Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: lijden

De gulden lijdensweg

  

Onlangs verkondigde Etienne Vermeersch ergens dat vrijheid van meningsuiting absoluut moet zijn. Racistische en negationistische uitspraken moeten volgens hem kunnen. Uiteraard kwam daar reactie op. Onder meer van iemand die betoogde dat meningen wel vrij zijn, maar daden niet. En een mening die wordt uitgesproken is een daad. Dus kan vrijheid van meningsuiting nooit absoluut zijn. Het klinkt als een plausibele redenering want spreken of schrijven is inderdaad een daad (sic). Het is iets helemaal anders dan alleen maar in gedachten een mening vormen. Maar volstaat dat onderscheid om te besluiten dat meningsuiting nooit helemaal vrij kan zijn? 

Een mening uitspreken is een daad, daar kan geen twijfel over bestaan. Maar is een mening vormen dat dan niet? Is denken geen daad? Voor mij is het dat alleszins wel: het kost me heel wat moeite. Denken en spreken zijn dus allebei vormen van doen. Ze verschillen alleen doordat de ene onzichtbaar is en de andere niet. Maar is dat het enige onderscheid dat je tussen daden kunt maken? Er is toch zeker wel een groot verschil tussen een gesproken woord en mes tussen de ribben? Het zijn allebei daden, maar je kunt ze toch niet met elkaar vergelijken. Er moeten dus minstens drie soorten daden worden onderscheiden: geestelijke daden, fysieke daden en gesproken daden. 

Gesproken daden – meningsuitingen dus – vormen een middengebied tussen geestelijke en fysieke daden. Ze kunnen zeer zeker kwetsend zijn, maar alleen voor de ziel, die geest en lichaam met elkaar verbindt. Wanneer we spreken over vrije meningsuiting moeten we er rekening mee houden dat die meningsuiting zich afspeelt op een specifiek gebied dat niet herleid kan worden tot beide andere. We zouden het een kunstzinnig gebied kunnen noemen, juist omdat het het midden houdt tussen geest en materie. En ten aanzien van kunst geldt dat ze vrij moet zijn. Je kunt niemand dwingen om kunst te maken, dat is gewoon onmogelijk. 

Ten aanzien van kunst geldt echter ook dat je niet gedwongen kunt worden om ze mooi te vinden, zelfs niet om ernaar te kijken of te luisteren. Zoals de kunstenaar de vrijheid heeft om te scheppen wat hij wil, zo heeft de kijker of de luisteraar de vrijheid om over die schepping te oordelen zoals hij wil. Hij mag er zelfs vernietigend over oordelen en zeggen dat hij het afschuwelijk vindt en er nooit meer wil naar kijken of luisteren. Dat zijn de regels van het artistieke spel: kunstenaar en toeschouwer laten elkaar vrij. De prijs die ze voor die vrijheid betalen, is dat ze het risico lopen gekwetst te worden: de kunstenaar door het oordeel van de toeschouwer, de toeschouwer door het kunstwerk. 

Het spreken van de mens – en dus ook de meningsuiting – behoort tot het kunstzinnige gebied. En kunst is niet denkbaar zonder lijden. Een kunstenaar moet lijden, zoals een moeder moet lijden als ze een kind op de wereld wil zetten. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar. Een samenleving die de vrijheid van meningsuiting verdedigt, is in wezen een kunstzinnige samenleving, een samenleving die het lijden accepteert als een kreatieve kracht. En een dergelijke samenleving kan ook alleen maar christelijk zijn, want het christendom is de enige religie waar het lijden centraal staat en positief gewaardeerd wordt. We zien dan ook dat christelijke samenlevingen kreatieve samenlevingen zijn.

Ze staan in schril contrast met de islamitische samenlevingen, die allesbehalve kreatief zijn en zelfs vijandig staan tegenover kunst. Logischerwijze staan staan moslims ook vijandig tegenover de vrije meningsuiting en willen ze absoluut niet gekwetst worden door andere meningen. Ze reageren daarop door fysiek te kwetsen, denken we maar aan de bloederige strijd tussen soennieten en de sjiieten, een strijd over relatief kleine meningsverschillen binnen de islam. Moslims maken geen onderscheid tussen kunstzinnige daden (het uiten van een mening) en fysieke daden (een mes tussen de ribben). Gevoelsmatig gekwetst worden en fysiek gekwetst worden is voor hen hetzelfde. 

We kunnen ons nu wel de vraag stellen wát het precies is dat gekwetst wordt door een andere mening. Als iemand mij bijvoorbeeld verwijt dat ik gierig ben en ik weet absoluut zeker dat ik dat niet ben, dan zal zijn mening mij niet kwetsen. Ik zal erom moeten lachen. Ze zal mij ook niet kwetsen als ik absoluut zeker weet dat ik wel gierig ben. Ik zal dan zeggen: inderdaad, je hebt gelijk. Anders gezegd: wanneer ik de waarheid ken, kunnen meningen mij niet raken. Dat doen ze alleen wanneer ik de waarheid niet ken en bijvoorbeeld een verkeerd beeld heb van mezelf. Het is dan mijn ego dat gekwetst wordt omdat het in illusies verkeert omtrent zichzelf. 

Het lijden is dus een manier om de waarheid te leren kennen, om het Ik te bevrijden uit de (luciferische) illusies van het ego. Het gekwetst worden van dat ego is derhalve een vorm van genezing. Het is als met een gebroken been: als het weer geheeld is, is het sterker dan voorheen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat men beenderen – of ego’s – naar hartelust kan verbrijzelen. Wil het lijden vruchtbaar zijn, dan moet het in verhouding staan tot de genezende krachten. Een ego dat zo diep gekwetst wordt dat het zich niet meer kan herstellen, zal geen Ik worden. Maar een ego dat niet gekwetst wordt, zal zich alsmaar verder opblazen tot het uit elkaar spat en iedere kans op een Ik-ontwikkeling verkeken is.

Het is genoegzaam bekend dat het (vooral arabische) moslim-ego buitensporige afmetingen heeft. Dat maakt het buitengewoon kwetsbaar en wel op twee manieren. Enerzijds is het overgevoelig en verdraagt het geen andere meningen, anderzijds dreigt het zichzelf op te blazen (en aangezien moslims geen onderscheid maken tussen ziel en lichaam doen ze dat ook letterlijk). We moeten dus voorzichtig zijn met dit ‘explosieve’ ego, maar niet in die mate dat we het niet meer durven kwetsen. We mogen niet vergeten dat ook moslims een Ik hebben (of zijn) en dat het dit Ik is dat naar het christelijke Europa komt om bevrijd te worden van het opgeblazen ego waarin het gevangen zit. 

Vrije meningsuiting kan dus niets anders dan een kunst zijn, een zoeken naar de gulden middenweg, de weg naar de waarheid van het Ik. Dat moeten we goed beseffen en daarom moeten we duidelijk onderscheid maken tussen kunst en werkelijkheid, tussen ziel en lichaam, tussen een gesproken daad en een fysieke daad, tussen een kwetsend woord en een mes tussen de ribben. Zolang we dat niet doen, zitten we gevangen in de dualistische mensvisie van de islam, die geen derde middenpool erkent, die geen kunst erkent, die geen ontwikkeling van ego naar Ik erkent. En dan hebben we geen terroristische aanslagen nodig om onze samenleving op te blazen, dan doet ze dat zelf wel.

Advertenties

De Eeuwige Lente (1)

De lente is het kunstzinnige seizoen bij uitstek, althans gezien van de scheppende kant.
De herfst is niet minder kunstzinnig, maar we beleven de natuur dan van de beschouwende kant, als toeschouwer.
De lente is helemaal geen beschouwelijk seizoen.
Nee, toeschouwer-zijn is nu juist heel pijnlijk.
De lente is zo mooi dat het ondraaglijk wordt als je er geen deel van uitmaakt.
Daarom is iedereen nu druk in de weer met grasmaaiers, zaagmachines en ander lawaaierig tuig.
Daarom worden de motoren weer van stal gehaald, grommend als dieren of loeiend als raketten.
Het is afgelopen met de rust van de winter.
De lente, dat is: lawaai, lawaai en nog eens lawaai.
En dat lawaai is uitdrukking van de verdovende roes-van-het-doen waarin we ons storten omdat we de ontluikende schoonheid van de lente als toeschouwer niet kunnen verdragen.

20140311-145603.jpg

Denn das Schöne ist nichts als des Schrecklichen Anfang.

De verborgen zijde van de lenteschoonheid is het kruis.
Het ‘verschrikkelijke’, dat zijn de barensweeën van de nieuwe schepping.
Het is de oude wereld die zich schrap zet.
Iedere lente wordt opnieuw geschapen.
Iedere lente verrijst het kruis opnieuw.
De demonen komen krijsend uit hun holen omdat ze het nieuwe – het eeuwig nieuwe – niet kunnen verdragen.
Daarom slaan ze het aan het kruis.
Daarom maken ze zoveel lawaai.
Omdat het Schone zoveel pijn doet, omdat het herinnert aan de eigen lelijkheid.
Omdat het een licht ontsteekt dat de lelijkheid zichtbaar maakt.

Maart is de lelijkste maand van het jaar.
Overal wordt nu zwerfvuil zichtbaar dat zich voordien aan onze blik onttrok.
Het is alsof de naderende lente niet alleen de bloesems aan de bomen maar ook de Cola-blikjes in het gras doet verschijnen.
Alle rotzooi in de natuur lijkt nu aan de oppervlakte te komen.
In beeld én geluid.

20140311-145701.jpg

Die lelijkheid komt van ons mensen, die de schoonheid van de lente niet kunnen verdragen.
De lente confronteert ons met onze eigen lelijke, winterse, ‘gevallen’ staat.
Diep in onze ziel licht nu een herinnering op aan hoe we waren vóór de zondeval, toen we zelf nog één en al lente waren, toen we nog in het Paradijs leefden en het Paradijs in ons.
En in dat Paradijs was het eeuwig lente.

De paradijselijke rust kunnen we nu nog in de lente beleven.
Maar het is een heel andere rust en stilte dan bijvoorbeeld in de herfst of de winter.
Dan is het namelijk een gedwongen rust en stilte.
We kunnen in dit barre jaargetij niet anders dan stil worden, naar binnen keren en beschouwelijk worden.
Er valt buiten immers niks meer te doen in de natuur.
In de lente daarentegen is er van alles te doen, we weten niet waar eerst beginnen.
De wereld gaat weer voor ons open, de wereld met zijn duizend en één mogelijkheden.
En daar kunnen we niet aan weerstaan.
We ‘vliegen erin’, ons bloed begint weer te stromen, we steken de handen uit de mouwen.
Maar deze lente-activiteit is even gedwongen als de inactiviteit van de winter.
Het is de natuur die in ons wakker wordt.
Niet wijzelf.
Als wij die natuur-in-ons niet volgen, als we nu niet ‘in gang’ schieten, als we niet buiten in de tuin gaan werken, of voor mijn part met onze Harley of Yamaha langs de wegen scheuren, dan kunnen we alleen maar lijden.
We worden dan aan het kruis gespijkerd, aan het dode, winterse hout.
We zitten dan als het ware vast aan ons geraamte terwijl ons vlees wringt en trekt om los te komen.
Dat is ondraaglijk, en dus moéten we iets doen in de lente, gelijk wat.
Lawaai maken bijvoorbeeld.

20140311-150008.jpg

We zijn in de lente veel onvrijer dan in de winter.
In de winter valt er buiten niks te doen.
Alleen al het zien van de winterse natuur deprimeert ons.
En dus blijven we binnen en geven ons over aan activiteiten zoals daar zijn: voor een computer zitten, voor een computer zitten en voor een computer zitten.
Dat zijn binnen-activiteiten die passen bij de winter daarbuiten.
Ze voelen dan ook niet onvrij aan.
Integendeel, wat is er aangenamer in de winter dan je … te kunnen afschermen voor de winter!

De lente is echter een heel ander verhaal.

Welke activiteiten passen bij de lente?
Ik kan er maar één bedenken: tuinieren.
In dit seizoen ontwaken de natuurwezens uit hun winterslaap en schieten in actie.
De natuur gonst nu van activiteit in alle mogelijke vormen en kleuren en geuren.
Wie kan daar ongevoelig voor blijven!
Wie wordt daar niet door aangestoken!
Wie wordt niet meegesleurd door de ijver van het ‘kleine volkje’?
Deze myriaden kleine kunstenaars zijn weliswaar onzichtbaar voor het oog van de moderne mens, maar hun kunst is dat niet.
De lente is maar al te zichtbaar.

20140311-150132.jpg

Hoeveel mensen kunnen echter beantwoorden aan haar roep?
Hoeveel mensen kunnen er in ons platgeasfalteerde, dichtgebouwde en computergestuurde land nog in de tuin of in de natuur werken en de onzichtbare gelederen van het kleine kunstvolkje vervoegen?
Honderd jaar geleden: bijna iedereen.
Vandaag: bijna niemand.
Hoeveel mensen kunnen vandaag nog buiten werken zonder lawaai te maken met machines en radio’s?
Honderd jaar geleden: iedereen.
Vandaag: niemand.

Onze moderne wereld vloekt met de lente dat het knettert tot in de hemel.
Geen groter en obscener tegenstelling dan tussen de moderne wereld en de lente.
Ja, eigenlijk is onze moderne wereld één groot Golgotha.
Een gigantische godslastering.
Een schedelplaats, een omgekeerde lente.
In zo’n wereld kun je maar twee dingen doen:
Onnoemelijk lijden onder die godverlatenheid.
Of al je duivels loslaten om dat lijden te verdoven.
Lijden of doén lijden, that’s it.

20140311-150454.jpg

Met dit vreselijke dilemma worden we niet alleen in de lente geconfronteerd.
We worden er voortdurend en in toenemende mate mee geconfronteerd.
Sinds 1900 is immers de Wereldlente aangebroken.
Het Kali Yuga, het Duistere Tijdperk van de godenschemering, liep toen ten einde, en het nieuwe Lichte Tijdperk begon.
Nog nooit hebben mensen zo massaal geleden als nu.
Nog nooit hebben zo massaal hun duivels losgelaten en anderen doen lijden.

Is er dan werkelijk geen manier om aan dit lente-dilemma te ontsnappen?
Valt er niet te ontkomen aan de keuze tussen lijden en doen lijden?

Hoe we het ook draaien of keren, in het rijke Westen zijn we allemaal schuldig aan het lijden van het arme deel van de wereld.
Van zodra we een gsm kopen, laden we al schuld op ons.
We zijn al schuldig door hier geboren te worden.
En we weten het.
Diep van binnen voelen we ons schuldig aan al het lijden in de wereld, en we speuren naar zondebokken op wie we die ondraaglijke schuld kunnen afwentelen.
Dat afwentelen geeft ons zo’n intense verlichting dat we op slag vergeten wat we die arme zondebokken aandoen.
We zijn er ons niet van bewust dat we als roofdieren rondsluipen op zoek naar iemand die iets verkeerds zegt, of die niet correct handelt, of die voor een foute partij stemt, of die naar de foute muziek luistert.
Het kleinste vergrijp doet ons brullen van verontwaardiging.
En we willen bloed zien.

Zo verdoven we ons lijden onder de ‘wereldschuld’: door anderen plaatsvervangend te straffen voor alle zonden van de wereld.
Dát is de gebruikelijke manier waarop we het ‘lente-dilemma’ oplossen: we verdoven ons eigen bewustzijn door anderen aan het kruis te nagelen.
We steken met andere woorden onze kop in het zand.

20140311-150709.jpg

Maar is er dan echt geen uitweg uit dit dilemma?
Is er geen manier om de Schoonheid van de lente onder ogen te zien zonder meegesleurd te worden door ondraaglijk lijden of beestachtig geweld?
Is er geen ontkomen aan dit wereldwijde Golgotha?

Toch wel.

Er is de kunst.

Zij is de enige manier waarop we de lente als vrije mensen kunnen beleven, dat wil zeggen zonder gedwongen te worden tot die vreselijke keuze: lijden of doen lijden.

Ik kan dat met zoveel stelligheid zeggen omdat ik de ‘Eeuwige Lente’ heb leren kennen en liefhebben, en omdat ik zonder haar een Verloren Mens zou zijn, een wezen dat verscheurd wordt tussen lijden en doen lijden.
Het is dus geen theorie wat ik hier vertel.
De Eeuwige Lente bestaat.
Ik heb ze beleefd.
En daarom wil ik er, heel concreet, over vertellen.

(wordt vervolgd)

20140311-151258.jpg

En de Oscar gaat naar …

20140304-204223.jpg

The Broken Circle Breakdown (kan iemand me eens vertellen wat die titel betekent!) heeft het dus niet gehaald op de Oscar-uitreiking.
Ik weet niet of dat terecht is, want ik heb de film niet gezien.
Vrouwen die van onder tot boven getatoeëerd zijn?
Nee, dank u!

Ik vind die Oscar-uitreiking anders best wel spannend.
Maar ik vind Club Brugge – Anderlecht ook spannend.
Ik bedoel: ’t kan me niet schelen wie wint.
Ik kijk alleen omdat er veel schoon en bekend volk te zien is.
George Clooney! Brangelina! Veerle Baetens!
Helaas (lees: gelukkig) heb ik geen kabel, en dus moet ik het doen met de foto’s in de kranten.
En die plaatsen mij voor een mysterie.
Al dat schoon volk ziet er namelijk … om ter lelijkst uit.
Neem nu ons Veerle.

20140304-205246.jpg

Veerle is niet echt een schoonheid, maar in die jurk – de Amerikaanse pers noemde het een ‘patattenzak’ – ziet ze er gewoon lomp uit.
Die patattenzak is nochtans een creatie-van-een-bekende-couturier.
Hedendaagse kunst dus.
Maar ja, iedereen weet: voor de kunst moet je lijden.
En dat doen ze op de rode loper dan ook uitbundig.
Het is alsof al die vrouwen tegen elkaar op lijden: ik zie er in mijn (peperdure) jurk nog lomper, lelijker en belachelijker uit dan jij!
Zoals ik al zei: Hedendaagse Kunst.
En ze doen het allemaal, alsof het moet, alsof het niet anders kan.
Alsof schoonheid strafbaar is.

In ieder geval, de Oscar voor het Lelijkste Lijdend Voorwerp ging dit jaar naar Liza Minelli.
Ze liet de concurrentie ver achter zich.

20140304-224433.jpg

En zo zag ze er in een vorig leven uit als Sally Bowles in de schitterende film Cabaret die zich afspeelt in de jaren ’30 in Duitsland. Dat waren nog eens tijden!

20140304-225537.jpg

De arme Liza Minelli heeft één troost: het kan nóg erger.
Zoals op de Vuile Loper in Aalst, het Vlaamse Hollywood aan de Dender.

20140304-231655.jpg

Ik denk dat dit Wazakkermedoeng is.
Maar het kan ook Lossendeirdeveirdeirdeir zijn.
Of Kleddemevel.
Och, het doet er niet toe.
Het gaat om de schoonheid, niet om de grote naam.

Fientje lijdt

20131211-092506.jpg

Onder de titel ‘Ontluisd, verguisd en angstig’ doet Fientje Moerman, Vlaams parlementslid, vandaag haar beklag in de krant over – u raadt het nooit – de kiezer, de burger, de bevolking.
Ze eist – u raadt het nooit – meer respect.
Want – u raadt het nooit – een politicus leeft in voortdurende angst.

Angst om een paria te zijn.
Angst om zijn naam te zeggen.
Angst voor wat er iedere dag in de kranten staat, want waar rook is, is immers vuur.
Angst om steeds veranderende normen die eenzijdig worden gedecreteerd door blanke mannen van 30 tot 50 jaar oud.
Angst voor de toekomst, die elke vier of vijf jaar of vaker op het spel staat. Je zal maar te jong, te oud, verkeerd getrouwd of geboren zijn, het verkeerde adres hebben, of gewoon niet in het plaatje passen. Bonux. Nu in nieuwe verpakking. Daarna op het stort.
Angst op straat, voor gekken die gemotiveerd zouden kunnen worden door publiciteitsspots.
Angst als je te maken krijgt met mensen die het verschil niet kunnen maken.
Angst, en ergernis, als je in de winkel te maken krijgt met iemand die de wachtrij niet respecteert. Zwijgen moet je, anders wordt een lading verbale modder over je uitgestort. Wie denk je wel dat je bent?
Angst, als je met je auto rijdt, die op naam van je partner geregistreerd is, want voor je het weet twittert iemand dat zo-en-zo te snel, te traag, in het midden, te agressief, en vul zelf maar in.
Angst om een poepsimpele belastingbrief zelf in te vullen.
Angst, als er weer eens een gewelddadige inbraak geweest is in de buurt.
Angst, als je weer eens je salaris in de krant leest, te hoog en onjuist, maar je niets durft te zeggen, en je daarna zonder dat je durft te protesteren de te hoge rekening van loodgieter, schilder, elektricien betaalt. Dedie kunnen der wel tegen hé!
Angst, als je je mening zegt, want in de meerderheid moet je zwijgen.
Angst, als je ontdekt dat je in je vermogensaangiftes een gedeelde bankrekening met een paar tientallen euro’s vergeten bent aan te geven, aangelegd bij het overlijden van een grootouder een kwarteeuw geleden om de nalatenschap af te handelen. Gelukkig heeft niemand het gezien.
Angst dat men je kinderen zal benadelen omdat je van de verkeerde partij bent.
Angst dat men je privéleven te grabbel zal gooien.
Angst dat iemand je op een fout zal betrappen, en je prompt gereduceerd zal worden tot debiel-van-dienst.
Angst beheerst je leven. Een onbestemde, nooit wegebbende angst.

Aan al die angsten blijkt Fientje Moerman dus te lijden.
Het zijn de typische angsten van iemand die in de politiek zit en – ik citeer – ‘probeert de problemen op te lossen die mensen (denken) te hebben.’

Er zijn dus mensen die zich van ’s morgens tot ’s avonds uitsloven om onze problemen op te lossen, denkbeeldige problemen vaak.
Want wij hebben natuurlijk geen flauw idee van wat échte problemen zijn.
Wij weten ook niet wat echte angsten zijn.
Dat weten alleen politici, want zij hebben de verheven taak op zich genomen de problemen van andere mensen op te lossen en ervoor te zorgen dat andere mensen een onbekommerd leven kunnen leiden, een leven zonder angsten.
Zij nemen de problemen van anderen op zich.
Zij nemen de angsten van anderen over.
Zij offeren zich met andere woorden op voor hun medemensen.
En dat offer is des te indrukwekkender omdat deze mensen soms werkelijk geniaal zijn en ver uitsteken boven de gemiddelde bevolking.
Leest u maar.

Natuurlijk zijn wij geen heiligen, maar dat zijn jullie ook niet.
Natuurlijk maken we fouten, maar dat doet u ook.
Natuurlijk zijn we geen schoonheidskoninginnen, maar zo ziet u er ook niet uit.
Natuurlijk zijn we meestal geen genieën, maar u ook niet.

Meestal.

Soms zijn politici wel degelijk geniaal.
Fientje Moerman is er hoogstwaarschijnlijk een voorbeeld van.
Want ze maakt een duidelijk onderscheid tussen politici en ‘uitgelote discount-producten’.
Dat laatste is namelijk wat we zullen krijgen als we niet meer respect hebben voor politici als Fientje.
Er zijn dus twee soorten politici: echte politici en minderwaardige sujetten.
De kloof tussen de (onzelfzuchtige) politici en de (respectloze) bevolking, blijkt dus ook binnen de politiek te bestaan.
De kloof tussen hoger en lager.
De kloof tussen superieur en inferieur.

20131211-170000.jpg

En de superieure mensen – échte politici, zoals Fientje Moerman – staan dagelijks duizend angsten uit.
Onze angsten.
Want u had ze natuurlijk meteen herkend in het lijstje van Fientje.
Het zijn angsten die wij allemaal kennen.
Welnu, die angsten zouden nog veel groter zijn – zouden waarschijnlijk volstrekt ondraaglijk zijn – als de (echte, de hogere, de geniale) politici ze niet vrijwillig, uit louter mensenliefde, op zich zouden nemen, als ze er niet elke dag zouden onder lijden.

Maar waar deze superieure mensen het meest onder lijden, en wat hun leven werkelijk ondraaglijk maakt, is de ondankbaarheid van de inferieure mensen, het totale gebrek aan respect van degenen waarvoor ze lijden.

Fientje besluit dan ook met een hartekreet:

‘We verwachten van jullie niets, tenzij een klein beetje respect voor ons werk. Het is verre van perfect, maar dat is het uwe ook niet.

En we blijven proberen, elke dag opnieuw, net zoals u.

Denk er eens over, anders hebt u binnenkort geen politici meer, maar uitgelote discount-producten.

Inodore. Incolore. Et insipide.’

Wij staan er inderdaad nooit bij stil hoe gezegend wij in dit landje zijn met onze politici.
Hoeveel hebben wij er ook alweer?
Hoeveel regeringen hebben wij?
Hoeveel ministers?
Hoeveel kabinetten?
Hoeveel districtsraden?
Hoeveel volksvertegenwoordigers?
Hoeveel gemeenteraadsleden?

Veel. Heel veel.

We hebben er meer dan gelijk welk ander land.
Maar het gaat bij ons dan ook veel beter dan in gelijk welk ander land.

Slechts 7 zelfmoorden per dag!

Allemaal dankzij het zelfopofferende lijden van al die politici.
Stel je voor wat er zou gebeuren als het spookbeeld van Fientje uitkwam: geen politici meer.
Alle lijden, alle angst zou weer op ons eigen hoofd terecht komen.
We zouden weer onze eigen problemen moeten oplossen.
We zouden weer zelf moeten nadenken.
We zouden weer zelf onze angsten moeten overwinnen.

En dat kunnen wij uiteraard niet.

Wij kunnen niet denken.
Wij kunnen geen problemen oplossen.
Wij kunnen geen angsten overwinnen.
Wij kunnen niet lijden.

Dat kunnen alleen politici.
Echte politici zoals Fientje Moerman.
Welriekend. Kleurrijk. En geïnspireerd.

Ach, van deze zelfverklaarde Christussen, verlos ons Heer!

20131211-112125.jpg