig tegen haar arrestatie, sloeg, krabde en beet, en vernielde een venster van de politie-combi. Het past allemaal in het plaatje. Wat doorgaans begint als een studentikoos protest tegen ideeën en opvattingen verandert tegenwoordig heel snel in een persoonsgerichte agressie met de intussen klassiek geworden scheldwoorden: fascist, sexist, nazi, islamofoob, homofoob, enzovoort. Jordan Peterson, een beschaafd en ontwikkeld man, is duidelijk niets van dat alles, maar daar gaat het ook niet om. Het verschil van mening is slechts een voorwendsel om wilde driften los te laten. Je ziet dat ook aan de glunderende gezichten van de protesterende studenten: ze genieten, niet van de ideeënstrijd, maar van dat grijze gebied waar ideeën overgaan in daden, en waar andersdenkenden net niet gelyncht worden. 

Deze jonge mensen, kinderen nog, zijn blij dat er eens iets gebeurt in die kille, intellectuele wereld van de universiteit, iets dat hun bloed weer doet stromen en hen het gevoel geeft dat ze leven. Ze hebben niet veel nodig om opgeruid te worden en hysterisch te staan schreeuwen tegen iemand die afgeschilderd wordt als een ‘slecht mens’. In hun onbewuste beleving is dat iemand die hen wil beletten om toe geven aan hun lagere driften, iemand als Jordan Peterson die zegt dat ze moeten nadenken, logisch redeneren en hun demonen in bedwang houden. Zo iemand is dan een ‘rechtse zak’, een fascist, een weerzinwekkend figuur. Linkse mensen zijn veel sympathieker, want die stimuleren hen om enerzijds te zwelgen in luciferische eigenliefde en anderzijds in ahrimaanse haat. Wat een genot om je laagste driften bot te vieren en jezelf niettemin als een halve heilige te kunnen beschouwen! Jordan Peterson bestempelde de demonstranten op twitter als ‘barbarians at the gate‘, en dat zijn ze inderdaad.

In die lachende, joelende, schreeuwende, scheldende, hysterische jonge mensen at the gate of Queen’s University, Ontario, Canada, herkennen we de mens die over de drempel gaat en voor de keuze staat: zie ik mijn dubbelganger onder ogen of raak ik in zijn greep? En dat zou je de zwakke plek van Jordan Peterson kunnen noemen: dat hij dit onvoldoende beseft. Want in zijn – moedige en noodzakelijke – stellingname tegen de politieke correctheid schuilt eveneens genot. We zien hem op het vermelde youtube-filmpje glimlachend toekijken hoe de demonstranten de zaal op stelten zetten en hem het spreken beletten. Maar er valt helemaal niets te lachen of te glimlachen. Wat er vandaag gebeurt aan universiteiten, hogescholen, gewone scholen en andere ‘opvoedingsinstellingen’ is van een diepe, diepe, treurigheid. Dat men jonge mensen toelaat om deze (eertijdse) boegbeelden van het vrije denken op zo’n manier te onteren, dat vraagt om een molensteen, daar is geen vergeving voor. 

Muffles en Ruffles

  

Alice Salomon was een Duitse feministe tot de nazi’s haar dwongen het land te verlaten. In Berlijn stichtte ze een hogeschool voor vrouwen, die later haar naam zou krijgen. Onlangs is die Hochshule in het nieuws gekomen omdat een gedicht dat op de zijgevel van het gebouw prijkte verwijderd werd na protest van de studenten. Die vonden dat het gedicht ‘niet alleen een klassieke patriarchale kunsttraditie reproduceerde waarin vrouwen uitsluitend de mooie muzen zijn die mannelijke kunstenaars tot creatieve daden inspireren, maar bovendien herinnerde aan onaangename sexuele intimidatie waaraan vrouwen dag in dag uit onderworpen zijn’. Het gewraakte (Spaanse) gedicht ging als volgt: avenidas, avenidas y flores/flores, flores y mujeres/avenidas, avenidas y mujeres/avenidas y flores y mujeres y/un admirador. In het Nederlands: lanen, lanen en bloemen/bloemen, bloemen en vrouwen/lanen en bloemen en vrouwen en/een bewonderaar.

Je moet goed gek zijn om dit onschuldige gedicht sexistisch te vinden. Maar blijkbaar zijn de studenten van de Alice Salomon Hochshule dat. Ze zijn helaas niet de enigen. Soortgelijke zaken spelen zich af aan tal van Westerse universiteiten en hogescholen. Wat centra van vrije meningsuiting en vrij onderzoek zouden moeten zijn, worden in toenemende mate brandhaarden van politieke correctheid en bekrompenheid. Het lijkt wel of er een nieuwe beeldenstorm in de maak is, want wat zal het volgende zijn? Het verwijderen van vrouwelijk naakt uit musea en kunstboeken? Het censureren van de gedichten van Goethe en Schiller? Het vervangen van Plato en Aristoteles door vrouwelijke filosofen? Het verbieden van muziek van blanke mannen? Het verbazingwekkende is dat de barbaarse eisen van de studenten – vaak kinderen nog – zonder noemenswaardig verzet worden ingewilligd door de directies van de onderwijsinstellingen. Geen vinger steken ze uit om het Europese culturele erfgoed te verdedigen, wel integendeel. 

Ze zijn dus allebei gek, oud én jong. Maar aan welke gekte lijden ze? Een antwoord op die vraag komt uit onverwachte hoek. Eén van de onvolprezen verhalen van James Herriot, een plattelandsveearts uit het Engelse Yorkshire, gaat over Muffles and Ruffles, twee schoothondjes met een buitengewoon slecht karakter. Als de lankmoedige Herriot voor de zoveelste keer in de enkels is gebeten door beide mormels, legt hij de zaak voor aan zijn baas. Die is in het geheel niet verbaasd. Natuurlijk bijten ze, zegt hij, want ze zijn de baas in huis en dat haten ze. Honden willen gehoorzamen, dan voelen ze zich veilig, dat geeft hen houvast. Als ze echter mogen doen wat ze willen, dan worden ze kwaadaardig. Is dat niet precies wat er vandaag ook aan de hand is met de kinderen? Net als honden worden ze met ‘liefde’ overladen, vertroeteld en verafgood. Hun wil is wet, niemand durft hen iets te weigeren, en wee degene die een vinger naar ze uitsteekt! Het resultaat is een generatie pestkoppen die iedereen terroriseren. 

Schaamlippen (4)

  

Wat bezielde Goedele Liekens om op hetzelfde moment dat in Amerika de zaak Weinstein losbarstte een voorstel te lanceren om de vrouwelijke schaamlippen een andere naam te geven? Waarom culmineerde de zaak Bart De Pauw uitgerekend op Wapenstilstanddag? Waarom hadden moslimjongeren diezelfde dag uitgekozen om oorlogje te spelen in de Brusselse Lemonnierlaan, genaamd naar de man die burgemeester was tijdens de eerste wereldoorlog? Waarom werd na die eerste wereldoorlog gewacht tot 11 uur op de 11de dag van de 11de maand om de wapenstilstand uit te roepen? Waarom gebeurde dat in Compiègne, de stad waar eeuwen geleden Jeanne d’Arc gevangen werd genomen en uitgeleverd aan de Engelsen? Waarom gebruikte een Belgische ngo de wapenstilstandcijfers 11.11.11 om mensen ertoe te bewegen geld te geven voor hongerend Afrika? En wat bezielde Belgische feministen om Vrouwendag op diezelfde 11 november te vieren? 

Wie zich vragen begint te stellen over wat er dit jaar voorviel op Wapenstilstanddag ziet allerlei onverwachte verbanden opduiken. Samen lijken ze een beeld of een teken te vormen dat ons iets wil zeggen. Gemakkelijk is het echter niet om dat beeld helder te krijgen en erachter te komen wat het precies betekent. Daarvoor moet men – onder meer – opboksen tegen een sfeer van wantrouwen en ongeloof, want dergelijke beeldvorming leidt tot samenzweringstheorieën of – erger nog – tot de suggestie dat er geestelijke factoren in het spel zijn. En dat wordt beschouwd als … grensoverschrijdend gedrag. Alles wat ons ertoe brengt om afstand te nemen van de werkelijkheid, grotere verbanden te zien en imaginatief te denken, wordt in een kwaad daglicht geplaatst. Het brengt ons dichter bij de grens tussen materie en geest, en daar verzet de geest van het materialisme zich uit alle macht tegen. Het wil ons met onze neus op de materiële werkelijkheid drukken, als was de wereld een smartfoon.

‘Grensoverschrijdend gedrag’ is goed op weg om dezelfde status te krijgen als ‘racisme’. De uitdrukking wordt gebruikt om ongeoorloofd sexueel contact aan te duiden. Maar ook geoorloofd sexueel contact is – in de letterlijke zin van het woord – grensoverschrijdend gedrag. En daar heeft men geen enkel bezwaar tegen, wel integendeel. Feministen als Goedele Liekens stimuleren sexueel gedrag op alle mogelijke manieren. Ja, er is geen beweging die meer de nadruk legt op sex dan juist de feministische. Was het vroeger vooral de man die uit was op sex, dan is nu ook de vrouw een grensoverschrijdend wezen geworden. We leven ook op andere gebieden in een grensoverschrijdende tijd. Denken we maar aan de manier waarop Amerika andere landen binnenvalt. Of aan de manier waarop de overheid binnendringt in de persoonlijke sfeer. Of aan de manier waarop moslimmigranten Europa binnenstromen. Niemand ziet graten in dergelijk ‘letterlijk’ grensoverschrijdend gedrag.

Een heel ander verhaal wordt het wanneer we grensoverschrijdend gedrag in de figuurlijke betekenis van het woord nemen. Denken we maar aan het geval Bart De Pauw. Vlaamse feministen klagen steen en been over het ongeoorloofde gedrag van mannen. Zo kan het niet verder, verklaren ze beslist. Vooral in de film- en theaterwereld loopt het volgens hen de spuigaten uit. Toch vinden ze niks ergers om hun woede op te koelen dan een komiek die pikante sms-jes verstuurt. Of wilden ze niks ergers vinden? Was het misschien juist hun bedoeling om verbaal grensoverschrijdend gedrag te viseren in plaats van fysiek grensoverschrijdend gedrag? Dat zou alvast verklaren waarom ze zo toegeeflijk zijn voor moslimgeweld maar een sms-ende clown aan de galg willen zien. Hetzelfde onderscheid vinden we bij de lgbt-beweging waarmee het feminisme zich geaffilieerd heeft: extreme toegeeflijkheid voor fysiek geweld gaat er hand in hand met extreme ontoegeeflijkheid voor geestelijk geweld.

De speerpunt van deze beweging zijn de transgenders: mensen die van geslacht (willen) veranderen. Om dat doel te bereiken schrikken ze niet terug voor fysiek geweld, zowel tegen hun eigen lichaam (chirurgische ingrepen en hormoonbehandelingen) als tegen dat van anderen. Uit deze kringen zijn nogal wat Social Justice Warriors afkomstig. Ze zijn (vooral) actief aan universiteiten, waar ze lessen verstoren, professoren het spreken beletten, en hen zelfs zodanig terroriseren dat ze ontslag moeten nemen. Dat fysieke geweld – ze lijken wel in de leer te zijn gegaan bij moslimjongeren – gebruiken ze om zich te verdedigen tegen het ‘geestelijke geweld’ van hun professoren. Ze voelen zich aangerand door ideeën die niet overeenkomen met de hunne, en daartegen willen ze beschermd worden. Onder het motto Dialogue is Violence eisen ze safe places waar ze niet blootstaan aan kwetsende woorden en ideeën. Nee, het is beslist geen fysiek grensoverschrijdend gedrag dat ze aanklagen. 

Het grensoverschrijdend gedrag waar ze hun pijlen op richten, is het vrije denken, het debat, le choc des idées. Daarom is het zo onbegrijpelijk dat universiteiten niets doen om hun professoren in bescherming te nemen tegen deze – voor het vrije onderzoek dodelijke – Social Justice Warriors. Maar ook de overheid haalt bakzeil. Zo keurde de Canadese senaat onlangs een wetsvoorstel goed dat mensen het recht geeft aangesproken te worden zoals zij dat willen. Een man kan bijvoorbeeld eisen als vrouw aangesproken te worden en omgekeerd. Wie dat weigert, zal strafrechterlijke vervolging riskeren. Het gaat zelfs verder dan dat. Er is een heel nieuw vocabularium bedacht waarmee de verschillende genders (en dat zijn er nogal wat) aangeduid willen worden. Het omvat (Engelse) woorden aan als zie, zim, zir, zis, tey, tem, ters, enzovoort. Professor Jordan Peterson, die verklaarde die woorden niet te zullen gebruiken, kwam in het oog van een storm te staan en dreigt nu zijn job te verliezen. 

Dit alles speelt zich niet af in de marge van de maatschappij maar aan de meest prestigieuze Amerikaanse en Canadese universiteiten: Harvard, Berkeley, Yale, Toronto. Er moet niet aan getwijfeld worden dat deze ‘sociale oorlog’ ook naar Europa zal overwaaien. Nu reeds heerst aan onze universiteiten een wildgroei van genderstudies die de hele wetenschap willen herschrijven. Dat levert vakken op als feministische geologie en genderneutrale wiskunde. Een Amerikaanse feministe betoogde onlangs dat de #metoo beweging een wereldrevolutie inluidt: er komt een eind aan het hele door mannen beheerste verleden. Er is een nieuwe wereld aan het ontstaan waarin geen plaats meer zal zijn voor grensoverschrijdend gedrag. Denken zal gebeuren door middel van artificiële intelligentie, dat wil zeggen door de nieuwe, superieure robotmens die als een God zal (moeten) aanbeden worden. In Silicon Valley heeft men de nieuwe godsdienst reeds laten registreren. No kidding.

Als antroposoof weet je wat dat betekent: Ahriman incarneert. Het is de vraag of we hem ooit te zien zullen krijgen, want deze geest opereert achter de schermen en wil liefst verborgen blijven. Maar we zien hem overal aan het werk in ontelbare ‘activisten’ die strijd voeren tegen racisme, tegen grensoverschrijdend gedrag, tegen male supremacy, tegen white privilege, enzovoort. Hun ‘sociale strijd’ is zo misleidend omdat hij volkomen gerechtvaardigd is wat het fysiek-materiële aspect betreft. Er kan geen twijfel over bestaan dat discriminatie op basis van ras of geslacht niet meer van deze tijd is. Maar het activisme gaat verder dan dat. Het overschrijdt ongemerkt de grens tussen materie en geest, waardoor de strijd slechts in schijn tegen fysieke grensoverschrijdingen gericht is. In werkelijkheid viseert hij geestelijke grensoverschrijdingen. Zo gaat Ahriman te werk: hij gaat ‘in het geheim’ over de drempel, zonder dat we het zien, en zet daardoor de zaken op hun kop. 

Als gevolg van deze ‘occulte’ grensoverschrijding verandert de strijd tegen racisme ongemerkt in een strijd tussen de rassen, de strijd tegen de ongelijkheid tussen man en vrouw verandert in een guerre des sexes, de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag wordt een strijd tegen de geest. Alles wordt namelijk gespiegeld wanneer we over de drempel gaan, alles is omgekeerd aan gene zijde. Houden we daar geen rekening mee – omdat we niet weten of zien dat de drempel wordt overschreden – dan halen we geest en materie door elkaar. Wat op geestelijk vlak thuishoort, doen we dan op fysiek vlak of omgekeerd. Dat geldt heel speciaal voor de drempeloverschrijding zelf. Die moet op geestelijk vlak plaatsvinden, dat wil zeggen bewust en vrijwillig, niet instinctief en gedwongen zoals bij een ‘fysieke’ drempeloverschrijding. Het resultaat van die verwisseling is een enorme chaos waarin iedereen slaags raakt met iedereen. Op die manier bereidt Ahriman de oorlog van allen tegen allen voor.

Het enige wat we daar tegenover kunnen plaatsen is ‘drempelbewustzijn’, inzicht in wat er gebeurt wanneer we de grens tussen geest en materie overschrijden. Hoezeer Ahriman zich daardoor bedreigd voelt kunnen we aflezen aan de heftigheid waarmee hij grensoverschrijdend gedrag bestrijdt. Want die strijd is slechts in schijn gericht tegen ongeoorloofd fysiek-sexueel contact. In werkelijkheid is hij gericht tegen ‘geestelijke’ grensoverschrijdingen. Ahriman wil onder geen beding dat we de drempel bewust overschrijden en op die manier het grensgebied leren kennen. Dat blijkt nergens zo duidelijk als in de kunst, de grensoverschrijdende activiteit bij uitstek. Hier gaat de mens – de kunstenaar zowel als de kunstliefhebber – voortdurend over de drempel. Dat kunnen we aflezen aan de spontane, fysieke beweging die hij maakt wanneer hij kunst schept of bekijkt: door afwisselend naar het kunstwerk toe en van het kunstwerk weg te bewegen, overschrijdt hij telkens weer de grens tussen geest en de materie, tussen mens en kunstwerk. 

Deze ‘grensoverschrijdende’ beweging heeft Ahriman helemaal lamgelegd door een kunst in het leven te roepen waarbij het zinloos is het kunstwerk afwisselend van dichtbij en van op een afstand te kijken. In de hedendaagse kunst is er immers geen verband meer tussen het (materiële) kunstwerk en de (geestelijke) betekenis ervan, tenzij een ‘nominalistisch’ verband. De hedendaagse kunstenaar geeft zijn kunstwerk een bepaalde betekenis zoals ouders hun kind een bepaalde naam geven. Marcel Duchamp heeft dat bijvoorbeeld gedaan met een pispot. Aan die pispot kunnen we de betekenis niet aflezen, we kunnen ze alleen van de kunstenaar (of een van zijn ingewijden) vernemen. Het hele grensgebied tussen materie en geest, waar we niet alleen uiterlijk maar ook innerlijk in beweging konden komen, is verdwenen. Ahriman heeft ons in de kunst onze bewegingsvrijheid ontnomen en ons veroordeeld tot geestelijke passiviteit en onderworpenheid.

Na 100 jaar hedendaagse kunst zijn we ervan overtuigd geraakt dat kunst een soort hostie is die je moet slikken en die je in de mond wordt gelegd door ‘ingewijden’ die pretenderen over de drempel te zijn gegaan. Dat we zelf over die drempel kunnen of moeten gaan, komt niet eens meer in ons op. Ons hele middengebied is uitgeschakeld, ons hart het zwijgen opgelegd. En daar ligt het verband met met Wapenstilstand, met de eerste wereldoorlog, met de #metoo beweging, met de Social Justice Warriors. Onder het mom van een gerechtvaardigde strijd wordt ‘het midden’ van de wereld – zowel uiterlijk als innerlijk – aangevallen, steeds weer opnieuw. De kunstzinnige, grensoverschrijdende activiteit die vanuit dit midden, dat wil zeggen vanuit het menselijke Ik, tot bewustzijn had moeten komen, wordt nu vanuit de tegenpolen – door de geallieerde krachten van Lucifer (het Oosten) en Ahriman (het Westen) – onder vuur genomen. Dat is het ‘occulte’ beeld dat dit jaar op Wapenstilstanddag zichtbaar werd. Wat het te maken heeft met de cijfercombinatie 11.11.11 blijft vooralsnog een raadsel. 

Vakantielectuur (3)

  

Een tijdje geleden trof ik op de keukentafel ‘De Bekeerlinge’ aan, het jongste boek van Stefan Hertmans. An had het cadeau gekregen bij een of andere gelegenheid en aangezien ze geen aanstalten maakte om het te lezen, besloot ik het eens in te kijken. Op de achterflap las ik dat het om ‘een meesterwerk’ ging, een ‘cruciaal boek’, ‘de bevestiging van een gigatalent’. Kijk eens aan, dacht ik, nog maar eens een meesterwerk! Als je achterflappen mag geloven, verschijnt er iedere week wel ergens een meesterwerk. Niet te geloven hoeveel genieën er tegenwoordig rondlopen! Jammer genoeg blijken ze meestal saaie en vervelende boeken te schrijven waar ik niet doorheen raak en die me de zin ontnemen ooit nog een moderne roman te lezen. Dat was deze keer gelukkig niet het geval. Tot mijn verbazing las ik ‘De Bekeerlinge’ helemaal uit. Stefan Hertmans kan dus schrijven, daar valt niet op af te dingen. Maar een meesterwerk? Een cruciaal boek? De bevestiging van een gigatalent? Kom, kom, kom. 

Waarover gaat het? Een christenmeisje uit de 11de eeuw wordt verliefd op een joodse jongen, loopt weg van huis, bekeert zich, moet vluchten voor de christenen en eindigt ten slotte half krankzinnig in een afgelegen dorp in de Provence. In dat dorp heeft de schrijver toevallig een buitenverblijf en hij komt zijn onderwerp op het spoor, niet door een oud manuscript dat hij op zolder ontdekt, maar door een buurman die hem een tijdschriftartikel over de streek bezorgt. Het recept dat hij vervolgens gebruikt, is bekend: twee verhalen worden door elkaar gevlochten. Het ene speelt zich af in de Middeleeuwen, het andere in onze tijd. De lezer volgt het meisje Hamoutal op haar tocht dwars door Europa, en tegelijk volgt hij ook Stefan Hertmans die research doet voor zijn boek en zijn hoofdpersonage achterna reist, zij het dan met de auto. Het duurt niet lang voor de lezer de boodschap van het boek doorheeft: de geschiedenis herhaalt zich – zoals Hamoutal destijds werd opgejaagd, zo worden ook vandaag weer vluchtelingen opgejaagd. 

Stefan Hertmans brengt deze boodschap niet alleen over door het twee-verhalenprocédé maar ook door de manier waarop hij de wereld van joden en moslims tegenover die van de christenen plaatst. Door de eersten wordt Hamoutal met liefde opgevangen en verzorgd, door de laatsten wordt ze ongenadig achtervolgd. De joodse en islamitische wereld wordt in poëtische en positieve termen beschreven, de christelijke wereld in ruwe en negatieve bewoordingen. De tegenstelling is zo groot dat het bij momenten karikaturaal wordt. Moslims en joden zijn zowat synoniem met beschaving, menselijkheid en verfijning, christenen met barbaarsheid en primitiviteit. Als deze laatsten in ‘De Bekeerlinge’ op het toneel verschijnen, spat het bloed in het rond. Met name die bloederige passages doen de lezer het voorhoofd fronsen. Ze contrasteren zo fel met de dichterlijke, peinzende atmosfeer die Stefan Hertmans weet op te roepen dat duidelijk is dat de schrijver zich eens goed heeft laten gaan. Zijn afkeer voor het christendom is blijkbaar sterker dan hemzelf.

Het doet me denken aan wat mijn leraar ooit zei over een collega: ‘hij heeft onmiskenbaar talent, maar de vraag is wat hij ermee doet!’ Stefan Hertmans kan schrijven, dat staat buiten kijf, maar hij stelt zijn talent ten dienste van een boodschap. Daarom is ‘De Bekeerlinge’ geen goed boek. Het is, om de terminologie van Rudolf Steiner te gebruiken, geen poging om de zintuiglijke werkelijkheid in de vorm van de idee te gieten, het is een poging om een idee in een zintuiglijk kleedje te steken. Dat is op zich al onkunstzinnig, maar de idee (of de boodschap) die Stefan Hertmans aanschouwelijk wil maken, is ook nog eens zo onpersoonlijk, zo dubieus en zo politiek-correct dat zijn dienstbaarheid een vorm van slaafsheid wordt. Hij laat zich ‘knechten’ door de boodschap die hij wil brengen. En die onderdanigheid wordt goed beloond: ‘De Bekeerlinge’ wordt een meesterwerk genoemd, het boek is al in de prijzen gevallen, en de auteur wordt door sommigen zelfs al voorgedragen voor de Nobelprijs.

Je zou voor minder door de knieën gaan. Moderne schrijvers en kunstenaars doen dat dan ook in groten getale. Allemaal verkondigen ze dezelfde politiek-correcte boodschap, allemaal zijn ze zo slaafs en onderdanig dat je je schaamt in hun plaats, en allemaal zijn ze zich van geen kwaad bewust. Maar dat laatste klopt toch niet helemaal. In de kunst kun je niet liegen, je kunt je niet verbergen, de waarheid komt hoe dan ook aan het licht. Kunstenaars weten dat. Wie hun kunst als kunst benadert en dus niet alleen oog heeft voor de inhoud maar ook – en vooral – voor de vorm, kan niet om de tuin geleid worden. In dat opzicht is ‘De Bekeerlinge’ een voorbeeld van wat er gebeurt als een schrijver dat toch probeert, als hij zijn talent gebruikt om de lezer een boodschap in de maag te splitsen. Aan dat (zelf)bedrog wijdt Stefan Hertmans zijn beste krachten, maar de vorm van zijn boek verraadt hem. En aangezien hij die vorm zelf geschapen heeft, is het alsof hij stiekem hoopt dat de lezer hem zal ontmaskeren.

Het meest opvallende vormkenmerk van ‘De Bekeerlinge’ is het twee-in-één verhaal. We zijn getuige van het dramatische leven van Hamoutal, maar tegelijk zien we Stefan Hertmans koffie drinken voor het venster van zijn buitenverblijf, en mijmeren over wat zich daar duizend jaar geleden (misschien) heeft afgespeeld. Hij presenteert zichzelf dus als een welgestelde burgerman die, als het hem thuis even teveel wordt, kan wegvluchten naar het Zuiden van Frankrijk. Dit keer doet hij dat omdat hij een boek wil schrijven en daartoe volgt hij per auto de weg die Hamoutal te voet aflegde. Het naast elkaar plaatsen van deze twee vluchtroutes heeft iets potsierlijks: de harde overlevingstocht van het middeleeuwse meisje en de comfortabele autorit van de moderne schrijver. We volgen de auteur op zijn tocht langs de autostrades van Frankrijk, terwijl hij af en toe stopt op een plek waar vroeger een joodse synagoge stond en nu een Aldi. Een enkele keer bezoekt hij ook een archeologische site of een bibliotheek, maar spannender dan dat wordt het niet.

Het raamverhaal is zo banaal en vervelend dat je je gaat afvragen waarom Stefan Hertmans het überhaupt in zijn boek heeft opgenomen. Niet alleen draagt het niets bij tot het andere verhaal, maar het doet er zelfs afbreuk aan. Toen ik het boek voor het eerst las, duurde het zowat 20 bladzijden voor ik begreep waarover het ging. De manier waarop de schrijver beide verhalen met elkaar vermengt, is niet alleen verwarrend maar ook ergerlijk. Hij vertelt het verhaal van Hamoutal op boeiende wijze, maar telkens weer opnieuw verbreekt hij de betovering om de lezer lastig te vallen met zijn eigen besognes. Het is als een film die zoveel gebruik maakt van flash-backs dat de kijker algauw niet meer weet waar hij het heeft. ‘De Bekeerlinge’ zou een beter boek zijn geweest als dat tweede verhaal, het verhaal van de schrijver, gewoon was weggelaten. Maar dan zou het natuurlijk wel een stuk dunner zijn geworden en de link tussen heden en verleden zou minder dik in de verf staan. 

Heeft Stefan Hertmans werkelijk (de kwaliteit van) zijn boek opgeofferd om zijn politiek-correcte boodschap beter te doen overkomen en daar dan de beloning voor op te strijken? Het is in ieder geval een feit dat hij als schrijver pas echt bij het grote publiek is doorgebroken toen hij de Zeitgeist nadrukkelijk eer begon te bewijzen, eerst met ‘Oorlog en Terpentijn’ dat – toevallig – samenviel met de herdenkingen van de eerste wereldoorlog, en nu met ‘De Bekeerlinge’ dat – al even toevallig – samenvalt met de migrantenproblematiek. Hij is trouwens niet de enige die dat doet. Moderne schrijvers en kunstenaars zijn opvallend gevoelig geworden voor wat er van hen verwacht wordt en voor wat hen roem en eer (en een buitenverblijf in Frankrijk) oplevert. Daar zijn ze natuurlijk altijd gevoelig voor geweest – de ‘gewetenloosheid’ van de kunstenaar is bekend – maar dat ze zich zo onderdanig gedragen, uitgerekend op het moment dat ze onafhankelijker zijn dan ooit, geeft toch te denken. 

Nee, ik kan niet geloven dat Stefan Hertmans een platte opportunist is die zijn kunst opoffert voor roem, eer en geldgewin. Hoe krachtig deze motieven ook zijn, ze verklaren toch niet de vernedering die hij en tal van andere kunstenaars vandaag zo bereidwillig ondergaan. Met name de – alle verbeelding tartende – taferelen die zich in de wereld van de beeldende kunst afspelen, vertellen mij dat het iets heel anders is dat er hen toe brengt zichzelf en hun kunst zo naar beneden te halen. En dat ‘iets’ is volgens mij de drempeloverschrijding. In onze tijd gaat de mensheid over de drempel en kunstenaars vormen daar geen uitzondering op. Ze zijn echter wel een speciaal geval, want de drempeloverschrijding is hen vertrouwd. Kunst is altijd een ‘drempeloverschrijdend’ middel geweest. Dat besef is in de loop der eeuwen verdwenen, maar vandaag keert het terug. Het dringt echter niet door tot het bewustzijn van de kunstenaar, het wordt alleen zichtbaar in zijn werk, met name dan in de vorm ervan. 

Villa Hellebosch

  

Villa Hellebosch is de plaats (in het Pajottenland) waar tijdens de zomer twee bekende Vlamingen elkaar bij het aperitief ontmoeten en dan samen de avond doorbrengen. Hun gesprekken worden gefilmd en verwerkt tot een tv-programma en een uitgebreid artikel in de bijlage van De Standaard. Het is al een oud recept. Vroeger werd een villa in Italië gebruikt, maar dat werd waarschijnlijk te duur en het was ook een beetje ver. Bekende Vlamingen ontzien zich geen autorit naar Brussel om op tv te komen, maar Italië? Dat is toch wel een heel eind voor één avond (en een nacht). Maar goed. Deze week waren Vlaams minister-president Geert Bourgeois en actrice-regisseuse-schrijfster Hilde Van Mieghem uitgenodigd in Villa Hellebosch. Hun gesprek werd aangekondigd als een ontmoeting tussen West-Vlaamse nuchterheid en Antwerpse passie, tussen ratio en emotie, tussen rechts en links. Kwestie van de kijker een beetje warm te maken: misschien kwam er wel ruzie van. Dat was niet het geval, het gesprek verliep naar verluidt heel vriendschappelijk. Maar er gebeurde wel iets anders: Hilde Van Mieghem kwam te laat, en geen klein beetje. Ze arriveerde zomaar eventjes vijf uur later dan afgesproken was. Ik heb me van dag vergist, verklaarde ze nederig en ze vond het heel lief dat Geert Bourgeois zolang had gewacht. Ze had zelfs een fles whisky meegebracht als verzoeningsgeschenk. 

Kan iedereen overkomen natuurlijk. Maar la Mieghem had nog maar net in een interview verklaard dat ze – geheel in tegenstelling tot haar nogal ‘wilde’ reputatie – heel stipt was en steeds op tijd verscheen bij afspraken. Misschien had ze er wel aan toegevoegd dat ze dat ook van anderen verwachtte. Zo is het in ieder geval bij mezelf: ik ben altijd stipt op tijd en ik haat het als anderen hun afspraken niet nakomen of een half uur later opdagen alsof er niets aan de hand is. Het was dus een pijnlijk moment voor Hilde Van Mieghem. Hoe ze ermee omging weet ik niet, maar misschien was het een geluk bij een ongeluk en hielp het haar om een beetje in te binden, want op de foto ziet ze eruit alsof ze Bourgeois elk moment kan aanvliegen. In werkelijkheid zal dat ook wel het geval zijn geweest, want zoals al haar collega’s uit de artistieke sector, is ze heel erg links en politiek correct, en vertegenwoordigt Bourgeois alles wat ze verafschuwt: Vlaanderen, de N-VA, extreemrechts (gewoon rechts bestaat niet meer in de ogen van links). Daarom had men die twee ook bij elkaar gebracht: in de hoop dat de vonken eraf zouden vliegen. Maar dat het zo erg zou worden als nu, hadden ze waarschijnlijk toch niet verwacht. Niemand maakt me namelijk wijs dat Van Mieghem ‘per ongeluk’ haar afspraak vergeten was. Iemand die zo stipt is als zij? Nee, volgens mij is haar afschuw voor rechts zo diep dat zelfs haar stipte bewustzijn er niet tegenop kan. 

Ik kan mij vergissen, en ik hoop van harte dat ik dat doe, maar als ik zie hoe de politieke-correctheid de laatste tijd de pan uit swingt, dan denk ik er toch het mijne van. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat deze (door haar omvang) volstrekt irrationeel geworden afkeer van links voor rechts, langzaam maar zeker een onbewuste drift is geworden die zich onttrekt aan de bewuste controle. Zo verscheen onlangs in de krant een artikel van Maarten Boudry waarin hij beweerde dat de wreedheid van IS groter of gevaarlijker was dan die van de nazi’s. Ik kan er niet over oordelen of hij gelijk had of niet, maar ik ken Boudry als een meer dan gemiddeld intelligent iemand en een meer dan gemiddeld moedig intellectueel. Op Facebook kon ik echter toevallig volgen hoe ‘verbijsterd’ de artistieke wereld reageerde op dat artikel. Ze waren het er roerend over eens: hoe is het in godsnaam mogelijk dat dit anno 2017 nog gebeurt! Ik kreeg sterk de indruk dat je niet moest proberen hen tegen te spreken, want dan zouden ze de rangen sluiten en doen alsof je een of ander vies insect was. Eigenlijk twijfelde ik er niet aan: al die gedeelde verontwaardiging was niets anders dan groepsvorming, het afbakenen van het eigen terrein. En dat allemaal omdat iemand geprobeerd had rustig en weloverwogen na te denken over een netelig probleem. Waarschijnlijk waren ze zich niet eens bewust van het buitensporige van hun reacties: het was sterker dan henzelf.

Het is dit sterker-dan-jezelf dat me in toenemende mate verontrust, of beter gezegd: het gebrek aan bewustzijn ervan. Ik weet heel goed wat het is om aanvechtingen te hebben waar je telkens weer het onderspit tegen delft. Maar ik ben me daar heel goed van bewust en ik blijf er de strijd mee aangaan. Het moment dat ik niet meer weet dat ik in de greep zit van een demon die me dingen laat doen waarvan ik me niet bewust ben: ik hoop het nooit mee te maken. Ik herinner me nog hoe diep verontrust ik was toen iemand beweerde dat ik in een artikel een pleidooi voor de vrije liefde had gehouden. Niet dat pleidooi voor de vrije liefde schokte me (er zijn wel erger dingen waar je een pleidooi kunt voor houden) maar het feit dat ik het mij totaal niet herinnerde en me ook niet kon voorstellen dat ik het ooit had gehouden (want ik ben helemaal geen voorstander van vrije liefde). De ander beweerde echter dat hij honderd procent zeker was, ja hij herinnerde het zich maar al te goed. O jee, dacht ik bij mezelf, begin ik nu al dingen te schrijven zonder te beseffen dát ik ze schrijf? Ik liet er geen gras over groeien en zocht het bewuste artikel meteen op. Tot mijn verbazing bleek het niet alleen geen pleidooi voor de vrije liefde te bevatten, het ging zelfs helemaal niet over de liefde.

Dit is gênant, dacht ik bij mezelf, en ik besloot het onderwerp niet meer ter sprake te brengen. Als mij zoiets overkwam, zou ik in de grond zakken van schaamte, maar mijn ‘aanklager’ bleek daar geen last van te hebben. Omdat hij mijn ongeloof had gezien, was hij het gewraakte artikel zelf ook eens gaan opzoeken. Ik heb me blijkbaar vergist, zei hij, en dat was dat. Misschien is het minder erg om anderen valselijk te beschuldigen dan om zelf valselijk beschuldigd te worden. Misschien kun je dan denken: hij heeft het niet gedaan, maar hij had het kunnen doen! Beter één keer teveel beschuldigen dan het kwaad zijn gang laten gaan! Zou dat zijn hoe politiek-correct links denkt? Ze kijken alleszins niet op een beschuldiging meer of minder. Maar erger dan beschuldigd te worden, is het soort onbewuste minachting waarvan Hilde Van Mieghem blijk gaf door vijf uur te laat op haar afspraak te verschijnen. Daar kun je haar namelijk nooit van beschuldigen, want dan beschuldig je jezelf. Dat is wat ik hier riskeer door te beweren dat ze onbewust opzettelijk te laat is gekomen. Wat een slecht mens moet ik niet zijn om haar daarvan te verdenken! Zou het? Wie is er begonnen met al dat beschuldigen? Wie sluit mensen op achter een cordon sanitaire? Wie spreekt niet meer met andersdenkenden? Wie beweert heel stipt te zijn en komt vervolgens vijf uur te laat op een afspraak? Ik alleszins niet. 

De humorloze comédienne

  
Hierboven ziet u de Amerikaanse komiek Kathy Griffin die bij wijze van grap poseert met het bebloede hoofd van Donald Trump in haar hand. Veel grover en wansmakelijker kan een grap niet worden en dat heeft ze dan ook mogen ondervinden. Ze kreeg massa’s ‘haatmails’ en haar shows werden afgelast. Zelfs de president twitterde dat ze zich moest schamen. Nu zou je denken dat komische Kathy beseft dat ze te ver is gegaan en dat ze de grens tussen vrije meningsuiting en oproep tot geweld heeft overschreden. Maar niets is minder waar. Tijdens een persconferentie beschuldigde ze Donald Trump ervan haar leven kapot te maken. Hij heeft mij gebroken, verklaarde ze snikkend. 

Kathy keert de zaken dus gewoon om. De foto waarop ze poseert als IS-strijder getuigt van een ongeziene haat. Kan men zich die foto voorstellen met Obama in plaats van Trump? Maar als haar haatboodschap niet geaccepteerd wordt, barst ze in tranen uit en noemt zichzelf het slachtoffer van … haat. Kathy Griffin maakt deel uit van de politiek-correcte kringen die andersdenken al jaren beschuldigen, bedreigen en broodroven. Nu ze een koekje van eigen deeg krijgt, is ze echter in alle staten. Ze beseft niet dat ze in een spiegel kijkt. Dat maakt van de hele affaire een pijnlijke grap, want een komiek die niet om zichzelf kan lachen, dat is … niet om te lachen.

Zo feministisch zijn we écht

  

Leve de Vlaamse intellectueel!