Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Greta Thunberg

Brossen voor de bossen (7)

  

Voor de tweede opeenvolgende keer reeds kwam Greta Thunberg mee betogen in ons land. Het mocht niet baten. In Antwerpen, waar ze present was, daagden niet meer dan 3000 betogers op. In Mechelen waren het er slechts 1000 en in Hasselt kwamen ze niet verder dan een schamele 37 manifestanten. Het had iets zieligs om het meisje-met-de-vlechten zonder veel animo de geijkte leuzen te horen debiteren. Het leek wel of zij de bui voelde hangen. Ze kreeg weliswaar de steun van een jongen die als een volleerd politicus in de microfoon begon te brullen, maar het kon niet langer verheeld worden: de klad zit in de zaak. Of we daar treurig moeten over zijn, is niet duidelijk. Maar ik wil van de gelegenheid gebruik maken om nog een laatste keer stil te staan bij het hele fenomeen. Ik wil meer bepaald de aandacht richten op de pioniersrol van Vlaanderen: onze jongeren lopen voorop bij de klimaatprotesten. Daarom was Greta Thunberg ook in ons land: nergens anders krijgt ze zoveel navolging. 

Klimaatspijbelen was in Vlaanderen al een doorslaand succes voordat de vonk oversloeg naar het Franstalig gedeelte van het land. We gaven zelfs het voorbeeld aan onze noorderburen! De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Vlaanderen is vandaag waarempel een gidsland: het voert de mensheid aan in de strijd om de redding van de planeet. Dat is toch wel iets om trots op te zijn. Of juist niet misschien? Het is maar hoe je ’t bekijkt. Als de klimaatbetogingen werkelijk iets uithaalden, zou het inderdaad mooi zijn: zo’n klein landje en zoveel enthousiasme voor de goede zaak! Maar als die spijbeltochten zijn wat ik denk dat ze zijn – gemanipuleerde uitbarstingen van angst en machteloosheid – dan zien de zaken er natuurlijk anders uit. Het avant-gardistische gedrag van Vlaanderen is dan eerder iets om beschaamd over te zijn: kijk eens hoe die domme Vlamingen zich bij de neus laten nemen door de klimaatalarmisten, hoe ze zich laten opjutten door de media en hun propaganda! 

Te midden van heel die klimaatheisa stierf – als een teken aan de wand – Vlaanderens grootste denker, Etienne Vermeersch. Zijn invloed werd door een andere Vlaamse denker, Maarten Boudry, vergeleken met die van Jezus. No kidding. De manier waarop Vlaanderens tv-filosoof de hemel werd in geprezen was al even grotesk als de manier waarop de Vlaamse klimaatjongeren op een voetstuk worden geplaatst. Maar die twee karikaturen hebben ook nog iets anders gemeen. Vermeersch ging er prat op te kunnen bewijzen dat God niet bestond. Hij wijdde er zelfs zijn allerlaatste boek nog aan. Zoals zoveel atheïsten was hij voortdurend met God bezig. Het atheïsme was voor hem een echte … religie. Dat kan ook gezegd worden van de klimaatactivisten: ze vormen een religieuze beweging. Ze verkondigen het ware geloof en proberen iedereen te bekeren. Wie zich verzet wordt verketterd. Hoe kan de wereld gered worden als niet iedereen hetzelfde gelooft!  

Een atheïst die voortdurend met God bezig is? Een wetenschap die zich gedraagt als een religie? Het zijn illustraties van het gezegde dat je wordt waartegen je vecht. Vermeersch vocht zijn hele leven tegen God en aan het eind werd hij zelf een beetje God-in-Vlaanderen. De verbetenheid waarmee hij vocht, maakte duidelijk dat hij in de grond nog altijd een jezuïet was, een militante gelovige dus. De inhoud van zijn geloof was weliswaar veranderd, maar de vorm was hetzelfde gebleven. Vermeersch streed met evenveel ‘religieus vuur’ tegen het geloof als hij er voor had gestreden. Hetzelfde geldt voor de Vlaamse klimaatjongeren: ze baseren zich op de wetenschap, maar hun streven is religieus van aard. De rapporten van het IPCC mogen dan wel de inhoud zijn van hun activisme, de vorm ervan is die van het blinde geloof: de spijbelende scholieren willen van geen redenen weten, ze willen niet in debat gaan, ze willen niet nadenken. Ze willen alleen dat hun geloof in daden wordt omgezet. 

Etienne Vermeersch probeerde onvermoeibaar te bewijzen dat God niet bestond en werd daarvoor bijna heilig verklaard. De klimaatjongeren vechten tegen de opwarming van de aarde, met als enig resultaat dat ze zelf verhit raken en denken dat ze de wereld kunnen veranderen. Ouders, grootouders, leerkrachten, media en politici dragen hen op handen als waren ze verlossers, heilanden die de wereld komen redden. Die heiligenverering is zo potsierlijk dat de vraag rijst: wat is hier aan de hand? En waarom is het juist in Vlaanderen aan de hand? Waarom worden uitgerekend in ons land zowel atheïsme als klimaatkwestie tot een karikatuur, met overal missionarissen die het ware geloof prediken? Wat is het dat Vlaanderen onderscheidt van andere Europese landen? En wat hebben klimaat en atheïsme met elkaar gemeen? Of is het louter toeval dat Etiennne Vermeersch stierf op het moment dat in Vlaanderen de klimaatjongerenbeweging geboren werd? 

Er is alvast een verband tussen Etienne Vermeersch en Vlaanderen. De professor was niet alleen Vlaamsgezind (iets wat zorgvuldig verzwegen werd bij zijn canonisatie), zijn leven kon ook model kon staan voor het moderne Vlaanderen. Als jongeman was hij zo diepgelovig dat hij intrad bij de jezuïeten. Maar toen hij de wetenschap ontdekte, sloeg zijn geloof om in ongeloof en werd hij een strijdbaar atheïst. Eenzelfde parcours doorliep ook Vlaanderen in de 20ste eeuw. Ernest Claes en Felix Timmermans tonen ons de Vlaming nog als een simpele ziel met een kinderlijk geloof. Dat naïeve volksgeloof was het enige wat nog overbleef van de materiële en geestelijke rijkdom die Vlaanderen ooit bezat en die het in de loop der eeuwen was kwijtgeraakt. Maar toen verrees Vlaanderen uit het graf en werd opnieuw rijk en welvarend. Het had zijn geloof niet meer nodig en wierp het als ballast overboord. De kerken liepen leeg, niemand wilde nog priester worden en vandaag waagt geen enkele Vlaming het nog zijn geloof – mocht hij er een bezitten – openlijk te belijden. 

Zo gelovig als het oude Vlaanderen was, zo ongelovig is het nieuwe. Die omslag vond in heel Europa plaats, maar nergens was hij zo extreem als in Vlaanderen. Hier ging het in pakweg vijftig jaar van de grootste armoede naar de grootste rijkdom, van het kinderlijkste geloof naar het arrogantste ongeloof. Het was een enorme sprong: van de achterhoede die in de 19de eeuw het contact met de Europese beschaving dreigde te verliezen naar de avant-garde die in onze tijd vooruitloopt op die beschaving. Maar les extrêmes se touchent. Het nieuwe Vlaanderen zet zich zo hevig af tegen het oude Vlaanderen dat het er weer begint op te lijken. Zijn atheïsme is zo virulent dat het een religie is geworden, zijn kunst zo hedendaags dat ze een traditie is geworden. En vandaag herhaalt die geschiedenis zich met de Vlaamse klimaatbeweging. In een mum van tijd is ze uitgegroeid tot een kerk met priesters en misdienaars die het nieuwe geloof prediken en voorop lopen in de talloze processies.

De Nieuwe Kerk is minstens even machtig en strijdbaar als de oude. Ze dringt door in alle gebieden van het leven en heeft vele gezichten: de atheïstische kerk, de linkse kerk, de kunstkerk, de klimaatkerk … Allemaal hebben ze echter één ding gemeen: ze blijven het oude Vlaanderen bestrijden, ook al is het reeds lang verdwenen. Ja, het verketteren van het verleden lijkt de enige bestaansreden van het nieuwe geloof te zijn. Intellectueel en cultureel Vlaanderen is vandaag één groot atheïstisch, links, hedendaags en progressief blok. En toch blijven de Etienne Vermeerschen en Jan Hoets dezer wereld heldhaftig strijd leveren tegen het dreigende spookbeeld van een diepgelovig, rechts, traditionalistisch en conservatief Vlaanderen. Deze – als heiligen vereerde – drakenvechters zijn inmiddels dood, maar hun geest leeft verder. Vandaag staat hij weer op in de Vlaamse jeugd, die met hetzelfde religieuze vuur ten strijde trekt tegen een nieuw spookbeeld: de dreigende opwarming van de aarde.

Wat is er zo afschrikwekkend aan het oude Vlaanderen dat zelfs de herinnering eraan beschouwd wordt als een groot gevaar, als een draak waarvan de afgehakte koppen ieder moment weer kunnen aangroeien? Het antwoord vinden we in de leuze die tot voor kort op de voorpagina van De Standaard prijkte: AVV-VVK, Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus. Inmiddels is die leuze verdwenen en is de meest Vlaamsgezinde krant van het land de meest politiek-correcte krant geworden. Ook hier weer ging de omslag zeer snel en wordt vandaag hartstochtelijk bestreden wat gisteren nog hartstochtelijk verdedigd werd: het gelovige Vlaanderen dat Christus centraal stelt. Dat christendom is het spookbeeld dat de moderne Vlaming met ontzetting vervult, de draak waartegen hij verbeten vecht en waarvoor hij zich verenigd heeft in een nieuwe kerk. Opnieuw is dat iets wat in heel Europa, ja in heel de wereld gebeurt, maar nergens wordt zo hevig gestreden als in Vlaanderen. 

Wat is er met het Vlaamse christendom dat het de gemoederen zo hevig in beweging brengt? Het antwoord vinden we opnieuw in de oude leuze van de Vlaamse Beweging: AVV-VVK. Wat het christendom in Vlaanderen typeert, is zijn verbondenheid met de aarde, met de Vlaamse grond. Het mooiste voorbeeld is de Vlaamse schilderkunst, die even aards en zinnelijk is als innig en vroom. Nergens komt deze verbinding van geest en materie sprekender tot uitdrukking dan bij Rubens en Brouwer. De eerste vertegenwoordigt nog het oude, glorieuze Vlaanderen uit de Middeleeuwen, de laatste preludeert in zijn kroegtaferelen reeds op het ‘deplorabele’ Vlaanderen van de 19de eeuw. In de overgang van Rubens naar Brouwer zien we hoe het christendom in Vlaanderen steeds ‘esoterischer’ wordt, hoe het ondergronds gaat en zich terugtrekt in duistere diepten. Maar daar begint het op te lichten als de gouden glans op de tronies van Brouwer, als de kinderlijke onschuld van de personages van Claes en Timmermans.   

Meer dan enig ander land volgde Vlaanderen Christus in zijn verbinding met de aarde. Toen aan het eind van de 19de eeuw in de etherische wereld de ‘tweede kruisiging’ van Christus plaatsvond, werd Vlaanderen het Golgotha van Europa: het krepeerde van honger en ellende. De wonderbaarlijke verrijzenis die daarop volgde, kreeg een stem in de literatuur van Streuvels, Gezelle, Timmermans en Claes. Ze vond weerklank tot ver over de landsgrenzen heen. Al deze schrijvers hadden een zeer innige verbondenheid met de natuur gemeen. Wat bij Adriaen Brouwer ondergronds was gegaan – in piepkleine schilderijtjes die als zaadjes eeuwenlang verborgen bleven – kwam bij hen tevoorschijn als het eerste groen van een nieuwe lente. En wie lente zegt, zegt Christus, ‘hij die alles nieuw maakt’. Vandaag is er van die Vlaamse lente niks meer te merken, tenzij in negatieve zin: ze wordt heftig bestreden. De moderne Vlaming schaamt zich dood voor het kinderlijk-christelijke Vlaanderen van Claes, Timmermans en Gezelle.  

Vol walging spreekt hij vandaag over de ‘bruine onderstroom’ van het oude, conservatieve Vlaanderen, als was dat één grote riool vol racisme, fascisme, nazisme, antisemitisme, verzuring, haat, discriminatie enzovoort. En ja, de lente is inderdaad het seizoen waarin de mest van de winter over de velden wordt verspreid en er bijwijlen een doordringende stank hangt. Maar geen weldenkend mens zal daarom zijn neus ophalen voor de lente. Hij zal duidelijk onderscheid maken tussen het nieuwe leven en de oude mest, en hij zal ook begrijpen dat de afvalstoffen van de oude wereld de voedingsstoffen leveren voor de nieuwe wereld. Het komt niet in hem op de stank van het verleden te bestrijden omdat hij weet dat hij dan ook de toekomst in gevaar komt. Jan met de Pet, die het in het moderne Vlaanderen zo hard te verduren krijgt, is helemaal geen racist of fascist, wel integendeel. Maar door hem voortdurend te beschuldigen, wordt hij er wel een. Wie het ‘lagere’ fanatiek bestrijdt, vernietigt ook het ‘hogere’. 

De strijd tegen de draak is een oerbeeld dat heel sterk leeft in de ziel van de moderne mens. Het is een beeld van de lente, die één grote strijd is tegen de draak van de winter. Maar dit Michaëlische oerbeeld wordt niet begrepen, het werkt onbewust in de ziel van de mens, en wordt daardoor in zijn tegendeel gekeerd. De moderne mens ziet de draak niet als een geestelijk wezen dat ook in zijn eigen ziel leeft, maar als een materieel wezen, als een mens, een slechte mens, een drakenmens. Dit onbewuste naar buiten ‘projecteren’ en bevechten van de draak geeft de ‘drakenridder’ weliswaar het gevoel een goed mens te zijn, maar het herschept de wereld in één groot slagveld. Het enige voordeel van deze ‘materialisering’ is dat de draak zichtbaar wordt: ze wordt geprojecteerd op het grote scherm van de mensheid. Maar dan moeten we die kwaadaardige geest wel onderscheiden van de mens, anders bevechten we de lente – dat wil zeggen Christus – die probeert door te breken in de winterse ziel van de moderne mens. 

Wat heeft dit nu te maken met de klimaatkwestie? Volgens Rudolf Steiner beleven we vandaag de wederkomst van Christus, een wederkomst die, zoals de bijbel het uitdrukt, plaatsvindt ‘op de wolken’, dat wil zeggen in de etherische wereld. Wolken spelen een essentiële rol in het klimaat, ze bemiddelen tussen zon en aarde, en maken (menselijk) leven mogelijk. Ze maken deel uit van het etherische lichaam van de aarde, het lichaam waarin Christus momenteel doordringt. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om daarvan de gevolgen te zien: er is werkelijk iets aan de hand met het klimaat. Maar men moet wel (klimaat)wetenschapper zijn om die gevolgen louter materialistisch te duiden en CO2 als de grote boosdoener aan te wijzen. Het daaruit voortvloeiende klimaatactivisme is een zoveelste blinde strijd tegen de draak, een strijd die in werkelijkheid gericht is tegen Christus, die vandaag actief is in de etherische wereld van (onder meer) de wolken en het klimaat. 

Hoe tragisch deze strijd is, blijkt uit het feit dat hij vandaag gevoerd wordt door kinderen, bange, wanhopige en depressieve kinderen. Want dat is nog iets wat Greta Thunberg gemeen heeft met de Vlaamse klimaatjongeren. Nergens ligt het zelfmoordcijfer en het gebruik van anti-depressiva zo hoog als in Vlaanderen. De reden is duidelijk geworden uit het voorgaande: de Vlaamse jongeren verlangen wanhopig naar Christus, met wie ze door hun volksaard nauw verbonden zijn. Ze groeien echter op in een land dat Christus heftiger bevecht dan welk Europees volk ook, niet uit kwaadaardigheid maar uit gebrek aan bewustzijn, aan onderscheidingsvermogen. Vlaanderen raakte dat Michaëlische bewustzijn vierhonderd jaar geleden kwijt en iedere poging om het te herstellen wordt in de kiem gesmoord. Als gevolg daarvan is Vlaanderen bezig zichzelf – letterlijk en figuurlijk – te vernietigen. De klimaatbetogingen zijn in feite één grote, collectieve zelfmoordpoging van het kinderlijke, depressieve Vlaanderen dat geen kans krijgt om op te groeien. 

Advertenties

Brossen voor de bossen (6)

  

Het was een grote dag voor onze klimaatjongeren: Greta Thunberg kwam mee betogen! De persbelangstelling voor het boegbeeld van de spijbelbeweging was zo groot dat de politie moest ingrijpen. Zelf leek het meisje-met-de-vlechten niet onder de indruk. Ze is dan ook al een en ander gewoon. ’s Ochtends had ze al een toespraak gehouden voor de Europese Commissie, nadat ze eerder al sprak op de Internationale Klimaatconferentie in Katowice en het World Economic Forum in Davos. Ze gaf ook al TED-talks, werd geïnterviewd door CNN en verscheen op de cover van Time-magazine. De blitz-carrière van kleine Greta – een half jaar geleden begon ze in haar eentje met haar Skolstrejk for Klimatet en een paar maanden later was ze al wereldberoemd – doet nogal wat wenkbrauwen fronsen. Niet ten onrechte, want achter haar enorme succes zit een Zweedse pr-firma die meteen brood zag in het spijbelende meisje en intussen al heel wat geld verdiende aan de nieuwe Pipi Langkous.

Het kan ook niet anders dan dat er een zorgvuldige regie schuilgaat achter dit hedendaagse sprookje. Wie organiseert al die reizen van Greta Thunberg? Wie zorgt ervoor dat zij kan spreken op internationale conferenties? Wie regelt de afspraken met regeringsleiders? Wie betaalt haar verplaatsingen en hotelkosten? Het meisje – een kind nog – reist ook niet alleen. In Brussel was zij minstens vergezeld door haar vader. Moet die man niet werken? Of heeft hij van zijn dochter zijn beroep gemaakt? Eén ding is zeker: Greta Thunberg is een groep. Hoe groot die groep is, blijft vooralsnog onduidelijk. Ook Anuna De Wever, de Vlaamse Greta Thunberg, heeft mensen achter zich staan. Hoewel ze alles samen doet met Kyra Gantois, is het toch altijd Anuna die spreekt, Anuna die in beeld komt, Anuna die overlegt met politici en wetenschappers. Hoe komt dat? Ze heeft natuurlijk een leuker snoetje, maar ze heeft ook een activistische moeder die het klappen van de zweep kent. 

Dat betekent nog niet dat het klimaatspijbelen één groot complot is zoals Joke Schauvlieghe beweerde. Daarvoor is de beweging te groot en te stormachtig. Nee, Greta Thunberg heeft bij wijze van spreken olie aangeboord en die spuit nu overal hoog in de lucht. Hoe deskundig dat aanboren ook gebeurt, de olie was er vóór Greta begon te spijbelen, en ze bestaat uit veel meer dan alleen bezorgdheid voor het klimaat. Dat blijkt al uit het feit dat milieu en klimaat op één hoop worden gegooid. Maar ook deze twee kunnen de kracht en de omvang van de spijbelbeweging niet verklaren. Er zit meer achter, veel meer. Het spijbelen zelf geeft al een eerste aanwijzing. Al die tienduizenden scholieren zijn maar wat blij dat ze een dag niet op de schoolbanken hoeven te zitten, dat ze buiten op straat kunnen lopen en daar luidkeels hun stem laten horen. Die vrijheid is voor hen een ongekende sensatie. Ze kunnen even ontsnappen aan de kooi waarin ze van jongs af aan opgesloten zitten.

De moderne mens brengt zijn gehele jeugd door in kinderbewaarplaatsen, in kleuterscholen, in lagere scholen, in middelbare scholen. Ouders hebben trouwens geen tijd meer voor hun kinderen, want ze zitten zelf opgesloten, in hun werk, in de auto, in de file. En aan het eind van de rit wordt iedereen opgesloten in een bejaardentehuis. Het leven is een luxueuze gevangenis geworden, een gouden kooi. De mens leeft samengepropt in miljoenensteden vol wolkenkrabbers, auto’s, drukte, lawaai en fijn stof. Wil hij deze stenen woestijnen ontvluchten, dan stelt hij vast dat alle land opgekocht is, dat er bijna nergens nog een plekje te bemachtigen is. Boordevol rijkdom is de moderne wereld, maar toch leven mensen er als gevangenen, als slaven. Ze moeten steeds harder en steeds langer werken, en ze moeten steeds meer afstaan aan de staat die er al die gouden kooien mee bouwt. Het zijn trouwens niet alleen fysieke kooien, het zijn ook – en misschien zelfs vooral – geestelijke kooien.

Zelfs over zijn eigen gedachten heeft de mens vandaag geen zeggenschap meer. De tijd dat hij nog kon zeggen wat hij wilde, is voorbij. Hij moet heel erg op zijn woorden letten als hij niet wil uitgescholden, uitgestoten, gebroodroofd, gearresteerd of zelfs vermoord worden. ‘Durf te denken’ – met die slogan pakken zowel media als universiteiten uit. ‘Wij willen mensen opleiden tot kritische burgers’, heet het in onderwijsbrochures. Maar iedereen weet – of ondervindt algauw aan den lijve – dat het net omgekeerd is: wie het waagt zelf te denken, kan fluiten naar zijn punten, zijn diploma, zijn werk, zijn reputatie, zijn toekomst. Zelfstandig denken wordt in toenemende mate verboden. De klimaatkwestie is in dit verband onthullend. Scholieren die weigeren mee te gaan betogen – en zo te kennen geven er een andere mening op na te houden – worden streng gestraft. Ze worden voor hun medeleerlingen stilzwijgend te kijk gezet als misdadigers in de dop, als mensen die ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan’. 

De klimaatkwestie toont pijnlijk duidelijk aan dat het denkverbod vruchten afwerpt. Niemand stelt zich vragen bij de ‘wetenschappelijke consensus’. Niemand maakt onderscheid tussen milieu en klimaat. Niemand ziet er graten in dat ‘het systeem’ enthousiast meewerkt aan de protesten tegen het systeem: scholen organiseren spijbelbetogingen, media smoren iedere kritiek, regeringsleiders ontvangen de klimaatmeisjes, politici applaudisseren wanneer Greta Thunberg hen ‘de grootste schurken uit de geschiedenis’ noemt. Geen wonder dat ‘het systeem’ zo enthousiast is: de klimaatbetogingen zijn koren op zijn molen. De protesterende jongeren willen een overheid die krachtig ingrijpt, een staat die nog meer macht krijgt dan ze nu al heeft, een leider die hen leidt zodat ze kunnen volgen. Deze naïeve scholieren vormen de natte droom van iedere machthebber. Zolang ze niet zelf beginnen nadenken, bouwen ze mee aan de kooi waarin ze opgesloten worden. 

Het wordt de moderne mens niet alleen verboden om na te denken, hij heeft ook de tijd niet meer heeft om bij de dingen te blijven stilstaan. Voortdurend wordt hij opgejaagd. Van kindsbeen af moet hij meedraaien in de mallemolen, anders valt hij onherroepelijk uit de boot en is hij een loser voor het leven. De enige keuze die hij heeft is die tussen een slavenbestaan en een bestaan aan de zelfkant van de maatschappij. Jongeren worden steeds meer gewaar dat ze in de val zitten. Het is geen toeval dat Greta Thunberg ontwikkelingsgestoord is. Ze ziet eruit als een kind ofschoon ze reeds 16 is. Haar hele verschijning vertelt dat ze wil niet opgroeien: ze wil niet volwassen worden, ze wil niet gegrepen worden door het systeem. Anuna De Wever wil dan weer niet kiezen tussen jongen of meisje zijn. Ze schrikt terug voor de aardse lichamelijkheid die een mens tot keuzes dwingt. Beide meisjes deinzen ervoor terug op aarde te komen en dat roept bij ontelbare jongeren een onbewuste herkenning op. 

De klimaatkwestie heeft Greta Thunberg hardhandig geconfronteerd met de realiteit. De rapporten van het IPCC deden haar kinderlijke dromen omslaan in een nachtmerrie en ze viel in een diepe depressie. Alleen door te kiezen voor een radicaal klimaatactivisme, slaagde ze erin aan dit zwarte gat te ontsnappen. Ze beleeft nu de tijd van haar leven. Haar nachtmerrie is veranderd in een sprookje: Pipi Langkous redt de wereld. Maar de depressie loert nog altijd om de hoek. Wanneer Greta Thunberg ooit ontwaakt uit de droom zal ze dieper vallen dan ooit. De angst voor het zwarte gat drijft haar voort en zal haar waarschijnlijk tot een klimaatactiviste voor het leven maken. Maar die mengeling van angst en idealisme maakt haar ook tot een instrument in handen van de machthebbers. De depressie en wanhoop die vandaag op de bodem van iedere mensenziel sluimeren, vormen een enorm ‘oliereservoir’ dat een onuitputtelijke bron van brandstof is voor hun machtsstreven. 

De klimaatbetogingen zijn een collectieve angstaanval, een uitbarsting van wanhoop. Maar in plaats dat de ‘aangeboorde olie’ geraffineerd wordt door het rationele denken en aangewend voor concrete doeleinden, wordt ze gewoon in brand gestoken en vervuilt ze de atmosfeer met geestelijke broeikasgassen. Deze vervuiling zal alleen maar groter worden naarmate uitbarstingen toenemen. Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren als het hele klimaatspijbelen met een sisser afloopt? Nu reeds zit de klad in de zaak: de betogersaantallen dalen zienderogen. Afgezien van een harde kern die het klimaatactivisme tot levensdoel maakt, zullen de meesten het moe worden, de media zullen het moe worden, de bevolking zal het moe worden. Wat een ontgoocheling zal het niet zijn voor al die jonge mensen die dachten dat ze de wereld konden veranderen! Hoe bedrogen zullen ze zich niet voelen! In hun ziel zal het nog een stuk donkerder worden dan voorheen en meer dan ooit zullen ze de olie leveren voor degenen die de wereld in brand willen steken. 

Het enige wat deze vicieuze cirkel kan doorbreken, is het wakker worden voor de realiteit, het ontwaken uit de droom (of die nu een sprookje of een nachtmerrie is). Onbewust willen de jongeren dat ook. Achter hun bezorgdheid voor het klimaat gaat een diep verlangen schuil: het verlangen om op aarde te komen, het verlangen om te incarneren. Eeuwenlang hebben ze in de geestelijke wereld gewerkt aan hun huidige incarnatie. De aarde is het voorwerp van hun diepste geestelijk streven en het doembeeld dat er binnenkort misschien wel eens geen aarde meer zou kunnen zijn, schokt hen diep. Anders dan de volwassenen hebben de jongeren – en dan vooral de meisjes – nog iets bewaard van dat geestelijke (incarnatie)streven. Maar juist omdat het geen enkel aanknopingspunt vindt in het materialistische denken, kan het niet tot bloei komen. In plaats daarvan wordt het onderdrukt en samengeperst tot zwarte ziele-olie, tot brandstof voor de aardse machthebbers. 

Het drama dat zich vandaag voor onze ogen afspeelt, is een soort uitvergroting van de drempeloverschrijding die plaatsvindt wanneer de puberteit begint. De mens wordt nu ‘aarderijp’ zoals Rudolf Steiner het uitdrukt, hij is klaar om de geestelijke wereld achter zich te laten en echt op aarde te komen. Hoeveel moeite hem dat kost, wordt geïllustreerd door de soms vreselijke onhandigheid van de puber. Het is voor hem een grote stap om door te dringen tot in zijn ledematen en op die manier actief te worden in de wereld. Maar het gaat niet alleen om fysieke activiteit, de puberende mens ontwikkelt nu ook zijn oordeelsvermogen, hij dringt door tot in zijn hersenen. Ook dat kost hem veel moeite, want hij komt terecht in een kille, ‘dode’ wereld. Eigenlijk wordt de jonge mens nu opgesloten in zijn eigen lichaam, maar daar ontdekt hij geheel nieuwe manieren om zich te verbinden met de wereld: het denken en de liefde. Het probleem is dat hij deze manieren te vroeg ontdekt, dat hij te vroeg wordt opgesloten.

De moderne mens ontwaakt veel te vroeg uit de droom, hij begint veel te vroeg te denken. Greta Thunberg is daar een goed voorbeeld van. Op een leeftijd dat de mens moet spelen en dromen, leest zij de rapporten van het IPCC. De gevolgen laten niet op zich wachten: haar verstand ontwikkelt zich buitensporig, maar haar lichaam stopt met groeien, en haar hart raakt vervuld van angst. Op het moment dat ze dan moet beginnen puberen en zich verbinden met de aarde, blijkt ze een lichaam te hebben dat daar ongeschikt voor is, dat ‘gestoord’ werd in zijn ontwikkeling. Daar is ze zich niet bewust van, maar ze voelt het wel en het vervult haar met paniek. Ze projecteert haar angst op het klimaat, maar in wezen gaat het om iets veel diepers: het gaat om het machteloos gevangen zitten in de materie, om het onvermogen contact te maken met de geest van de aarde, waarvan ze diep van binnen weet dat hij haar enige redding is. 

Uit dit opgesloten zitten in een slecht ontwikkeld lichaam dat het de mens onmogelijk maakt om in verbinding te treden met de levende werkelijkheid, komt volgens Rudolf Steiner het grootst mogelijke onheil voort. De jonge mens die niet op aarde kan komen, zoekt een uitweg in sex en macht. Daarvan getuigen zowel de sexueel getinte slogans die de spijbelende scholieren meedragen als de drastische maatregelen – dat wil zeggen de machtsontplooiing – waar ze om roepen. De jongeren zoeken wanhopig een uitweg uit hun gevangenis, maar ze worden om de tuin geleid door materialistische wetenschappers en machtsbegerige politici. Als gevolg daarvan wordt hun vrijheidsstreven explosief en zelfvernietigend. Het enige wat hen kan helpen is een denken dat de natuur ziet als een levend wezen en niet als een mechanisme dat beschreven kan worden met cijfers, modellen en grafieken. Alleen met zo’n levend denken zullen ze weer contact kunnen maken met de natuur.  

De klimaatbetogingen zijn in feite één grote schreeuw om geesteswetenschap. Waar de puberende jongeren – en bij uitbreiding de hele moderne mensheid – behoefte aan hebben, meer dan aan wat ook, is een wetenschap van de geest die hen in staat stelt zich bevrijden uit hun gevangenis, of beter gezegd: die (in wezen natuurlijke) gevangenis om te vormen tot een menselijke wereld. Zonder de antroposofische wetenschap zal het (in wezen geestelijke) streven van de mens naar incarnatie hem er alleen maar toe brengen de wereld waar hij zo naar verlangt te vernietigen. Each man kills the thing he loves. Wat de klimaatjongeren op straat doet komen, is liefde, liefde voor de natuur, liefde voor de wereld waarin ze leven. Maar het is blinde liefde, die zonder het te beseffen het voorwerp van haar verlangen vernietigt en een instrument wordt in handen van de tegenmachten. De klimaatbetogingen maken pijnlijk duidelijk waar zo’n liefde zonder wijsheid toe leidt: tot het misbruiken van kinderen. 

Brossen voor de bossen (5)

  
 

De klimaatbeweging – met de spijbelende scholieren op kop – confronteert ons met een aantal fundamentele vragen. Om te beginnen de waarheidsvraag: is de aarde werkelijk gevaarlijk aan het opwarmen zoals de klimaatactivisten beweren en moeten er drastische maatregelen worden genomen, of schuilt het gevaar juist in dat alarmisme zoals de klimaatsceptici volhouden? Beide partijen klinken overtuigd en overtuigend, maar voor de leek is het onbegonnen werk om hun cijfers, tabellen en grafieken te controleren en te beoordelen. Hoe komen we er dus achter wie gelijk heeft? Het gemakkelijkst is natuurlijk om de meerderheid – de ‘wetenschappelijke consensus’ – te volgen en de kritische minderheid te negeren. Maar voor antroposofen ligt dat een beetje moeilijk want volgens de wetenschappelijke consensus is antroposofie onzin. En homeopathie boerenbedrog. Kinderen kun je dan weer niet genoeg vaccineren, ook daar bestaat een wetenschappelijke consensus over. Of is het een farmaceutische?

De moderne wetenschap is veel te materialistisch om als waarheidscriterium in aanmerking te komen. Wie de jongste ontwikkelingen een beetje volgt, krijgt bovendien de indruk dat een zeer onwetenschappelijke – om niet te zeggen anti-wetenschappelijke – geest zich meester gemaakt heeft van de academische wereld. Het geval James Watson doet alvast het ergste vermoeden. In die academische wereld – waar social justice belangrijker is dan waarheid – is de klimaatwetenschap groot geworden. Alleen al het feit dat ze voortdurend in de spotlights van de media staat, is voldoende om wantrouwig te worden. Ze heeft ook al haar Climategate beleefd waarbij allerlei onfrisse praktijken aan het licht kwamen. En het meest dubieuze is misschien nog wel dat ze één enkele schuldige aanwijst: CO2. Dat klinkt meer als een politiek-correcte praktijk dan als wetenschap. Reden genoeg dus om de bevindingen van de nieuwe consensus-wetenschap met een korreltje zout te nemen.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er niks aan de hand is met het klimaat en – vooral – het milieu. Er is heel veel aan de hand en op tal van gebieden dreigt de toestand rampzalig te worden. Denken we maar aan de toenemende droogtes en overstromingen, of aan de bijensterfte en het plasticprobleem. Er is meer dan genoeg om alarm over te slaan. Maar één ding is zeker: we kunnen al die problemen nooit het hoofd bieden als we ophouden met denken. En dat is wat we momenteel lijken te doen. Op gezag van twijfelachtige deskundigen en meegesleept door onbetrouwbare media eisen we drastische maatregelen van een leugenachtige overheid. Intussen zien we een cruciaal onderscheid – dat tussen klimaat en milieu – over het hoofd, met als gevolg dat de spijbelende scholieren hun goede wil aan het klimaat verspillen in plaats van op te komen voor realistischer milieudoelstellingen, zoals – om maar iets te noemen – het redden van de bijen. Als die uitsterven, is het ook met ons gedaan.

Een ander cruciaal onderscheid dat we over het hoofd zien, is dat tussen de waarheidsvraag en de doe-vraag. Wat moeten we doen? Als de aarde inderdaad opwarmt en het is inderdaad de schuld van de mens, dan moet de CO2-uitstoot naar beneden, zoveel is duidelijk. Maar hoe gaan we dat aan boord leggen? Hoe gaan we alle landen ter wereld ertoe brengen hun CO2-productie drastisch terug te schroeven? Want als alleen België het doet, zal het geen enkel verschil maken. Zelfs als heel Europa meedoet zal het nauwelijks iets veranderen. Amerika moet meedoen, en China, en Rusland, en India, want dat zijn de grootste ‘opwarmers’. Hoe gaan we al die grootmachten rond de tafel krijgen om een bindend akkoord te tekenen? En wie gaat toezien op de naleving van dat akkoord? Wat gebeurt er als een land het akkoord niet naleeft? Hoe gaan we het tot de orde roepen? Met een wereldtroepenmacht? Maar wacht eens even, behoren legers niet tot de grootste verbranders van fossiele brandstoffen …?

Anuna De Wever begint haar geduld te verliezen omdat ze al zes keer betoogd heeft en er is nog altijd niets veranderd. Het zou hilarisch zijn ware het niet zo pijnlijk. Bijna 18 is ze, maar ze kent het verschil niet tussen theorie en praktijk. Ze beschouwt de waarheidsvraag als opgelost en begrijpt niet waarom dat niet tot de oplossing van de doe-vraag leidt. Wie vertelt dit naïeve meisje dat een consensus in de wetenschap niet hetzelfde is als een consensus in de politiek? Wie maakt haar duidelijk dat de drastische maatregelen die ze eist de hele samenleving zullen treffen en dat die samenleving daar dus akkoord moet mee gaan? Of wil ze gewoon de democratie afschaffen? Wie legt haar het verschil uit tussen denken en doen? Niemand blijkbaar. Je vraagt je af wat kinderen vandaag nog op school leren. Maar wat wil je, met volwassenen die zelf het noorden kwijt zijn, die geen verschil meer zien tussen wetenschap en politiek, en die er geen graten in zien dat het onderwijs aan politiek doet en de politiek aan opvoeding. 

Het mag verontrustend zijn dat de aarde opwarmt, nog veel verontrustender is dat de mens opwarmt en er niet meer in slaagt het hoofd koel te houden. We juichen de scholieren toe in plaats van hen te wijzen op het onderscheid tussen klimaat en milieu. Of tussen wetenschap en politiek. Of tussen droom en werkelijkheid. Het is alsof de grenzen in ons bewustzijn vervagen en we langzaam in slaap vallen zonder het merken. Van jongeren kun je verwachten dat ze dromen zonder rekening te houden met de realiteit, maar als ook de volwassenen met hun hoofd in de wolken lopen, dan wordt het gevaarlijk. Het is alsof de moderne mens weer kind wordt met de kinderen en er stellig op rekent dat pappie en mammie alles weer in orde zullen brengen. Maar de ontwikkeling van het bewustzijn kan niet zomaar omgekeerd worden zonder de grootste ellende te veroorzaken. We kunnen niet meer terugkeren naar de tijd toen het volk nog droomde en alleen de koning wakker was. 

Het is een utopie te denken dat de opwarming van de aarde de mensheid ertoe zal brengen al haar geschillen bij te leggen en eensgezind te werken aan de redding van de aarde. Nog nooit was er zoveel onenigheid, nog nooit was de mensheid zo verdeeld, nog nooit was er zoveel wantrouwen en haat. De globalisering van de wereld maakt pas goed duidelijk hoe groot de verschillen zijn, hoe onverzoenlijk de tegenstellingen. Er dreigt een nieuwe Koude Oorlog, dit keer tussen Amerika en China. Er is de jihad van de moslims tegen de ongelovigen. Er zijn de rassenconflicten. Er is de kloof tussen links en rechts. Er is de groeiende animositeit tussen de geslachten. We leven in een wereld waar iedere gemeenschappelijkheid tussen mensen ontkend wordt, waar zelfs gesproken wordt van ‘wit denken’ en ‘feministische wetenschappen’. En in die versplinterde wereld zou binnen de tien jaar een universele eensgezindheid ontstaan? Geen mens die dat gelooft!

En toch. Op het moment dat overal ter wereld de spanningen hoog oplopen, gelooft de moderne mens meer dan ooit dat Alle Menschen Brüder kunnen worden. Hij droomt van een universele broederschap zonder zich iets aan te trekken van de realiteit. Maar juist doordat hij de ogen sluit voor de werkelijkheid verwordt zijn ideaal tot een machtsfantasie. De klimaatbetogers dromen niet van een wereldwijde samenwerking tussen vrije geesten, ze dromen van een sterk gezag dat drastische maatregelen neemt, de schuldigen hard aanpakt en andersdenkenden het zwijgen oplegt. Dat is waar de scholieren om roepen, dat is wat de klimaatbeweging eist. Dat is tussen haakjes ook waar moslimterroristen van dromen: dat ongelovigen de mond worden gesnoerd, dat de hele wereld zich bekeert tot de islam en dat de mensheid uit louter ‘broeders en zusters’ bestaat. Het is geen toeval dat uitgerekend de groene partijen de grootste toegeeflijkheid aan de dag leggen ten aanzien van het islamitische machtsstreven. 

Idealisme en machtsstreven, het is een zoveelste onderscheid dat niet gemaakt wordt. Wat maakt de moderne mens tot zo’n onverbeterlijke dromer? Waarom blijft hij onverminderd in utopieën geloven, ook al hebben ze in de vorige eeuw de wereld tot een hel gemaakt? Waarom wil hij maar niet wakker worden? Misschien vinden we een antwoord op die vraag als we de aandacht richten op een ander onderscheid. Het kan niemand ontgaan zijn dat spijbelende scholieren bezield en geleid worden door louter meisjes: Greta Thunberg, Anuna De Wever, Kyra Gantois, Stella Van de Velde, Hanne De Guytenaer, enzovoort. Jongens komen er niet aan te pas. Ze lopen wel mee in de betogingen, maar dat is dan ook alles wat ze doen: meelopen. Ook de reacties op de betogingen zijn vrouwelijk, om niet te zeggen moederlijk: vol empathie, warme steun en aanmoediging. De ‘stoute kindertjes’ worden in bescherming genomen tegen de strenge ‘vaderlijke’ kritiek. Die wordt afgedaan als een teken van verzuring, een aanslag op het zuivere idealisme van de jeugd.

De scholierenbetogingen weerspiegelen de machtsverhoudingen in het lager en middelbaar onderwijs. Dat is de laatste 50 jaar nagenoeg compleet ‘vervrouwelijkt’: mannelijke leerkrachten zijn bijna niet meer te vinden. Soms is de klusjesman nog de enige man die in een school werkzaam is. Dit fenomeen beperkt zich overigens niet alleen tot het onderwijs: vrouwen zijn op alle gebieden aan een opmars bezig. De hele moderne wereld is in snel tempo aan het ‘vervrouwelijken’. Na duizenden jaren van patriarchaat, vrouwenonderdrukking en mannelijk geweld (onder meer tegen moeder Natuur) is dat een begrijpelijke en zelfs noodzakelijke reactie. Maar deze inhaalbeweging gaat gepaard met zoveel agressie en wraakzucht dat ook hier het ideaal – de gelijkheid van man en vrouw – nauwelijks nog te onderscheiden valt van het machtsstreven. Sinds de metoo-beweging is de jacht op mannen geopend en spreekt men van ‘toxische mannelijkheid’ alsof mannelijkheid een vergif is waarvan de wereld gezuiverd moet worden. 

Mannen zijn inderdaad verantwoordelijk voor bijna alle geweld dat de wereld ooit getroffen heeft. De klimaatbeweging is een strijd tegen één van de gevolgen van dit mannelijk geweld. In groene kringen leeft deze anti-mannelijkheid heel sterk: men is het er roerend over eens dat de aarde beter af zou zijn zonder de mens. Ten aanzien van de natuur is de mens wat de man is ten aanzien van de vrouw: een afwijking, een afsplitsing, een kind dat zich tegen zijn moeder keert. Mannelijkheid is synoniem met dualisme, verdeeldheid, onenigheid, wrijving, botsing, geweld. Vandaar ook dat sommige feministen ervoor pleiten om het voortaan zonder mannen te doen: de wereld kan er alleen maar beter van worden. Vandaar ook dat groene jongens proberen de natuur ‘in zijn oorspronkelijke staat te herstellen’. Vandaar ook dat links probeert om rechts uit te schakelen (want links is vrouwelijk en rechts is mannelijk). De ‘vervrouwelijking’ van de moderne wereld blijkt in hoge mate een ont-mannelijking te zijn.

Dat is opnieuw een reactionaire beweging, een poging om de ontwikkeling om te keren, want die gaat van vrouwelijk naar mannelijk. Ieder mens is oorspronkelijk vrouwelijk, pas in de loop van zijn ontwikkeling treedt de scheiding der geslachten op. Aan deze ‘vermannelijking’ van de mens hebben we onze vrijheid te danken en ook ons vermogen om lief te hebben. We betalen er wel een zware prijs voor, maar op de een of andere manier bezit ‘het mannelijke’ het vermogen om zijn eigen gewelddadigheid te overwinnen, iets wat van moeder Natuur niet kan gezegd worden. De vrije samenleving – waarin fysiek geweld vervangen is door de botsing van ideeën – is een ‘mannelijke’ prestatie. Deze choc des idées is nog altijd een vorm van geweld, maar het is toch al een enorme stap vooruit, een stap die de hele wereld ons benijdt. Maar de vervrouwelijking – of beter ontmannelijking – van de moderne samenleving dreigt deze stap weer ongedaan te maken. 

De klimaatbeweging wijst ideëel geweld af: ze weigert het debat, beschouwt andersdenkenden als halve misdadigers. Dat veroorzaakt een roes van eensgezindheid en solidariteit waarop echter vroeg of laat de kater zal volgen. Tijdens een klimaatconferentie in Brussel werd premier Michel onderbroken door activisten van Extinction Rebellion die schreeuwend eisten dat de noodtoestand werd afgekondigd. Dat is nog een stap verder dan de drastische maatregelen waar de scholieren om vragen. Het is een pleidooi om de democratie af te schaffen. Geen wonder dat Michel stond te glunderen: het is de natte droom van iedere machthebber dat de bevolking hem volmachten geeft. Hoe kinderlijk naïef is het niet om te geloven dat deze volmachten niet misbruikt zullen worden, dat ze de bevolking ten goede zullen komen, dat ze de wereld zullen redden. Dergelijk geloof is gewoon zelfvernietigend gedrag. In de ‘vervrouwelijking’ van de wereld is een kwaadaardige geest geslopen die van de utopische dromen apocalyptische nachtmerries wil maken. 

Gisteren was Greta Thunberg in Brussel, het autistische meisje dat dankzij haar klimaatactivisme uit een diepe depressie kroop. Men mag er niet aan denken in welke depressie ze terecht zal komen als haar dromen niet blijken uit te komen. De betogersaantallen lopen zichtbaar terug. Sommige scholieren gaan reeds betogen uit protest tegen het feit dat ze verplicht worden om te gaan betogen. Sommige scholen beschouwen het als spijbelen als leerlingen niet willen spijbelen. Het begint stilaan lachwekkend te worden en hopelijk komt er vlug een eind aan deze klimaatwaanzin. Wat we meemaken is een soort massale black out, een collectieve bewustzijnsverdoving bij het blanke, intellectuele, welgestelde deel van de bevolking. Dat is veel verontrustender dan de opwarming van de aarde. Rudolf Steiner wees honderd jaar geleden reeds op het gevaar van dit ‘slaapwandelen’ en steeds weer maande hij ons aan om wakker te blijven. We moeten ons niet verzetten tegen het kwaad, zei hij, we moeten het doorzien.

Brossen voor de bossen (2)

  

Eén van de grootste slachtoffers van de opwarming van de aarde is ongetwijfeld onze tegenwoordigheid van geest. We slagen er niet meer in het hoofd koel te houden. Ons onderscheidingsvermogen laat ons in de steek en we gooien alles op één hoop. Wetenschap en politiek bijvoorbeeld. Als we onderscheid maakten tussen die twee zou de klimaatbeweging nooit zo’n afmetingen aannemen. Al die brossers voor de bossen, al die volwassenen die hen steunen en toejuichen: ze denken in naam van de wetenschap te handelen, maar in werkelijkheid doen ze aan politiek, het soort politiek dat roept om een ‘sterke man’. Zou het toeval zijn dat de spijbelende scholieren worden aangevoerd door meisjes, en dat er op de klimaatbetogingen opvallend veel meisjes meelopen met sexueel getinte slogans in de stijl van ‘fuck me and not mother earth‘? Of is dat een vraag waarmee je aan de verkeerde kant van de geschiedenis terechtkomt?

Een minstens even belangrijk onderscheid is dat tussen klimaat en milieu. De scholieren komen op straat om te protesteren tegen de opwarming van de aarde. Wat hen doet spijbelen is niet de vervuiling van het milieu, anders zouden ze het al veel vroeger gedaan hebben, want milieuvervuiling was er al lang vóór ze geboren werden. Nee, wat hen de straat op jaagt, is het klimaat en niet het milieu. Als ze dat onderscheid maakten, zouden ze de zinloosheid van hun betogingen inzien, want de maatregelen die ze eisen zullen niks veranderen aan de opwarming van de aarde. België is daarvoor veel te klein. Het klimaat is een wereldaangelegenheid en op wereldschaal stelt de CO2-uitstoot van België drie keer niks voor. Zelfs de uitstoot van Europa is verwaarloosbaar vergeleken met die van landen als Amerika, Rusland, China en India. De kans dat zij zich iets zullen aantrekken van de Belgische scholieren is nihil, ook al hebben deze laatsten nu de steun gekregen van Leonardo di Caprio, ongetwijfeld tot vreugde van de meisjes. 

Belgische klimaatmaatregelen zullen niks veranderen aan de opwarming van de aarde, maar ze zullen wel gevolgen hebben. Zo zullen er nog meer windmolens neergepoot worden in het toch al danig verminkte Vlaamse landschap. Het milieu zal met andere woorden moeten boeten voor het klimaat. Ook de economie zal boeten. De klimaatmaatregelen zullen nog meer bedrijven naar het buitenland jagen en wie blijft zal het steeds moeilijker krijgen, want de CO2-eisen zijn bijzonder drastisch. Ook de belastingbetaler zal de dupe worden van deze zinloze maatregelen, en er zal moeten bespaard worden in de sociale en de culturele sector, om die twee maar te noemen. Het leven zal een stuk duurder worden, en niet Greta Thunberg en Anuna De Wever zullen daar het slachtoffer van worden, maar de jongeren die achter hen aanlopen en wier ouders niet zo welgesteld zijn. En dat zou allemaal vermeden kunnen worden als er onderscheid gemaakt werd tussen klimaat en milieu.

Voor het natuurlijke klimaat zullen de scholierenbetogingen geen gevolgen hebben, voor het geestelijke klimaat des te meer. De gemoederen zullen verhit raken, het onderwijs gepolitiseerd. Nu reeds worden leerlingen opgedeeld in brossers en blijvers. De brossers staan aan de goede – want linkse – kant van de geschiedenis en kunnen derhalve rekenen op de sympathie van media en leerkrachten. Wie spijbelt riskeert dus niet veel. Maar hoe zit het met de blijvers, degenen die niet willen of mogen gaan betogen en derhalve aan de verkeerde kant van de geschiedenis heten te staan? In één school werden ze alvast verplicht het hele schoolgebouw op te ruimen en lessen ‘klimaatbewustwording’ te volgen. Ze werden met andere woorden gestraft en de schooldirectie probeerde hen weer op het goede – linkse – pad te krijgen. Zou dat wellicht mee het succes van de betogingen verklaren? Zijn veel leerlingen bang om als rechts gebrandmerkt te worden als ze niet mee gaan betogen? 

In het huidige geestelijke klimaat is dat verre van denkbeeldig. Onlangs nog haalde een steinerschool het nieuws omdat de leerkrachten er een leerling geweigerd hadden. Reden: zijn vader was lid van een rechtse partij. Als zelfs in steinerscholen pedagogische principes moeten wijken voor politiek, hoe groot moet de druk dan niet zijn in gewone scholen? Ik heb het zelf meegemaakt dat leerkrachten de leerlingen voor hun (politiek-culturele) kar wilden spannen. Lang niet alle ouders waren het daarmee eens, maar niemand durfde zijn mond opendoen uit schrik dat zijn kind daar de dupe zou van worden. Ik was de enige die protesteerde en dat werd me niet in dank afgenomen. Het eindigde er zelfs mee dat de kinderen – die in mijn ogen misbruikt werden – zich tegen mij keerden. Dat is intussen 15 jaar geleden. Men moet niet vragen in welke mate onderwijs en politiek vandaag vermengd zijn geraakt. Het is niet overdreven te stellen dat scholieren op school politiek geïndoctrineerd worden. 

Hoe valt bijvoorbeeld te verklaren dat een eenvoudig onderscheid zoals dat tussen klimaat en milieu niet boven water komt? Je hoeft de rapporten van het IPCC niet gelezen te hebben om te begrijpen dat geen enkele Belgische (of zelfs Europese) maatregel enig gewicht in de klimaatschaal zal werpen. Zelfs een 15-jarige kan tot die conclusie komen. Slaagt hij daar niet in – wat niet te verwonderen valt met alle politieke propaganda waaraan hij blootstaat – dan is het de morele plicht van zijn opvoeders om hem te helpen dat cruciale onderscheid te maken. Maar dat doen ze niet. Ze doen het omgekeerde: ze prijzen de jongeren. Ze laten hen in de waan dat ze iets zinvols doen, dat ze zich ‘verzetten tegen het systeem’, dat ze bezig zijn de wereld te redden. Ze doen niets om orde te scheppen in het verwarde denken van de jeugd. Verre van onderscheid te maken tussen onderwijs en politiek (en tussen milieu en klimaat)  roeren ze beide nog wat meer door elkaar, tot uit dat heksenbrouwsel de roep om een sterke man opborrelt.       

Eigenlijk verdienen al die ‘opvoeders’ een molensteen om de nek voor wat ze de kinderen aandoen. Ze misleiden hen, ze misbruiken hen, ze laten hen in de steek. Tegelijk geldt ook dat andere bijbelwoord: vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen. Al die ouders, al die onderwijsmensen, al die scholieren: ze zijn van goede wil. Ze streven de prachtigste idealen na: vrijheid, gelijkheid, solidariteit, verdraagzaamheid, mensenliefde. In feite is er nog nooit zo’n idealistische, welwillende generatie geweest als de huidige. Maar er is ook nog nooit zo’n angstige, verwarde en verwende generatie geweest. Het ontbreekt haar in hoge mate aan tegenwoordigheid van geest, aan realiteitszin en onderscheidingsvermogen. Wat jonge mensen vandaag het meest ontberen is helder denken. Waarom krijgen ze dat niet meer van de volwassenen? Waarom leren ze dat niet meer op school? Het antwoord op die vraag wordt duidelijk zodra we onderscheid maken tussen klimaat en milieu. 

Als de scholieren inzagen dat het geen zin heeft om van de overheid klimaatmaatregelen te eisen, zouden ze wel twee keer nadenken voor ze massaal de straat op trokken. In combinatie met wat lessen geschiedenis zouden ze misschien zelfs inzien hoe gevaarlijk dat massale roepen om sterke leiders en drastische maatregelen is. Maar het meest verhelderend zou de confrontatie met de werkelijkheid zijn. Zowel de jongeren als de volwassenen zouden begrijpen dat ze aan de opwarming van de aarde niets kunnen doen en dat ze derhalve machteloos staan. Dat zou een grote schok zijn, want de moderne mens gelooft meer dan ooit in de maakbaarheid van mens en wereld. Diep van binnen voelt hij die schok reeds, want iedereen beseft dat we vandaag te maken hebben met krachten die de mens ver te boven gaan. Daarom komen de scholieren ook op straat, daarom begint iedereen te roepen en te schreeuwen, daarom wordt er niet helder meer nagedacht: omdat we ons zo machteloos voelen.

Maar er is nog een andere realiteit waarmee we geconfronteerd worden wanneer we blijven nadenken, en dat is onze eigen natuur. Door klimaat en milieu te onderscheiden, gaan we beseffen dat we aan het eerste niks kunnen doen maar aan het tweede juist heel veel. Als we met z’n allen besloten om geen lange en onnodige vliegreizen meer te ondernemen, dan zou dat het milieu zeker ten goede komen. Als we minder vlees gingen eten en meer biologische groenten, dan zouden we waarschijnlijk het nieuws niet halen, maar het zou wel een impact hebben op het milieu. Voorwaarde zou natuurlijk zijn dat iedereen meedeed en – vooral – dat iedereen het volhield. En daar wringt het schoentje. Zodra we ons realiseren wat we wel en niet kunnen doen, wordt ook duidelijk hoe moeilijk het is om onszelf te veranderen. Betogen is gemakkelijk, zeker als je tegelijk kunt spijbelen en ook nog eens op televisie komt. Maar al die leuke uitstapjes per vliegtuig schrappen en geen steak au poivre meer eten, dat doet pijn!  

Eén ding is zeker: onderscheid maken tussen klimaat en milieu zou een geweldig opvoedkundig effect hebben. Het zou de scholieren doen nadenken en een bewustwordingsproces in gang zetten dat het jeugdige idealisme in betere banen zou leiden dan nu het geval is. In plaats van te gaan betogen voor het klimaat (en niks te bereiken) zouden de jongeren kunnen gaan betogen om een wekelijkse milieudag te eisen. Ze zouden dan de school kunnen opruimen, of de natuur in trekken en daar alle blikjes verzamelen die hun leeftijdsgenoten in de bermen achterlaten. Dat zou pas een pedagogisch verantwoorde actie zijn! Op die milieudag zouden ze ook kunnen gaan werken op een boerderij en daar van dichtbij de natuur leren kennen waar ze zo bezorgd om (beweren te) zijn. De klimaatkwestie is met andere woorden een uitgelezen gelegenheid om aan opvoeding te doen, om de jeugd te leren nadenken en hen te confronteren met de werkelijkheid. Maar dat gebeurt dus niet.

Het onderscheid tussen klimaat en milieu – hoe voor de hand liggend ook – komt vrijwel nergens ter sprake, alsof er een soort complot bestaat om het niet tot ons bewustzijn toe te laten. Een bewust complot zal dat waarschijnlijk niet zijn – laat het ons hopen – maar in ons onderbewustzijn moet toch iets werkzaam zijn dat ons denken gijzelt en het belet dat cruciale onderscheid te maken. Het is niet eens zo moeilijk om te bedenken wat dat ‘hersenverlammende’ zou kunnen zijn. Wat de scholieren op straat doet komen, wat iedereen voor hen doet juichen, wat een soort massa-euforie teweegbrengt, is niets anders dan angst, angst die gevoed wordt door de onheilsberichten die de klimaatwetenschappers voortdurend de wereld in sturen, door de apocalyptische voorspellingen waarmee ze iedereen de stuipen op het lijf jagen. Want als we hen mogen geloven, dan komt er een enorme wereldramp op ons af. Wordt er niet drastisch ingegrepen, dan halen we waarschijnlijk het einde van de eeuw niet.

Achter al dat klimaatenthousiasme verbergt zich het grimmige gezicht van de doodsangst. Het overlevingsinstinct neemt het over, er wordt niet meer nagedacht, er moet gehandeld worden, en snel, anders is het te laat. De klimaatwetenschappers hebben een schier onuitputtelijk reservoir aangeboord, want er zijn redenen genoeg om angstig te zijn. Als we alle wereldproblemen eens op een rijtje zetten – klimaatopwarming, overbevolking, milieuvervuiling, nucleaire dreiging, robotisering, migratie, islamisering, dekolonisering, communisme (‘laat honderd bloemen bloeien’, ‘de grote sprong voorwaarts’, deze slogans worden letterlijk gebruikt in verband met het klimaat), ziekten, ontwikkelingsstoornissen, culturele decadentie, geestelijke armoede, materialisme enzovoort – dan wordt duidelijk dat we ‘aan de rand van het graf’ staan, zoals Rudolf Steiner het uitdrukte. We worden geconfronteerd met een ramp van de ordegrootte van de ondergang van Atlantis, want niemand weet hoe we hier nog uit moeten raken.

De wereldsituatie is explosief. Er zijn tientallen problemen die ieder moment kunnen ‘exploderen’. Als zij een kettingreactie veroorzaken, dan is het inderdaad met ons afgelopen. Dat weten we, bewust of onbewust. Daarom vinden de waarschuwingen van de klimaatwetenschappers zo’n massale weerklank: onze onderdrukte angsten krijgen een gezicht. Eindelijk zien we het monster dat ons al zolang kwelt zonder dat we het beseffen. Tenminste, dat denken we, want tegelijk menen we ook Michaël te zien verschijnen in de vorm van een jong meisje, een moderne Jeanne d’ Arc. En we juichen, want nu weten we eindelijk wat we kunnen doen om de wereld te redden: onder leiding van Greta Thunberg moeten we met z’n allen ten strijde trekken tegen de grote boosdoener, CO2. Het zou lachwekkend zijn, ware het niet zo tragisch, want we lopen met open ogen in de val. In ons verlangen naar redding en verlossing effenen we het pad voor een Sterke Wereldleider die alle problemen op zal lossen. 

Diep van binnen weten we dat zo’n wereldleider onze enige redding is. Alleen door ons onder zijn gezag te plaatsen kunnen we een oplossing vinden voor de enorme problemen waarmee we geconfronteerd worden. Wat we echter niet weten, is dat we die Wereldleider niet in de materie maar in de geest moeten zoeken. Het onbewuste vermengen van (de wedergekomen) Christus en (de incarnerende) Ahriman is juist het ergste wat ons kan overkomen. Niets is daarom belangrijker dan onderscheid te maken tussen deze tegengestelde sferen, tussen deze twee tegengestelde wezens. Doen we dat niet – gedreven door angst en het verlangen naar verlossing uit deze nachtmerrie – dan leveren we de kinderen (en onze toekomst) over in handen van het monster, dan laten we hen – zingend en juichend – meevoeren door de moderne rattenvanger van Hamelen. En dat is een vervaarlijke tegenstander, want wee degene die zich tegen hem verzet! Hij haalt zich de woede van de kinderen op de hals …

Brossen voor de bossen

  

Toen ik bovenstaande foto voor het eerst zag, moest ik lachen. Die man in de cirkel: dat had ik kunnen zijn! Niet dat ik er zo zeker van ben dat ik nooit met de nazi’s zou meegeheuld hebben – zoiets is gemakkelijk gezegd – maar het is me al meer dan eens overkomen dat ik in een menigte enthousiast juichende en applaudisserende mensen de enige was die weigerde mee te doen. Het is zelfs een beetje the story of my life. Vandaag is het weer zover. Tienduizenden scholieren betogen in Brussel ‘voor het klimaat’. Ze worden uitbundig geprezen door ouders, leerkrachten, schooldirecties, media, opiniemakers, ambtenaren, vakbonden, politici, ja zelfs door de koning. En weer lijk ik de enige te zijn die weigert mee te juichen. Mijn dissidentie heeft niets te maken met het feit dat de scholieren spijbelen, wel integendeel. Brosten ze maar omdat de school hen de keel uithangt, dan zou ik van harte applaudisseren. Ze doen het echter ‘voor het goede doel’ en dat geeft me een slecht gevoel. 

Ik zou het mezelf beslist gemakkelijker maken als ik dat gevoel negeerde, want je haalt je wat op de hals als je weigert mee te juichen. Dat was vroeger ook al het geval, en het is er zeker niet op gebeterd. Mensen horen het in Keulen donderen als ik zeg dat die betogende scholieren mij een slecht gevoel bezorgen. Ben ik misschien op mijn kop gevallen? Wat is er mis met jongeren die zich zorgen maken over hun toekomst en zich engageren om de planeet te redden? Ze verdienen juist onze bewondering! Ben ik weer een van die klimaatnegationisten die het meent beter te weten dan de wetenschap? Kan het mij dan niks schelen welke wereld ik achterlaat voor mijn kinderen en kleinkinderen? Ga maar vrolijk verder met het milieu te vernietigen, roepen ze me toe, de anderen zullen je rotzooi wel opruimen! Als ik mij probeer te verdedigen, verliezen ze helemaal hun geduld en weigeren nog langer met me te spreken. Aan zo’n verzuurde ouwe zak willen ze geen energie meer verspillen. 

Alleen al om die reden geven de spijbelende scholieren, ja geeft de hele klimaatbeweging, me een slecht gevoel: deze schreeuwende mensen verdelen de wereld – weer eens – in good guys en bad guys, in mensen die aan de juiste kant van de geschiedenis staan en mensen die aan de verkeerde kant staan. Klimaatactivisten en -sympathisanten zijn er meer dan ooit van overtuigd aan de goede kant te staan en daardoor menen ze het recht te hebben de slechteriken aan de andere kant hard aan te pakken. Wie vragen heeft bij de onheilsberichten die klimaatwetenschappers onophoudelijk de wereld insturen, wordt ervan beschuldigd een ‘klimaatnegationist’ te zijn. Dat is erger dan een holocaustontkenner, want het gaat nu om het voortbestaan van de hele mensheid. Er gaan dan ook stemmen op om deze ‘misdadigers’ achter de tralies te gooien. Zover is het gelukkig nog niet, maar als de temperatuur blijft stijgen – in de natuur of onder de betogers – dan zal het er vroeg of laat van komen. 

Wie de geschiedenis van de 20ste eeuw een beetje kent, schudt het hoofd en denkt: daar gaan we weer! Opnieuw trekken dichte drommen door de straten, roepend om een overheid die drastische maatregelen moet nemen. Opnieuw stellen ze – na jarenlange blootstelling aan propaganda – al hun hoop op sterke leiders die ‘hun verantwoordelijkheid nemen’, die met de vuist op tafel slaan en roepen: ‘het moet nu eens afgelopen zijn met die opwarming van de aarde!’ Opnieuw sluiten ze iedereen die het niet met hen eens is op achter prikkeldraad, sociale prikkeldraad weliswaar, maar prikkeldraad niettemin. Opnieuw is er geen tijd meer voor discussie en debat, want er moet gehandeld worden, ons leven is in gevaar! Opnieuw moeten denkers en critici zwijgen, want ze brengen het voortbestaan van de planeet in het gedrang. Er staat met andere woorden nog (veel) meer op het spel dan in de 20ste eeuw, en wat toen zo grandioos is mislukt is, moet nu lukken, anders halen we het einde van de eeuw niet.

Nu ook de kinderen zich in de strijd hebben geworpen, is de klimaatbeweging incontournable geworden. Haar nieuwe gezicht is een Zweeds meisje, Greta Thunberg. Op een dag besloot ze te gaan spijbelen voor het klimaat: Skolstrejk för Klimatet. Haar ouders vonden het fantastisch, haar school vond het fantastisch, de media vonden het fantastisch en drie maanden later was het meisje-met-de-vlechten wereldberoemd: ze kwam overal op televisie, ze sprak de Verenigde Naties toe, ze was de eregast op het Wereld Economisch Forum. Het leek wel een verhaal van Astrid Lindgren: Pipi Langkous redt de wereld. De grote mensen juichten haar toe, alsof ze gewacht hadden op deze nieuwe Jeanne d’ Arc om in actie te schieten, alsof de hemel zelf hen een helpende hand reikte. Overal wekte kleine Greta liefde en bewondering. Je moest echt wel een harteloze cynicus zijn om niet ontroerd te worden door zoveel kinderlijke onschuld, door zoveel jeugdige moed.

Merkwaardig hoe sterk volwassenen in sprookjes geloven. Pipi Langkous die de wereld komt redden en vloeiend Engels spreekt? Een autistisch meisje dat optreedt voor grote menigten? Een scholier die spijbelt en in plaats van straf applaus krijgt? Wat is er gebeurd met de veelgeroemde rationaliteit van de moderne mens? Laat hij zich zomaar inpakken door deze Hollywoodbeelden? Stelt hij zich geen vragen bij dit mediaspektakel? Fronst hij de wenkbrauwen niet als hij dit ‘onschuldige kind’ hoort zeggen dat we moeten panikeren, dat we drastische maatregelen moeten nemen, dat we de schuldigen moeten opsporen? Is er dan niemand die zich afvraagt: wie spreekt hier eigenlijk? Is dat kleine Greta of zijn het de volwassenen die haar omringen, en die blij zijn een kind als spreekbuis te hebben: de glunderende ouders, de trotse leerkrachten, de solidaire schooldirecties, de enthousiaste media, de applaudisserende politici? Krijgt niemand een vieze smaak in de mond van deze vermenging van kinderlijke onschuld en volwassen politiek?  

Valt het niemand op dat deze Pipi Langkous precies hetzelfde zegt wat de politiek correcten al jaren zeggen? Ziet niemand dat zij gewoon de volgende stap is in het opruien van de massa’s, het roepen om een sterke leider, het opdelen van de mensheid in schuldigen en onschuldigen, het eisen van drastische maatregelen tegen die schuldigen, het afschaffen van het debat? Komt niemand op de gedachte dat dit meisje wordt gebruikt, dat kinderen hier als politiek wapen worden ingezet? Is de moderne mens dan werkelijk zo naïef en wereldvreemd geworden dat hij gelooft dat de remedie die in de 20ste eeuw keer op keer (veel) erger is gebleken dan de kwaal dit keer wel voor genezing zal zorgen, gewoon omdat de kinderen meedoen? Begrijpt hij dan niet dat kinderen altijd meedoen, dat zij loyaal zijn aan hun opvoeders, ook al misleiden die hen? Is hij dan zelf zo kinderlijk en goedgelovig geworden dat hij loyaal blijft aan zijn politiek correcte ‘opvoeders’, ook al misbruiken ze hem in naam van het goede doel?

Wie zijn trouwens die ‘opvoeders’ waarin de moderne mens zo’n grenzeloos vertrouwen stelt dat hij bereid is zijn lot in hun handen te leggen? Daar kan sinds de klimaatbeweging geen twijfel meer over bestaan: het zijn de wetenschappers. Zij zijn het die zeggen dat de planeet in gevaar is, dat de overheid moet ingrijpen, dat er dringend maatregelen moeten komen. Zonder wetenschappers geen klimaatbeweging, geen Greta Thunberg, geen spijbelende scholieren, geen gejuich op alle banken. De wetenschap vertegenwoordigt het grootste gezag van onze tijd, ja het grootste gezag aller tijden. Dankzij die wetenschap hebben we eindelijk de waarheid ontdekt. Dankzij de wetenschap hebben we alle leugens uit het verleden ontmaskerd. We voelen ons dan ook ver verheven boven onze kinderlijk naïeve voorouders. Dat is trouwens het enige gevoel dat we nog ernstig nemen: het gevoel van afkeer en minachting voor iedereen die nog in sprookjes gelooft en de wetenschap niet als de enige, echte waarheid beschouwt.

De moderne wetenschap is de grootste geestelijke autoriteit die de wereld ooit gekend heeft. De moderne overheid is een wereldlijke autoriteit die zowat alle aspecten van ons leven bepaalt. Volgens de klimaatbeweging moeten die twee dringend de handen in elkaar slaan en een soort supergezag vormen dat de meest drastische maatregelen neemt die deze aarde ooit gezien heeft. Een mens zou van minder bang worden. Het lijkt er steeds meer op dat we op een ramp afstevenen. Als we niks doen, volgt er een natuurramp, proberen we die te vermijden, dan veroorzaken we een andere ramp. Want wat zal er gebeuren als de drastische maatregelen niet blijken te helpen? Dat is verre van onwaarschijnlijk, want de voorspellingen van de klimaatwetenschappers hebben nu reeds de neiging om niet uit te komen. Wat zal men in dat geval doen, nog drastischer maatregelen nemen? Volharden in de boosheid? Of zal de monstercoalitie van wetenschap en overheid toegeven: we hebben ons vergist?

De vraag stellen, is ze beantwoorden. Wanneer hebben we een politicus nog eens horen zeggen dat hij zich vergist heeft? En waar is de twijfel in de rangen van de wetenschap? Steeds weer worden we om de oren geslagen met de wereldwijde wetenschappelijke consensus over het klimaat. Niet minder dan 97 procent van alle klimaatwetenschappers ter wereld zijn het er roerend over eens: de aarde warmt op, het is de schuld van de mens, en er zijn dringend maatregelen nodig. Wie deze wetenschappelijke waarheid in twijfel trekt, is een idioot, ook al is hij zelf wetenschapper, ook al heeft hij een Nobelprijs op zak. Zoals Maarten Boudry onlangs op televisie verklaarde: alleen klimaatwetenschappers hebben recht van spreken, de rest moet zwijgen. Het schetst zo’n beetje de sfeer in wetenschappelijke kringen: een niet-klimaatwetenschapper verklaart dat niet-klimaatwetenschappers hun mond moeten houden. En in zo’n klimaat (sic) zou er iemand opstaan die zegt: we hebben ons vergist? 

Waarop baseren mensen als Maarten Boudry zich om te verklaren dat de ene wetenschapper mag spreken en de andere niet? Alvast niet op de rede. Maar waarop dan wel? Dat leren we uit een bericht dat in de krant verscheen in dezelfde week dat de scholieren gingen betogen. James Watson, Nobelprijswinnaar en ontdekker van de DNA-structuur, raakte al zijn eretitels kwijt nadat hij eerder al van al zijn functies werd ontheven. Wat had de beroemde wetenschapper dan wel op zijn geweten dat hij zo zwaar gestraft werd? Hij had een … wetenschappelijke uitspraak gedaan, een uitspraak op zijn eigen vakgebied nog wel, een uitspraak die niet alleen door wetenschappelijk onderzoek maar ook door het gezond verstand wordt aangetoond. Helaas strookte deze wetenschappelijke waarheid – er bestaan genetische bepaalde IQ-verschillen tussen de rassen – niet met de politiek-correcte dogma’s van onze tijd en dus werd de botte bijl bovengehaald. Tot zover het gezag van de wetenschap. 

De wetenschap is dus niet langer baas in eigen huis. Zolang ze de politiek niet in de weg loopt, is er niks aan de hand. Maar gaat zij ertegenin, dan merken we onmiddellijk wie het voor het zeggen heeft. Wat het geval van James Watson zo ontstellend maakt, is niet alleen de barbaarse behandeling die hij onderging, maar ook – en misschien zelfs vooral – het uitblijven van enig protest. Eén van de meest eminente wetenschappers van onze tijd wordt publiekelijk vernederd en geen enkele collega geeft een kik. Nergens is ook maar één woord van verzet of verontwaardiging te horen, alsof het geheel vanzelf spreekt dat de politiek de wetenschap op de vingers tikt wanneer ze buiten de lijntjes kleurt. En dat alles gebeurt in naam van de wetenschap: James Watson werd bij het groot vuil gezet omdat hij ‘tegen de wetenschap in ging’. Anders gezegd, de politiek correctheid presenteert zich als een hogere wetenschap, die het recht heeft de lagere wetenschap hardhandig tot de orde te roepen. 

Het meest tragische van de hele zaak is dat de stoottroepen van deze politieke wetenschap of wetenschappelijke politiek … jongeren zijn, schreeuwende jongeren die met kartonnen borden lopen te zwaaien. Iedere geleerde die zijn politiek-correcte boekje te buiten gaat, wordt door hen het spreken belet en soms zelfs letterlijk van de universiteit gejaagd. Er circuleren hallucinante beelden op het internet van grijze professoren die uitgescholden en geïntimideerd worden door studenten, vaak kinderen nog. Dat gebeurt aan de meest prestigieuze universiteiten ter wereld en telkens weer zien we hetzelfde: men laat begaan. Niemand steekt een vinger uit om de wetenschappers – zeg maar om de wetenschap – te beschermen. Het is een publiek geheim dat niemand vandaag nog zeker is van zijn job, zijn reputatie, zijn subsidies, en zelfs zijn fysieke integriteit, als hij zich niet voegt naar de eisen van de politieke correctheid. In die sfeer is de klimaatwetenschap ontstaan, in die sfeer opereert ze.

Deze gepolitiseerde wetenschap is het die aan de lopende band horrorverhalen de wereld instuurt, die alleen nog heil verwacht van een sterke overheid, die op hoge toon drastische maatregelen eist, die kritische stemmen brutaal de mond snoert en die onschuldige kinderen voor haar kar spant. Door deze ‘wetenschap’ spreekt een ideologie die al onvoorstelbare ellende heeft aangericht, maar toch juichen wij haar opnieuw toe, toch lopen wij weer als naïeve kinderen achter deze rattenvanger van Hamelen aan. Alsof we maar niet volwassen willen worden, alsof we – tegen beter weten in – willen blijven geloven in sprookjes, in meisjes-met-vlechten die de wereld komen redden, in kinderen die roepen dat de keizer prachtige kleren aan heeft. Wat is er met ons aan de hand? Is de aarde dan al zodanig opgewarmd dat we het hoofd niet langer koel kunnen houden? Gelukkig vriest het volop, en is het enthousiasme van de spijbelende scholieren al danig bekoeld. Laten we hun voorbeeld volgen en weer ons verstand gebruiken.