Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Europa

Alles op zijn plaats

  

Sprakeloos

  

‘Er moet een minister van Cultuur worden toegevoegd aan de Europese Commissie. Die zou zorg kunnen dragen voor een Europees museum van hedendaagse kunst waar het Europese verhaal levend wordt gehouden.’

(Tom Lanoye in De Volkskrant)

La guerre des sexes

  

De gebeurtenissen in Keulen hebben een essentieel aspect van de clash of civilisations zichtbaar gemaakt: de relatie tussen man en vrouw. Die botsing vindt op het eerste gezicht plaats tussen een cultuur die de gelijkheid van man en vrouw erkent en een cultuur die dat niet doet. Maar de feministische reacties hebben daar een groot vraagteken bij geplaatst. Als we ze mogen geloven dan is er in Europa nog lang geen sprake van gelijkheid tussen man en vrouw. Vrouwen worden er sexueel én economisch nog altijd onderdrukt. Mannen zijn er sexistisch, racistisch en hypocriet. En blijkbaar erkennen ze dat, want ze reageren niet op de toch wel grove aantijgingen van de feministen. Nochtans zitten die aantijgingen vol tegenstrijdigheden, zelfs in die mate dat ze de omgekeerde boodschap uitdragen: het zijn niet de vrouwen die in Europa onderdrukt worden, maar de mannen. Europese mannen worden eigenlijk systematisch ont-mand. De gebeurtenissen in Keulen maakten dat pijnlijk duidelijk: de mannen konden hun vrouwen niet verdedigen tegen hun aanranders. En het ging niet alleen om vrienden en echtgenoten, het ging ook om de politie, het ging om de overheid, het ging om de hele maatschappij. Europa is doodeenvoudig niet in staat zich te verdedigen tegen de macho-moslims die van alle kanten binnenstromen. Het gedraagt zich niet als een man die vecht wanneer hij aangevallen wordt, maar als een vrouw die aangerand wordt en zich niet kan of durft verzetten.

Als we niet kijken naar de woorden maar naar het gedrag, dan zien we dat de clash of civilisations een botsing is van twee culturen die geen van beide de gelijkheid van man en vrouw erkennen. In de moslimwereld is de ongelijkheid heel openlijk: vrouwen zijn er tweederangswezens die in de man als vanzelfsprekend hun heer en meester moeten erkennen. In de Europese wereld treffen we de omgekeerde ongelijkheid aan. Hier zijn het de mannen die tot tweederangswezens worden gedegradeerd, maar de manier waarop dat gebeurt is veel omfloerster en bedekter, veel ‘vrouwelijker’ zeg maar. Het is heel moeilijk om er de vinger op te leggen. De moderne man onderdrukt door de vrouw? Kom nou! Maar hier raken we aan iets heel essentieels: het mannelijke is zichtbaar, het vrouwelijke is veel onzichtbaarder. Als mannen vrouwen onderdrukken, dan gebeurt dat openlijk en direct: het kan onmogelijk ontkend worden. Als vrouwen echter mannen onderdrukken, dan gebeurt het ongemerkt: het valt nauwelijks te bewijzen. Zo komt het dat de ‘vervrouwelijking’ van het Westen veel minder in de kijker loopt dan de ‘vermannelijking’ van de moslimwereld. Daardoor wordt ook niet opgemerkt dat de moslimwereld en de Europese of Westerse wereld zich tot elkaar verhouden als man en vrouw, en dat hun relatie er allesbehalve een van gelijkheid is. In feite weerspiegelt die relatie de ongelijkheid tussen man en vrouw in beide werelden. 

De feministen propageren naar buiten toe de gelijkheid tussen de sexen maar in werkelijkheid streven ze de (omgekeerde) ongelijkheid na en zwengelen ze la guerre des sexes aan. Ze zijn zich niet bewust van die ‘vrouwelijke’ tegenstrijdigheid en ook de mannen doorzien ze niet, met als gevolg dat ze ongestoord kan blijven woekeren en op alle terreinen ‘oorlog’ en chaos veroorzaakt. Nu kunnen we van vrouwen niet verwachten dat ze hun eigen zo complexe en tegenstrijdige aard doorzien. Daar is een buitenstaander voor nodig, een man dus. Maar die man faalt. Hij laat zich op een beschamende manier in de doeken doen door de vrouw, of beter gezegd: door de vrouwelijkheid. Want het zijn niet de vrouwen die de man onderdrukken, ze zijn zich immers niet bewust van hun machtsbegerige gedrag, ze zijn het slachtoffer van hun eigen vrouwelijkheid. Net als de man worden ze door hun lichamelijkheid meegesleurd in de guerre des sexes zonder dat ze er iets kunnen aan doen. Het is dus niet alleen de man die faalt: geen van beide sexen slaagt erin om zich boven die ‘sexuele oorlog’ te plaatsen, om er zich bewust van te worden. Die oorlog wordt zelfs met steeds fysiekere middelen gevoerd en ontaardt in een strijd tegen het eigen lichaam: mannen laten zich ombouwen tot vrouwen en vrouwen laten zich ombouwen tot mannen. Er zijn zelfs mensen die alle geslachtskenmerken operatief laten verwijderen. Een tragischer ‘materialisering’ van de behoefte aan een hoger bewustzijn kan men zich niet indenken. 

Op die manier kunnen we ook de hele clash of civilisations beschouwen: als een materialisering van een botsing die op het niveau van het bewustzijn zou moeten plaatsvinden: le choc des idées, de ideeënstrijd. In plaats daarvan ontaardt hij steeds meer in een fysieke strijd die in wezen niets anders is dan een uitvergroting van la guerre des sexes. Het is niet toevallig dat de gebeurtenissen in Keulen zo’n hoog metaforisch gehalte hadden. De sexuele aard van de aanrandingen was geen detail, ze bracht het wezen van de hele clash of civilisations aan het licht. Tenminste voor wie in beelden leert denken. Maar juist wanneer de sexualiteit in het spel is, kunnen we niet anders, want de menselijke sexualiteit is sowieso metaforisch. Wat ons opwindt in het andere geslacht zijn niet de geuren (zoals bij de dieren) maar de vormen, en meer bepaald wat ze tot uitdrukking brengen. Want het is beslist niet hun esthetiek die ons zo sterk aanspreekt, maar hun metaforiek: de ideeën die ze tot uitdrukking brengen. Welke ideeën dat zijn, daar hebben we geen flauw benul van. Aan onze reactie kunnen we echter aflezen dat het bijzonder krachtige ideeën zijn, waar we niet tegenover kunnen blijven staan en waar we bijgevolg door geknecht worden, zoals Rudolf Steiner het uitdrukt. Als we niet geknecht willen worden door de zich steeds verder uitbreidende guerre des sexes dan zullen we in beelden moeten leren denken, want dat is de enige manier om stand te houden tegenover de (levende) ideeën die in de sexualiteit werkzaam zijn. 

We worden momenteel overspoeld door beelden met een hoog sexueel gehalte, niet alleen in letterlijke zin maar ook – en vooral – in figuurlijke, metaforische zin. De wereld lijkt het toneel te zijn geworden van één grote geslachtsdaad: overal en op ieder gebied botsen de tegenpolen op elkaar en dringen ze in elkaar door. We reageren daar (onbewust) op door hevig opgewonden te raken: we barsten uit in woede, verontwaardiging en afkeer. We zijn niet in staat het hoofd koel te houden. Daardoor zwengelen we die mondiale guerre des sexes echter alleen maar aan. Het grote slachtoffer van al die opwinding is ons ‘mannelijke’ rationele bewustzijn dat niet overeind kan blijven in die verhitte ‘vrouwelijke’ sfeer: het verschiet zijn zaad en verslapt zienderogen. Deze sexuele metafoor beschrijft niet alleen wat er momenteel gebeurt, maar wijst er ook op dat het geen zin heeft om ons terug te trekken uit die ‘vrouwelijke’ beeldenwereld. We moeten er juist dieper in doordringen tot de ‘wrijvingen’ in ons mannelijke bewustzijn een ‘hoger’ bewustzijn losmaken dat in staat is de brug te slaan naar de ideeënwereld die schuilgaat achter de sexuele beelden. Dat geldt heel speciaal voor het feminisme. We mogen ons niet laten misleiden door zijn tegenstrijdigheden. We moeten er een beeld in zien van een vrouwelijkheid die hevig verlangt naar een ‘hogere’ mannelijkheid. In feite is het feminisme een materialisering van het Ewig Weibliche dat smacht naar erkenning door een bewustzijn dat Alles Vergängliche nur als ein Gleichnis ziet. 

De morele zondvloed

  

Als er nog 30 jaar op dezelfde manier gedoceerd wordt aan onze universiteiten, als er nog 30 jaar op dezelfde manier over sociale aangelegenheden gedacht wordt als nu het geval is, dan hebben we over 30 jaar een verwoest Europa. Je kunt nog zoveel idealen op gelijk welk gebied lanceren, je kunt je mond stuk praten over de eisen van deze of gene groep mensen, je kunt geloven dat daardoor iets gedaan wordt voor de toekomst van de mensheid – het zal allemaal tevergeefs zijn als de verandering niet komt vanuit het fundament van de mensenzielen: een denken dat deze wereld verbindt met de geestelijke wereld. Als dit denken er niet komt, dan breekt de morele zondvloed over Europa uit. 

(Rudolf Steiner – GA 194 – Dornach, 14 december 1919)

Dweilen met de kraan open

  

In De Morgen lees ik een artikel over het zogenaamde ‘not halal’-incident in Macedonië. Vluchtelingen zouden hulppaketten geweigerd hebben omdat ze ‘niet halal’ waren. Als dit waar is, dan werpt het een verontrustend licht op het fanatieke moslimkarakter van deze vluchtelingen: ze verhongeren nog liever dan voedsel-voor-ongelovigen aan te nemen. In het artikel wordt dit bericht zorgvuldig onderzocht. Is het wel waar? In het filmpje dat van dit incident werd gemaakt, hoor je iemand roepen: not halal! Maar is het wel zeker dat het dát was wat hij riep? vraagt de journaliste zich af. En wat bedoelde hij ermee? Sprak hij voor álle vluchtelingen of was hij maar een geïsoleerde fanaticus? Ze probeert een antwoord op die vragen te vinden door andere bronnen te raadplegen. Het Rode Kruis zegt bijvoorbeeld dat de pakketten géén niet-halalvoedsel bevatten – daar wordt namelijk op toegezien – en dat maakt het weinig waarschijnlijk dat dát de reden van de weigering was. Een andere bron zegt dan weer dat de weigering een protest was tegen de slechte behandeling van de vluchtelingen. De ‘not halal’-kreet zou mogelijk daarop betrekking hebben. Er zijn dus geen echte bewijzen dat het voedsel geweigerd werd omdat het niet halal was, concludeert de journaliste en ze bestempelt het bericht als weinig waarschijnlijk. 

Kijk, dit is goede journalistiek. Een bericht dat door bepaalde mensen aangegrepen wordt om vluchtelingen met het grootste wantrouwen te bekijken, wordt zorgvuldig tegen het licht gehouden. Mogelijke andere interpretaties worden aangedragen en tegen elkaar afgewogen. Ten slotte komt de journaliste tot een weloverwogen conclusie die grote vraagtekens plaatst bij de eerste interpretatie. 

Mooi zo, zou je zeggen. Een pluim voor De Morgen. Dit soort zorgvuldige journalistiek zie je veel te weinig. Eigenlijk kan ik me niet meteen een ander voorbeeld herinneren. En juist daarom treft het me dat uitgerekend dit ene zeldzame artikel het opneemt voor … moslims. Wat me ook treft, is dat er in dezelfde krant een artikel staat waarin aangekondigd wordt dat een Gentse politieagent vervolgd zal worden wegens racisme. Hij riskeert (tot) een jaar cel en/of 6000 euro boete. Als hij veroordeeld wordt, is het afgelopen met zijn carrière. Dat is niet niks. Maar misschien heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan een zwaar vergrijp, zwaarder bijvoorbeeld dan iemand in dronken toestand omver rijden met de auto, want dat wordt doorgaans veel milder bestraft. Heeft de politieagent het inderdaad zo bont gemaakt? Ik meen me te herinneren dat hij op Facebook twee foto’s geplaatst had: eentje met een auto die vol apen zit, en eentje met een auto die vol … allochtonen zit. De boodschap was duidelijk: die allochtonen zijn net als apen. Misschien was het als grap bedoeld, wie weet. In ieder geval, het was grof. En naar verluidt deed hij dat regelmatig. Maar is het echt een reden om iemand te broodroven en/of naar de gevangenis te sturen als was hij een misdadiger? 

Enkele dagen geleden las ik – en niet op Facebook – een artikel van Rachida Aziz waarin ze zich vreselijk opwindt over een cartoon waarin, nuchter bekeken, geen spoor van racisme te vinden is, tenzij men lachen met een kleuter die moslimterroristje speelt racistisch wil noemen. Maar dan mogen er ook geen grapjes meer gemaakt worden over IS, dan mag er zelfs met de grootste misdadigers niet meer gespot worden als het moslims zijn. Iedere grappige of kritische tekening waarin moslims figureren, moet dan niet alleen verboden worden, de makers ervan moeten ook vervolgd worden. Dat is dan ook wat Rachida Aziz eist in haar artikel. Maar ze eist nog veel meer. Ze wil eigenlijk zowat het hele Vlaamse onderwijs achter slot en grendel, want dat onderwijs is volgens haar ondraaglijk racistisch. In de ogen van moslimkinderen die op 1 september weer naar school moeten, leest ze de angst voor wat hen opnieuw te wachten staat. Met instemming citeert ze haar jongste zus die de schooldirecties die geen hoofddoeken in de school willen, bestempelt als ‘enkele gefrustreerden die ons met dit pathetische middel proberen in hun pasvorm van middelmatigheid te duwen.’

Ik kan dit hysterische artikel niet anders zien dan een poging tot het zaaien van haat tegen iedereen die geen moslim is. Deze uitbarsting is minstens even erg (en waarschijnlijk véél erger) dan wat de politieman hierboven op Facebook postte. Maar riskeert Rachida Aziz broodroof en gevangenisstraf? Wel integendeel, ze oogst lof. Is er een journalist die zowel de gewraakte cartoon als het wraken zelf aan een zorgvuldig onderzoek onderwerpt om ten slotte te komen tot een weloverwogen oordeel? De vraag stellen, is ze beantwoorden. De hedendaagse journalistiek wijdt haar beste krachten aan de verdediging van moslims en het ondergraven van de vrije meningsuiting. Ze spant zich met andere woorden tot het uiterste in om … zichzelf te vernietigen. 

En dat doet ze nu al tientallen jaren. De vrije samenleving  – de bloem van de Europese beschaving – wordt dus niet alleen van buitenaf bedreigd door het binnenstromen van miljoenen moslims, ze wordt ook – en vooral – van binnenuit bedreigd door miljoenen Europese intellectuelen. Want zonder dat daar een aanwijsbare reden voor is, worden ze allebei bezield door een intense haat tegen de vrije samenleving, tegen de Europese beschaving. En die haat is zelfvernietigend. Het is huiveringwekkend om dat waar te nemen. Europa – en daarmee bedoel ik de Europese geest – wordt belaagd door een dubbele stroom van mensen die bezeten zijn door de wil om te vernietigen, ook al betekent die vernietiging hun eigen zelfvernietiging. Zo’n wil is niet menselijk meer, hij is anti-menselijk. Het woordje ‘bezeten’ moet hier dus letterlijk worden genomen. Deze mensen weten niet meer wat ze doen. Je kunt het ze dus eigenlijk niet kwalijk nemen. Je kunt je alleen afvragen: hoe is het zover kunnen komen? Hoe is het mogelijk dat mensen ertoe gebracht worden zichzelf te willen vernietigen en daarbij zoveel mogelijk anderen te willen meesleuren? En voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet alleen om moslimterroristen, het gaat ook – en vooral – om de Europese intellectuele terroristen. Zij liggen aan de bron van dit kwaad. Daar is het dat al die mensen in het water worden geworpen die dan later aanspoelen op Europese stranden. Het gaat er dus om die bron te vinden, anders is het dweilen met de kraan open. 

Made in Europe

  

Zoals ik al zei, heb ik de indruk dat de maskers beginnen te vallen, en dan wordt het interessant. Op de website van MO lees ik onder de titel ‘Europa heeft de vluchtelingenstroom aan zichzelf te danken’ een artikel over de Amerikaanse politicoloog James Paul. Wat schrijft deze voormalige directeur van het Global Policy Forum in New York? 

‘Doorgaans wijten Europeanen de ellende in het Midden-Oosten aan fanatisme, corruptie, dictatuur en economische mislukking. Oorzaken waar ze zelf niet verantwoordelijk voor zijn. Maar ze zwijgen over militaire interventies en regimewissels, waar ze wel verantwoordelijk voor waren, en waar hele staten door zijn ingestort. De vluchtelingenstroom heeft in Europa gezorgd voor een politieke crisis, vooral in Duitsland, waar neonazi’s bijna dagelijks vechten met de politie. De leiders zoeken de oplossingen vooral in nieuwe regels en meer geld. Maar de stroom neemt alleen maar toe, zonder eind in zicht. Met hekken houd je de wanhopige massa’s niet tegen. Een paar miljard euro hulp voor de landen van herkomst, zoals de Duitsers hebben voorgesteld, gaat het niet oplossen. Alleen een goed begrip van de oorzaken kan tot een antwoord leiden, maar dat durven de leiders niet aan. Dan moeten ze hun eigen schuld onder ogen zien. Het publiek moet leren dat deze crisis grotendeels ‘Made in Europe’ is – met oogluikende steun van Washington, uiteraard.’

Wat valt er te leren uit deze boeiende beschouwingen? Me dunkt: dat Amerika in zijn handen wrijft bij het Europese vluchtelingenprobleem. Ik durf zelfs te vermoeden dat ze op dat probleem aangestuurd hebben. Het is bekend dat de Amerikanen – lees: de Amerikaanse leiders – de wereld willen beheersen. Ze werken onvermoeid aan een wereldregering waarin ze natuurlijk zelf de macht uitmaken. Europa is een concurrent die uitgeschakeld moet worden. Dus hebben de Amerikanen het Midden-Oosten ‘opgeblazen’ en een gigantische vluchtelingenstroom richting Europa op gang gebracht. Als Europa niet bezwijkt onder de interne verdeeldheid die dat veroorzaakt, dan zal het dat wel doen onder invloed van de moslims die op deze manier steeds talrijker worden (en die, zoals te lezen was in het artikel van Rachida Aziz, een onverzoenlijke haat tegen Europa cultiveren). 

Ga ik nu te ver? Is dit paranoia? Maar waarom schrijft James Paul dat het ineenstorten van de regimes in het Midden-Oosten ‘made in Europe’ was, terwijl iedereen toch weet dat het ‘made in the USA’ was – met de steun van Europa, uiteraard? Deze man keert de zaken welbewust om. Waarom zou hij dat doen? Dommigheid? Ik denk dat wij Europeanen de Amerikanen sterk onderschatten. Terend op een verleden dat allang niet meer bestaat, voelen we ons cultureel superieur. Maar ik vrees dat ze daar in Amerika eens goed om lachen en er handig gebruik van maken. Laat die Europeanen maar denken dat ze superieur zijn, we lokken ze intussen wel in de val! Ik denk dat de War on Terror in wezen een oorlog tegen Europa is, dat wil zeggen tegen de Europese geest. Die moet blijkbaar gekraakt worden. Daarom moet hij zich schuldig voelen: aan de oorlogen in het Midden-Oosten, aan de ellende van de vluchtelingen, aan de ‘neonazi’s die bijna dagelijks vechten met de politie’, aan ‘het agressieve nationalistische beest’, ja aan alles wat verkeerd gaat in de wereld eigenlijk.

Ik hoop dat ik ernaast zit – en dat het mijn kwaadaardige Europese inborst is die mij deze gedachten ingeeft – maar ik vrees ervoor. 

De Europese zonnegeest

Toen ik enkele dagen geleden iets schreef over VRT-journaliste Danira Boukhriss (die zogezegd niet wist dat er nog racisme bestond in Vlaanderen) en over Antwerpen (dat langzaam maar zeker verandert in een moslimstad) luisterde ik toevallig naar Domino, het bekende Franse chanson van André Claveau (‘le printemps chante en moi Dominique, j’ai le coeur comme une boite á musique’). Ik werd overvallen door een golf van weemoed. Hoe mooi, hoe lieflijk en hoe zonnig is de geest niet die spreekt uit het Franse chanson (Yves Montand, Edith Piaf, Charles Trenet, Juliette Greco et les autres)! En hoe lelijk, hoe grimmig en hoe duister is de geest niet die sindsdien zijn plaats heeft ingenomen!

Frankrijk heeft een centrale rol gespeeld in de ontwikkeling van de Europese beschaving, denken we maar aan de kathedraalbouwers, de Tempeliers, Jeanne d’Arc, de Franse revolutie. Maar die beschavingsrol is vandaag uitgespeeld. Frankrijk is nog slechts een schim van zichzelf. Het Franse chanson was de zwanenzang van deze ooit zo grote cultuur. Hetzelfde geldt voor het impressionisme, dat dezelfde zonnige geest uitademde: het was een nabloei, een laatste oplichten, een gouden herfst, niet alleen van de Franse cultuur, maar van de hele Europese cultuur. Die heeft zijn leven gerekt tot pakweg 1950, maar toen was het afgelopen. Toen nam Amerika het stuur definitief over. 

Ik voel me heel, heel diep verbonden met die zonnige geest van de Europese beschaving en ik verafschuw uit de grond van mijn hart de geest die hem vervangen heeft. Als ik zie hoe mensen deze akelige ahrimanische geest als vanzelfsprekend accepteren of hem zelfs enthousiast toejuichen (zoals in de Hedendaagse Kunst), dan kan ik alleen maar denken: zij kennen de Europese zonnegeest niet, anders zouden ze geschokt zijn door de tegenstelling. Mijn generatie is geboren na WO2 toen de Europese geest al vervangen was. Ze heeft die geest enkel nog leren kennen door zijn ‘overblijfselen’. Ik vorm een uitzondering op die regel want ik heb de levende zonnegeest nog op de valreep leren kennen.

  

Dat gebeurde in Mechelen, aan de voet van de St.Romboutstoren, in de academie waar de ooit zo glorieuze Vlaamse kunsttraditie haar laatste adem uitblies. Toen ik mijn leraar ooit zei hoe blij ik was dat nog te mogen meemaken, antwoordde hij meewarig: ach jongen, jij weet helemaal niet wat een echte academie is, zelfs ik heb dat niet meer meegemaakt! Hij was er zich zeer van bewust in een stervende traditie te staan en misschien verleende dat bewustzijn wel die heel bijzondere glans aan de geest die hij – als een der allerlaatsten – vertegenwoordigde. In ieder geval, ik heb die stralende, zonnige geest heel diep in mijn hart opgenomen. Tot op de huidige dag blijft hij het mooiste wat ik ooit gekend heb.

Het lot heeft me evenwel belet die geest te volgen (en met hem ten onder te gaan). Ik werd naar de tegenovergestelde geest geleid, de grauwe geest van het intellectualisme. Zo zonnig als mijn dagen aan de academie waren, zo koud en duister waren ze aan de universiteit. Ik kwam er terecht in een wereld van schijn, dikdoenerij, leugen en bedrog, een wereld bevolkt met mensen die ik onmogelijk au sérieux kon nemen. De tegenstelling kon niet groter zijn. Ik leerde er voor het eerst de ahrimanische geest in al zijn onbarmhartige kilheid kennen. Ik had het gevoel dat ik als mens niet meer meetelde, dat ik iemand anders moest worden dan wie ik was. En dus trok ik mij terug, diep in mezelf, onbereikbaar voor iedereen.

In dat diepste isolement, in dat bijna volstrekte duister ging er een lichtje branden: ik ontmoette de antroposofie. Niet in de vorm van een leer of (godbewareme) een wetenschap, maar in de vorm van een mens. Ik vond er mijn vrouw, en via haar vond ik een toegang tot het werk van Rudolf Steiner. Op een andere manier was dat laatste niet mogelijk geweest. Hoe had ik ooit de levende zonnegeest kunnen herkennen in de dorre geesteswetenschap van de steevast in het zwart geklede Herr Doctor! Ik verafschuwde doctors en professors, ik had alleen respect voor mensen die iets met hun handen konden. Als mijn tekenleraar iets zei, spitste ik mijn oren, want ik had gezien wat hij met zijn handen kon. 

  

De antroposofie is christelijk, maar ze is dat op een michaëlische manier. Dat wil zeggen: zij is gepantserd, zij is strijdbaar, zij is bewust. Zij is eigenlijk het tegenovergestelde van de zonnegeest die ik aan de Mechelse academie leerde kennen en die dromerig was, ontwapenend en kinderlijk onschuldig. En toch, als ik nuchter terugdenk aan die tijd dan moet ik erkennen dat er in die zo stille, zonnige academie, onder de beiaardklanken van St.Rombouts, hevige innerlijke gevechten werden gevoerd, want te midden van de (naar mijn gevoel) absolute vrijheid die er heerste, gold één ijzeren stelregel: wat je deed, moest juist zijn. Je mocht geen loopje nemen met de werkelijkheid, daar werd streng op toegekeken. 

Anders gezegd: de onzichtbare binnenkant van die hartverwarmende zonnigheid, was michaëlische strijdlust. Mijn leraar was allesbehalve begripsvol en toegeeflijk. Hij was in feite ongenadig: klopte er iets niet, dan moest je herbeginnen. Niets liet hij passeren. Maar dat werd niet als dwang of plicht ervaren. Je wist: dit is de weg naar het doel dat ik wil bereiken. Deze ononderbroken morele strijd tegen schijn, leugen en (zelf)bedrog is de weg naar de vreugde van het scheppen. Jaren later heb ik zelf nog een tijdje les gegeven, op dezelfde ‘michaëlische’ manier, en ik ondervond toen hoe ongelooflijk zwaar deze weg is. Als kind had ik hem spelenderwijs bewandeld, als volwassene waren mijn benen als van lood. 

Het heeft lang geduurd voor ik door het michaëlische pantser van de antroposofie heen raakte en doordrong tot de zonnige ‘binnenkant’ ervan. Slechts heel langzaam begon ik in te zien dat de antroposofie de zonnegeest van de (Europese) kunst weerspiegelde. Aanvankelijk zag ik alleen maar de immense tegenstelling tussen de levende geest en zijn dode spiegelbeeld. Hoe ongelooflijk dor, saai en hard is de antroposofie niet vergeleken bij de betoverende kinderlijkheid van de zonnegeest die ik in mijn jeugd had leren kennen! En toch, als ik zag hoe kinderen in de steinerschool naar hartelust konden tekenen, herkende ik iets van die zonnige geest. Ik begreep later ook dat het de bedoeling was dat hij zich in een steinerschool op alle gebieden manifesteerde, en niet alleen in de kunstvakken. 

   

Vandaag begrijp ik dat de zonnegeest moet sterven om zich te kunnen vermenigvuldigen. Hij moet als het ware gereduceerd worden tot zijn spiegelbeeld om daarna weer op grotere schaal te kunnen verrijzen. Dat is ook de reden waarom ik ben beginnen nadenken over kunst: omdat het de enige manier was om haar te redden. Ik zag hoe de kunst tenonder ging en ik wist dat ik daar niks kon aan veranderen, de tegenkrachten waren veel te groot. Het enige wat ik kon doen, was proberen de zaak te begrijpen. Daartoe moest ik doen wat ik nooit had gekund zolang de kunst nog leefde: afstand nemen, ertegenover gaan staan. Die scheiding was zo pijnlijk dat ik ze niet had overleefd zonder de hulp van de antroposofie. 

Mijn hele leven is getekend door die scheiding. Gisteren ben ik voor het eerst dit jaar weer naar Brugge geweest. Uiterlijk gezien, was het een heerlijk weerzien, een weerzien met de zon. Reeds tijdens de ochtendlijke rit op de autostrade keek ik mijn ogen uit op de zonovergoten velden en bomen. Hoe ongelooflijk zuiver zag de wereld eruit in het licht van de lentezon! Ook op de Dijver was het zalig. Ik trof er een beetje dezelfde atmosfeer aan als toen ik vroeger op zondag door het slapende Mechelen naar de academie fietste (of hoe ook de eigen levensgeschiedenis zich herhaalt). Ik heb zowat de hele dag in de zon gezeten, luisterend naar het geroezemoes van de toeristen, kijkend naar de lichtgevende groene blaadjes aan de lindebomen.  

Maar zo zonnig als deze heerlijke lentedag was, zo donker en somber was het in mijn hart. Want ik voelde heel goed dat ik met mijn schilderijen de harten van de toeristen niet bereikte. De dingen die ik maak behoren dan ook tot het verleden. Het zijn overblijfselen, ‘stoffelijke resten’ van de zonnegeest. Ze zijn een soort eerbetoon aan een gestorven geliefde. Ik voel me niet in staat om uitdrukking te geven aan de levende zonnegeest en dat is een blijvende kwelling. Het feit dat ook anderen daar niet in slagen, biedt geen troost, integendeel. Hun onmacht reflecteert mijn eigen onmacht. Het enige verschil is dat ik mij bewust ben van die onmacht, terwijl de meesten doen alsof er niks aan de hand is.

   

 

  

De Europese zonnegeest is gestorven. We leven vandaag in een dode wereld. Het enige wat nog ‘leeft’ zijn de ontbindingskrachten die het dode lichaam langzaam maar zeker doen uiteenvallen. Het is vreselijk om dat onder ogen te moeten zien, maar het is het enige wat we nog kunnen doen. Wie zijn ogen sluit voor dit ontbindingsproces werkt eraan mee. De islamisering van Europa – om maar één voorbeeld te noemen – kan niet meer tot staan worden gebracht. Het is slechts een kwestie van tijd voor in alle grote Europese steden overwegend moslims leven. En zij zullen de macht grijpen, daar hoeft niet aan getwijfeld te worden. Maar zij veroorzaken de ondergang van de Europese beschaving niet, ze maken die alleen zichtbaar. 

Rudolf Steiner verklaarde 100 jaar geleden al dat de Europese beschaving in een deplorabele toestand verkeerde. Wie vandaag nog denkt dat ze te redden is, gedraagt zich als iemand die zich vastklampt aan het lichaam van een gestorven geliefde. De politiek correcten geven door hun idealen blijk van een vurig christendom. Maar doordat ze hun intense liefde voor de Europese zonnegeest richten op zijn stoffelijk overschot – en weigeren zijn dood onder ogen te zien – worden ze tot handlangers van de ahrimanische ontbindingskrachten die alles tot stof willen herleiden. Nooit was het mysterie van Golgotha – het sterven van de zonnegeest – zo actueel als vandaag, nooit was het onder ogen zien van die vreselijke dood zo belangrijk.

Christus sterft in onze tijd niet op een heuvel in Palestina, hij sterft overal, en hij sterft vooral in Europa, waar zijn zonnegeest tot nog toe het duidelijkst tot uitdrukking is gekomen. De michaëlische opgave van de antroposofie en van eenieder die deze ‘Europese’ geest liefheeft, bestaat erin om zich los te maken van zijn gestorven lichaam, om er tegenover te gaan staan en de harde waarheid van zijn dood onder ogen te zien. Alleen op die manier kunnen we weer voeling krijgen met de sfeer waar zijn geest nog leeft en zich voorbereidt op zijn wederopstanding. Maar dan moeten we wel een harde leerschool doorlopen en een hevige strijd voeren tegen schijn, leugen en zelfbedrog. 

Antisemitisme en islamofobie

Met de regelmaat van een klok lezen we in de kranten dat het antisemitisme in Europa weer sterk toeneemt.
Zeventig jaar na de bevrijding van Auschwitz is dat een akelige vaststelling.
Na de tweede wereldoorlog was antisemitisme zowat het ergste waar je je in Europa kon aan bezondigen.
De holocaust had de Europeanen een zodanige schok gegeven dat niemand er nog maar aan dacht om een vinger uit te steken naar een jood.
Maar zie, vandaag lijkt de gruwel van de concentratiekampen alweer vergeten en voelen de joden zich opnieuw niet meer veilig in Europa.

Er staan nog andere alarmerende berichten in de krant: niet alleen de jodenhaat maar ook de moslimhaat grijpt in Europa om zich heen.
Onschuldige moslims, die niets misdaan hebben, worden overal uitgescholden, bedreigd en aangevallen.
Ja, zelfs hun kinderen worden het slachtoffer van haat en agressie.
Een mens vraagt zich af: wat is er toch aan de hand in Europa?

Voor velen is het antwoord duidelijk: het geest van het nazisme waart weer rond!
De jaren ’30 zijn terug, de laarzen marcheren weer, het bruine gedachtengoed verspreidt zich met angstaanjagende snelheid.
In Antwerpen kan een notoir fascist als Bart De Wever zelfs burgemeester worden.
Hoewel de kranten en de media er alles aan gedaan hebben om te waarschuwen voor deze nieuwe Hitler, is hij populair bij een groot deel van de bevolking.
Onlangs heeft hij zelfs het leger ingezet om te patrouilleren in de straten.
En niemand die er wat aan doet!

Gaan we een nieuwe holocaust tegemoet?
Is de bloeddorst van het Blanke Beest dan werkelijk onverzadigbaar?
Wat voor mensen zijn wij toch!
Zouden wij niet beter van de aardbodem verdwijnen?
Zou de wereld niet beter af zijn zonder ons?
Het zijn vragen die we misschien niet luidop stellen, maar die toch rondspoken in onze ziel.
Wij zijn een slecht, verdorven ras!

Een mens zou van minder depressief worden.
We verliezen er dan ook langzaam maar zeker het noorden bij en dreigen weg te zinken in een moeras van angst, machteloosheid en wanhoop.
Nu komt het er op aan het hoofd boven water te houden en niet toe te geven aan die blinde emoties.
Want blind zijn ze.
Ze hebben geen oog voor de werkelijkheid.
Ze luisteren alleen naar magische, bezwerende woorden zoals racisme, antisemitisme, islamofobie.

Hoe zien de zaken eruit als we onze oren dichtstoppen, onze ogen opentrekken en ons verstand gebruiken?

Wel, om te beginnen stellen we dan vast dat het groeiende antisemitisme grotendeels op conto van de moslims moet geschreven worden.
De kans dat het weer oplaait onder autochtone Europeanen is zo goed als onbestaande, tenzij men natuurlijk kritiek op de politiek van Israël als antisemitisme bestempelt.
Er is dus geen reden om bang te zijn voor of zich schuldig te voelen over een heroplevend Europees antisemitisme.
Er is daarentegen wel reden om bang te zijn voor het moslim-antisemitisme, want dat groeit met de dag.
Die angst moeten we volgens de kranten echter met kracht onderdrukken want hij is volstrekt redeloos en stoelt nergens op.
Het is een uiting van islamofobie, en dát is pas iets waar we bang moeten voor zijn.

Maar wacht eens even.

Het is heel erg verkeerd om antisemitisch te zijn.
En het is heel erg verkeerd om islamofoob te zijn.
Maar wie niet islamofoob is, is antisemitisch.
Want hij sluit de ogen voor het moslimgeweld tegen joden.
En wie niet antisemitisch is, is islamofoob.
Want hij maakt zich zorgen over de agressie van moslims tegen joden.
Is dat niet wat we noemen een cul-de-sac?
Wat we ook doen, we doen verkeerd.
Ten aanzien van joden en moslims kunnen we eenvoudig niets goeds doen.

Maar wacht eens even.

Wie zijn ‘wij’?
Wie zijn de verkeerden, de schuldigen?
Aziaten worden zelden of nooit beschuldigd van racisme.
Afrikanen evenmin.
Er blijft dus maar één boosdoener over:
De blanke Europeaan (want in Amerika wonen weinig moslims, en de joden hebben er niets te vrezen).
Nee, het is in Europa dat antisemitisme en islamofobie gedijen.
Hier is het dat joden en moslims het meest lijden.

Maar wacht eens even.

Als Europa dan toch zo’n oord des bederfs is, waarom wonen hier dan zoveel joden en moslims?
Als uitgerekend die twee bevolkingsgroepen – andere hoor je nooit klagen – hier gediscrimineerd en gebrutaliseerd worden, waarom blijven ze dan hun leven riskeren om hierheen te komen?
Dat kan toch alleen maar zijn omdat het bij hen thuis nog veel erger is.
Thuis, dat is voor joden én (veel) moslims: het Midden-Oosten.
En inderdaad, nergens zijn het antisemitisme en de islamofobie zo virulent als juist daar.
Israël is een doorn in het oog van de hele regio en de joden vrezen de haat van de moslims.
Maar ook moslims vrezen de haat van moslims.
Nergens is zoveel geweld als tussen moslims onderling: soennieten en sjiieten bevechten elkaar op leven en dood.
De grootste antisemieten en moslimhaters zijn dus … de moslims zelf.

Maar wacht eens even.

Als de moslims de grootste antisemieten en moslimhaters zijn, zou het dan niet kunnen dat zij het (nieuwe) antisemitisme en de moslimhaat Europa hebben binnengebracht?
Twintig, dertig jaar geleden was het vreedzaam leven in Europa.
Maar toen begonnen de moslims binnen te stromen.
En sindsdien is geweld een deel van ons bestaan geworden.

Moeten wij nu echt geloven dat het allemaal ONZE schuld is?

Als een mens zijn ogen en zijn verstand niet meer gebruikt, dan kun je hem om het even wat wijsmaken.
Als hij alleen nog luistert naar politieke slogans en bezwerende krantenkoppen, dan kun je hem wijsmaken dat hij nergens voor deugt en dat hij maar beter de plaats kan ruimen voor een superieur ras als het Semitische.

Argo

Verleden week hebben we nog eens naar een film gekeken.
Argo, van (regisseur) en met (acteur) Ben Affleck, won verleden jaar de Oscar van de beste film.
Of het werkelijk de beste film van het jaar was, weet ik niet.
Het zou best kunnen, want de klad zit al een tijdje in de filmwereld.
Argo is dus geen geweldige prent.
Maar het is wel een typisch Amerikaans-pattriottische film.
En dat kan best de doorslag gegeven hebben bij Oscar-toekenning.

20140825-170107.jpg

Waarover gaat het?

Argo is de verfilming van een waar gebeurd verhaal: de bevrijding van zes diplomaten tijdens de gijzeling in de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979.
Het was de tijd van de ayatollah Khomeiny en er werd in Iran hevig betoogd om de uitlevering te eisen van de sjah van Perzië die in Amerika asiel had gekregen.
Tijdens één van die betogingen klommen protesteerders over het hek van de Amerikaanse ambassade en bestormden het gebouw, waar zich op dat moment 56 mensen bevonden.
Zes ervan konden ontsnappen via een achterpoortje en vonden onderdak in een andere ambassade, die van Canada.
Over die zes gaat het verhaal.
Over de 50 gijzelaars wordt in de film niet gerept.
Maar hun lot (ze werden uiteindelijk vrijgelaten) leende zich dan ook niet tot een verfilming.
De ‘exfiltratie’ door een CIA-agent die zich in het hol van leeuw waagde, leverde veel spannender filmmateriaal op.

Argo is echter niet alleen spannend.
De CIA had er, als ontsnappingsplan, niets beters op gevonden dan de zes diplomaten te laten doorgaan voor … een filmploeg.
De zes waren zogezegd in Teheran om prospectie te doen voor de film ‘Argo’, over de landing van een ruimtetuig in Teheran, bemand met bewoners van een andere planeet.
Argo gaat dus over een verhaal dat echt gebeurd is en een film die nooit verfilmd werd.
Het echt gebeurde verhaal werd bovendien jarenlang verzwegen en vervangen door een fictief verhaal.
Het verzonnen SF-verhaal werd dan weer onderdeel van een zeer reële werkelijkheid: de redding van zes reële mensen.
Of hoe in Argo fictie en werkelijkheid op een verwarrende manier door elkaar lopen.

20140825-170159.jpg

Doordat de film zo spannend is, zit je helemaal in het verhaal, temeer daar je weet dat het allemaal echt gebeurd is.
Het is tegenwoordig niet moeilijk meer om je het lot voor te stellen van Amerikanen die in handen vallen van fanatieke moslims.
Dat helpt bij de suspension of disbelief.
Maar als de film gedaan is en de spanning weggeëbd, komt het ongeloof in alle hevigheid opzetten.
Wát een krankzinnig verhaal!
Mensen bevrijden uit handen van religieuze fanatici door ze te vermommen als … filmmakers!
Dat is zelfs volgens Hollywoodnormen al te gek.
De film zakt dan ook als een soufflé in elkaar.
Hoe meer je erover nadenkt, hoe ongeloofwaardiger het allemaal wordt.

Tot je je realiseert dat wat je gezien hebt, echt gebeurd is.
Die zes diplomaten hebben echt bestaan.
Ze bestaan trouwens nog altijd en komen in de extra features aan het woord.
Ook CIA-agent Tony Mendez was (en is) echt.
Net als de gijzeling in Teheran, en de ayatollah Khomeiny, en al die fanatieke moslims.
Allemaal méér dan echt.
Maar … ook dat van de pot gerukte bevrijdingscenario was dus echt!
De CIA is werkelijk op de proppen gekomen met een plan dat zelfs niet in een Hollywoodbrein was opgekomen.
En ze heeft het nog uitgevoerd ook.
Die krankzinnige fictie was met andere woorden werkelijkheid, harde en ernstige werkelijkheid, want de CIA staat er niet om bekend dat ze veel vermaak verschaft.

20140825-170312.jpg
(De echte zes)

Beide films – de reële Oscar-winnaar en de fictieve SF-film – dragen dezelfde naam: Argo.
Geen mens die weet wat die naam betekent.
In de (reële) film wordt daar trouwens flink de draak mee gestoken.
Argo is een Hollywoodfilm waarin Hollywood zichzelf op de hak neemt.
Dat is verre van ongewoon.
Er wordt in Europa graag smalend en geringschattend gedaan over Hollywood, maar niemand is kritischer voor Hollywood dan Hollywood zelf.
De Amerikanen bezitten een indrukwekkend vermogen tot zelfrelativering.
En het is een gezonde zelfrelativering: nietsontziend en toch vol humor.
Het ziekelijke, humorloze zelfrelativeren van Europa steekt daar schraal tegen af.
Maar nog veel groter is de tegenstelling met het onvermogen van de doorsnee moslim om naar zichzelf te kijken en met zichzelf te lachen.
De ayatollah Khomeiny was daar het prototype van: men kan zich niet voorstellen dat die man ooit gelachen heeft in zijn leven, laat staan met zichzelf.

Hollywood kan dat dus wel, en nog geen klein beetje.
Maar er is nog iets: Hollywood wéét dat.
Het is er zich van bewust dat het beschikt over de allerbeste eigenschap waarover de mens beschikt, en dat is het vermogen om naar zichzelf te kijken.
Wat de mens onderscheidt van alle andere wezens is precies dat vermogen tot zelfbewustzijn.
Maar zelfbewustzijn heeft ook een keerzijde: de hoogmoed.
Als de mens zich bewust wordt van zijn eigen vermogens wordt hij hoogmoedig, en hoogmoed komt voor de val.
Het is de zondeval in een notedop: God gaf de mens een kostbaar geschenk – het vermogen tot zelfbewustzijn – maar de mens moest daarvoor betalen.
En hij betaalt nog altijd.
Aan de fanatieke moslims van vandaag kunnen we aflezen tot wat voor onmenselijkheid hoogmoed kan leiden.
Het toont ook aan wat er ontbreekt aan hun zelfbewustzijn: humor, zelfrelativering.
Ze raken in een luciferische roes als ze zich bewust worden van hun eigen vermogens.
Die roes is tegelijk een bescherming tegen de bewustwording van hun onvermogen.
De moslimwereld is eigenlijk een niet-kreatieve wereld.
Overal waar de islam aan de macht komt, verdwijnt langzaam maar zeker alle kreativiteit en blijft er alleen maar geestelijke en materiële armoede over.
Het is die armoede die de massale emigratie van onze tijd heeft doen ontstaan.
Maar door die emigratie werd de moslimwereld ‘aangestoken’ door het zelfbewustzijn van het Westen, en dat zelfbewustzijn werkt in twee richtingen: het maakt een mens bewust van zijn vermogens, maar ook van zijn onvermogens.
Het onvermogen van de moslimwereld is – na eeuwen van islamisering – zo groot geworden dat het bijzonder pijnlijk moet zijn om het onder ogen te zien.
Daarom wordt het bewustzijn van de eigen vermogens opgeblazen tot een ziekelijke hoogmoed, met alle gevolgen van dien.

20140825-170502.jpg

We treffen die hoogmoed natuurlijk ook aan bij de Amerikanen.
Films als Argo zijn legio in Hollywood: ze zingen de lof van de Amerikaanse voortreffelijkheid.
Maar ze doen dat op een heel andere manier dan de fanatieke moslims.
Ze doen dat op een … kunstzinnige manier.
Ze zoeken – en vinden ook – een evenwicht tussen de luciferische hoogmoed en de ahrimanische zelfveroordeling.
Dat evenwicht is niet volmaakt, maar het is menselijk.

Hollywood is zich zeer bewust van de Amerikaanse voortreffelijkheid.
Hollywood is zich ook bewust van Amerika’s kwalijke kanten.
Het is zich dus bewust van Amerika’s luciferische én ahrimanische zijde.
In die zin is het een christelijk bewustzijn, een bewustzijn dat het midden houdt tussen de tegenpolen.
Maar aan dit bewustzijn ontbreekt nog iets.
Het is zich niet bewust van zichzelf.
Het is christelijk, maar het weet het niet.
En dat is een groot verschil, een zeer groot verschil.
Rudolf Steiner drukt het als volgt uit: waar we nood aan hebben is niet Christus, want die is er, maar bewustzijn van Christus.
Antroposofie is in de grond dan ook: bewustzijn van het christelijke wezen van de mens.

Het Amerikaanse zelfbewustzijn zoals het tot uitdrukking komt in films als Argo is christelijk van aard, juist omdat het het midden houdt tussen luciferische zelfverheffing en ahrimanische zelfveroordeling.
Deze twee aspecten zijn altijd aanwezig in de betere Hollywoodfilms en dat maakt deze films tot de beste voorbeelden van christelijke hedendaagse kunst (drie begrippen die in feite synoniemen zijn).
Het christelijke zelfbewustzijn van de hedendaagse mens bereikt in deze films zijn hoogste niveau, en ik zou graag kunnen zeggen dat de Europese film dit niveau ook bereikt, maar dat is helaas niet waar.
De Europese opgave ligt mijns inziens dan ook niet op dit (kunstzinnige) vlak.
Ze ligt in de bewustwording van dit Amerikaanse of Westerse kunstzinnige bewustzijn.
Want dit Westerse bewustzijn is een beeldend bewustzijn, geen helder begrippelijk bewustzijn.
Het zelfbewustzijn dat leeft in (het kruim van) de Amerikaanse film is dromerig en kunstzinnig van aard.
En dat is niet genoeg.
Het is de taak van (het kruim van) Europa om deze zelfbewustwording verder te zetten, om de stap te zetten van droom naar werkelijkheid, van beeld naar begrip.
Dit ‘kruim’ van Europa is de antroposofie.
Alleen de antroposofie beschikt over de begrippen en inzichten waarmee het christelijke en eigentijdse zelfbewustzijn dat leeft in de (Westerse) kunst helemaal in het licht van het heldere bewustzijn getild kan worden.

20140825-170853.jpg

Met deze opgave houdt de Europese antroposofie het midden tussen Oost en West.
Cultureel en materieel heeft Europa namelijk deel aan de Amerikaanse rijkdom.
Maar geestelijk en innerlijk heeft het deel aan de islamitische armoede.
De toestand van de Europese antroposofie is veel evenwichtiger dan de toestand van de moslimwereld. Maar haar kwijnende bestaan en gebrek aan dynamiek vertonen er toch een sterke verwantschap mee, terwijl ze anderzijds schril afsteken bij de Amerikaanse kreativiteit.
De gevaren die de antroposofie bedreigen, zijn dan ook hoogmoed en zelfveroordeling.
En net als bij de moslims verbergt of compenseert de antroposofische hoogmoed het bewustzijn van eigen falen.
Dit falen komt nergens zo duidelijk tot uiting als in de volkomen blindheid van de Europese antroposofie voor het christelijk-esoterische karakter van de Amerikaanse film.
En hoogmoed speelt hier een cruciale rol.
De Europese antroposoof kan zich eenvoudigweg niet voorstellen dat er in de Amerikaanse filmkunst iets zou leven waarvan hij niet alleen veel kan leren maar waaraan hij zich ook dienstbaar zou moeten maken in die zin dat hij de beelden die in Hollywood ontstaan, zou moeten doordringen met de inzichten van de antroposofie.
Een dergelijke ‘vernedering’ ervaart hij als zodanig schokkend dat hij er zich hermetisch voor afsluit, en daardoor een schuld op zich laadt die zijn vooruitgang nog meer vertraagt en die hem nog meer doet vluchten in hoogmoedig isolement.
Ik spreek uit ervaring.

Waar zit nu dat fameuze ‘christelijke zelfbewustzijn’ in een film als Argo?
Wel, het zit simpelweg in het bewustzijn van de rol die kunst speelt in onze tijd.
De gijzeling in Teheran in 1979 was harde realiteit, kunst was er in de verste verte niet mee gemoeid.
Het was niet alleen een harde realiteit, het was ook een zeer actuele realiteit, een realiteit die sindsdien alleen maar actueler is geworden: de tegenstelling tussen de Westerse wereld en de moslimwereld.
De recente onthoofding van James Foley werpt een scherp licht op het lot van de zes diplomaten in Argo.
Als zij gesnapt waren geweest door de mannen-van-Khomeiny dan riskeerden zij een gruwelijke en vernederende dood.
Het is dus de allerhardste en alleractueelste realiteit die in deze film aan bod komt.
En wat wordt er als oplossing voor deze realiteit voorgesteld?
Het alleronwaarschijnlijkste: een kunstwerk, een film.
Dat dit überhaupt opkomt in het brein van onkunstzinnige mensen als CIA-agenten, geeft aan dat er nieuw bewustzijn aan het ontstaan is.

20140825-171121.jpg

We kunnen een film als Argo op drie niveaus bekijken.
Het eerste is het gewone zintuiglijk-rationele niveau: we bekijken films (en kunst in het algemeen) als wat ze zijn: fictie. Het feit dat Argo gebaseerd is op echt gebeurde feiten verandert daar niets: de film blijft fictie, we kijken niet naar de realiteit.
Het tweede niveau is het metaforische: we zien de inhoud van de film, meer bepaald de oplossing van een probleem door middel van de kunst, dan niet als de beschrijving van een eenmalig voorval uit 1979, maar als een beeld met een algemene betekenis.
Het derde niveau is het niveau waarop we de metafoor als een realiteit gaan zien, en echt gaan geloven in zijn betekenis. De film houdt dan op ‘enkel maar’ een kunstwerk te zijn.
Het mag duidelijk zijn dat niveau twee en drie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: we kunnen een metafoor niet ernstig nemen als we ze niet eerst als metafoor onderkennen, en dat laatste doen we maar als we aanvoelen dat een beeld méér is dan gewoon een kopie van de werkelijkheid.

De eerste twee niveaus zijn ons vertrouwd, maar het derde is ronduit schokkend en veroorzaakt een omwenteling in ons bewustzijn.
Het impliceert namelijk dat er geen wezenlijk verschil is tussen kunst en werkelijkheid.
De werkelijkheid heeft net zo goed een metaforisch karakter als een kunstwerk, en een kunstwerk is even werkelijk als waar gebeurd feit.

Argo is een kunstwerk, een werk van de menselijke verbeelding, zoals iedere film.
Die verbeelding presenteert hier in feite zichzelf als oplossing voor de prangendste problemen van onze tijd.
Maar ze doet dat niet bewust, als een soort manifest.
Ze doet dat enerzijds in de vorm van kunstzinnige beelden (Argo), en anderzijds in de vorm van een zeer praktische oplossing voor een zeer prangend probleem (de CIA).
Het is een merkwaardig soort zelfbewustzijn dat hier verschijnt, want je bedenkt zo’n scenario niet en je maakt er ook geen film over zonder je rekenschap te geven van de hoogst ongewone rol die de kunst hier speelt.
Het is een zelfbewustzijn dat zichzelf heel ernstig neemt (je kunt noch een film maken noch Amerikanen uit handen van fanatieke moslims bevrijden als je het niet ernstig meent) en toch zichzelf heel erg relativeert en de draak kan steken met zichzelf.

20140825-171228.jpg

Maar hoe aantrekkelijk, evenwichtig en christelijk een dergelijk zelfbewustzijn ook is, het blijft half werk omdat het als het ware gescheiden optreedt: in de kunst en in de werkelijkheid.
En tussen die twee loopt een scherpe grens.
Films als Argo en bevrijdingen als die in Teheran lijken erop te wijzen dat dit bewustzijn – dit uitgesproken nieuwe en eigentijdse zelfbewustzijn deze grens wil overschrijden en ‘heel’ worden.
Het wil de wereld van de kunst verlaten en zich daarbuiten verder ontwikkelen.
Maar het wil ook niet langer gevangen zitten in de ‘harde realiteit’.
Het wil als het ware geboren worden.
Deze geboorte van het kinderlijke, kunstzinnige zelfbewustzijn, die – zoals iedere geboorte – tegelijk een vereniging is met het moederlijke, wetenschappelijke bewustzijn is een grote en beslissende stap in de bewustzijnsontwikkeling van de mens.
Dat kunnen we afleiden uit een film als Argo.

Alles wat zich in deze film – dat wil zeggen in de wereld van de kunst en de verbeelding – afspeelt, heeft zich ook in werkelijkheid afgespeeld.
Kunst als oplossing voor prangende actuele problemen is niet een wild idee dat opgekomen is in het fantasierijke brein van een kunstenaar.
Het is een heel nuchter idee dat is opgekomen in het zeer praktische brein van een CIA-agent.
Bovendien werd dat idee ook nog eens goedgekeurd én uitgevoerd.
Het had zelfs succes.
En daarna werd het ook nog eens verfilmd, als om de cirkel rond te maken.

Het is maar wanneer we echt beginnen nadenken over deze film dat we ondervinden hoe ‘vreemd’ dit derde niveau is, het niveau waarop kunst en werkelijkheid in elkaar overgaan.
We gaan dan eigenlijk ‘over de drempel’ en komen terecht in een werkelijkheid waarin ons rationele bewustzijn zich niet kan handhaven: het valt in onmacht.
Paradoxaal genoeg wordt deze ‘drempelwereld’ maar zichtbaar dankzij ons rationele bewustzijn: als we niet nadenken over Argo komen we nooit te weten wat voor vreemde, verwarrende en toch reële werkelijkheid zich in deze film verbergt.
Die werkelijkheid is buitengewoon complex en het is onmogelijk om alle aspecten ervan in een mooi geheel te vatten.
Daarom wil ik hier alleen een vergelijking maken met een andere film, in de hoop een idee te geven van hoe vreemd en tegelijk reëel de werkelijkheid is die opdoemt wanneer je begint na te denken over hedendaagse (film)kunst.

20140825-171408.jpg

Die andere film is Clear and Present Danger, een film uit 1994 die zich in Columbia afspeelt in het kader van de Amerikaanse War on Drugs.
Anders dan Argo is deze film niet gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.
Hij is gebaseerd op een thriller van Tom Clancy, een volkomen fictief werk waarin hij beschrijft hoe de Amerikanen een beruchte Columbiaanse drugsbaron te pakken krijgen.
Niks aan de hand dus: er worden ontelbare thrillers geschreven en sommige ervan worden verfilmd.
Het is business as usual.
Wat deze ene thriller echter zo merkwaardig maakt, is dat hij niet alleen verfilmd werd door een filmploeg maar ook door … de werkelijkheid zelf.

De reële en ongrijpbaar gewaande drugsbaron Pablo Escobar werd in 1993 opgespoord en wel op precies dezelfde wijze die Tom Clancy beschreef in zijn boek.
Het verhaal dat hij in 1989 ‘uit zijn duim had gezogen’ werd vier jaar later in grote lijnen omgezet in werkelijkheid.
Maar dat is nog niet alles.
Toen Pablo Escobar neergeschoten was, werd tussen zijn bezittingen het boek van Tom Clancy teruggevonden met daarin de passages onderlijnd die beschrijven hoe de drugsbaron opgespoord werd.
Pablo Escobar, een bijzonder machtig man in zijn tijd, wist dus hoe hij aan zijn eind zou komen.
Maar hij geloofde het niet.
Het boek van Clancy was immers ‘maar’ fictie.

20140825-171610.jpg
(Pablo Escobar)

Een ander voorbeeld.

Op 9/11 was ik een thriller aan het lezen waarvan ik me de titel helaas niet meer herinner.
Het ging over een kleine maar machtige groep Amerikanen die besloten had de macht te grijpen in Amerika door een predikant als president naar voor te schuiven en de zaak een beetje te versnellen door in naam van een fictieve externe vijand spectaculaire aanslagen te plegen tegen Amerikaanse burgers.
Toen na de aanslagen op de WTC-torens meteen Al Quaeda uit de Amerikaanse hoed werd getoverd, gingen mijn gedachten meteen de kant op van een inside job.
Enkele dagen later zat ik in de bioscoop en keek naar spectaculaire beelden van hoe … een vliegtuig zich in een wolkenkrabber boorde en explodeerde in een bal van vuur.
Ik kon m’n ogen nauwelijks geloven.
De grens tussen fictie en werkelijkheid was in die dagen zo smal geworden, dat ik niet goed meer wist aan welke kant ik me bevond.
Toen ik later de beroemde televisiebeelden zag – op de dag zelf was m’n televisietoestel stuk – trof het me hoe mooi en spectaculair die beelden waren: ze leken wel geregisseerd door Hollywood…

Sindsdien is 9/11 voor mij de dag dat kunst en werkelijkheid samenvielen: de grens tussen kunst en werkelijkheid werd overschreden.
Ik herinner me nog dat de hedendaagse componist Karl-Heinz Stockhausen 9/11 uitriep tot ‘het grootste kunstwerk van onze tijd’.
Hij had een klok horen luiden maar wist niet waar de klepel hing.
In mijn Vijgeblad heb ik toen verschillende artikels aan die ‘grensoverschrijding’ gewijd.
Ze werden door sommige lezers zo geïnterpreteerd werden als zou ik een terreurdaad als kunst beschouwd hebben.
Ik had het natuurlijk over Hedendaagse kunst – die ik inderdaad beschouw als een ‘terreurkunst’ – maar dat onderscheid werd natuurlijk niet gemaakt.
Het illustreert hoe verwarrend de werkelijkheid is waarin je terechtkomt als je – ook al is het alleen maar in gedachten – over de drempel gaat.

20140825-171859.jpg

Achter heel die verwarring schuilt het ongeloof in de kunst.
Men gelooft eenvoudig niet dat in de kunst een kracht schuilt die in staat is wereldproblemen op te lossen.
Of te veroorzaken, want die kracht kan ten goede of ten kwade worden aangewend, en het verschil tussen goed en kwaad ligt in de wakkerheid waarmee dat gebeurt.
Wordt de kunst met een helder en rationeel bewustzijn benaderd, dan ontpopt ze zich tot een genezende kracht.
Wordt ze echter met een slapend bewustzijn benaderd, dan wordt ze tot een vernietigende kracht.
De kracht die in de kunst leeft, is juist dat nieuwe, christelijke zelfbewustzijn.
Dat zelfbewustzijn is een realiteit, een realiteit die een enorme potentie in zich draagt.
Maar hoe die potentie gerealiseerd wordt, hangt af van hoe we haar benaderen: worden we wakker voor deze ‘potentiële’ realiteit of sluiten we er onze ogen voor?

Een beetje antroposoof weet natuurlijk in welke wereld deze realiteit zich ophoudt: de etherische wereld, de wereld tussen materie en bewustzijn, tussen slapen en waken.
Hij weet ook wie de drager is van dit nieuwe, hoogst merkwaardige zelfbewustzijn: de ‘wedergekomen’ Christus.
Maar het is één ding om deze geest-van-onze-tijd in abstracto te benaderen en een andere om hem in concreto te beleven.
De kunst van onze tijd biedt ons de mogelijkheid om – in volle vrijheid en in ons eigen tempo – de stap van theorie naar praktijk te zetten.
Ze biedt ons beelden van deze Wederkomst, geen heldere, eenduidige beelden, maar dromerige, kunstzinnige beelden, beelden die vertaald dienen te worden in heldere begrippen.
Deze ‘vertaling’ is echter geen vrijblijvende zaak.
Het is iets waar de hele mens bij betrokken is.
Het gaat bijvoorbeeld niet alleen om het denken van deze begrippen.
Het gaat ook om het geloven ervan.
Denken op zich is niet genoeg, men moet ook kunnen geloven in dat denken.
En dat zijn twee verschillende zaken, die allebei nodig zijn.

De hele antroposofie is een ‘vertaling’ van een wereld die naar zijn diepste wezen kunstzinnig is: de scheppende, geestelijke wereld.
Het is al heel wat als we die antroposofische ideeën kunnen denken.
Maar ze ook nog geloven, dat is andere koek.
Daar is ons hele mens-zijn bij betrokken.
Het is aan de bergen die we verzetten, dat we ons geloof kunnen afmeten.
In de mate dat we ze geloven, worden ideeën werkelijkheid.

20140825-172635.jpg

Het komt me voor dat er vandaag meer geloof in de kunst is bij de CIA dan onder antroposofen.
Het is geen toeval dat Argo het verhaal is van de CIA die kunst inschakelt om haar doelen te bereiken.
Dat gebeurt volgens mij veel meer dan we denken.
Ik betwijfel ook ten zeerste dat de kunst alleen ten goede wordt aangewend.
Het is bekend dat de CIA tijdens de Koude Oorlog de Hedendaagse kunst (ze heette toen nog anders) heeft ingeschakeld als wapen tegen het communisme.
En de Hedendaagse kunst is bij uitstek een kunst waarover we kunnen (en moeten) nadenken met ons verstand alleen.
Ons hele mens-zijn is er niet bij betrokken, wel integendeel, ons gevoel bijvoorbeeld mag helemaal niet meedoen.
Het denken over Hedendaagse kunst, zoals dat vandaag zo massaal gebeurt, is een vrijblijvend denken, een denken zonder gevolgen, behalve dan dat het ons in slaap wiegt.
Het denken over haar tegenhanger, de (vooral Amerikaanse) filmkunst, is allesbehálve vrijblijvend.
Het dwingt een mens niet alleen om heel intensief en nauwkeurig te denken, maar ook om dat denken te baseren op een gevoel.
Op een andere manier kan men niet nadenken over kunst, en evenmin over de geest.
Zonder gevoel zinkt ons denken in slaap.
En dat ‘slapende denken’ beschouwt zichzelf als buitengewoon wakker.

Het gevoel dat films als Argo opwekken is in eerste instantie bevreemdend en verwarrend: het is het gevoel terecht te komen in een wereld die fictie en werkelijkheid tegelijk is.
Dat gevoel is echter geheel ‘vrij’: het ontstaat maar wanneer we beginnen nadenken.
Het is een gevoel dat tegelijk gedachte is en omgekeerd.
Sterk is het in het geval van Argo niet, en ik weet dan ook niet of ik er was op doorgegaan als mijn vrouw er niet over was begonnen, en als ik dat gevoel niet in veel sterkere mate kende uit andere films die, net als Argo, beelden ophangen van een vreemde, verwarrende realiteit die tegelijk fictie en werkelijkheid is: de grensrealiteit van de etherische wereld en wat zich daar afspeelt.
Maar hoe verwarrend en bevreemdend deze wereld ook is, niets is spannender dan er (bewust) in onder te duiken.
Niets moeilijker ook.

20140825-173212.jpg

De leiders tot het volk

20140216-232003.jpg

Op 18 september moeten de Schotten zich in een referendum uitspreken over de onafhankelijkheid.
Volgens José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, zal het echter ‘extreem moeilijk, zo niet onmogelijk’ zijn om een onafhankelijk Schotland toe te laten tot de Europese Unie. Nieuwe lidstaten kunnen immers enkel toetreden met instemming van de andere lidstaten.
Hij beklemtoonde echter dat het aan het Schotse volk toekomt om over zijn toekomst te beslissen tijdens het referendum van september.

That’s a lot of crap natuurlijk.
De lidstaten hebben helemaal niks te vertellen in Europa.
Wat Barroso bedoelt is: ‘Als jullie Schotten onafhankelijk willen zijn, dan gooien we jullie uit de Europese Unie, met alle gevolgen van dien.’
De reden?
De Europese Unie kan niks aanvangen met mensen die onafhankelijk willen zijn.
Ze wil juist dat alle Europeanen zo afhankelijk mogelijk zijn.
Waar moet het immers met de mensheid heen als ze niet wil luisteren naar haar leiders!

Eén van grondleggers van de Europese Unie, Jean Monnet, besluit zijn ‘Mémoires’ als volgt: “De soevereine staten van het verleden kunnen niet langer hun problemen van het heden oplossen: zij kunnen niet hun eigen vooruitgang bewerkstelligen of de controle houden over hun eigen toekomst. En de Europese Gemeenschap is zelf ook maar een stap op weg naar de georganiseerde wereld van morgen.”

En Winston Churchill, ook een drijvende kracht achter de Europese eenwording, verklaarde in 1947 het volgende: “Wij beweren uiteraard niet dat een Verenigd Europa de finale en complete oplossing is van alle problemen in de internationale betrekkingen. De schepping van een gezaghebbende almachtige wereldorde is het ultieme doel waarnaar we moeten streven. Tenzij een effectieve wereldsuperregering snel kan worden opgezet, zijn de vooruitzichten voor vrede en menselijke vooruitgang slecht. Maar laat geen misverstand bestaan over het belangrijkste punt. Zonder een Verenigd Europa is er geen zeker vooruitzicht op een wereldregering.”

Na de bedreigingen aan het adres van de Zwitsers, nu deze waarschuwing voor de Schotten.
Laat iedereen het goed in zijn oren knopen: wie referenda houdt, speelt met vuur.
De wereldregeringsleiders hebben lak aan referenda.
De wereldregeringsleiders hebben lak aan democratie.
Zich onderwerpen aan de wil van het volk?
Kom nou!

20140216-235328.jpg
(Jean Monnet)