Coïncidentia oppositorum

Ons geheugen is soms een beetje beter, soms een beetje slechter, maar we hebben een geheugen. We kunnen ons onze belevenissen achteraf herinneren. Met wat we in de bovenzinnelijke wereld beleven, is dat niet zo. Wat we daar beleven aan grootheid, schoonheid en betekenis is voorbij van zodra we het beleefd hebben. Willen we het weer voor ons hebben, dan moeten het opnieuw beleven. Het prent zich niet op de gebruikelijke manier in het geheugen. Herinneren doen we het alleen wanneer we onze belevenissen in begrippen omzetten, wanneer we met andere woorden ons verstand meenemen in de bovenzinnelijke wereld. En dat is zeer moeilijk. We moeten daar namelijk denken zonder dat het lichaam bij dit denken helpt. Daarom moeten we vooraf onze begrippen bestendigd hebben, we moeten eerst een ordelijke logicus zijn geworden, zodat we de logica niet steeds vergeten als we in de spirituele wereld belevingen hebben.

(Rudolf Steiner – GA 305 – Oxford, 20 augustus 1922)

20140225-211058.jpg

Dit citaat bevestigt wat ik hieronder schreef over de kunst als voorbereiding op de drempeloverschrijding.
Op het eerste gezicht lijkt kunst niks te maken te hebben met het ‘bestendigen van begrippen’ en het worden van ‘een ordelijke logicus’.
Wel integendeel.
Geen groter chaoten dan kunstenaars.
En bij het waarnemen en beleven van kunst kan men niks aanvangen met logica.
Maar we spreken hier over wat zich in het heldere bewustzijn afspeelt.
Daar heerst inderdaad chaos, zowel bij de kunstenaar als bij de kijker.
Maar vlak onder dat bewustzijnsoppervlak speelt zich iets heel anders af.
Daar wordt namelijk heel logisch gedacht.
Maar daarvan zijn noch de kunstenaar noch de kijker zich bewust, want de logica verbindt zich daar met de inspiratie of de intuïtie, dat wil zeggen: met de beleving van het bovenzintuiglijke.
En precies daarin ligt de waarde van de kunst met betrekking tot de drempeloverschrijding (waar we tussen haakjes allemáál mee te maken hebben): we leren hier denken terwijl we ‘bovenzinnelijk’ waarnemen.

Een voorbeeld.

Wanneer we luisteren naar die onverwoestbare Air uit Bachs 3de suite, dan beleven we iets bovenzinnelijks. Anders zou deze muziek ons niet zo ontroeren. Maar tegelijk volgen we heel bewust die klanken die uiterst logisch, ja zelfs wiskundig zijn opgebouwd.
Bach is juist dáárom zo groot omdat hij de uitersten met elkaar verzoent: de grootst mogelijke logica en de grootst mogelijke geestelijke ontroering.

Deze coïncidentia oppositorum vormt het wezen van alle kunst.
We beleven ze gevoelsmatig als iets volkomen vanzelfsprekends, en toch is het iets buitengewoons, iets waar ons bewuste verstand niet bij kan.
Door veel naar kunst te kijken en te luisteren, ontwikkelen we in onszelf hetzelfde vermogen om logica te verbinden met bovenzinnelijke waarnemingen. Het is simpelweg de liefde voor de kunst die dat zintuig in ons (heel langzaam en ongemerkt) doet opengaan.
Liefde voor de kunst is altijd liefde voor de geest, maar dan wel liefde voor de geest die zich uitdrukt in de materie, en die volgens Rudolf Steiner de enige ware geest is.

De helderziendheid die Rudolf Steiner in zo hoge mate ontwikkeld had – en die niet mag verward worden met de ‘natuurlijke’ helderziendheid van mediums en dergelijke – is van precies dezelfde aard als het kunstzinnige vermogen: het is het vermogen om de geest waar te nemen en tegelijk logisch en helder te blijven denken.

Omdat we vandaag allemaal over de drempel gaan, ontwikkelen we allemaal een zekere mate van natuurlijke helderziendheid (die we misschien beter ‘troebelziendheid’ kunnen noemen).
En omdat we vandaag allemaal naar school gaan, ontwikkelen we allemaal een zekere mate van logisch en helder denken.
We worden dus van nature weer ‘religieus’, en we zijn door onze schoolse opvoeding ‘wetenschappelijk’.

Maar de brug tussen die twee tegengestelden, die moeten we zelf, uit vrije wil slaan.
Dat doen we onbewust in de kunst en bewust in de antroposofie.
De antroposofie is dus niets anders dan de bewustwording van de kunst.
Het is een intensivering van het logische denken,
een intensivering van het bovenzinnelijke beleven,
en een intensivering van het kunstzinnige vermogen om die twee met elkaar te verbinden.

Antroposofie is bewuste kunst.

Maar daarom veronderstelt antroposofie ook een drempeloverschrijding, want de stap van de onbewuste kunst zoals we die tot nog toe gekend hebben, naar een bewuste kunst is een enorm waagstuk.
Hoe groot dat waagstuk is, en hoe gigantisch fout het kan gaan bij die drempeloverschrijding toont ons de Hedendaagse Kunst én haar succes in antroposofische kringen.

20140225-210613.jpg

Advertenties