Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: België

Ja en neen

  

Wallonië is dezer dagen in het (wereld)nieuws omdat het NEEN gezegd heeft tegen het vrijhandelsverdrag tussen Europa en Canada, het zogenaamde CETA-akkoord. Wat dat akkoord precies inhoudt, weet ik niet. Hoe zou dat ook kunnen, het telt 1600 bladzijden! Ik begrijp ook niet waarom Wallonië dat akkoord tegenhoudt en evenmin hoe dat mogelijk is. Nog minder begrijp ik waarom dat nu goed of slecht is. Maar wat ik wel begrijp, is dat bovenstaande kartoen van Erwin Vanmol al lachend een diepe waarheid vertelt over België. 

België is namelijk een land waarvan het ene gedeelte, het Franstalige, heel goed NEEN kan zeggen, iets wat het andere gedeelte, het Nederlandstalige, helemaal niet kan. Dat Vlaamse gedeelte kan alleen maar JA zeggen, JA tegen de Walen, JA tegen de koning, JA tegen Europa, JA tegen Amerika, JA tegen de moslims, JA tegen pillen en spuiten, JA tegen Jan, Piet, Joris en Korneel, JA tegen alles en iedereen. Eén grote uitzondering: er is één JA dat Vlamingen nauwelijks uit hun mond krijgen, en dat is JA tegen zichzelf, JA tegen Vlaanderen. Als ze in de spiegel kijken, slaken ze een NEEN van afschuw en ontzetting. Bij de Walen is het net omgekeerd. Ze zeggen voortdurend NEEN, vooral dan tegen de Vlamingen. Maar wanneer ze in de spiegel kijken, wordt dat een volmondig en trots JA. 

De moraal van dit verhaal is kinderlijk eenvoudig: de Walen kunnen wat de Vlamingen niet kunnen, en omgekeerd. Dat zou een goed huwelijk kunnen opleveren, maar er ontbreekt iets aan, iets essentieels: zelfbewustzijn, echt zelfbewustzijn. En dat betekent: zichzelf kennen in relatie tot de ander, tot de tegenpool. Het betekent: de polariteit kennen waartoe men behoort. Niemand kent zichzelf die niet ook zijn tegenpool kent en ermee kan leven. Waar het de Belgen aan ontbreekt, is zelfkennis, in de bewustzijnszielebetekenis van het woord. En ze staan er nochtans dichtbij, want ze wonen samen met hun tegenpool in hetzelfde land. Wie kan dát zeggen, behalve de joden en de palestijnen? 

Daarom is het zo tragisch dat die zelfkennis er niet komt, dat de Vlamingen de waarde van het NEEN niet leren kennen, en de Walen de waarde van het JA negeren. Dat CETA-akkoord zal daar wel niks aan veranderen, maar je weet nooit. Laten we dus maar eens JA zeggen tegen het NEEN van de Walen. Misschien zeggen zij dan ooit eens NEEN tegen ons JA. Zou dát niet mooi zijn?

Dit is Belgisch

  

Faite en Belgique

  

De Rode Duivels (ook wel Rijke Duivels, voetballers dus) hebben zich geplaatst voor het EK 2016 in Frankrijk. Daarom heeft de voetbalbond een campage gelanceerd waarmee ze ‘het hele land wil verenigen’. In het Frans dus en met een slogan die de natte droom van de Franstaligen vertolkt: België weer bij Frankrijk, afgelopen met Vlaanderen! Een mens gelooft zijn eigen ogen niet, maar hey, dizziz Belzjum! Als je denkt alles gezien te hebben, kom hier maar eens kijken!

Hoezei!

In een vlaag van inspiratie dichtte ik ooit het volgende poëem.
De diepere betekenis moet u er op hedendaagse wijze zelf bij bedenken.

HOEZEI !

Het groot dom hert Luxemburg
rende door het Belgisch bos
en botste op een boom.

Tetterettetteretet!
schedelde de pan zo leeg
dat het klonk tot aan de zee.
Daar vroegen de vissen zich af:
wie loopt daar zo pardaf
en dom tegen een boom?
Dat zou ons niet overkomen.
Wij, wij kijken wel uit waar we lopen,
we hebben niet eens een gewei!
Hoezei, hoezei, hoezei!
Dat is ons grote visgeluk:
geen gewei, geen gezei, geen gezever.
Ja, ook geen poten zelfs,
alleen een grote mond
waarmee we water drinken.

Het groot dom hert Luxemburg
rende door het Belgisch bos
en struikelde over zijn poten.
Het zuchtte diep en zei:
Dit land is naar de kloten!

20140924-103058.jpg

‘Ik ben trots op mijn volk, want het verroert geen vin’

20140618-164054.jpg

‘De Belgische revolutie is, in tegenstelling tot de Franse, in slechts één hoofdstuk een lichtpunt: voor de doorbraak van de vrijheidsgedachte.
Maar wat men vaak verzwijgt, is dat onze vrijheidsgedachte in 1830 een zeer elitaire vrijheidsgedachte was.
Met als gevolg de onevenwichtige verhouding tussen vrijheid en gelijkheid.
Wij, Belgen, zijn zeer sterk in het verdedigen van persoonlijke vrijheden – een analyse die de Franse dichter Baudelaire ook maakte toen hij in Brussel verbleef in de jaren 1860.
Maar, zoals we kunnen aantonen met het B-H-V-dossier, daar staat geen coherente visie op gelijkheid tegenover.
EHet is met andere woorden een onevenwicht dat zich vooral laat voelen in Brussel en zijn periferie.

De meerderheid van de Franstaligen in de Rand eist geen rechten, maar voorrechten.
Sterker nog: men vertaalt die voorrechten als mensenrechten, zoals onlangs nog PS-voorzitter Elio Di Rupo.
Daarmee bedoelen de Franstaligen de rechten van een minderheid, waarmee ze denken te appelleren aan de democratie: bescherming van minderheden is inderdaad een fundamenteel aspect van de democratische gedachte.
Toch wordt het begrip hier in een verkeerde context gebruikt.

België is hopeloos in die zin dat het zichzelf achternahinkt.
Het heeft zijn start al gemist in 1848, toen Leopold I aan zijn nicht in Engeland schreef, terwijl Frankrijk net het algemeen enkelvoudig stemrecht had ingevoerd: ‘Ik ben trots op mijn volk, want het verroert geen vin.’
We slagen er niet in de gelijkheid definitief te vestigen.
We zien niet in dat het communautaire de kern van dat probleem is.
We komen niet tot het democratische niveau dat de problemen kan oplossen.
De Zwitsers lijken het wel te kunnen, wij niet.
Maar het dringt niet of nauwelijks tot ons door.
In de plaats daarvan komen we weg met het argument dat B-H-V louter een symbooldossier is.
Het is een symbooldossier, in die zin dat het ons gebrek aan principes blootlegt, democratische principes.
Het is de kern van ons probleem.

Essentieel in de relatie tussen landen zijn grenzen.
Voor de Tweede Wereldoorlog waren dat harde, collectief-egoïstische gegevens, maar sinds de komst van Europa is een grens een spelregel geworden.
Als je naar Frankrijk reist, dan weet je dat je Frans moet spreken, dat je in een ander land terechtkomt.
Waarom stemt Vlaanderen op N-VA?
Omdat Vlamingen aanvoelen dat Franstaligen de grenzen, de spelregels, niet respecteren, terwijl zijzelf dat wel doen.
De taalgrens is nu eenmaal een Belgische spelregel.
Toch weigert men de Europese logica op België toe te passen.’

Peter De Graeve (filosoof)

20140617-115218.jpg