Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Game of Thrones

Antroposofie Vandaag

  

Wie de actualiteit een beetje volgt, weet dat de vooruitzichten niet goed zijn. Om het met de woorden uit de populaire tv-serie Game of Thrones te zeggen: winter is coming. Om het antroposofisch uit te drukken: Ahriman is op komst. Niemand weet wat er te gebeuren staat, maar er hangt dreiging in de lucht en overal nemen angst en onrust hand over hand toe. Voor veel mensen is de zaak duidelijk: de jaren ’30 zijn weer terug. Honderd jaar na dato staan de nazi’s weer voor de deur en maakt Hitler opnieuw zijn opwachting. Alleen gebeurt dat dit keer niet enkel in Duitsland, maar in heel Europa en zelfs daarbuiten. Reden genoeg voor politici, journalisten, intellectuelen en kunstenaars om te waarschuwen voor de verrechtsing van de maatschappij en de heropleving van het fascisme. Maar het mag niet baten: de rechtse partijen worden alsmaar sterker. Steeds dringender klinkt dan ook de vraag: hoe kunnen we voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt? Hoe kunnen we een nieuwe katastrofe vermijden?

Die vraag is ook aan de orde in het winternummer van Antroposofie Vandaag, het ledenblad van de Antroposofische Vereniging in België. ‘Het is niet gemakkelijk’, aldus Werner Govaerts in het editoriaal, ‘om in deze woelige tijden van fake news, trumpisme, Brexit, IS, klimaatproblemen en andere bedreigingen het hoofd koel te houden en te trachten de grote tendensen, de grote ontwikkelingen te ontwaren.’ Toch citeert hij even verder een door Herbert Hahn opgetekende anekdote over Rudolf Steiner die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: ‘Maar hij zag donkere wolken aan de historische horizon opdoemen, waarvan mensen zoals wij niets konden vermoeden. Zo zei hij op een keer over de waldorfschool: ze zal elke ruk naar links uithouden, maar niet een stevige ruk naar rechts.’ Rudolf Steiner lijkt dus te waarschuwen voor rechts, maar de hoofdredacteur van Antroposofie Vandaag pleit voor enige terughouding. ‘Het zou de moeite waard zijn’, schrijft hij, ‘om te onderzoeken wat Rudolf Steiner precies in gedachten had toen hij dat zei’. 

Ook in een langer artikel over steinerpedagogie pendelt Werner Govaerts heen en weer tussen voorzichtige terughouding en duidelijke stellingname. Zo brengen ‘de rechts-nationalistische en zelfs pre-fascistische tendensen in Noord-België’ hem ertoe een vergelijking te maken tussen de situatie van de steinerscholen vandaag en de situatie van de eerste waldorfschool in Stuttgart. Daar heerste destijds grote verdeeldheid over de houding die de school moest aannemen tegenover het nieuwe nazi-regime. De enen drongen aan op samenwerking teneinde de school open te kunnen houden, de anderen wilden zich niet compromitteren. ‘Historisch gezien’, schrijft Werner Govaerts, ‘hadden de hardliners natuurlijk gelijk’, maar, voegt hij eraan toe, ‘achteraf is het makkelijk oordelen, als je er middenin zit is het moeilijk om een klare kijk te krijgen op de zaak.’ Wijze woorden zijn het, die hij echter meteen weer vergeet, want hij verbaast er zich over hoe weinig mensen zich vandaag uitspreken tegen de rechts-nationalisten. 

‘Dat is des te verwonderlijker’, schrijft hij, ‘omdat we in de jaren ’30 van de vorige eeuw gezien hebben tot welke verschrikkingen het rechts-nationalisme heeft geleid.’ Voor hem is het duidelijk: de N-VA is de Vlaamse NSDAP in wording en hij houdt deze partij dan ook verantwoordelijk voor ‘de verzieking en ontmenselijking van de maatschappij, het ondergraven van het sociale leven en het maatschappelijk vertrouwen, het opwekken en aanwakkeren van angst en eigenbelang’. Hoewel hij kort daarvoor nog schreef hoe moeilijk het is om een klare kijk te ontwikkelen op een situatie waar je middenin zit, twijfelt Werner Govaerts er geen moment aan dat hij met zijn visie aan de juiste kant van de geschiedenis staat. Hij is er zelfs zo zeker van dat hij onomwonden pleit voor politieke actie in de steinerscholen. Als de maatschappij hun voortbestaan bedreigt, schrijft hij, dan moeten ze die maatschappij veranderen. Dat is trouwens wat de leerlingen zelf willen, voegt hij eraan toe, ze willen iets doen

De hoofdredacteur van het ledenblad van de Antroposofische Vereniging die onomwonden aan politiek doet, die vroeger al vond dat steinerscholen kinderen van rechtse ouders moeten kunnen weigeren, en die nu oproept tot links activisme in de klas? Een mens vraagt zich onwillekeurig af wat Rudolf Steiner daarvan gevonden zou hebben. Hoorden steinerscholen volgens hem niet open te staan voor mensen van alle politieke en religieuze gezindten? Of verliest die regel zijn geldigheid in crisissituaties? In dat geval zouden steinerscholen wel eens tamelijk exclusief kunnen worden, want de helft van de Vlaamse bevolking stemt rechts. Met de kinderen van die andere helft wil Werner Govaerts dan de op rechts aansturende maatschappij van koers doen veranderen zodat ze de steinerpedagogie niet langer stokken in de wielen steekt. En dat moet allemaal nu gebeuren, want de jaren ’30 naderen snel, er is niet veel tijd meer om de wereld te veranderen en de steinerscholen te redden.

Hier is duidelijk iemand aan het woord die de kille adem van Ahriman in zijn nek voelt. Werner Govaerts doet weliswaar zijn best om rustig te blijven en wijze, terughoudende woorden te spreken, maar lang kan hij dat niet volhouden. Algauw slaat hij spijkers met koppen: als we geen actie ondernemen, dreigt er opnieuw een katastrofe zoals 100 jaar geleden! Het is een klassiek dilemma dat hier zichtbaar wordt: moeten we ons aanpassen aan de werkelijkheid en proberen er het beste van te maken of moeten we voet bij stuk houden en proberen die werkelijkheid te veranderen? Actie tegenover resignatie, idealisme tegenover realisme, doen tegenover denken. Werner Govaerts kiest zonder omhaal voor actie, voor links activisme tegen het rechtse gevaar. Zijn standpunt heeft alvast het voordeel van de duidelijkheid: gedaan met wikken en wegen, er moet aangepakt worden! Dat is ook wat de jongeren vragen en Werner Govaerts schaart zich ondubbelzinnig aan hun kant.

Het moet gezegd, het is een verfrissend geluid in een antroposofisch blad dat niet meteen uitmunt door eigentijdsheid. Het is wel niet zo erg als destijds in Das Goetheanum, waaruit onmogelijk op te maken viel dat er een wereldoorlog aan de gang was, maar de naam Antroposofie Vandaag dient toch met een korreltje zout te worden genomen. Werner Govaerts doet al een hele tijd zijn best om het blad bij de tijd te brengen, maar de eerbiedwaardige oude-zielensfeer blijft zijn stempel drukken. De spanning tussen de twee zielensferen – de oude en de jonge – is overigens een probleem dat zich niet beperkt tot Antroposofie Vandaag, het is het antroposofische probleem bij uitstek: moeten antroposofen zich terugtrekken en mediteren of moeten ze de wereld in trekken en actief worden? Moeten ze denken of moeten ze doen? Wanneer we de zaken zo stellen, wordt het antwoord vanzelf duidelijk: de antroposofie wil zowel denken als doen. Het is zelfs haar doel om die twee te verbinden, om denkend te doen en doend te denken.

Was dat niet wat Rudolf Steiner beoogde met de Weihnachtstagung? Hij wilde een vereniging die zowel esoterisch-naar-binnen-gericht als exoterisch-naar-buiten-gericht was. Tevoren stonden die twee aspecten los van elkaar en dat gaf enorme spanningen omdat ze elkaar steeds weer voor de voeten liepen. Het bracht Rudolf Steiner zelfs tot wanhoop maar uiteindelijk resulteerde het in wat we een Steigerung van doen en denken zouden kunnen noemen: er ontstond een geheel nieuwe vereniging waarin beide polen samenvielen. Tijdens de daarop volgende karmavoordrachten onthulde Rudolf Steiner de menselijke grondslag van die vereniging: de samenwerking tussen oude en jonge zielen, de denkende samenwerking tussen beide zielengroepen. Kort na die onthulling stierf hij echter, hij kreeg niet meer de kans die prille samenwerking te begeleiden. Nagenoeg meteen braken de vijandelijkheden weer uit. De zielen die hadden moeten samenwerken vervielen in hun oude gewoonten.

Honderd jaar later zijn die antroposofische zielen ouder en wijzer geworden, ze maken geen ruzie meer, ze hebben hun lesje geleerd. Maar kunnen we zeggen dat ze samenwerken, en vooral: dat het een denkende samenwerking is? Werken oude en jonge zielen samen in het besef van hun verschillende aard en met inzicht in hoe die twee geaardheden – de denkende en de doende – met elkaar verzoend moeten worden? De vraag stellen is ze beantwoorden: er is geen sprake van nadenken over oude en jonge zielen, en dus is er ook geen sprake van denkende samenwerking tussen beide. Dat is ook wat zo treffend tot uitdrukking komt in het winternummer van Antroposofie Vandaag, met name dan in de bijdragen van hoofdredacteur Werner Govaerts. Hier zijn twee zielen aan het woord: een oude ziel die pleit voor terughouding en een jonge ziel die oproept tot actie. Maar ze luisteren niet naar elkaar, de vraag is zelfs of ze van elkaars bestaan afweten, want de jonge ziel doet precies het tegenovergestelde van wat de oude ziel adviseert.

Wat we hier zien gebeuren, is in zekere zin een herhaling van wat honderd jaar geleden gebeurde. Na de eerste wereldoorlog stroomden honderden jonge zielen een antroposofische wereld binnen die hoofdzakelijk bestond uit oude zielen die zich in alle rust bezighielden met studie en meditatie. De jonge zielen geloofden echter niet meer in de oude wereld, ze wilden een nieuwe wereld waar de gruwelijkheden die ze hadden gezien niet meer mogelijk waren. Het resultaat was … een voortzetting van de oorlog, zij het dan op kleinere schaal: de spanningen tussen beide zielengroepen escaleerden en ontlaadden zich ten slotte in de brand van het Goetheanum waarvan de oorzaak volgens Rudolf Steiner niet buiten maar binnen de antroposofische vereniging moest worden gezocht. Het betekende het einde van de oude vereniging en de oprichting van een nieuwe vereniging. Maar het mocht niet baten: opnieuw raakten beide zielengroepen slaags alsof er niets veranderd was.

Honderd jaar later is er nog altijd geen eind gekomen aan deze ‘kleine oorlog’, de geschiedenis blijft zich herhalen. De twee zielentypes zijn duidelijk te herkennen in de bijdragen van Werner Govaerts: de wijze oude ziel en de onstuimige jonge ziel. Hun verhouding is nagenoeg dezelfde als tijdens de eerste ontmoeting van beide zielengroepen in de schoot van de antroposofische vereniging: de jonge ziel wil actie zien en de oude ziel maant tot terughouding. We herkennen deze zieledualiteit ook op het wereldtoneel. In de klimaatkwestie bijvoorbeeld staan jonge mensen die dringend om actie roepen tegenover een oude wereld die nauwelijks in beweging te krijgen is. De politieke wereld toont hetzelfde beeld: het jonge progressieve links staat lijnrecht tegenover het oude conservatieve rechts. En in al deze gevallen is er geen sprake van samenwerking, integendeel: er is geen gesprek meer mogelijk. Er heerst louter haat en vijandigheid beide zielengroepen. 

Zwei Seelen wonen ach in meiner Brust, schreef Goethe, de ene wil ten hemel opstijgen, de andere klampt zich vast aan de aarde. Hij had het over het luciferische en het ahrimaanse streven in de mens. De afgelopen honderd jaar hebben we een duidelijke slingerbeweging tussen die twee krachten kunnen waarnemen, alsof de mensheid haar evenwicht verloren heeft. Het begon met een links-luciferische reactie op het ahrimaanse materialisme. Daarop volgde de beruchte rechtse reactie in de jaren ’30. In de jaren ’60 sloeg de slinger weer uit naar links om vandaag opnieuw naar rechts te gaan. Niemand weet hoe dit zal eindigen, maar één ding is zeker: de mensheid zal haar evenwicht niet hervinden zolang ze blind blijft voor deze slingerbeweging. Zolang ze zich blijft identificeren met één van beide polen en de andere pool als de grote vijand beschouwt die te vuur en te zwaard dient bestreden te worden, zal er niets veranderen. Integendeel, de slinger zal steeds verder uitslaan.

Het onvermogen om deze fundamentele dualiteit onder ogen te zien, is de grote blinde vlek in het moderne bewustzijn. Ze vindt haar wortels in de 9de eeuw toen op het concilie van Constantinopel ‘de geest werd afgeschaft’, zoals Rudolf Steiner het uitdrukte. Het drieledige mensbeeld – geest, ziel en lichaam – werd vervangen door een tweeledig mensbeeld waarin geen duidelijk onderscheid meer werd gemaakt tussen ziel en geest. Als gevolg daarvan ging men Christus en Lucifer steeds meer elkaar verwarren. Lucifer werd onbewust geassocieerd met het goede en Ahriman met het kwade. Deze verwarring of vermenging culmineert in de 20ste eeuw: de mens meent de grote strijd met het kwaad uit te vechten maar wordt in werkelijkheid heen en weer geslingerd door de tegenmachten. Deze slingerbeweging veroorzaakt niet alleen ongezien menselijk lijden, ze veroorzaakt ook een bewustzijnsverdoving die de mens dreigt te beroven van zijn menselijkheid, van datgene wat hem onderscheidt van het dier.

Juist doordat de moderne, weldenkende, idealistische mens geen onderscheid meer maakt tussen Lucifer en Ahriman, wordt hij een speelbal van deze zwei Seelen in seiner Brust. Hij voelt Ahriman naderen en werpt zich in de strijd met de draak, niet beseffend dat het Lucifer is die hem daartoe aanzet. Steeds meer mensen, tot kinderen toe, trekken vandaag ten oorlog tegen Ahriman in de overtuiging dat ze daardoor zichzelf redden, dat ze de planeet redden, dat ze deelnemen aan de levensbelangrijke strijd van het goede tegen het kwade. In werkelijkheid doen ze echter precies het omgekeerde: heen en weer geslingerd door de tegenmachten voeren ze een blinde strijd tegen het goede, tegen het menselijke, tegen het christelijke. Slechts één ding kan deze zelfvernietigende strijd-van-allen-tegen-allen een halt toe roepen en dat is zelfkennis, kennis van de zwei Seelen die in eenieders borst wonen en weerspiegeld worden in de links-rechtstegenstelling die de wereld verscheurt en zal blijven verscheuren tot ze begrepen wordt. 

De mythologisering van de wereld

20140408-093131.jpg

Vorig weekend werd de eerste aflevering van het nieuwe seizoen van Game of Thrones uitgezonden door betaalzender HBO.
De belangstelling was zo groot dat de server crashte en miljoenen fans uren op hun honger bleven zitten.
Na afloop waren de Amerikaanse recensenten enthousiast.
‘Is Game of Thrones de beste televisieserie ooit?’, vroeg de Los Angeles Times zich af.
‘Het acteerwerk is subliem, het scenario bijzonder scherp, de sets en de manier waarop het gefilmd werd, is verbijsterend. Als het op ambitie aankomt, is er geen enkele reeks die in de buurt komt.’

Onzin natuurlijk.
‘Game of Thrones’ is vakwerk, dat staat buiten kijf.
Maar als volwassen, kritische filmkijker kun je hier echt je pap niet mee koelen.
Een reeks over fictieve Middeleeuwen, met allerlei fantasy-elementen zoals draken en levende doden?
Kom nou.
Maar ik begrijp de ‘honger’ van al die enthousiaste fans.
Het is dezelfde honger die van Harry Potter, De da Vinci Code en Lord of the Rings zo’n onwaarschijnlijke kassuccessen heeft gemaakt.
Het is de honger naar mythen, naar verhalen met een diepere betekenis, verhalen waarin een andere, zinvoller wereld doorschemert.

Nochtans gelooft de moderne, hedendaagse mens niet meer in sprookjes en mythen.
Wat hem betreft is de tijd van de Grote Verhalen definitief voorbij.
Hij is ervan overtuigd de wereld eindelijk te zien zoals hij werkelijk is, ontdaan van alle fictie en fantasie.
Helaas blijkt die werkelijkheid … ondraaglijk te zijn.
De moderne mens kan niet meer zonder muziek, televisie, film, smartfoons, kranten, tijdschriften, boeken, enzovoort. Hij is eraan verslaafd als aan alcohol, sigaretten, drugs en andere verdovende middelen.
Neem al die fictie en fictie-veroorzakers weg en de moderne werkelijkheid maakt de mens gek.

20140411-180459.jpg

De waarheid is natuurlijk dat de mens de naakte werkelijkheid nooit heeft kunnen verdragen.
Zoals hij niet gemaakt is om in zijn blootje rond te lopen, zo is hij ook niet gemaakt om in een werkelijkheid te leven die niet door zijn verbeelding wordt ‘aangekleed’.
Hj heeft verhalen nodig zoals hij kleren nodig heeft.
Zingevende, sturende, mythische verhalen
De mens is immers geen dier dat in de natuur kan leven zoals ze hem gegeven is.
Hij moet die natuur aanpassen, omvormen, herscheppen, zowel in theorie als in praktijk.
En hij heeft voorbeelden nodig bij het ‘vermenselijken’ van de wereld.

Realistisch is de mens pas wanneer hij zijn behoefte aan mythen erkent.
Maar dat doet hij niet.
Hij denkt dat hij zonder kan, en beseft niet dat hij aan de lopende band nieuwe mythen creëert.

Neem nu de Ronde van Vlaanderen die ik gisteren per ongeluk te zien kreeg.
Nuchter bekeken is dat een banale aangelegenheid: een groep mensen die zo vlug mogelijk langs Vlaamse wegen fietst.
Niet de moeite om voor op straat te komen, want zoiets zie je iedere dag: Vlaanderen is vergeven van de wielertoeristen.
Maar in de media wordt zoveel heisa gemaakt rond die Ronde (sic) dat ze mythische dimensies aanneemt: de wielrenners leveren een titanenstrijd, een heroïsch gevecht tegen de elementen, een hoogmis van menselijke moed en kracht.

20140411-172230.jpg

Hetzelfde gebeurt met voetballers, filmacteurs, zangers, computermerken, auto’s, kunst, restaurants, politici, sandalen, kleren en noem maar op: ze worden door de menselijke verbeelding tot ver boven hun realiteit verheven.
In feite wordt de hele moderne werkelijkheid gemythologiseerd. Niets ontsnapt eraan.
We denken dat we met beide benen in de realiteit staan, maar in feite leven we in een mythische wereld.
Daardoor vermengen die twee werelden – de reële en de mythische – zich in ons bewustzijn, en veroorzaken een slaapwandeltoestandtoestand waarin we geen onderscheid meer maken tussen droom en werkelijkheid.

Dat is wat die 65-jarige vrouw overkwam die zondag omver werd gereden tijdens de Ronde van Vlaanderen.
Ze dacht dat de aanstormende renners niet helemaal echt waren en dat ze dus veilig midden op straat kon gaan staan.
Ze bevond zich in een mythische roes die haar gezond verstand benevelde.
Het resultaat was een keiharde botsing met de realiteit.
De week tevoren was een man tijdens een (andere) wielerwedstrijd languit op de weg gaan liggen om spectaculaire foto’s van de aanstormende peloton te nemen.
De renners hadden hem slechts op het nippertje kunnen ontwijken.
De man begreep achteraf niet waarover men zich druk maakte.
Hij vertoefde in een ‘mythische’ wereld, net als de vrouw op de vluchtheuvel.

De naakte realiteit wordt voor de moderne mens zo ondraaglijk dat hij steeds verder gaat in het mythologiseren ervan.
Dat is nergens duidelijker dan in de Hedendaagse Kunst: de meest banale zaken krijgen er een bijna sacrale status.
In de politiek wordt de niet minder karikaturale mythe gecreëerd van de Grote Strijd tussen de goede en de slechte mensen, tussen een superieure elite en het infame gepeupel.
De (onbewuste) mythologisering van de moderne werkelijkheid krijgt een zelfvernietigend karakter.
De hedendaagse mens lijdt zo zwaar aan de naakte werkelijkheid dat hij zichzelf door middel van mythen in een soort coma brengt, om de pijn niet langer te voelen.
Maar die comateuze bewustzijnstoestand maakt hem bijzonder kwetsbaar, want de onvermijdelijke botsing met de werkelijkheid wordt steeds harder.

20140411-172527.jpg

Het onwaarschijnlijke succes van een televisieserie als Game of Thrones legt de moderne honger naar mythen onbarmhartig bloot.
Maar deze reeks kan die honger niet stillen.
Ze biedt de (meestal jeugdige) kijker stenen voor brood.
Het mythische gehalte van Game of Thrones is louter buitenkant, louter vorm.
Met gigantisch veel middelen (4 miljoen euro per aflevering) wordt een beeldenwereld geschapen die diepe, tijdeloze inhouden suggereert, maar die volkomen leeg is.
Game of Thrones is een pseudo-mythe, net als Harry Potter, De Da Vinci Code, Lord of the Rings, de Ronde van Vlaanderen, de Hedendaagse Kunst, enzovoort.
Ze maken de honger naar echte mythen alleen maar groter.
In plaats dat ze de scheppende vermogens wakker maken waarmee de mens de wereld kan omvormen en vermenselijken, verdoven ze het bewustzijn en leveren de mens over aan zijn dierlijke instincten.

Ze dragen met andere woorden bij tot de realisering van die andere, tegengestelde mythe: de mythe van de naakte werkelijkheid, de mythe van een wereld zonder verbeeldingskracht, zonder scheppingskracht, zonder geest, de mythe van een wereld zonder mythen.
Want ook de overtuiging dat de wereld waarin we leven uit louter materie bestaat, is een mythe.
Dat we niets anders zouden zijn dan grijs stof dat opwaait, of atomen die lukraak tegen elkaar opbotsen, is misschien wel de grootste mythe van onze tijd.
En net als Game of Thrones wordt ze met gigantisch veel middelen gecreëerd.
Net als Game of Thrones is ze volkomen leeg.

20140411-172840.jpg

Goed en wel bekeken, is onze moderne tijd het toneel van een enorme botsing tussen twee valse mythen: de ‘wetenschappelijke’ mythe van het materialisme en de ‘kunstzinnige’ mythe van de strijd tussen goed en kwaad (want daar komen alle moderne mythen en verhalen op neer).
Maar, als onze tijd zo door en door mythisch is, waar is dan de werkelijkheid?
En als het valse mythen zijn die in onze tijd met elkaar botsen, waar zijn dan de echte mythen?
Valse mythen doen ons in een schijnwerkelijkheid leven, waaruit we telkens weer hard ontwaken.
Echte mythen wijzen ons de weg naar de echte werkelijkheid.
Valse mythen scheppen scherpe tegenstellingen.
Echte mythen maken deel uit van de werkelijkheid.
De vraag is dus niet: hoe maken we onderscheid tussen fictie en werkelijkheid, tussen mythe en realiteit?
De vraag is: hoe maken we onderscheid tussen echte mythen en valse mythen?

Die vraag is des te belangrijker omdat de valse mythen steeds extremer worden en tot steeds meer geweld leiden.
Deze week nog werd de volkerenmoord in Ruanda herdacht, een genocide die zijn oorsprong vond in een mythe die verspreid werd door de media.
Wat de Amerikanen in het Midden-Oosten hebben aangericht, is eveneens het gevolg van een mythe: de strijd tegen de As-van-het-Kwaad.
De holocaust werd veroorzaakt door een mythe, en het communisme was net zo goed een mythe.
En zo kunnen we nog lang doorgaan.
Steeds weer vinden we mythen, verhalen die met woord en beeld verspreid worden, die hun weg vinden naar de ziel van de mensen, en die naderhand vals blijken te zijn.
Ook vandaag weer gaan mensen massaal mee in de valse mythe van de politieke correctheid, die vroeg of laat weer in geweld zal eindigen.

20140411-173102.jpg

Op de een of andere manier is de moderne mens bijzonder vatbaar voor nieuwe mythen.
Er leeft in hem een enorme honger naar nieuwe, eigentijdse mythen.
Het is zelfs alsof hij wacht op de grote Nieuwe Mythe, alsof hij diep van binnen weet dat ze zal komen.
Als antroposoof weet je natuurlijk dat het hier gaat om de bron van alle mythen, om de levend geworden Mythe zelf: Christus.
De toenemende ‘mythologisering’ van de wereld is een symptoom van de Wederkomst van Christus.
Die wederkomst vindt plaats in de etherische wereld, het kunstzinnige gebied bij uitstek.
Ze kan dan ook alleen waargenomen worden met een kunstzinnige blik.
En hier ligt ook het antwoord op de vraag hoe we echte mythen van valse kunnen onderscheiden: aan de hand van hun kunstzinnigheid.

Kunstzinnige mythen zijn echte mythen.
Onkunstzinnige mythen zijn valse mythen.
In de kunst komen beide samen, mythe én werkelijkheid.
Waar een wig tussen beide wordt gedreven, waar ze als onverzoenlijke vijanden tegenover elkaar komen te staan, is er geen kunst, want in de kunst komen mythe en werkelijkheid samen, in de kunst worden ze één.
En dat leidt ons tot de cruciale vraag: wat is kunst?
Niet als een theoretisch probleem, maar als een concreet, praktisch probleem: welke mythe is kunst en welke mythe is géén kunst?

20140411-173429.jpg

In de postmoderne opvatting, waarop de hele Hedendaagse Kunst gestoeld is, kan niemand zeggen wat kunst is.
Kunst is namelijk een kwestie van consensus, zo heet het.
Hoe die consensus tot stand komt, dat blijft een mysterie.
Wat kunst is, wordt in onze tijd bepaald door een kleine groep van achter de schermen opererende ‘ingewijden’.
Hun consensus bepaalt hoe de kunst van onze tijd eruitziet.
Die kunst is logischerwijs ontoegankelijk voor het individuele oordeelsvermogen van de kijker, want die maakt geen deel uit van het selecte gezelschap der overeenstemmenden.
Hij heeft in deze optiek dan ook geen andere keuze dan hun oordeel overnemen of proberen tot hun kring toe te treden (wat op hetzelfde neerkomt).
Vandaar de grote druk om ‘erbij te horen’ en zich te voegen naar de heersende consensus.

Het enige wat tegen de dwingende invloed van de nieuwe mythen bestand is – en de Hedendaagse Kunst is misschien wel de grootste mythe van onze tijd – is de individuele oordeelsvorming.
Maar daarvoor moeten we er eerst vanuit kunnen gaan dat het mogelijk is om op eigen kracht uit te maken of iets kunst is of niet.
En zo komen we tot de vraag: is een objectief oordeel over kunst mogelijk?
Kunnen we met zekerheid vaststellen of iets kunst is of niet?
Uiteindelijk is dat de vraag waar het allemaal om draait, en niet toevallig is het een vraag die de gemoederen hevig in beroering kan brengen.
Als ik mij verveel op feestjes of andere sociale gelegenheden, breng ik die vraag te berde.
Het duurt dan zelden lang voor er een hevige discussie losbarst.
En het is heus niet zo dat ik mijn familie zeer kunstminnend is of dat ik me ophoud in artistieke kringen.
Het tegendeel is waar.

20140411-174008.jpg

De vraag of we kunnen uitmaken of iets kunst is of niet, leeft in de ziel van veel meer mensen dan je zou denken.
En het ontstellende is dat ze die vraag bijna allemaal ontkennend beantwoorden.
De gedachte dat een mens kan weten wat kunst is, schrikt hen af.
Het is alsof ze niets liever willen dan hun zelfstandige oordeel opgeven, alsof ze helemaal geen onderscheid willen maken tussen echt en vals.
Laat me slapen, lijken ze te zeggen.
Maak me niet wakker!

Ik denk niet dat ik veel lezers zal bruskeren door te beweren dat Game of Thrones geen kunst is, en dus ook geen echte mythe.
Maar ik ben ervan overtuigd dat ik wél lezers voor het hoofd zal stoten door te beweren dat ik dat met zekerheid kan zeggen, dat het niet zomaar een persoonlijke mening is.
En ik zal hen nog meer voor het hoofd stoten door met dezelfde zekerheid echte hedendaagse mythen aan te duiden.

Hoe meer ik over deze merkwaardige ‘gevoeligheid’ nadenk, des te logischer wordt ze.
De Wederkomst van Christus is DE mythe van onze tijd.
Het is echter geen mythe in de figuurlijke betekenis van het woord, het is een mythe die tegelijk werkelijkheid is, een zeer concrete, alomtegenwoordige werkelijkheid.
Maar de wederkomst van Christus betekent tegelijk ook de wederkomst van de Antichrist, en dat is evenmin een fictief verhaal.
De mens zou niet vrij kunnen zijn als hij, op dit beslissende keerpunt der tijden, niet de keuze had tussen deze twee zo fundamenteel tegengestelde wezens.
En die keuze is uitzonderlijk moeilijk.
Dat blijkt wel uit het enorme succes van de vele valse mythen die de ronde doen.
Het blijkt ook uit het gemak, ja zelfs de hartstocht, waarmee zoveel mensen afstand doen van hun persoonlijke oordeel.
Het is deze keuze die bepaalt wie op de troon zal zitten in onze ziel.
En dat is allesbehalve een spel, een Game of Thrones.
Het is een realiteit die niemand onberoerd laat.

20140411-174413.jpg

Beelden van deze tijd

20140103-130621.jpg

De Verenigde Staten worden geteisterd door de storm Hercules die gepaard gaat met hevige sneeuwval. En uiteraard met sneeuwruimen.

20140103-131112.jpg

Voor het tweede jaar op rij is Game of Thrones de meest gedownloade tv-serie. De HBO-reeks wordt gevolgd door Breaking Bad en The Walking Dead.

Was het niet Oscar Wilde die zei dat de werkelijkheid de kunst nabootst?

20130627-095333.jpg

Met het oog op een warme, deugddoende vakantie: een pallet pellets!