Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: mannelijk

Inhoud en verpakking

Maggie De Block staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling, niet omdat ze de nieuwe minister van Volksgezondheid is, en ook niet omdat ze zo dik is, maar omdat de combinatie van die twee vraagtekens doet rijzen.
Volgens de enen kán het niet dat een minister van Volksgezondheid zo overduidelijk lijdt aan DE beschavingsziekte van het moment: obesitas, zwaarlijvigheid, vetzucht. Ze vinden dat Maggie het voorbeeld moet geven en een De Wevertje doen: dieet volgen en 50 kilo afvallen.
Volgens de anderen heeft het een niks met het ander te maken. Hoe een minister eruitziet, doet er niet toe. Het gaat om zijn of haar prestaties. Ze vinden het niet kunnen dat een mens beoordeeld wordt op zijn uiterlijk. Dat zweemt naar racisme en dat is volstrekt verwerpelijk.

Wie heeft gelijk?

Ik kan het allemaal niet echt volgen in de kranten omdat er steeds meer beknibbeld wordt op gratis digitale informatie en ik er niet over peins om geld te betalen voor kranten. Tussen haakjes, de vernieuwingsoperatie van De Morgen onder het motto POET blijkt inderdaad over geld te gaan. Het was gewoon een cover-operatie om meer geld in het laatje te brengen: voor de meeste digitale artikels moet je nu betalen. Bovendien is het eerste wat opvalt aan de nieuwe layout de combinatie van (veel) zwart en rood. Die akelige combinatie doet me denken aan … wat was het ook alweer?
Ik weet dus niet hoe de meningen verdeeld zijn, maar de kranten kennende en de lucht opsnuivende zullen de Maggie-verdedigers wel in de meerderheid zijn en zal de verontwaardiging over de kritiek op Maggie’s kilo’s het zwaarst doorwegen.

Wat zegt Maggie er zelf van?
Ze zegt: ‘Ik hou me met de inhoud bezig, niet met de verpakking.’
Kort en goed dus, zoals Maggie zelf.
Wat valt daartegen in te brengen?
Niks, behalve dat het niet waar is.
Wie naar foto’s van Maggie De Block kijkt, ziet daar weliswaar een zeer dikke maar ook een zeer verzorgde vrouw. Ze ziet er altijd onberispelijk uit en is zeer smaakvol gekleed. Wat ze te kort komt (sic) qua fysieke inhoud compenseert ze door de vestimentaire verpakking.
En dat zou ze terloops doen, zonder er aandacht aan te besteden?
M’n oor!
Volgens mij brengt Maggie véél tijd door voor de spiegel.
Ze is overduidelijk een vrouw.

Haar spiegelbeeld in de Belgische politiek was Jean-Luc Dehaene: even dik, even opgeblazen, even kundig, maar … een man.
Dehaene was evenveel man als Maggie vrouw is.
Dat wil zeggen: hij trok zich van zijn uiterlijk niks maar dan ook niks aan.
Ik herinner mij nog altijd dat ik voor het eerst een foto van hem zag.
Dat was meer dan 30 jaar geleden tijdens zijn eerste politieke campagne.
Ik zag zowat de meest onaantrekkelijke man die je je kunt voorstellen: een gestampte boer.
De foto was ook nog eens van de meest belabberde kwaliteit: als je NIET verkozen wil worden, dan hang je zó’n foto in de straten.
Ik voelde onwillekeurig bewondering: het kon Dehaene overduidelijk geen zier schelen hoe hij eruitzag. Dát was nu eens iemand die niks om de verpakking gaf! Van hem zou ik het meteen geloofd hebben als hij zei wat Maggie zei.
Maar uit háár mond klinkt het zo overtuigend als … een vrouw die zegt dat ze niks om haar uiterlijk geeft.

Ik zit in Brugge vaak genoeg naar de toeristen te kijken, en de gedachte dat vrouwen niks om hun uiterlijk zouden geven, doet me luidkeels in lachen uitbarsten.
Soms denk ik wel eens dat er voor een vrouw niks belangrijker is dan haar uiterlijk, maar dat zeg ik natuurlijk niet.
Ik ken mijn (politiek-correcte) wereld.
Het is een cliché van hier tot ginder, maar zoals de meeste clichés is het waar: mannen zijn vooral geïnteresseerd in de inhoud, vrouwen zijn vooral geïnteresseerd in de verpakking.
Tenminste wanneer het om henzelf gaat.
Als het om het andere geslacht gaat, is het net omgekeerd.
Mannen zijn dan vooral geïnteresseerd in het (vrouwelijke) uiterlijk en vrouwen in de (mannelijke) inhoud.
Ik denk niet dat iemand daar iets kan tegen inbrengen.
Tenzij dat er uitzonderingen zijn, maar die bevestigen de regel.
En juist in die ‘regel’ kunnen we het antwoord vinden op de vraag: wie heeft gelijk over onze dikke minister van Volksgezondheid?

Dat antwoord luidt: ze hebben allebei gelijk.

Degenen die zeggen dat je een mens niet op zijn uiterlijk mag beoordelen en dat het zeker in het geval van een minister om zijn of haar prestaties gaat, hebben overschot van gelijk.
Ik heb gisteren nog zitten kijken naar wat youtube filmpjes over Jacques Brel.
Nou! Als men die man op z’n uiterlijk had beoordeeld dan kende vandaag niemand Jacques Brel. Je vraagt je af hoe die vogelschrik ooit een podium is durven opstappen. Maar hij heeft het gedaan, en gelukkig maar, want … er kon nauwelijks een groter tegenstelling zijn tussen inhoud en verpakking.
Nee, als je mensen op hun uiterlijk beoordeelt, dan mis je misschien wel het beste wat er is.
Maggie De Block staat er trouwens om bekend dat ze buitengewoon bekwaam is.

Dat neemt echter niet weg dat ook haar critici gelijk hebben: het kán niet dat uitgerekend een minister van Volksgezondheid zo buitensporig dik is en dus lijdt aan de kwaal die ze verondersteld wordt te bestrijden. Dat is als een … kwalijke grap. Het is alsof ze tijdens de verdeling van de ministerpostjes gezegd hebben: hoe kunnen we die onnozele kiezers eens zo hard mogelijk uitlachen? Oh ja, we weten het: we geven Volksgezondheid aan Maggie!
Seriously?
Waarom moest uitgerekend Maggie De Block Volksgezondheid krijgen?
Zijn haar capaciteiten elders niet dringender nodig?
Geen enkele bedrijfsleider zou het in zijn hoofd halen om op een representatieve functie iemand te plaatsen wiens uiterlijk iedereen doet gniffelen. Zo iemand plaats je elders. Dat spreekt vanzelf.
Jamaar, zal men zeggen, Maggie is toch maar mooi éen van de populairste politici in dit land, en dat ondanks haar uiterlijk!
Ondanks?
Ik denk dat haar uiterlijk daar juist wél een rol in speelt.
Mensen denken: dat vind ik nu eens moedig zie, zó dik en toch minister!
Dehaene dwong destijds ook mijn onwillekeurige bewondering af doordat hij ondanks zijn uiterlijk doorzette.
Een nadeel wordt een voordeel als je het kunt overwinnen, als je het een plaats kunt geven.
Maar dat het géén rol zou spelen?
Nee, dat geloof ik niet.

Natuurlijk valt de rol van Maggies zwaarlijvigheid niet te meten.
Maar dat ze niet zou bestaan, is je reinste onzin.
Zeg tegen een vrouw maar eens dat haar uiterlijk er niet toe doet, dat je haar accepteert zoals ze is.
Ze zal dodelijk beledigd zijn.
Je mag nog zoveel zeggen dat het uiterlijk van een mens er niet toe doet, dat het om de inhoud gaat en niet om de verpakking, dat echte schoonheid vanbinnen zit en meer van die idealistische frasen, maar in de realiteit doet dat uiterlijk er wél toe, in de realiteit speelt de verpakking wél een rol.
Ja, goed en wel bekeken leven we in een wereld waar zowat ALLES om de verpakking en het uiterlijk draait!

Wat is de mens?
Een ziel in een lichaam? Een geestelijke inhoud in een materiële verpakking?
Het zou wat!
Er IS helemaal geen ziel, er IS helemaal geen inhoud, er is alleen verpakking, er is alleen materie, vlees en beenderen en snot.
Meer niet.
Natuurlijk zou de mens wel willen dat er méér was, maar sprookjes bestaan nu eenmaal niet, tenzij in onze fantasie.
Wat wel bestaat is materie, and that’s it.

Dát is de diepste overtuiging van de moderne mens.
En al dat halfzachte, idealistische geleuter over schoonheid die vanbinnen zit en een uiterlijk dat er niet toe doet, is alleen maar compensatiegedrag.
Men probeert een leugen te compenseren met een andere leugen.
En dat levert geen waarheid op, maar een dubbele leugen.
Het levert een leugen-in-actie op, want mensen die allebei gelijk hebben, worden tegen elkaar opgezet en beginnen elkaar te beschuldigen van alles en nog wat.
Zoals in het geval van Maggie De Block.

Maar dat is nog het ergste niet.

Op de vraag van journalist Tom Van de Weghe of zo’n dikke minister wel kan, kwam een andere vraag: mag een journalist zoiets zeggen over een minister?
Die vraag klonk heel wat dreigender.
Ze klonk als: moet het niet verboden worden om iets te zeggen over iemands uiterlijk?
Aan de horizon verscheen … het hoofddoekendebat.
Ook daar gaat het – schijnbaar – over het uiterlijk van mensen.
Wie heeft er nu iets te maken met hoe moslimvrouwen zich willen kleden!
Maar in de grond gaat het om één van de belangrijkste discussies die vandaag kunnen gevoerd worden.
In de grond gaat het om het voortbestaan van de vrije samenleving.

Ik vind de discussie over de vetzucht van Maggie De Block belangrijk, niet omdat ze gaat over de vraag hoeveel een minister mag wegen, maar omdat er zich veel belangrijker vragen achter verbergen.
De hele kwestie of iemands uiterlijk er toe doet, verbergt de oer-tegenstelling tussen man en vrouw. Die tegenstelling wordt vandaag op de spits gedreven door een agressief feminisme en een niet minder agressieve ‘genderdiscussie’. Het is bepaald niet om vrolijk van te worden.
Maar ook dát is slechts de verpakking van een diepere inhoud, want de tegenstelling tussen man en vrouw is uiteindelijk de grondslag van alle tegenstellingen op aarde, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin.
Veel, zo niet alle discussies en onenigheden gaan terug op de tegenstelling tussen man en vrouw.

Dat veroorzaakt veel ellende en lijden, dat spreekt.
Maar er is iets dat nog veel erger is dan die guerre des sexes in al zijn vormen.
En dat is het verbod op het spreken over de tegenstelling tussen man en vrouw.
Want als we niet meer mogen nadenken over die tegenstelling, als we er niet meer mogen over spreken – wegens te kwetsend – dan duwen we die tegenstelling in het onderbewuste en veroorzaken we veel grotere kwetsuren.
En de grootste kwetsuur van alle is dat we ons niet bewust worden van wat er uit die intense en vaak gewelddadige spanningen tussen man en vrouw geboren kan worden, en dat is: een kind.
De grootste kwetsuur wordt niet veroorzaakt door geweld maar door onvruchtbaarheid.
Dat geldt niet alleen op fysiek gebied en op zielegebied, het geldt ook – en vooral – op geestelijk gebied.
Het grootste gevaar dat de mensheid op geestelijk gebied bedreigt, is dan ook dat de geboorte van ‘Het Kind’ onopgemerkt voorbij gaat.
Want dit geestelijke mensheidskind is het wezen van alles wat vandaag op aarde gebeurt.
Dit mensheidskind is Christus, en zijn wederkomst of wedergeboorte is de belangrijkste gebeurtenis van onze tijd.
Het verslapen van die gebeurtenis, aldus Rudolf Steiner, is de grootste ramp die over de mensheid kan komen.

Het is ook de ramp die doorschemert in de vraag: mag een journalist zeggen dat Maggie De Block te dik is om minister te zijn?
Hoe onschuldig die vraag ook klinkt, ze suggereert dat er niet meer zou mogen gesproken worden over hoe verschillend mannen en vrouwen naar de wereld (en naar elkaar) kijken. En als dat verschil taboe wordt, als we niet meer mogen spreken en nadenken over deze meest fundamentele aller kwesties, dan kunnen we ons nooit bewust worden van het ‘kind’ dat zich verbergt in deze kwestie en dat er het wezen van is.
En dat zou een grotere ramp zijn dan Global Warming, Ebola en IS samen.

Ik ben dan ook heel blij dat (de jonge) journalist Tom Van de Weghe deze vraag gesteld heeft. Ik geloof niet dat hij dat uit sensatiezucht gedaan heeft, maar zelfs als het wel zo was, dan is die sensatiezucht minder erg dan Maggie De Blocks onverschilligheid wanneer ze de zaak met een schouderophalen afdoet als een non-issue.
De sensatiezucht is duidelijk luciferisch.
Maar de onverschilligheid is ronduit ahrimanisch.
En Ahriman is gevaarlijker dan Lucifer.
Maar veel gevaarlijker nog dan Ahriman is de geest die de tegenstelling tussen beide aan ons bewustzijn wil onttrekken, door bijvoorbeeld een discussie over deze kwestie te verbieden – in naam van de menselijkheid uiteraard.
Deze geest is het die over de mensheid de allergrootste ramp wil brengen: dat we blind blijven voor de Wederkomst van Christus.
Met een mensheid die zo diep in slaap is dat ze het allerbelangrijkste niet eens opmerkt, kun je namelijk letterlijk ALLES doen.
Daar zijn helaas al voorbeelden te over van.

Aquarel

Aquarel is een artistieke techniek die veel bewustzijn vergt, meer dan schilderen met olieverf, meer dan tekenen met potlood of pen, meer dan gelijk welke andere techniek die ik ken.
Wat er nog het dichtst bij komt qua noodzaak van zorgvuldig overleg, vooruitziendheid en strategisch inzicht, is etsen, de ‘zwarte kunst’ waarbij alles in spiegelbeeld komt te staan en iedere fout onbarmhartig zichtbaar wordt.
Etsen wordt dan ook doorgaans bedreven door scherpe, wakkere en enigszins ‘bijtende’ geesten.
Er bestaat natuurlijk nauwelijks een grotere tegenstelling dan tussen het ernstige, zwart-witte etsen en het lichte, kleurige aquarelleren.

En toch.

Alle ernst, alle bewustzijn, alle harde werk, alle nuchtere ‘volwassenheid’ van het etsen, is ook in het aquarelleren aanwezig, maar dan getransformeerd tot spelen, wakker spelen.
Zwart en wit zijn tot kleur geworden.
Scherpe lijnen tot vloeiende overgangen.
Wie echter aandachtig kijkt, zal de verwantschap nog zien.
Hoewel een ets uit louter lijnen bestaat, ligt haar aantrekkelijkheid in de zachte tonen die gecreëerd met behulp van ontelbare zeer fijne lijntjes.
Hoewel een aquarel uit louter kleurvlakken bestaat, worden die vlakken begrensd door zeer scherpe, fijne lijntjes die even kenmerkend voor de aquarel zijn als de vloeiende overgangen.
Die combinatie van vloeiende overgangen en scherpe lijnen vind je trouwens ook op het strand: de zee ‘etst’ talloze, bijna onzichtbaar fijne lijnen op het zand.

20140909-180554.jpg

Nog een punt van verwantschap tussen de ets en de aquarel zijn de grijzen.
De schoonheid van een ets ligt in de rijkdom van de grijzen.
Bij een aquarel denken we niet aan grijzen maar aan heldere, lichte kleuren.
En toch bestaat een aquarel in hoofdzaak uit grijzen.
Sterke en intense kleuren maken een aquarel snel kitscherig.
Een aquarel is te teer, te subtiel en te transparant dan dat ze felle kleuren verdraagt.
Kleuren worden in een aquarel meer gesuggereerd dan weergegeven.
Daarin is de aquarel trouwens verwant met het impressionisme.
Ook daar denken we spontaan aan frisse, heldere, vrolijke kleuren.
En toch, wanneer we een impressionistisch schilderij nuchter bestuderen, merken we dat het hoofdzakelijk uit grijzen bestaat: groene grijzen, gele grijzen, blauwe grijzen, rode grijzen, grijzen in alle tinten en schakeringen. Slechts hier en daar tref je een toets rood, geel of blauw aan.
De kleurbeleving van zowel een impressionistisch schilderij als een aquarel speelt zich meer af in het oog van de kijker dan op het schilderij zelf.
Beide solliciteren sterk naar de medewerking, de medeschepping van de kijker.

20140909-180737.jpg

Het is een voorbeeld van de grote tegenstellingen die in aquarel met elkaar verzoend worden.
Hetzelfde gebeurt trouwens op het strand: zee en vasteland ontmoeten er elkaar.
De grote oer-tegenstelling wordt hier overbrugd door de branding en het ritmische spel van eb en vloed.
Het is als het ware het oerbeeld van de kunst, een natuurlijk voorbeeld van hoe geest (zee) en materie (vasteland) elkaar doordringen, in elkaar overgaan, met elkaar omgaan.

Wie aquarel zegt, zegt Engeland, het enige Europese land dat helemaal omringd is door zee.
De aquarel is er zo niet ontstaan dan toch groot geworden, door klinkende namen als Turner, Constable, Cotman, Bonington, enzovoort.
Ook vandaag nog vind je de beste aquarellisten in Engeland, al doen ook Amerika en Australië het zeer goed.
Om de een of andere reden is aquarelleren een vooral Angelsaksische aangelegenheid.
In de rest van de wereld is het een stuk minder, hoewel aquarel overal zeer populair is en druk beoefend wordt.

Deze populariteit staat dan weer in scherpe tegenstelling tot de stiefmoederlijke behandeling van het medium door de officiële kunstwereld.
Tentoonstellingen van aquarellen zijn in musea nagenoeg nooit te zien.
Aan academies en kunstscholen is een opleiding voor aquarel zo goed als onbestaande.
Ook in kunstgalerijen zul je zelden aquarellen aantreffen.
Boeken: idem dito.

20140909-180932.jpg

Dat alles samen doet bij mij de vraag rijzen: zou het kunnen dat de aquarel een techniek is die past bij onze tijd, bij het bewustzijnszieletijdperk zoals het in de antroposofie wordt genoemd, het tijdperk waarin de mens tot zelfbewustzijn komt in de meest ‘wakkere’ zin van het woord?
De beschaving wordt in onze tijd vooral door de Angelsaksische landen gedragen, die ook echte aquarellanden zijn.
Ze wordt door die landen overigens ook het meest bedreigd.
In ieder geval, dáár brandt vandaag de lamp, ten goede en ten kwade.
De verf die in de (zeer Europese) antroposofische wereld is ontwikkeld – op aangeven van Rudolf Steiner neem ik aan – is ook aquarelverf: Stockmar.
Het is ook met die verf dat in steinerscholen wordt geschilderd.
Ik kan me trouwens niet herinneren dat Steiner ooit met olieverf heeft gewerkt of die verf aangeraden heeft.
Olieverf is veel vaster en materiëler dan aquarelverf.
Met aquarel betreden we de waterige sfeer van de etherwereld, en dat is waar de belangrijke zaken in onze tijd zich afspelen, te beginnen met de wederkomst van Christus.

20140909-181224.jpg

Ik herinner me nog altijd dat ik voor het eerst een steinerschoolkindje nat-in-nat zag schilderen. Dat is inmiddels bijna 35 jaar geleden.
Het zien alleen bezorgde me een paniekaanval.
Ik beleefde op volle kracht de volkomen ‘houvastloosheid’ die ontstaat wanneer je schildert op een nat vel papier. Ik had het gevoel dat ik in het water viel en verdronk.
Ik heb het er trouwens nog altijd moeilijk mee om mijn papier nat te maken en daarin met kleuren te beginnen ‘rondzwemmen’.
Je verliest dan de controle, je moet je overgeven aan het water en ‘go with the flow’.
Ontzettend moeilijk voor een moderne man, die gewoon is aan zeer vaste dingen waarover hij volkomen controle heeft, zoals een computer of een auto.

Vele jaren na die eerste paniekaanval vond ik de moed om een cursus nat-in-nat schilderen te volgen.
Het viel mee: ik was niet de enige man. Er waren er nog twee. De rest bestond, zoals gewoonlijk, uit vrouwen.
De ene man overleefde de eerste les ternauwernood. Ik herkende zijn paniek. De volgende les was hij er al niet meer bij.
De twee overblijvers losten het ieder op hun manier op.
Ik legde de lesgever het vuur aan de schenen door hem allerlei vragen te stellen waar hij geen antwoord op wist. De ander gebruikte zijn aquarelverf als olieverf: water kwam er nauwelijks aan te pas.
De vrouwen daarentegen beleefden de tijd van hun leven: ze gaven zich vol genot over aan het water en je zag dat ze er wel eeuwig hadden kunnen in rondzwemmen.
Veel tastbaars leverde dat evenwel niet op.
De gebruikelijke bloemenmotieven en wat abstracte ‘composities’.
Gelukkig zei de (mannelijke) lesgever dat het de bedoeling was tot vaste vormen te komen.
Hoe dat evenwel moest gebeuren zonder enige kennis van ‘vaste vormen’ bleef grotendeels een raadsel.
Het kwam erop neer dat uit het waterige element vaste vormen moesten ontstaan.
Dat stelde me gerust, want alleen maar wat rondzwemmen in dat gekleurde water, daar kon ik mijn kunstzinnige pap niet mee koelen.

20140909-181437.jpg

Wie aquarelleert kan dat spanningsveld tussen mannelijk (de vaste, tastbare vormen) en vrouwelijk (het vloeibare element) niet vermijden.
Het is opwindend om nat-in-nat te schilderen en te zien welke wonderlijke dingen het water doet met de pigmenten. Want die pigmenten zweven helemaal vrij in het water, ze worden door niets meer gebonden. Bij het drogen plakken ze dan ook niet op het papier, ze dringen erin door en nestelen zich tussen de papiervezels.
Bij goedkoop aquarelpapier gaan ze zo diep dat ze vrijwel onzichtbaar worden.
Het is sowieso al ontnuchterend om te zien wat er slechts overblijft als die natte glanzende kleurlaag is opgedroogd.
Bij slecht papier is dat zo goed als niets.
Al dat opwindende, mysterieuze ‘vrouwelijke gezwem’ heeft dus behoefte aan de typisch ‘mannelijke’, droge, zanderige en harde structuur van degelijk aquarelpapier om enig resultaat op te leveren.

Andersom heeft het ‘mannelijke’ schilderen op droog papier vaak een hard, vlekkerig en chaotisch resultaat dat geen recht doet aan de specifieke kwaliteiten van aquarel.
En die kwaliteiten zijn zowel mannelijk als vrouwelijk.
In het beste geval zijn ze mannelijk, vrouwelijk én kinderlijk, waarbij het kinderlijke een soort Steigerung is van de natuurlijke en onbewuste kinderlijkheid.
Het is een kinderlijkheid die die ‘sterft’ in de volwassen polariteit tussen mannelijk en vrouwelijk en daaruit in een nieuwe, bewuste vorm weer opstaat.
Onnodig te zeggen dat dergelijke ‘opstandingskwaliteiten’ zeer zeldzaam zijn.
Je vindt ze in het werk van alle grote meesters, maar in de aquarel – die als het ware vráágt om dergelijke kwaliteiten – zijn ze zeer moeilijk te bereiken, niet in het minst omdat ze zo voor de hand lijken te liggen.

20140909-181651.jpg

De aquarel is niet alleen in materieel-technisch opzicht zeer kwetsbaar, ook op kunstzinnig gebied verzandt (sic) meesterschap heel gemakkelijk in stereotiepen.
Beide gevaren – de vrouwelijke vormeloosheid en de mannelijke verstarring – liggen voortdurend op de loer, en wanneer ze ook nog eens tegelijk optreden, ontstaat het soort verstikkende schijn-kunst dat ik in de vismijn van Nieuwpoort mocht bewonderen en dat een virtuoze vorm van … niets is.

Van Felix Timmermans is bekend dat hij regelmatig met zijn kinderen naar zee ging.
Dat deed hij voor hen, niet voor zichzelf, want hij vond niks aan de zee.
Hij zat er dan ook altijd ostentatief met zijn rug naartoe.
Kijk, van dat soort duidelijkheid houd ik.
Zelf ben ik een uitgesproken zee-mens, maar ik apprecieer een zee-fobie zoals die van Timmermans veel meer dan een vis-noch-vlees houding die angstvallig het midden houdt tussen beide uitersten.
En juist dat mannelijk-noch-vrouwelijke midden tref je in de aquarelwereld in overvloed aan.
Het is het tegendeel van het wakkere kind-zijn dat de aquarel op zijn best is.
Het is kinderlijk noch volwassen, het is … niets, maar dan in een harde, agressieve en arrogante vorm.

Tot die twee uitersten geeft de aquarel aanleiding en dat maakt haar in mijn ogen tot een zeer ‘hedendaagse’ techniek.
Ze dwingt zowel de kunstenaar als de kijker tot een keuze, niet tussen mannelijk en vrouwelijk, want zonder die twee kan geen aquarel ontstaan, maar tussen de twee tegengestelde vruchten van hun vereniging: het bewust-kinderlijke en het anti-kinderlijke.

20140909-182028.jpg

Zien en gezien worden

20130930-112803.jpg

Anna (net drie geworden) is een zeer ‘musisch’ kind.
Van zodra ze muziek hoort, begint ze te dansen, en als ze geen muziek hoort, maakt ze er zelf wel, door zeer luid en met grote overgave te zingen in een onbegrijpelijke maar wel zeer multicultureel klinkende taal.
Dansen doet ze het liefst samen en dus moeten wij regelmatig onze stijve knoken geweld aandoen.
Tegen haar gebiedende wijs is namelijk geen grootouderkruid gewassen.
Zo gebeurde het dat ik verleden week met Anna aan het ‘dansen’ was.
Het viel me op dat ze voortdurend naar de kachel keek.
Wat is er nu zo interessant aan die kachel, dacht ik, dat ze er zelfs tijdens het dansen naar kijkt?
Maar toen begreep ik dat ze … naar zichzelf keek.
Ze zag haar dansende zelf weerspiegeld in het glas van de kachel,
en dat boeide haar bovenmate.

Anna is dus niet alleen zeer musisch, ze is ook zeer geïnteresseerd in zichzelf, dat wil zeggen in haar uiterlijk, want van enig innerlijk heeft ze natuurlijk nog geen weet.
Dat komt wel, over een jaar of tien.
Nu is ze vooral geboeid door haar spiegelbeeld, en dan vooral haar bewegende spiegelbeeld.
Als ik haar film met mijn zaktelefoon wil ze de beelden keer op keer bekijken.
Ze krijgt er nooit genoeg van zichzelf bezig te zien.
Ik ben zelfs opgehouden met filmen, want zoveel zelf-interesse lijkt me niet iets dat je moet stimuleren.
Een ander aspect van die eigenliefde is het grote belang dat Anna hecht aan haar kleren.
Zo heeft ze onlangs nieuwe schoentjes gekregen, zeer bevallige, zeer rode, en zeer blinkende schoentjes, made in China.
Met een strikje erop.
Als we gaan wandelen, blijft ze om de tien meter staan om haar nieuwe schoentjes te bewonderen.
En iedereen die ze ontmoet, moet mee bewonderen.

Anna is, om het met de woorden van onze koning te zeggen, een vrouwtje.

20130930-115704.jpg

Het is mijn generatie die het begrip ‘rollenpatroon’ uitgevonden heeft.
Ik hoor het een vrouwelijke prof aan de universiteit nog zeggen: het enige verschil tussen man en vrouw is dat de vrouw hier en daar een beetje ronder is.
Ik dacht toen al: schoenmaakster, blijf bij uw leest!
Maar er was geen stoppen aan.
De idee dat de verschillen tussen man en vrouw aangeleerd waren, veroverde de wereld.
Mannelijk en vrouwelijk gedrag waren ‘rollen’ die een kind opgedrongen werden.
Dat was tot op zekere hoogte natuurlijk waar.
Kinderen werden opgevoed naargelang van hun geslacht.
Maar toen de opvoeding ‘vrij’ werd, bleken jongens nog altijd mannelijk gedrag en meisjes nog altijd vrouwelijk gedrag te vertonen.
Er is zelfs veel voor te zeggen dat vrouwen vandaag mannelijk gedrag opgedrongen krijgen en mannen vrouwelijk gedrag.
Maar ondanks dit nieuwe rollenpatroon blijven de verschillen tussen de geslachten bestaan.
Ze lijken er zelfs door geaccentueerd te worden.

Dat zie ik iedere week in Brugge.
Wat ik uit meer dan tien jaar ‘tourist-watching’ als oerbeeld heb gedistilleerd, is de mannelijke toerist die de vrouwelijke toerist fotografeert.
Toerisme is in wezen niets anders dan mannen die hun vrouw (vriendin, partner, lief) fotograferen op telkens een andere plek in de wereld.
De achtergrond verschilt, maar het beeld is altijd hetzelfde: man maakt beeld van vrouw.

Dat die mannen vrouwen fotograferen, daar kan ik inkomen.
Vrouwen zien er ‘beeldig’ uit.
En beelden maken, is een typisch mannelijke activiteit.
Je kunt echt niet naast het fallische karakter van die camera’s kijken.

20130930-121448.jpg

Maar wat ik als man niet begrijp, is de overgave, ja de hartstocht waarmee al die vrouwen staan te poseren voor de camera van hun man (vriend, partner, lief).
Brugge lijkt soms wel één grote fotoshoot, met overal fotomodellen die in allerlei houdingen staan te poseren voor mannen die uitgerust zijn met een vaak indrukwekkend apparaat.
Minutenlang staan ze daar dan te glimlachen, geduldig wachtend tot manlief voor de duizendste keer klaarkomt, ik bedoel klaar is met het schieten van een plaatje.
Je ziet dat ze het lang niet alleen uit liefde voor hun man doen, omdat hij nu eenmaal zo graag speelt met zijn speelgoed.
Nee, ze genieten er duidelijk van, ze zijn in hun element.
Ze zijn naar Brugge gekomen om in Brugge gefotografeerd te worden, om in Brugge gezien te worden, om in Brugge bewonderd te worden.
Want dat is natuurlijk iets anders dan in Parijs gefotografeerd te worden, of in Praag, of in New York.
Het zijn variaties op hetzelfde thema.
En ze kunnen er maar niet genoeg van krijgen.
Het is een begeerte, een typisch vrouwelijke begeerte.
Een oer-begeerte.

Door naar de toeristen in Brugge te kijken, ben ik gaan begrijpen waarom Eva in de bijbel verantwoordelijk wordt gesteld voor de zondeval.
We zien in het onderwijs heel duidelijk dat meisjes vroeger rijp zijn dan jongens.
Ze worden vroeger wakker.
En wat het eerst wakker wordt bij meisjes, zelfs bij kleine meisjes die Anna heten, is de belangstelling voor zichzelf.
Zelfbewustzijn is vrouwelijk.
En de zondeval heeft alles te maken met zelfbewustzijn.
Het mannelijke bewustzijn voor ‘het andere’, voor de buitenwereld, wordt pas later wakker.
Het wordt wakker gemaakt door het vrouwelijke zelfbewustzijn.
Toen Eva de appel aan Adam gaf, gaf ze hem een beeld van zichzelf en zei: kijk eens naar mij!
En Adam beet.
Hij keek naar Eva, van het een kwam het ander, en de rest is geschiedenis.

Wat ik in Brugge ieder weekend met lichte verbijstering gadesla, is een massale heropvoering van de zondeval.
Overdag is er het onophoudelijke geklik van het schieten van foto’s met soms reusachtige lenzen (want size does matter), en ’s nachts moeten die foto’s natuurlijk (verder) ontwikkeld worden.
Ja, ik denk dat er heel wat kinderen rondlopen die ‘made in Bruges’ zijn.

20130930-124336.jpg

Ik dacht dat ik al alles had gezien qua fotoschooting in Brugge,
maar gisteren ontdekte ik een nieuwe variatie op het oude thema,
een variatie die mijns inziens revolutionair mag genoemd worden.
Ik zag op de Dijver een vrouw die een camera-op-statief meezeulde.
Die wil echt scherpe beelden schieten, dacht ik bij mezelf.
Zoveel (zinloos) professionalisme verwacht je vooral van een man.
Dus die vrouw viel op.
Maar dat was nog niks.
Om de vijftig meter stelde ze die camera op, prutste er uitgebreid aan,
en ging er dan zelf voor staan.
Die vrouw liep dus in haar eentje door Brugge en … fotografeerde zichzelf.
Dat wilde niet zo best lukken want telkens liep er op het beslissende moment iemand door het beeld.
Je kunt in Brugge namelijk geen stap verzetten als je telkens blijft wachten tot iemand een foto genomen heeft.
Na een tijdje loop je gewoon door, fotoshoot of geen fotoshoot.
En dus moest die vrouw telkens haar camera opnieuw instellen, ervoor gaan staan, een brede glimlach annex schilderachtige pose tevoorschijn toveren, en wachten tot het ding ‘klik’ zei.
Het had iets zieligs en heroïsch tegelijk.
Deze vrouw probeerde vrouw én man te zijn, model én fotograaf, kijker én onderwerp.
En dat streven werd telkens weer doorkruist.

Ik ben er nog niet achter of dit een michaëlisch beeld was,
en of er ook zoiets als een michaëlische begeerte bestaat.
Maar ik werk eraan.
Hopelijk worden mijn (denk)plannen niet doorkruist …