Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Bart De Wever

Vlaanderen en België

  

Waarom laat iedere Vlaamse voorman de Vlaamse Beweging in de steek als hij op Belgisch niveau actief wordt? Ja, dat is de vraag, nietwaar. Dat was ze in 1977 toen het Egmontpact werd gesloten onder impuls van Hugo Schiltz en Wilfried Martens, en dat is ze vandaag opnieuw. Gaat de N-VA nu een voor die partij tragische periode tegemoet, zoals het Egmontpact dat was voor de Volksunie? Volgens de recent gepubliceerde opiniepeiling van Het Laatste Nieuws die de aanhang van de N-VA laat dalen van ruim 32% bij de verkiezingen van 2014 naar iets meer dan 24%, ziet het er daar wel naar uit. Het volstaat dat het populariteitscijfer van de N-VA tussen nu en de volgende verkiezingen nog zal blijven dalen om een toestand te creëren zoals die van december 1978. Bij de verkiezingen van die datum verloor de Volksunie het grootste percentage kiezers dat na de Bevrijding ooit een partij had verloren. Dit was, als men de zaken vanop afstand beschouwt, het begin van het einde van de Volksunie.

Sinds de jongste verkiezingen en de regeringsdeelneming van een triomferend N-VA hangt dit perspectief in de lucht. Het incasseringsvermogen van de flamingant gaat zeer ver – zelfs de repressie heeft hij overleefd – maar er zijn grenzen. De vraag van de komende periode zal zijn of dat incasseringsvermogen nu bereikt werd, dan wel of er nog meer rek in zit. Dat is onvoorspelbaar en hangt van veel factoren af, maar het zou zeer onvoorzichtig zijn van de N-VA als ze er geen rekening mee hield. De N-VA heeft na de vorige verkiezingen een gok gewaagd die haar bestaansrecht op de helling zou kunnen zetten. Zij mocht in de Belgische regering komen op voorwaarde dat ze ophield Vlaamse eisen te stellen van welke aard ook. Men hoorde geen enkele N-VA’er de Vlaamse zaak bepleiten, behalve voor de façade in interviews en vlugschriften die aan de Franstaligen uitgelegd werden als propaganda.

Ik vrees dat de N-VA zich op een pad heeft gewaagd waarvan geen weg terug is. Als zij terugkomt op haar bereidheid om de Vlaamse zaak on hold te zetten dan verliest ze alles: de voordelen van de macht én de geloofwaardigheid. Het is te verwachten dat zij van nu af aan van toegeving naar toegeving zal rennen. Intussen zit het Vlaams Belang te wachten tot de vruchten vanzelf in haar schoot vallen. De partij wint ook als ze niets doet, ze wint vooral als ze niets doet. Want door te hervallen in de populistische retoriek die haar reeds de vorige desastreuze verkiezingsuitslag heeft opgeleverd, riskeert zij tussen het succes van vandaag – volgens Het Laatste Nieuws zou de partij 14% van de stemmen halen en de derde partij van Vlaanderen worden – en de verkiezingen van morgen, veel van haar nieuwe aanhang opnieuw te verliezen. De modale geradicaliseerde Vlaming slikt niet noodzakelijk de kreten waarmee VB nu uitpakt, zoals ‘Islamterreur: terugslaan’ of ‘Staat van Oorlog’. Dit is goed voor politieke kleuters. Wie spreekt na 32 doden nu van oorlog? De tienduizenden slachtoffers van het bombardement op Dresden keren zich om in hun graf dat ze niet gekregen hebben.

Het Vlaams Belang heeft, zoals het Vlaams Blok voordien, altijd geflirt met de overdrijving die ongeloofwaardig maakt. Dat is de reden waarom de partij sérieux mist, en wat meer is: waarom velen in het kieshokje nog altijd aarzelen om, ondanks hun onvrede met het beleid van de N-VA, voor het Vlaams Belang te stemmen. Het is niet het cordon sanitaire dat de partij tot onmacht veroordeelt, maar wel de aarzeling van zovele Vlaamsgezinden om zich te compromitteren met een politiek taalgebruik dat niet tot het Vlaamse erfgoed behoort, en dat de Vlaamse zachtmoedigheid tart. Velen hebben de neiging te zeggen: dat van het Vlaams Belang, is mijn Vlaanderen niet. Daar staat tegenover dat Karel Dillen wel gelijk had toen hij zei enkel aan een Belgische regering te zullen deelnemen als het de laatste zou zijn. Had Bart De Wever deze houding van Dillen maar tot de zijne gemaakt, in plaats van Schiltz achterna te hollen, de electorale dieperik in.

(Mark Grammens)

Advertenties

Daar gaan we weer (2)

  

Enkele honderden in het zwart geklede en (god weet waarom) als voetbalhooligans bestempelde kerels hebben de openbare orde verstoord aan de Beurs in Brussel, waar de afgelopen week (en ook vandaag) de slachtoffers van de aanslagen in Brussel werden herdacht. De politie is moeten uitrukken met een waterkanon om de orde te herstellen. Meteen tekenden partijvoorzitters Meyrem Almaci, John Crombez, Gwendolyn ‘ik zal je pakken’ Rutten en Wouter #ikbenwij Beke een gezamenlijke verklaring waarin ze het geweld aan het Beursplein veroordelen. Bart ‘ik doe niet mee’ De Wever verkoos de verklaring niet te ondertekenen. Na de aanslagen hebben we dat niet gedaan, reageerde hij, waarom zouden we dat nu wél doen? Bovendien vond hij dat we die hooligans niet meer aandacht moesten geven dan ze verdienden. En gelijk heeft hij. De linkse jongens zullen dit incident natuurlijk helemaal uitmelken, maar wie de foto’s bekijkt, ziet niets dat hij niet al honderd keer gezien heeft met amok makende moslimjongeren. Het enige verschil is dat deze laatsten een stuk gewelddadiger zijn dan hun blanke collega’s. Toen ze onlangs de politie aanvielen die Abdeslam wilde arresteren, werd daar nauwelijks ruchtbaarheid aan gegeven, laat staan dat de partijvoorzitters een gezamenlijke verklaring tekenden waarin ze het geweld afkeurden. Nochtans leggen ze er altijd de nadruk op dat moslimjongeren net zo goed Belgen zijn als wij allemaal. Er was dus helemaal geen verschil met de ‘voetbalhooligans’ aan de Beurs, behalve dan dat deze laatsten niet met flessen en stenen gooiden, maar hoogstens met blikjes bier. Toch zijn de partijvoorzitters verontwaardigd over de blanken en geven ze geen kik over de moslims. Bart De Wever heeft dus overschot van gelijk dat hij geen deel wil hebben aan dit racisme. Maar dat zal hem ongetwijfeld zeer kwalijk worden genomen.

Tijd voor solidariteit (3)

  

Bart De Wever bereidt met zijn uitlatingen de volgende rekruteringsronde van IS voor. Dat verklaarde Zakia Khattabi, co-voorzitter van Ecolo, in een reactie op de uitspraken van de N-VA-voorzitter. Wat had Bart De Wever dan wel gezegd? Dat hij woedend was op de terroristen. ‘Ze zijn hier geboren, en dan doen ze dát!’ Hij was ook woedend omdat ze gesteund werden door de lokale moslimgemeenschap én omdat die gemeenschap de politie aanviel toen ze een terrorist wilden arresteren. Bart De Wever verwoordde daarmee wat ieder zinnig mens in meer of minder mate voelt. Maar dat had hij dus niet mogen doen. Hij had zijn mond moeten houden. Dat is de boodschap die hij nu al jarenlang krijgt: hij moet zijn mond houden, vooral dan tegen de Franstaligen. Dat heeft hij trouwens gedaan, hij heeft al zijn communautaire eisen ingeslikt. Maar hij heeft het nog altijd niet begrepen: er wordt van hem verwacht dat hij ál zijn eisen inslikt en dat hij zijn mond houdt tegenover iederéén, Franstaligen én moslims. Want dát noemt men Belgische solidariteit. 

Karaktermoordtechnieken

  

Onze Leider, zoals Koen Meulenaere hem pleegt te noemen, heeft het gewaagd zijn mond open te doen over het vluchtelingenprobleem en de reflexen van onze Vlaamse intellectuelen blijken nog altijd intact: ze tuimelen over elkaar heen om hun verontwaardiging te luchten. Hitler en zijn nazi’s vliegen ons om de oren. Business as usual dus. 

Maar het blijft interessant om te zien welke karaktermoordtechnieken gebruikt worden. Twee ervan trof ik aan in de ‘Waalse Kroniek’ van Béatrice Delvaux in De (gratis) Standaard. ‘Wie’, schrijft ze, ‘heeft de studenten uitgelegd dat Orban herinnert aan het ergste van de jaren 30, met zijn openlijke streven om de etnische samenstelling van zijn maatschappij te betonneren?’ Ze heeft het natuurlijk over de jodenvervolging door de nazi’s, iets waar de Gentse studenten vanzelfsprekend nooit op waren gekomen. Dit is dus techniek nr 1: je bestempelt moslims als een ras, waardoor iedereen die problemen heeft met moslims een racist wordt. Maar moslims zijn, anders dan joden, géén ras, evenmin als christenen of boeddhisten. Het zijn aanhangers van een godsdienst, en het is met die godsdienst dat Orban het moeilijk heeft. Zijn land heeft namelijk ruim ervaring met de islam, zoals trouwens nogal wat andere Oost-Europese landen. Zij weten veel beter dan West-Europeanen welk vlees ze in de kuip hebben, en ze willen dat vlees niet. 

Techniek nr 2 tref ik aan op het eind van haar stuk. Daar schrijft ze: ‘Maar het is niet de taak van de politicus om als klankbord van de publieke opinie op te treden, zonder acht te slaan op de polarisering die hij schept, de haat voor de ander die hij oproept, het idee dat er onvermijdelijk altijd twee kampen zijn: de goeden – wij – en de anderen, de profiteurs, de leugenaars, de vijanden van ‘onze’ cultuur. Een beetje politicus zou beter moeten weten.’ De techniek die ze hier gebruikt, is de veelbeproefde en zeer effectieve omkering. 
Het vluchtelingenprobleem kan in één woord worden samengevat: islam. Europa heeft geen problemen met vluchtelingen, het heeft problemen met de islam. Want overal waar moslims komen scheppen ze polarisering, roepen ze haat op voor de ander en zijn ze behept met de idee dat er onvermijdelijk altijd twee kampen zijn: de goeden – de moslims – en de anderen, de ongelovigen, de leugenaars, de vijanden van de islam. Welnu, mensen of landen die zich willen verweren tegen de moslim-agressie worden er doodeenvoudig van beschuldigd polarisering te scheppen, haat op te roepen voor de ander en de idee te koesteren dat er onvermijdelijk … enzovoort. Men keert de zaken dus gewoon om: aanvaller en verdediger worden omgewisseld. Je zou het zelfs een … moslimtechniek kunnen noemen, want er is waarschijnlijk nooit een godsdienst geweest die vanaf haar ontstaan zo agressief en gewelddadig was als de islam. En uitgerekend die godsdienst noemt zichzelf de godsdienst van … de vrede. Je moet maar durven! Eigenlijk illustreert alleen al die benaming het agressieve en leugenachtige karakter van deze godsdienst. 

Er is dus alle reden om bang te zijn voor de islam, en bijgevolg islamofoob te zijn. Toch wordt iedereen die zich wil wapenen tegen de islam – zoals Europa dat 1000 jaar lang heeft moeten doen (anders zou het allang niet meer bestaan) – bestempeld als een racist en een nazi. Eigenlijk moet je een … moslim zijn om zoiets te durven. Het is dan ook mijn stellige overtuiging dat de politieke correctheid de westerse variant van de islam is. Karaktermoordenaars tegenover gewone moordenaars. Maar allebei grote ‘omkeringsleugenaars’. 

De verontwaardigde leugenaar

  

Er zijn mensen die onverstoorbaar aan de weg blijven timmeren. Zoals Koen Meulenaere, alias Kaaiman. Je zou ook kunnen zeggen dat hij de weg onverstoorbaar blijft afbreken. Maar dat komt op hetzelfde neer. Wie de waarheid liefheeft, moet de leugen bevechten. En dat is wat Meulenaere doet. Aan zijn (dagelijkse) teksten ligt verontwaardiging ten grondslag, dat lijdt geen twijfel. Maar anders dan degenen waartegen hij zijn eenzame strijd voert – ik ken in de hele Vlaamse intellectuele wereld niemand zoals hij – spuit hij die verontwaardiging niet vol wellust de openbaarheid in. Hij bedwingt dat genot en transformeert het tot inzicht, weliswaar in narrenpak, want de naakte waarheid is vandaag ondraaglijk geworden en zou hem zijn kop kosten. Hieronder een voorbeeld. Hij steekt de draak met de vele ‘euhms’ van Kathleen Cools (64 op één avond) maar en passant legt hij ook een veelgebruikte leugentechniek bloot. (Tussen haakjes: ‘onze leider’ is natuurlijk Bart De Wever.)

Onze leider, beheerst: ‘Ik ben voor het akkoord van Schengen. Maar Europa moet er collectief voor zorgen dat er voldoende controle is aan de buitengrenzen van het Schengengebied.’
Kathleum Cools: ‘Wat u eigenijk zegt, is, ja, eum, we gaan onze grenzen beter eum bewaken.’
Onze leider, even beheerst: ‘Nee, dat zeg ik niet, ik zeg: ‘Ik ben voor het akkoord van Schengen. Maar Europa moet er collectief voor zorgen dat er voldoende controle is aan de buitengrenzen van het Schengengebied.’
Kathleum Cools: ‘Maar eum, zegt u dan: ja, er moeten eum striktere grenscontroles komen?
Onze leider, lichtjes geïrriteerd: ‘Nee, dat zeg ik niet, ik zeg: ‘Ik ben voor het akkoord van Schengen. Maar Europa moet er collectief voor zorgen dat er voldoende controle is aan de buitengrenzen van het Schengengebied.’
Kathleum Cools: Ja eum. Maar wat u eum eigenlijk zegt, is: ja, het leger moet eum onze grenzen controleren.’
Onze leider, kwaad nu: ‘Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg: ‘Ik ben voor het akkoord van Schengen. Maar Europa moet er collectief voor zorgen dat er voldoende controle is aan de buitengrenzen van het Schengengebied.
Kathleum Cools: ‘Goed, ik vat samen: u bent niet echt eum gelukkig met het akkoord van Schengen en u bent voor para’s aan onze grenzen. Bedankt meneer euh De Wever.’
Onze leider, razend: ‘Dat heb ik helemaal niet ge…’
Kathleum Cools: ‘Iets eum helemaal anders nu. Katoennatie bestaat dit jaar eum 150 jaar.’

De techniek die ‘Kathleum’ Cools hier gebruikt – ik heb geen idee of het interview werkelijk zo verlopen is, maar het gaat om de techniek – is eigenlijk niets anders dan pesten. Je sart iemand zo lang tot hij zijn geduld verliest en dan zeg je (met of zonder woorden): kijk eens aan, hij wordt kwaad, blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt! Maar ook wanneer iemand zijn geduld niet verliest, is het resultaat hetzelfde. De beheerste ontkenning en herhaling leidt dan tot volgende (al dan niet uitgesproken) reactie: kijk eens aan, hij weet niks anders te zeggen, het is duidelijk dat hij iets te verbergen heeft! 

‘Niemand liegt zoveel als de verontwaardigde’, schrijft Nietzsche. Je zou ook kunnen zeggen: ‘Niemand liegt zo geraffineerd als de verontwaardigde.’ Want wat kun je tegen dit soort pesterijen doen? Misschien is de oplossing van Koen Meulenaere nog de beste: je reageert met humor. Maar daarvoor moet je wel een rotsvast geloof hebben in de waarheid, want als je jarenlang ononderbroken gepest wordt (een ander woord voor pesten is terroriseren) zoals Bart De Wever, dan vergaat het lachen je wel. 

Uiteindelijk is echter ook humor geen oplossing, want stel je voor dat De Wever een grapje had gemaakt tijdens dat interview over de bootvluchtelingen! Dán zou Kathleen Cools pas haar doel bereikt hebben. De (al dan niet sociale) media zouden exploderen van verontwaardiging: Bart De Wever lácht met die arme, beklagenswaardige mensen! Nee, eigenlijk kun je het niet halen van de Verontwaardigde Leugenaar …

Politieke correctheid en autisme (3)

De grootste doodzonde die men in onze tijd kan begaan, is zeggen dat racisme relatief is.
Op geen enkele manier mag racisme gerelativeerd, genuanceerd of geminimaliseerd worden.
Racisme is het absolute kwaad: hier past alleen heilige verontwaardiging.
Als we echter alle opgefokte emoties aan de kant schuiven en nuchter gaan nadenken over deze verontwaardiging dan blijkt daarachter niets anders dan … racisme schuil te gaan: het ‘racisme’ van het hoofd tegenover het lichaam.
Het moderne antiracisme is met andere woorden een afleidingsmanoeuvre.
Het is een dief die luidkeels roept: ‘houd de dief!’

Dit zichzelf als antiracisme vermommende ‘racisme’ verdeelt de wereld in twee.
Het verdeelt de politieke wereld in links en rechts.
Het verdeelt de economische wereld in noord en zuid.
Het verdeelt de religieuze wereld in seculier en islamitisch.
Het verdeelt de artistieke wereld in hedendaags en klassiek.
Het verdeelt de fysieke wereld in man en vrouw.
Achter al deze tweedelingen verbergt zich de diep gewortelde afkeer van het hoofd voor het lichaam.
Het is dit ‘hoofd’ dat dwars door de werkelijkheid de scherpe grens trekt die de oorzaak is van alle ellende in de wereld.
Maar die grens is ook de oorzaak van de bewustwording van de mens.
En die bewustwording is een uitdrukking van het streven naar vrijheid.
Het gaat dus niet op dit intellectuele ‘racisme’ te veroordelen.
Wat echter wél veroordeeld moet worden, is de weigering van dit racisme om zichzelf onder ogen te zien.
Wat niet getolereerd mag worden, zijn de eindeloze racismebeschuldigingen waarmee dit geestelijke racisme zichzelf op de fysieke wereld projecteert en daarin een ‘absoluut kwaad’ aan het werk ziet.

Dat ‘absolute kwaad’ zit niet in het fysieke racisme, dat grotendeels overwonnen is maar nu weer aangewakkerd wordt door die eindeloze beschuldigingen.
Het zit ook niet in het intellectuele racisme, want dat is een noodzakelijk kwaad om de bewustwording en de vrijheid van de mens te bewerkstelligen.
Het kwaad zit in het feit dat het intellect er niet toe komt zich van zichzelf bewust te worden.
Het heeft zich ontwikkeld door zich bewust te worden van het ‘lichaam’, door afstand te nemen van dat lichaam.
Die afstand is vandaag echter zo groot geworden dat hoofd en lichaam dreigen gescheiden te worden.
In een soort overlevingsreflex wil het lichaam de verbinding herstellen, maar daar het verzet het hoofd zich uit alle macht tegen en doet beide in een uitzichtloze en zelfvernietigende strijd terechtkomen.
Die strijd kan maar ophouden wanneer het hoofd zich bewust wordt van zichzelf, dat wil zeggen wanneer de mens een ‘nieuw’ bewustzijn ontwikkelt, een bewustzijn van hoofd én lichaam, van hun eenheid én gescheidenheid.

Het toenemende aantal autisten dwingt de hedendaagse mens als het ware tot dat ‘hogere’ bewustzijn, want autisme is een stoornis die veroorzaakt wordt door een al te grote afstand tussen hoofd en lichaam, een afstand die geschapen wordt door de intense afkeer van dat hoofd voor het lichaam.
Die afkeer is bij (zware) autisten zo groot dat ze hun eigen lichaam (innerlijk) niet meer waarnemen.
Het bestaat voor hen eenvoudig niet, evenmin als de kachel bestaat voor een blinde.
Ze stoten zich wel aan dat lichaam, maar ze ervaren het niet als iets van henzelf.
Hun ontkenning gaat soms zelfs zover dat ze de pijn van dat lichaam niet meer voelen.
Ze trekken zich helemaal terug in een lichaamsvrije wereld.

Autisme wordt door velen beschouwd als een reactie op een zeer vroege traumatische beleving.
De autist werd als kind veel te vroeg bewust van de fysieke, materiële wereld.
Hij werd als het ware losgerukt uit zijn droomwereld, waaruit hij in normale omstandigheden slechts heel geleidelijk zou ontwaken.
Zijn nog ‘hemelse’ bewustzijn werd bruusk geconfronteerd met de ‘aardse’ materie en hield daaraan een levenslange allergie over.
De autist slaagt er niet in de (vroege) kloof tussen geest en materie te overbruggen en dus maakt hij die kloof zo groot dat ze uit zijn bewustzijn verdwijnt.
Eigenlijk wil hij helemaal geest worden, maar doordat hij gebonden blijft aan een lichaam sluit hij zichzelf op in zijn hoofd, in een abstracte geestelijke schijnwereld.
In die schijnwereld is hij echter helemaal alleen, als een astronaut die het contact met de aarde verloren is en hulpeloos rondzweeft in de eindeloze, donkere ruimte.

De autist is dus de gevangene van zijn eigen intense afkeer van de materiële wereld, een afkeer die een gevolg is van een vroegtijdige bewustwording.
Rudolf Steiner heeft ooit gezegd dat de mens leeft in beelden van de materiële werkelijkheid, niet in die materiële werkelijkheid zelf.
In die werkelijkheid ‘slaapt’ zijn bewustzijn en als het daarin wakker werd, zou dat een afgrijselijke pijn veroorzaken.
Voor de veel te wakkere autist is het leven één lange pijn-ervaring.
Iedere zintuiglijke prikkel treft hem als een zweepslag, en hij reageert daarop door zich zoveel mogelijk te onttrekken aan de buitenwereld.
Pijn is altijd bewustzijn op een gebied waar we geen bewustzijn horen te hebben.
De pijn van de autist wordt veroorzaakt door een voortijdig ontwikkeld bewustzijn, een bewustzijn zoals de mens dat maar in de verre toekomst zal kunnen verdragen.

Autisme treedt op als de bewustzijnsontwikkeling van de mens ahrimanisch versneld wordt.
De hele integratieproblematiek is daar een uitdrukking van.
De enorme toevloed (en invloed) van moslims in het Westen is een poging van de ‘wereldgeest’ om de moderne bewustzijnsontwikkeling weer in evenwicht te brengen door tegenover de versnelling van de ahrimanische wetenschap de luciferische vertraging van de islam te plaatsen.
Het is trouwens niet de eerste keer dat zo’n ‘correctie’ plaatsvindt.
De al te snelle bewustzijnsontwikkeling in het Irak van de 7de eeuw (de academie van Gondishapur) werd gecounterd door het ontstaan van de islam.
Die islam ging – en gaat ook vandaag weer – brutaal en gewelddadig tewerk, maar dat paardemiddel was nodig om de nog veel grotere ramp te vermijden die een te snelle bewustzijnsontwikkeling tot gevolg zou hebben gehad.
Zonder het optreden van Mohammed zou de mensheid 1300 jaar geleden autistisch zijn geworden.
Haar ontwikkeling zou tot stilstand zijn gekomen.

Vandaag herhaalt de geschiedenis zich.

Opnieuw dreigt het menselijke bewustzijn zich te vergalopperen, en opnieuw treedt de islam op als remmende factor.
Het grootste gevaar komt dus niet van de (luciferische) islam maar van het (ahrimanische) Westen.
Dat kunnen we aflezen aan de manier waarop het Westen reageert op de islam.
Tegenover de islamitische ‘vertraging’ plaatst het namelijk een ‘versnelling’.
De idealen die de politieke correctheid in stelling brengt zijn niet verkeerd, wel integendeel, ze dragen de toekomst in zich.
Maar ze willen (net als in het communisme) veel te snel gerealiseerd worden, en daardoor veranderen ze van een goed in een kwaad.
Ze worden voortijdig wakker gemaakt en overrompelen het bewustzijn dat zich niet normaal meer kan ontwikkelen en autistisch wordt.

Dit autisme is overigens geen gevolg van de ‘moslim-invasie’, het bestond voordien al en wordt nu alleen maar zichtbaar.
De moslims confronteren het Westen met zijn ‘geblokkeerde’ bewustzijn.
Met een normaal werkend bewustzijn zou het Westen geen probleem hebben met de islam.
Het zou duidelijke grenzen trekken en korte metten maken met pesterijen als de hoofddoek, halal-voedsel en homo-bashen.
Maar het is als verlamd door de (onbewuste) confrontatie met zijn spiegelbeeld.
Want ook de moslimwereld is een autistische wereld, zij het in omgekeerde zin, door (luciferische) vertraging in plaats van (ahrimanische) versnelling.
Zien we in het Westen vooral het overgeleverd zijn van de autist aan zintuiglijke indrukken, dan zien we in de moslimwereld vooral de reactie daarop: het zich opsluiten in een abstracte schijnwereld.
Beide elementen maken deel uit van het autisme: de oorzaak (voortijdig bewustzijn van de buitenwereld) is ahrimanisch, de reactie (zich afsluiten voor die buitenwereld) is luciferisch.
Of omgekeerd, want het is natuurlijk de vraag wat die voortijdige botsing tussen de autist en de materiële wereld veroorzaakte: het ahrimanische karakter van de materiële wereld of zijn eigen luciferische karakter.

Toen Bart De Wever zei dat racisme relatief was – en dus bij beide partijen voorkwam – raakte hij aan de spiegelrelatie tussen de Westen en de islam.
Daardoor ontketende hij de politiek-correcte furie, want noch Ahriman noch Lucifer willen tot zelfkennis komen, dat wil zeggen tot bewustwording van hun beider autisme.
Door de zondeval zijn ze in lege ruimte getuimeld, als een astronaut die het contact met het moederschip is kwijtgeraakt, en ze klampen zich vast aan de mens, hun enige houvast in de duisternis.
Allebei hebben ze zich zo diep genesteld in de ziel van de mens dat ze ‘onzichtbaar’ zijn geworden.
Door de clash of civilizations tussen het Westen en de islam proberen ze nog dieper in de mens door te dringen en hem voorgoed in hun greep te krijgen.
Maar tegelijk is door die tegenstelling een situatie ontstaan waarin de mens zich bewust dreigt te worden van hun aanwezigheid en werking.
Iedere aanzet tot die bewustwording doet wilde paniek in hen ontstaan en ze slaan – bij wijze van spreken – hun klauwen diep in de ziel van de mens.

Geen van beiden willen dat de mens zich bewust wordt van de relatie tussen materie en geest, die de grondslag vormt van het autisme.
Ze willen het Westen binden aan de materie en de islam aan de (abstracte) geest, en op die manier de (autistische) kloof intact houden.
Niets vrezen ze meer dan de bewustwording van de relatie tussen beide tegenpolen.
Niets vrezen ze meer dan de bewustwording van het autisme.
Daarom probeert Ahriman het autisme te herleiden tot een louter fysieke, genetische of neurologische afwijking.
Lucifer steekt hem een handje toe door autisme een ‘andere’ en in wezen gelijkwaardige vorm van bewustzijn te noemen.
Alles is goed om de aandacht af te leiden van het ‘racisme’ dat vandaag in ieder mens leeft: de intense (en in toenemende mate wederzijdse) afkeer van het hoofd voor het lichaam.

Politieke correctheid en autisme (1)

Vroeger – ik spreek nu over 50 jaar en meer geleden – zag je voor het raam van heel wat cafés een bordje staan met de woorden ‘interdit aux Nord-Africains’.
Dat had niks te maken met racisme maar alles met realisme.
Als er Noord-Afrikanen in de zaak waren, was de kans namelijk reëel dat er ruzie van kwam en dat de inboedel aan diggelen werd geslagen.
In steden als Antwerpen kwam de hele wereld over de vloer, dus daar hadden ze in de cafés echt wel ervaring met het multiculturele samenzijn.
Maar om de een of andere reden wilde dat samenzijn niet lukken als er Noord-Afrikanen bij waren.
Dat was trouwens niet alleen in Antwerpen zo, dat was in heel Europa zo.
Overal wisten de café-houders: met Noord-Afrikanen heb je altijd problemen.
En dat is nog niet veranderd.

Waarom juist Noord-Afrikanen?
Volgens henzelf (en de politiek-correcte intelligentsia) worden ze overal als zondebokken behandeld en onthaald op discriminatie en agressie.
Ze zijn als het ware de ‘nieuwe joden’ van Europa.
Iedereen met een beetje gezond verstand weet natuurlijk dat dit de wereld op zijn kop is.
Noord-Afrikanen zijn helemaal niet de kneusjes die overal gepest worden waar ze komen.
Ze zijn juist de pestkoppen.
Met name de Marokkanen hebben op dat vlak een bijzonder slechte reputatie.
Het was Mister Politiek-Correct himself, Yves Desmet, die destijds het begrip ‘kutmarokkaantjes’ introduceerde.
De ‘berbers’ gedroegen zich zo onuitstaanbaar dat het zelfs hem teveel werd.
De uitdrukking sloeg meteen aan.
Eindelijk eens iemand die de waarheid durfde te zeggen!

Hoelang is dat inmiddels geleden? Tien, twintig jaar?
Sindsdien is er heel wat veranderd.
Vandaag durft Yves Desmet, ondanks zijn smetteloze politiek-correcte reputatie, de term ‘kutmarokkaantjes’ niet meer in de mond nemen.
Integendeel, hij huilt vol overtuiging mee met de wolven in het bos die het vel van Bart De Wever willen.
Want die onverlaat heeft het gewaagd te zeggen dat er problemen zijn met Berbers, dat ze ‘een zeer gesloten gemeenschap’ vormen.
Dat komt niet eens in de buurt van ‘kutmarokkanen’ maar het was genoeg om een storm van verontwaardiging te doen losbarsten.
Abou Jahjah eiste meteen het ontslag van De Wever en Abderrahim Lahlali (die ervaring heeft met het verdedigen van terroristen) bracht de zaak voor het gerecht.
Het regende verontwaardigde artikels en commentaren in de media en toen iemand in het Vlaams Parlement van leer trok tegen De Wever kreeg hij applaus op alle banken.
Iedereen was het er roerend over eens: dit keer was De Wever te ver gegaan.

Ik volg nu al jaren de ononderbroken hetze tegen Bart De Wever en hoewel ze mijn weerzin blijft oproepen – hoe beschamend is het niet om met z’n allen op één man in te beuken – ben ik eraan gewend geraakt.
Dit keer sloeg de schrik me echter om het hart.
Met verbijstering keek ik naar die collectieve hysterie.
Wat scheelt er in godsnaam met de Vlaamse intellectuelen dat ze zo woedend reageren als iemand die de waarheid vertelt?
Want laten we wel wezen, wat Bart De Wever zei over de Berbers, was de waarheid en dat is dan nog zacht uitgedrukt.
De harde waarheid had heel anders geklonken.
Om een idee te geven: te midden van alle heisa was Farid le Fou weer in het nieuws, de meest beruchte Noord-Afrikaan van ons land, de schrik van alle gevangenissen.
Omdat men geen blijf met hem weet, heeft men hem gewoon … vrijgelaten, hoewel hij nog meer dan 10 jaar cel moet uitzitten voor moord, geweld, ontvoering en verkrachting.
Men heeft hem zelfs een schadevergoeding van 11.000 euro gegeven.
Omdat dit wat al te gortig werd, heeft men besloten hem toch weer op te sluiten, maar nu durft men hem niet oppakken omdat hij zo gewelddadig is.
Het is bijna een metafoor van hoe men in dit land met Marokkanen omgaat.

There is something rotten in the state of Belgium.
Zoveel is duidelijk.
Als de intellectuele klasse de waarheid niet meer verdedigt maar aanvalt, dan is er iets ernstigs aan de hand.
Maar wat?
Wat scheelt er toch met onze intellectuelen?

Ik kwam het antwoord op het spoor toen ik nadacht over het opinieartikel waarin Yves Desmet waarschuwt voor de stigmatisering van depressieve mensen.
Hij ging lang niet zo hysterisch tekeer als zijn collega’s in het geval De Wever, maar in de grond deed hij net hetzelfde: hij verwisselde daders en slachtoffers, hij keerde de waarheid gewoon om.
Er was nog maar net sprake van depressie (en antidepressiva) als oorzaak van de vliegtuigcrash of Yves Desmet ging al in de tegenaanval, alsof de slachtoffers op het punt stonden wraak te nemen op alle depressieve mensen.
Hetzelfde gebeurde na de aanslag op Charlie Hebdo.
De slachtoffers waren nog niet begraven of in de kranten verschenen alweer artikels die waarschuwden voor de stigmatisering van moslims.
Selahattin Kocak bestond het zelfs om een klaagzang aan te heffen over hoe bedreigd moslims zich wel voelen in Europa.
Het getuigde van een aan autisme grenzend gebrek aan inlevingsvermogen.
Je vraagt geen begrip voor de moordenaar op de begrafenis van zijn slachtoffers.

Toen ik deze drie gevallen op een rijtje zette, begreep ik opeens wat ze gemeen hadden: autisme.
Politieke correctheid is een vorm van autisme.
De moslimmentaliteit is een vorm van autisme.
Het moderne denken is simpelweg autistisch.
Hedendaagse intellectuelen (Westerse of islamitische) gedragen zich als autisten.
En wat erger is: ze beseffen het niet.
Ze projecteren hun autisme op de buitenwereld, zoals Jan Blommaert.
Ze beweren dat wie de waarheid spreekt de wereld op zijn kop zet.
Eigenlijk hebben deze intellectuele autisten een zeer helder beeld van zichzelf.
Ze durven er alleen niet naar kijken: ze projecteren het dwangmatig op anderen.
Daarin verschillen ze van echte autisten, want die wéten tenminste dat ze ziek zijn.
Voor zover ze het contact met de buitenwereld nog niet helemaal verloren hebben …

Luisteren we nog even naar Jan Blommaert over Bart De Wever.

‘Hij lijkt zich vaak op lichtjaren afstand te bewegen van wat men “de realiteit” noemt.
Hij produceert aan de lopende band verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen over allerhande thema’s – doorgaans over wie “goed” en “slecht” is – terwijl hij die nonsens als grote wijsheden beweert te slijten.
Wie afwijkende visies en standpunten hanteert wordt snel als ongeïnformeerd, eenzijdig en bevooroordeeld, een slecht hoorder of een al te letterlijk citeerder afgeschilderd.
De wereld die zich tegenover zijn verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen onvouwt is er één van … verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen, zo beweert hij nogal vaak en graag.
Domheden worden dus gemotiveerd vanuit een standpunt waarbij kritiek erop als domheid wordt voorgesteld.
Sta me toe dat ik dat als ‘idioot’ bestempel.’

Het is een treffende beschrijving van de politiek-correcte intellectueel.
Maar die intellectueel is niet dom of idioot, zoals Blommaert meent, hij is autistisch.
Hij zit zodanig opgesloten in zijn hoofd dat hij het contact met de werkelijkheid is kwijtgeraakt.
Zoals bekend heeft de (zware) autist geen contact meer met zijn lichaam, althans niet innerlijk.
Een normaal mens heeft dat wel: hij weet bijvoorbeeld precies waar zijn neus staat, ook al ziet hem niet.
Hij neemt die neus, en zijn hele lichaam, van binnenuit waar.
De autist doet dat niet.
Hij heeft geen innerlijke waarneming van zijn lichaam.
Hij ziet het wel van buitenaf maar hij herkent het niet als het zijne.
Hij voelt er geen enkele band mee, het is gewoon een ding onder de dingen.
Hij heeft er geen controle over, zoals wij (met ons bewustzijn) ook geen controle hebben over een kachel, een stoel of gelijk welk ander ding.
De autist ontleent dan ook geen zelfgevoel aan zijn lichaam.
Hij weet niet wat een ‘ik’ is.

Het bewustzijn waarmee wij ons lichaam van binnenuit waarnemen (en waarop we ons zelfgevoel baseren), is bij de autist als het ware naar buiten gestulpt.
Hij beleeft zijn zelf in de buitenwereld.
Vandaar ook dat iedere verandering in zijn omgeving hem hevig in beroering brengt.
Hij voelt die verandering als een aanslag op zichzelf, een aanslag waartegen hij zich niet kan verweren.
Helemààl erg wordt het wanneer hij een ander mens ontmoet, want die mens verschijnt als het ware IN hemzelf.
Hij heeft het gevoel alsof iemand anders zijn plaats inneemt en hijzelf nergens meer is.
Vandaar dat hij ieder oogcontact – dat wil zeggen ieder contact met een ander Ik – angstvallig vermijdt.
Mensen moeten dingen blijven, alleen op die manier kan hij (min of meer) zichzelf blijven.

Het zelfgevoel van de autist is ontzettend kwetsbaar, want het bevindt zich overal om hem heen en staat voortdurend bloot aan aanvallen (lees: veranderingen).
De autist voelt zich helemaal overgeleverd aan de wereld.
Hij is als een kind, maar dan zonder de – fysieke en geestelijke – bescherming die een kind geniet.
De wereld is voor een autist dan ook uitermate onveilig en bedreigend.
Alles raakt hem rechtstreeks, zonder de filter van het (doffe) lichaamsbewustzijn.
Daarom trekt hij zich uit de wereld terug, onbereikbaar voor alles en iedereen.
Hij maakt eigenlijk rechtsomkeer, hij kruipt weer in de baarmoeder, hij keert weer terug naar de geestelijke wereld.
Tenminste dat probeert hij.
De autist verkeert voor een deel in de bewustzijnstoestand van mensen die gestorven zijn.
Na de dood keren de verhoudingen om.
Keek de levende mens vanuit het middelpunt (dat hijzelf is) naar de wereld, dan kijkt de dode vanuit de (steeds groter wordende) omtrek naar het lichaam dat ooit het middelpunt van zijn leven was.
Zo doet de autist dat ook.
Hij ziet alles omgekeerd: hij ziet zichzelf in de wereld en de wereld in zichzelf.
Alleen is het geen bewust ‘zien’, het is een dromerig – zeg maar nachtmerrieachtig – beleven.

Autisme wordt vaak toegeschreven aan een voortijdig wakker worden als gevolg van een trauma dat de mens zeer vroeg in zijn leven (en zelfs vóór de geboorte) oploopt en dat zijn ontwikkeling in de war stuurt.
Die ontwikkeling noemt de antroposofie ook wel ‘incarnatie’.
Rudolf Steiner vertelt dat mensen voor hun geboorte een soort voorafbeelding zien van het leven dat hen te wachten staat, en dat sommigen daarvoor terugdeinzen.
Ze willen als het ware niet geboren worden en verzetten zich tegen de verbinding met hun lichaam en met de aarde.
Als gevolg daarvan ‘zitten ze slecht in hun lichaam’.
Ze zijn niet goed geïncarneerd.
Hun geest zit niet IN hun lichaam maar zweeft erboven als een ballon aan een draadje.
Hun Ik kan zich niet verbinden met dat lichaam maar het kan er zich evenmin van losmaken.
Dat is de tragiek van de autist: hij zit gevangen in een soort tussenwereld.

Het is ook de tragiek van de politiek-correcte intellectueel.
De aardse realiteit boezemt hem afschuw in, want ze beantwoordt niet aan zijn hoge idealen.
Daarom trekt hij zich terug in een (abstracte) ‘geestelijke wereld’ waar alles is zoals het zou moeten zijn.
Maar omdat zijn geest als met een elastiek verbonden is met zijn lichaam, doet dit ‘streven naar de sterren’ hem met geweld terugbotsen op de aarde.
Die aarde verzet zich uiteraard tegen dat ‘botsende’ idealisme en daardoor voelt de politiek-correcte intellectueel zich afgewezen en verongelijkt.
Hij wil de wereld toch alleen maar verbeteren?
Als die wereld niet wil verbeteren, kan dat alleen maar betekenen dat hij slecht wil zijn.
Aldus de autistische redenering, die geen rekening houdt met de manier waarop geest en materie verenigd kunnen worden.
Juist die vereniging is bij de autist verstoord en zonder het te beseffen projecteert hij ze op de wereld.
Voortdurend verwijt hij de wereld waar hij zelf aan lijdt: dat er geen levende, harmonische relatie is tussen geest en materie, tussen hoofd en lichaam.

Het grote probleem is dat hij gelijk heeft: de wereld IS inderdaad gepolariseerd.
Daardoor blijft de autistische intellectueel blind voor het feit dat hijzelf deel van het probleem is, het grootste deel zelfs, want zolang het autistische denken niet verandert, kan er in de wereld niks ten goede veranderen.

(wordt vervolgd)

Alwadaggezegtzeddezelf

Op de blog van Jan Blommaert trof ik een zeer rake typering aan van de linkse, politiek-correcte intellectueel:

‘Hij lijkt zich vaak op lichtjaren afstand te bewegen van wat men “de realiteit” noemt.
Hij produceert aan de lopende band verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen over allerhande thema’s – doorgaans over wie “goed” en “slecht” is – terwijl hij die nonsens als grote wijsheden beweert te slijten.
Wie afwijkende visies en standpunten hanteert wordt snel als ongeïnformeerd, eenzijdig en bevooroordeeld, een slecht hoorder of een al te letterlijk citeerder afgeschilderd.
De wereld die zich tegenover zijn verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen onvouwt is er één van … verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen, zo beweert hij nogal vaak en graag.
Domheden worden dus gemotiveerd vanuit een standpunt waarbij kritiek erop als domheid wordt voorgesteld. Sta me toe dat ik dat als “idioot” bestempel.

Hij is een idioot.

Ik kan hem dus nog onmogelijk ernstig nemen als persoon, en als burger maak ik me grote zorgen over de kwaliteit van het bestuur dat hij voorzit.
We dichten hem al vele jaren een veel te grote dosis verstand toe, terwijl we zouden moeten weten dat “de slimste mens” gewoon een televisieformat is en geen ernstige indicator van intelligentie.
Hij is “slim” zoals een huisdier slim genoeg is om ons te bewegen tot een streling of een bordje melk; inhoudelijk stelt deze figuur evenwel niets – niéts – voor.
De lading bewijzen daarvoor wordt stilaan niet langer te overzien, die van het tegendeel schrompelt voortdurend verder ineen.
En steeds meer mensen beginnen dat te begrijpen, want steeds minder mensen laten zich door zijn overweldigende verstand intimideren.’

Ter informatie: Jan Blommaert heeft het hier over Bart De Wever, maar wie bekend is met het fenomeen ‘projectie’ zal zich daardoor niet in verwarring laten brengen.

Paard en kar

Als ik de commentaren lees, dan ziet het er niet goed uit voor Bart De Wever.
Sommigen noemen hem een geniaal politicus, maar om een regering te kunnen vormen met partijen die geen van alle met hem willen regeren, zal hij wel buitengewoon geniaal moeten zijn.
Een zekere Mercury Traveller schrijft op Facebook:

‘OK, opdracht volbracht.
Vlaamse onafhankelijkheid moet wachten tot de totale economische crash van Vlaanderen.
België gered tot de totale crash van België en Vlaanderen.
De Vlaamse schapen worden tot in het oneindige geschoren.
Proficiat, Vlaamse idioten, jullie hebben het allemaal zelf gedaan.’

Ik ben bang dat het daar wel zo’n beetje op neerkomt.

Winston Churchill schreef ooit (maar niet op Facebook):
‘Sommige mensen zien de ondernemer als een op buit beluste wolf, die men dood moet slaan.
Anderen zien hem als een koe, die men zonder ophouden kan melken.
Maar slechts weinigen zien hem als wat hij werkelijk is: het paard dat de kar moet trekken.’

Wel, na 200 jaar de Belgische kar getrokken te hebben, is het Vlaamse paard afgepeigerd.
Het ziet er een beetje uit als Bart De Wever.
En de vraag blijft: hoelang houdt dat paard het nog vol?

20140528-093805.jpg

Verkiezingen?

In reactie op mijn eerste beschouwing over ‘de’ verkiezingen, schrijft een lezer: ik vrees dat u zich lichtelijk verkijkt op de N-VA.
Nochtans had ik over die partij niets anders gezegd dan dat ze de enige is die – mogelijk – iets zou kunnen veranderen, en dat verandering hoognodig is.
Maar het volstaat tegenwoordig om de N-VA niet te verketteren om zelf verketterd te worden.
‘Verketteren’ is nu niet meteen het woord dat ik wil gebruiken om deze lezersreactie te benoemen, maar ze lijkt me toch een homeopatische verdunning van de obligate wijze waarop de N-VA en Bart De Wever aangevallen worden.
Eigenlijk zijn die aanvallen de voornaamste reden van mijn sympathie voor de man.
Iemand die op zo’n nietsontziende manier verketterd wordt door zij-die-het-voor-zeggen-hebben, moet – om het neutraal uit te drukken – een bijzonder iemand zijn.

Het doet me denken aan die andere ketter, de zwaar verguisde Joseph Ratzinger alias de vorige paus.
Onvoorstelbaar wat voor bakken kritiek (en hier zou ik ook een ander woord kunnen gebruiken) die man over zich heen kreeg!
Ik moet bekennen dat ik me aanvankelijk liet misleiden door die kritiek, maar gelukkig gaf iemand me de raad: lees eens iets van die Ratzinger, hij is niet de degene waarvoor men hem verslijt!
Omdat ik altijd bereid ben mijn mening te herzien, volgde ik zijn raad op en stelde vast dat hij gelijk had.
Ratzinger bleek precies het tegenovergestelde te zijn van wat zijn kwalijke reputatie deed vermoeden: een zeldzaam intelligent en mild man, een echt christenmens zeg maar.
Dat was iets dat ik echt niet kon zeggen van zijn voorganger, noch van zijn opvolger.
En toch was het Ratzinger die verketterd werd, terwijl de andere twee de hemel werden ingeprezen.

20140522-115456.jpg

Als jongeman was ik er al van overtuigd dat wie vandaag de waarheid wil kennen, moet kijken naar de consensus over een onderwerp, en ze vervolgens omkeren.
Ik heb dat altijd een probaat middel gevonden en ik pas het ook nu weer toe op Bart De Wever.
De consensus over de man laat aan duidelijkheid niets te wensen over: Bart De Wever is slecht, Bart De Wever is de nieuwe Hitler, Bart De Wever is een gevaarlijke man die het land naar de afgrond zal leiden, Bart De Wever zal de mensen in armoede dompelen, enzovoort, enzovoort.
Als ik dat omkeer, krijg ik iemand op wie ik meteen zou stemmen.
Als ik zou stemmen.

Bart De Wever neemt mij voor zich in om de eenvoudige reden dat – excusez le mot – iedereen op zijn kop schijt.
Was hij een standbeeld, dan zou er al lang niets meer van hem te zien zijn.
Ik vind het werkelijk onvoorstelbaar hoe men nu al jarenlang dagelijks op hem inhakt in de media.
Vandaag stond er alweer een artikel in de krant dat moet aantonen hoe fout en verkeerd Bart De Wever wel is.
Dat moet zo ongeveer het 978ste in de rij zijn.
Het is alsof men na de vorige verkiezingen een beurtrol heeft opgesteld: vandaag gooi jij met str… naar De Wever, morgen jij, overmorgen iemand anders, en zo verder, tot iedereen aan de beurt is geweest. En daarna beginnen we opnieuw.
In hun gooi- en smijtenthousiasme konden de Bart-bashers vaak hun beurt niet eens afwachten. Ik heb in De Standaard – altijd kwaliteit troef – ooit zes artikels op één dag gelezen (zes!) die met elkaar wedijverden om Bart De Wever naar beneden te halen.
Ik denk niet dat er de afgelopen twee jaar één krant in België is verschenen waarin niet minstens één anti-De Wever artikel stond.

20140522-115910.jpg

Zoals wijlen VDB zei: trop is teveel, en teveel is trop.
Een dergelijke overkill aan kritiek is in onze vaderlandse geschiedenis nooit gezien.
En ze worden het maar niet moe: dag in dag uit hetzelfde liedje, zonder ophouden.
Bart is slecht!
Pas op voor Bart!
Stem zeker niet voor Bart!
Bart gaat je centen pakken!
Bart is een rechtse, fascistische nazi!
Bart gaat de mensen doen afzien als nooit tevoren!
(deze laatste is van Elio di Rupo)

Ik snap werkelijk niet hoe je in dergelijke omstandigheden Bart De Wever niét sympathiek kunt vinden.
Niemand kan zó slecht en zó gevaarlijk zijn dat hij het verdient om jaren aan een stuk iedere dag aan de schandpaal te worden genageld.
Als je bovendien ziet dat deze Verschrikkelijke Onmens in feite heel intelligent, heel ad rem, heel geestig en heel cool is, dat er in zijn programma geen dingen staan als ‘steek al de werklozen in kampen’ of ‘stuur alle vrouwen weer naar de keuken’, dat er tijdens zijn burgemeesterschap in Antwerpen geen wraakroepende dingen zijn gebeurd, dan kun je toch niet anders dan je solidair voelen met een man die het in zijn eentje moet opnemen tegen het hele politieke en intellectuele establishment!
Eigenlijk is het niet meer dan menselijk dat je voor zo’n man stemt, al was het maar om een eind te maken aan die mentale gang-rape.

20140522-120159.jpg

Nee, als er iets is dat mij voor Bart De Wever zou doen stemmen (als ik zou stemmen), dan is het wel dat onophoudelijke spervuur van iedereen die meent de menselijkheid, de democratie, de gelijkheid, de verdraagzaamheid, het gezonde verstand, de solidariteit en wat weet ik al niet meer, aan zijn kant te hebben.
Alleen al dat stuitende spektakel van collectieve zelfingenomenheid is genoeg om mij partij te doen kiezen voor de eenling die er het slachtoffer van is, ongeacht wie dat is of wat hij denkt.
Ja, eigenlijk vind ik dat iedereen die het hart op de rechte plaats heeft, moreel verplicht is dit beschamende gedrag af te straffen.
Ofwel door op Bart De Wever te stemmen, ofwel door helemaal niet te stemmen.
Wie duldt dat er op deze manier aan politiek wordt gedaan, is er medeplichtig aan.
Ik hoop dan ook dat zondag iedereen thuis blijft, ofwel – als de show dan toch must go on – dat Bart De Wever een klinkende overwinning behaalt.
Niet omdat ik instem met zijn programma of denk dat het met hem allemaal beter zal worden, maar gewoon omdat de anderen een ouderwets pak slaag verdienen.

Ja maar, ja maar, hoor ik de ernstigen onder mijn lezers zeggen, zo maak je toch geen politieke keuze!
O nee, antwoord ik dan, hoe dan wel?
Door mee te doen aan een stemtest en op die manier het programma van de verschillende partijen te leren kennen zodat ik een bewuste en weloverwogen keuze kan maken?
En dat zou wél ernstig zijn?
Ten eerste zijn die stemtests onbetrouwbaar en ten tweede zijn de partijprogramma’s nog veel onbetrouwbaarder.
Trouwens, het gaat zondag niet om programma’s.
Je kan zelfs niet zeggen dat het om verkiezingen gaat.
In feite wordt er op 25 mei een referendum gehouden.
Er moet gewoon ja of neen gestemd worden.
Ja, ik kies voor Bart De Wever.
Nee, ik kies niet voor Bart De Wever.
Daar komt het op neer, en dat weet iedereen.
Deze ‘verkiezingen’ draaien helemaal rond één persoon, en men is voor hem of men is tegen hem.
Zo simpel is het, alle pogingen om het ingewikkeld te maken ten spijt.

20140522-120246.jpg

Aan de ene kant is dat een goede zaak, want eindelijk gáán de verkiezingen eens ergens over. Eindelijk wordt er eens een referendum gehouden, wat toch een kenmerk van echte democratie is. De kans is natuurlijk groot dat men, zoals gewoonlijk, geen rekening zal houden met de uitslag van dat referendum. Maar in deze tijd van stagnatie en stilstand is zelfs de kleinste mogelijkheid van verandering een heuglijk feit.
Aan de andere kant is dit referendum over één persoon de uitdrukking van een zorgwekkende polarisatie: het land, en meer bepaald Vlaanderen, is verdeeld in twee kampen die elkaar rauw lusten.
Als ik de kranten mag geloven dan is Bart De Wever de aanstichter van die polarisatie.
Tja, in een huwelijk wordt degene die er uitstapt ook vaak als de slechterik gezien.
Maar om ruzie te maken, moet je nog altijd met twee zijn.
Het is naïef, en zelfs belachelijk, om te denken dat één enkele man in staat is om een allesbehalve licht ontvlambaar volk als de Vlamingen in een oogwenk te veranderen in een hoop felle ruziemakers.
Nee, Bart De Wever heeft niets anders gedaan dan een diepe tegenstelling aan het licht brengen die al heel lang onder de oppervlakte smeulde.
Er is zelfs veel voor te zeggen dat het in feite omgekeerd was: het is de groeiende tegenstelling die een figuur als Bart De Wever omhoog heeft gestuwd.

20140522-120406.jpg

Als we willen begrijpen waar het op 25 mei eigenlijk om gaat, dan moeten we Bart De Wever even vergeten en op zoek gaan naar de wortels van de tegenstelling die zich nu rond zijn persoon kristalliseert.
De kunst bestaat er daarbij in om zorgvuldig te werk te gaan en geen stappen over te slaan, want het is donker onder de grond.

Wat ik hierboven beschreven heb, lijkt me een betrouwbaar uitgangspunt.
Het kan niet ontkend worden dat de verkiezingen van 25 mei in feite een referendum zijn.
Het kan ook niet ontkend worden dat ze rond één persoon draaien.
En het kan evenmin ontkend worden dat die persoon nu al jaren het doelwit is van een beschieting die op een mentale remake van 14-18 lijkt.
Dat zijn feiten en iedereen kent ze.
Of men het ook wil erkennen, is een andere zaak.

20140522-120757.jpg

Wat men nog veel minder kan ontkennen, is de politieke polarisatie.
Vergeet de socialisten, de christen-democraten, de liberalen, de groenen, de communisten, en de partij van de ouden-van-dagen.
Ze doen er niet meer toe.
Er zijn nog slechts twee partijen: de N-VA en de rest.
Of: rechts en links.
Dat is waar het vandaag om gaat: de frontale botsing tussen twee onverzoenlijke tegenpolen.
Eigenlijk zou dat een belletje moeten doen rinkelen, want niet alleen lijkt het een herhaling van 14-18 (gelukkig nog zonder wapens), het roept nog een veel oudere herinnering op: die aan de allereerste ruzie, de ruzie tussen Adam en Eva over de appel.
Is de vraag niet net als toen: zullen we de (rijks)appel laten hangen of zullen we er een stuk uit bijten?
De volgende ruzie, die tussen Kaïn en Abel, was een variatie op hetzelfde thema: Kaïn zag dat Abel zich kon verheugen in de gunst van God (nu: van het volk) en dus sloeg hij zijn broer dood.
Ik wil maar zeggen: de politieke polarisatie die vandaag in België aan de oppervlakte is gekomen, is zo oud als de mensheid.
Het is de condition humaine vertaald in politieke termen.
Anders gezegd: het gaat om een oer-probleem.
Hoe vaak horen we niet zeggen dat we het zo goed hebben in ons landje aan de zee, dat we niet mogen klagen, dat we eigenlijk in een paradijs leven.
Welnu, in dat paradijs is er opnieuw een slang opgedoken.
En opnieuw wordt die slang niet opgemerkt.
Opnieuw wordt één van de echtelieden als zondebok gebrandmerkt.

20140522-121040.jpg

Wat we in politiek België zien gebeuren, is wat we overal en op elk gebied zien gebeuren: de fundamentele tegenstelling wordt ontkend.
Men doet alsof ze niet bestaat.
Men weigert ze onder ogen te zien.
Neem bijvoorbeeld de situatie in de kunstwereld.
Die wordt fundamenteel gekenmerkt door de tegenstelling tussen (pakweg) klassieke en moderne kunst.
De hedendaagse kunstwereld bestaat uit twee tegengestelde werelden die met elkaar niets te maken hebben en die elkaars bestaan zonder meer ontkennen.
Maar dat basale feit wordt compleet genegeerd.
Men weigert gewoon deze polariteit onder ogen te zien en men is zich zelfs niet bewust van die weigering.
Het is een instinctieve ontkenning.
De situatie in de antroposofische wereld toont precies hetzelfde beeld.
Die wereld wordt fundamenteel gekenmerkt door de tegenstelling tussen oude en jonge zielen.
Wie die twee groepen eenmaal onderscheidt, merkt dat er (afgezien van de ruzies) nauwelijks contact is tussen beide.
Ze gaan ieder hun eigen gang alsof de anderen niet bestonden.
Hoewel Rudolf Steiner op het hoogtepunt van zijn kunnen met de grootste nadruk gewezen heeft op de noodzaak van samenwerking tussen beide groepen, doet de antroposofische wereld alsof ze nog nooit gehoord heeft van oude en jonge zielen.
Hun polariteit wordt straal genegeerd en men beseft het niet eens.
Ik zou daar nog het voorbeeld kunnen aan toevoegen van de manier waarop vandaag de fundamentele tegenstelling tussen man en vrouw wordt verdoezeld.
Men vervangt ze door een waaier van ‘gender-types‘: mannen die op mannen vallen, vrouwen die op vrouwen vallen, mannen en vrouwen die op mannen én vrouwen vallen, mannen die vrouw worden en vrouwen die man worden, mannen en vrouwen die zowel man áls vrouw zijn, vrouwen met baarden die zingen, mannen met …
Afijn, er zijn vandaag zoveel mogelijkheden van ‘gender-expressie’ dat de tegenstelling man-vrouw compleet achterhaald lijkt.

20140522-121230.jpg

Ik maak me sterk dat dit rijtje van voorbeelden nog veel langer kan worden gemaakt.
De hele wereld is vandaag in de greep van een diepe en fundamentele polarisatie én van de ontkenning ervan.
Dat zien we duidelijk weerspiegeld in de politieke situatie in Belgenland.
Het verschijnen van Bart De Wever wordt niet gezien als het zichtbaar worden van een fundamentele tegenstelling in de Belgische politiek, nee de man wordt gezien als de slang die het paradijs is binnengedrongen en die met vereende krachten moeten worden uitgedreven.
Nog nooit is de Belgische politiek zo eensgezind geweest: als één hecht blok staan ze tegenover de vijand.
Dat leidt tot hilarische taferelen, zoals de Vlaamse socialisten die massaal ‘Elio, Elio, Elio’ staan te skanderen op de Gentse Vrijdagmarkt.
Maar door Bart De Wever als de vijand af te schilderen, blijft de echte vijand uit het vizier.
De fundamentele tegenstelling wordt genegeerd door één van beide tegenpolen te identificeren als de oorzaak van de polarisatie.
Als men die tegenpool uitschakelt, denkt men ook een eind te maken aan de tegenstelling.
In werkelijkheid maakt men ze natuurlijk alleen maar groter.

20140522-121554.jpg

Het Belgische establishment keert zich als één man tegen Bart De Wever.
Op alle mogelijke manieren (ik vrees dat we ze nog niet allemaal gezien hebben) probeert men hem uit te schakelen. Maar juist daardoor maakt men hem – en de polarisatie – alsmaar sterker. En de hevige strijd die daaruit volgt, onttrekt de echte strijd aan het oog.
Want men vecht niet tegen Bart De Wever, men vecht tegen de bewustwording van de oer-tegenstelling.
Men probeert dat menselijke grondprobleem – het feit dat de wereld in twee gedeeld is – op alle mogelijke manieren te vermijden, en de meest effectieve manier is een hevige strijd tussen beide ‘delen’.
Die strijd wordt in België momenteel politiek gevoerd, maar politieke strijd pleegt verder gezet te worden met andere middelen.
Ik maak me sterk dat de werkelijke oorzaak van de Grote Oorlog precies het niet onder ogen willen of kunnen zien was van een fundamentele tegenstelling.
Wat die tegenstelling precies was, weet ik niet, maar ik stel wel vast dat toen – net als nu – hetzelfde beeld verschijnt: dat van één tegen allen.
In beide wereldoorlogen vocht Duitsland tegen de rest van de wereld.
Althans, zo wordt het voorgesteld.
In werkelijkheid vocht men tegen iets anders.
Men vocht tegen de bewustwording van iets.
Men vocht tegen een bewustzijn dat moest ontstaan uit de (doorleefde) spanning tussen de tegenpolen, een ‘Steigerungsbewustzijn’, een bewustzijn met een hoger trillingsgetal, zeg maar.
Door de spanning te laten exploderen in strijd en geweld, werd het ontstaan van dat ‘hogere’ bewustzijn onmogelijk gemaakt.
Maar de tegenstelling die tot die spanning leidde, verdween niet.
Integendeel, zij dook opnieuw op.
Na de eerste wereldoorlog volgde de tweede wereldoorlog.
Na de tweede wereldoorlog volgde de Koude Oorlog.
En sindsdien is er eigenlijk geen eind meer gekomen aan de oorlogen.

20140522-121735.jpg

Het mag gevreesd worden dat er ook geen eind zál aan komen, zolang de spanning tussen de tegenpolen niet leidt tot een ander, hoger bewustzijn.
Zolang dat bewustzijn er niet komt, zullen de spanningen telkens weer exploderen in geweld en vernietiging.

Om de een of andere reden – en antroposofen weten waarom – lopen de spanningen tussen de tegenpolen hoog op in onze tijd.
Daar kunnen we echt niet meer naast kijken: de hele wereld raakt verdeeld in strijdende kampen.
En toch is dat precies wat we doen: ernaast kijken, het negeren, de ogen ervoor sluiten.
De werkelijke strijd gaat niet tussen de tegenpolen, hij gaat tussen het oude en het nieuwe bewustzijn.
De werkelijke strijd gaat tegen bewustwording en hij wordt gevoerd door een bewustzijn dat niet meer van deze tijd is en daardoor kwaadaardig wordt.

Dat bewustzijn zien we aan het werk in de hetze tegen Bart De Wever en het biedt een beschamend schouwspel.
Ik kan me uit de afgelopen jaren niet één krantenartikel of politieke beschouwing herinneren die de huidige polarisatie op een objectieve, onpartijdige manier in beeld bracht.
Het is alsof men daar eenvoudig niet meer toe in staat is.
Dat zulks uitgerekend het geval is in België, het land van het compromis en het eindeloze communautaire gepraat, geeft te denken.

20140522-121936.jpg

België, en meer bepaald Vlaanderen, wordt wel eens het slagveld van Europa genoemd.
Er is waarschijnlijk geen bodem die zo doordrenkt is met bloed als de Vlaamse bodem.
Er is geen volk dat zoveel bloed heeft zien vloeien als het Vlaamse.
Er is wellicht ook geen (modern) volk dat vreedzamer is en meer geneigd tot compromis.
Het bestaan van België is maar mogelijk dankzij de grote toegeeflijkheid van de Vlamingen: ze zijn tot alles bereid omwille van de lieve vrede.
In die zin kunnen ze model staan voor heel Europa: de Europese mens is oorlogsmoe.
Hij heeft de afgelopen eeuw zoveel geweld en zoveel gruwelen gezien dat diep in zijn ziel een onverzettelijke vredeswil is ontstaan.
‘Nooit meer oorlog!’: dat is wat leeft in de onbewuste wil van de moderne Europeaan.
Maar dat is niet wat leeft in zijn wakkere bewustzijn.
Dat bewustzijn is een … oorlogsbewustzijn.
Het denkt in tegenstellingen, het zoekt de confrontatie.
Daar is op zich niks mis mee, want ‘du choc des idées jaillit la lumière’.
Het is aan dit strijdlustige bewustzijn dat we onze vrijheid en zelfstandigheid te danken hebben.
Het enige probleem is dat we ons niet bewust zijn van dat bewustzijn.
We realiseren ons niet dat we in gedachten altijd ruzie zoeken, en daardoor wordt dat ruzie-zoeken een automatisme, een gewoonte die met ons aan de haal gaat en die tot een tweede (kwaadaardige) natuur wordt.

20140522-122145.jpg

We kunnen dat heel goed waarnemen in de kranten.
Als Bart De Wever in een interview zegt dat hij niet akkoord is met de standpunten van de socialisten, dan wordt dat: Bart De Wever haalt snoeihard uit naar de SP.a.
Als iemand met zijn auto tegen een boom botst, heet het: man sterft na klap tegen boom.
Alsof hij die boom een oplawaai verkocht heeft en de boom heeft teruggeslagen.
Een simpel ongeval wordt op die manier een daad van agressie.
En zo wordt alles vertaald in ‘oorlogstermen’.
We weten allemaal wat de reden is van dit agressieve, opruiende, sensationele taalgebruik: het is een wapen in de concurrentiestrijd tussen de kranten.
Maar die concurrentiestrijd is op zijn beurt een gevolg van hoe we de wereld zien: als het toneel van een gigantische struggle for life.
Ook hier zijn we weer niet in staat om de twee polen tegenover elkaar te plaatsen: de struggle for life en de vreedzame samenwerking.
Eén van beide moet wijken omdat we de spanning tussen beide niet kunnen uithouden.
Dat wil zeggen: ons bewustzijn kan ze niet uithouden.
In ons dagelijkse doen combineren we beide als vanzelfsprekend.
Maar met ons verstand kunnen we ze alleen maar als vijanden zien en proberen we één van de twee uit te schakelen.

20140522-122601.jpg

De oorzaak van het oplopen en exploderen van de spanningen tussen de tegenpolen ligt dus niet in ons doen maar in ons denken.
In ons doen komt onze vredeswil tot uiting, en met name de Vlamingen zijn tot veel bereid om de lieve vrede te bewaren.
Maar ons denken gaat zijn eigen oorlogszuchtige gang zonder zich iets aan te trekken van wat we diep van binnen eigenlijk willen, en dat is: vrede.

De Belgische politieke situatie is niets anders dan een uitdrukking van de innerlijke gespletenheid van de Belg, en vooral dan van de Vlaming. Want terwijl de Franstaligen als vanouds één blok vormen in communautaire zaken, zijn de Vlamingen hopeloos verdeeld.
We kijken dus als in een spiegel, maar we weten het niet.
We verwensen (vooral) Bart De Wever, we verwensen (soms) de andere partijen, we verwensen (algemeen) de politiek, we verwensen de polarisatie, het geruzie, het hele communautaire ‘gedoe’, maar één ding verwensen we zelden of nooit, en dat is onze eigen innerlijke gespletenheid.
We komen er maar niet toe een bewustzijn te ontwikkelen dat zich verheft boven deze gespletenheid en in staat is de tegenpolen te zien als delen van een groter – driegeleed – geheel.
Dat is de drempel waar we niet overheen raken.
Dat is de Grote Verandering die nodig is.
Van Bart De Wever zal ze niet komen.
Van de andere partijen nog veel minder.
Maar het feit dat ze vandaag zo onverzoenlijk tegenover elkaar staan, spoort ons aan om ‘in het eigen hart te kijken’.
Want daar ligt de oplossing.
Niet in de stembureaus.

20140522-122831.jpg