Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: holebi’s

Gay Orlando

  
Wat zeg je wanneer een moslim een terroristische aanslag pleegt? Juist, ‘het heeft niets met de islam te maken.’ Als je nóg correcter wil zijn, zeg je: ‘het is onze eigen schuld.’ Dat zijn natuurlijk allemaal loze praatjes want iedereen weet dat Allahu Akbar wel degelijk iets met de islam te maken heeft en niemand meent het wanneer hij de schuld voor die aanslagen op zich neemt. Maar wanneer je die politiek correcte slogans lang genoeg naäapt, ga je ze zelf geloven. En wat erger is: je weet niet meer wat je echt gelooft. Je houdt op met denken, je laat anderen dat in je plaats doen. Dat wordt pijnlijk duidelijk wanneer je in de kranten de reacties van homo’s – correcter: LGBT-ers – leest. 

Zo verklaart Tim Devriese in De Morgen het volgende: ‘Agressie tegen holebi’s vindt dagelijks plaats. Ik word dagelijks met homofobie geconfronteerd, het gebeurt continu. Het zit overal, al horen Vlamingen dat misschien niet graag. Maar wat me gelukkig stemt, is dat holebi’s ook bij ons steeds luider beginnen te reageren. Vroeger ging ik er niet in op, om de lieve vrede te bewaren. Maar nu begin ik dat beu te worden. Ik begin mensen erop te wijzen. Ik ga de confrontatie aan. Ik laat me niet meer doen, ik ben dat beu. Ik heb me te vaak laten doen. Dat moet de Vlaamse homobeweging volgens mij ook doen, wat meer tanden tonen.’ 

Over moslims of over de islam rept hij met geen woord, net zoals zijn mede-LGBT-ers. Hoe vaak holebi’s ook aangevallen en gemolesteerd worden door moslims, ze krijgen het woord niet over de lippen. Zelfs nu er vijftig in één keer werden doodgeschoten, blijft de omerta van kracht. De schrik zit er blijkbaar diep in, en dat valt wel te begrijpen. Maar juist daarom klinkt de ‘strijdbare’ taal van Tim Devriese zo ergerlijk. Hij verklaart dat hij er genoeg van heeft, dat hij lang genoeg zijn mond gehouden heeft, dat hij nu de confrontatie aangaat. Met wie? Met de moslims? Natuurlijk niet. Hij gaat de confrontatie aan met de Vlamingen. Die gaat hij eens flink op hun foute gedrag wijzen. 

En waarin bestaat dat foute Vlaamse gedrag dan wel? Worden holebi’s voortdurend aangevallen, uitgescholden en in elkaar geslagen door autochtone Vlamingen? Ik geloof er niks van. Een andere holebi, Lien De Ruyck, geeft uitsluitsel: ‘Laat er geen twijfel over bestaan: ook in Vlaanderen is er nog werk aan de winkel. Er heerst nog altijd een zekere voorzichtigheid en vervreemding.’ Elders in het artikel wordt gesproken over ‘de vrije expressie van holebi’s’. Dat is dus waar het schoentje wringt: holebi’s kunnen zich in ons land niet vrij genoeg uitdrukken. Als ze dat doen, worden er nog altijd vreemde blikken op hen geworpen. Misschien wordt er zelfs geclaxonneerd of worden ze nagefloten.

En dát stellen holebi’s op gelijke lijn met het gedrag van moslims. Je zou voor minder gebelgd worden. Zo’n gedrag doet onwillekeurig denken aan … moslims die luid schreeuwen dat ze gedicrimineerd worden omdat ze hun normen en gewoonten niet aan anderen mogen opdringen. Ook hún vrije expressie wordt aan banden gelegd, en dat pikken ze niet. Als je zo’n standpunt huldigt, kom je natuurlijk gegarandeerd in botsing met andere ‘vrije expressies’. Daarom moet iedereen zich een beetje inhouden en wordt de ‘vrije expressie’ van de mens onderworpen aan regels en wetten, behalve op geestelijk vlak. Op het gebied van de gedachten bijvoorbeeld heerst er wél vrijheid van expressie.

Je kunt het niet allebei hebben: vrijheid van expressie op geestelijk én op fysiek vlak. Het is één van de twee. De holebi’s – of althans een (luidruchtig) deel ervan – kiezen duidelijk voor de lichamelijke vrijheid van expressie. Ze eisen het recht op om duidelijk als holebi’s door het leven te kunnen gaan, om in het publiek te kussen en jaarlijks Gay Parades te houden. Op zich is daar niks mis mee, maar het gaat wel gepaard met de eis om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. Hetero’s mogen niet meer zeggen wat ze vinden van homosexualiteit. Iedere vorm van kritiek wordt gebrandmerkt als achterlijkheid en barbarij. 

Dat zet natuurlijk kwaad bloed. Holebi’s mogen hetero’s bekritiseren zoveel ze willen, maar omgekeerd: oh la la! Ja maar, zullen de holebi’s zeggen: wij zijn een minderheid, wij moeten beschermd worden, wij moeten positief gediscrimineerd worden! Datzelfde zeggen de moslims natuurlijk ook: als minderheid moeten wij meer rechten krijgen dan de meerderheid! Het onvermijdelijke resultaat is dat die twee ‘privileges’ botsen: het recht op vrije expressie van de holebi’s en het recht op vrije expressie van de moslims. Wat de schutter in Orlando heeft gedaan, is niets anders dan gebruik gemaakt van zijn recht op de vrije expressie van zijn godsdienst.

De LGBT-ers worden dus in toenemende mate slachtoffer van hun eigen eisen. Als zij zich vrij willen kunnen uitdrukken, waarom zouden moslims dat dan niet mogen? Het tragische van de hele zaak is dat de holebi’s met hun politiek-correcte gedrag niet alleen de moslims maar ook de gewone Vlamingen tegen zich in het harnas jagen, want die pikken het niet dat ze de mond gesnoerd – en dus gediscrimineerd – worden. De holebi’s konden in Vlaanderen op veel goodwill rekenen, meer dan in andere landen, maar ze zijn die goodwill weer aan het verspelen. Ik geloof het graag dat er onder Vlamingen weer meer ‘homofobie’ is, maar dat hebben de homo’s vooral aan zichzelf te danken.

Het is een voorbeeld van het zelfvernietigende karakter van de politieke correctheid. Een ander voorbeeld is het feminisme dat via de hoofddoek opkomt voor het recht op vrije expressie van de moslima. Dat dit recht op vrije expressie in de islam neerkomt op het recht om vrouwen te onderdrukken, lijken de feministen niet te willen of kunnen zien. Wat hen (net als de holebi’s) drijft, is dan ook niet het streven naar gelijkheid, maar machtswellust. Het is die drift die hen blind maakt voor het feit dat ze zichzelf aan het vernietigen zijn. In die zin was de aanslag in Orlando niets anders dan een spiegel die de holebi’s werd voorgehouden. Veelzeggend genoeg was de dader zelf homo …

Niet mijn wil, maar uw wil

Het Europese Hof van Justitie heeft onlangs beslist dat de lidstaten het recht hebben om homosexuelen uit te sluiten als bloeddonor (als tenminste aan bepaalde voorwaarden is voldaan). Deze beslissing kwam er nadat een homosexuele man klacht had ingediend omdat hij zich gediscrimineerd voelde door die uitsluiting. In Nederland werd alvast beslist homosexuelen NIET langer uit te sluiten van bloeddonatie, ongetwijfeld ook onder druk van de homo-gemeenschap. Deze rechtspraak is een fraai voorbeeld van de ontsporing van het hele antidiscriminatiestreven. Zoals antiracisme een vorm van racisme is geworden, zo is antidiscriminatie een vorm van discriminatie geworden. Door de bloedgevende homo’s niet te willen discrimineren, worden de bloedontvangende hetero’s gediscrimineerd, want zij lopen het risico geïnfecteerd te worden met besmet bloed. 

Men kan nu wel zeggen dat het risico op infectie heel klein is geworden als gevolg van geavanceerde detectietechnieken, maar weegt de emotionele gekwetstheid van homo’s (omdat ze geen bloed mogen geven) dan op tegen de fysieke gekwetstheid van zelfs maar één iemand die per ongeluk geïnfecteerd raakt door donorbloed? Wat moet ik mij trouwens voorstellen bij dat ‘recht om bloed te geven’? Als ik mensen wil helpen en ze zeggen ‘nee, dank je’, ga ik dan klacht indienen omdat ik gediscrimineerd word? Ga ik die mensen dan verplichten om door mij geholpen te worden – lees mijn bloed te aanvaarden – omdat ik het recht heb hen te helpen? 

Er wordt vandaag luid geprotesteerd tegen sexueel geweld, maar ik zie eerlijk gezegd niet veel verschil tussen een verkrachting en ‘het recht om bloed te geven’. Tenslotte wil een verkrachter ook niets anders dan zijn zaad ‘doneren’. Uiteraard doet hij dat niet uit menslievendheid maar omwille van het genot dat hij daaraan beleeft. Er lopen op deze wereld heel wat mensen rond – mannen én vrouwen – die per se anderen willen helpen en die zich beledigd voelen als die anderen niet (door hen) geholpen willen worden. Hun gekwetstheid wijst er juist op dat hun motieven egoïstisch waren, dat ze andere mensen alleen maar wilden helpen om er genot aan te beleven. 

Ik zie ‘het recht om bloed te geven’ dat homo’s nu voor zich opeisen, dan ook als een vorm van verkrachting. Ik kan me levendig voorstellen dat mensen geen bloed van homo’s in hun lichaam willen, maar daar willen homo’s (althans sommige, ik wil ze niet allemaal over één kam scheren) geen rekening mee houden. Ze willen die mensen dwingen om hun bloed te accepteren. Je zou zelfs zover kunnen gaan te zeggen dat ze per se hun bloed willen verspreiden. Daarachter zit natuurlijk het streven om de mensheid duidelijk te maken dat homosexualiteit geen ziekte of afwijking is, maar iets volkomen natuurlijks en normaals. Als men die overtuiging echter aan anderen op wil dringen, dan rijst het vermoeden dat achter die overtuiging grote onzekerheid schuilt. Wie een ander kost wat kost wil overtuigen, is niet zeker van zijn zaak. Hij heeft de bevestiging van anderen nodig om zich zeker te voelen. 

Je zou ook nog kunnen zeggen dat deze bekeringsijver een uitdrukking is van het recht op leven. Want er zijn nog altijd mensen die vinden dat holebi’s geen recht van bestaan hebben en dat ze van de daken van de huizen moeten gegooid worden. De vraag is echter of men dat recht van bestaan kan afdwingen door mensen ervan te overtuigen dat er geen verschil is tussen homosexualiteit en heterosexualiteit. Veronderstelt verdraagzaamheid en naastenliefde niet juist het aanvaarden van het anders-zijn? En veronderstelt die aanvaarding op zijn beurt niet de overtuiging dat mensen in wezen gelijk zijn? 

Daarmee bereiken we, denk ik, de grond van de zaak: mensen zijn in wezen gelijk, en dat ‘wezen’ is geestelijk van aard: het staat boven alle lichamelijke of psychische verschillen. Het is voor een hetero dus perfect mogelijk om een homo als zijn gelijke te zien zonder daarom heterosexualiteit en homosexualiteit als gelijken te zien. Daarvoor moet hij natuurlijk wel onderscheid kunnen maken tussen lichaam en geest. Hij moet met andere woorden de geest of het Ik van de mens kunnen onderscheiden. 

Maar de moderne mens wordt vandaag voortdurend voorgehouden dat de geest niet bestaat, dat de mens geen Ik heeft. Enerzijds heeft dat tot gevolg dat de mens geen moeite meer doet om dat Ik te onderscheiden en dat onderscheidingsvermogen dan ook verliest. Anderzijds heeft het tot gevolg dat hij de gelijkheid tussen mensen steeds meer gaat zoeken op het fysieke vlak, en ervan overtuigd raakt dat homo’s en hetero’s alleen maar als gelijken kunnen beschouwd worden als homosexualiteit en heterosexualiteit als gelijkwaardig beschouwd worden. 

De zaken worden dus omgekeerd: wat op geestelijk vlak moet gezocht worden, wordt op lichamelijk vlak gezocht. En dat resulteert onvermijdelijk in geweld. 

Het opeisen van ‘het recht om bloed te geven’ is in wezen uitdrukking van een geestelijk streven: het Ik van de moderne mens streeft naar de (h)erkenning van andere Ikken. Het streeft naar dat grote geestelijke geheel waarvan alle afzonderlijke Ikken deel uitmaken: het ‘lichaam van Christus’. Maar doordat dit geestelijke streven botst op de materialistische overtuiging dat zo’n geestelijk lichaam helemaal niet bestaat, wordt het afgebogen naar het fysieke lichaam. Dat wordt in zekere zin ‘heilig’ verklaard. En samen met dat lichaam wordt ook het bloed heilig verklaard: het wordt beschouwd als de drager van het Ik, en het afwijzen van dat bloed wordt aangevoeld als een afwijzen van het eigen diepste wezen. 

Een en ander illustreert hoe diep het geestelijk streven van de mens tegenwoordig vervlochten is met het materialisme en hoe moeilijk het is die twee uit elkaar te houden. Want we weten uit de antroposofie dat het bloed inderdaad de (fysieke) drager is van het Ik. Blut ist ein ganz besondrer Saft, zoals Goethe het uitdrukt. Men kan zich dus voorstellen dat er in de homo-gemeenschap een soort aanvoelen bestaat van deze bijzondere aard van het bloed, een aanvoelen dat voortkomt uit een reëel contact met de geest. Dat contact geeft een mens altijd een enorme drive, een soort ‘geloof dat bergen kan verzetten’ en juist die geestelijke gedrevenheid leidt tot kwalijke gevolgen wanneer ze vermengd wordt met materialisme. 

Men hoeft daarbij maar te denken aan het sexuele geweld, niet alleen tegen vrouwen maar ook tegen kinderen. Het is bekend dat pedofielen, of beter gezegd pedosexuelen, onverbeterlijk zijn. Ze voelen zich vervuld van een ‘hogere’ liefde die gewone stervelingen niet kunnen begrijpen. De afkeer die ze oproepen en de straffen die ze ondergaan, ervaren als een soort kruisweg, een plaatsvervangend lijden dat onvermijdelijk is voor mensen die hun tijd vooruit zijn en uitstijgen boven de kleinzieligheid van hun tijdgenoten. 

Datzelfde fenomeen nemen we ook waar bij de politieke correctheid, bij hedendaagse kunstenaars, bij de jihadi’s van IS. Al die mensen zijn gegrepen door de geest en worden bezield door de grootste idealen, maar hun ‘helderziendheid’ wordt onbewust vermengd met materialisme en resulteert in alle mogelijke vormen van fysiek en mentaal geweld. De afkeer die dit geweld oproept, ervaren ze als een bevestiging van hun uitverkoren-zijn en het versterkt alleen maar hun geloof-dat-bergen-kan-verzetten. Het brengt hen tot steeds ergere vormen van geweld, die hen stap voor stap inwijden in het kwaad. 

Zo doemt de grote tragedie van onze tijd op: de wederkomst van Christus wekt in talloze mensen een vurig idealisme, een intens verlangen van en naar de geest dat echter niet onderkend wordt en daardoor vermengd raakt met de meest egoïstische materiële verlangens. In plaats dat menselijke Ikken elkaar vinden en (h)erkennen in het lichaam van Christus, sluiten de ego’s zich aaneen tot het lichaam van de Antichrist. 

Die zaken vinden vandaag onder onze ogen plaats, maar we zien ze niet omdat we in de greep zitten van Ahriman die ons bewustzijn vastklinkt aan de materiële, zintuiglijke wereld en ons blind maakt voor de geest. Maar in al die materialistische duisternis schijnt één helder lichtpuntje: ons gezond verstand, de poolster van ons bewustzijn. We hoeven niet helderziend te zijn of antroposofie gestudeerd te hebben om bijvoorbeeld te begrijpen dat het ‘recht op bloedgeven’ dat de homo-gemeenschap vandaag opeist klinkklare onzin is. Het volstaat om daar even nuchter over na te denken om in te zien dat het vermomd egoïsme is. Hetzelfde geldt trouwens voor het ‘recht op kinderen’ dat diezelfde homo’s opeisen. Denken zij ook aan de rechten VAN die kinderen – bijvoorbeeld het recht op een vader en een moeder – of denken ze alleen aan hun eigen behoefte aan kinderen? Doen zij onderzoek naar de mening en de ervaringen van kinderen die door homo-koppels zijn opgevoed? Of zijn die ondergeschikt aan HUN rechten?

Dat zijn allemaal eenvoudige, voor de hand liggende vragen die iedereen met wat gezond verstand kan beantwoorden. Maar dat gebeurt dus niet. Ons gezonde verstand wordt op grote schaal overspoeld door ‘de geest’ in de vorm van de schitterendste christelijke idealen: naastenliefde, verdraagzaamheid, gelijkheid, broederlijkheid, enzovoort. Het is dus onmiskenbaar de wedergekomen Christus die in ons leeft en werkt. Maar hoe consequent hij ons de vrijheid gunt, blijkt uit het feit dat hij ons zijn krachten laat gebruiken om geweld uit te oefenen. In feite zegt Christus tegen ons: niet mijn wil maar uw wil geschiede. Zoals de zon schijnt over alle mensen, zo schenkt Christus ons zijn krachten: zonder er enige voorwaarde aan te verbinden. We doen ermee wat we willen. Gebruiken we ze om moord en brand te stichten en anderen te bestrijden als waren ze het vleesgeworden kwaad: het zij zo. Christus legt ons geen strobreed in de weg, hij vertrouwt erop dat we vroeg of laat tot rede zullen komen en zijn ware aard erkennen. 

We kunnen dat nu reeds doen, door ons gezonde verstand te gebruiken, want dat is van dezelfde aard als hij. Het is een piepklein zonnetje dat in ons leeft en dat dankzij de onophoudelijke toevoer van Christuskrachten, kan uitgroeien tot een grote stralende zon. Als wij dat tenminste willen. Maar voordat die Christus-zon in ons kan gaan schijnen, moet er natuurlijk heel veel duisternis overwonnen worden. Het helpt echter wel als we inzien dat veel van die duisternis eigenlijk ‘omgekeerd licht’ is: Christuslicht dat omgebogen werd in de materie. Het geweld dat homo’s bijvoorbeeld plegen – en dat in wezen van dezelfde aard is als heel veel ander geweld dat vandaag gepleegd wordt – is in wezen een onbegrepen streven naar de geest, een streven naar Christus. Dat kunnen we zonder al te veel moeite begrijpen. De liefde voor Christus – die de liefde is voor de mens – begint met de liefde voor ons gezond verstand. Als ze elders begint, is het eigenliefde. 
  

Dodelijk zwijgen

20140208-235826.jpg

Isa Shakhmarly, hoofd van de Azerbeidzjaanse organisatie ‘Vrij LGBT’ (Lesbian-Gay-Bisexual-Transgender) pleegde op 22 januari laatstleden zelfmoord. Hij hing zich op aan een regenboogvlag in zijn appartement in Bakoe. Hij was twintig jaar. In een achtergelaten briefje legde hij uit dat hij de houding van de maatschappij in zijn land niet meer aankon. “Deze wereld is niet in staat mijn kleuren te bevatten”, schreef hij.

Sinds 2000 is homoseksualiteit niet meer strafbaar in Azerbeidzjan en gelijke berechting van iedereen staat in de grondwet. De bevolking is echter niet gediend van openbaar vertoon van relaties van mensen van hetzelfde geslacht.

“We worden niet geaccepteerd door de maatschappij”, zegt Javid Nabiyev, een vriend van Shakhmarly, “niet door ouders, familieleden, buren, klasgenoten, enzovoorts. Sommige mensen vermijden ons, anderen zijn openlijk intolerant.”

Het nieuws over de zelfmoord leidde overwegend tot sympathieke reacties, hoewel de stemming online een stuk agressiever was, vooral van de kant van mensen die hun moslimgeloof benadrukten. De begrafenis vond plaats in een conservatieve buitenwijk van Bakoe, waar sommige mensen stenen gooiden naar de aanwezigen uit protest tegen het begraven van een homo op hun begraafplaats. De begrafenis kon pas plaatsvinden nadat een lokale mullah had verklaard dat iemands verleden geen invloed mag hebben op zijn begrafenis.

Tot zover het bericht.

Als ik dit lees (en ik ga er even vanuit dat het waar is) dan kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de 20-jarige Isa Shakhmarly niet alleen het slachtoffer is van de conservatieven in zijn land maar ook van de progressieven in het moderne Europa. Of is het toeval dat Isa zelfmoord pleegt uitgerekend op het moment dat bij de Europese progressieven luid protest klinkt tegen de homofobie in Rusland?
Zou het niet kunnen, vraag ik me af, dat Isa het hoofd op hol is gebracht door het zogenaamd ‘oorverdovende’ protest van Yves Desmet en consoorten, die met hun heilige verontwaardiging laten uitschijnen dat discriminatie van holebi’s in Europa niet meer kan? Want dit verontwaardigde protest gaat gepaard met een oorverdovend zwijgen over wat holebi’s in Europa te verduren hebben van moslims.
En laat Azerbeidzjan nu net een moslimland zijn …

Zo te horen, gaat het in Azerbeidzjan de goeie weg op: homosexualiteit is niet meer strafbaar en gelijke berechtiging staat in de wet. Alleen heeft de bevolking het nog moeilijk met openlijk homofiel vertoon.
Tja, dat was hier 50 jaar geleden ook nog zo. Dergelijke dingen hebben tijd nodig.
Maar Isa Shakhmarly kon niet wachten, hij wilde dat zijn ‘kleuren’ nu geaccepteerd werden. Zoals in het moderne Europa.

Zou hij geweten hebben dat de moslims in Europa minstens even hard zijn voor holebi’s als in Azerbeidzjan? Zou men hem dat verteld hebben? Of had hij geen idee, omdat Europese holebi’s het veel te druk hebben met protesteren tegen Poetin om aan mensen als Asa te vertellen dat het met moslims overál zuur kersen eten is?

20140209-004546.jpg

Oorverdovend

20140207-093405.jpg

‘We hoeven ons geen illusies te maken: president Poetin heeft in het verleden nooit veel respect getoond voor democratische vrijheden en vrije seksualiteitsbeleving.’
Aldus Yves Desmet vanmorgen in De Morgen.
In diezelfde gazet stond al te lezen dat het protest tegen de homofobie in Rusland stilaan oorverdovend wordt.
Ik moet zeggen: het begint inderdaad pijn aan de oren te doen.
Minister Pascal Smet vond er zelfs niets beters op dan de ‘homofobe wetten’ van Poetin in verband te brengen met … Bart De Wever. Hij begreep niet hoe ‘zoiets’ mogelijk was op de plek waar de Groote Oorlog honderd jaar geleden werd uitgevochten.
Ook Guy Verhofstadt toonde zich verontwaardigd. Hij riep nog net niet op om de wapens op te nemen en Sotsji te veroveren op de Russen.

De teneur van dit oorverdovende protest is duidelijk: we boeren achteruit, onze democratische vrijheden zijn in gevaar, de mensenrechten worden geschonden!
Het mensenrecht dat in de strijd voor democratie langzaam de pole position aan het innemen is, is het recht van de ‘vrije sexualiteitsbeleving’, waaronder men sinds kort ook moet verstaan: de vrijheid om van geslacht te veranderen wanneer men dat wil.

Ik vraag me af: vormen de holebi’s werkelijk de speerpunt in de strijd voor de democratie?
Liggen zij echt wakker van wat er in Rusland gebeurt?
Of maken zij zich meer zorgen over het feit dat ze in de hoofdstad van de EU regelmatig in elkaar worden geslagen zonder dat de politie een vinger uitsteekt?
Zou daar niet eens wat ‘wetenschappelijk onderzoek’ naar moeten gebeuren?

Ik las ooit ergens een goede raad: als alle journalisten dezelfde richting uitkijken, keer je dan 180 graden om, want dáár speelt het echte nieuws zich af.

20140207-112507.jpg

Ik kan me inderdaad niet van de indruk ontdoen dat de hele ‘oorverdovende’ campagne tegen homofoob Rusland niets anders is dan een collectieve poging om de aandacht af te leiden.
Maar waarvan?
Is het van de toenemende invloed van de islam in Europa?
Is het van de strijd die hier geruisloos verloren wordt?
Ik ben bang van wel.
In grote steden als Antwerpen is de helft van de jeugd allochtoon (en dus overwegend moslim).
In Duitsland geldt dat zelfs voor het hele land: de helft van de Duitse jeugd is moslim.
In andere Europese landen zal het wel niet veel anders zijn.
En die jeugd emancipeert zich niet, wel integendeel, ze radicaliseert.
Het lijkt onvermijdelijk: vroeg of laat wordt in Europa de sharia ingevoerd.
In Engeland is dat zelfs op verschillende plaatsen reeds het geval.

Zou het daarom zijn dat de media zo oorverdovend protesteren tegen Poetin: omdat ze weten dat hier ter plekke de strijd verloren is? Is het dát wat ze doen: fluiten in het donker, om hun angst te overstemmen?
Er zit alleszins iets uitermate tegenstrijdigs in dat media-protest.
Enerzijds nemen de media de verdediging op zich van de holebi’s, in naam van de democratie.
Anderzijds kan het lot van de holebi’s hen gene ene moer schelen en spannen ze de holebi’s onbeschaamd voor hun eigen kar. Want ik zou wel eens willen weten hoeveel holebi’s akkoord gaan met de manier waarop ze ‘verdedigd’ worden.

Neem nu de affiche die De Morgen afdrukt onder de tekst van Yves Desmet.
De homofiele medemens wordt hier voorgesteld als iemand die midden in een sportwedstrijd zijn kleren uitspeelt en een medespeler ‘langs achteren neemt’.
Nu is het algemeen bekend (ja toch?) dat sportwedstrijden een soort sublimering zijn van de mannelijke sexualiteit: in tal van sporten gaat het erom een bal in een opening te schieten. En in alle sporten gaat het erom de grootste, de sterkste en de beste te zijn.
Gay people lijken dat weer te willen omkeren: ze willen van sport weer sex maken, gay sex want tot nader order blijven de geslachten gescheiden in de sport: mannen doen het met mannen en vrouwen met vrouwen.
Zou het dus kunnen dat deze affiche precies toont waar het om gaat?
Zou het kunnen dat die hele zogenaamde strijd voor de democratische vrijheden – wie gelooft die mensen nog? – in wezen niets anders is dan een pleidooi voor de bestialisering van de mens?
En is dat niet volkomen logisch?
De media streven naar waarheid.
De waarheid is dat de mens een dier is.
Dus …

Merkwaardig detail: de ijshockey-speler die door de trotse naakte homo bestialis langs achteren wordt ‘gepakt’, bevindt zich in de typische knielhouding van de … moslim.
Zou dat misschien de diepere betekenis van deze affiche kunnen zijn?
Media gebruiken holebi’s om moslims langs achter te kunnen pakken.
Want langs voor durven ze niet.

20140207-112605.jpg

(Let even op de overweldigende belangstelling voor dit oorverdovende protest)