Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Feminisme

De moord op Julie Van Espen

  

De moord op Julie Van Espen heeft heel wat teweeggebracht in ons land. Men kan zich afvragen waarom. Twee weken eerder werd in een gracht het lijk teruggevonden van een aan handen en voeten gebonden jongetje van 9 jaar. Maar dat veroorzaakte niet dezelfde commotie. Het leidde niet tot een Stille Mars waaraan 15.000 mensen deelnamen, waaronder Anuna De Wever en Kyra Gantois die daarvoor moesten spijbelen op hun eigen klimaatmars. Was de moord op de 23-jarige Julie dan zoveel gruwelijker dan die op de kleine Daniël? Het tegendeel is het geval. Of was het leven van een blond Vlaams meisje misschien meer waard dan dat van een donker Palestijns jongetje? Die vraag werd niet eens gesteld, wat op zich al verbazing wekt. Nee, alles moest wijken voor de moord op Julie Van Espen. Waarom? Wat maakte deze misdaad zo bijzonder dat hij al het andere in de schaduw stelde en zelfs voetbalsupporters ertoe bracht om een minuut stilte in acht te nemen? 

Toen ik het opsporingsbericht op Facebook zag passeren, dacht ik onmiddellijk: dit is mis. Julie Van Espen was niet het soort meisje dat zomaar verdwijnt: een ravissante schoonheid, fris en vrolijk, de ideale schoondochter zeg maar. Had er op de foto een dik, lelijk meisje gestaan, of een marginaal geval met piercings en tatoeages, dan zou ik er waarschijnlijk niet hebben bij stilgestaan, er verschijnen voortdurend opsporingsberichten. Maar dit keer was het anders. Julie Van Espen zag eruit alsof ze alles vertegenwoordigde wat een mens aantrekkelijk maakt: schoonheid, ongereptheid, intelligentie, opgewektheid. Dit was niet zomaar een Antwerps meisje, dit was een beeld van een meisje, een oerbeeld, een zinnebeeld. Zoals ze ons toelachte vanop dat opsporingsbericht stond ze voor alles wat van waarde – en dus weerloos – is in de mens. En zo werd het ook begrepen. Mensen reageerden op deze misdaad alsof ze er zelf het slachtoffer van waren. 

De moord op Julie Van Espen was als de moord op de menselijke ziel. Er schemerde een algemeen geldende, geestelijke werkelijkheid in door die aan de gebeurtenissen een metaforisch karakter gaf. Dat kon je al voelen bij het zien van Julie’s foto, en het werd bevestigd door wat gaandeweg bekend raakte over de moord. Het meisje was op zaterdagavond langs het Albertkanaal naar de stad gefietst om daar te gaan eten bij vriendinnen. Onschuldiger kan het niet. De werkweek is voorbij, de boodschappen zijn gedaan en de wereld ontspant zich. De avond begint, de tijd van de engelen. Het is ook nog eens mei: de wereld op zijn best. De bloemen bloeien en de mooiste bloem fietst langs het water. Men kan zich levendig voorstellen hoe Julie Van Espen zich op dat moment gevoeld moet hebben: het leven lachte haar van alle kanten toe, beter kon het niet zijn. En dan opeens, als een donderslag bij klaarlichte hemel, verandert die lentedroom in een nachtmerrie. 

Vrienden en familieleden slaan dezelfde avond nog alarm. Er wordt meteen gereageerd. De volgende ochtend al hangt de buurt vol met foto’s van het verdwenen meisje, terwijl het opsporingsbericht circuleert in de sociale media. De vriendinnen komen samen, toevallig vlakbij de plaats van de moord, en vinden daar Julie’s bebloede jas. De dag erop verschijnt in de kranten de foto van een nog vrij jonge – en alweer opvallend knappe – man. Men zoekt hem als getuige, zo heet het, maar in werkelijkheid verdenkt men hem van de moord. Later op de dag wordt Steve Bakelmans aangehouden en hij bekent de moord. Op hetzelfde moment vindt men in het Albertkanaal het lijk van Julie Van Espen. Alles gaat verbazingwekkend snel. Het hele drama ontrolt zich in minder dan 48 uur. Voor de politie kan het niet beter verlopen, voor Julie Van Espen niet slechter. Dit ‘droomscenario’ maakt van de moordzaak een bijzonder kernachtig en sprekend beeld. 

Maar het is nog niet volledig. De volgende dag blijkt de dader ‘bekend te zijn bij het gerecht’. Drie jaar geleden viel hij zijn ex-vrouw aan en verkrachtte haar. Daarvoor werd hij veroordeeld tot vier jaar cel, want hij was niet aan zijn proefstuk toe. Maar hij ging in beroep en … verder er gebeurde niets. Bakelmans bleef gewoon op vrije voeten. Het gerecht – dat in ons land de ene blunder na de andere slaat en een kwalijke reputatie heeft – komt in het oog van de storm te staan. Alle ogen kijken in de richting van minister van Justitie Geens, die – uitgerekend op dit moment – uitpakt met de verkiezingsslogan ‘Dankzij Geens wordt seksueel geweld harder aangepakt‘. Ongelukkiger kan het niet, maar Geens verklaart doodleuk niet verantwoordelijk te zijn voor de uitspraken van rechters. De rechters verklaren op hun beurt niet verantwoordelijk te zijn voor het tekort aan manschappen en middelen. Iedereen steekt zijn paraplu op.

Wat dan volgt, tart alle verbeelding. Op het moment dat iedereen de mond vol heeft over het falende gerecht begint men in Gent te graven naar de … Rechtvaardige Rechters. Een jaar geleden had jeugdschrijver Marc De Bel aan ieder die het horen wilde verklaard dat hij wist waar het legendarische paneel van het Lam Gods zich bevond. Het lag, hij was er zeker van, onder de Gentse Kalandeberg. Daarna werd het stil, er gebeurde niets meer en de zaak leek met een sisser af te lopen. Tot men op de derde dag na de moord op Julie Van Espen opeens begint te graven, onaangekondigd, zelfs de stad Gent weet van niks. Zo’n scenario zou geen enkele fictieschrijver durven bedenken, maar het is wel degelijk werkelijkheid. In de krant zien we ex-burgemeester Termont dom staan kijken naar de lege put, alsof hij een graf zonder lijk ziet en er niks van begrijpt. Niemand lijkt zich te realiseren hoe grotesk de coïncidentie is, niemand ziet hoe sprekend het beeld is.

Wie had kunnen geloven dat een meisje als Julie Van Espen zou vermoord worden! Wie had kunnen geloven dat de moordenaar gevat zou worden doordat hij zo dom was zich te laten fotograferen met het fietsmandje van zijn slachtoffer in de hand! Wie had kunnen geloven dat Steve Bakelmans, drie jaar nadat hij voor verkrachting veroordeeld werd, nog altijd op vrije voeten rondliep! Wie had kunnen geloven dat de minister van Justitie zich precies op dat moment op de borst zou slaan omdat hij sexueel misbruik zo streng aanpakte! En wie had ten slotte kunnen geloven dat men, op dezelfde dag dat de volkswoede zich keerde tegen de onrechtvaardige rechters, voor de zoveelste keer zou beginnen zoeken naar de Rechtvaardige Rechters! Zou er ooit een onwaarschijnlijker moordverhaal in de kranten zijn verschenen? Zouden er ooit zoveel toevalligheden kort op elkaar zijn gevolgd? En toch is deze Griekse tragedie werkelijkheid, toch is het allemaal echt gebeurd. 

Het was alsof de karmische dimensie van het bestaan even zichtbaar werd en de gewone werkelijkheid tijdelijk het karakter kreeg van een oerbeeld, een mysteriedrama. Men voelde dat de moord op Julie Van Espen een diepere betekenis had en men reageerde er instinctief op. Twaalf jaar geleden werd in hetzelfde Albertkanaal het lijk gevonden van Annick Van Uytsel. Ze was vermoord door Ronald Janssen, een keurige huisvader en seriemoordenaar. De zaak was nog een stuk akeliger dan de moord op Julie Van Espen, die waarschijnlijk niet besefte wat haar overkwam, zo snel ging het allemaal. Annick Van Uytsel daarentegen werd ontvoerd in het holst van de nacht en opgesloten in een kelder voor ze ten slotte vermoord werd. Het jonge meisje moet tijdens de laatste uren van haar leven duizend angsten hebben uitgestaan. Toch maakte haar zaak lang niet zoveel ophef als die van Julie Van Espen. Er vond geen Stille Mars plaats en de voetbalsupporters hielden niet op met zingen. 

De hele commotie rond de moord op Julie valt alleen te verklaren als een reactie op een helderziende waarneming: men nam de verborgen, geestelijke dimensie van deze tragische geschiedenis waar. Maar daar was men zich uiteraard niet van bewust. Of moeten we zeggen: daar wilde men zich niet bewust van worden? In drie dagen traden zoveel toevalligheden op dat je het met de beste wil van de wereld geen toeval meer kon noemen. Afzonderlijk vielen ze nog wel te verklaren, maar samen, de hele reeks? Nee, de moord op Julie Van Espen was niet alleen een aanslag op een mens, hij was ook een aanslag op het moderne materialisme dat weigert te geloven in ‘hogere’ samenhangen. Bij de beroering over de moord zelf kwam ook nog eens de beroering over de karmische keerzijde ervan. Dit mag nooit meer gebeuren! werd er geroepen. Maar wat mocht nooit meer gebeuren: de moord op een onschuldig meisje of de aanslag op de materialistische levensvisie? 

Wanneer een engel verschijnt, zijn zijn eerste woorden altijd: schrik niet! De geestelijke dimensie jaagt angst aan wanneer ze zichtbaar wordt, ze schokt en ontreddert de mens. Dat was ook dit keer het geval. Maar men zag de engel niet (of wilde hem niet zien) en hij kon de mensen dan ook niet geruststellen en de reden van zijn komst verklaren. Die reden moesten ze zelf bedenken en aangezien ze hem niet op bovenzintuiglijke vlak wilden of konden zoeken, zochten ze hem op fysiek vlak. Ze gingen met andere woorden op zoek naar een schuldige, want zonder schuldige is er geen reden, zonder schuldige heeft het lijden geen zin en wordt het ondraaglijk. Steve Bakelmans woog te licht als schuldige, hij was een ordinaire bruut. Het falende gerecht dan? Maar had dat Bakelmans meteen na zijn veroordeling in de cel gegooid, dan zou hij op het moment van de moord weer op vrije voeten zijn geweest. Nee, de zingeving moest ‘hogerop’ worden gezocht, in de houding tegenover sexueel geweld: die was veel te laks, veel te toegeeflijk. 

De strijd tegen sexueel geweld was dan ook het thema van de Stille Mars, tenminste volgens de (vrouwelijke) organisatoren. Of de 15.000 deelnemers daarvoor op straat waren gekomen, is zeer de vraag, maar veel bezwaren zullen ze wel niet gehad hebben, want wie kan ertegen zijn dat sexueel geweld wordt bestreden! Maar wat houdt die strijd concreet in? Strengere straffen? Alsof verkrachters en moordenaars zich daardoor zullen laten tegenhouden. Psychische begeleiding van verwarde personen? Alsof daar geld voor is. Kinderen beter opvoeden dan? Alsof ouders daar tijd voor hebben, alsof het onderwijs niet bezwijkt onder zijn eigen gewicht! Trouwens, hoe voedt je kinderen op zodat ze later niet sexueel gewelddadig worden? Kan dat wat anders betekenen dan dat jongens nog meer in de hoek worden gezet? Naar verluidt waren de (jonge) mannen opvallend afwezig op de Stille Mars. Zij voelden wel wat er in de lucht hing. Hun sexe lag weer eens onder vuur.

De organisatoren beweerden nochtans dat ze niet wilden stigmatiseren, dat ze mannen niet als schuldigen voor het sexuele geweld wilden aanwijzen. Maar hoe dachten zij dat aan boord te leggen? Door de feministen te weren? Die blijven erop hameren dat in ons land iedere dag 100 vrouwen worden verkracht – één om het kwartier – en dat gebeurt niet door andere vrouwen, of door transgenders, of door buitenaardse wezens. Ze worden zonder uitzondering verkracht door mannen. Daar zijn de feministen zo boos over dat ze de oorlog verklaard hebben aan de man. Mannelijkheid is in hun ogen een vergif voor de samenleving. Met die mening staan ze trouwens niet alleen. De hele lgbt-beweging is één grote oorlogsverklaring aan de man en zijn mannelijkheid. De man-vijandigheid is hier letterlijk vleesgeworden, ze is doorgedrongen tot in de fysieke sfeer. Een Stille Mars die strijd wil voeren tegen sexueel geweld ontsnapt – alle mooie woorden ten spijt – niet aan het stigmatiseren van de man.

We kunnen trouwens net zo goed over vrouw-vijandigheid spreken, want in wezen is het de hele man-vrouw polariteit die onder vuur ligt. Men wil af van het onderscheid tussen de sexen: gedaan met mannen en vrouwen, leve de genderloze eenheidsmens! Deze nieuwe, inclusieve mens is zowel man als vrouw, maar toch vooral dat laatste, want het is de man die zich afscheidt van het (oer)vrouwelijke, die polariseert, die la guerre des sexes doet ontstaan. En daar verzet de neo-vrouwelijke mens zich hevig tegen. Hij/zij verzet zich daardoor ook tegen wat door die ‘mannelijke’ polarisatie mogelijk wordt gemaakt: de individualisering, de Steigerung tussen de tegenpolen, het kind dat geboren wordt. In de Heerlijke Nieuwe Wereld waar de eenheidsmens naar streeft, is geen plaats voor kinderen, moeders of vaders. Daarom was het ook zo ironisch dat de Stille Mars plaatsvond op … Moederdag. Het was een zoveelste veelzeggende ‘toevalligheid’ in deze hele metaforische geschiedenis.

Er is maar één manier om sexueel geweld te bestrijden zonder het nog te doen toenemen, en dat is door la guerre des sexes op geestelijk vlak te voeren, door er een ideeënstrijd van te maken. Helaas gebeurt doorgaans het omgekeerde: de strijd om inzicht ontaardt telkens weer in een fysieke strijd omdat het (mannelijke) rationele denken de (vrouwelijke) zintuiglijke waarneming ‘verkracht’ en blind blijft voor haar diepere, geestelijke dimensie. De zintuiglijke werkelijkheid wordt door het wetenschappelijke denken louter gezien als een (vrouwen)lichaam waaraan genot beleefd kan worden, genot dat met geweld wordt afgedwongen. Wat Steve Bakelmans met Julie Van Espen deed, was een metafoor van het moderne denken dat geen oog heeft voor de schoonheid en geest van de wereld, en die wereld enkel ziet als een genotsmiddel. De reacties op de moord bevestigden dat alleen maar. Ze bleven blind voor de karmische dimensie van de hele geschiedenis en dwongen haar daardoor zich te herhalen. 

Over beelden en woorden (2)

  

Om propaganda te doen slagen, moet je met twee zijn: degene die de propaganda maakt en degene die ze gelooft. De ‘boerkini-foto’ (waarop overigens geen boerkini te bekennen valt) is een voorbeeld van het raffinement van de moderne propagandamakers. Veel was er niet nodig: een moslima en een fotograaf. Onder hun tweetjes hebben ze ervoor gezorgd dat de plannen voor een boerkini-verbod elders in Europa opgeborgen werden en tevens dat de boerkini-verkoop steil de hoogte in ging. Allemaal door één enkel beeld. De hele moslimellende is trouwens begonnen met een beeld: de aanslag op de twin towers in New York. Alles wijst erop dat ook dat beeld zorgvuldig in scène werd gezet. De gevolgen waren – en zijn – desastreus. Het creëren van dat beeld was van een demonische genialiteit. 

Hoe komt het dat de moderne mens zo vatbaar is voor dergelijke propagandabeelden? Hoe komt het dat één zo’n beeld voldoende is om een vernietigende oorlog te ontketenen? Eén reden is alvast: de levensechtheid van die beelden. Een tekening van het instortende WTC of van de moslima in Cannes zou bijlange niet het effect hebben gehad dat de foto’s nu wel hebben. Iedereen kan immers tekenen wat hij wil, een tekening is fictie, een foto daarentegen is werkelijkheid. Foto- en filmbeelden worden ervaren als waarheidsgetrouw. Dat heeft tot gevolg dat de kijker passief wordt: hij spant zich niet meer in om het (dode) beeld tot leven te wekken, zoals hij dat wel doet bij een tekening of een schilderij. De ‘boerkini-foto’ is daar een mooi voorbeeld van: niemand stelt er zich vragen bij, men slikt gewoon de boodschap. 

Die boodschap of betekenis ligt niet in de foto zelf besloten, want die roept meer vragen op dan antwoorden. Nee, de betekenis wordt eraan toegevoegd. ‘Framing‘ heet dat in het moderne mediajargon. Het beeld wordt – door middel van ronkende woorden – zodanig gekaderd dat er een duidelijke boodschap uit spreekt die zonder nadenken wordt opgenomen. De reactie volgt onmiddellijk: een explosie van emoties. Het is dus de combinatie van woord en beeld die zo’n krachtige propaganda maakt. Als de boerkini-foto ongekaderd, zonder enig commentaar in de krant was verschenen, zouden de lezers zich afgevraagd hebben: wat gebeurt hier? Ze zouden het – allesbehalve eenduidige – beeld hebben moeten interpreteren en dat zou hen belet hebben in verontwaardiging uit te barsten. 

Dat zou ook het geval zijn geweest als er alleen maar woorden waren geweest, want dan zou de lezer zich een beeld hebben moeten vormen. ‘Politie dwingt moslima zich uit te kleden in Cannes’. Uitkleden? Wat bedoelen ze daarmee? Helemaal naakt? Nee, dat kan niet. Ze zal waarschijnlijk een boerka hebben aangehad. Enzovoort. Het is heel moeilijk om met woorden een tafereel zo goed te beschrijven dat de lezer het als het ware voor zich ziet. Lezers moeten zich dan ook altijd inspannen om van de woorden een beeld te maken, net zoals kijkers zich moeten inspannen om van een beeld de betekenis te vinden. Woorden en beelden zijn het halve werk: ze hebben elkaar nodig. Beelden willen woorden worden, woorden willen beeld worden. En dat des te meer naarmate de beelden levensecht zijn en de woorden levensloos en abstract.          

De propagandatechniek bestaat erin dat de mens, als bruggenbouwer tussen woord en beeld, uitgeschakeld wordt. Woord en beeld worden met elkaar verbonden zonder dat hij er moeite moet voor doen, zonder dat hij er als bewust en actief wezen aan te pas komt. Als gevolg daarvan slaan beeld en woord bij hem in als een bom en exploderen in zijn ziel. Dat is wat nu al jaren aan de gang is: via de media wordt de moderne mens onafgebroken gebombardeerd met beelden en woorden die zo innig met elkaar verstrengeld zijn dat hij er geen speld meer tussen krijgt. Deze ‘beeldwoorden’ of ‘woordbeelden’ zijn veel te talrijk dan dat hij de kans zou krijgen om ze te ontstrengelen en (daardoor) te ontmijnen. Ze dringen rechtstreeks in zijn onderbewuste door, zonder gefilterd te worden door een actief bewustzijn. 

Het resultaat is de politiek-correcte mens, die in een voortdurende staat van verontwaarding verkeert en bij het geringste ‘explodeert’ in verwijten en beschuldigingen. Deze geïndoctrineerde mens hebben we aan het werk (sic) gezien na het verschijnen van de fameuze ‘ontkledingsfoto’. Hij slikte beeld-en-boodschap als zoete koek en reageerde zoals verwacht mag worden van een soldaat die een bevel krijgt. Merkwaardig genoeg treft deze sluipende ‘militarisering’ vooral de intellectuele klasse, van wie verwacht mag worden dat ze kritisch kan denken en zich niet zomaar voor de kar van generaals en andere oorlogszuchtigen laat spannen. Toch is dat minder verwonderlijk dan het lijkt, want juist deze intellectuele klasse ontwikkelt het dode, abstracte denken, het denken-zonder-beelden. 

Haar hele jeugd wordt ze opgesloten in scholen en op een rantsoen van beeldloze woorden en abstracte begrippen gezet. Daardoor ontwikkelt ze, zonder het te beseffen, een razende honger naar beelden. Krijgt ze beelden te zien, dan worden die haastig naar binnen geslokt, zonder kauwen of proeven. Niet de inhoud of betekenis van de beelden zelf wordt opgenomen, maar de ‘geframede‘ betekenis, de bijgevoegde boodschap. Op die manier worden moderne intellectuelen het slachtoffer van mensen die beelden als propaganda gebruiken. En dat zijn eveneens intellectuelen, want het ligt in de aard van de moderne intellectueel om beelden louter te gebruiken als illustratie van ideeën. Waar zouden ze anders goed voor zijn? Het komt niet eens in hem op dat beelden een eigen taal, een eigen inhoud, een eigen betekenis zouden kunnen hebben.

Moderne intellectuelen behandelen beelden als domme blondjes: ze moeten mooi zijn en hun mond houden, want ze hebben niets te zeggen. Hun enige functie bestaat erin om ideeën te illustreren, te weerspiegelen en op te leuken. Zonder die ‘mannelijke’ ideeën zijn ze niets. In feite behandelt de Westerse intellectueel beelden zoals een moslim vrouwen behandelt: ze bestaan alleen ter meerdere eer en glorie van hemzelf. In de islamwereld is de ondergeschiktheid van de vrouw zo vanzelfsprekend dat moslima’s er geen doen aan zien om daar verandering in te brengen. Wanneer ze naar het Westen komen, wordt hun onmacht zo ondraaglijk dat ze proberen die te verdoven door macht uit te oefenen over Westerse mannen, iets waarvoor ze willige bondgenoten vinden in de Westerse feministen. 

Het middel dat ze daarvoor gebruiken is het beeld: het buitengewoon sprekende beeld van de gesluierde vrouw. In combinatie met de (abstracte) woorden van de Westerse intellectuelen vormt dat (levendige) beeld een machtig wapen waartegen het Westen geen verweer heeft. Dat voelen de moslima’s heel goed en daarom gebruiken ze het ook steeds meer. De boerkini is niets anders dan een uitbreiding van de hoofddoek waarmee moslima’s het Westen al zolang pesten. Het moet hen een intens gevoel van macht geven te zien hoe machteloos en radeloos het Westen reageert. Het doet hen hun eigen slaafse onderwerping vergeten. Misschien geldt dat trouwens wel voor de hele islam: misschien is de machtshonger die ervan uitgaat, niets anders dan de keerzijde – en compensatie – van de onderwerping die geëist wordt.  

Mamaatje die zal kijven …

  
Onder de hoofding ‘seksisme’ (de x is niet politiek correct wegens kwetsend in het midden) lees ik in een van onze onvolprezen kranten dat Fernand Huts, de Donald Trump der Lage Landen, in een interview gezegd heeft dat moderne vrouwen de vooruitgang in de weg staan. Of iets van die strekking. Meteen regent het reacties van feministen, vrouwelijke én mannelijke. De inhoud (‘neen, ’t is niet waar’) is voorspelbaar en daarom oninteressant. De vorm (verontwaardigd) is eveneens voorspelbaar, maar wél interessant. Want vanwaar die Pavlov-reactie? Je kunt er donder op zeggen: als een (blanke) man iets over vrouwen zegt dat als kritisch of kwetsend zou kúnnen geïnterpreteerd worden, zit het spel op de wagen en schieten de feministen uit hun sloffen. 

Van moslima’s zou ik dat nog kunnen begrijpen, zij hebben het hard te verduren van hun mannen. Maar juist zij geven geen kik. Je zult ze nooit iets horen zeggen over die mannen met hun onnozele regels-voor-vrouwen. Integendeel, ze onderwerpen zich met plezier aan die regels: ze dragen hun hoofddoek ‘uit vrije wil’. De blanke vrouwen daarentegen, wat hebben zij nog te verduren van hun mannen? Worden zij gedwongen hun lichaam te verbergen? Worden zij gedwongen thuis bij de kinderen te blijven? Worden zij geslagen als zelfs maar het vermoeden rijst dat zij ontrouw zijn? Worden zij verplicht zoveel mogelijk kinderen te baren? Worden zij zorgvuldig afgeschermd van de mannenwereld? Worden zij opgesloten achter een (zichtbaar of onzichtbaar) cordon sanitaire?

De vragen alleen al zijn lachwekkend. In onze moderne wereld zijn vrouwen gelijk aan de man. Op z’n minst. Want op tal van gebieden steken ze hem naar de kroon of zelfs gewoon voorbij. Alleen op één gebied blijven ze achter: ze hebben een lichaam dat zich moeilijker kan verweren tegen fysiek geweld, dat niet zo goed is in voetbal en hamerslingeren, maar dat vooral voorzien is van een baarmoeder. Daardoor beginnen vrouwen met een handicap aan de competitie met mannen. Ze kunnen nu wel van geslacht veranderen als ze dat willen, maar helemaal hetzelfde is het toch niet. En dat steekt, dat maakt hen ontevreden. Want ze willen zijn zoals de mannen. Daar kunnen die mannen natuurlijk niks aan doen, behalve proberen te zijn zoals de vrouwen en op die manier het evenwicht wat herstellen. 

Maar dat is toch ook niet the real thing, dat is niet wat vrouwen écht willen. Vrouwen willen het allebei: vrouw zijn én man zijn. Dat lukt hen natuurlijk niet en daarVoor zoeken ze een zondebok: de man, de blanke, welwillende man. Maar die is daar slecht voor geschikt, want hij lijkt steeds meer op een schaap. Moslims maken er natuurlijk geen punt van om dat schaap de keel over te snijden, maar voor de feministen is dat toch een brug te ver. Gelukkig zijn er nog mannen als Fernand Huts: macho-figuren met een dikke buik en een dikke sigaar die zich niks aantrekken van de eindeloze vrouwelijke gevoeligheden en gewoon zeggen waar het volgens hen op staat. Op zo’n man kunnen feministen eindelijk eens al hun opgekropte frustraties botvieren en die kans laten ze niet liggen.

We kunnen ons dus verwachten aan een eindeloze reeks boze reacties in media allerhande. Tot de storm weer gaat liggen en het wachten is op de volgende man die – opzettelijk of per ongeluk – op een feministische teen gaat staan. Het is zo beschamend. Aan de ene kant heb je die schreeuwerige moslimmannen, aan de andere kant de al even schreeuwerige feministen. Als ze nu nog tegen elkaar zouden schreeuwen, dan bestond er nog een (kleine) kans op een choc des idées. Maar dat doen die feministen dus niet. Ze denken er niet over om tegen moslimmannen te gaan schreeuwen. Integendeel, ze zijn het met hen eens: sluier de vrouw! Nee, ze schreeuwen alleen tegen blanke mannen, mannen van wie ze niks te vrezen hebben. En ze verkijken de kans om met die mannen in gesprek te gaan.

Nog nooit hebben mannen en vrouwen zozeer als gelijken tegenover elkaar gestaan. Nog nooit is er zoveel gelegenheid geweest voor een gesprek tussen hen. Maar door al dat geschreeuw wordt dat gesprek de nek omgewrongen, telkens weer opnieuw. Telkens weer opnieuw barst die verontwaardiging los, zoals ook nu weer met Fernand Huts. In plaats van zijn uitspraak te zien als een gelegenheid tot gesprek, tot debat, tot gedachtenuitwisseling, wordt er meteen een straatgevecht van gemaakt met scheldende … vrouwen (ik dacht eerst een ander woord te schrijven). Zijn we dáárvoor echt tot in de 21ste eeuw geraakt: om het cliché van de kijvende vrouw weer in alle kracht te zien opduiken? Is dát waar 100 jaar vrouwenemancipatie toe geleid heeft?

La guerre des sexes

  

De gebeurtenissen in Keulen hebben een essentieel aspect van de clash of civilisations zichtbaar gemaakt: de relatie tussen man en vrouw. Die botsing vindt op het eerste gezicht plaats tussen een cultuur die de gelijkheid van man en vrouw erkent en een cultuur die dat niet doet. Maar de feministische reacties hebben daar een groot vraagteken bij geplaatst. Als we ze mogen geloven dan is er in Europa nog lang geen sprake van gelijkheid tussen man en vrouw. Vrouwen worden er sexueel én economisch nog altijd onderdrukt. Mannen zijn er sexistisch, racistisch en hypocriet. En blijkbaar erkennen ze dat, want ze reageren niet op de toch wel grove aantijgingen van de feministen. Nochtans zitten die aantijgingen vol tegenstrijdigheden, zelfs in die mate dat ze de omgekeerde boodschap uitdragen: het zijn niet de vrouwen die in Europa onderdrukt worden, maar de mannen. Europese mannen worden eigenlijk systematisch ont-mand. De gebeurtenissen in Keulen maakten dat pijnlijk duidelijk: de mannen konden hun vrouwen niet verdedigen tegen hun aanranders. En het ging niet alleen om vrienden en echtgenoten, het ging ook om de politie, het ging om de overheid, het ging om de hele maatschappij. Europa is doodeenvoudig niet in staat zich te verdedigen tegen de macho-moslims die van alle kanten binnenstromen. Het gedraagt zich niet als een man die vecht wanneer hij aangevallen wordt, maar als een vrouw die aangerand wordt en zich niet kan of durft verzetten.

Als we niet kijken naar de woorden maar naar het gedrag, dan zien we dat de clash of civilisations een botsing is van twee culturen die geen van beide de gelijkheid van man en vrouw erkennen. In de moslimwereld is de ongelijkheid heel openlijk: vrouwen zijn er tweederangswezens die in de man als vanzelfsprekend hun heer en meester moeten erkennen. In de Europese wereld treffen we de omgekeerde ongelijkheid aan. Hier zijn het de mannen die tot tweederangswezens worden gedegradeerd, maar de manier waarop dat gebeurt is veel omfloerster en bedekter, veel ‘vrouwelijker’ zeg maar. Het is heel moeilijk om er de vinger op te leggen. De moderne man onderdrukt door de vrouw? Kom nou! Maar hier raken we aan iets heel essentieels: het mannelijke is zichtbaar, het vrouwelijke is veel onzichtbaarder. Als mannen vrouwen onderdrukken, dan gebeurt dat openlijk en direct: het kan onmogelijk ontkend worden. Als vrouwen echter mannen onderdrukken, dan gebeurt het ongemerkt: het valt nauwelijks te bewijzen. Zo komt het dat de ‘vervrouwelijking’ van het Westen veel minder in de kijker loopt dan de ‘vermannelijking’ van de moslimwereld. Daardoor wordt ook niet opgemerkt dat de moslimwereld en de Europese of Westerse wereld zich tot elkaar verhouden als man en vrouw, en dat hun relatie er allesbehalve een van gelijkheid is. In feite weerspiegelt die relatie de ongelijkheid tussen man en vrouw in beide werelden. 

De feministen propageren naar buiten toe de gelijkheid tussen de sexen maar in werkelijkheid streven ze de (omgekeerde) ongelijkheid na en zwengelen ze la guerre des sexes aan. Ze zijn zich niet bewust van die ‘vrouwelijke’ tegenstrijdigheid en ook de mannen doorzien ze niet, met als gevolg dat ze ongestoord kan blijven woekeren en op alle terreinen ‘oorlog’ en chaos veroorzaakt. Nu kunnen we van vrouwen niet verwachten dat ze hun eigen zo complexe en tegenstrijdige aard doorzien. Daar is een buitenstaander voor nodig, een man dus. Maar die man faalt. Hij laat zich op een beschamende manier in de doeken doen door de vrouw, of beter gezegd: door de vrouwelijkheid. Want het zijn niet de vrouwen die de man onderdrukken, ze zijn zich immers niet bewust van hun machtsbegerige gedrag, ze zijn het slachtoffer van hun eigen vrouwelijkheid. Net als de man worden ze door hun lichamelijkheid meegesleurd in de guerre des sexes zonder dat ze er iets kunnen aan doen. Het is dus niet alleen de man die faalt: geen van beide sexen slaagt erin om zich boven die ‘sexuele oorlog’ te plaatsen, om er zich bewust van te worden. Die oorlog wordt zelfs met steeds fysiekere middelen gevoerd en ontaardt in een strijd tegen het eigen lichaam: mannen laten zich ombouwen tot vrouwen en vrouwen laten zich ombouwen tot mannen. Er zijn zelfs mensen die alle geslachtskenmerken operatief laten verwijderen. Een tragischer ‘materialisering’ van de behoefte aan een hoger bewustzijn kan men zich niet indenken. 

Op die manier kunnen we ook de hele clash of civilisations beschouwen: als een materialisering van een botsing die op het niveau van het bewustzijn zou moeten plaatsvinden: le choc des idées, de ideeënstrijd. In plaats daarvan ontaardt hij steeds meer in een fysieke strijd die in wezen niets anders is dan een uitvergroting van la guerre des sexes. Het is niet toevallig dat de gebeurtenissen in Keulen zo’n hoog metaforisch gehalte hadden. De sexuele aard van de aanrandingen was geen detail, ze bracht het wezen van de hele clash of civilisations aan het licht. Tenminste voor wie in beelden leert denken. Maar juist wanneer de sexualiteit in het spel is, kunnen we niet anders, want de menselijke sexualiteit is sowieso metaforisch. Wat ons opwindt in het andere geslacht zijn niet de geuren (zoals bij de dieren) maar de vormen, en meer bepaald wat ze tot uitdrukking brengen. Want het is beslist niet hun esthetiek die ons zo sterk aanspreekt, maar hun metaforiek: de ideeën die ze tot uitdrukking brengen. Welke ideeën dat zijn, daar hebben we geen flauw benul van. Aan onze reactie kunnen we echter aflezen dat het bijzonder krachtige ideeën zijn, waar we niet tegenover kunnen blijven staan en waar we bijgevolg door geknecht worden, zoals Rudolf Steiner het uitdrukt. Als we niet geknecht willen worden door de zich steeds verder uitbreidende guerre des sexes dan zullen we in beelden moeten leren denken, want dat is de enige manier om stand te houden tegenover de (levende) ideeën die in de sexualiteit werkzaam zijn. 

We worden momenteel overspoeld door beelden met een hoog sexueel gehalte, niet alleen in letterlijke zin maar ook – en vooral – in figuurlijke, metaforische zin. De wereld lijkt het toneel te zijn geworden van één grote geslachtsdaad: overal en op ieder gebied botsen de tegenpolen op elkaar en dringen ze in elkaar door. We reageren daar (onbewust) op door hevig opgewonden te raken: we barsten uit in woede, verontwaardiging en afkeer. We zijn niet in staat het hoofd koel te houden. Daardoor zwengelen we die mondiale guerre des sexes echter alleen maar aan. Het grote slachtoffer van al die opwinding is ons ‘mannelijke’ rationele bewustzijn dat niet overeind kan blijven in die verhitte ‘vrouwelijke’ sfeer: het verschiet zijn zaad en verslapt zienderogen. Deze sexuele metafoor beschrijft niet alleen wat er momenteel gebeurt, maar wijst er ook op dat het geen zin heeft om ons terug te trekken uit die ‘vrouwelijke’ beeldenwereld. We moeten er juist dieper in doordringen tot de ‘wrijvingen’ in ons mannelijke bewustzijn een ‘hoger’ bewustzijn losmaken dat in staat is de brug te slaan naar de ideeënwereld die schuilgaat achter de sexuele beelden. Dat geldt heel speciaal voor het feminisme. We mogen ons niet laten misleiden door zijn tegenstrijdigheden. We moeten er een beeld in zien van een vrouwelijkheid die hevig verlangt naar een ‘hogere’ mannelijkheid. In feite is het feminisme een materialisering van het Ewig Weibliche dat smacht naar erkenning door een bewustzijn dat Alles Vergängliche nur als ein Gleichnis ziet. 

De woede van de feministen

  

De Deutsche Mädel hierboven zijn duidelijk geen feministen, want die kunnen er niet om lachen dezer dagen. Nadat ze zich al boos hadden gemaakt op de mannen, zijn ze nu ook onder elkaar ruzie beginnen maken. Een groep van 22 Duitse feministen heeft een verklaring opgesteld, ondertekend door 900 Duitse politici, academici, schrijvers en andere prominenten, waarin aangeklaagd wordt dat de aanrandingen in Keulen misbruikt worden voor populistische en racistische propaganda. ‘Tegen gesexualiseerd geweld en racisme. Altijd. Overal.’ is de slogan die onder de hashtag # ausnahmlos gelanceerd wordt. Het is hoogst belangrijk dat er wordt gesproken over geweld tegen vrouwen, aldus de opstellers, ook in zaken die minder aandacht van de media krijgen en waarin de daders voor het merendeel blank zijn. Nu wordt het feminisme misbruikt door rechtse populisten die het niet te doen is om het welzijn van de slachtoffers. 

Zoals dat verwacht kan worden van feministen, is de boodschap behoorlijk dubbelzinnig. Wat moeten we ons immers voorstellen bij ‘gesexualiseerd racisme’? Toch niet dat de aanranders in Keulen racisten waren die het specifiek op blanke vrouwen gemunt hadden? Dat is juist wat de Hateful 22 NIET gezegd willen hebben! En toch zeggen ze het. Natuurlijk hebben ze het zo niet bedoeld, we worden verondersteld te lezen: gesexualiseerd geweld en racisme, niet: gesexualiseerd geweld en (gesexualiseerd) racisme. Maar het blijft merkwaardig dat ze ‘toevallig’ deze slogan gebruiken, alsof ze – een klassieker – nee zeggen en ja bedoelen. Het zijn dus niet alleen de feministen die ruzie onder elkaar maken, ook hun woorden maken ruzie onder elkaar. Van dat laatste zijn ze zich ongetwijfeld niet bewust, zoals dat wel meer gebeurt met mensen die niet goed nadenken. 

Een goed voorbeeld daarvan is Anne Wizorek, één van de Boze 22. De verkrachtingscultuur, zegt ze, is niet typisch voor Noord-Afrika, we vinden ze ook in Duitsland. En ze geeft als voorbeeld de Oktoberfeesten in München waar jaarlijks gemiddeld 10 vrouwen worden ‘belaagd’ door dronken Duitse mannen. Dat moeten er volgens Wizorek echter zeker 200 zijn. Waar ze dat cijfer haalt, is niet duidelijk. Ook in België gaan feministen nogal ‘rekkelijk’ om met cijfers. Volgens de enen worden jaarlijks 3000 vrouwen verkracht in België, volgens anderen zijn er dat meer dan 35.000. Een (jonge) Vlaamse feministe verklaarde zelfs dat ze al meer dan 100 keer was aangerand. Een mens wil graag geloven dat het Westers geweld tegen vrouwen de pan uitswingt (zoals feministen met grote stelligheid beweren), maar als je dan ziet hoe ze met cijfers en feiten omgaan, durft er wel eens twijfel binnensluipen.

Het voorbeeld van de Oktoberfeesten is in dat verband veelzeggend. Het wordt trouwens wel meer aangehaald door feministen en politiek correcten om de ‘racisten’ en ‘islamofoben’ de wind uit de zeilen te nemen. Maar overtuigend is het allesbehalve. Het is zelfs ongepast. Wat ze hier namelijk vergelijken zijn twee zeer verschillende dingen. Enerzijds een oudejaarsavond waar meer dan 500 vrouwen in het centrum van de stad totaal onverwachts worden aangevallen door een grote (hoogstwaarschijnlijk georganiseerde) bende moslims. Anderzijds een bierfeest dat 14 dagen duurt en dat ieder jaar bezocht wordt door zo maar eventjes 5 miljoen mensen. De meeste vrouwen – in 2014 waren dat er welgeteld 8 (dat cijfer komt uit feministische hoek) – worden er trouwens aangerand door hun vriend of terwijl ze in het gras of op een bank liggen te slapen. 

Nuchter beschouwd (sic) bewijst dit voorbeeld precies het tegenovergestelde van wat de feministen ermee willen aantonen. Als hun cijfers kloppen en er worden in Duitsland gemiddeld 20 vrouwen per dag  verkracht, dan zouden er op de Münchense Oktoberfeesten 280 vrouwen aangerand moeten worden, een cijfer dat nog eens vermenigvuldigd moet worden aangezien iedereen er in meer of minder beschonken toestand rondloopt. In werkelijkheid worden er 10 vrouwen aangerand, ongeveer 3 percent van het gemiddelde. Uit deze cijfers, aangeleverd door de feministen zelf, blijkt dus eigenlijk dat de autochtone Duitsers – de Oktoberfeesten zijn zéér autochtoon – zich zelfs in beschonken toestand relatief netjes gedragen tegenover vrouwen en dat er eenvoudig geen vergelijking mogelijk is met die 500 slachtoffers die een losgeslagen moslimbende op één avond heeft gemaakt. 

Wat een vreemde zaak dus! Niet alleen met woorden spreken de feministen zichzelf tegen, ze doen dat ook met cijfers. Een macho-man zou voor minder zeggen: typisch vrouwelijk! Die feministen weten gewoon niet wat ze willen: ze zeggen wit maar bedoelen zwart, ze willen een man die vriendelijk, zacht en respectvol is, maar tegelijk willen ze zich onderwerpen aan bruut mannelijk geweld tot zelfs een besnijdenis toe! Het is inderdaad moeilijk om die vrouwelijke dubbelzinnigheid te begrijpen, tenzij … je ervan uitgaat dat die harde tantes stiekem dromen van een witte prins op een paard (of was het een prins op een wit paard?) die beide tegengestelde eigenschappen in zich verenigt, een beetje zoals een Tempelier, die tegelijk een stoere ridder was (die naar verluidt vier moslims tegelijk aankon) en een kuise monnik (bij wie iedere vrouw veilig was). 

Goed en wel bekeken, verlangen de hedendaagse feministen dus naar moderne Tempeliers, naar … antroposofen. Ze willen een man die enerzijds sterk genoeg is om hen te verdedigen tegen moslim-aanvallen (de oorspronkelijke Tempeliers-opdracht) en die anderzijds over genoeg innerlijke beschaving beschikt om zelf geen gevaar te vormen. In onze tijd kan dat natuurlijk geen houwdegen meer zijn die moslims een kopje kleiner maakt als ze vrouwen lastigvallen. Het moet iemand zijn die het moslimgevaar geestelijk te lijf (sic) gaat en de islam met zijn bewustzijn probeert te verslaan. Helaas zijn dergelijke strijdbare antroposofen nauwelijks te vinden, laat staan dat ze overal ‘commanderijen’ hebben. Antroposofische ‘monniken’ zijn er wel, maar antroposofische ‘ridders’, laat staan beide samen? Wellicht zijn de hedendaagse feministen dáárom zo kwaad …