Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: hoofddoek

Vele kleintjes …

  

Coniunctio oppositorum (1)

  

Het is nu al hét beeld van deze Olympische Spelen, schreef Bart Eeckhout in De Morgen. Hij had het over twee beachvolleybalsters aan het net: de ene in een minuscule bikini, de andere van top tot teen bedekt. Inderdaad een veelzeggend beeld. Maar wat het precies zegt, daarover lopen de meningen uiteen. Volgens de een is het een aanval op onze Westerse waarden, volgens de ander is het juist een uitdrukking van die waarden, want een voorbeeld van diversiteit. Op zich heeft de zaak natuurlijk weinig om het lijf (sic) – waarom geen petanque als olympische discipline? – maar ze heeft grote symbolische waarde, want … de islam heeft zijn entree gemaakt op de Olympische Spelen! De Egyptische meisjes waren trouwens niet alleen. Ook in de Amerikaanse delegatie liep er een moslima-met-hoofddoek rond en er werd druk uitgeoefend om haar (en niet de legendarische Michael Phelps) de Amerikaanse vlag te laten dragen tijdens de openingsceremonie. Dat zou pas een statement zijn geweest! 

Louter materieel gezien is er niks aan de hand: wat maakt het nu uit of een vrouwelijke atlete een bikinibroekje draagt of een legging? Naaktheid is al lang geen reglementaire plicht meer op de Olympische Spelen. Dus als iemand ook nog een hoofddoek wil dragen: waarom niet? Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat om de symbolische betekenis van die hoofddoek, om de geestelijke dimensie van de hele zaak. En die is belangrijk genoeg om er eens grondig over na te denken. We maken nu in de sport mee wat daarbuiten al tientallen jaren aan de gang is: de opmars van de islam. Er hoeft niet aan getwijfeld te worden: op de volgende Spelen zullen er méér dan twee hoofddoeken te zien zijn. In de gewone wereld valt de opmars van de islam niet meer te stuiten, in de sportwereld wel. Het is nog niet te laat om maatregelen te nemen en de sharia-outfit in de sport te verbieden. De vraag is echter: moeten we dat wel doen? En vooral: waaróm zouden we dat doen? 

Laten we eens naar die foto kijken. Wat klopt hier niet? Twee ploegen spelen tegen elkaar in een totaal andere outfit. Dat gebeurt nergens. Iedere sporttak heeft zijn eigen kleding: judoka’s gaan heel anders gekleed dan zwemmers, en zwemmers kleden zich heel anders dan schermers. Er zijn weliswaar kleine variaties mogelijk, zoals voetballers die schoenen in verschillende kleuren dragen, maar verder heerst er overal uniformiteit in de sport. Dat maakt deel uit van het spel. Stel je voor dat twee voetbalploegen tegen elkaar spelen en dat de ene ploeg in zwembroek zou aantreden, of gekleed in maatpak en das. Dat zou niet alleen belachelijk zijn, het zou ook het wezen van de sport aantasten. Sport is namelijk een bezigheid waarbij mensen zich vrijwillig onderwerpen aan een set van regels. Zonder die regels is er doodeenvoudig geen sport. Misschien strekt de letter van die regels zich niet uit tot de kleding, maar de geest doet dat zeker wel. Daarom spreekt het vanzelf dat sporters gelijk gekleed zijn. 

Het tennistornooi van Wimbledon – een begrip in de sportwereld – legt de deelnemers een strikte dresscode op: iedereen moet in het wit gekleed zijn. Het resultaat is esthetisch, rustgevend en sportief. Men kan zich bijvoorbeeld heel goed voorstellen dat iemand die in fluorescerend geel gekleed is, de tegenstander van de wijs brengt. Wie sportief is, doet zoiets niet. Het is dan ook een teken van afnemende sportiviteit dat een dresscode uitdrukkelijk moet opgelegd worden. Maar het loont wel. De uniformiteit geeft Wimbledon iets ritueels, iets sacraal. Het tilt de strijd – die tenslotte een uiting van egoïsme is – op een hoger niveau. Het maakt van iets dierlijks iets menselijks. Sportiviteit – het vrijwillig naleven van regels – is daarom een uitdrukking van beschaving. Men kan erover discussiëren of de reguliere outfit van beachvolleybalsters wel zo’n hoog beschavingsgehalte heeft, maar het ostentatief niet willen naleven van de geldende regels, zoals die moslima’s deden, wijst op een gebrek aan sportiviteit en beschaving.

De vraag is nu: bestaat er slechts één beschaving of bestaan er meerdere? Anders gezegd: bestaat er een set van beschavingsregels die voor iedereen geldt of zijn er meerdere mogelijk? In de sportwereld zijn de zaken duidelijk: de regels van een sport gelden overal en voor iedereen. Wie voetbal wil spelen, moet zich, waar ook ter wereld, aan dezelfde regels houden. Doet hij dat niet, dan kan hij niet meer meespelen, dan wordt hij uitgesloten. Maar er zijn natuurlijk meerdere sporten, ieder met hun eigen regels. Dat geldt ook voor culturen. De Westerse cultuur bijvoorbeeld heeft heel andere regels dan de islamitische cultuur. Dat vormt geen probleem zolang beide zorgvuldig van elkaar gescheiden blijven. De problemen ontstaan pas wanneer ze zich gaan vermengen. Het is dan alsof voetballers en volleyballers op hetzelfde veld staan. De enen mogen de bal niet met de hand aanraken, de anderen mogen hem niet met de voet aanraken. Het resultaat is onvermijdelijk: chaos. Sport ontaardt dan in een straatgevecht zonder regels. 

De Olympische Spelen als geheel zijn uitdrukking van het Westerse streven naar één enkele universele beschaving: iedereen mag meedoen, op voorwaarde dat hij de regels volgt. Hetzelfde streven naar universaliteit herkennen we in de mensenrechten, de spelregels voor het menselijke bestaan: ze zijn opgesteld voor iedereen. Het Westen gaat er dus vanuit dat er slechts één beschaving bestaat: de hare. Helaas denkt de moslimwereld er net zo over: er bestaat slechts één beschaving, de islamitische. De sharia – de moslimversie van de mensenrechten – geldt niet enkel voor moslims, ze geldt voor iedereen. Juist dit gedeelde streven naar universaliteit maakt een botsing – de clash of civilisations – onvermijdelijk. Die botsing is momenteel in volle gang en ze manifesteert zich nu ook in de sport, in dat symbool van (Westerse) universaliteit bij uitstek: de Olympische Spelen. Daarom is de foto met de twee beachvolleybalsters inderdaad hét beeld van deze Spelen: het is een metafoor van de botsing der beschavingen .

We mogen dan wel lachen met die volledig verpakte Egyptische meisjes en vinden dat ze zich belachelijk maken, maar ze maken ook ons, Westerlingen, belachelijk. En het ergste is dat we het niet eens beseffen. Materialistisch als we zijn, hebben we geen oog voor de symbolische, figuurlijke of geestelijke betekenis van een beeld. We denken: laat die meisjes toch hun hoofddoek dragen! Waarom zo’n drukte maken over een stukje textiel! We gaan zelfs prat op onze ruimdenkendheid en verdraagzaamheid, terwijl het in wezen blindheid is, blindheid voor de geestelijke dimensie der dingen. En de geestelijke dimensie van de islamitische hoofddoek is een oorlogsverklaring aan het Westen. De hoofddoek zegt: jullie hebben jullie regels en wij hebben de onze, en we gaan onze regels aan jullie opleggen, stap voor stap, zonder dat jullie het merken! En zo gaat het inderdaad: langzaam en geleidelijk vervangen de moslims onze regels door hun regels, onze universele beschaving door hun universele beschaving. 

Ze maken ons belachelijk omdat blijkt dat ons streven naar universaliteit en eenheid slechts schijn is. We doen alsof niets zo belangrijk is als de mensenrechten, maar tegelijk accepteren we steeds vaker sharia-regels, ook al druisen die in tegen de mensenrechten. Als op de Olympische Spelen enkele moslima’s verschijnen in sharia-outfit, zeggen we daar niets van. Integendeel, we ontvangen ze met open armen, trots op onszelf. Want we streven naar gelijkheid, naar diversiteit, naar multiculturaliteit. We streven naar een wereld waarin Westerlingen en moslims broederlijk naast elkaar in vrede leven. Op materieel gebied is zoiets wel mogelijk, maar op geestelijk gebied niet, want beide streven het tegenovergestelde na. Westerlingen streven in essentie vrijheid na, moslims onderwerping. En je kunt niet tegelijk vrij én onderworpen zijn. Toch is dat wat het Westen nastreeft door twee tegengestelde idealen te koesteren: de eenheid en de diversiteit. Juist deze tegenstrijdigheid maakt het Westen tot een prooi voor de islam.

De islam kent dit dubbele streven niet. Hij streeft wel naar universaliteit en eenheid, maar beslist niet naar gelijkheid en diversiteit. De iconische foto met de twee beachvolleybalsters is misschien wel een beeld van het Westerse ideaal, maar zeker niet van het islamitische. In een islamitische beschaving zou er geen halfnaakte volleybalster zijn, er zouden alleen twee volledig bedekte speelsters zijn. En daarin ligt de kracht van de islam: in zijn eenduidigheid. Zijn regels zijn niet tegenstrijdig zoals die van het Westen. Zolang het Westen de tegenstrijdigheid van zijn idealen – eenheid en verscheidenheid – niet oplost, vermag het niets tegen de islam. En uit alles blijkt dat het Westen niet in staat is zijn eigen contradicties onder ogen te zien, laat staan ze te overwinnen. Daarin ligt zijn zwakheid: het streeft met vuur zowel de eenheid als de diversiteit na, maar het derde vuur ontbreekt: het vuur van het bewustzijn van die tegenstrijdigheid.

Wat het Westen niet beseft, is dat het een coniunctio oppositorum nastreeft, een vereniging der tegendelen. Het beeld van die twee volleybalspeelsters op de Olympische Spelen zou er nooit gekomen zijn als het Westen het niet gewild had. Als de Duitse meisjes beslist hadden om helemaal zonder kleren te spelen (zoals de oude Grieken) dan zou niemand getwijfeld hebben: dit willen we niet! Maar als moslima’s beslissen om helemaal gesluierd te spelen, zijn de inrichters het – blijkbaar – roerend eens: dit willen we wel! Zeker, er is een beetje gemor in de (sociale) media, maar lang zal dat niet duren en het zal ook geen effect hebben op de toekomst: er zullen steeds meer hijabs opduiken op de Olympische Spelen – want het Westen wil dat. Maar ook de islam  wil dat, althans voorlopig, tot het z’n wil kan doordrukken. De onverwachte conclusie is dus dat zowel het Westen als de islam hetzelfde nastreven en dat we dus te maken hebben met een wereldwijd gemeenschappelijk streven, een mensheidsstreven.

Er is al veel gezegd over die iconische foto van de twee beachvolleybalsters, maar één ding is nog niet boven water gekomen: de vaststelling dat het een beeld is van iets wat we allemaal willen, Westerlingen zowel als moslims. Er leeft in de mensheid vandaag een even hartstochtelijk als onbewust streven naar de vereniging der tegendelen. Tragisch genoeg leidt dat gemeenschappelijke ideaal niet tot vrede en broederlijkheid, maar tot chaos en geweld. Het sleurt ons mee in een zelfvernietigende draaikolk. De vraag is dan ook of dit mensheidsideaal een begoocheling is, dan wel of de oorzaak van de ellende gezocht moet worden in het feit dat we ons niet bewust zijn van dat ideaal. Is het met andere woorden onmogelijk om de tegenpolen – bijvoorbeeld vrijheid en onderwerping – met elkaar te verzoenen, en is de mensheid dus ten prooi aan een vorm van idealistische waanzin, of is het wel mogelijk en weten we alleen niet hoe, omdat we het probleem niet onder ogen zien? That is the question

Achter de schermen

  

Tien jaar geleden werd Samira Achbita ontslagen door haar werkgever toen ze op een dag met een hoofddoek op kantoor verscheen en die weigerde af te zetten. Ze kaartte de zaak aan bij de vakbond en bij het Centrum voor Racismebestrijding en die brachten de zaak voor de rechter. Die gaf haar echter ongelijk, waarop de zaak voor het Hof van Justitie van de Europese Unie verscheen. Gisteren stelde de advocaat-generaal van dat Hof Samira opnieuw in het ongelijk (en volgt dus het oordeel van de Belgische rechter). Vandaag lezen we in de krant dat het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken een advocaat naar het Europese Hof van Justitie stuurt om te bepleiten dat Samira wel degelijk gelijk heeft en dat het om een geval van discriminatie gaat. Voor alle duidelijkheid: zowel het Belgische als het Europese gerecht oordelen dat er geen sprake is van discriminatie, maar de Belgische Staat gaat daar NIET mee akoord.

Ik zou wel eens willen weten wie die ‘Belgische Staat’ is. Wie heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken opdracht gegeven te protesteren tegen het Europese verdict? Dat moet toch de minister zijn, in dit geval Didier Reynders! Maar waarom zou die man dat doen? Hij is een liberaal, die deel uitmaakt van een liberale regering die opkomt voor de werkgever. Daarom schreeuwt verzameld links nu al de hele tijd moord en brand. En toch trekt die regering nu opeens partij voor een fundamentalistische moslima en tegen de werkgever in een zaak die zo klaar zou moeten zijn als een klontje. Ze gaat zelfs uitdrukkelijk protesteren tegen Europa, als om te zeggen: vergeet alles waar we voor staan en wat we zeggen, DIT is veel belangrijker! Zo’n houding valt totaal niet te begrijpen, tenzij het verdedigen van gehoofddoekte moslima’s inderdáád belangrijker is dan al de rest.

Interessant om weten is dat het Amerikaanse hooggerechtshof in 2008 in een gelijkaardig geval in het voordeel van de moslima oordeelde. En dát in het liberale land bij uitstek! Ik heb het er al eens over gehad: het loutere feit dat men moslima’s toelaat om steeds weer klacht in te dienen over hun hoofddoek geeft aan dat men hen eigenlijk gelijk geeft, en dat het gewoon een kwestie van tijd is voor de rechtbanken onder de druk bezwijken. En dus rijst de vraag: wie laat dat toe, wie geeft de moslima’s (principieel) gelijk, wie moedigt hen aan? Ik kan me alvast niet van de indruk ontdoen dat er achter de (Westerse) schermen krachten aan het werk zijn die de fundamentalistische moslims en moslima’s steunen en die sterker zijn dan regeringen, rechtbanken en ondernemingen samen. Dat is niet wat je noemt een prettig vooruitzicht. En het werpt ook een verhelderend licht op al die onschuldige moslima’s die maar niet kunnen begrijpen waarom we ons zo druk maken over een hoofddoek. 

 

Tijd voor solidariteit (4)

  

In Antwerpen hebben moslims witte rozen uitgedeeld onder het motto We Are One. Als de situatie niet zo ernstig was geweest, zou je in lachen uitbarsten. We Are One? Als er één religie is die als grondboodschap uitdraagt We Are Two dan is het wel de islam. De wereld bestaat volgens moslims uit Het Huis van de Vrede (dat bewoond wordt door moslims) en Het Huis van de Oorlog (dat bewoond wordt door iedereen die geen moslim is). Vrede kan er op aarde alleen heersen wanneer iedereen moslim is geworden. Zolang dat niet het geval is zal er op aarde oorlog zijn. Het zijn beslist geen loze woorden, want de islam heeft van bij zijn ontstaan oorlog gevoerd en doet dat nog altijd. De enige manier om in (permanente) vrede te leven met moslims is door zelf moslim te worden. Dat geeft die witte-rozen-actie in Antwerpen natuurlijk een wrange bijsmaak. Want in België laten moslims en moslima’s er geen twijfel over bestaan: ZIJ zullen zich niet bekeren, het zijn de anderen die dat zullen moeten doen – als ze tenminste vrede willen. Wanneer moslims zeggen We Are One dan bedoelen ze eigenlijk We Are All Muslim. 

Ik zou die witte roos dus niet aanvaard hebben, want ik ben geen moslim en zal dat ook nooit worden. Maar zou dat geen overreactie zijn geweest? Die vriendelijke moslimjongens en -meisjes bedoelen daar toch niks verkeerds mee? Dat kan best zijn. Maar als een moslim weigert met een vrouw te spreken, dan bedoelt hij daar ook niks verkeerds mee. Toch is dat geen reden om zijn gedrag te aanvaarden. Hij moet begrijpen dat als hij deel wil uitmaken van de moderne wereld hij zich moet aanpassen. Dat zou ik ook tegen dat moslimmeisje-met-de-witte-roos gezegd hebben. Als zij zich wil aanpassen, dan zal ik haar roos met veel plezier aanvaarden. Maar als zij zich niet wil aanpassen – en haar hoofddoek geeft duidelijk te kennen dat ze dat niet wil – wat is dan de betekenis van die roos? Laat ik een vergelijking maken. Stel dat ik 85 jaar geleden in Duitsland leefde en dat een vriendelijk Hitlerjugendmeisje mij een witte roos kwam aanbieden. Ze beseft duidelijk niet wat er verkeerd zou kunnen zijn met haar sympathieke actie, maar is dat een reden om haar roos gewoon aan te nemen en te zwijgen?

Ik weet niet hoe ik in nazi-Duitsland zou gereageerd hebben, maar vandaag, vlak na de zoveelste bloederige moslimaanslag (de teller staat inmiddels op meer dan 28.000) zou ik die roos niet accepteren en ik zou haar uitleggen waarom. Ik zou haar vragen waarom zij met haar roos zegt dat we allemaal één zijn, terwijl ze met haar hoofddoek precies het tegenovergestelde zegt. Waarschijnlijk zou er dan een dovemansgesprek volgen en ten slotte zou ik haar een compromis voorstellen: jij doet je hoofddoek af en ik aanvaard je roos. Waarschijnlijk zou ze dat weigeren maar mocht ze onverwachterwijze ingaan op m’n voorstel, dan zou ik haar zeggen dat een actie waarbij moslima’s spontaan hun hoofddoek afdeden (al was het maar voor een symbolische minuut) uit solidariteit met de Belgen veel overtuigender zou zijn dan die witte rozen. En dat is eigenlijk wat ik nog altijd verwacht van moslims: een teken dat ze afstand nemen van de fanatieke godsdienst in wiens naam al zoveel bloed gevloeid is. 

Die godsdienst is niet de islam (want die verplicht de hoofddoek niet), het is de fundamentalistische islam, de islam van de scherpslijpers. Ik heb er geen probleem mee dat moslima’s een hoofddoek dragen, ik heb er een probleem mee als ze weigeren hem af te zetten bij gelegenheden waar hij ongepast is, want dan laden zij de verdenking op zich solidair te zijn met die fanatieke islam. Als ze daar zelfs niet toe bereid zijn in uitzonderlijke omstandigheden zoals een aanslag, dan laden zij de verdenking van passieve medeplichtigheid op zich. Dat zulks geen spookbeeld is, bewijst het feit dat de hele buurt waar Abdeslam zich maandenlang heeft schuilgehouden, op de hoogte was van zijn aanwezigheid. Momenteel is er opnieuw een terrorist op de vlucht. Iedere dag dat hij niet gegrepen wordt, groeit de verdenking dat hij gesteund wordt door althans een deel van de moslimgemeenschap. Als die gemeenschap werkelijk zo geschokt is door de aanslagen als zij beweert te zijn, dan zal zij méér moeten doen om mij te overtuigen dan een perscommuniqué uitvaardigen en witte rozen uitdelen. 

Halal en haram

  

Uit een preek van de populaire (!) salafistische prediker imam al-Mutaqqin

Beste broeders en zusters,

Zoals jullie weten, beheerst ons mooie geloof ons hele leven. Alles, maar dan ook alles wordt door de zuivere islam geregeld. Daardoor weten we hoe we naar toilet moeten gaan, hoe we moeten gapen, hoe we ons moeten kleden, hoe we de liefde moeten bedrijven, noem maar op. Alles heeft Allah in zijn immense alwetendheid voorzien. Zo ook de omgang tussen man en vrouw en daar wil ik het nu, samen met jullie, over hebben. Velen onder ons vragen zich terecht af: hoe moeten man en vrouw met elkaar omgaan, ik bedoel, hoe moet de vreemde man met de vreemde vrouw omgaan?

Ik zie nu heel duidelijk aan de ogen van sommigen, dat jullie het niet meer zo nauw nemen met wat halal en haram is, wat toegelaten en verboden is. Ik zie dat sommigen onder jullie op straat lopen, opgehitst en met rode kaken. Ik zie en ik hoor dat sommigen onder jullie geile blikken werpen naar sommige schaars geklede zusters die denken dat ze geen hoofddoek moeten dragen. Wel, ik zeg jullie en onthou het voor altijd: buiten het huwelijk kan er nooit, maar dan ook nooit, een relatie zijn. Een vreemde man en een vreemde vrouw kunnen nooit vrienden zijn. Ons geloof laat dit niet toe. Absoluut niet. Vriendschap kan bestaan tussen moeder en zoon, tussen vader en dochter, maar niet tussen vreemden van het andere geslacht. Het is dan ook niet nodig dat jonge mensen elkaar willen leren kennen voor het huwelijk want voor het huwelijk laat niemand zijn ware gelaat zien. 

Broeders en zusters, houdt jullie aan de onveranderlijke geopenbaarde regels. Pas dan zal Allah, de Barmhartige en Genadevolle, jullie huwelijk zegenen. Ik vraag dat Allah, de Hoeder en Alwetende, de Alhorende Scheidsrechter, jullie zal bijstaan om geen vriendschappen te sluiten met vreemden van het andere geslacht. Alleen zo zijn jullie rechtschapen en zal Hij jullie het Paradijs schenken.

Beste broeders, tot slot wil ik het nog hebben over over waardigheid en kuisheid, meer bepaald over het gewaad van de kuise vrouw, de hijab. Het is belangrijk, beste broeders, dat onze zusters zich omhullen met een eerbaar gewaad, want alleen zo kunnen ze de poorten van het Paradijs binnengaan. Het verrichten van de gebeden, het volgen van de voorschriften en het dragen van de hijab zijn een teken van gehoorzaamheid aan Allah, Hij die over dood en leven beslist.

Je draagt de hijab niet omdat je moet, je draagt hem niet omdat je moet van je vader, maar omdat je een echte gelovige wil zijn. Daarom en daarom alleen. De ongelovigen besluipen onze zusters immers langs alle kanten, maar nu, met de hijab, vormen ze geen prooi meer voor hen.

Wees dus niet bang wanneer diezelfde ongelovigen onze zusters op straat bespotten, hen op straat naroepen en zelfs diep haten. Weet, zoals altijd zijn de ongelovigen fout. Juist door de hijab kunnen zij niet profiteren van het lichaam van onze zusters en kunnen ze hun vleselijke lusten niet botvieren.

Beste broeders, geloof hen niet wanneer ze zeggen dat de hijab een teken van onderdrukking is. Het is een teken van vrijheid. Zij zeggen voortdurend dat kuisheid en vroomheid gelijk zijn aan achterlijkheid. Zij zeggen dat zedeloosheid en naakt op straat lopen gelijk zijn aan emancipatie. Geloof het niet. Trap niet in deze leugen. Allen haten ze onze zusters, omdat ze sterk staan in het zuivere geloof en omdat ze hen niet kunnen kapotmaken en verleiden tot de aardse en verwerpelijke geneugten die hen naar Djahannam, de Hel, zullen leiden. Op het laatst immers zullen de gelovigen van op hun rustbanken de ongelovigen uitlachen.

Zoek de fout

  

Bovenstaande foto werd genomen tijdens de ‘wake’ die afgelopen zondag in Gent werd gehouden ter herdenking van de slachtoffers van de terreuraanslagen in Parijs. Wat klopt er niet aan deze foto? U zult het misschien niet durven zeggen (of zelfs niet durven denken) en daarom zeg ik het voor u: het is die hoofddoek. Een fundamentalistische moslima die eer komt betuigen aan de slachtoffers van … fundamentalistische moslims? Dat is als een neo-nazi die in uniform een herdenking van de slachtoffers van Auschwitz komt bijwonen. 

Ja maar, zult u zeggen, dat is een volkomen misplaatste vergelijking! Die brave mevrouw fundamentalistisch noemen enkel maar omdat ze een hoofddoek draagt? Kom nou! Wel, laat ik dan eens de vraag stellen: waarom draagt ze die hoofddoek? Om openlijk haar geloof te belijden? Maar waarom zou ze dat doen? Er heerst in Europa godsdienstvrijheid, iedereen mag hier het geloof belijden dat hij wil en daarom voelt ook niemand nog de behoefte om ostentatief als christen, jood, boeddhist, hindoeist of wat dan ook rond te lopen. Behalve moslima’s. Die springen er overal uit. Door hun hoofddoek, hun sluier en/of hun lange gewaden willen ze zich onderscheiden van alles en iedereen. 

Ze zijn nochtans niet verplicht om een hoofddoek te dragen. De islam vraagt dat niet van hen. Heel wat moslima’s dragen er dan ook geen, zonder dat het iets afdoet aan hun geloofsovertuiging. Door er wél een te dragen veroorzaken moslima’s problemen, het soort problemen dat altijd en overal ontstaat als je je nadrukkelijk ‘anders’ gedraagt of kleedt. Moslima’s ergeren veel mensen met hun hoofddoek, maar toch blijven ze hem dragen. Ze blijven – zonder woorden – luid roepen: wij zijn moslims, wij zijn anders dan jullie, wij willen niet zijn zoals jullie! En dat zou ik niet fundamentalistisch mogen noemen? 

Neo-nazi’s doen toch precies hetzelfde? Door hun outfit en hun hakenkruisen geven ze te kennen dat ze anders willen zijn dan iedereen. Ze choqueren, ze veroorzaken problemen, ze roepen afkeer op. Precies zoals de moslima’s. Ja maar, zult u zeggen, die moslima’s doen toch geen mens kwaad? Nee, maar die neo-nazi’s ook niet. Ze zien er een beetje vervaarlijk uit, maar zo zien motards en heavy-metalfans er ook uit. Niemand ziet een reëel gevaar in hen, niemand gelooft ernstig dat het nazisme weer kan herleven. De linkse jongens houden dat spookbeeld natuurlijk gretig in leven want zonder vijandbeeld kunnen ze niet leven. Nee, ik zie geen wezenlijk verschil tussen moslima’s en neo-nazi’s.

Ja maar, zult u volhouden, je kunt de islam toch niet vergelijken met het nazisme! Nee, dat klopt. De islam heeft veel meer slachtoffers op zijn geweten dan de nazi’s. Maar dat bedoelt u natuurlijk niet. U bedoelt dat de meeste moslims brave mensen zijn en dat het alleen een paar extremisten zijn die de boel verzieken. Maar dacht u dan dat alle nazi’s destijds bloeddorstige monsters waren? De meesten waren brave mensen zoals u en ik, mensen die geloofden in hun führer zoals moslims geloven in hun profeet. Ze waren ervan overtuigd dat de aberraties die het nazisme in een kwaad daglicht stelden, het werk waren van extremisten, van mensen die het niet verdienden om nazi genoemd te worden. 

U bent nog niet overtuigd. U kunt in die vriendelijke, bescheiden moslima’s echt geen gevaar zien. Maar het gevaar zit ook niet in die moslima’s als mens, het gevaar zit in hun geloof, in de overgave en toewijding waarvan hun hoofddoek getuigt. Want die toewijding gaat heel ver: ze maakt moslima’s tot … martelaren. Niet op de fysiek-mannelijke manier van de jihadi’s en de terroristen, maar op een vrouwelijke manier. Moslima’s zien ervan af om zich mooi te maken, ze verbergen zich onder hoofddoeken, sluiers en lange gewaden. Dat is voor een vrouw geen gering offer. De hoofddoek werkt ook nefast op hun sociale leven: andere mensen mijden hen, wantrouwen hen, voelen afkeer voor hen. Ook in hun school- en beroepsleven is hij een handicap. Altijd weer komt die hoofddoek roet in het eten strooien, altijd weer maakt hij de moslima’s tot outcasts, tot vrouwen die er niet bij horen. Maar desondanks blijven ze vrijwillig die hoofddoek dragen, want ze willen lijden voor hun geloof, ze willen martelaren zijn. En dat is een enorme kracht, een kracht die Europa niet meer bezit. 

Wat die kracht tot een gevaar maakt, is echter niet het martelaarschap op zich. Het is het feit dat het altijd gepaard gaat met terreur. Door een hoofddoek te dragen terroriseren moslima’s andere moslima’s. Ze geven te kennen dat vrouwen die geen hoofddoek dragen toch maar sletten zijn, geen echte moslima’s dus. Hoe groot de druk is die ze op die manier uitoefenen hebben de scholen ondervonden en daarom hebben ze de hoofddoek ook verboden, tegen alle politieke correctheid in. Maar de subtiele terreur van de moslima’s werkt ook nog op andere manieren. Al die hoofddoeken in de straten herinneren er de Europeanen voortdurend aan dat er tussen hen mensen rondlopen die hun manier van leven afkeuren, die er niet aan denken om zich aan te passen. Voortdurend eisen moslima’s rechten op die anderen niet hebben. Ze wekken daardoor niet alleen onvrede, ze trekken ook het maatschappelijke weefsel scheef. Met hun hoofddoek snoeren ze anderen ook de mond. Die hoofddoek zegt namelijk: let op je tellen, anders word je beschuldigd van racisme, dicriminatie of erger. 

De moslim-martelaar offert niet alleen zijn eigen leven (zoals de christelijke martelaar dat doet), hij offert ook altijd andermans leven. Zijn offer is een daad van liefde (voor God) maar tegelijk ook een uiting van haat (jegens de goddelozen). Het martelaarschap van moslims en moslima’s heeft dus twee gezichten: een liefdevol en een haatdragend. We zien een liefdevolle, vriendelijke, bescheiden moslima met een hoofddoek en we denken: wat voor kwaad kan daar nu in schuilen! Maar we vergeten dat de hoofddoek ook een keerzijde heeft: hij is een subtiele maar reële vorm van terreur. En wat voor de hoofddoek geldt, geldt ook voor de islam. Deze godsdienst heeft twee gezichten: een onschuldig en een kwaadaardig. Het is de godsdienst van de vrede, maar het is ook de godsdienst van de oorlog. De foto’s van IS-strijders die we in de kranten zien, tonen ons onschuldige, lachende jongensgezichten. Maar het zijn wel deze ‘onschuldige kinderen’ die zich te buiten gaan aan de gruwelijkste misdaden. 

Goed en kwaad, vrede en oorlog, liefde en haat: in de islam gaan ze naadloos in elkaar over. Het christendom is niet beter, vreedzamer of liefdevoller dan de islam, maar het maakt wél onderscheid. De tegenpolen vloeien er niet in elkaar over, ze staan duidelijk afgetekend naast elkaar. Dat komt al tot uitdrukking in de bijbel en de koran. De bijbel bestaat uit twee aparte boeken: het Oude Testament is bijzonder gewelddadig, het Nieuwe Testament is volkomen geweldloos. Ook de koran kent deze tegenstelling: het bestaat uit de gewelddadige Medina-verzen en uit de geweldloze Mekka-verzen. Maar die staan allemaal door elkaar, ze zijn niet duidelijk van elkaar gescheiden. De koran is één boek, één geheel. Er is in de islam ook maar één God. Er is ook maar één profeet, en hij vertoont hetzelfde dubbele gezicht als de hele islam: enerzijds de vredelievende mysticus, anderzijds de oorlogszuchtige legeraanvoerder.  

Westerlingen maken graag onderscheid tussen beide polen: ze zien gematigde moslims en fundamentalistische moslims, een vreedzame islam en een oorlogszuchtige islam. Maar ze vergeten dat die polen samenhoren, dat ze één geheel vormen. Moslims zelf maken dat onderscheid niet. Ze zijn er heel duidelijk in: er is maar één islam, zoals er maar één God is, en één profeet. En er zijn ook geen twee soorten moslims, er zijn alleen moslims en niet-moslims. De Gentse moslima op de foto hierboven zal de Parijse terroristen zeker niet als fundamentalistische moslims zien, want dat zou betekenen dat ze de koran strikter in de praktijk brengen en dus betere moslims zijn dan zijzelf. Ze zal zichzelf ook niet als een gematigde moslim zien, want dat zou betekenen dat ze het niet zo nauw neemt met de koran. Nee, er is in haar optiek maar één soort moslims: goede, vredelievende moslims. Zo stond het ook in de open brief die een moslim onlangs schreef naar aanleiding van de aanslagen: ‘Ik ben moslim, en dat betekent dat ik vrede in mij draag. Waarom moet ik dan nog verklaren dat ik tegen terrorisme ben?’ Hij zag geen enkel verband tussen moslims en terrorisme. 

Moslims – en dat blijkt telkens weer opnieuw – ontkennen het dubbele gezicht van de islam. Ze zien de islam als de godsdienst van de vrede, en alles wat geen vrede is heeft niks met de islam te maken. Als moslims geweld plegen, dan is dat niet omdat er haat in hun ziel leeft, maar omdat ze God liefhebben en hem verdedigen wanneer hij aangevallen wordt. Daarom hebben moslims ook nergens schuld aan. Als zij agressief zijn, arm zijn, geen werk hebben, stelen of verkrachten, dan is dat altijd de schuld van de anderen die hen aanvallen, discrimineren, kleineren of verleiden. Moslims zijn altijd slachtoffers, ook als ze daders zijn. Moslims leven ook altijd in vrede, zelfs wanneer ze de hele wereld aanvallen. Hun aanval is immers een verdediging, want al wie geen moslim is, valt de islam aan, gewoon door geen moslim te zijn. Ieder mens wordt immers geboren als moslim: als hij christen, jood, boeddhist, atheïst of wat dan ook wordt, dan verzet hij zich tegen zijn moslim-zijn, dan beledigt hij zijn Schepper.

Moslima’s dragen hun hoofddoek om zich te ‘verdedigen’, niet tegen vrijpostige mannen, maar tegen ongelovigen. Ze zien in iedere niet-moslim immers iemand die de islam aanvalt. Als vrouw kunnen ze de wapens niet opnemen tegen al het ‘geweld’ dat hen hier omringt, maar ze kunnen wel duidelijk tonen: wij wijken niet, wij staan pal voor onze God en onze profeet. De moslima op de foto was misschien wel op de Gentse wake om de slachtoffers te herdenken, maar ze was er ook om de islam te verdedigen, om duidelijk te maken dat de islam niets met terrorisme te maken heeft. Ze gedroeg zich met andere woorden als een neo-nazi die door zijn aanwezigheid op een Auschwitz-herdenking wil aantonen dat de jodenvervolging niets met het echte nazisme te maken had, dat ze het werk was van terroristen die voorwendden nazi’s te zijn. 

We vinden het gedrag van de neo-nazi ongepast en dat zouden we hem ook duidelijk maken. Maar zou er tijdens de Gentse wake iemand de moslima gevraagd hebben om haar hoofddoek af te doen, uit respect voor de slachtoffers, uit solidariteit met de geterroriseerde Europeanen? Waarschijnlijk is niemand zelfs maar op het idee gekomen. Waarschijnlijk was iedereen juist blij met haar aanwezigheid. Hoe komt dat? Waarom zou een neo-nazi woedend worden weggejaagd terwijl een gehoofddoekte moslima hartelijk wordt verwelkomd? Vanwaar dat scherpe onderscheid tussen twee mensen die in wezen precies hetzelfde doen? Gaat het hier om een collectief Stockholmsyndroom waarbij slachtoffers zich identificeren met de daders? Waarschijnlijk, maar dat syndroom is geen verklaring, het is een naam. Waarom identificeren Europeanen zich zo sterk met moslims, met mensen dus waardoor ze – voorlopig nog een ‘vrouwelijke’ maar langzaam ook op een ‘mannelijke’ manier – geterroriseerd worden? Waarom haast iedereen zich na een moslimaanslag om te verklaren dat het geweld niets met de islam te maken heeft? 

Laat ik een gedachten-experiment doen. Stel dat er op de wake in Gent of waar dan ook tientallen gehoofddoekte moslima’s aanwezig waren geweest. Zou dat kwaad bloed hebben gezet? Hoogst onwaarschijnlijk. De herdenkingen golden de slachtoffers, niet de daders. Maar stel nu eens dat er op zo’n wake ook tientallen – duidelijk herkenbare – Vlaams Belangers waren geweest. Hoe zou men dan gereageerd hebben? De wake in Gent was een links, multicultureel initiatief. Dat kon je ook merken aan de deelnemers: verschillende BV’s, mensen uit de culturele kringen. En die lusten Vlaams Belangers rauw. Als Vlaams Belang, Pegida of andere moslimkritische organisaties ergens betogen, komt er altijd heibel van. De linksen pikken dat rechtse gedoe niet. En dus vermoed ik dat men in Gent – minstens – verstoord zouden gereageerd hebben op de aanwezigheid van rechts. Het zou geen vreedzame wake zijn gebleven, zelfs niet als de ‘rechtsen’ precies hetzelfde zouden gedaan hebben als de ‘linksen’, dat wil zeggen: een kaarsje aansteken, een bloem neerleggen. 

Om een lang verhaal kort te maken, de linkse, culturele, intellectuele kringen – de maatschappelijke bovenlaag zeg maar – gedragen zich net als moslims: hun hart is vervuld van liefde en zij prediken vrede. Als ze zich agressief gedragen is dat enkel en alleen omdat ze aangevallen worden door extreem-rechts, door de cultuurbarbaren, door de ‘onderbuik’ van de samenleving. Ze willen helemaal geen geweld gebruiken, maar ze kunnen niet anders, ze worden ertoe gedwongen door hun liefde voor de beschaving, voor de mensheid, voor de wereld. Daarom moeten ze zich verdedigen tegen het fascisme, tegen het racisme, tegen de onverdraagzaamheid, tegen de haat, tegen de discriminatie, tegen de islamofobie, tegen de homofobie, kortom tegen het kwaad. Ze strijden tegen de draak, ze voeren een heilige oorlog tegen … iedereen die niet links is, die niet is zoals zij. Want de zogenaamde ‘rechtsen’ zijn geen neo-nazi’s, geen fascisten, geen terroristen. Het zijn gewoon mensen zoals u en ik. Maar ze hebben één groot gebrek: ze zijn niet links. Het zijn ‘ongelovigen’, ze weigeren in te zien dat links, en links alleen, staat voor liefde en vrede. Ze erkennen de linkse God niet, ze begrijpen niet dat er pas vrede op aarde kan heersen als iedereen die God aanbidt, als iedereen zich bekeerd heeft tot het linkse gedachtengoed. 

Uit het feit dat de Gentse wake vreedzaam verliep, maak ik op dat er geen zichtbare ‘rechtsen’ waren. Er was alleen een zichtbare moslima en die werd in de armen gesloten omdat ze van hetzelfde geloof is, het geloof in het Ene, het geloof dat alle dubbelheid ontkent. Net zoals de islam geen ander geloof naast zich duldt, zo duldt ook links geen andere politieke overtuiging naast zich. Het idee dat links en rechts zouden samenwerken, is … des duivels. Het idee dat er in de menselijke samenleving twee of meer godsdiensten zouden kunnen bestaan, is een slag in het aangezicht van Allah en dient gewroken te worden. Bij die wraakneming dient de moslim zowel als de linkse zich te verzetten tegen de verleiding dat al dat geweld niet nodig zou zijn en dat hij dus schuld zou hebben aan de bloedbaden die hij aanricht. Nooit mag hij schuld bekennen, want dan valt hij Allah af, dan faalt zijn liefde voor God en de mensheid. Nooit mag hij in zijn ziel iets anders vinden dan liefde en vrede. Want het kwaad leeft niet in de ziel van de rechtschapene, het leeft in de ziel van de verdoemde, de ongelovige, de niet-linkse. Moslims kunnen  zich niet bewust worden van het kwaad dat ze in de wereld aanrichten, want dan houden ze op moslim te zijn. Links moet stekeblind blijven voor het bloedbad dat het in de vorige eeuw heeft aangericht, anders kan het niet links blijven. 

Er is geen verschil tussen het geloof van de moslim en de politieke overtuiging van links. Het is precies hetzelfde. En de kern ervan wordt gevormd door het gebrek aan bewustzijn van … Christus. Want Christus is degene die de tegenstellingen overbrugt. Hij is degene die de brug slaat tussen God en mens. Hij is het alternatief voor zowel gelovigen als ongelovigen, voor zowel links als rechts. Zonder Christus – niet als een religieus begrip maar als een geestelijke realiteit – kan links zich geen samenwerking met rechts voorstellen. Zonder Christus kan de moslim geen ander geloof naast zich accepteren. Zonder Christus kan niemand de zwei Seelen in seinem Brust niet onder ogen zien. Zonder Christus is de mens gedoemd het kwaad alleen in anderen te zien. Zonder Christus kan hij zich niet schuldig voelen zonder tegelijk de knie te buigen voor anderen. De moslimterreur kan niet los worden gezien van de linkse terreur in het Westen. Ze zijn één en hetzelfde wezen, een antichristelijk wezen dat in de moslimterreur zijn ahrimanische kop laat zien en in de linkse ‘oproepen’ tot vrede, liefde en solidariteit zijn luciferische kop. 

Ik twijfel er niet aan dat er de afgelopen dagen christelijke herdenkingen hebben plaatsgevonden, ‘christelijk’ in de zin van deemoedig, berouwvol, medelevend. Zonder eigenliefde, zonder wraakzucht, enkel medelijdend met het lijden overal ter wereld. Dat soort herdenkingen zullen er zeker geweest zijn en ze vormden waarschijnlijk de grondslag voor alle herdenkingen. Maar ik twijfel er evenmin aan dat ze, zoals in Gent, vaak vermengd werden met de antichristelijke geest – zowel van westerse zijde als van moslimzijde – de geest die zegt: hier hebben wij geen schuld aan, wij zijn zo niet, hier hebben wij niks mee te maken, het zijn ‘de anderen’ die dit op hun geweten hebben. Dat lees ik af aan die hoofddoek én aan het feit dat niemand daar een opmerking over maakte. Ik kan natuurlijk niet in de ziel van de zwarte moslima en de blonde mevrouw met de bloem kijken. Misschien werden zij allebei bewogen door Christus. Maar ik zou het toch overtuigender hebben gevonden als die moslima voor één keer haar hoofddoek had afgedaan en als de linkse BV’s voor één keer een Vlaams Belanger hadden omhelsd. En nog veel overtuigender zou ik het vinden als ze dat altijd zouden doen. Zolang moslima’s hun hoofddoek blijven dragen, geloof ik hen niet. Zolang linksen rechts blijven demoniseren (of omgekeerd) geloof ik hen evenmin. En is geloof niet juist wat we op dit moment het meest nodig hebben, niet in religieuze zin, maar in de zin van wederzijds vertrouwen? 

De heilige Silke

   

Silke Raats, een jonge Vlaamse studente heeft een ‘sociaal experiment’ uitgevoerd. Zonder iemand te verwittigen, behalve haar moeder en een vriendin, begon ze een hoofddoek te dragen – ‘om eens te zien hoe de mensen zouden reageren’. Het plan was om dat 30 dagen vol te houden, maar na 10 dagen is ze er al mee gestopt ‘omdat de reacties zo extreem waren’. Tja, wat had ze dan gedacht, in één van de meest racistische en islamofobe landen ter wereld? Logisch dat je daar hard wordt aangepakt. Wat heeft ze dan wel meegemaakt? Heeft men haar uitgescholden? Heeft men haar de hoofddoek van het hoofd gerukt? Is ze aangevallen door een bende extreem-rechtse studenten? Is ze in het ziekenhuis geschopt en is het de vraag of ze geen blijvende invaliditeit overhoudt aan haar experiment? Is ze het slachtoffer geworden van een groepsverkrachting? Ja, hoe extreem waren de reacties eigenlijk wel? 

Ze heeft er een filmpje van gemaakt. Helaas zien we daarop niets van de reacties. We zien alleen tekst en moeten haar dus op haar woord geloven. De kans dat ze een en ander wat aangedikt heeft, moet dus meegerekend worden. Welaan dan, hoe erg was het? Sommige mensen zeiden: maar Silke, wat is er nu met je gebeurd? Anderen vroegen: heb je je bekeerd? Sommigen fluisterden achter haar rug: ze vrijt met een moslim! Maar het ging verder dan dat. Sommige vriendinnen zeiden: ik zou zoiets nooit doen! Er waren er zelfs die zeiden: maar ben je nu helemaal gek geworden! En alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, waren er zelfs die niet meer met haar wilden praten. Je kon je bijna in de Antroposofische Vereniging wanen, zo extreem was het! 

Gelukkig waren er ook veel mensen die haar steunden en zeiden: wat je ook doet, je blijft voor ons altijd die toffe Silke! Hoewel onze studente diep geschokt is door haar ervaringen, is ze toch ook gesterkt uit het experiment gekomen. Ik weet nu wie mijn echte vrienden zijn, zegt ze. In haar filmpje bedankt ze hen ook voor hun ‘juiste’ reacties. Of ze degenen die ‘fout’ reageerden een kwaad hart toedraagt, is niet bekend. Wel verzekert ze dat nog niet meteen bij IS gaat vechten. Haha, die Silke! Eén ding is zeker: ze is een zeer aantrekkelijke verschijning en ik acht het niet uitgesloten dat we haar in de toekomst nog op televisie zien, bijvoorbeeld om Syriëstrijders te interviewen die een boek hebben geschreven over hun lotgevallen in de Islamitische Staat. 

Uit dit alles kunnen we weer eens opmaken hoe racistisch, islamofoob maar ook hoe sexistisch Vlamingen wel zijn, want tegen een onschuldig meisje als Silke durven ze extreem reageren, maar zo’n stoere Syriëstrijder durven ze geen strobreed in de weg leggen. Ze nodigen hem zelfs uit op televisie en naar verluidt doet hij ook mee aan de volgende aflevering van De Slimste Mens. We mogen echter niet te negatief zijn. We leven weliswaar in een schurkenstaat, dat kan niemand nog ontkennen na de ontluisterende ervaringen van Silke, maar we moeten toch ook de positieve dingen blijven zien. Tenslotte levert al die Verzamelde Slechtheid ook martelaars op zoals Silke Raats en de vele Syriëstrijders die elke dag de gevaren en kwellingen van een steeds onverdraagzamer samenleving trotseren. In deze diepe duisternis branden dus zeer heldere lichtpunten. 

Misschien moet ik bovenstaand stukje toch maar eens naar Antroposofie Vandaag opsturen. Dit keer zullen ze het moeilijk kunnen weigeren …

Hoofddoeken en lange jurken

Het gaat van kwaad naar erger met het racisme in dit land.
Nadat de schaduwpremier eerder openlijk racistische uitspraken deed en daarbij met de vinger naar de Berbers wees, kwam vandaag uit Mechelen het bericht dat de prestigieuze Ursulinenschool moslimmeisjes verbiedt om lange rokken te dragen.
Niet alleen moeten ze bij het betreden van de school hun hoofddoek afdoen, ze moeten nu ook nog hun rok omhoog rollen.
Op de website van Kifkif lezen we dan ook dat de meisjes wanhopig zijn.
Ze zijn het moe telkens weer te moeten vechten tegen mensen die hen hun identiteit proberen af te nemen.
Arme moslims, ze worden steeds meer geconfronteerd met racisme, onverdraagzaamheid en agressie.
En het zijn heus net alleen de moslima’s die daar het slachtoffer van worden.
Onlangs konden we nog op Dailyracism lezen hoe in datzelfde Mechelen een moslimjongen door de leraar godsdienst aan de voeten uit het raam werd gehangen, enkel en alleen maar omdat hij moslim was.
Hoe racistisch kan een volk zijn!

Grote leugens hebben altijd meer effect dan kleine leugens.
Mechelen is de stad waar de autochtone bevolking na zonsondergang niet meer buiten durft te komen, of er zou de afgelopen jaren veel veranderd moeten zijn.
Ik herinner me nog dat ik het niet geloofde toen mijn ouders het vertelden.
Maar toen ik op een avond laat van het centrum naar het station wandelde, liep ik door een uitgestorven stad. De enige levende zielen die ik tegenkwam waren groepjes Marokkanen. Ze lieten me weliswaar met rust, maar gezellig is toch anders.
Mechelen is ook de stad waar leraars 20 jaar geleden al met fietskettingen in het ziekenhuis werden geslagen door … moslimleerlingen. En dat gebeurde in dezelfde school – het prestigieuze St.Romboutscollege – waar moslimleerlingen nu geterroriseerd zouden worden door de leerkrachten.
Ik ben dus zo vrij dat laatste met een korreltje zout te nemen, of beter: er geen woord van te geloven.
Al kan ik me wél voorstellen dat leerkrachten door het lint gaan als gevolg van eindeloze moslimpesterijen.

Onder die noemer plaats ik ook de hoofddoeken – en nu ook de lange jurken – van moslima’s.
Het zijn pesterijen en niets anders dan dat.
De moslimmeisjes van de Ursulinen klaagden dat ze het zo moe zijn voortdurend te moeten vechten tegen mensen die hen hun identiteit willen afnemen.
Het ‘afnemen van de identiteit’ moeten we hier begrijpen als het ‘verplichten de regels te volgen’, want het verbod op lange jurken geldt voor iedere leerling van de school.
Hoogstwaarschijnlijk is dat verbod ingesteld toen moslima’s die geen hoofddoek meer mochten dragen er iets anders op vonden om ‘hun identiteit te bevestigen’: lange gewaden.
Ik geloof die meisjes graag wanneer ze zeggen dat ze het moe zijn voortdurend te moeten vechten.
De vraag is echter: waarom doen ze het?
Om zich te verdedigen?
Dat is een lachertje, althans wanneer het om Vlamingen gaat, want die zijn zo mak als schapen.
Een andere kwestie is wanneer het om moslimmannen gaat.
Ik maak me sterk dat die moslimmeisjes het moe zijn om tegen hén te moeten vechten.
Want zij zijn het die de moslima’s hun identiteit als vrouw willen afnemen.
Hoe vernederend moet het voor die moslimmeisjes en moslimvrouwen niet zijn om zichzelf te moeten verbergen onder hoofddoeken en lange jurken, om zich niet mooi te mogen maken, om geen vrouw te mogen zijn!

Ik zie in Brugge al jaren wat voor een onweerstaanbare drang het voor vrouwen is om zich mooi te maken, om bekeken en bewonderd te worden.
En moslima’s zouden die drang niet voelen?
Moslima’s zouden niet zijn als andere vrouwen?
Maak dat de ganzen wijs!
Als die vrouwelijk oerdrang zo brutaal wordt onderdrukt als dat vandaag door moslims gebeurt, dan wordt hij volgens mij kwaadaardig, dan ontaardt hij in het pestgedrag dat we vandaag zo goed kennen – maar niet onder ogen willen zien.
Het is dan ook een zeer geraffineerd pestgedrag.
Jaren geleden kwam het Antwerpse Atheneum in het nieuws omdat de directrice geen andere manier zag om de ‘sociale dwang’ in te dijken die van de moslimleerlingen uitging, dan door de hoofddoek radicaal te verbieden.
Dat heeft toen een storm van verontwaardiging gewekt, maar de directrice zette door.
Ze had geen keuze: anders zou haar school een moslimschool worden.
Het heeft niet mogen baten: ondanks het hoofddoekenverbod is het Atheneum vandaag een moslimschool. Nagenoeg alle autochtone leerlingen zijn er weggevlucht.

Dat is ook wat de directie van de Ursulinen vreest: dat ze een moslimschool zullen worden, dat de autochtone leerlingen er zullen wegblijven, dat er van hun reputatie – de Ursulinen zijn een begrip in Mechelen – niets meer zal overblijven.
En in plaats van steun te krijgen van de overheid, van de intellectuele wereld, zullen ze waarschijnlijk spitsroeden moeten lopen, zullen ze ook nog eens door de media gepest worden en zullen ze zich moeten verdedigen tegen aanklachten allerhande.
Of ze hun strijd tegen de hoofddoek en de lange jurk nu winnen of niet, verliezen zullen ze toch.
Tegen vrouwelijk pestgedrag is nu eenmaal geen kruid gewassen, tenzij mannelijke eensgezindheid.
En die vinden we alleen bij de moslims.
We zijn weerloos tegen de moslim-pesterijen omdat we geestelijk verdeeld zijn, omdat er geen geestelijk principe is waar we ons allemaal achter kunnen scharen.
Vroeger was dat het christendom, vandaag is er niets meer.
We leven in een geestelijk vacuüm.
Dat vacuüm wordt langzaam maar zeker opgevuld met de islam.
Zolang we geen nieuwe geestelijke kern vinden, zijn we machteloos.
Ze mogen bij de Ursulinen vechten wat ze willen tegen hoofddoeken, lange jurken of wat de moslima’s er nog meer zullen op vinden, winnen kunnen ze die strijd (op die manier) nooit.
Zelfs een Gulliver als Bart De Wever zal vroeg of laat onder de speldenprikken bezwijken.

De gespleten ziel

De wereld waarin we leven is zowel voor moslims als voor Westerlingen een overweldigend materiële wereld. Het rechtstreekse contact met de geest is verloren gegaan.
Dat kunnen we aflezen aan de verwarring die ontstaat wanneer moslims en Westerlingen met elkaar samenleven en voor de opgave geplaatst worden om hun geestelijke grondslagen weer in hun bewustzijn te halen en te verzoenen met de nieuwe ‘multiculturele’ situatie.
Ze slagen daar geen van beiden in.
Als kippen zonder kop rennen ze rond en botsen tegen elkaar.
Ze botsen niet alleen met het wereldbeeld van de ander, ze botsen ook met het eigen wereldbeeld.
Door deze ‘clash of civilisations‘ ontstaat er niet alleen een groeiende kloof tussen moslims en Westerlingen, maar ook tussen moslims en Westerlingen onderling.

Eén van de opvallendste gevolgen van die kloof is de groeiende populariteit van de hoofddoek.
Het dragen van een hoofddoek door vrouwen is een oud gebruik dat tot voor kort ook nog in het Westen in zwang was.
In de tweede helft van de 20ste eeuw is het echter snel in onbruik geraakt, ook in het Midden-Oosten.
Het hoorde blijkbaar bij het afgelopen patriarchale tijdperk.
In de 21ste eeuw heeft de hoofddoek onder moslims echter een spectaculaire come-back gemaakt.
Terwijl in het Westen geen enkele vrouw nog een hoofddoek draagt, zijn niet alleen steeds meer moslima’s er een gaan dragen, maar hij is ook steeds groter geworden.
We zien nu zelfs vrouwen rondlopen in een burka, een hoofddoek die het hele lichaam bedekt.
De burka is een duidelijk bewijs dat de moslims het noorden kwijt zijn.
Toch is er een beeld dat de moslimverwarring nog sprekender tot uitdrukking brengt, een beeld dat steeds vaker opduikt in onze Europese steden: het moslim-echtpaar.
Hij: cool, hip, modieus gekleed, volkomen Westers.
Zij: van top tot teen gehuld in een zwarte ‘hoofddoek’.
Dit vreemde duo illustreert niet alleen de kloof tussen het Westen en de islam, het is ook een beeld van de kloof binnen de islam zelf.

Ik vind het steeds weer verbijsterend om zo’n moslimkoppel te zien lopen.
Het doet me een beetje denken aan een dierentemmer met zijn gedresseerde beer: ze leven samen, maar ze stammen uit twee totaal verschillende werelden.
Vooral op warme zomerdagen is het een schrijnend schouwspel.
De moslimman is gekleed in shorts, zijn hemd staat open tot aan de navel, zijn blote voeten zitten in sandalen en er staat een coole zonnebril op zijn neus.
De moslimvrouw daarentegen is helemaal ingepakt: alleen haar handen en ogen zijn vrij.
Soms hoop ik wel eens dat haar sluiers heel dun zijn en dat ze eronder helemaal naakt is, maar dat is ijdele hoop. Ze is met meer dan één laag bedekt, en dat terwijl iedereen loopt te puffen van de hitte en zoveel mogelijk kleren heeft uitgetrokken.

Tien, twintig jaar geleden zag je in het kosmopolitische Brugge vrijwel nooit moslima’s met hoofddoeken. Vandaag zie je op de reien bootjes rondvaren met alleen maar ‘zwarte kraaien’ aan boord: van top tot teen in het zwart geklede moslima’s.
In de levendige, kleurrijke toeristenatmosfeer van Brugge is het een lichtjes hallucinant schouwspel: je kunt nauwelijks geloven dat het echt is.
Hetzelfde extreme contrast belichaamt zo’n moslimkoppel.
Kleur tegenover zwart.
Levendigheid tegenover doodsheid.
Zichtbaarheid tegenover onzichtbaarheid.
Zinnelijk genot tegenover strenge ascese.
Verbinding tegenover afwijzing.
Je weet wel dat die twee uitersten samenhoren, maar hun verschijning vertelt een heel ander verhaal.
Toch gedragen ze zich alsof er niks aan de hand is, alsof het volkomen normaal is dat de man er zo Westers uitziet als maar kan, terwijl de vrouw erbij loopt als een non van de strengste orde.

Ik vraag me wel eens af: schaamt zo’n moslimman zich niet met zo’n zwarte spookgedaante naast zich?
Een normale man is toch trots als hij een aantrekkelijke vrouw naast zich heeft, een vrouw die ‘gezien mag worden’?
En de moslima zelf?
Wat moet zij niet denken en voelen als zij daar rondloopt als een melaatse tussen allemaal vrijgevochten Westerse vrouwen die trots zijn op hun lichaam en hun schoonheid?
Moslima’s zijn toch ook vrouwen?
Willen zij zich dan niet mooi maken? Willen zij niet gezien worden? Willen zij niet genieten van de zon en de wind op hun huid?
Ik mag niet denken aan de ziekelijke gedachten die nodig zijn om die zwarte vermomming goed te praten.
En dan spreek ik nog niet over de kinderen, die een vogelschrik als moeder hebben en haar gezicht niet eens kunnen zien.

Het kan niet anders of zo’n moslimkoppel is een beeld van een compleet gespleten ziel.
Enerzijds verbindt die ziel zich zo volkomen met het Westen dat ze er niet meer van te onderscheiden is: de moderne moslimman.
Anderzijds stoot die ziel het Westen zo radicaal van zich af dat ze zichzelf tot een karikatuur maakt: de zwartgesluierde moslimvrouw.
Natuurlijk is een gespleten ziel geen exclusieve moslimaangelegenheid.
Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust, schreef Goethe al.
Ieder mens heeft, zoals Faust, ‘twee zielen’ in zijn borst waarvan de ene zich vastklampt aan de materie en de andere naar de geest streeft.
In die zin verschilt de moslim niet wezenlijk van de Westerling.
Hij is alleen meer geneigd tot de uitersten.
Die uitersten liggen vandaag echter zo ver uit elkaar dat de vraag rijst: wat houdt de twee Seelen van de moslim eigenlijk samen?

De moslim is een religieus mens, maar dat waren vroeger alle mensen.
Oorspronkelijk had de mens een even vanzelfsprekende verhouding met de geestelijke wereld als met de materiële wereld. Toen het contact met de geest echter zwakker werd, moest de mens zich inspannen om dat contact te behouden: hij werd religieus.
In onze tijd is het contact met de geest vrijwel verdwenen en nu staat de mens voor de keuze: ofwel wordt hij materialist ofwel wordt hij nóg religieuzer.
Het Westen kiest voor het materialisme, de moslimwereld kiest voor de religie.
Maar die religie raakt wel helemaal verkrampt. In een door en door materiële wereld als de hedendaagse heeft ze geen (geestelijke) grond meer om op te staan en ze verwordt tot een verzameling dogma’s en regels die bijna met geweld moeten gehoorzaamd worden.
De islam werd met andere woorden … materialistisch.
Ook in het Westen was dat het lot van de religie, maar in plaats dat het christendom hier met geweld werd opgelegd, werd het gewoon vervangen door de materialistische wetenschap, die de nieuwe religie van het Westen werd.
Toen de Grote Emigratie begon, botsten deze twee ‘materialistische religies’ op elkaar: de wetenschappelijke en de islamitische.
De ‘clash of civilisations’ was geboren.

Maar deze ‘clash’ is niet echt een frontale botsing zoals in de Middeleeuwen, toen beide religies ook al met elkaar in aanvaring kwamen.
Het materialistische aspect van beide religies botst niet, integendeel.
Op dit niveau komen moslims en Westerlingen prima overeen.
Ze willen precies hetzelfde: rijk worden.
Daarom is de Grote Inwijking, afgezien van de normale wrijvingen, zonder geweld verlopen.
Maar naarmate de moslims materieel ingeburgerd raakten en er weer ruimte kwam voor meer geestelijke zaken, werd duidelijk dat beide religieuze aspecten – het wetenschappelijke en het islamitische – zich niet met elkaar lieten verzoenen.
Moslims en Westerlingen vonden elkaar (uiterlijk) in hun materialisme, in hun drang naar aardse rijkdom en zintuiglijk genot. Maar langzaam kwam de (innerlijke) tegenstelling tussen hun wereldbeelden naar boven, en die tegenstelling is sindsdien alleen groter geworden, tot ze uiteindelijk zichtbaar werd in de hoofddoek, en meer nog in het moderne moslimkoppel.

En hier duikt een wezenlijk verschil op tussen de moslimziel en de Westerse ziel, een verschil dat ook uiterlijk zichtbaar is.
Terwijl bij de moslims man en vrouw verschillen als dag en nacht, leven Westerse koppels duidelijk in één en dezelfde wereld. En dat is niet enkel een kwestie van kleding …
Hun uiterlijk is een weerspiegeling van hun innerlijk.
In de moslimziel is er geen enkel contact tussen het religieuze deel en het materialistische deel.
In de Westerse ziel is dat contact er wel, en dat is te danken aan het christendom.

Anders dan de islam is het christendom een religie die de materie waardeert.
Dat komt sprekend tot uitdrukking in het feit dat de christelijke God mens is geworden en in een fysiek lichaam heeft geleefd.
In de islam is zoiets ondenkbaar.
Allah leeft hoog in de hemel en de idee dat hij zich zou verlagen tot de aarde is ronduit blasfemisch. Daarom is de profeet Mohammed opgestegen tot in de hemel om daar het woord van God te vernemen.
In het christendom is net het omgekeerde gebeurd: het woord van God is daar zelf naar beneden gekomen. Het is mens geworden, meer zelfs, het heeft zich tot het einde der tijden met de aarde verbonden.

Qua wereldbeeld is dat een gigantisch verschil.

Dankzij het christendom is de Europese mens vertrouwd geraakt met de materie zonder het gevoel te hebben zich af te wenden van de geest.
Wel integendeel, aardedienst was tegelijk godsdienst, want de christelijke God had zich met de aarde verbonden en daardoor de materie ‘geheiligd’.
Voor de moslim daarentegen is aardedienst een verraad aan de godsdienst.
De moslim die zich naar de aarde keert, keert zich af van God.
Hij zondigt.
Daarom is het beeld dat wij van de moslim hebben iemand die niet werkt maar de hele dag op café zit te kletsen of in de moskee zit te bidden.
Het is een karikaturaal beeld, maar het is wel gelijkend.
De moslimwereld is helemaal geen actieve, ondernemende wereld zoals het Westen.
Het is een passieve, gelaten wereld waar het inch’allah heerst: alles is de wil van God, de mens zelf heeft niks te willen.

In het Westen moet de moslim echter wel werken, en met het geld dat hij daarmee verdient, koopt hij een auto, een huis, een iPhone en alle andere aardse goederen die de Westerling ook heeft.
Dat maakt van hem echter een zeer zondig man, die meer aandacht aan de aarde besteedt dan aan de hemel.
En dat moet dus gecompenseerd worden: de moslim gaat de islamitische voorschriften veel stipter naleven dan hij dat vroeger in zijn thuisland placht te doen.
Omdat de religieuze mens ook een paternalistische mens is of was, laat hij het vuile werk door zijn vrouw opknappen.
De zwarte sluier die zij moet dragen is eigenlijk een boetekleed.
Zij boet de zonden van de man uit.
Daardoor wordt zij voor hem ook het zinnebeeld van de islam.
Onder haar zwarte sluiers verbergt zij louter zuiverheid, onbezoedeld door Westerse blikken.
De moslima is daar zelf ook trots op: hoe meer boete zij doet, des te zuiverder wordt ze.
Hoe lelijker ze zich aan de buitenkant maakt, des te mooier wordt ze daaronder.
Ze offert als het ware haar vrouw-zijn.
Haar hoofddoek is het teken van haar martelaarschap.
Het is ook een teken van haar superioriteit ten opzichte van de Westerse vrouwen.

Het is niet eens zo lang geleden dat een dergelijke kwezelmentaliteit ook hier bij ons heerste.
Hoeveel vrouwen liepen niet helemaal in het zwart rond, hoeveel vrouwen deden geen boete en kwelden zichzelf en hun omgeving, hoeveel vrouwen hingen niet de martelaar uit – allemaal voor hun zieleheil en dat van de wereld!
We worden als het ware geconfronteerd met ons eigen verleden.

Moslims doen boete voor de zonden die ze op zich laden door in het Westen te leven.
Maar ze genieten niet alleen van hun ‘zonden’, ze genieten ook van hun boetedoening.
Aan dat verknipte genot ontlenen ze het voor ons Westerlingen zo onbegrijpelijke superioriteitsgevoel: materieel gezien staan ze op gelijke hoogte met ons, maar geestelijk voelen ze zich ver verheven boven dat dekadente Westen.
Voor ons Westerlingen is de tegenstrijdigheid tussen het materialisme en het godsdienstfanatisme van de moslims zo ostentatief dat ons verstand erbij stilstaat.
We zien zo’n hippe, moderne moslim lopen naast zijn van top tot teen in het zwart gehulde vrouw en we zijn verbijsterd: we kunnen die twee niet aan elkaar knopen.
Maar zelf zien ze absoluut niet wat daar vreemd aan is, en dat kun je ook aan hen aflezen.
Ze lopen er volkomen zelfverzekerd bij.
Ze zijn zich van geen kwaad bewust.
Wel integendeel.

En hier duikt het wezenlijke verschil op tussen onszelf en de moslims.
Wij zijn ons namelijk bewust van onze gespletenheid.
De moslim is dat niet.
Iemand als Yassine Channouf schreeuwt zijn onschuld in de kranten uit terwijl hij een paar dagen tevoren zijn broers nog geholpen heeft bij het plegen van een roofoverval. Hij schrijft doodleuk dat hij ‘de tijd die hem nog rest’ gaat gebruiken om te vechten tegen racisme, alsof de Belgen een fatwa tegen hem afgekondigd hebben en zijn dagen geteld zijn.
Hoe kan een jonge, intelligente en onschuldig ogende jongen zo leugenachtig en doortrapt zijn! vragen we ons af.
We begrijpen echter niet dat Channouf zo eerlijk en oprecht overkomt omdat hij dat in zijn eigen ogen ook is.
Hij weet helemaal niet hoe leugenachtig en schijnheilig hij in onze ogen is.
Hij is nu eenmaal anders.

Als wij liegen dan weten we dat.
Het ene deel van onze ziel (dat aards voordeel wil) verwijdert zich dan van het andere deel (dat geestelijk zuiver wil blijven) en we voelen een innerlijke spanning. Want beide Seelen in unser Brust zijn als door een elastiek met elkaar verbonden en blijven allebei in ons bewustzijn.
Bij mensen als Yannouf gebeurt dat niet.
Als het ‘materiële’ deel van hun ziel de ene kant opgaat, verdwijnt het ‘religieuze’ deel gewoon uit hun bewustzijn. Er is geen ‘elastiek’ die onder spanning komt te staan, en dus ook geen besef van tegenstrijdigheid.
Keren ze weer terug naar het religieuze, onschuldige deel van hun ziel, dan verdwijnt het eerste deel.
Ze voelen zich volkomen onschuldig en beseffen niet dat ze iets verkeerds hebben gedaan.
Op die manier kunnen ze liegen zonder ook maar één moment te beseffen dat ze liegen.
Op die manier kunnen ze ook in heilige verontwaardiging uitbarsten als ze van leugens worden beschuldigd.
Op die manier kunnen ze ons ook volkomen in verwarring brengen.
Want we begrijpen niet dat we met een ander soort ziel te maken hebben.
Een ziel die, net als de onze, gespleten is maar dat niet weet.

Ik herinner me nog een voorval op de geschenkenbeurs van de Gentse steinerschool.
Een kindje van de eerste klas had een portemonneetje gekregen van Sinterklaas en daar hadden zijn ouders en ooms en tantes wat geld in gestopt waarmee het op de ‘bazaar’ mocht kopen wat het wilde.
Het kind had daar wekenlang naar uitgekeken en het liep nu met glunderende ogen rond overwegend waar het zijn centjes zou aan besteden.
Maar dat was zonder de waard gerekend.
Een tienjarige moslimjongen uit de buurt had het kind zijn portemonneetje afhandig gemaakt en was ermee aan de haal gegaan.
Het kind was ontroostbaar. De bazaar was in zijn ogen een soort paradijs geweest en daar was het brutaal uit verdreven door die moslimjongen die niemand kende.
Mijn vrouw kreeg de dief, op aanwijzingen van de omstanders, te pakken en bracht hem bij het diep ongelukkige kind dat tranen met tuiten huilde.
Ben je niet beschaamd, vroeg ze, om zo’n klein kind te bestelen?
Maar toen ze in zijn ogen keek, zag ze daar geen spoor van schaamte.
Het deed hem allemaal niks.
Hij zei alleen maar: ik heb niks gedaan!
En hij begreep niet waarom iedereen zo’n misbaar maakte.
Wat me schokte, zei An achteraf, was niet dat hij zo’n klein en weerloos kind had bestolen, maar dat hij geen enkel besef had iets verkeerds te hebben gedaan.

Wij Europeanen en Westerlingen zijn geen onschuldige zielen. We vergrijpen ons ook aan kinderen, we vertellen ook leugens, ons gedrag hangt ook aan elkaar van de tegenstrijdigheden.
Maar dat gaat altijd gepaard met een gevoel, hoe vaag ook, dat er iets niet klopt.
En als we dan geconfronteerd worden met onze leugens of tegenstrijdigheden, dan stijgt dat gevoel omhoog tot we het niet meer kunnen negeren.
Ons verstand moét er zich dan wel mee bezighouden en er ontstaat een intense uiteenzetting tussen beide.
Die uiteenzetting tussen gevoel en verstand lijkt bij moslims niet te bestaan.
Ik heb ze althans nog nooit waargenomen.
Als ik discussies zie tussen moslims en Westerlingen, dan zie ik hoe de Westerlingen worstelen met de waarheid.
Ze willen niet alleen logisch en rationeel zijn, ze willen ook dat het waar is.
En dat is iets waar moslims zich niet om bekommeren.
Ze willen alleen maar logisch en rationeel zijn (of het lijken, want het is de vraag of je zonder waarheid rationeel kunt zijn).
En dus winnen ze meestal die discussies, want ze hoeven alleen met hun tegenstanders te vechten, ze hoeven niet met hun eigen waarheidsgevoel te vechten.
Niemand is opgewassen tegen Abou Jahjah, niet omdat hij zoveel intelligenter is dan Westerse intellectuelen, maar omdat hij niet met zichzelf hoeft te vechten.
Zijn verstand hoeft geen rekening te houden met zijn gevoelens, het kan zich helemaal concentreren op zijn doel: de discussie winnen, de ander aftroeven.

Het klopt niet helemaal als ik zeg dat moslims zich niets aan de waarheid laten gelegen liggen.
Ze doen dat zelfs meer dan wij.
Alleen is hun waarheid de onze niet.
Waarheid is voor hen: de koran, het woord van God.
Die waarheid is door Mohammed uit de hemel gehaald en op aarde gebracht in de vorm van een boek vol woorden, regels en voorschriften.
Voor Westerlingen is de waarheid eveneens uit de hemel op aarde gebracht, maar dan wel in de vorm van een mens die zei: ik ben de waarheid.
Doordat die mens gestorven is en opgestaan, leeft hij vandaag in ieder mens, ook in moslims.
Maar hij leeft daar in de wil, niet in het gevoel.
De waarheid kan zich bij moslims niet in het gevoel manifesteren omdat hun verstand dat belet.
Het is er namelijk van overtuigd de waarheid reeds te bezitten in de vorm van de koran.
Wat er vanuit de onbewuste wil ook opstijgt aan waarheidsgevoel, de moslim besteedt er geen aandacht aan. hij vindt dergelijke gevoelens zelfs zondig.
En zo kan hij staalhard liegen zonder daar iets bij te voelen, want hij doet het om de ongelovige Westerlingen te verslaan zodat de waarheid van de koran veld kan winnen.
Wat wij liegen noemen – welbewust zaken vertellen die tegen ons waarheidsgevoel ingaan – is voor hem: de waarheid verspreiden.
En dat doet hij niet wikkend en wegend, proberend verstand en gevoel met elkaar in overeenstemming te brengen. Hij doet het instinctief, geleid door de onverzettelijke wil de waarheid over de hele wereld te verkondigen.

En hier wordt de tragedie van de moslims zichtbaar.
Zonder dat zij het beseffen, laten zij zich leiden en inspireren door … Christus, het wezen van de waarheid dat in hun wil leeft zoals het in eenieders wil leeft.
Maar het leeft daar niet alléén.
In de onbewuste wil van de hedendaagse wil leeft ook het antichristelijke wezen van de leugen.
En wat moslims zo verwarrend maakt, is dat zij door beide wezens tegelijk worden geïnspireerd.
Ze beleven Christus en de Antichrist – het wezen van de waarheid en het wezen van de leugen – als één enkel goddelijk wezen waarvoor ze bereid zijn hun leven te offeren, zowel hun fysieke leven als hun zielenleven.
En juist omdat hun verstand in de overtuiging leeft de waarheid reeds te bezitten, doet het geen moeite om te luisteren naar wat vanuit de onbewuste wil opstijgt in het gevoel.
Nochtans is dat gevoel de enige manier waarop het verstand kan doordringen in de duistere wereld van de wil en onderscheid maken tussen de twee machtige wezens die daar naast elkaar leven: het wezen van de waarheid en het wezen van de leugen.
Onderscheid maken tussen waarheid en leugen betekent: tot een vergelijk komen tussen verstand en gevoel. Want de waarheid stijgt niet alleen op in het gevoel, ze wordt ook weerspiegeld in de ratio.
Pas als die twee – waarheidsgevoel en ratio – tot een vergelijk komen, weet de mens dat hij contact heeft met de levende waarheid en niet met de levende leugen.

De bedekte waarheid

20140109-204521.jpg

Aan de universiteit van Michigan heeft men onderzoek gedaan naar hoe de moslims sinds de Arabische Lente tegenover de hoofddoek staan. Er werden enquêtes gehouden in zeven landen met een meerderheid aan moslims: Tunesië, Egypte, Turkije, Irak, Libanon, Pakistan en Saoedi-Arabië. Tijdens het onderzoek werd onder meer gevraagd welke kledij gepast is voor vrouwen die zich in het openbaar begeven. De ondervraagden kregen daarbij een kaartje voorgeschoteld met afbeeldingen van zes verschillende stijlen.

Zo’n onderzoek is interessant om twee redenen:
1. Het vertelt hoe de moslims over de hoofddoek denken.
2. Het vertelt hoe de onderzoekers over de hoofddoek denken.

Wat dacht u van volgende uitdrukkingen?
‘Saoedi-Arabië blijkt zoals verwacht het conservatiefst: 63 procent kiest er voor een niqab die enkel de ogen onbedekt laat.’
‘Over het algemeen blijkt de meerderheid van de ondervraagde moslims voorstander van de gulden middenweg: een hoofddoek die de haren en schouders bedekt, maar het gezicht vrij laat.’

In Saoedi-Arabië is liefst 74 percent van de moslims er voorstander van dat vrouwen van top tot teen bedekt zijn als ze op straat komen. Alleen de ogen mogen vrij zijn (behalve voor de 11 percent die vindt dat zelfs dat niet mag).
Dat noemt men … conservatief.
Conservatief betekent: zoals vroeger, zoals vóór de Arabische lente.
Alsof iederéén toen in een burka rondliep, alsof dat de traditionele kleding is van Arabische vrouwen.

De meerderheid van de moslims is echter niet conservatief, o nee.
Zij zijn zeer gematigd, zeer redelijk.
Zij volgen de gulden middenweg: vrouwen mogen (een stuk van) hun gezicht laten zien.
Als dat niet ruimdenkend is!
Er is dus geen reden tot ongerustheid: de moslims gaan de goede richting uit, de Arabische Lente is volop aan de gang. Voor de meerderheid van de moslims mogen vrouwen reeds een stuk of zelfs heel hun gezicht laten zien! Dat is toch wel een geweldige vooruitgang vergeleken bij vroeger, toen alle moslimvrouwen in burka rondliepen.
Anders gezegd: de islam is in volle ontwikkeling, de progressieve krachten breken overal door!

Of hoe de waarheid toedekken een tweede natuur is geworden in het Westen.
En is de waarheid geen … vrouw?

20140109-220614.jpg