Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: klimaatwetenschap

Brossen voor de bossen

  

Toen ik bovenstaande foto voor het eerst zag, moest ik lachen. Die man in de cirkel: dat had ik kunnen zijn! Niet dat ik er zo zeker van ben dat ik nooit met de nazi’s zou meegeheuld hebben – zoiets is gemakkelijk gezegd – maar het is me al meer dan eens overkomen dat ik in een menigte enthousiast juichende en applaudisserende mensen de enige was die weigerde mee te doen. Het is zelfs een beetje the story of my life. Vandaag is het weer zover. Tienduizenden scholieren betogen in Brussel ‘voor het klimaat’. Ze worden uitbundig geprezen door ouders, leerkrachten, schooldirecties, media, opiniemakers, ambtenaren, vakbonden, politici, ja zelfs door de koning. En weer lijk ik de enige te zijn die weigert mee te juichen. Mijn dissidentie heeft niets te maken met het feit dat de scholieren spijbelen, wel integendeel. Brosten ze maar omdat de school hen de keel uithangt, dan zou ik van harte applaudisseren. Ze doen het echter ‘voor het goede doel’ en dat geeft me een slecht gevoel. 

Ik zou het mezelf beslist gemakkelijker maken als ik dat gevoel negeerde, want je haalt je wat op de hals als je weigert mee te juichen. Dat was vroeger ook al het geval, en het is er zeker niet op gebeterd. Mensen horen het in Keulen donderen als ik zeg dat die betogende scholieren mij een slecht gevoel bezorgen. Ben ik misschien op mijn kop gevallen? Wat is er mis met jongeren die zich zorgen maken over hun toekomst en zich engageren om de planeet te redden? Ze verdienen juist onze bewondering! Ben ik weer een van die klimaatnegationisten die het meent beter te weten dan de wetenschap? Kan het mij dan niks schelen welke wereld ik achterlaat voor mijn kinderen en kleinkinderen? Ga maar vrolijk verder met het milieu te vernietigen, roepen ze me toe, de anderen zullen je rotzooi wel opruimen! Als ik mij probeer te verdedigen, verliezen ze helemaal hun geduld en weigeren nog langer met me te spreken. Aan zo’n verzuurde ouwe zak willen ze geen energie meer verspillen. 

Alleen al om die reden geven de spijbelende scholieren, ja geeft de hele klimaatbeweging, me een slecht gevoel: deze schreeuwende mensen verdelen de wereld – weer eens – in good guys en bad guys, in mensen die aan de juiste kant van de geschiedenis staan en mensen die aan de verkeerde kant staan. Klimaatactivisten en -sympathisanten zijn er meer dan ooit van overtuigd aan de goede kant te staan en daardoor menen ze het recht te hebben de slechteriken aan de andere kant hard aan te pakken. Wie vragen heeft bij de onheilsberichten die klimaatwetenschappers onophoudelijk de wereld insturen, wordt ervan beschuldigd een ‘klimaatnegationist’ te zijn. Dat is erger dan een holocaustontkenner, want het gaat nu om het voortbestaan van de hele mensheid. Er gaan dan ook stemmen op om deze ‘misdadigers’ achter de tralies te gooien. Zover is het gelukkig nog niet, maar als de temperatuur blijft stijgen – in de natuur of onder de betogers – dan zal het er vroeg of laat van komen. 

Wie de geschiedenis van de 20ste eeuw een beetje kent, schudt het hoofd en denkt: daar gaan we weer! Opnieuw trekken dichte drommen door de straten, roepend om een overheid die drastische maatregelen moet nemen. Opnieuw stellen ze – na jarenlange blootstelling aan propaganda – al hun hoop op sterke leiders die ‘hun verantwoordelijkheid nemen’, die met de vuist op tafel slaan en roepen: ‘het moet nu eens afgelopen zijn met die opwarming van de aarde!’ Opnieuw sluiten ze iedereen die het niet met hen eens is op achter prikkeldraad, sociale prikkeldraad weliswaar, maar prikkeldraad niettemin. Opnieuw is er geen tijd meer voor discussie en debat, want er moet gehandeld worden, ons leven is in gevaar! Opnieuw moeten denkers en critici zwijgen, want ze brengen het voortbestaan van de planeet in het gedrang. Er staat met andere woorden nog (veel) meer op het spel dan in de 20ste eeuw, en wat toen zo grandioos is mislukt is, moet nu lukken, anders halen we het einde van de eeuw niet.

Nu ook de kinderen zich in de strijd hebben geworpen, is de klimaatbeweging incontournable geworden. Haar nieuwe gezicht is een Zweeds meisje, Greta Thunberg. Op een dag besloot ze te gaan spijbelen voor het klimaat: Skolstrejk för Klimatet. Haar ouders vonden het fantastisch, haar school vond het fantastisch, de media vonden het fantastisch en drie maanden later was het meisje-met-de-vlechten wereldberoemd: ze kwam overal op televisie, ze sprak de Verenigde Naties toe, ze was de eregast op het Wereld Economisch Forum. Het leek wel een verhaal van Astrid Lindgren: Pipi Langkous redt de wereld. De grote mensen juichten haar toe, alsof ze gewacht hadden op deze nieuwe Jeanne d’ Arc om in actie te schieten, alsof de hemel zelf hen een helpende hand reikte. Overal wekte kleine Greta liefde en bewondering. Je moest echt wel een harteloze cynicus zijn om niet ontroerd te worden door zoveel kinderlijke onschuld, door zoveel jeugdige moed.

Merkwaardig hoe sterk volwassenen in sprookjes geloven. Pipi Langkous die de wereld komt redden en vloeiend Engels spreekt? Een autistisch meisje dat optreedt voor grote menigten? Een scholier die spijbelt en in plaats van straf applaus krijgt? Wat is er gebeurd met de veelgeroemde rationaliteit van de moderne mens? Laat hij zich zomaar inpakken door deze Hollywoodbeelden? Stelt hij zich geen vragen bij dit mediaspektakel? Fronst hij de wenkbrauwen niet als hij dit ‘onschuldige kind’ hoort zeggen dat we moeten panikeren, dat we drastische maatregelen moeten nemen, dat we de schuldigen moeten opsporen? Is er dan niemand die zich afvraagt: wie spreekt hier eigenlijk? Is dat kleine Greta of zijn het de volwassenen die haar omringen, en die blij zijn een kind als spreekbuis te hebben: de glunderende ouders, de trotse leerkrachten, de solidaire schooldirecties, de enthousiaste media, de applaudisserende politici? Krijgt niemand een vieze smaak in de mond van deze vermenging van kinderlijke onschuld en volwassen politiek?  

Valt het niemand op dat deze Pipi Langkous precies hetzelfde zegt wat de politiek correcten al jaren zeggen? Ziet niemand dat zij gewoon de volgende stap is in het opruien van de massa’s, het roepen om een sterke leider, het opdelen van de mensheid in schuldigen en onschuldigen, het eisen van drastische maatregelen tegen die schuldigen, het afschaffen van het debat? Komt niemand op de gedachte dat dit meisje wordt gebruikt, dat kinderen hier als politiek wapen worden ingezet? Is de moderne mens dan werkelijk zo naïef en wereldvreemd geworden dat hij gelooft dat de remedie die in de 20ste eeuw keer op keer (veel) erger is gebleken dan de kwaal dit keer wel voor genezing zal zorgen, gewoon omdat de kinderen meedoen? Begrijpt hij dan niet dat kinderen altijd meedoen, dat zij loyaal zijn aan hun opvoeders, ook al misleiden die hen? Is hij dan zelf zo kinderlijk en goedgelovig geworden dat hij loyaal blijft aan zijn politiek correcte ‘opvoeders’, ook al misbruiken ze hem in naam van het goede doel?

Wie zijn trouwens die ‘opvoeders’ waarin de moderne mens zo’n grenzeloos vertrouwen stelt dat hij bereid is zijn lot in hun handen te leggen? Daar kan sinds de klimaatbeweging geen twijfel meer over bestaan: het zijn de wetenschappers. Zij zijn het die zeggen dat de planeet in gevaar is, dat de overheid moet ingrijpen, dat er dringend maatregelen moeten komen. Zonder wetenschappers geen klimaatbeweging, geen Greta Thunberg, geen spijbelende scholieren, geen gejuich op alle banken. De wetenschap vertegenwoordigt het grootste gezag van onze tijd, ja het grootste gezag aller tijden. Dankzij die wetenschap hebben we eindelijk de waarheid ontdekt. Dankzij de wetenschap hebben we alle leugens uit het verleden ontmaskerd. We voelen ons dan ook ver verheven boven onze kinderlijk naïeve voorouders. Dat is trouwens het enige gevoel dat we nog ernstig nemen: het gevoel van afkeer en minachting voor iedereen die nog in sprookjes gelooft en de wetenschap niet als de enige, echte waarheid beschouwt.

De moderne wetenschap is de grootste geestelijke autoriteit die de wereld ooit gekend heeft. De moderne overheid is een wereldlijke autoriteit die zowat alle aspecten van ons leven bepaalt. Volgens de klimaatbeweging moeten die twee dringend de handen in elkaar slaan en een soort supergezag vormen dat de meest drastische maatregelen neemt die deze aarde ooit gezien heeft. Een mens zou van minder bang worden. Het lijkt er steeds meer op dat we op een ramp afstevenen. Als we niks doen, volgt er een natuurramp, proberen we die te vermijden, dan veroorzaken we een andere ramp. Want wat zal er gebeuren als de drastische maatregelen niet blijken te helpen? Dat is verre van onwaarschijnlijk, want de voorspellingen van de klimaatwetenschappers hebben nu reeds de neiging om niet uit te komen. Wat zal men in dat geval doen, nog drastischer maatregelen nemen? Volharden in de boosheid? Of zal de monstercoalitie van wetenschap en overheid toegeven: we hebben ons vergist?

De vraag stellen, is ze beantwoorden. Wanneer hebben we een politicus nog eens horen zeggen dat hij zich vergist heeft? En waar is de twijfel in de rangen van de wetenschap? Steeds weer worden we om de oren geslagen met de wereldwijde wetenschappelijke consensus over het klimaat. Niet minder dan 97 procent van alle klimaatwetenschappers ter wereld zijn het er roerend over eens: de aarde warmt op, het is de schuld van de mens, en er zijn dringend maatregelen nodig. Wie deze wetenschappelijke waarheid in twijfel trekt, is een idioot, ook al is hij zelf wetenschapper, ook al heeft hij een Nobelprijs op zak. Zoals Maarten Boudry onlangs op televisie verklaarde: alleen klimaatwetenschappers hebben recht van spreken, de rest moet zwijgen. Het schetst zo’n beetje de sfeer in wetenschappelijke kringen: een niet-klimaatwetenschapper verklaart dat niet-klimaatwetenschappers hun mond moeten houden. En in zo’n klimaat (sic) zou er iemand opstaan die zegt: we hebben ons vergist? 

Waarop baseren mensen als Maarten Boudry zich om te verklaren dat de ene wetenschapper mag spreken en de andere niet? Alvast niet op de rede. Maar waarop dan wel? Dat leren we uit een bericht dat in de krant verscheen in dezelfde week dat de scholieren gingen betogen. James Watson, Nobelprijswinnaar en ontdekker van de DNA-structuur, raakte al zijn eretitels kwijt nadat hij eerder al van al zijn functies werd ontheven. Wat had de beroemde wetenschapper dan wel op zijn geweten dat hij zo zwaar gestraft werd? Hij had een … wetenschappelijke uitspraak gedaan, een uitspraak op zijn eigen vakgebied nog wel, een uitspraak die niet alleen door wetenschappelijk onderzoek maar ook door het gezond verstand wordt aangetoond. Helaas strookte deze wetenschappelijke waarheid – er bestaan genetische bepaalde IQ-verschillen tussen de rassen – niet met de politiek-correcte dogma’s van onze tijd en dus werd de botte bijl bovengehaald. Tot zover het gezag van de wetenschap. 

De wetenschap is dus niet langer baas in eigen huis. Zolang ze de politiek niet in de weg loopt, is er niks aan de hand. Maar gaat zij ertegenin, dan merken we onmiddellijk wie het voor het zeggen heeft. Wat het geval van James Watson zo ontstellend maakt, is niet alleen de barbaarse behandeling die hij onderging, maar ook – en misschien zelfs vooral – het uitblijven van enig protest. Eén van de meest eminente wetenschappers van onze tijd wordt publiekelijk vernederd en geen enkele collega geeft een kik. Nergens is ook maar één woord van verzet of verontwaardiging te horen, alsof het geheel vanzelf spreekt dat de politiek de wetenschap op de vingers tikt wanneer ze buiten de lijntjes kleurt. En dat alles gebeurt in naam van de wetenschap: James Watson werd bij het groot vuil gezet omdat hij ‘tegen de wetenschap in ging’. Anders gezegd, de politiek correctheid presenteert zich als een hogere wetenschap, die het recht heeft de lagere wetenschap hardhandig tot de orde te roepen. 

Het meest tragische van de hele zaak is dat de stoottroepen van deze politieke wetenschap of wetenschappelijke politiek … jongeren zijn, schreeuwende jongeren die met kartonnen borden lopen te zwaaien. Iedere geleerde die zijn politiek-correcte boekje te buiten gaat, wordt door hen het spreken belet en soms zelfs letterlijk van de universiteit gejaagd. Er circuleren hallucinante beelden op het internet van grijze professoren die uitgescholden en geïntimideerd worden door studenten, vaak kinderen nog. Dat gebeurt aan de meest prestigieuze universiteiten ter wereld en telkens weer zien we hetzelfde: men laat begaan. Niemand steekt een vinger uit om de wetenschappers – zeg maar om de wetenschap – te beschermen. Het is een publiek geheim dat niemand vandaag nog zeker is van zijn job, zijn reputatie, zijn subsidies, en zelfs zijn fysieke integriteit, als hij zich niet voegt naar de eisen van de politieke correctheid. In die sfeer is de klimaatwetenschap ontstaan, in die sfeer opereert ze.

Deze gepolitiseerde wetenschap is het die aan de lopende band horrorverhalen de wereld instuurt, die alleen nog heil verwacht van een sterke overheid, die op hoge toon drastische maatregelen eist, die kritische stemmen brutaal de mond snoert en die onschuldige kinderen voor haar kar spant. Door deze ‘wetenschap’ spreekt een ideologie die al onvoorstelbare ellende heeft aangericht, maar toch juichen wij haar opnieuw toe, toch lopen wij weer als naïeve kinderen achter deze rattenvanger van Hamelen aan. Alsof we maar niet volwassen willen worden, alsof we – tegen beter weten in – willen blijven geloven in sprookjes, in meisjes-met-vlechten die de wereld komen redden, in kinderen die roepen dat de keizer prachtige kleren aan heeft. Wat is er met ons aan de hand? Is de aarde dan al zodanig opgewarmd dat we het hoofd niet langer koel kunnen houden? Gelukkig vriest het volop, en is het enthousiasme van de spijbelende scholieren al danig bekoeld. Laten we hun voorbeeld volgen en weer ons verstand gebruiken.

Advertenties

Beminde klimaatgelovigen

  

Enkele jaren geleden moest ik naar Den Haag om er mijn vertaling ‘Oude en Jonge Zielen’ voor te stellen. Ik had mijn lange laarzen meegenomen want in de krant had ik gelezen dat Den Haag tegen 2010 onder water zou staan ten gevolge van de opwarming van de aarde. Ik verwachtte dus een stad waar ik mij al wadend zou moeten voortbewegen. Mijn duikpak had ik thuisgelaten want er zijn grenzen aan wat ik voor de antroposofie over heb. Tot mijn verbazing bleek er in Den Haag geen druppel water te bespeuren, behalve dan aan zee. En die zee was, naar ik mij door de plaatselijke bevolking liet vertellen, keurig op haar plaats blijven liggen. Sinds die dag moet ik lachen als er in de media weer eens alarm wordt geslagen over de Verschrikkelijke Klimaatverandering. Begrijp me niet verkeerd, ik wil best geloven in een klimaatverandering. Maar het idee dat de mens die zou kunnen tegenhouden, en dan nog wel door heel hard te roepen dat-de-politici-hun-verantwoordelijkheid-moeten-nemen vind ik ronduit potsierlijk. Het is een soort moderne versie van de regendans, met dat verschil dat de oude versie misschien wél hielp. 

Als ik lees dat mensen hun werk kwijtraken omdat ze zich kritisch uitlaten over de bevindingen van de klimaatwetenschap, dan denk ik: het is hier verdorie al even erg als in de kunst! Net zoals Hedendaagse kunst geen kunst is, is klimaatwetenschap  geen wetenschap, het is een … religie. En religies dulden geen kritiek. Ketters en ongelovigen worden zonder pardon aan de deur gezet. De klimaatreligie ijvert er zelfs voor om kritiek tot misdaad uit te roepen en klimaatsceptici in de gevangenis te gooien. Dat alles in naam van de wetenschap. Het zou lachwekkend zijn als het niet zo beschamend was. Het bizarre is dat men klimaatgelovigen vooral aantreft in linkse kringen, kringen dus die zich in naam van de wetenschap … verzetten tegen het geloof. Hoe valt dát te verklaren? Heeft links zich opeens bekeerd? Helemaal niet. Links verzet zich niet tegen het geloof op zich, het verzet zich alleen tegen één welbepaald geloof: het christelijke. Andere religies worden niet bestreden, wel integendeel. Denken we maar aan de sympathie van links voor de islam. Of voor de klimaatreligie. Of voor de hedendaagse kunstkerk.

Links houdt van de klimaatreligie, links houdt van de kunstkerk, links houdt van de islam. Wetenschap, kunst en religie. Je zou ook kunnen zeggen: links houdt van de beschaving. En de beschaving houdt van links. Want ieder beschaafd mens is vandaag als vanzelfsprekend links en beschouwt rechts als barbarij, als een gevaar voor de samenleving. Maar … als de linkse liefde voor de menselijke beschaving zo groot is, hoe komt het dan dat links zo vijandig staat tegenover het christendom? Is het christelijke geloof dan een gevaar voor de beschaving en de menselijkheid? Dreigen kunst, wetenschap en religie ten onder te gaan zolang er christendom is? Of is het net omgekeerd en is de moderne beschaving juist dankzij het christendom kunnen ontstaan? Is het niet zo dat de kunsten en de wetenschappen juist onder het christendom tot bloei zijn gekomen? En is het niet onder de islam dat beide verworden zijn tot religieuze karikaturen?

Maar … is de liefde van links voor onze beschaving dan schijn? Is het een vermomming die haat verbergt, precies het omgekeerde dus? Een andere conclusie valt moeilijk te trekken, want klimaatwetenschap is het omgekeerde van wetenschap, moderne kunst is het omgekeerde van kunst, en de islam is het omgekeerde van de religie van de vrede die ze voorgeeft te zijn. Samen vormen ze het omgekeerde van wat menselijke beschaving is: een antichristelijke Triniteit van de Haat. Wie we aan het werk zien in de universele consensus van de klimaatwetenschap, de universele consensus van de Hedendaagse kunst en de universele consensus van de islam, is inderdaad niemand anders dan de Antichrist. Hij is de even schijnheilige als kwaadaardige geest die iedere andersdenkende brutaal de mond snoert, die iedereen angst aanjaagt, die de mens doet geloven dat hij het klimaat kan veranderen, die bewondering eist voor artistiek afval en obscene rituelen, die marteling en moord verheft tot godsdienst. Hij is de gesel die de mensheid momenteel teistert in naam kunst, wetenschap en religie. 

Het is helemaal niet nodig om te geloven in het bestaan van deze geest. We kunnen dat bestaan gewoon afleiden uit wat we in de wereld zien gebeuren. Maar dan moeten we wel onze ogen en ons verstand vertrouwen. Want deze geest gaat op zo’n brutale en tegelijk geraffineerde manier te werk dat we eenvoudig niet durven geloven dat zoveel kwaadaardigheid bestaat. Hij stelt ons dan ook voor de keuze. Ofwel geloven we in onze eigen waarneming en in ons eigen denken, en dan kunnen we zijn bestaan niet meer ontkennen. Ofwel geloven we niet meer in wat we zien en wat we denken, en blijven we rustig verder dromen over hoe mooi de wereld wel zou kunnen zijn als er geen slechte mensen waren. En die ideale wereld is binnen handbereik, alles wat we hoeven te doen is die slechte mensen elimineren. De Antichrist plaatst ons voor de keuze: ofwel geloven we in onszelf, tegen iedere universele ‘consensus’ in, ofwel trekken we ten oorlog tegen iedereen die afwijkt van die consensus. In naam van vrede, beschaving en menselijkheid vechten we dan de heilige oorlog van allen tegen allen uit. 

We kunnen het nog eenvoudiger stellen: de Antichrist dwingt ons te kiezen tussen hemzelf en Christus. Een derde mogelijkheid is er niet, want op dit niveau geldt: wie niet vóór mij is, is tegen mij. Niet kiezen is geen optie want dan kiezen we voor de Antichrist. We leggen ons dan neer bij de algemene consensus, bij ‘wat iedereen denkt’. We ‘horen er dan bij’ en kunnen ons verschuilen in de massa. We hoeven onze nek niet uit te steken en zijn veilig. Althans, dat denken we. Want vroeg of laat moeten we toch kiezen. Vroeg of laat zullen we kleur moeten bekennen. We zullen gaandeweg verplicht worden ons te engageren in ‘de strijd tegen het waad’, dat wil zeggen tegen de ‘slechte mensen’. We zullen ons niet meer kunnen en ook niet meer willen onttrekken aan de strijd van allen tegen allen. We zullen ons Ik kwijtraken en gereduceerd worden tot een homo homini lupus, tot het evenbeeld van de Antichrist. Want dat is wat hij op het oog heeft: hij wil in onze ziel de plaats van Christus innemen. En eens hij daarin slaagt, kunnen we er niets meer aan doen. Hij bepaalt dan wat we willen, wat we denken en wat we voelen. Hij is dan ons ‘ik’. 

De klimaatreligie toont ons hoe moeilijk het is om voor Christus te kiezen, dat wil zeggen om zelf te denken, zelf te voelen en zelf te willen. Wie dat probeert, wordt onmiddellijk aan het kruis geslagen door mensen die niet weten wat ze doen, die ervan overtuigd zijn de waarheid in pacht te hebben en tevens het recht die waarheid aan anderen op te leggen. Het is ontzettend moeilijk om je tegen dat kruisigen te verzetten zonder zelf te beginnen kruisigen. Dat is werkelijk een … kunst. Het is tegelijk ook een wetenschap en het is tevens een religie. Maar het is een heel andere ‘triniteit’ dan die van de Antichrist. Ze snoert critici niet de mond, ze jaagt anderen geen angst aan, ze doet mensen niet geloven dat ze het klimaat kunnen veranderen, ze eist geen bewondering voor pispotten en bananenschillen, en ze verheft geweld en vernietiging zeker niet tot een godsdienst. Ze erkent maar één enkele God: de God die leeft in het eigen denken, eigen voelen en eigen willen van de mens, de God die tegen die mens zegt: niet mijn wil, maar uw wil geschiede, de God die mens is en tegen God … precies hetzelfde zegt. 

Dat klinkt in theorie misschien heel erg religieus, maar in de praktijk is het gewoon … menselijk. Zo’n ‘gewone’ mens is bijvoorbeeld de Hongaarse Belg professor Istvan Marko, een naar verluidt wereldwijd vermaard scheikundige, tegelijk bekend voor zijn klimaatsceptische standpunten. In 2013 verscheen onder zijn leiding het boek ‘Climat: 15 vérités qui dérangent’ (‘Klimaat: 15 storende waarheden’ of ‘Climat: 15 inconvenient truths’). Het wordt in Franstalige kringen beschouwd als ‘de bijbel van het klimaatscepticisme’. Professor Marko mengde zich in het klimaatdebat doordat hem enkele jaren geleden gevraagd werd om een cursus te geven over ‘Scheikunde van het milieu’. Tijdens de voorbereiding van die cursus kwam hij tot de conclusie dat er op dit domein veel incoherenties waren, veel duistere zones en slecht onderbouwde verklaringen. Hoe dieper hij groef, des te twijfelachtiger leek de klimaatwetenschap hem. Bovendien stelde hij vast dat wat er in de media verscheen meestal slechts mantra’s waren bedoeld om schrik aan te jagen voor een zogezegd apocalyptische toekomst.

Wat de media niet zeggen, aldus Marko, is dat in de geïndustrialiseerde landen de vervuiling zonder ophouden is verminderd sedert de jaren zestig. De recente klimaatverandering, waarmee men ons ad nauseam overstelpt, is tot nu toe niet echt verschillend van de veranderingen die men vroeger heeft waargenomen in het klimaat van de Aarde, en het is nog lang niet bewezen dat de gevolgen ervan op termijn catastrofaal zullen zijn. Degenen die onvoorwaardelijk het opwarmingssyndroom aanhangen, hebben de term ‘klimaatnegationist’ uitgevonden om iedereen te criminaliseren die hun extremistische gedachten niet deelt. Zoals eender welke wetenschap kan klimatologie slechts evolueren wanneer ze permanent in vraag wordt gesteld. Scepticisme zou hierbij aan de basis moeten liggen. Echter, voor wat betreft de klimaatwetenschappen, herhalen de ‘opwarmers’ naar believen anti-wetenschappelijke verklaringen als ‘het debat is gesloten’. Het opwarmingssyndroom is dus niets anders dan een geloof, aangezien elk debat gesloten wordt vooraleer het zelfs maar geopend was.

Ik kan dus enkel maar sceptisch zijn, zegt Istvan Marko, zoals elke echte wetenschapper. Want indien er goede redenen zijn om een globale opwarming vast te stellen, is het verre van zeker dat deze essentieel te wijten is aan menselijke activiteit. Dit aspect verdeelt trouwens de wetenschappelijke gemeenschap en de zogezegde consensus is sterk overroepen. Wij worden gemanipuleerd door een irrationale ideologie die zich kant tegen de wetenschappelijke vooruitgang. De talrijke Nobelprijswinnaars en andere wetenschappers die de oproep van Heidelberg (de Heidelberg Appeal, een oproep voor technologische vooruitgang en tegen de pseudowetenschap omtrent vele milieuvraagstukken) hebben ondertekend, zullen mij zeker niet tegenspreken. Zelfs binnen het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change – het VN klimaatpanel) bestaat de kern van de werkgroepen, die de gevolgen van de opwarming moeten evalueren, uit milieuactivisten met een catastrofistische ideologie. En onze media versterken gewoonlijk die evaluaties, terwijl deze al sterk overdreven zijn.

(Bron: de-bron.org)