Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: mannelijk en vrouwelijk

Schaamlippen (2)

  

De Weinstein-wave heeft inmiddels ook ons land bereikt. Harvey van dienst is televisiemaker Bart De Pauw. Nadat enkele actrices hem beticht hadden van grensoverschrijdend gedrag werd hij door de VRT zonder pardon op straat gezet. Een draconische maatregel, want het gewraakte gedrag beperkte zich tot ongepaste sms-jes. Van fysieke aanranding, laat staan verkrachting, was geen sprake. Er werd dan ook algauw gesproken van een heksenjacht. Zoals een acteur verklaarde: als dat de nieuwe norm is, dan kan de VRT driekwart van haar medewerkers ontslaan. Dat schoot aan vrouwelijke kant dan weer in het verkeerde keelgat en er werd gereageerd met nieuwe beschuldigingen. Grensoverschrijdend gedrag, beweerden enkele actrices, is in de film- en theaterwereld schering en inslag. De VRT-directie vond dan weer dat het Bart De Pauw zou sieren, mocht hij schuld bekennen en zijn verontschuldigingen aanbieden. En dat alles werd natuurlijk breed uitgesmeerd in de media. 

Maar ook het gerecht ging er zich mee bemoeien. Er werd huiszoeking gedaan bij de VRT om na te gaan of Bart De Pauw kon vervolgd worden. Dat had niemand zien komen. De actrices die de bal aan het rollen hadden gebracht, sloeg de schrik om het hart. Ze vreesden hun anonimiteit kwijt te spelen en op hun beurt aan de schandpaal te worden genageld. Dus namen ze een advocaat onder de arm. Ook Bart De Pauw voelde nattigheid en bood – eveneens via een advocaat – zijn excuses aan. Het mocht niet baten, er volgden nieuwe beschuldigingen. Er is een revolutie aan de gang, schreven de kranten, dit kan niet meer worden tegengehouden! We zijn getuige van een kantelmoment in de geschiedenis, oreerden journalisten. Vrouwen doorbreken het zwijgen, mensen nemen het op tegen de machtigen der aarde. Het klonk alsof de langverwachte klassenstrijd dan toch was uitgebroken. Alleen waren het geen mannen die de wapens opnamen, maar vrouwen. 

Zou het werkelijk waar zijn? Komen de onderdrukten eindelijk in opstand tegen hun onderdrukkers? Wordt de Augiasstal echt gereinigd? Juist degenen die het vrouwelijke protest tegen grensoverschrijdende mannen toejuichen, zouden het – onverwachte en ongevraagde – optreden van het gerecht met het grootste wantrouwen moeten bekijken. Het Belgische gerecht staat er nu niet bepaald om bekend dat het de kleine man (of vrouw) in bescherming neemt. Keer op keer worden misdadigers en criminele bendes vrijgesproken terwijl niemand het moet wagen zijn parkeerboete niet te betalen. De Rechtvaardige Rechters zijn nog altijd spoorloos in ons land. Maar elders is het niet beter. Toen in Keulen meer dan 1000 vrouwen op één nacht werden aangerand, probeerde de politie eerst de zaak in de doofpot te steken. Toen dat niet lukte, werden de daders voor het gerecht gebracht. Uiteindelijk werd er één veroordeeld. Eén. De boodschap was duidelijk: op ons hoef je niet te rekenen, wel integendeel.

Ook in het geval De Pauw heeft het er alle schijn van dat het gerecht niet geïnteresseerd is in het aanklagen van male supremacy maar juist in het demonstreren ervan. Op dezelfde dag dat er gezocht werd naar bewijzen tegen een grensoverschrijdende komiek vond er in Brussel nog een andere demonstratie van male supremacy plaats. Honderden Marokkanen trokken een spoor van vernieling door de straten van de hoofdstad. Winkels werden geplunderd, auto’s in brand gestoken. Inwoners belden in paniek naar de politie, maar die maakte geen haast. Achteraf verklaarden enkele agenten (anoniem) dat ze niet mochten ingrijpen. De overheid en de politie-top leken het moslimgeweld te gedogen, een indruk die bevestigd wordt door tal van andere voorbeelden. En dezelfde vergoelijkende en zelfs beschermende houding tegenover agressieve moslims, treffen we ook bij moderne feministen aan. Ondanks het apert vrouwvijandige gedrag van deze bevolkingsgroep, willen ze er geen kwaad woord over horen. 

Feministen, gerecht, VRT-directie, media: allemaal hebben ze in deze zaak hun macht willen demonstreren. Ze trokken zich niets aan van de slachtoffers die ze daarbij maakten: niet van Bart De Pauw, niet van zijn gezin, niet van zijn medewerkers, en last but not least ook niet van zijn aanklaagsters, die nu in hetzelfde schuitje zitten. Er mag aangenomen worden dat ze intussen al lang spijt hebben van hun demarche en dat ze zich … misbruikt voelen. Ze wilden alleen een signaal geven dat het nu eens gedaan moest zijn met dat boertige gedrag van mannen, iets waartoe waren ze aangespoord door de VRT zelf, die in het kader van de Weinstein-affaire plechtig verklaard had dit soort zaken ernstig te zullen nemen. Maar in plaats van Bart De Pauw op het matje te roepen en hem duidelijk te maken dat het afgelopen moest zijn met zijn vetzakkerij, ontsloeg de VRT hem, even onverwacht en ongevraagd als het gerecht daarna zijn duit in het zakje deed en dreigde met nog draconischer maatregelen. 

Dat was ongetwijfeld niet wat de aanklaagsters wilden, maar de zaak werd hen zonder boe of ba uit handen genomen door instanties die juist belichaamden wat ze wilden bestrijden. Wat de VRT en het gerecht tentoonspreidden was niets anders dan … grensoverschrijdend gedrag. De actrices die zich gemaltraiteerd voelden door de sms-jes van Bart De Pauw werden nu pas echt aangerand, niet als vrouw maar als mens. Hen overkwam precies hetzelfde als hun belager. Allebei werden ze overweldigd door een ‘mannelijkheid’ van een heel ander kaliber. Het grensoverschrijdende gedrag van de VRT en het Belgische gerecht ging heel wat verder dan dat van Bart De Pauw. Diens flirterige sms-jes kregen zelfs iets onschuldigs vergeleken bij de machtsontplooiing van die twee onpersoonlijke ‘mannelijkheden’. Ja, het wordt nu ook duidelijk waarom de media zo enthousiast zijn over de hele zaak: ze zijn zelf zo’n grensoverschrijdend mannelijk instituut.  

Veel vrouwen zijn verontwaardigd over het gedrag van Bart De Pauw, en dat valt goed te begrijpen. Veel mannen zijn dan weer verontwaardigd over het gedrag van zijn aanklaagsters. Ze vinden het not done dat deze actrices anoniem blijven, dat ze tien of twintig jaar gewacht hebben met hun klachten, en dat ze ook nog eens in groep optreden. Ook dat valt te begrijpen. Maar hoe valt het te verklaren dat zo weinig mensen – mannen én vrouwen – verontwaardigd zijn over het nochtans veel ‘grensoverschrijdender’ gedrag van de VRT, het gerecht, en de media? Waarom maken ze zich druk over kleine garnalen als Bart De Pauw en zijn aanklaagsters, maar protesteren ze niet tegen deze ‘zeemonsters’? Het is alsof kleine grensoverschrijdingen veel erger zijn dan grote grensoverschrijdingen, alsof individueel mannelijk gedrag veel meer verontwaardiging oproept dan algemeen, onpersoonlijk mannelijk gedrag. En dat is een belangwekkende waarneming die ons op het spoor brengt van de oorzaak van de hele Weinstein-wave. 

De manier waarop de VRT en het gerecht zijn opgetreden in de zaak De Pauw kan model staan voor de manier waarop de overheid vandaag optreedt. Dat is een brutaal mannelijke manier: de overheid of de staat steekt zijn neus in zaken waar hij niet thuishoort. Dat gebeurt bovendien met veel machtsvertoon, als om duidelijk te maken wie de baas is. De staat is in de eerste plaats een machtsapparaat, en macht is ook wat de VRT, het gerecht en de media in deze zaak tentoon hebben gespreid. Uiteindelijk is dat ook waar Bart De Pauw zich aan bezondigd heeft. Hem wordt niet zozeer opdringerig, flirterig gedrag verweten, want dat vertonen vrouwen net zo goed. Wat hem wordt verweten is machtsmisbruik. Vrouwen zijn heus wel in staat om opdringerige, flirtende mannen van zich af te houden, maar niet als die mannen de macht hebben hun carrière te maken of te breken. Dan worden vrouwen zwak en kwetsbaar en staat de deur open voor grensoverschrijdend gedrag.

De macht ligt vandaag grotendeels bij mannen en de oorsprong daarvan ligt in hun grotere fysieke kracht. Daar kunnen vrouwen eenvoudig niet tegenop. Die fysieke kracht heeft zich in de loop der tijden vertaald in piramidale machtsstructuren waartegen nog maar weinig te beginnen is. De democratisering bijvoorbeeld – een ‘vrouwelijke’ tegenbeweging – lijdt momenteel schipbreuk op die versteende mannelijke structuren. En toch is die mannelijke ‘verstening’ slechts één deel van het verhaal. Er is ook nog een heel belangrijk vrouwelijk hoofdstuk. De overheid gedraagt zich niet alleen als een autoritaire haan, ze gedraagt zich ook – en zelfs zeer nadrukkelijk – als een moederkloek die het beste wil voor haar kuikens, die ze voedt en verzorgt, die ze beschermt en onderwijst, die hun vrede en welvaart waarborgt, die kortom alles vertegenwoordigt wat goed is. In ruil eist de overheid natuurlijk wel gehoorzaamheid, anders kan ze haar moederlijke taak niet vervullen. 

Onder bescherming van dit moederlijke imago dringt de overheid veel dieper in het leven van de moderne mens door dan op louter mannelijke manier mogelijk is. Ze dringt er zelfs zo diep in door dat de ‘aangerande’ mens zich zonder het te beseffen gaat identificeren met de overheid. Zo is hij wel verontwaardigd over het gedrag van Bart De Pauw of dat van zijn aanklaagsters, maar niet over het gedrag van de overheid die nochtans beide gedragingen – de mannelijke en de vrouwelijke – combineert. Om een beeld te gebruiken dat in deze context wel passend is: de gewone mannelijkheid penetreert de vrouw en gaat daarbij over een grens, maar de combinatie van mannelijkheid en vrouwelijkheid gaat nog over een andere, dieper gelegen grens en bevrucht de mens met zijn zaad. Het kind dat daaruit begint te groeien wordt door de mens als deel van hemzelf ervaren: hij onderscheidt de overheid-in-zichzelf niet meer. Mens en overheid worden als het ware één en deze nieuwe mens roept onmiddellijk om zijn ‘moeder’ als hij iets nodig heeft. Big Brother is tegelijk een Big Mother.

Deze kind-mens schreeuwt nu moord en brand over het grensoverschrijdende gedrag van Bart De Pauw in het bijzonder en de man in het algemeen, maar hij protesteert niet tegen het optreden van de VRT en het gerecht. Hij neemt deze diepere grensoverschrijding niet waar en vindt het volkomen vanzelfsprekend dat de overheid de zaak in eigen handen neemt, ook al krijgt ze daardoor dimensies die de individuele betrokkenen nooit gewild hebben. Maar ze verzetten zich niet omdat de overheid hen niet alleen op de huid zit maar ook onder hun huid zit. De moderne mens is als bezwangerd door de overheid en doet er alles aan om zijn ‘kind’ te beschermen. Het is dan ook de vraag wie de hele zaak aan het rollen heeft gebracht: moeder of kind? Waren het de aangerande vrouwen of was het de overheid? Tenslotte was het de ‘ferme’ verklaring van de VRT, aangespoord door de #metoo-beweging, die de betrokken vrouwen over de streep haalde en hen overtuigde om naar buiten te komen met zaken die ze vele jaren voor zichzelf hadden gehouden.

Zoeken we naar de oorsprong van de #metoo-beweging, dan komen we in Amerika terecht, bij een anoniem bericht op Facebook. Van wie was dat bericht afkomstig? Het was weliswaar een vrouw die de kat de bel had aangebonden door Harvey Weinstein te beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag, maar waarom veroorzaakte zij nu opeens zo’n lawine die zich in korte tijd over heel Europa verspreidde? Het gedrag van Weinstein was wijd en zijd bekend en veel actrices hadden er zich al over beklaagd. Maar er werd nooit naar hen geluisterd. Nu echter wel. Er werd zelfs veel meer gedaan dan geluisterd: er kwam een enorme pletwals in beweging . Omdat de tijd rijp is, schreven de media, omdat de maat vol is. Er breekt een nieuw bewustzijn door, zo klonk het, men pikt het grensoverschrijdende, machtswellustige mannelijke gedrag niet meer. O neen? En waarom pikt men dan wel het grensoverschrijdende, machtswellustige gedrag van moslims? Waarom richt men alle pijlen op de bange, blanke man?

Deze boog van mondiale verontwaardiging wordt toevallig gespannen in het meest mannelijke, grensoverschrijdende, machtswellustige land ter wereld. Zou Amerika werkelijk tot inzicht zijn gekomen? Zou Sinterklaas werkelijk bestaan? Op een moment dat Amerika net het hele Midden-Oosten in brand heeft gestoken en miljoenen ‘vluchtelingen’ richting Europa trekken, klinkt dat toch wel ontzettend kinderlijk en naïef. Wie de visie van Rudolf Steiner kent, weet dat Amerika streeft naar wereldmacht en daarvoor eerst Europa uit de weg moet ruimen. Die veroveringsplannen circuleren al sinds de 19de eeuw en Amerika heeft ze stap voor stap tot uitvoer gebracht, enerzijds met ongezien fysiek geweld en anderzijds met ongekende sluwheid en berekening. Het is door deze combinatie van mannelijke en vrouwelijke middelen dat Amerika erin geslaagd is van Europa een Amerikaanse provincie te maken die zowel uiterlijk als innerlijk volkomen in zijn macht is. Want de moderne Europese mens wil niets liever dan Amerikaan zijn, dat zien we nergens beter dan in ‘zijn’ kunst.

En nu zouden we moeten geloven dat er aan dit nietsontziende Amerikaanse imperialisme dat al meer dan een eeuw consequent en vastberaden zijn plannen uitvoert, opeens een eind is gekomen, dat Amerika de steven heeft gewend en nu met evenveel vuur en overtuiging de tegenovergestelde richting uitgaat? Daar was zelfs de Titanic niet toe in staat, laat staan het schip dat Amerika heet. Nee, alles wijst erop dat Amerika full speed ahead gaat en dat de Weinstein-wave slechts een zoveelste fase is in de verovering van de wereld, een zoveelste combinatie van mannelijk geweld en vrouwelijke sluwheid. De snelheid en intensiteit van de Amerikaanse ‘penetratie’ doet zelfs vermoeden dat een orgasme nakend is, en dat met andere woorden de incarnatie van Ahriman voor de deur staat. Het gaat er nu om doorheen al die opwinding en al dat geweld heen te kijken en door te dringen tot wat er in de verborgen diepten gebeurt. Want grensoverschrijdend bewustzijn is het enige wat we tegenover de grensoverschrijdende Ahriman kunnen plaatsen.  

Hello Dolly!

  

Omdat de boog niet altijd gespannen kan staan, keek ik verleden week nog eens naar Hello Dolly, de musical die in 1969 verfilmd werd door Gene Kelly, met in de hoofdrol Barbara Streisand. Nu ben ik geen liefhebber van musicals, maar als ’t goed is dan kan het me niet schelen naar wat voor soort film ik kijk. En Hello Dolly is goed, niet zo goed als bijvoorbeeld The Sound of Music, maar toch nog altijd het bekijken waard, en dat wil wat zeggen voor een film die 46 jaar oud is. Twee dingen maken deze film aantrekkelijk: de choreografie van Gene Kelly (de man van Singing in the rain), en de figuur van Barbara Streisand. Maar de film, of beter gezegd de musical, heeft ook grote zwakheden, zoals het verhaal en – helaas – ook de muziek. Slechts op één moment valt alles op zijn plaats en wordt de film echt geïnspireerd: tijdens de grote en grootse scène waarin Dolly haar entree maakt in restaurant Harmonia Gardens en ze door iedereen, inclusief Louis Armstrong, wordt toegezongen op de bekende tonen van de titelsong. 

Het absolute middelpunt van deze lang uitgesponnen scène is ontegensprekelijk Barbara Streisand. Zij schittert hier en zij doet dat op een zo onbevangen, vanzelfsprekende manier dat het onmogelijk is om er niet door gecharmeerd te worden. Wat mij aanvankelijk het meest opviel aan la Streisand was haar … mond. Ongelooflijk wat voor een beweeglijke, expressieve mond deze vrouw heeft! Het is alsof hij een eigen leven leidt, alsof heel Streisand in die mond aanwezig is, alsof hij een pars pro toto is. In de antroposofie is de mond (in de ruime zin, de hele onderkant van het gezicht dus) een metamorfose van het ledematenstelsel van de mens. En inderdaad, als ik zie hoe Streisand zich beweegt – vooral dan haar armen en handen – dan herken ik daarin dezelfde buitengewoon expressieve beweeglijkheid die ook haar mond kenmerkt. Het is fascinerend om die bewegingen – van zowel haar mond als haar ledematen – te zien. Het is alsof je recht in de etherische wereld kijkt en voelt hoe je hart niet anders kan dan meebewegen.
 
De choreografie van Gene Kelly is totaal anders van aard: heel fysiek, heel mannelijk. Maar in de beroemde scène vloeit deze atletische mannelijkheid samen met de gracieuze vrouwelijkheid van Barbara Streisand op een manier die heel juist, om niet te zeggen waar, aanvoelt. Dolly (Barbara Streisand dus) wordt er omringd door louter mannen, een heel leger van mannen (geleid door een soort Duitse officier) dat om haar heen wervelt en danst, vol vreugde omdat ze haar weer in hun midden kunnen begroeten: Well hello Dolly, it’s so good to have you back where you belong! En zo ziet het er inderdaad uit: Barbara Streisand hoort thuis in het midden van dat mannelijke ‘lichaam’. Zij is er de ziel van, het middelpunt, maar niet op een luciferische manier. Streisand speelt deze rol op een zo ontroerend kinderlijke, vanzelfsprekende manier dat deze scène iets van een oerbeeld krijgt dat je hart op doet springen. Zij belichaamt als het ware das ewig Weibliche – etherisch en dus onschuldig – als beeld van de menselijke ziel. 

Ook het duet dat zij in die scène zingt met Louis Armstrong (de orkestleider) heeft iets van een oerbeeld: hij, eveneens zeer beweeglijk en expressief, maar zwart, zij heel bleek, want roodharig. Armstrong is met zijn brede glimlach, zijn witte tanden en witte ogen, een soort oerbeeld van de zwarte man, terwijl Streisand dan weer de spreekwoordelijk blanke vrouw vertegenwoordigt. Zijn (zo typische) stem is diep en raspend: ze komt van diep uit zijn buik. Haar (al even typische) stem is heel hoog en vloeiend: het is heel duidelijk een hoofd-stem. Het zwart en wit van Armstrong vormt een bijna absolute tegenstelling, terwijl bij Streisand alles in elkaar lijkt over te vloeien. Als zij model staat voor het oer-vrouwelijke, dan staat Armstrong voor het oer-mannelijke, maar dan eveneens in zijn kinderlijk onschuldige staat. Zoals Streisand een beeld is van de menselijke ziel, zo is Armstrong een beeld van het menselijke lichaam. En het is prachtig om zien hoeveel vreugde zij aan elkaar beleven. 

Het lijden van Zwarte Piet

   

Op de website van KifKif, één van de vele organisaties die ons ervan willen overtuigen dat we onverbeterlijke racisten zijn, lees ik een artikel waarin een zwarte moslim, Mohamed Barrie, uitvoerig beschrijft hoe ‘enorm kwetsend’ Zwarte Piet voor hem is en hoe ‘door en door racistisch’ de knecht van Sinterklaas is. Na lectuur van dit doorleefde – en slecht geschreven – stuk proza denk ik: daar hebben we het kolonialisme weer! En daarmee bedoel ik niet het kolonialisme uit het verleden, maar het hedendaagse kolonialisme, het kolonialisme van migranten die ons komen vertellen dat we dringend onze barbaarse gewoonten moeten veranderen als we voor beschaafde mensen willen doorgaan. Mohamed Barrie is een grootmoedige kolonialist: hij begrijpt dat het ons moeilijk valt om afstand te doen van Zwarte Piet, want wie als kind is opgegroeid met racistische beelden voelt zich daar emotioneel mee verbonden. Hij neemt ons dan ook niets kwalijk, maar we moeten inzien dat Zwarte Piet bijzonder kwetsend is voor anderen, en als we met die anderen willen samenleven, dan zullen we daar rekening moeten mee houden. 

Zoals vrijwel altijd wanneer ik teksten van moslims lees, klinkt er een ondertoon van dreiging mee. Ook hier weer lees ik tussen de regels de boodschap: vandaag zijn we nog begrijpend en redelijk, maar dat zal niet blijven duren wanneer jullie niet willen luisteren! Was dat destijds ook niet de houding van de blanke kolonialist? Hij kwam als vriend van de arme negertjes om hen de beschaving bij te brengen, en als die arme negertjes braaf luisterden, zou alles in de beste verstandhouding verlopen. Als de negertjes echter stout waren en verzet boden tegen de beschaving, tja dan zou hij andere middelen moeten gebruiken. Mohamed Barrie gedraagt zich vandaag op dezelfde manier als de blanke kolonialist, en wij gedragen ons als ‘arme negertjes’. Of kunnen die rollen niet omgedraaid worden? Is de blanke per definitie een kolonialist en is de zwarte Afrikaan voor eeuwig en altijd zijn slachtoffer? Nee, natuurlijk niet. Als iemand praat zoals een kolonialist en als hij zich gedraagt zoals een kolonialist dan is hij hoogstwaarschijnlijk een kolonialist, welke kleur hij ook heeft.

De blanke kolonialisten beschouwden zichzelf niet als rovers die de rijkdom van Afrika kwamen stelen. Ze zagen zichzelf als missionarissen die de beschaving aan de ‘wilden’ kwamen brengen. Ook Mohamed Barrie zal zichzelf wel niet beschouwen als iemand die naar Europa komt om er te profiteren van de rijkdom. Nee, hij komt de Vlamingen de multiculturele beschaving bijbrengen. Hij is een man met een missie: hij wil het barbaarse gebruik van Zwarte Piet uitroeien. Als student Sociaal Werk loopt hij stage in wat hij ‘het rurale Vlaanderen’ noemt, en de Vlaamse wildernis jaagt hem angst aan, want als Sinterklaas verschijnt, wijzen sommige kinderen naar hem en zeggen: hé kijk, Zwarte Piet! Dat kwetst hem heel diep. Hij spreekt er de kinderen en hun ouders dan ook op aan: ‘ik wil geen Zwarte Piet genoemd worden, ik wil ook geen meester genoemd worden, ik ben Mohamed.’ Wanneer de inboorlingen het hoofd buigen en zwijgen, voelt hij zich nog dieper gekwetst: ze vragen niet eens waarom hij dit ‘statement’ moet maken! En als een moeder hem enkele dagen later aanspreekt met de woorden: ‘het is Mohamed, zeker?’ voelt hij zich ten derde male gekwetst, want ze zegt daarbij niets over Zwarte Piet.

Het lijdt geen twijfel: het racistische Sinterklaas-ritueel kwetst Mohamed Barrie diep. Ook al verontschuldigen de moeders zich voor het gedrag van hun kinderen, ook al reageren de leerkrachten geschokt, ook al wordt de klas samengeroepen zodat Mohamed ze kan toespreken, het kan zijn lijden niet verlichten. Zolang een openlijk racistisch gebruik als Zwarte Piet blijft bestaan, zal Mohamed Barrie in angst en pijn leven. Hij neemt het ons niet kwalijk, echt niet, maar de feiten zijn wat ze zijn: door ons toedoen, moeten hij en talloze andere zwarte medemensen lijden. Mohammed beschrijft zijn angsten, zijn pijn en zijn verdriet met zoveel verve dat … je hem bijna zou geloven. Een volwassen man die ieder jaar weer een lijdensweg moet gaan omdat een paar kleine kinderen rond Sinterklaas denken dat hij Zwarte Piet is? Een jonge intellectueel die ouders en kinderen vermanend mag toespreken en zich gekwetst voelt als ze zich niet allemaal verontschuldigen? Een migrant die in Europa alle kansen krijgt om zich te ontwikkelen en in ruil daarvoor eist dat Europese gebruiken worden afgeschaft? Seriously? Dat is geen lijden, dat is verkapt kolonialisme!

We denken dat er maar één vorm van kolonialisme bestaat: het blanke, mannelijke kolonialisme dat met geweld onderdrukt. Maar vandaag leren we nog een andere vorm van kolonialisme kennen: het vrouwelijke, gekleurde kolonialisme dat het slachtoffer uithangt. We gaan er al te gemakkelijk vanuit dat macht uitoefenen een louter mannelijke aangelegenheid is. Maar je kunt ook op een vrouwelijke manier macht uitoefenen, namelijk door je gewillig te onderwerpen aan je onderdrukker. Dat gaat veel langzamer, maar het is des te effectiever. De truc met de kikker illustreert dat: gooi een kikker in kokend water en hij springt er weer uit, gooi hem in koud water dat je langzaam opwarmt en hij laat zich levend koken. Een vrouw die zich onderwerpt aan haar man en alles doet wat hij zegt, verwerft langzaam maar zeker macht over hem. Want hij raakt afhankelijk van haar diensten en na verloop van tijd kan hij niet meer zonder. Daar kan de vrouw gebruik van maken, ze kan hem manipuleren zonder dat hij het beseft. Als die vrouwelijke manier van macht uitoefenen ook nog eens gecombineerd wordt met de mannelijke manier, dat wil zeggen als het stiekeme manipuleren gepaard gaat met verholen dreigementen, dan wordt de machtsuitoefening … terreur. 

In het geval van Mohamed Barrie is het wellicht overdreven om te spreken van terrorisme. Maar het is niet omdat de (mannelijke) dreiging verborgen wordt onder (vrouwelijke) empathie, dat ze er niet is. Iemand die als jonge stagiair kinderen tot de orde roept omdat ze denken dat hij Zwarte Piet is, iemand die zich daarover beklaagt in de leraarskamer en iedereen duidelijk maakt hoe hij wenst aangesproken te worden, zo iemand gedraagt zich behoorlijk arrogant. Hij komt stage lopen op een school in ‘het rurale Vlaanderen’ en behandelt kinderen en ouders meteen als racisten wegens één kinderlijke opmerking. Daar moet je behoorlijk wat lef voor hebben. Mohamed Barrie oefent zijn macht op een tegelijk mannelijk-arrogante en vrouwelijk-sluwe manier uit. Hij overgiet zijn onbeschaamde eis – dat moet hier gedaan zijn met die Zwarte Piet! – met een saus van tranerig slachtofferschap: hoeveel vernederingen moet ik nog verduren in het land van de blanken! 

Nu kan ik moeilijk geloven dat deze glimlachende jongeman zo doortrapt is. Ik kan ook niet geloven dat alle moslim-intellectuelen zo doortrapt zijn. En toch spreken ze allemaal met ‘gespleten tong’: klagend en dreigend tegelijk. Allemaal gebruiken ze dezelfde ‘gemengde’ techniek: woede en tranen, agressie en slachtofferschap. Ze spreken als uit één mond omdat ze … niet zelf spreken. Ze komen uit landen en culturen die nog niet zo ‘vermannelijkt’ zijn als het moderne Europa en derhalve nog niet zoveel Ik-kracht ontwikkeld hebben. Met hun relatief ‘vrouwelijke’ aard spiegelen ze onbewust de politiek-correcte sfeer die ze in Europa aantreffen en maken er instinctief gebruik van om de plaatselijke bevolking te manipuleren. Ze beseffen niet dat ze zich bezondigen aan hetzelfde kolonialistische gedrag dat ze de Europeanen verwijten. Het komt niet in hen op dat ze zich gedragen als … Zwarte Piet. Want wat doet de knecht van Sinterklaas? Hij is de kindervriend die lekkers uitdeelt, maar tegelijk dreigt de ‘stoute kindertjes’ in zijn zak te steken. Is dat niet precies wat Mohamed Barrie doet? Hij is de vriendelijk zwarte man die de blanke kindertjes van alles komt leren, maar o wee als uit hun kindermond per ongeluk de waarheid komt en ze hem Zwarte Piet noemen! Dan haalt hij zijn roe boven … 

Als ik epistels lees van moslims als Mohamed Barrie dan kan ik me zelden van de indruk ontdoen dat het allemaal knip- en plakwerk is. Ze denken niet zelf, ze imiteren gewoon de gedachten van anderen. Maar die ‘anderen’ zijn wijzelf. De politieke correctheid is geen uitvinding van moslims of zwarten, het is een blank fenomeen. Het wordt veroorzaakt wordt door de ‘geboorte’ van de Ik-mens. Die geboorte splijt de moderne mens in twee. Ze maakt van hem een weerloos slachtoffer en een agressor tegelijk: hij is een ‘moeder’ die zware pijnen lijdt en met kracht haar kind uitstoot. De geboorte drijft ook een wig tussen de vader en de moeder. Terwijl de moeder door de hel gaat, kijkt de vader hulpeloos toe. Zij is het slachtoffer van wat hij 9 maanden geleden gedaan heeft. Is dat niet precies situatie waarin zwarten en blanken zich vandaag bevinden? De blanken hebben de zwarten destijds ‘bevrucht’ met de Europese beschaving en worden nu geconfronteerd met de gevolgen daarvan. De geboorte van hun ‘kind’ brengt hen samen in de Europese verloskamer …

De pijn die Mohamed Barrie beschrijft, is reëel: het is pijn van de geboorte van de vrije mens in hemzelf. Voor hem en de ‘vrouwelijk’ gebleven volkeren dezer aarde is dat een enorme drempeloverschrijding. In korte tijd moeten ze de eeuwen Ik-achterstand inhalen die ze hebben opgelopen tegenover de blanke volkeren. Dat kan niet anders dan buitengewoon pijnlijk zijn. Maar het wordt pijnlijk op een heel andere manier wanneer mensen als Mohamed Barrie hun ‘weeën’ gaan toeschrijven aan het racisme van de blanke volkeren. Ze gedragen zich dan als een vrouw die haar man de schuld geeft van de geboortepijnen de ze moet ondergaan. En ja, die man ligt inderdaad aan de basis van die pijn, want hij heeft zijn vrouw bevrucht. In het geval van zwart Afrika is die ‘bevruchting’ niet al te zachtzinnig verlopen, ze kan zelfs met recht een verkrachting worden genoemd. Maar de vraag die Mohamed Barrie moet beantwoorden is de volgende: was hij dan liever ‘onbevrucht’ gebleven? Was hij liever een naakte zwarte gebleven die met zijn speer op zoek gaat naar iets eetbaars? Als dat zo is, dan moet hij consequent zijn en terugkeren naar de Afrikaanse wildernis. Als hij echter de Europese beschaving accepteert, dan moet hij ophouden met klagen en op zijn tanden bijten. 

De Mohamed Barries dezer wereld staan voor de keuze: willen ze het ‘kind’ waarmee de blanke man hen heeft opgezadeld of willen ze het niet? Willen ze deel hebben aan de blanke beschaving of willen ze terugkeren naar hun hutje in de savanne? Het feit dat Barrie hier aan de universiteit studeert, toont duidelijk aan dat hij die keuze reeds gemaakt heeft. Maar hij gedraagt zich als een gespleten mens, wiens hoofd niet weet wat er in zijn buik gebeurt. Zijn keuze voor ‘het kind’ was een ‘vrouwelijke’, gevoelsmatige keuze. Hij moet er nu ook een ‘mannelijke’ bewuste keuze van maken. Hij moet leren inzien dat hij het kind dat de blanke beschaving in hem verwekt heeft, ook werkelijk wil en dat hij dus de geboorteweeën moet verdragen in plaats van de blanke de schuld te geven en het kind te gebruiken om macht over hem uit te oefenen. Zolang een vrouw zwanger is, mag ze zuchten en klagen zoveel ze wil, maar als de bevalling aanbreekt moet ze zich ‘vermannen’ en op de tanden bijten. Haar passieve rol verandert dan in een zeer actieve rol: ze moet het kind met evenveel kracht uit zich persen als de vader 9 maanden geleden zijn zaad uit zich perste. Dat is ook wat Mohamed Barrie moet doen: zich vermannen. In plaats van zich gekwetst te voelen door een paar kinderen die denken dat hij Zwarte Piet is, moet hij de pijn verbijten en aan zijn eigen ‘kind’ denken. 

Dit is het punt waarop wij, blanken, hem ter hulp kunnen komen: we kunnen hem herinneren aan het kind dat ter wereld wil komen. We kunnen hem beletten in de slachtofferrol te kruipen en de vader allerlei verwijten naar het hoofd te slingeren. Als ‘vader’ kunnen we hem op zijn verantwoordelijkheid als ‘moeder’ wijzen. Maar dat vereist van ons een drastische ommekeer. Momenteel gedragen we ons als de klassieke vader die in zwijm valt als hij geconfronteerd wordt met geboortegeweld. De niet-blanke volkeren zijn al een hele tijd ‘zwanger’: ze lijden onder hongersnood, armoede, natuurrampen, oorlog, enzovoort. We hebben geprobeerd hen te helpen, maar zonder veel succes. Nu de geboorte is aangebroken, beginnen ze opeens te schreeuwen van de pijn, ze komen massaal naar hier om hulp te vragen en ze gedragen zich daarbij onbeschoft: ze slingeren ons allerlei verwijten naar het hoofd alsof wij de oorzaak zijn van al hun ellende. We raken daardoor helemaal van onze melk en laten ons meesleuren door hun paniek. Zoals zij zich wentelen in slachtofferschap, zo wentelen wij ons in schuldgevoel: o mijn god, wat hebben wij deze mensen aangedaan! Zie, hoe verschrikkelijk ze lijden onder de gevolgen van wat we hen hebben aangedaan! 

Maar al die paniek, zowel van de kant van de ‘moeder’ als van de kant van de ‘vader’, helpt ons geen stap verder, wel integendeel: ze brengt moeder en kind in gevaar. Wat we nodig hebben is kalmte en bezonnenheid, en die kunnen alleen voortkomen uit inzicht in het hele geboorteproces. We moeten leren inzien dat het lijden van de ‘vrouwelijke’ volkeren onvermijdelijk is: geen geboorte zonder pijn. Dat is niet eenvoudig: zien lijden is soms zwaarder dan zelf lijden, want het vervult ons met een ondraaglijk gevoel van onmacht dat ons doet vluchten in allerlei ondoordachte ‘hulpmaatregelen’ die alleen maar dienen om onze eigen pijn te verlichten. De huidige klimaatmaatregelen illustreren dat. De hele aarde – waar wij als mens deel van uitmaken – is in barensnood. De klimaatveranderingen zijn de veranderingen die een moeder ondergaat wanneer ze een kind ter wereld moet brengen. Dat kind is de vrije mens en het is een uitdrukking van ons materialisme als we denken dat de natuur niets met die geboorte te maken heeft. De natuur is ons aller moeder, niet in figuurlijke maar in letterlijke zin. Zij is de ‘vrouw’ die in barensnood is en die ‘zweet’ als gevolg van de arbeid die ze moet leveren om haar kind ter wereld te brengen.

Het helpt ons om niet te panikeren als we op een niet-materialistische manier tegen de ‘geboortesymptomen’ aankijken. Het overwinnen van die paniek is de voorwaarde om de panikerende ‘moeder’ te helpen, want we kunnen als ‘vader’ niks voor haar doen als we ons laten meesleuren door haar paniek en haar pijn. Uitgerekend nu moeten we het hoofd koel houden, maar dan wel niet op onze klassiek-mannelijke manier. Want juist die onbewogen, wetenschappelijke manier belet ons om door te dringen tot het wezen van de (symptomatische) gebeurtenissen, tot de ‘geestelijke geboorte’ die momenteel plaatsvindt en de hele aarde in zijn ban houdt. We kunnen maar doorheen de uiterlijke symptomen kijken wanneer we ze op een empathische, kunstzinnige manier benaderen. We moeten dus ons hoofd koel houden, maar ons hart warm. En hier ligt het grote probleem: ons hart is niet bestand tegen het geweld van de geboorte. We zijn als klassieke ‘vaders’: heel stoer en mannelijk in ons hoofd, maar overgevoelig en vrouwelijk in ons hart. We vallen weliswaar niet meer in zwijm wanneer we de verloskamer betreden, maar innerlijk vallen we als het ware uiteen: ons hoofd vlucht naar luciferische hoogten (‘dit is de mooiste gebeurtenis uit mijn leven!’) en ons hart valt in ahrimanische diepten (het raakt in shock bij het zien van het bloederige schouwspel van de geboorte).

Geen enkele vrouw heeft iets aan zo’n ‘uiteengevallen’ man en dus bestaat de opgave van die ‘bange, blanke man’ erin om innerlijk weer één te worden, om hoofd en hart weer met elkaar te verenigen. Dat betekent dat zijn (mannelijke) hoofd zijn (vrouwelijke) hart ter hulp moet komen en het bevrijden uit zijn ahrimanische verlamming. Daarvoor moet het enerzijds de luciferische extase overwinnen waarin het weggevlucht is en waar het zich verlustigt aan allerlei schitterende idealen van gelijkheid en solidariteit en verdraagzaamheid. Anderzijds moet het de angst overwinnen voor de duistere diepten waarin het hart gekluisterd ligt. Om het antroposofisch uit te drukken: ons denken moet michaëlisch worden. Het moet niet alleen de verleidelijke luciferische draak overwinnen die het in de ban houdt van wereldvreemde, abstracte ideeën, het moet ook de strijd aanbinden met de dreigende ahrimanische draak die van het hart een steen maakt en het belet te kloppen. Het beeld van de moderne verloskamer maakt dat wat concreter: in de gynaecoloog herkennen we het (mannelijke) denken dat het instinctieve handelen overwonnen heeft en inzicht verworven heeft in het geboorteproces, in de vader herkennen we het gevoel dat verlamd is door het geboortegeweld en even machteloos is als de barende moeder.

De moeder heeft echter haar instincten die haar dwingen om te persen. De vader heeft alleen zijn … vrije wil. Het maakt eigenlijk nauwelijks wat uit of hij de bevalling bijwoont of niet. Het is meer een (luciferisch) ritueel dan wat anders, want als het geweld van de geboorte losbarst, raken zowel de moeder als de vader opgesloten in hun eigen wereld en is er geen contact meer tussen beide. Dat is op een ruimer plan ook wat er gebeurt tussen de mannelijk-blanke volkeren (de ‘vaders’) en de vrouwelijke-gekleurde volkeren (de ‘moeder’): als het geweld losbarst, plooien ze op zichzelf terug en raken opgesloten in hun eigen wereld. Hoe meer de verwijten van moslims, migranten en zwarten het karakter krijgen van terreur, des te minder is het Westen bereid zich in te leven in de pijn van deze volkeren. Het Westen is daar ook niet toe verplicht. Het zorgt op een mannelijk-fysieke manier voor deze mensen, zoals de gynaecoloog met zijn medische staf zorgt voor de barende moeder. Het doet met andere woorden zijn plicht. Maar ten aanzien van de geestelijke geboorte die vandaag plaatsvindt, is dat niet genoeg. Het is namelijk de vrije mens die geboren wil worden en die heeft niet genoeg aan een vader die zijn plicht vervult door braafjes naast zijn vrouw in de bevallingskamer te gaan zitten en haar hand vast te houden. 

Het kind dat geboren wil worden heeft een vader nodig die zich uit vrije wil met de barende vrouw verbindt, niet alleen uiterlijk (mannelijk, wetenschappelijk, klinisch) maar ook innerlijk (vrouwelijk, kunstzinnig, empathisch). Dat kind – de vrije mens – kan niet geboren worden als de moderne, blanke mens zich niet vrijwillig inleeft in de lijdende, gekleurde mens. Die blanke mens staat als een Parsifal voor een lijdende Visserkoning. Van hem wordt verwacht dat hij de ‘verlossende’ vraag stelt naar het lijden van de koning. Om die vraag te kunnen stellen moet hij echter zijn plichtsbesef overwinnen dat zegt dat hij zijn mond moet houden. We herkennen dat plichtsbesef, die ridderlijke etiquette, vandaag maar al te goed in de politieke correctheid die de lijdende moslimwereld vol eerbied benadert als was het een koning die onder geen beding beledigd mag worden door vragen als: wat scheelt er toch met jullie moslims? En we herkennen de lijdende koning zonder moeite in Mohamed Barrie die zich diep beledigd voelt als een kind iets oneerbiedigs zegt en zijn ouders en leerkrachten zich niet uitvoerig verontschuldigen. Al die ‘koningen‘ kunnen pas verlossing vinden als de blanke ‘herders‘ – die dwaze Parsifals – hun (mannelijke) plichtsgevoel overwinnen en uit (vrouwelijke) empathie de vraag stellen naar de oorzaak van hun lijden. En die vraag is tegelijk de vraag naar het ‘kind’ dat geboren wil worden, want dat kind – de vrije mens – is de werkelijke ‘oorzaak’ van het lijden.

Het is altijd lichtjes verbijsterend om te zien hoe arme, onontwikkelde moslims die naar Europa komen om hulp te zoeken, zich gedragen als trotse koningen die gehoorzaamd willen worden. En het is nog verbijsterender om te zien hoe rijke en zelfbewuste Westerlingen schuldbewust het hoofd buigen als die koningen niet tevreden zijn over hun diensten en hen de grofste verwijten naar het hoofd slingeren. Dat volstrekt irrationele gedrag kan alleen begrepen worden als we doordringen tot de sfeer van de oerbeelden, en dan vooral tot dat ene, centrale oerbeeld: de geboorte van de vrije mens. Pas vanuit dit oerbeeld kunnen we begrijpen wat er aan de hand is en hoe we moeten handelen. In het geval van Mohamed Barrie betekent dat dat we zijn ‘lijden’ ernstig moeten nemen. Maar wat we niet ernstig moeten nemen is de manier waarop hij het verklaart, want dat is onze, politiek-correcte manier. Hij weet evenmin waarom Zwarte Piet hem zo kwetst als wij dat weten – tenzij we doordringen tot de oorzaak van zijn lijden. En dat is niet het schoolkind dat zegt: hé kijk, Zwarte Piet! Het is het kind-in-ons, het kind dat we allemaal gemeen hebben, het kind van de ‘blanke vader’ en de ‘gekleurde moeder’.