Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: christendom

Vakantielectuur (3)

  

Een tijdje geleden trof ik op de keukentafel ‘De Bekeerlinge’ aan, het jongste boek van Stefan Hertmans. An had het cadeau gekregen bij een of andere gelegenheid en aangezien ze geen aanstalten maakte om het te lezen, besloot ik het eens in te kijken. Op de achterflap las ik dat het om ‘een meesterwerk’ ging, een ‘cruciaal boek’, ‘de bevestiging van een gigatalent’. Kijk eens aan, dacht ik, nog maar eens een meesterwerk! Als je achterflappen mag geloven, verschijnt er iedere week wel ergens een meesterwerk. Niet te geloven hoeveel genieën er tegenwoordig rondlopen! Jammer genoeg blijken ze meestal saaie en vervelende boeken te schrijven waar ik niet doorheen raak en die me de zin ontnemen ooit nog een moderne roman te lezen. Dat was deze keer gelukkig niet het geval. Tot mijn verbazing las ik ‘De Bekeerlinge’ helemaal uit. Stefan Hertmans kan dus schrijven, daar valt niet op af te dingen. Maar een meesterwerk? Een cruciaal boek? De bevestiging van een gigatalent? Kom, kom, kom. 

Waarover gaat het? Een christenmeisje uit de 11de eeuw wordt verliefd op een joodse jongen, loopt weg van huis, bekeert zich, moet vluchten voor de christenen en eindigt ten slotte half krankzinnig in een afgelegen dorp in de Provence. In dat dorp heeft de schrijver toevallig een buitenverblijf en hij komt zijn onderwerp op het spoor, niet door een oud manuscript dat hij op zolder ontdekt, maar door een buurman die hem een tijdschriftartikel over de streek bezorgt. Het recept dat hij vervolgens gebruikt, is bekend: twee verhalen worden door elkaar gevlochten. Het ene speelt zich af in de Middeleeuwen, het andere in onze tijd. De lezer volgt het meisje Hamoutal op haar tocht dwars door Europa, en tegelijk volgt hij ook Stefan Hertmans die research doet voor zijn boek en zijn hoofdpersonage achterna reist, zij het dan met de auto. Het duurt niet lang voor de lezer de boodschap van het boek doorheeft: de geschiedenis herhaalt zich – zoals Hamoutal destijds werd opgejaagd, zo worden ook vandaag weer vluchtelingen opgejaagd. 

Stefan Hertmans brengt deze boodschap niet alleen over door het twee-verhalenprocédé maar ook door de manier waarop hij de wereld van joden en moslims tegenover die van de christenen plaatst. Door de eersten wordt Hamoutal met liefde opgevangen en verzorgd, door de laatsten wordt ze ongenadig achtervolgd. De joodse en islamitische wereld wordt in poëtische en positieve termen beschreven, de christelijke wereld in ruwe en negatieve bewoordingen. De tegenstelling is zo groot dat het bij momenten karikaturaal wordt. Moslims en joden zijn zowat synoniem met beschaving, menselijkheid en verfijning, christenen met barbaarsheid en primitiviteit. Als deze laatsten in ‘De Bekeerlinge’ op het toneel verschijnen, spat het bloed in het rond. Met name die bloederige passages doen de lezer het voorhoofd fronsen. Ze contrasteren zo fel met de dichterlijke, peinzende atmosfeer die Stefan Hertmans weet op te roepen dat duidelijk is dat de schrijver zich eens goed heeft laten gaan. Zijn afkeer voor het christendom is blijkbaar sterker dan hemzelf.

Het doet me denken aan wat mijn leraar ooit zei over een collega: ‘hij heeft onmiskenbaar talent, maar de vraag is wat hij ermee doet!’ Stefan Hertmans kan schrijven, dat staat buiten kijf, maar hij stelt zijn talent ten dienste van een boodschap. Daarom is ‘De Bekeerlinge’ geen goed boek. Het is, om de terminologie van Rudolf Steiner te gebruiken, geen poging om de zintuiglijke werkelijkheid in de vorm van de idee te gieten, het is een poging om een idee in een zintuiglijk kleedje te steken. Dat is op zich al onkunstzinnig, maar de idee (of de boodschap) die Stefan Hertmans aanschouwelijk wil maken, is ook nog eens zo onpersoonlijk, zo dubieus en zo politiek-correct dat zijn dienstbaarheid een vorm van slaafsheid wordt. Hij laat zich ‘knechten’ door de boodschap die hij wil brengen. En die onderdanigheid wordt goed beloond: ‘De Bekeerlinge’ wordt een meesterwerk genoemd, het boek is al in de prijzen gevallen, en de auteur wordt door sommigen zelfs al voorgedragen voor de Nobelprijs.

Je zou voor minder door de knieën gaan. Moderne schrijvers en kunstenaars doen dat dan ook in groten getale. Allemaal verkondigen ze dezelfde politiek-correcte boodschap, allemaal zijn ze zo slaafs en onderdanig dat je je schaamt in hun plaats, en allemaal zijn ze zich van geen kwaad bewust. Maar dat laatste klopt toch niet helemaal. In de kunst kun je niet liegen, je kunt je niet verbergen, de waarheid komt hoe dan ook aan het licht. Kunstenaars weten dat. Wie hun kunst als kunst benadert en dus niet alleen oog heeft voor de inhoud maar ook – en vooral – voor de vorm, kan niet om de tuin geleid worden. In dat opzicht is ‘De Bekeerlinge’ een voorbeeld van wat er gebeurt als een schrijver dat toch probeert, als hij zijn talent gebruikt om de lezer een boodschap in de maag te splitsen. Aan dat (zelf)bedrog wijdt Stefan Hertmans zijn beste krachten, maar de vorm van zijn boek verraadt hem. En aangezien hij die vorm zelf geschapen heeft, is het alsof hij stiekem hoopt dat de lezer hem zal ontmaskeren.

Het meest opvallende vormkenmerk van ‘De Bekeerlinge’ is het twee-in-één verhaal. We zijn getuige van het dramatische leven van Hamoutal, maar tegelijk zien we Stefan Hertmans koffie drinken voor het venster van zijn buitenverblijf, en mijmeren over wat zich daar duizend jaar geleden (misschien) heeft afgespeeld. Hij presenteert zichzelf dus als een welgestelde burgerman die, als het hem thuis even teveel wordt, kan wegvluchten naar het Zuiden van Frankrijk. Dit keer doet hij dat omdat hij een boek wil schrijven en daartoe volgt hij per auto de weg die Hamoutal te voet aflegde. Het naast elkaar plaatsen van deze twee vluchtroutes heeft iets potsierlijks: de harde overlevingstocht van het middeleeuwse meisje en de comfortabele autorit van de moderne schrijver. We volgen de auteur op zijn tocht langs de autostrades van Frankrijk, terwijl hij af en toe stopt op een plek waar vroeger een joodse synagoge stond en nu een Aldi. Een enkele keer bezoekt hij ook een archeologische site of een bibliotheek, maar spannender dan dat wordt het niet.

Het raamverhaal is zo banaal en vervelend dat je je gaat afvragen waarom Stefan Hertmans het überhaupt in zijn boek heeft opgenomen. Niet alleen draagt het niets bij tot het andere verhaal, maar het doet er zelfs afbreuk aan. Toen ik het boek voor het eerst las, duurde het zowat 20 bladzijden voor ik begreep waarover het ging. De manier waarop de schrijver beide verhalen met elkaar vermengt, is niet alleen verwarrend maar ook ergerlijk. Hij vertelt het verhaal van Hamoutal op boeiende wijze, maar telkens weer opnieuw verbreekt hij de betovering om de lezer lastig te vallen met zijn eigen besognes. Het is als een film die zoveel gebruik maakt van flash-backs dat de kijker algauw niet meer weet waar hij het heeft. ‘De Bekeerlinge’ zou een beter boek zijn geweest als dat tweede verhaal, het verhaal van de schrijver, gewoon was weggelaten. Maar dan zou het natuurlijk wel een stuk dunner zijn geworden en de link tussen heden en verleden zou minder dik in de verf staan. 

Heeft Stefan Hertmans werkelijk (de kwaliteit van) zijn boek opgeofferd om zijn politiek-correcte boodschap beter te doen overkomen en daar dan de beloning voor op te strijken? Het is in ieder geval een feit dat hij als schrijver pas echt bij het grote publiek is doorgebroken toen hij de Zeitgeist nadrukkelijk eer begon te bewijzen, eerst met ‘Oorlog en Terpentijn’ dat – toevallig – samenviel met de herdenkingen van de eerste wereldoorlog, en nu met ‘De Bekeerlinge’ dat – al even toevallig – samenvalt met de migrantenproblematiek. Hij is trouwens niet de enige die dat doet. Moderne schrijvers en kunstenaars zijn opvallend gevoelig geworden voor wat er van hen verwacht wordt en voor wat hen roem en eer (en een buitenverblijf in Frankrijk) oplevert. Daar zijn ze natuurlijk altijd gevoelig voor geweest – de ‘gewetenloosheid’ van de kunstenaar is bekend – maar dat ze zich zo onderdanig gedragen, uitgerekend op het moment dat ze onafhankelijker zijn dan ooit, geeft toch te denken. 

Nee, ik kan niet geloven dat Stefan Hertmans een platte opportunist is die zijn kunst opoffert voor roem, eer en geldgewin. Hoe krachtig deze motieven ook zijn, ze verklaren toch niet de vernedering die hij en tal van andere kunstenaars vandaag zo bereidwillig ondergaan. Met name de – alle verbeelding tartende – taferelen die zich in de wereld van de beeldende kunst afspelen, vertellen mij dat het iets heel anders is dat er hen toe brengt zichzelf en hun kunst zo naar beneden te halen. En dat ‘iets’ is volgens mij de drempeloverschrijding. In onze tijd gaat de mensheid over de drempel en kunstenaars vormen daar geen uitzondering op. Ze zijn echter wel een speciaal geval, want de drempeloverschrijding is hen vertrouwd. Kunst is altijd een ‘drempeloverschrijdend’ middel geweest. Dat besef is in de loop der eeuwen verdwenen, maar vandaag keert het terug. Het dringt echter niet door tot het bewustzijn van de kunstenaar, het wordt alleen zichtbaar in zijn werk, met name dan in de vorm ervan. 

Ite missa est

  

De streek waar ik nu woon, de Vlaamse Ardennen, ligt bezaaid met dorpjes. Om de vijf kilometer steekt een kerktoren boven de bomen uit. Groot zijn ze niet, die kerkjes, maar ze vormen wel een duidelijk herkenningspunt in het landschap. Het uiterlijke landschap dan, want voor ons innerlijke landschap betekenen ze niets meer. Ze zijn dan ook allemaal gesloten. Af en toe gaat de deur nog eens open, als de pastoor passeert om een mis op te dragen. Dat is dan niet de pastoor van het dorp, maar een ‘vliegende’ pastoor die in het weekend van hot naar her rijdt om in zoveel mogelijk kerken een eucharistieviering te houden. Feestelijk is anders. Ik heb nog de tijd meegemaakt dat er op zondag in iedere parochie meerdere misvieringen waren. Keuze genoeg. Later kwam daar ook nog de zaterdagavond bij. Maar dat was al een veeg teken.

Tijdens mijn leven is de ooit zo machtige katholieke kerk geruisloos ingestort. Mijn ouders gingen nog als vanzelfsprekend iedere zondag naar de mis. Even vanzelfsprekend ging ik (vanaf mijn 14de) niet meer, en mijn kinderen weten niet eens wat een mis is. Ze weten niks meer van het christendom, zoals de meeste jonge mensen. Dat betekent evenwel niet dat het christendom verdwenen is, wel integendeel. Het is langs de voordeur buitengeschopt, maar langs de achterdeur weer binnengekomen. De jongere generaties zijn even vanzelfsprekend politiek-correct als de oudere generaties christelijk waren, en politieke correctheid is niets anders dan onbewust, instinctief christendom. De idealen die de moderne mens in vuur en vlam zetten, zijn christelijke idealen. Alleen, hij weet het niet. En dat is de vloek van onze tijd.

Eigenlijk vieren we vandaag voortdurend Hemelvaart, maar dan in omgekeerde zin: we zijn blij dat Christus verdwenen is. Weg met religie! roepen we. Maar we bedoelen: weg met Christus! Want andere religies, de islam op kop, behandelen we met veel égards. De moderne mens is een christen-tegen-Christus geworden, en dat kan niet goed aflopen. Door gebrek aan bewustzijn is de wederkomst van Christus een zelfvernietigende impuls geworden, die de mens langzaam maar zeker ten gronde richt. Wat we meemaken is een omkering van het oerbeeld van Hemelvaart. In plaats dat we vooruitgaan naar Pinksteren keren we terug naar Golgotha en slaan in naam van de menselijkheid het wezen van alle menselijkheid aan het kruis. Meer dan ooit geldt het Christuswoord: heer, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen!

Erdogan tegen het kruis

  
‘Deze strijd is de strijd tussen de sikkel en het kruis. Laten we ons verenigen onder de sikkel. U zult zien dat we zeer talrijk zullen zijn!’ (Uit de affiche die via de Facebook-pagina van Erdogans AKP-partij momenteel wordt verspreid in België)

De paus en de muur

  

Pope Francis continues to argue for two interrelated points that, while seemingly humane, compromise Western nations and expose their citizens to danger. He reiterated his first point earlier this month when he said, “I appeal not to create walls but to build bridges.” Francis has made this appeal frequently, both figuratively (when imploring Western nations not to close their doors against more incoming Muslim migrants) and literally (for instance by characterizing Donald Trump’s proposal to build a U.S.-Mexico wall as “not Christian”).

 Francis reiterated his second point a few days ago when he said, “Muslim terrorism does not exist.” His logic is that, because there are Christians who engage in criminal and violent activities—and yet no one blames Christianity for their behavior — so too should Islam not be blamed when Muslims engage in criminal and violent activities. In this, the Catholic pope appears unable or unwilling to make the pivotal distinction between violence committed in accordance with Islamic teachings, and violence committed in contradiction of Christian teachings.

But there’s another relevant and often overlooked irony: every morning Francis wakes up in the Vatican and looks out his window, he sees a very large and concrete reminder that gives the lie to both his argument against walls and his argument in defense of Islam. I speak of the great walls surrounding Vatican City, more specifically the Leonine Walls.

Context: A couple of years after Islamic prophet Muhammad died in 632, his followers erupted out of Arabia and conquered surrounding non-Muslim lands in the name of Islam. In a few decades, they had annexed two-thirds of what was in the 7th century Christendom. They took all of the Middle East, North Africa, and Spain, until they were finally stopped at Tours in central France (732). By the late 9thcentury, jihadi incursions had transformed the Mediterranean Sea into a Muslim lake; the major islands — Sicily, Crete, Rhodes, Malta, Cyprus — were conquered, and the European coast was habitually raided for booty and slaves. According to the most authoritative and contemporary Muslim chroniclers — al-Waqidi, al-Baladhuri, al-Tabari, al-Maqrizi, etc. — all this was done because Islam commands Muslims to subjugate and humiliate non-Muslims.

It was in this context that, in 846, Muslim fleets from North Africa landed near Rome. Unable to breach the walls of the Eternal City, they sacked and despoiled the surrounding countryside, including — to the consternation of Christendom — the venerated and centuries-old basilicas of St. Peter and St. Paul. The Muslim invaders desecrated the tombs of the revered apostles and stripped them of all their treasures. Pope Leo IV (847-855) responded by building large walls and fortifications along the right bank of the Tiber to protect the sacred sites from further Muslim raids. Completed by 852, the walls were in places 40 feet high and 12 feet thick. Further anticipating the crusades against Islam by over two centuries — and thus showing how they were a long time coming — Pope Leo decreed that any Christian who died fighting Muslim invaders would enter heaven. After him and for the same reasons, Pope John VIII offered remission of sins for those who died fighting Islamic invaders. Such was the existential and ongoing danger Muslims caused for Christian Europe — more than two centuries before Pope Urban’s call for the First Crusade in 1095.

Today, many Muslims, not just of the ISIS variety, continue to boast that Islam will conquer Rome, the only of five apostolic sees — the other four being Antioch, Alexandria, Jerusalem, and Constantinople — never to have been subjugated by jihad. Similarly, Muslims all throughout Europe continue exhibiting the same hostility and contempt for all things and persons non-Islamic, whether by going on church vandalizing sprees and breaking crosses, or by raping “infidel” women as theirs by right.

In short, Pope Leo’s walls prove Pope Francis wrong on both counts: yes, walls are sometimes necessary to preserve civilization; and yes, Islam does promote violence and intolerance for the other — far more than any other religion. This fact is easily discerned by examining the past and present words and deeds of Muslims, all of which evince a remarkable and unwavering continuity of hostility against “infidels.”

Perhaps most ironic of all, had it not been for Pope Leo’s walls — and so many other Christian walls, such as Constantinople’s, which kept Islam out of Europe for centuries, and Vienna’s, which stopped a full-blown jihad as recent as 1683 — there might not be a pope today to pontificate about how terrible walls are and how misunderstood Islam is. And when Francis accuses those who build walls of not being Christian, as he did of Trump, he essentially accuses men like Pope Leo IV — who did so much to protect and preserve Christendom at a time when Islam was swallowing up the world — of being no Christians at all.

(Raymond Ibrahim)

Een voorproefje

  

Toen ik vanmiddag aan het station van Beervelde braambessen stond te proeven, viel me opeens de gedachte in: en als de staatsgreep in Turkije nu eens de voorafspiegeling is van wat ons in Europa te wachten staat? We mogen niet vergeten dat Turkije tot in 1453 – de val van Constantinopel – een christelijk land was. Toen het door de moslims veroverd werd, begon de uitroeiing van de christenen. Om die reden noemt men Turkije wel eens het grootste christelijke kerkhof ter wereld. Aan het eind van de 19de eeuw was 25 procent van de Turken nog christelijk, maar de honderdduizenden islamitische vluchtelingen die het land werden binnengelaten betekenden de doodsteek voor de christenen. Het leidde onder meer tot de genocide op de Armeniërs, die in de ogen van de moslims uiteraard geen genocide is, maar een verdediging van de islam. Vandaag blijven er nog slechts 0,2 procent Turkse christenen over en verwacht mag worden dat het niet lang meer zal duren voor ook zij uitgeroeid zijn.  

Vijfhonderd jaar heeft het de moslims gekost om van een 100 procent christelijk land een 100 procent islamitisch land te maken. Waarom zou hen dat niet lukken met Europa? Sinds de helft van de vorige eeuw zijn miljoenen moslims Europa binnengestroomd en ze blijven maar komen. Het is duidelijk niet hun intentie om christelijk te worden, wel integendeel. Ze richten overal moskeeën op en vandaliseren kerken. Ze worden steeds ‘fundamentalistischer’ en agressiever. Er verschijnen steeds meer gesluierde moslima’s die hun hoofddoek overal willen dragen en voortdurend klacht indienen als hen iets in de weg wordt gelegd. Op verschillende plaatsen is het Europese recht reeds vervangen door de sharia. In tal van Europese steden is de meerderheid van de jeugd moslim. Binnen enkele tientallen jaren zullen moslims er de meerderheid vormen en we weten allemaal wat er dan gebeurt: ze grijpen de macht en ze doen dat rucksichtlos, zoals Erdogan dat in Turkije gedemonstreerd heeft.

Het was trouwens niet alleen Turkije dat christelijk was voor het veroverd werd door de moslims. De meeste moslimlanden waren christelijk voor het zwaard van Allah hen trof. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de islam geen ander doel had dan het christendom uit te roeien. De moslims waren dan ook niet tevreden na de verovering van Constantinopel. Tot in 1683, toen ze voor de poorten van Wenen stonden, hebben ze onafgebroken geprobeerd Europa te veroveren en het is slechts door hevige strijd dat Europa erin geslaagd is zijn christelijke karakter te bewaren. Die strijd was zowel geestelijk als militair en de mooiste belichaming van dit strijdbare christendom waren de Tempeliers, ridder en monnik tegelijk . Uiteindelijk dolven zij het onderspit, maar niet tegen de moslims. De vijand kwam van binnenuit: de geslepen en gewetenloze Filips de Schone, die gemene zaak maakte met een laffe paus. Europa heeft zich blijkbaar altijd moeten verdedigen tegen uiterlijke én innerlijke vijanden.

Vandaag is het niet anders. De moslim-agressie is slechts één deel van het probleem. Europa zou zich best kunnen verdedigen tegen de islam, ware het niet dat de echte vijand zich in eigen rangen bevindt: de politieke correctheid. Iedere poging om zich te verdedigen tegen de (zoveelste) poging van de islam om Europa te veroveren, lijdt schipbreuk op die geestelijke vijand. En juist die interne vijand – opgedoken in de geestelijke leegte die het christendom heeft achtergelaten – maakt de verovering van Europa door de islam nagenoeg onvermijdelijk. Nogal wat mensen denken dat er een burgeroorlog zal van komen, en misschien is dat wel zo. Maar ik denk dat hij eruit zal zien als de staatsgreep in Turkije: een amechtige vaudeville die de moslimdictatuur pas echt zal installeren en die van alle Europeanen dhimmi’s zal maken, tweederangsburgers die een soort slavenbestaan leiden en de boel draaiende houden tot ze erbij neervallen.

Als er een burgeroorlog van komt, zie ik die nog eerder ontstaan tussen de Europeanen onderling – links tegen rechts – dan tussen Europeanen en moslims. Deze laatsten hoeven alleen te doen wat ze nu reeds doen: regelmatig aanslagen plegen. Europa zal dan zodanig met zichzelf in de knoop raken dat de moslims de zaak zonder veel tegenstand – Houellebecqsgewijs – kunnen overnemen. Misschien komt er nog een laatste stuiptrekking in de vorm van een ‘opstand’ maar dat zal het definitieve einde betekenen van Europa en zijn cultuur. Onwaarschijnlijk? Ik speculeer nochtans niet. Ik beschrijf alleen wat er op artistiek gebied reeds heeft plaatsgevonden. Van een Europese kunst is al 100 jaar geen sprake meer. Ze is ongemerkt vervangen door een internationale kunst die zichzelf ‘hedendaags’ noemt en eigenlijk een cultus van de vernietiging is, zoals ook de islam dat is. Is er strijd en verzet geweest tegen de hedendaagse kunst? Nauwelijks. En die zal er ook niet zijn tegen de islam. 

Zoals Rudolf Steiner 100 jaar geleden reeds zei: we zijn veel meer moslim dan we denken. Hij zag het wetenschappelijke materialisme als een gevolg van de arabisch-islamitische invloeden op Europa. Het is dit virulent geworden materialisme dat Europa van binnenuit ten gronde richt en dat in de islam alleen maar zijn spiegelbeeld begroet. Materialisme en islam zijn de twee handen die Europa de keel dichtknijpen en alle verzet tegen de islam zal een lachertje zijn als niet ook dat materialisme aangepakt wordt. Hoe dát zou moeten gebeuren, daar heb ik werkelijk geen idee van. Waar ik ook kijk in Europa, Ich finde nicht die Spur von einem Geist. De antroposofie? Ik zal het niet hebben over de zeer welwillende houding die de antroposofische wereld aanneemt tegenover de islam. Ik wil het alleen hebben over haar blinde verering voor de hedendaagse kunst, over het feit dat ze niet eens de geest herkent die het Goetheanum – bij wijze van kunst – vol bananenschillen strooit. 

Een antroposofie die gelooft in de hedendaagse kunst – en iedere kritiek daarop de mond snoert – is een antroposofie die niet in staat is de geest waar te nemen. Ze práat wel veel over die geest, maar ze doet dat met gesloten ogen, zonder onderscheid te maken tussen bovenwereld of onderwereld, tussen goede geesten en kwade geesten. Van zo’n antroposofie valt geen heil te verwachten. Misschien dat ze ooit nog ontwaakt en de ogen opent, dat is mogelijk. Ik denk dat Rudolf Steiner – door zijn leven te offeren – daarvoor de mogelijkheid geschapen heeft. Maar voorlopig zakt ze, net als de rest van de Europese beschaving, steeds dieper weg in wat aardig op een doodsslaap begint te lijken. Wie Steiner aandachtig leest, weet dat hij dat voorzien heeft. Niet voor niets heeft hij aan het eind van zijn leven zo indringend gesproken over de grote Middeleeuwse strijd tegen de islam. Maar het heeft niet mogen baten. De antroposoof slaapt en hij wil maar niet wakker worden.  

De morele grondovertuiging

  

‘Wat we vergeten, is dat het moderne liberalisme juist put uit de christelijke notie dat alle zielen gelijk zijn voor God, een revolutionaire notie, op punt gezet door apostel Paulus. Individuen zijn vrij en gelijk, verantwoordelijk voor hun daden, want uitgerust met de rede en een geweten. Op die grond krijgen alle mensen toegang tot hetzij de hemel (christendom) hetzij de stembus (democratie), ongeacht of je man of vrouw, burger of slaaf, zwart of wit bent en ongeacht of je koosjer of halal eet. Maar de herkomst van die morele grondovertuiging durven liberaal-progressieve Europeanen niet meer te articuleren. Daar zit de tragiek. De gelijkstelling van secularisme aan ongeloof, aan onverschilligheid en materialisme, berooft Europa van moreel gezag, en speelt juist diegenen in de kaart die Europa al te graag afschilderen als decadent en zonder overtuiging.’

(Larry Siedentop)

De vernedering van Europa

  

In Keulen zijn enkele allochtonen aangevallen door autochtonen. Het gebeurde gisteravond en vanmorgen stond het al de krant. De politie heeft zo’n 100 verdachten gecontroleerd waarvan er twee in de cel zitten. Ter vergelijking: op oudejaarsavond werden meer dan 500 autochtonen aangevallen door allochtonen. Het duurde zowat een week voor het in de krant kwam, de politie beschouwt momenteel 19 mensen als verdacht en één Marokkaan zit in de cel. Het verschil is, me dunkt, exemplarisch: bij autochtoon geweld zijn zowel de politie als de media er als de kippen bij en meteen wordt er in de richting van extreemrechts gewezen. Bij allochtoon geweld daarentegen, ook al is het 100 keer zwaarder, kijken zowel politie als media de andere kant op, en met de islam heeft het nooit iets te maken. Zo is het vandaag, zo was het gisteren, zo is het al tientallen jaren. 

Ik heb het al eens verteld: ik ben opgegroeid in Mechelen, de stad van de Maneblussers. Toen ik er school liep was het een typisch Vlaamse provinciestad. Er was geen allochtoon te bekennen, of ze waren met zo weinig dat het niet opviel. Vandaag zie je er overal mannen met baarden en lange witte gewaden rondlopen, vergezeld van vrouwen met hoofddoek en lange zwarte gewaden. Toen ik er na 15 jaar terugkeerde om academie te lopen, waren aanrandingen door Marokkanen dagelijkse kost. Het was niks bijzonders te horen dat er in volle ochtenddrukte in het centrum van de stad iemand was neergestoken. Niemand vroeg wie de dader was, het sprak vanzelf. In de wijk waar mijn ouders woonden werd er een oude man in zijn huis door twee Marokkanen gemarteld en vermoord terwijl zijn gehandicapte vrouw machteloos moest toezien. Het heeft nooit de kranten gehaald.

Als ik op bezoek kwam, werd me altijd op het hart gedrukt: je hebt de deur toch goed achter je gesloten? M’n ouders zorgden ook altijd dat ze vóór donker thuis waren. Ze vertelden me dat iedereen dat deed: als de avond viel, liep de stad leeg. Ik kon het nauwelijks geloven tot ik op een avond laat van de academie (in het centrum van de stad) naar het station (aan de rand van de stad) moest en door een uitgestorven stad liep. De enigen die ik tegenkwam, waren groepjes Marokkaanse jongeren. Ik was blij toen ik heelhuids op de trein zat. Ik geloofde het dan ook meteen toen ik hoorde van een dokter die ’s nachts op spoedbezoek moest en zijn garage versperd zag door een auto. Hij liet hem wegtakelen, maar toen hij terugkwam, werd hij opgewacht door een groep Marokkanen die hem duidelijk maakten dat hij dat nooit meer moest doen. Denk eraan, zeiden ze, overdag is de stad van jullie, ’s nachts is ze van ons!

Dat is inmiddels al meer dan 20 jaar geleden. Het zou me sterk verwonderen als de zaken intussen veranderd waren, want de Marokkaanse bevolking in Mechelen is alsmaar groter geworden, net als de politieke correctheid. De ‘nachtzijde’ van de immigratie wordt nog altijd zorgvuldig verzwegen. Dat zou ook in Keulen gebeurd zijn als de aanval niet zo massaal was geweest. Het slachtofferaantal is intussen al opgelopen tot meer dan 500. Kan men zich eigenlijk wel voorstellen wat er daar op oudejaarsavond gebeurd is? Het moet een waar pandemonium zijn geweest. Terwijl de aanslagen in Parijs zorgvuldig werden gereconstrueerd in de media zodat we van naaldje tot draadje wisten wat er precies gebeurd was, horen we vrijwel niets over de aanslag in Keulen. Nog altijd – en het is nu bijna 14 dagen geleden – wordt de zaak toegedekt. 

Hoe komt dat? Eén reden is natuurlijk de politieke correctheid, dat spreekt. De (autochtone) bevolking mag niet weten wat er in Keulen is gebeurd want dan gaan er represailles volgen, dan gaat men de allochtonen stigmatiseren, enzovoort. Die bezorgdheid is natuurlijk een voorwendsel, want we weten goed genoeg dat die autochtone bevolking nooit zo reageert. Dat doet ze ook nu weer niet. Die paar Pakistani die gisteren werden aangevallen, zijn de uitzondering die de regel bevestigen. De moslimraid van oudejaar was echter géén uitzondering. Hij was gepland en georganiseerd zoals de meeste moslimaanslagen. En zoals ook de politieke correctheid gepland en georganiseerd is. Er is zelfs veel voor te zeggen dat beide samen worden georganiseerd en dat de moslimagressie en de politieke correctheid slechts twee zijden van dezelfde medaille zijn.

Maar wat is die medaille dan wel? We vinden al een aanwijzing in het feit dat de politieke correctheid, die zo ijvert voor de godsdienstvrijheid van de moslims, zelf seculier, atheïstisch en zelfs anti-theïstisch is. Zij verdedigt helemaal niet de godsdienst, zij verdedigt de islam (die heel wat meer is dan een godsdienst). Ter vergelijking: in Noorwegen heeft diezelfde politieke correctheid onlangs vijf kinderen ‘in bescherming genomen’ omdat ze door hun ouders … christelijk werden opgevoed. Een dochtertje had op school tijdens de les gezegd: maar God straft de mensen toch als ze iets verkeerds doen? Dat was voldoende om alarm te slaan en de kinderen in een instelling te plaatsen om ze te beschermen tegen hun ouders. Juist dat enorme verschil in behandeling tussen moslims en christenen wijst erop dat de politieke correctheid het op het christendom heeft gemunt (en niet op de godsdienst in het algemeen).

De moslims en de politiek-correcte elite vechten samen één strijd: die tegen het christendom. En dat is tevens de strijd tegen de vrije samenleving, want die is alleen mogelijk dankzij het christendom. Wat de zaak zo verwarrend maakt, is dat de politieke correctheid zelf bezield is door louter christelijke idealen: gelijkheid, vrijheid, broederlijkheid, naastenliefde, verdraagzaamheid, enzovoort. Het is dus alsof het christendom zich tegen zichzelf richt. En dat is precies wat momenteel aan het gebeuren is, want we kunnen niet zeggen dat de politieke correctheid bewust kwaadaardig is. Ze is juist, net als het communisme trouwens vervuld van de hoogste idealen. Daarom oefent ze ook zo’n aantrekkingskracht uit en valt ze zo moeilijk te weerleggen: hoe ga je christelijke idealen weerleggen zonder je eigen idealen, die eveneens christelijk zijn, aan de kant te schuiven?

De politieke correctheid en haar tegenstanders – we kunnen gemakshalve spreken over links en rechts – gaan allebei uit van dezelfde christelijke idealen, want die zijn in Europa, of men dat nu wil of niet, een tweede natuur geworden. Die christelijke natuur is dus bezig zichzelf te vernietigen en ze gebruikt daar onder meer de islam voor. De moslimwereld wordt gewoon meegesleurd in die Europees-christelijke zelfvernietiging, zonder dat hij er iets kan aan doen, zonder dat hij zelfs maar weet wat er gebeurt. Dat laatste heeft hij trouwens gemeen met Europa: dat weet ook niet wat er gebeurt. En precies die onwetendheid ligt aan de basis van de toenemende chaos in Europa en de rest van de wereld. De christelijke wil vernietigt zichzelf omdat ze in onwetendheid verkeert omtrent zichzelf. En ze sleurt de rest van de wereld met zich mee.

De christelijke cultuur van de afgelopen 2000 jaar is in Europa tot een tweede natuur geworden, tot een christelijk instinct.  Deze ‘kerstening’ van de wil heeft tot de vrije samenleving geleid. Maar die samenleving is nog lang geen voldongen feit. Denken we maar aan de onvolkomenheid van onze democratie. Er moet nu een volgende, beslissende stap worden gezet: de gekerstende wil moet zich bewust worden van zichzelf. De Europese mens moet met zijn denken doordringen tot de bron van christelijke wil. Alleen op die manier kan hij zijn eigen zelfvernietiging voorkomen, alleen op die manier kan hij werkelijk vrij worden. De vrije mens staat voor zijn grootste uitdaging: zelfbewustwording. Zijn huidige zelfbewustzijn is slechts een gespiegeld zelfbewustzijn, een bewustzijn van zijn ego. Nu moet hij doordringen tot het bewustzijn van zijn Ik.

Hoe groot die uitdaging is, weet iedere gelovige die ooit in discussie is geraakt met een atheïst. Het materialisme dat de Europese mens geholpen heeft om zich los te maken van het geloof en zijn vrijheid te veroveren, vormt nu de grootste hinderpaal bij de bewustwording van zijn christelijke natuur. De diepe kloof tussen deze christelijke natuur en het materialistische bewustzijn, wordt gespiegeld in de kloof tussen de vrije samenleving en de islam. Onder moslims leeft dezelfde agressieve vijandigheid tegenover de christelijke natuur van de Europese mens als onder atheïsten en materialisten. Zolang we die vijandigheid niet onder ogen zien en ons laten verblinden door christelijke idealen van naastenliefde en verdraagzaamheid – die in hun abstractie en onbewustheid luciferisch van karakter zijn – zal er niets veranderen en zal de zelfvernietiging van het christelijke Europa gewoon doorgaan. 

Onze ogen openen voor de werkelijkheid – zowel die van onze christelijke natuur als die van de islamitische vijandigheid – confronteert ons met een zeer centraal christelijk gegeven: de vernedering. Een grotere vernedering dan die van Christus – de Schepper die in zijn eigen schepping terechtgesteld werd als een misdadiger – is niet voorstelbaar. Het is de vernedering-der-vernederingen. Maar er is één groot verschil tussen deze exemplarische vernedering en de vernederingen die de Europese mens nu al tientallen jaren- en in toenemende mate – moet ondergaan door toedoen van moslims: de vernedering van Christus was bewust en vrijwillig. 

Is het niemand opgevallen hoe weinig ooggetuigenverslagen er verschijnen in de kranten? Er zijn meer dan 500 vrouwen aangerand in Keulen en ik heb daar in de Vlaamse kranten nog niet één persoonlijk verslag over gelezen. Over de twee vorige aanslagen van dit jaar – Charlie Hebdo en Le Bataclan – verscheen het ene na het andere ooggetuigenverslag. Tegelijk verschenen ook vele commentaren in de stijl van: wij laten ons niet bang maken! Dit keer: niets, niemendal. Geen enkele vrouw getuigt, zelfs geen enkele vriend of echtgenoot. Nu is het goed mogelijk dat de politiek zeer correcte Vlaamse kranten die getuigenissen gewoon niet publiceren. Maar in beide gevallen is de reden hoogstwaarschijnlijk dezelfde: vernedering. Hoe ongelooflijk vernederend is het niet voor moderne vrouwen om in hun eigen stad, op oudejaarsavond, in gezelschap van vrienden en echtgenoten, en onder het toeziend oog van de politie, met honderden tegelijk aangerand te worden door een wilde horde moslims! Hoe ongelooflijk vernederend is het niet voor die vrienden en echtgenoten, en ook voor de politie, om daar niks te kunnen/mogen/durven aan doen! En hoe vernederend moet het ook niet zijn voor al die politiek correcte journalisten – die al jarenlang medeplichtig zijn aan die vernederingen – om hun aandeel daarin onder ogen te moeten zien! 

Europa gaat een lijdensweg, maar het is geen christelijke lijdensweg want de vernedering ervan wordt niet onder ogen gezien. Het is een onbewust, instinctief lijden dat niet tot verlossing leidt en waarop geen opstanding van ons bewuste Ik volgt. Nee, het is een passief lijden dat alleen maar tot dood en zelfvernietiging leidt. En daarom zal het alsmaar erger worden – tot we eindelijk beseffen wat voor mossels we geworden zijn, om wijlen Karel Van Isacker te citeren. De moed die we nodig hebben, is niet de moed om de moslims het land uit te jagen of een kopje kleiner te maken, het is de moed om onze eigen onmacht en lafheid onder ogen te zien, ons eigen aandeel in die vernederingen. 

Het dondert in Keulen

  

Tijdens oudejaarsnacht werden in Keulen – notabene vlak voor de kathedraal – meer dan 100 blanke vrouwen sexueel gebrutaliseerd door een grote groep ‘Noord-Afrikanen en Arabieren’. Of het asielzoekers, vluchtelingen of gewone migranten waren is niet duidelijk, wel dat ze zich gedroegen als prooidieren die in groep vrouwen insloten om hen vervolgens te betasten, de kleren van het lijf te rukken en erger. Dat alles onder het toeziend oog van de politie die in grote getale aanwezig was omdat er vuurwerk op de feestende menigte was afgeschoten. De berichten over de aanrandingen drongen slechts heel langzaam in de media door, en dan nog onder druk van de publieke verontwaardiging. Des te sneller was de politiek correcte reactie: we moeten er vooral voor oppassen de vluchtelingen niet te stigmatiseren! Bart Eeckhout in De Morgen ging zelfs zover de volkswoede ‘een tweede verkrachting’ te noemen. De eerste verkrachting noemde hij ‘een merkwaardig en potentieel ernstig bericht’ met de duidelijke implicatie dat het wel eens om valse geruchten van zatte vrouwen zou kunnen gaan. Ook de mannen kregen een sneer toen hij smalend sprak over ‘de angst voor de eerbaarheid van onze vrouwen’. Een ‘culturele angst’ noemde hij dat, een fobie dus. Véél ernstiger dan dat opgeklopte gedoe van bange blanke mannen en vrouwen is volgens hem de ‘politieke instrumentalisering’, het misbruik dat van de feiten gemaakt wordt door extreemrechts ‘dat de massa’s achter zich wil krijgen’. De risico’s van die angstpolitiek noemt hij ‘immens’. 

Het is telkens weer hetzelfde liedje: hoe brutaal moslims ook tekeer gaan, hun geweld wordt steevast genuanceerd, gerelativeerd en geminimaliseerd. Broodroosters, badkuipen en kleuters maken meer slachtoffers, aldus Maarten Boudry in dezelfde krant. De Duitse minister van Justitie van zijn kant had het over ‘een nieuwe vorm van criminaliteit’ alsof hij nog nooit gehoord had over de verkrachtingen en aanrandingen die de Skandinavische landen al tientallen jaren teisteren. Het gevaar van blanke represailles daarentegen wordt tot absurde afmetingen opgeblazen, ook al is het nagenoeg onbestaande. Hoeveel aanslagen van moslimterroristen zijn er al niet geweest in Europa? Het geweld was telkens brutaal, buitensporig en schokkend. Toch heeft de Europese bevolking nooit met geweld gereageerd op die aanslagen. De strafexpedities, pogroms en wraaknemingen waarvoor ‘onze’ politieke en intellectuele leiders zo bang zijn, bleven uit. In eigen land werd er op de aanslagen in Parijs hoogstens gereageerd met enkele voortvarende controles van allochtonen, en die wekten meer verontwaardiging dan de terreurdreiging zelf. In Duitsland toonde Angela Merkel zich verontwaardigd over de sexistische aanslagen in Keulen, maar het duurde wel zes dagen voor ze daar uiting aan gaf. Alles wijst erop dat haar motieven van politieke aard waren en dat haar echte bekommernis de andere richting uitging: zal dit niet nadelig zijn voor de vluchtelingen? Nee, wat hier – zoals altijd – speelde, was het politiek correcte adagium: negeer reëel moslimgeweld en waarschuw voor fictief blank geweld. 

Als je het goed en wel nagaat, beschouwen de Angela Merkels dezer wereld de Europeanen als … moslims, dat wil zeggen als gemakkelijk op te ruien massa’s die zich keer op keer te buiten gaat aan bloederig geweld. Daarom moeten die massa’s met harde hand worden geregeerd. Het Midden-Oosten toont ons immers wat er gebeurt als die harde hand wegvalt: het land vervalt tot chaos, de beschaving gaat ten gronde, het beest in de mens staat op. Dát is de grote angst van de Europese elite ten aanzien van de eigen bevolking: dat de ‘wilde horden’ – het ‘xenofobe amalgaam‘ zoals Bart Eeckhout het noemt – uit hun kooien ontsnappen om de beschaving te vertrappelen. Als het woord ‘fobie’ érgens op zijn plaats is, dan wel hier, want de realiteit spreekt die irrationele angst volkomen tegen. De Europese bevolking wordt al tientallen jaren gepest en gesard door moslims, en toch reageert ze daar niet op, ze verdraagt het allemaal. Was hetzelfde gebeurd in een moslimland en werd de bevolking daar onafgebroken gepest en uitgedaagd door een blanke minderheid, dan waren de kwelgeesten allang een kopje kleiner gemaakt. Maar in Europa gebeurt dat dus niet. Hoe komt dat? Waarom gedragen Europeanen zich juist niet zoals de moslims waarvoor ze gehouden worden? De reden ligt voor de hand: omdat ze christenen zijn. Ze mogen dan wel niet meer geloven, het christendom is voor hen tot een tweede natuur geworden. Geen beter voorbeeld dan de politieke correctheid zelf, die doorgaans seculier en ongelovig is maar wel gedreven wordt door louter christelijke idealen. 

De (blanke) Europese bevolking gedraagt zich dus bijzonder christelijk en verdraagzaam, maar wordt door haar eigen ‘leiders’ beschouwd en behandeld als potentieel gevaarlijke moslims die kost wat kost onder de knoet moeten worden gehouden. De moslimbevolking daarentegen gedraagt zich allesbehalve verdraagzaam, maar wordt door diezelfde elite wel beschouwd als christenen, dat wil zeggen als een onschuldig vervolgde minderheid wier hart vervuld is van liefde en vrede. Het is alsof de politiek correcte elite met blindheid is geslagen en geen onderscheid meer maakt tussen christenen en moslims. En inderdaad, in theorie is die elite buitengewoon christelijk, want ze beschouwt alle mensen, zonder onderscheid, als kinderen van God. Zoals de paus onlangs zei: christenen en moslims aanbidden dezelfde God. In de praktijk gedragen deze leiders zich echter als moslims en trekken ze zeer scherpe grenzen. De wereld wordt verdeeld in gelovigen en ongelovigen, in goede mensen en slechte mensen. De goede mensen zijn uiteraard de moslims: zij kunnen in de ogen van de politiek correcte leiders geen kwaad doen. De slechte mensen zijn de blanken: zij zijn racistisch, haatdragend, discriminerend, islamofoob, xenofoob, homofoob, enzovoort. Beide mensengroepen worden op hun beurt weer onderverdeeld in goed en slecht: onder de moslims vinden we een kleine minderheid van slechte mensen (die de goede meerderheid in een kwaad daglicht stellen), onder de blanken vinden we een kleine minderheid van goede mensen: de politiek correcte elite zelf, het enige lichtpunt in de blanke wereld.  

Het wereldbeeld van deze elite ziet eruit als een yin-yangteken: een licht deel met een donkere kern en een donker deel met een lichte kern. Het verschil is wel dat beide delen in morele zin worden geïnterpreteerd, dat wil zeggen als goed en kwaad, en niet als vrouwelijk en mannelijk. En daarmee raken we aan de kern van het politiek-correcte wereldbeeld: het is een omgekeerd beeld. Wat thuishoort op het fysiek-natuurlijke vlak (de tegenstelling man-vrouw) wordt op het geestelijk-morele vlak (de tegenstelling goed-kwaad) geprojecteerd. Materieel en geestelijk worden dus gewoon omgewisseld. Wat blijft, is de scheiding, maar ze krijgt een heel ander karakter, want goed en kwaad zijn niet op dezelfde manier gescheiden als bijvoorbeeld man en vrouw. Alle aardse tegenstellingen zijn in feite polariteiten. Man-vrouw, licht-donker, dag-nacht, warm-koud, enzovoort: ze bestaan niet zonder elkaar. Er is altijd een derde, onzichtbare pool die beide tegenpolen met elkaar verbindt. Dat is niet het geval met de tegenstelling goed-kwaad, of toch niet op dezelfde manier. De relatie tussen goed en kwaad is een mysterie, maar het minste wat we kunnen zeggen is dat het onderscheid tussen goed en kwaad veel absoluter is dan dat tussen aardse tegenstellingen. Ligt het goede op aarde in het gulden midden tussen de tegenpolen, dan kunnen we dat zeker niet zeggen over de geestelijke tegenpolen. Het goede bestaat niet in de gulden middenweg tussen goed en kwaad, want dat zou bijvoorbeeld betekenen dat liefde goed is, maar dat de combinatie van liefde en haat (veel) beter is. 

Is dat niet precies de mentaliteit van de politiek correcte elite? Zij is buitengewoon liefdevol in haar idealen, maar buitengewoon haatdragend in de toepassing ervan. Zij is met andere woorden luciferisch en ahrimanisch tegelijk, en die combinatie beschouwt ze (onbewust) als het toppunt van goedheid. Niets kan haar vertrouwen in die goedheid schokken, zo ver verheven voelt ze zich boven het gewone gepeupel dat onderscheid maakt tussen wij en zij, tussen allochtoon en autochtoon, tussen christendom en moslim, tussen man en vrouw, en dat met veel moeite probeert een gulden midden tussen die tegenpolen te zoeken. Vol minachting kijkt de elite neer op die schamele pogingen in de (onbewuste) overtuiging dat ze dat gulden midden reeds gerealiseerd heeft en dat het volk niets anders hoeft te doen dan haar voorbeeld te volgen. Het komt er in feite op neer dat deze elite zich Christus zelf waant, de belichaming van het opperste goed, het gulden midden tussen Lucifer en Ahriman. En hier raken we aan het kwalijkste gevolg (of is het de oorzaak?) van de verwisseling van geest en materie: Christus wordt verwisseld met de Antichrist. De politiek-correcte elite die vandaag zo’n enorme macht uitoefent in de wereld, is door en door antichristelijk van aard. Ze vereenzelvigt zich zonder het te weten met de god van de onderwereld, met het wezen van de onmenselijkheid. Ze waant zich superieur aan alles en iedereen, en heeft geen idee van haar stuitende inferioriteit. Dat is trouwens haar meest kenmerkende eigenschap: ze heeft geen idee omtrent haar eigen aard, het ontbreekt haar aan iedere zelfkennis. 

Wie ooggetuigenverslagen leest over wat er in Keulen gebeurd is, begrijpt dat het veel erger was dan wat de kranten laten uitschijnen. Zelfs vandaag, bijna een week na de feiten, laten ze de berichten maar mondjesmaat doorsijpelen. Bovendien worden ze zorgvuldig ‘gekaderd’ door politiek-correcte commentaren die de kern van de zaak proberen weg te moffelen. En die kern is dat de ‘wilde horden’ die tijdens de nieuwjaarsnacht tekeer gingen aan de voet van de Keulense kathedraal hier – bij wijze van spreken via het Hauptbahnhof – naartoe zijn gebracht door de politiek correcte elite, die daarmee het paard van Troje heeft binnengehaald. Het is alweer een omkering: tijdens de Middeleeuwen vocht de Europese elite een verwoede strijd uit tegen de oprukkende moslimlegers, vandaag haalt ze de moslims bij miljoenen naar Europa en vormt ze – door ze de hand boven het hoofd te houden – om tot ‘legers’ die de vrije samenleving van binnenuit proberen te vernietigen. De christelijke strijd is een antichristelijke strijd geworden. De aanval van buitenaf is een aanval van binnenuit geworden. Maar de belangrijkste omkering van allemaal is wellicht die van een bewuste strijd in een onbewuste strijd. De middeleeuwse monniken en ridders – die als één man optraden in de Tempeliers – wisten heel goed waarvoor (en waartegen) ze streden. De hedendaagse politieke correctheid weet dat helemaal niet. Ze wordt bezield door een geest waar ze geen flauw benul van heeft. Ze vecht als een bezopen tempelier, zonder te weten waarvoor of waartegen. Want alles loopt door elkaar in haar bewustzijn, het is er één grote chaos. 

Hoe is die chaos ontstaan? Door een omkering. We beleven namelijk, zoals Rudolf Steiner zei, het grootste keerpunt uit de geschiedenis van de mensheid. Alles keert om. Deze omkering is een kosmisch proces dat buitengewoon moeilijk te doorgronden is. En toch moeten we het proberen, want als we dat niet doen, zal onze bewustzijnsontwikkeling ‘omgekeerd’ worden. In plaats van bewuster te worden, zullen we onbewuster worden. We zullen ons moeizaam veroverde bewustzijn weer verliezen en beginnen … dementeren. Wie de politiek-correcte commentaren leest die vandaag in de kranten verschijnen – en nog wat gezond verstand over heeft – kan moeilijk ontkennen dat dit dementeringsproces al volop bezig is. Wat iemand als Bart Eeckhout allemaal schrijft, is werkelijk van de pot gerukt. Het is ziek. Maar wie dementerende mensen kent, weet dat het verre van eenvoudig is om de ziekte (vooral dan in zijn beginfase) te detecteren. Nog veel moeilijker wordt dat als de dementie geestelijk van aard is, als ze met andere woorden niet in het fysieke lichaam tot uitdrukking komt, maar alleen op denkniveau waargenomen kan worden. Alzheimerpatiënten zijn heel overtuigend wanneer ze andere mensen zwart maken, en dat geldt ook – en nog veel sterker – voor politiek-correct geïnfecteerden. Men moet zich met kracht tegen hun charisma verzetten, wil men niet door hun ziekte aangestoken worden. Dat vergt een geestelijke strijd die heel bewust moet gestreden worden, en die niets anders is dan een voortzetting van de strijd die bewustwording – en menswording – altijd geweest is. 

Gezocht: een nieuw hoofd

  

Dit is Larycia Hawkins, professor politicologie aan Wheaton College, een christelijke universiteit in de Amerikaanse staat Illinois. Zelf christen zijnde, is ze een hijab beginnen dragen uit solidariteit met haar muslim sisters. Toch was dat niet de reden waarom ze geschorst werd. Ze had verklaard dat christenen en moslims dezelfde God aanbidden en dát vond de universiteit een brug te ver. Het zou lachwekkend zijn als het niet om te huilen was. Een christen die beweert dat christenen en moslims dezelfde God aanbidden, weet duidelijk niets af van het christendom. Dat is op zich niet zo erg, want geloof is in de eerste plaats een gevoelskwestie. Je kunt van gewone gelovigen niet verwachten dat ze theologisch onderlegd zijn. Maar van een hoogleraar aan een christelijke universiteit mag je toch verwachten dat ze op zijn minst onderscheid kan maken tussen de christelijke en de islamitische God. En helemaal erg wordt het natuurlijk als zelfs de paus van Rome dat niet meer kan, want de uitspraak dat christenen en moslims dezelfde God aanbidden is van hem afkomstig. 

Waarom is dat nu zo erg? Als zelfs de intellectuelen van het christendom – met de paus op kop – geen verschil meer zien tussen de christelijke en de islamitische God, dan betekent dat eigenlijk dat het moderne christendom een kip zonder kop is. Nu is het christendom altijd een kip met een bijzonder grote kop geweest. Geen enkele andere godsdienst bezit zo’n uitgebreide theologie. Van meet af aan heeft het christendom zich intens verbonden met de menselijke ratio. Daardoor heeft het ook de ontwikkeling van de moderne wetenschap mogelijk gemaakt. Dat het vandaag geen enkel contact meer lijkt te hebben met die indrukwekkende intellectuele erfenis is niets minder dan een … onthoofding. 

Maar het is meer dan een onthoofding alleen. Hoe waarschijnlijk is het dat de paus van Rome niet meer zou weten wat het verschil is tussen God en Allah? De vorige paus – Joseph Ratzinger – wist het maar al te goed. Tijdens zijn beruchte Regensburger-toespraak beklemtoonde hij de rationaliteit van de christelijke God en de irrationaliteit van de mohammedaanse God. Dat onderscheid is voor het christendom essentieel. Daarom heeft het christendom zich ook altijd uit alle macht verzet tegen de – zowel fysieke als geestelijke – aanvallen van de islam. Haar theologie bereikte zelfs een hoogtepunt in deze strijd. Thomas van Aquino, die geldt als de grootste van alle christelijke denkers, was tevens de grootste bestrijder van de islam. 

Je zou kunnen zeggen dat het christendom zichzelf heeft leren kennen in de strijd tegen de islam. Nu het die strijd opgegeven heeft en geen verschil meer ziet tussen de christelijke en de islamitische God, kent het ook zichzelf niet meer. En is dat niet de Grote Ziekte van het Westen: gebrek aan zelfkennis? Het Westen is blind geworden voor zijn eigen christelijke karakter, het maakt geen onderscheid meer met de islam en noemt dat, zoals Larycia Hawkins, ‘christelijk’ gedrag. Maar er bestaat niet zoiets als blind christelijk gedrag. De mens is niet van nature christelijk. Christelijk gedrag is juist een uiting van bewustwording. Wie die bewustwording teniet doet, wie geen onderscheid meer maakt, gedraagt zich antichristelijk.

Nu kan ik moeilijk geloven dat dit per ongeluk is gebeurd en dat de christelijk kip haar kop gewoon verloren heeft. Nee, die kop is eraf gehakt. Maar dat is niet alles, hij is ook nog eens vervangen door een andere kop, een antichristelijke kop. De christelijke kip rent niet rond zonder kop, ze rent rond met een andere kop, een islamitische kop. Men kan denken wat men wil van Joseph Ratzinger, maar hij was een christelijk hoofd van de kerk. Dat was hoogstwaarschijnlijk ook de reden waarom hij is moeten aftreden. Want de kerk is allang niet christelijk meer, zij is zelfs ronduit antichristelijk geworden. Die ‘omkering’ werd bezegeld door het aftreden van de scherp onderscheidende Ratzinger die vervangen werd door Franciscus die geen verschil meer ziet tussen de christelijke en de islamitische God. Op de katholieke kerk staat vandaag een islamitisch hoofd.

De universiteit van Wheaton heeft blijkbaar nog een christelijk hoofd. En dat had alle reden om professor Hawkins te schorsen. Wie zich antichristelijk gedraagt, moet geen les geven aan een christelijke universiteit. Maar Wheaton zal waarschijnlijk aan het kortste eind trekken, want professor Hawkins wordt niet alleen gesteund door haar muslim sisters en door heel politiek correct Amerika, maar ook door de paus van Rome. Daartegenover kan de universiteit alleen een ‘afgehakt’ christelijk hoofd plaatsen, een levenloos, bloedeloos christelijk bewustzijn. En dat zal niet volstaan. Het enige wat Wheaton – dat hier model kan staan voor de hele Westerse beschaving – kan redden, is een ‘nieuw hoofd’, een levend en warmbloedig bewustzijn van het christendom. En dat bewustzijn zal het moeten bevechten op het islamitische hoofd dat nu op haar schouders staat. 

 

De dode letter en het levende woord

Moslims krijgen het vreselijk op hun heupen als de Profeet wordt afgebeeld.
Dat hebben ze bij Charlie Hebdo wel ondervonden.
Afbeeldingen zijn taboe in de islam.
De islamitische kunst is dan ook volkomen abstract en non-figuratief.
In moskeeën vind je alleen ornamenten, geen beelden.
Het verschil met een christelijke kerk kan niet groter zijn.
Daar bulkt het van de beelden.
In het centrum staat zelfs een beeld van de naakte mens: het kruisbeeld.
De artistieke tegenstelling tussen abstract en figuratief is de uitdrukking van een religieuze tegenstelling.
In het christendom is God mens geworden.
Hij is uit de hemel afgedaald om onder de mensen te leven en hun lot te delen.
In de islam heeft God zijn hemel nooit verlaten.
Hier is het de mens (Mohammed) die naar de hemel is opgestegen en het woord van God heeft gehoord.
In het christendom is dat woord vlees geworden.
In de islam is het een boek geworden.
Levend vlees en dode letters.
Ziedaar het verschil tussen beide.

Het verhaal van Mohammed doet denken aan het verhaal van Mozes.
Mozes besteeg de berg, vernam het woord van God, en schreef het op.
Islam en jodendom zijn dan ook zeer verwant.
Het zijn de godsdiensten-van-het-boek.
Ze gaan allebei terug op Abraham.
Het christendom is een heel ander verhaal.
Het gaat terug op Jezus.
Het is de godsdienst-van-de-mens.
Hier wordt niet de dode letter maar het levende woord van God vereerd.
Hier staat niet de abstracte geest centraal maar het concrete vlees.
Het christendom is onlosmakelijk verbonden met het menselijk lichaam.
Het verkondigt de lichamelijke opstanding uit de doden.
In de christelijke visie is het menselijk lichaam dus niet zomaar de tijdelijke behuizing van de geest.
Lichaam en geest horen ad aeternum samen.
Door mens te worden heeft God het lichaam ‘verheerlijkt’.

Het christendom wordt vaak geassocieerd met ascetisme, met sexuele onthouding, met vijandigheid tegenover het lichaam.
Niets is minder waar.
We hebben onze moderne sexuele vrijheid juist te danken aan … de katholieke kerk.
Haar niets ontziende strijd tegen de katharen was een strijd tegen het ascetisme en voor de lichamelijkheid.
De katharen – die in de Middeleeuwen een reële bedreiging vormden voor de kerk – waren heel wat spiritueler en verfijnder dan de katholieken, maar hun spiritualiteit was oosters-luciferisch van aard.
Ze beschouwden het aardse, het lichamelijke en het zinnelijke als zondig.
Hun burchten bouwden ze hoog op de rotsen, om zich te onttrekken aan aardse invloeden.
Hadden de katharen destijds het pleit gewonnen, dan zouden we nu in een heel andere wereld leven, een wereld zonder alcohol, zonder zinnelijke genietigen, zonder lichaamscultus, zonder vrijheid, zonder beelden van God of mens.
Een veel ‘islamitischer’ wereld dus.
De hele Griekse erfenis zou eraan zijn gegaan, ten voordele van de oosterse ascetische abstractie.

We realiseren ons veel te weinig welke cruciale rol het christendom heeft gespeeld in het ontstaan van onze vrije samenleving, een samenleving die gebaseerd is op de vereenzelviging van geest en lichaam.
Het is onze lichamelijkheid die ons vrij maakt.
In een zuiver geestelijke omgeving kunnen we niet vrij zijn.
Door ons te identificeren met ons lichaam onttrekken we ons aan de dwingende invloed van de geest.
Een godsdienst als de islam, die de geest (ver) BOVEN het lichaam stelt, laat geen vrijheid toe.
Die vrijheid is alleen mogelijk dankzij een godsdienst die, zoals het christendom, de geest (diep) IN het lichaam laat neerdalen.
Vandaag is de geest zelfs zo diep in het lichaam afgedaald dat hij zichzelf ‘vergeten’ is.
Hij is overweldigd en verdoofd door de zintuiglijkheid van het lichaam.
En precies die ‘verdoving’ maakt onze vrijheid mogelijk.

De paradox is dus dat het christendom ten grondslag ligt aan het hedendaagse materialisme en atheïsme.
Geen enkele andere godsdienst zou het mogelijk hebben gemaakt om het bestaan van God te ontkennen.
Het absoluut unieke van het christendom is dat die ontkenning van God zelf is uitgegaan.
Hij is zelf in een menselijk lichaam afgedaald tot op het punt dat hij zijn goddelijkheid was ‘vergeten’. Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?
Toen Christus deze woorden sprak, was hij helemaal mens geworden.
Hij wás nog wel God, maar dat wist hij niet meer, zijn bewustzijn was volkomen menselijk geworden.
Het was een bewustzijn zoals … wij dat vandaag hebben.

De moderne mens beleeft vandaag zijn Golgotha.
We zijn helemaal gekluisterd aan onze lichamelijkheid.
We hebben geen ander bewustzijn meer dan het bewustzijn van ons lichaam, van de materiële wereld.
En net als Christus moeten we nu met behulp van dat lichaamsbewustzijn de krachten van de opstanding ontwikkelen, de opstanding van het lichaam die tegelijk de opstanding van de geest is.
Want die twee gaan voorgoed samen.
Ze kunnen nooit meer van elkaar worden losgemaakt.
Dat is de essentie van het christendom.

We hoeven helemaal niet te geloven in het christendom om in te zien hoe cruciaal het geweest is voor de ontwikkeling van onze moderne wereld.
Zonder christendom geen materialisme.
We hebben ons materialisme vanuit een diepe religieuze bewogenheid zelf tot stand gebracht.
Het is namelijk gebaseerd op ons geloof in de Rede, en de Rede is het vleesgeworden woord van God, het is de Christus-in-ons.
Ons geloof in God-in-den-hoge is in de loop der eeuwen overgegaan op God-in-den-vleze.
Doordringen tot de grond van ons materialisme is dus doordringen tot ons (onbewuste) geloof in Christus.
Hij is de geest die zich ‘verbergt’ in het materialisme, die ‘vergeten’ is in het materialisme.
We moeten het materialisme dus niet opgeven om (weer) christelijk te worden.
We moeten het niet vervangen door een of ander spiritueel geloof.
We moeten alleen doordringen tot de kern ervan.

Het heeft iets ontroerends om te zien hoe sterk het geloof van materialisten is.
Op grond van hun onwrikbare geloof in de Ratio verwerpen ze alle godsdiensten, alle spiritualiteit, de hele geestelijke wereld.
Ze steunen helemaal op de kracht van hun eigen denken.
Ze steunen met andere woorden op de Christus-in-hen.
Maar hun tragiek is dat ze zich daar niet van bewust zijn en het ook niet willen worden.
Ze ‘herkennen’ het christendom niet meer, ze verwerpen het.
Ze weigeren om in te zien dat hun materialisme steunt op een geloof: het geloof in de rede.
En dat geloof valt niet te bewijzen.
Het is – net als de weigering om er zich bewust van te worden – een wilsdaad, een keuze.
Maar het is geen vrije keuze, want ze weten niet waarvoor ze kiezen.
Ze weten niet dat ze kiezen voor de geest van het christendom én hem tegelijk afwijzen.

Na de kruisdood van Christus volgt de neerdaling ter helle, de confrontatie met de onderwereld.
Het dode lichaam wordt van het kruis gehaald, het kruis wordt afgebroken.
Maar de geest van Christus daalt in de duistere diepten van de materie af en stijgt daar weer uit op.
Dat punt hebben we vandaag in de moderne wereld bereikt: het (oude, uiterlijke) christendom verdwijnt, kerken worden gesloten, kruisbeelden verwijderd.
Alleen de dode materie blijft nog over.
En precies op dat moment worden we geconfronteerd met de onderwereld: het Beest stijgt op uit de aarde.
Ontsnappen aan dat apocalyptische monster kunnen we niet.
Het zal de materiële wereld aan stukken scheuren.
En in de mate dat we ons identificeren met die wereld zal het ook ons aan stukken scheuren.
Dat ontbindingsproces is reeds begonnen: ons astrale, ons etherische en ons fysieke lichaam worden langzaam maar zeker uit elkaar getrokken.
Denken, voelen en willen verliezen hun onderlinge samenhang en gaan hun eigen weg.
Ons Ik verliest zijn greep op het geheel.
Things fall apart, the centre cannot hold.
Mere anarchy is loosed upon the world.

The rough beast that slouches towards Bethlehem to be born plaatst ons voor de keuze.
Ofwel geven we ons willoos en gedachtenloos over aan zijn ‘ontbindende’ krachten.
Ofwel dringen we bewust en vrijwillig in zijn onderwereld door.
In het eerste geval zal ons Ik steeds zwakker worden en zich uiteindelijk niet meer kunnen handhaven in het uiteenvallende lichaam.
Zijn plaats zal dan worden ingenomen door het Beest, dat in dat verlaten lichaam ‘geboren’ zal worden, en op die manier een nieuw ras van beestmensen zal doen ontstaan.
In het tweede geval – dat van de vrijwillige ‘neerdaling ter helle’ – zal de bewuste confrontatie met de werking van dit Beest ons Ik versterken en daardoor ook ons uiteenvallende lichaam ‘helen’.
Er zal dan eveneens een nieuw ras van mensen ontstaan: mensen die vrijwillig kiezen voor de eenheid van geest en lichaam.

De keuze waar we op dit Golgotha-moment in de mensheidsgeschiedenis voor staan, is de keuze tussen Christus en de Antichrist, de keuze tussen de Mens en het Beest.
Aan de enorme impact die het begrip ‘racisme’ op ons heeft, kunnen we aflezen dat we diep van binnen weet hebben van die keuze.
Zoals steeds is het niet de keuze op zich die zo moeilijk is, maar de bewustwording ervan.
Niemand zal voor het Beest en zijn onderwereld kiezen als hij weet waarvoor hij kiest, dat wil zeggen als hij het verschil ziet met Christus.
Maar juist dat laatste is zo moeilijk.
Als jonge moslims die in het christelijke Westen wonen, naar de Islamitische Staat van al-Baghdadi reizen om daar een bloedige jihad uit te vechten, dan hebben we daar wel allerlei rationele verklaringen voor, maar echt begrijpen waarom moderne jongeren de gruwelen van IS verkiezen boven de vrije samenleving doen we toch niet.
Zien zij dan werkelijk het verschil niet?
Zien zij de goddelijke geest eerder in verkrachtingen, onthoofdingen en andere martelingen dan in een vreedzame samenleving?

Dat zijn vragen die we niet kunnen beantwoorden, en dat is een kwalijke zaak, want als we niet begrijpen hoe moslimjongeren ertoe komen om deze keuze te maken, zullen we niet kunnen verhinderen dat er steeds meer die keuze zullen maken.
Ons onbegrip zal als een boemerang naar ons terugkeren, want de jihad die de moslimjongeren in het Midden-Oosten gaan uitvechten, is in wezen een heilige oorlog tegen het christelijke Westen.
Maar dat zien we niet.
We zien de oorlog BUITEN ons niet, omdat we de oorlog BINNEN in onszelf niet zien.
Want ook in onze eigen ziel wordt de strijd tussen mens en beest, tussen Christus en de Antichrist uitgevochten.
We zien die strijd echter niet omdat we er niet aan deelnemen.
We gaan de innerlijke strijd niet aan, we verzetten ons niet tegen de Antichrist.
We geven er ons willoos en gedachtenloos aan over.

Wat zoveel moslimjongeren doen, dat doen wij ook.
Wij kiezen voor het Beest en we weten het niet.
Het is louter instinctief groepsgedrag, een vorm van massahysterie.
En hoe meer we ons daaraan overleveren, hoe moeilijker het wordt om er ons aan te onttrekken.
Want we zijn trots op onze dienstbaarheid aan het Beest.
We kijken vol verachting neer op die bekrompen, oubollige, achterhaalde ‘christenen’ die krampachtig vasthouden aan de eenheid van lichaam en geest.
Waar wij naar streven is juist het losmaken van die eenheid.
Door ons lichaam over te geven aan de onderwereld stijgt onze geest steeds hoger ten de hemel, waar ons de eeuwige gelukzaligheid wacht.
Het afslachten van andere mensen – het scheiden van hun lichaam en geest – brengt ons in een spirituele roes, die ons steeds meer bevrijdt van de aarde tot onze eigen martelaarsdood ons de ultieme vrijheid brengt.

Dat alles speelt zich in onze ziel af, maar we hebben er geen flauw benul van, want we kijken niet in de spiegel.
We kijken weliswaar naar alles wat er in de wereld gebeurt, maar we herkennen het niet.
We herkennen de moslimjongeren niet, we herkennen al-Beghdadi niet, we herkennen de jihad niet.
Het speelt zich, menen wij, allemaal ver van ons bed af, in een andere wereld waar we niets mee te maken hebben.
Maar die ‘andere’ wereld komt steeds dichterbij.
En wat er in die spiegel te zien is, wordt steeds scherper, steeds duidelijker.
Tegelijk wordt het ook steeds moeilijker om die dreigende wereld als een spiegel te zien.
Toch schept juist het ontbindingsproces waaraan we overgeleverd worden de voorwaarden om zo’n spiegelbewustzijn te ontwikkelen.
De afstand tussen onszelf en ons lichaam wordt steeds groter.
Daardoor zijn we in staat om tegenover de wereld te gaan staan.
Die afstand opent de mogelijkheid om die wereld te her-kennen, dat wil zeggen op een nieuwe manier te kennen, als een spiegelend deel van onszelf.
Maar dan moeten we ons daar wel uit vrije wil weer mee willen verbinden.
We moeten vanuit ons Ik weer de brug willen slaan naar ons lichaam, niet alleen ons persoonlijke lichaam, maar ook ons wereldlichaam.

Dit hele proces van afstand nemen en opnieuw verbinden, is niet nieuw voor ons.
Integendeel, we kennen het heel goed.
We kennen het namelijk uit de kunst.
Telkens we naar een kunstwerk kijken, maken we instinctief die beweging van afstand nemen en opnieuw verbinden.
Deze zo typische pendelbeweging is een uitdrukking van onze onbewuste herkenning van het spiegelkarakter van het kunstwerk.
Wat de kunstenaar doet wanneer hij het kunstwerk maakt – geest en materie verbinden – doet ook de kijker wanneer hij het kunstwerk afwisselend van dichtbij en van op een afstand bekijkt.
Hij verbindt het waarnemen van de geest met het waarnemen van de materie.
Uit die instinctieve, lichamelijke beweging ontstaat langzaam het bewustzijn voor het ‘christelijke’ karakter van het kunstwerk, dat wil zeggen voor datgene wat geest en materie verbindt.
Naarmate dit Ik-bewustzijn zich ontwikkelt, verruimt ook het waarnemingsveld zich.
We bekijken niet langer één kunstwerk, we bekijken meerdere kunstwerken, en als we dit bewustwordingsproces voortzetten, kunnen we uiteindelijk de hele kunstwereld zien zonder er het contact mee te verliezen.

We kunnen, zegt Boeddha, maar twee fouten maken op deze bewustwordingsweg:
Er niet aan beginnen en hem niet tot het einde gaan.
Dat is de keuze waarvoor we op dit Keerpunt der Tijden staan: zetten we onze bewustwordingsweg verder of blijven we staan (en rusten we op onze lauweren)?
Het is een bijzonder moeilijke keuze want op dit beslissende moment wordt de verschrikkelijke kloof zichtbaar die onze wereld in twee deelt en het vergt moed om die kloof onder ogen te zien.
We wenden instinctief de blik af van deze ‘wonde’.
We willen de tweedeling eenvoudig niet zien.
Maar juist deze weigering maakt ons blind voor het verschil tussen de twee geesten die IN die kloof leven: de God die er uit de hemel is in afgedaald en het Beest dat er vanuit de aarde in oprijst.
In de kunstwereld zien we wat daar het gevolg van is.
We maken geen onderscheid meer tussen de klassieke ‘christelijke’ kunst waar de mens – als geest EN als lichaam – centraal staat, en de hedendaagse anti-kunst waar geest en lichaam van de mens gescheiden worden en op afschuwelijke wijze verminkt.
We gaan er zelfs prat op dat we niet discrimineren en voelen ons superieur aan de racisten met hun polariserende wij/zij denken.
We stijgen in onze eigen achting telkens we de gruwelen van deze nieuwe ‘kunst’ bewonderen.
En het ontgaat ons volkomen dat we ons gedragen als de eerste de beste moslimjongere die zijn haat tegen het christelijke Westen botviert …