Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Mattheus

Een gemengde kerstboodschap

  

Een Engelse televisiezender heeft de vader van Aylan Kurdi, het verdronken Syrische jongetje, gevraagd om een kerstboodschap in te spreken voor de camera. De Engelsen zullen op kerstdag dus niet alleen kunnen luisteren naar hun koningin maar ook naar de Syriër die zijn gezin opofferde voor een nieuw gebit. Dat laatste is men aan de overkant van het Kanaal blijkbaar al vergeten, wat niet verwonderlijk is voor een extreem politiek correct land als Engeland. Abdullah vraagt de wereld om zijn deuren te openen voor Syriërs. Dat klinkt natuurlijk heel kerstmis-achtig, maar we vergeten gemakkelijk dat er twee ‘kerstmissen’ zijn: het vredevolle kerstmis gebaseerd op het Lucas-evangelie en het kerstmis van de kindermoord gebaseerd op het Mattheus-evangelie. We kunnen de kerstboodschap van Abdullah dus op twee manieren interpreteren: ofwel als een smeekbede van onschuldige mensen om toegelaten te worden in ‘de herberg’, ofwel als de vraag om het land open te stellen voor kindermoordenaars. Of zijn Rotherham en Oxfordshire ook alweer vergeten? We moeten dus niet naïef zijn en het vredevolle kerstmis (laten) gebruiken om het gewelddadige kerstmis mogelijk te maken. Bedoel ik daarmee dat Abdullah kwade bedoelingen heeft? Nee, zover wil ik zeker niet gaan. Maar ik vind het toch wel smakeloos dat uitgerekend hij voor deze kerstboodschap gevraagd wordt, want hij is in feite beide tegelijk: een onschuldige vluchteling die onderdak zoekt en een kindermoordenaar. Dergelijke politiek correcte smakeloosheden moeten een aansporing zijn om wakker te zijn en onderscheid te maken. De tijd van het ene kerstmis en de ene Jezus is nu wel definitief voorbij … 

Driekoningen-essay (deel 1: een verstoorde kerst)

Ieder jaar weer verheug ik mij op een klassiek kerstmis, een kerstmis á la Lucas dus, met een kerstboom en een stalletje en veel vrede op aarde aan alle mensen van goede wil.
En ieder jaar weer wordt die vrede doorkruist met een kerstmis á la Mattheus, een kerstmis vol drama, spanning en strijd.

20140105-161911.jpg

Een voorbeeld.

Ik ga samen met An een kerstvoordracht bijwonen.
Anders dan gewoonlijk vindt die voordracht niet in Gent plaats, maar ergens te midden van de velden, op een afgelegen plek.
We vinden het met moeite, want het is er stikdonker en er staat geen ster boven het huis.
Binnen is het warm, gezellig en bakje vol.
Vlak voor het begin van de voordracht ontstaat er tumult aan de voordeur.
We horen luide stemmen die ruzie maken en het duurt een tijdje voor de rust weerkeert en de spreker het woord kan nemen.
Na afloop wil ik toch wel eens weten wat er aan de hand was.
Wat blijkt?
Een man en een vrouw wilden de voordracht bijwonen en men had hen de deur gewezen.
Vlak voor kerstmis.
Ik schudde ongelovig het hoofd.
Was de vrouw misschien zwanger?, vroeg ik.
Nee, hoezo?
Ze zagen het niet.
Het ontging hen dat ze zich gedragen hadden als de boze waard in het kerstverhaal.
Ja maar, zeiden de organisatoren, dat koppel lag in ruzie met de heer des huizes!
Ik antwoordde: als de heer des huizes zijn huis ter beschikking stelt voor een openbare voordracht, dan ís hij geen heer des huizes meer, dan zijn jullie dat, de Antroposofische Vereniging. En een Antroposofische Vereniging die in de kersttijd een Jozef en Maria de toegang weigert, dat is geen fraai beeld.
Na veel vijven en zessen gaven ze dat schoorvoetend toe.
Het zou niet meer gebeuren.

20140105-162226.jpg

Een ander voorbeeld.

Ik woon opnieuw een kerstvoordracht bij.
Dit keer mag iedereen erin, maar, zo wordt ons vooraf meegedeeld, er mogen geen vragen worden gesteld en er mag ook niet worden gediscussieerd over de voordracht.
Daar kijk ik al een beetje vreemd van op.
Nog vreemder wordt het als de spreker erin slaagt twee uur lang niét over het aangekondigde onderwerp – oude en jonge zielen – te spreken.
En ik val van verbazing bijna van mijn stoel als hij, in faliekante tegenspraak met Rudolf Steiner, concludeert dat een antroposoof geen aandacht hoort te besteden aan dit onderwerp.
Nu mag iedereen van mij Steiner tegenspreken zoveel hij wil, maar als hij of zij daarbij zelf geen tegenspraak duldt, dan pas ik.
Ik ben dan ook zeer verbaasd als ik merk dat niemand reageert.
Ik spreek opnieuw de organisatoren aan.
Wat vinden jullie ervan dat iemand zich in naam van de antroposofie tégen Steiner keert?
Ik stel de vraag nuchter, als een verzoek om inlichtingen.
Ze reageren verontwaardigd.
Hoe durf ik een gerespecteerd antroposoof zo aan te vallen!
Ik protesteer: ik val de spreker helemaal niet aan, ik val zijn woorden aan.
En ik leg omstandig uit waarom en op grond waarvan.
Maar het is aan dovemansoren gericht.
Ik ben lichtjes verbijsterd.
Steiners woorden mag je aanvallen, maar die van een gewone antroposoof niet?
Het lijkt me de omgekeerde wereld.
De discussie wordt bitsig en ik breek ze af voor er dingen gezegd worden waar we spijt van krijgen.

Vrede op aarde?
Niet voor mij. Niet in de kersttijd.
Ieder jaar weer is het hommeles.
Men kan natuurlijk zeggen: je zoekt die hommeles zelf.
Dat klopt: als ik mijn mond hield, zou de lieve vrede bewaard worden.
Maar wat doet een mens als er een kind in gevaar is, ook al is het slechts een ideëel kind?
Heft hij dan het glas en zegt: vrede op aarde?
Of zet hij dat glas neer en staat hij op om dat kind te helpen?

20140105-162754.jpg

Ook dit jaar is het weer van dat.
Het begon nochtans rustig.
Ik bivakkeerde al een week hoestend en kuchend naast de kerstboom, en was vast van plan de hele eindejaarskelk aan me te laten voorbijgaan.
Eindelijk eens een vredig kerstmis!
Maar dat was zonder Michel Gastkemper gerekend. Hij plaatste een paar teksten van me op zijn blog ‘Antroposofie in de pers’ en meteen steeg mijn bescheiden dagelijkse bezoekersaantal tot duizelingwekkende hoogten.
Inmiddels heeft het zich alweer hersteld, maar het was toch even naar adem happen.
Dezelfde dag viel ook een nieuw nummer van ‘Antroposofie Vandaag’ in de bus, de Vlaamse tegenhanger van het Nederlandse ‘Motief’.
Op de omslag: een foto van twee wandelaars in de sneeuw.
Daaronder een tekst: ‘Het begin van alle kunst: iets willen, weten dat wat je wilt goed is, niet weten hoe je eraan moet beginnen, het niet kunnen en het toch doen.’
Het bleek een citaat te zijn van Johannes Stüttgen, en wie Johannes Stüttgen zegt, zegt ook Joseph Beuys.

Zucht.

Daar ging mijn kerstvrede.
Daar was Mattheus weer.

Hoe dat zo? Heb ik dan een probleem met Joseph Beuys?
Zo zou je ’t wel kunnen stellen, ja.
Wat heeft de brave man mij dan misdaan?
Wel, hij heeft de antroposofie verbonden met de Hedendaagse Kunst.
Daardoor heeft hij in de antroposofische wereld een geest binnengehaald die al m’n haren overeind doet staan, letterlijk en figuurlijk.
Dat men Jozef en Maria de deur wijst: het kan gebeuren.
Dat men oude en jonge zielen taboe verklaart: ik heb ermee leren leven.
Maar dat men de geest van de Hedendaagse Kunst heeft binnengehaald: dat is een brug te ver.
Hij en ik, wij kunnen niet samen door hetzelfde deurgat.
En dus blijf ik buiten staan.
Dat is wat Joseph Beuys mij heeft misdaan.
Dat is waarom mijn kerstvrede – alweer – naar de maan is.

20140105-162929.jpg

Ik zou natuurlijk mijn mond kunnen houden, dat zou veruit het gemakkelijkste zijn.
Maar ik heb een zwak voor ‘het kind’, ik kan het niet aanzien dat het de nacht wordt ingestuurd en dat in zijn plaats een akelige man-met-een-hoed wordt binnen genood.
En daarom doe ik – weer eens – mijn mond open: om te protesteren tegen deze verwisseling.

Niet dat ik verwacht dat het iets zal uithalen.
Beuys is here to stay, zoveel is duidelijk.
Maar ook al is er slechts één iemand die ik ertoe kan bewegen om na te denken over deze kwestie, om er zich vragen bij te stellen, dan nog is het de moeite.
En zelfs als was er helemaal niemand – iets wat ik meer en meer begin te vrezen – dan nog zou ik het zeggen.
Omdat ik eenvoudig niet anders kan.

20140105-163248.jpg

Kerstmis als kunstwerk zien

Het is geen witte kerst geworden dit jaar.
Jammer, want kerstmis zonder sneeuw, dat is maar half werk.
Sneeuw staat voor zuiverheid, schoonheid, geborgenheid, betovering, stilte.
Sneeuw is een deken waarmee de aarde als een kind wordt toegedekt.
Sneeuw is als kerstmuziek, maar dan in beeld.
Beide, beeld en klank, brengen een boodschap van vrede.
Stilte die tot muziek wordt, muziek die tot beeld wordt, beeld dat tot werkelijkheid wordt.
Kerstmis is een sfeer die ontstaat wanneer geest, natuur en cultuur samenvallen.
Wanneer buiten de wereld wit ligt en de klokken luiden.
Wanneer binnen de lichtjes in de kerstboom branden.
En het kindje zijn schaapjes telt.

20131230-125221.jpg

Nee, zo’n kerstmis is het dit jaar niet geworden.
De wind rukte aan alles wat los en vast zat, hij gierde door gaten en kieren.
Slapen lukte nauwelijks, dromen nog minder.
Overal was onrust, vrede bleef een vrome wens.
Maar ook dat hoort bij kerstmis: geen geboorte zonder weeën.
Ook tijdens die stormachtige dagen vielen natuur en cultuur samen.
Was deze kerststorm immers geen treffend beeld van hoe het er bij ons ‘van binnen’ uitziet?
Raast in deze tijd van het jaar de stress niet als een storm door ons lijf?
Is de koopwoede niet als een hevige wind die al onze verlangens, begeerten, angsten en dromen hoog doet opwaaien?
Zo buiten, zo binnen.
Zo natuur, zo cultuur.

20131230-125304.jpg

Iedere geboorte kent deze twee aspecten: hemelse vrede en aardse pijn.
Ook kerstmis heeft twee gezichten: de stilte van de sneeuw en het woeden van de storm.
Het is niet moeilijk om hierin de gezichten van beide Jezuskinderen te herkennen.
Enerzijds de hemelse liefde van het jongere kind, een onschuldige ziel die voor het eerst op aarde is.
Anderzijds de aardse wijsheid van het oudere kind, de vrucht van veel lijden.
Beide maken deel uit van het oerbeeld van kerstmis, een oerbeeld dat van alle tijden is maar 2000 jaar geleden, in het ‘midden’ van de tijd, tot levende werkelijkheid werd.
Dat kerst-oerbeeld is ook vandaag nog onverminderd van kracht, want oerbeelden trekken er zich niks van aan of ze door mensen gezien en begrepen worden. Het zijn eeuwige ideeën die leven in de wereld van de geest.

De concrete vorm die deze oerbeelden op aarde aannemen, is natuurlijk wel afhankelijk van de waarneming en het begrip van de mens.
2000 jaar geleden werd die mens in hoge mate geïnspireerd door de goden.
De fysieke vorm die hij aan het oerbeeld van kerstmis gaf, was een onvergelijkelijk kunstwerk, een levend kunstwerk, een kunstwerk dat tegelijk werkelijkheid was.
Anno 2013 laat de mens zich echter niet meer leiden door de goden, en in geestelijke inspiratie gelooft hij niet meer.
Laten we eens kijken wat hij tegenwoordig van kerstmis maakt.

De betoverende kinderlijke onschuld waarover het Lucas-evangelie vertelt, heeft hij herleid tot … plastic: plastic kerstbomen, plastic lichtjes, plastic kerstbollen, een plastic kindje Jezus. Een synthetisch kerstmis dus, bestaande uit louter glitter en schijn.

20131230-125412.jpg

Deze uiterlijke beelden zijn een weerspiegeling van wat kerstmis in onszelf is geworden: een paar sentimentele herinneringen uit onze kindertijd. We houden eraan vast omdat het jaareinde anders alle decorum verliest en herleid wordt tot louter eten en drinken.
Dat is wat overblijft van de hemelse vrede van kerstmis: plastic en sentiment.
En af en toe wat sneeuw.

Het hedendaagse kerstfeest weerspiegelt ons onvermogen om gestalte te geven aan levende ideeën, aan oerbeelden.
We voelen dat we in deze donkerste tijd van het jaar iets moeten doen. Maar we tasten in het duister, we hebben geen contact meer met de wereld van de oerbeelden.
En dus voeren we ieder jaar onze ‘kerstperformance’ op, waar we veel geld tegenaan gooien om onszelf wijs te maken dat het belangrijk is, maar het raakt ons hart niet.
Onze kerstvreugde is al even vals als de plastic rommel die we gebruiken.
Kerstmis is een bezweringsritueel waarmee we onze onmacht toedekken.
Het hemelse Jezuskind waar we (stiekem) zo naar verlangen, is onbereikbaar geworden.

Heel anders is het met gesteld met het andere Jezuskind.
Het Mattheus-aspect van kerstmis is alive and kicking.
Dit jaar raasde storm ‘Dirk’ over het land en ranselde de kerstbollen uit de bomen.
Niks geen vrede dus, alleen hevige onrust.
Alsof de soldaten van Herodes overal op zoek waren naar pasgeboren kinderen.
Maar niet alleen in de natuur ging Herodes tekeer.
Overal ter wereld zijn mensen met hun kinderen op de vlucht voor soldaten.
En ze vluchten naar het moderne Egypte, naar Europa, waar ze schuilen tussen de resten van een oude, vervallen beschaving.
Maar er wordt ook op modernere manieren jacht gemaakt op kinderen: als abortus meetelt als moord, dan was de Herodiaanse kindermoord klein bier vergeleken bij wat kinderen vandaag te verduren hebben.
En dan heb ik het nog niet over de figuurlijke kindermoord: de manier waarop het kinderlijke in de mens systematisch wordt uitgeroeid en vervangen door angst, agressie, wantrouwen, depressie, wanhoop.

20131230-125724.jpg

Het kerstmis van 2000 jaar geleden heeft zich in de loop der eeuwen zodanig vermenigvuldigd dat Bethlehem vandaag overal ligt.
Maar die wonderbaarlijke ‘vermenigvuldiging’ ging gepaard met een pijnlijke ‘aftrekking’: van de hemelse schoonheid van de Lucas-geboorte blijft enkel wat blinkend plastic over, en van de dramatiek van de Mattheus-geboorte blijft alleen het Herodiaanse aspect over.
Het jongere Jezuskind is als het ware het hart uitgerukt, het oudere Jezuskind is onthoofd.
Zowel de bezieling als het bewustzijn zijn verdwenen.
Overgebleven zijn alleen de dode vormen waarin Lucifer en Ahriman zich genesteld hebben.

Het oerbeeld van kerstmis drukt zich vandaag over de hele wereld uit, maar tegelijk heeft het zijn drieledigheid verloren. Het is herleid tot een louter aards, dualistisch beeld.
Wat eruit verdwenen is, is de Christusgeest.
Hij was het die 2000 jaar geleden beide Jezuskinderen bezielde en ze samenbracht in een onvergelijkelijk kunstwerk dat we tot op vandaag blijven nabootsen.
Maar die nabootsing is een louter automatisme geworden, een uiterlijke gewoonte zonder enige inhoud. Kerstmis is daardoor tot een kwellende leegte geworden, een holle vorm die erom schreeuwt gevuld te worden.

En ook dát hoort bij kerstmis, want wat we op 25 december vieren, is (de verjaardag) van de komst van Christus, en die komst was de vervulling van een kwellende leegte.
Het joodse volk was ‘uitverkoren’ om de komst van Christus voor te bereiden.
Daartoe had het zich, veel vroeger dan de andere volkeren, afgekeerd van de uiterlijke leiding van de mensheid: de sterren en de natuurgeesten. Het had zich naar binnen gekeerd en de leiding in zichzelf gezocht, in de ‘innerlijke stem’ van Jahweh. Die stem werd vertolkt door de profeten, mensen die het ‘luisteren’ naar God tot een kunst hadden verheven. Maar in de eeuwen die vooraf gingen aan de komst van Christus was de innerlijke stem van het joodse volk verstomd. Er traden geen profeten meer op en de joden kwamen in een soort innerlijke leegte terecht, waarin alleen nog een intens Messiasverlangen leefde.
De situatie was dus in hoge mate vergelijkbaar met de situatie vandaag.
Zelfs de politieke toestand is vergelijkbaar.
Zoals de joden kreunden onder het Romeinse juk, zo kreunen vandaag alle volkeren onder het juk van het materialisme, in zijn Westerse-kapitalistische of Oosters-communistische variant. En overal staan moderne Herodessen op, lijdend aan machtswellust en grootheidswaanzin.

20131230-130555.jpg

We beseffen het wellicht niet goed, maar ook vandaag heerst er onder de mensheid een sterk Messiasverlangen. Mensen voelen zich machteloos tegenover de stortvloed van problemen waarmee ze geconfronteerd worden, en dagelijks kunnen we in de kranten de kreet lezen: ‘de overheid moet ingrijpen’ of ‘de wereldleiders moeten iets doen’ of ‘de politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen’. Het zijn allemaal variaties op het thema van de sterke man die de wereld moet redden. De idee dat de mens zelf zijn problemen zou kunnen oplossen, komt in de moderne geest niet meer op. Bewust of onbewust is alle hoop gevestigd op een moderne Messias.

Een beetje antroposoof begrijpt welk gevaar de mensheid daardoor bedreigt, want degene die vandaag zijn komst (op grote schaal) voorbereidt, is niet Christus maar Ahriman.
Als er niet meer bewustzijn komt van het verschil tussen beide tegengestelde geesten, zal het wereldwijde Messiasverlangen op de verkeerde geprojecteerd worden. En wat daar de gevolgen van zijn, hebben we in de 20ste eeuw al kunnen zien, toen de joden-van-de-moderne-tijd, de Duitsers, hun Messiasverlangen op de man met het snorretje richtten. Aanvankelijk leek hij inderdaad de redder van het gekwelde Duitsland te zijn, maar uiteindelijk ontpopte hij zich tot de vernietiger van Duitsland en probeerde hij de hele wereld mee te sleuren in zijn val.

Het gevaar dat de mensheid bedreigt, is dus dat de geschiedenis zich herhaalt.
Want 2000 jaar geleden sloegen de joden hun Messias aan het kruis en kozen de kant van de Romeinse keizer. Anders gezegd: zij verwisselden goed met kwaad.
Als we niet weer dezelfde vergissing willen begaan, moeten we Christus leren onderscheiden, want alleen wanneer we erin slagen ons een beeld van de Christusgeest te vormen, kunnen we hem onderscheiden van zijn tegenpool.
Wie denkt dat zulks niet nodig is, omdat hij echt wel het verschil zal kunnen zien tussen Christus en de Antichrist, vergist zich schromelijk.
Niet alleen lieten de meest vooraanstaande en ontwikkelde Duitsers zich destijds misleiden door Hitler, maar ook vandaag laten intellectuelen zich massaal voor de kar van de politieke correctheid spannen, in de stellige overtuiging dat ze het goede doen en het kwaad bestrijden.

20131230-131325.jpg

Nee, de grootste en dringendste opgave van onze tijd is het ontwikkelen van een zintuig voor de Christusgeest. En dat kan geen ander dan een kunstzinnig zintuig zijn, want Christus manifesteert zich in onze tijd ‘op de wolken’, dat wil zeggen in de etherische wereld, de wereld van de levens- en vormkrachten. Het is de wereld waar de beelden worden geschapen: de baarmoeder van onze zintuiglijke werkelijkheid.
Tot die wereld moeten we ons leren verheffen om de Christusgeest te vinden.
En dat betekent heel concreet dat we afstand moeten leren nemen van de materiële, zintuiglijke werkelijkheid. Want het is in dié werkelijkheid dat we Christus moeten zoeken, het is in die werkelijkheid dat hij werkzaam is. En we vinden hem daar wanneer we de wereld als een kunstwerk zien.

We leven in een kunstwerk, maar we zien het niet omdat we er met onze neus op staan.
De aantrekkingskracht van de materie is zo groot geworden dat we als het ware tegen de aarde plakken. Fysiek kunnen we nog wel rechtstaan, al krijgt onze rug het steeds harder te verduren, maar ons bewustzijn ligt plat op de grond en is niet meer in staat zich op te richten. Het ziet niets anders dan dode stof en het ziet die stofdeeltjes heel scherp, maar het is niet in staat er afstand van te nemen en te zien hoe die ze gegroepeerd zijn, hoe ze samen beelden vormen, en hoe die beelden beginnen te bewegen en uiteindelijk zelfs te spreken. Daar is het moderne bewustzijn blind voor geworden.

Als gevolg daarvan beleven we ieder jaar een kersttijd die bijna een exacte kopie is van het kerstmis van 2000 jaar geleden. Het oerbeeld van kerstmis is dus alive and kicking, maar … we zien het niet. We worden zodanig meegesleurd door de zintuiglijke aantrekkingskracht van dit moderne feest, dat we de beelden niet herkennen. Want daarvoor moeten we ons even kunnen terugtrekken uit de drukte en er met een ‘onthechte’ blik naar kijken, zoals we dat ook met een kunstwerk doen.
Als we naar een tentoonstelling gaan, dan trekken we ons terug uit de drukke werkelijkheid en kijken in alles rust naar beelden van … de werkelijkheid die we net de rug hebben toegekeerd.
Zo moeten we ook naar het moderne kerstmis kijken: we moeten ons uit de drukte terugtrekken, maar we mogen er onze ogen niet voor sluiten. Integendeel, van de rust moeten we juist gebruik maken om des te beter te kijken, om al die afzonderlijke bestanddelen van het kerstfeest samen te voegen tot beelden. Het is niet uiterlijk maar innerlijk dat we afstand moeten nemen. Er is helemaal niks tegen kerstbomen en cadeautjes en lekker eten en gezellig samenzijn, wel integendeel, al die zaken maken deel uit van het kerstfeest. Het probleem is dat we er te dicht opgeplakt zitten, we worden erdoor meegesleurd, we worden er zelfs door geterroriseerd.

20131230-131539.jpg

We mogen hier zeker denken aan Steiners uitspraak dat wie niet tegenover de idee kan gaan staan erdoor geknecht wordt. Dat is wat in het moderne kerstfeest gebeurt: we worden geknecht door de kerst-idee, en die kerst-idee is uiteindelijk Christus zelf.
Dat is in één woord de tragiek van onze tijd: we worden geknecht door Christus omdat we niet in staat zijn afstand van hem te nemen en hem te onderscheiden.
We vinden hem niet omdat hij te dichtbij is.
We klampen ons als kinderen aan hem vast – en omdat hij uit louter liefde bestaat, wijst hij niemand af – maar juist daardoor zien we hem niet en kunnen we ook geen bewuste relatie met hem aangaan.
Nochtans is dát juist onze Michaëlsopdracht: tegenover Christus gaan staan en hem in het gelaat kijken.
Hoe moeilijk dat is, kreeg ik op kerstochtend – in een beeld – te zien, want de opkomende ochtendzon blakerde met een zodanige kracht dat ik ervoor terugdeinsde en de armen voor mijn ogen moest slaan. Het is dus geen sinecure om Christus in het gelaat te kijken. Daarvoor moeten we Michaëlskrachten ontwikkelen, en dat doen we door de wereld waarin we leven – en waarin de Christuszon blakert – met een kunstzinnige blik te benaderen.
Wie denkt dat zoiets gemakkelijk is, moet het maar eens proberen.
De eerste die je dan tegenkomt, is Ahriman, want hij houdt onze kunstzinnige blik in een ijzeren greep, en wee degene die zich tegen hem verzet!
Het is pas als je het gebied van de kunst betreedt, dat het gevecht met de draak echt begint.

Daarmee kom ik weer terug bij wat eigenlijk het uitgangspunt van deze kerstbeschouwing was, en dat is de vaststelling dat we enkel de Lucasversie van kerstmis vieren: het kinderlijke feest waarbij we als schaapjes dicht bij elkaar kruipen in een sfeer van vrede op aarde aan alle mensen van goede wil. De Mattheusversie negeren we volkomen, want wrede Herodessen, kindermoorden, vluchten naar het buitenland: daar willen we in deze tijd van het jaar juist niét aan denken.
Maar daardoor zwelgen we in het ene aspect van kerstmis en sluiten we ons af voor het andere aspect. We klemmen het ene Jezuskind in onze armen en sturen het andere de nacht in.
De kunst bestaat erin tegenover beide kinderen te gaan staan en ze allebei in ons hart te sluiten, want dan wekken we de Christusgeest in onszelf en herstellen we het drieledige oerbeeld van kerstmis. En hoe duidelijker we beide Jezuskinderen leren onderscheiden, des te meer worden we ook gegrepen door hun onderlinge liefde.
Het is een paradox: we verenigen ons met Christus door afstand van hem te nemen.
Zo gaat het ook met de kunst: we leren haar niet kennen door erin te kruipen maar door er tegenover te gaan staan.
Eén ding kunnen we van de kunst alvast leren: de weg naar Christus is zeer lang.
Immers, ars longa vita brevis.

20131230-132047.jpg

Jezus en de drie koningen

Toen Joseph Ratzinger, de vorige paus Benedictus XVI, het derde deel van zijn trilogie over Jezus van Nazareth uitbracht – het deel over de kinderjaren – werd er in de media nogal wat ophef gemaakt over het feit dat Ratzinger het verhaal van de drie koningen als fantasie afdeed.
Er waren volgens hem nooit drie koningen geweest die het kindje Jezus in Bethlehem waren komen begroeten. Het verhaal was niet meer dan een ‘theologische meditatie’.
Het vreemde aan deze krantenberichten was dat ze de zaak helemaal omkeerden.
Ratzinger beweerde helemaal niet dat de drie koningen fictie waren.
Hij beklemtoonde juist de historiciteit van het verhaal.

20131223-132032.jpg

Het waarom van deze wel zeer pertinente journalistieke leugen interesseert me minder dan het feit dat die leugen uitgerekend de drie koningen gold.
Het is namelijk traditie geworden om de geboorte van de Jezus uit het Mattheusevangelie aan de kant te schuiven ten voordele van de andere geboorte, die uit het Lucasevangelie, de geboorte in de stal.
Deze ‘discriminatie’ houdt volgens mij nauw verband met de discriminatie van het esoterische christendom, want de solomonische Jezus is degene die de wijsheid belichaamt (terwijl de nathanische Jezus de liefde belichaamt) en het is vooral de wijsheid die onder invloed van de kerk uit het christendom is verdwenen.
In de plaats van die verketterde sterrenwijsheid – de drie wijzen waren astrologen – kwamen de wetenschap en het geloof.
Het zijn precies die twee vermogens die we bij Joseph Ratzinger – even vroom als verstandig – in hoge mate aantreffen en die hem tot een vertegenwoordiger maken van het beste wat de kerk nog te bieden heeft. Dat was ongetwijfeld ook de reden waarom hij zo werd gedemoniseerd in de pers: hij was nog een echte christen, en derhalve een steen des aanstoots.

Maar hoe intelligent, moedig en mild Ratzinger ook was, zijn boek over de kinderjaren van Jezus legt de zwakheid van het moderne exoterische christendom bloot.
Het ontbreekt het huidige christendom op schrijnende wijze aan het soort wijsheid dat het esoterische christendom wel bezit.
Als de kerk er niet in slaagt om de kloof met dat esoterische christendom (zoals het in de persoon van Rudolf Steiner weer aan de oppervlakte is gekomen) te overbruggen, dan zal ze tot een lege huls worden. En hoe meer ze zich vastklampt aan haar lege vormen, des te meer zal ze tot vijand van het levende christendom worden.

Het driekoningenverhaal is als het ware de Verloren Zoon van het christendom.
De rehabilitatie ervan maakt deel uit van haar wederopstanding.
Laat ons daarom eens kijken naar het geboorteverhaal van Mattheus, in het licht van wat Rudolf Steiner daarover verteld heeft.

20131223-132056.jpg

Het evangelie volgens Mattheus – en daarmee ook het Nieuwe Testament – begint met het geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Volgens Steiner liggen veel geheimen van het evangelie verborgen in de structuur ervan, en wat kan binnen die structuur belangrijker zijn dan het begin?
Bovendien waren de drie koningen astrologen, en iedereen weet hoe cruciaal in de astrologie het begin van iets is: daarop wordt de horoscoop gebaseerd.
Het geslachtsregister van Jezus is in zekere zin het geboortemoment van het evangelie.
Het verbindt dat evangelie niet alleen met het Oude Testament, het verbindt Jezus ook met zijn volk.

Dit evangeliebegin plaatst de theologen voor een probleem: hoe moeten de geslachtsregisters (ook Lucas vermeldt er een) gerijmd worden met het geloofspunt dat Jezus geboren is uit een maagd?
Als Jozef niets te maken had met de verwekking, vanwaar dan de opsomming van al die mannen?
Ratzinger lost dat op (meent hij) door Jezus’ afstamming een louter symbolische betekenis toe te kennen.
De maagdelijkheid van Maria daarentegen neemt hij letterlijk: zij is niet door Jozef maar door de Heilige Geest zwanger gemaakt.
Een wonder dus.
Rudolf Steiner doet precies het omgekeerde.
Hij beschouwt de geslachtsregisters als reëel – Jozef is wel degelijk de vader van Jezus – maar de maagdelijkheid van Maria ziet hij als een metafoor voor de ongereptheid van haar ziel.

De geslachtsdaad verliep in oude tijden nog lang niet zo bewust als vandaag.
Een en ander gebeurde als ‘in een droom’.
Dat was heel speciaal het geval bij de Maria uit het Lucas-evangelie, die zo kinderlijk onschuldig was dat geen geslachtsdaad haar uit de droom had kunnen halen.
Maar ook de andere Maria maakte de conceptie van Jezus niet bewust mee.
Ze werd namelijk opgevoed in de tempel en daar liet men de voortplanting niet aan het toeval over. Ze werd vanuit diepe inzichten tot stand gebracht tijdens een zogenaamde ‘tempelslaap’.

Er is echter nog een derde luik aan deze ‘maagdelijkheid’ en die betreft de gebeurtenis die op 25 december gevierd wordt: de intrede van Christus in de aardesfeer.
Volgens Rudolf Steiner ging dat gepaard met een heel bijzonder (en volgens hem heel concreet) natuurverschijnsel: omstreeks middernacht begon de zon te schijnen, en ze scheen vanuit het sterrenbeeld van de Maad.
Zoiets kan natuurlijk moeilijk gecontroleerd worden.
Maar wat wél gecontroleerd kan worden is de sterrenconstellatie die toen aan de hemel stond en die wat Steiner noemde een ‘oerconstellatie’ vormde.
Eén element in die (uitzonderlijke) horoscoop is het aspect tussen de Maan in Maagd en Saturnus in Tweelingen.
De Tweelingen staan voor de twee Jezuskinderen, en de Maagd is het teken waarin volgens Steiner de middernachtelijke zon scheen op het moment dat Christus ‘op aarde’ kwam.
Het ‘Et incarnatus est de spiritu sancto ex Maria virgine’ uit de katholieke geloofsbelijdenis zou dus betrekking hebben op drie verschillende geboortes: die van de twee Jezuskinderen en die van Christus zelf, alle op hun manier ‘maagdelijke’ geboorten.
Dat is althans de opvatting die Jos Verhulst als in een notedop samengevat ziet in ‘De onbevlekte ontvangenis’ van Rubens, een zeer complex esoterisch schilderij dat in het Prado hangt.

20131223-132232.jpg

Een en ander maakt duidelijk dat het kerstfeest omgeven is met diepe mysteries die bekend waren in esoterische en artistieke kringen, maar waarvan de exoterische kerk geen flauw benul meer heeft of wil hebben.

De Jezus uit het Mattheusevangelie bezat een diep inzicht in dergelijke mysteries. Hij was het verst ontwikkelde Ik op aarde, een ziel die qua intelligentie en geestkracht haars gelijke niet had. Volgens Steiner was hij een reïncarnatie van de legendarische Zarathoestra, de grote Perzische ingewijde.
Zoals het bij zijn status paste, werd deze grootse ziel geboren uit ouders van koninklijken bloede.
Ze woonden weliswaar niet in een paleis, maar hun huis stond bij de joden ongetwijfeld in hoog aanzien.
We moeten ons Jozef en Maria dus voorstellen als zeer ontwikkelde, aristocratische figuren, wier indrukwekkende stamboom hen tot potentiële ouders van de Messias maakte.
En dat wilde in die tijd wat zeggen.
Mede door de Romeinse bezetting was de Messiasverwachting hooggespannen en de geboorte van het Jezuskind moet met meer dan gemiddelde aandacht zijn gadegeslagen. Die aandacht zal alleen maar zijn toegenomen na het bezoek van de buitenlandse koningen, die met hun gevolg ongetwijfeld groot opzien baarden in een klein stadje als Bethlehem.

Het waren echter niet alleen de joodse leiders die grote belangstelling koesterden voor dit kind.
Er was ook nog Herodes, de door de Romeinse bezetter aangestelde koning.
Als Jezus inderdaad de Messias was, dan betekende hij een bedreiging voor dat koningschap.
En dus ordonneerde Herodes de kindermoord, enerzijds in een poging om zijn vermeende rivaal uit te schakelen, anderzijds om zijn woede te koelen.
Maar de joden zorgden goed voor hun (mogelijke) Messias en brachten hem samen met zijn ouders in veiligheid.
We moeten ons de vlucht naar Egypte dus niet voorstellen als een man die een vrouw op een ezeltje door het holst van de nacht loodst – dat beeld is ontstaan door vermenging van beide evangelies – maar eerder als de goed georganiseerde evacuatie van een voorname familie met in haar midden wellicht de belangrijkste aller joden.
Ook in Egypte zelf zullen Jozef en Maria niet als arme immigranten geleefd hebben, maar met de nodige égards behandeld zijn.
Het kind groeide hier op in een omgeving die, door zijn grootse verleden, nauw aansloot bij zijn eigen oude en hoogontwikkelde ziel.

20131223-132414.jpg

Als we de geboorte van de solomonische Jezus (de afstamming van de andere Jezus loopt niet via koning Salomon maar via de hogepriester Nathan) van op enige afstand bekijken, dan zien we dat ze gekenmerkt wordt door grote tegenstellingen.
Enerzijds is er het Jezuskind waarvan men vermoedt dat het de Messias is, anderzijds is er Herodes die deel heeft aan de Romeinse keizerswaanzin en zichzelf als een god ziet.
Enerzijds is er het huis in het bescheiden Bethlehem, anderzijds is er het hoge bezoek van drie buitenlandse koningen.
Enerzijds is er de geboorte van het kind, anderzijds is er de kindermoord.
Enerzijds is er het knusse, groene Bethlehem, anderzijds de vlucht door de woestijn naar een ver en vreemd land.

Als enkele jaren later Herodes sterft en het gezin terugkeert naar huis, is het nog niet afgelopen met de tegenstellingen.
Jozef krijgt van een engel immers de raad om niet naar Bethlehem terug te keren, maar in Nazareth te gaan wonen.
Om te weten wat dat betekent, moeten we even kijken naar de kaart van Palestina.
Het land telde in die tijd drie ‘provincies’: Galilea in het noorden, Judea in het zuiden, en Samaria in het midden.
Ze waren alledrie heel verschillend.
Galilea en Judea waren in zekere zin een beeld van leven en dood.
Het zuidelijke Judea, met de hoofdstad Jeruzalem, waar de ‘echte’ joden woonden, was een barre streek die grensde aan de woestijn, met daarin de Dode Zee, het diepste punt van het aardoppervlak, de poort naar de onderwereld als het ware.
Het noordelijke Galilea, waar Nazareth was gelegen en waar veel verschillende volkeren door elkaar woonden, was de groene long van Palestina, een zeer vruchtbare streek, met in het midden het paradijselijke meer van Gennesareth, een kleine hemel op aarde.

20131223-132615.jpg

Was Bethlehem een klein stadje in de buurt van Jeruzalem, waar alles in het teken van de tempeldienst stond (in Bethlehem werden de dieren gekweekt die dagelijks geofferd moesten worden), Nazareth was niet eens een dorp, het was een nederzetting van vrome lieden, ver weg van alle drukte.
Hier geen tempel, geen hoofdstad, geen hogepriesters, geen koningen, geen politiek.
Alleen het eenvoudige landelijke leven in een stille Esseense gemeenschap.
De Essenen waren een kloosterorde die, een beetje zoals later de Franciskanen, armoede en eenvoud hoog in het vaandel droegen.
Ze leefden verspreid over het land in kleine kolonies.
Nazareth was er zo een.
Het leven werd er geregeld door een kern van streng ascetisch levende ordebroeders.
Er heerste een sterke gemeenschapszin: men had niet veel, maar men had elkaar.

Hoewel Jozef en Maria afkomstig waren uit het kleine Bethlehem, waren ze toch goed bekend met het drukke stadsleven en de rijke cultuur van het koninklijke Jeruzalem. Ook in Egypte waren ze omringd door de resten van een rijke en oude beschaving. Maar nu kwamen ze opeens terecht in een verafgelegen nederzetting tussen zeer eenvoudige lieden, boeren, ambachtslui en monnniken. Ze troffen er ook wel een zeker geestesleven aan, maar het was een cultuur van het hart, geen schriftgeleerden-cultuur zoals in Jeruzalem. Alle uiterlijke onderscheidingen vielen hier weg, iedereen was hier gelijk aan elkaar, alle bezit was gemeenschappelijk.

Het moet voor Maria de zoveelste schok zijn geweest.
Ze was van jongs af opgevoed in de tempel, in een zeer voorname omgeving.
Zeer jong nog werd ze uitgehuwelijkt aan de veel oudere Jozef.
Ze ging met hem in Bethlehem wonen.
Ze kreeg een kind.
Er kwamen drie buitenlandse koningen op bezoek.
Ze moest halsoverkop vluchten voor de soldaten van Herodes.
Ze leefde jaren in ballingschap in het verre Egypte.
Daarna trok ze naar het al even verre Nazareth.
Na het rustige, veilige en zeer geregelde leven in de tempel kwam ze terecht in een cascade van gebeurtenissen die van haar een groot aanpassingsvermogen vergden.

20131223-132823.jpg

Ook voor Jozef moet het een bewogen tijd zijn geweest.
Deze koningszoon was al een oude man toen hij een jong meisje tot vrouw kreeg, dat ook nog eens op onverklaarbare manier zwanger werd.
Vervolgens moest hij met vrouw en kind naar het buitenland vluchten, om jaren later terug te keren en de rest van zijn leven door te brengen in een armoedige omgeving ver weg van alles wat hem zijn hele leven vertrouwd was geweest.
In Nazareth kwamen er op korte tijd nog zes andere kinderen bij, zodat Jozef op zijn oude dag nog de verantwoordelijkheid kreeg over een grote – en ongetwijfeld drukke – kinderschare.
Het valt dan ook niet te verwonderen dat de arme man er het bijltje bij neerlegde: ongeveer 10 jaar na zijn huwelijk stierf hij en liet een jonge weduwe met zeven kinderen achter.

Het minste wat we over het gezin uit het Mattheusevangelie kunnen zeggen, is dat het in de eerste tien jaar van zijn bestaan geconfronteerd werd met een hele reeks dramatische tot schokkende gebeurtenissen. Voor beide ouders was de geboorte van Jezus het begin van een emotionele rollercoaster die hen allebei diep getekend moet hebben.
Het was voor allebei ook een harde confrontatie met het ‘echte leven’: na opgegroeid te zijn in een beschermde en geprivilegieerde omgeving, werden ze achtereenvolgens geconfronteerd met het huwelijksleven, onverwachte zwangerschap, doodsbedreigingen, een vreemde cultuur en ten slotte een armoedig leven.
Je zou kunnen zeggen dat de geboorte van Jezus ook voor hen een ‘geboorte’ was: het betekende de overgang naar een geheel ander leven. Die overgang ging gepaard met geboorteweeën, schokkende, levensbedreigende geboorteweeën die van hen allebei andere mensen maakte.
Niets zou nog hetzelfde zijn na de geboorte van Jezus.

20131223-133012.jpg

Het is juist dit geboorteweeën-aspect dat helemaal verdwenen is uit het moderne kerstmis.
We hebben alleen oog voor de kinderlijk-onschuldige sfeer van het geboorteverhaal uit het Lucasevangelie, de sfeer van de brave herdertjes met hun wollige schaapjes.
Dat ze die schaapjes kweekten om geslacht te worden in de tempel, zijn we vergeten, net zoals we vergeten dat ook het onschuldige Jezuskind-in-de-stal geboren werd om als een lam geofferd te worden.
Op 25 december willen we alleen maar vrede op aarde.
Volkomen terecht natuurlijk.
Onze viering van het kindje in de kribbe is een uitdrukking van ons intense verlangen naar vrede en onschuld in een wereld die alsmaar duisterder wordt.
Maar dat verlangen zal niet bevredigd worden als het louter gevoelsmatig blijft, als het niet verbonden wordt met de uit ‘weeën’ geboren wijsheid waarvan het andere Jezuskind de belichaming is.
Wat blijft er trouwens nog over van dat verlangen in ons hart?
Het wordt meer en meer een uitzichtloos verlangen, een vorm van zelfbedrog.
We geloven al lang niet meer in vrede op aarde aan alle mensen van goede wil.
Ongemerkt is ons verlangen tot angst geworden, een angst die we uit alle macht proberen te verdoven, maar die ons steeds wantrouwiger en agressiever maakt.
Zonder dat we het beseffen, komen we meer en meer terecht in de sfeer van het andere geboorteverhaal, het verhaal uit het Mattheusevangelie.
Maar het is niet de sfeer van de koninklijke wijsheid waarin we terechtkomen, het is de sfeer van de waanzinnige Herodes.

De oude Herodes werd ‘de bouwer’ genoemd, omdat hij van Jeruzalem een tweede Rome wilde maken, en het ene paleis na het andere bouwde. Hij was geïnfecteerd door de waanzinnige Romeinse keizerscultus.
Ook het oude Europa wil zich momenteel meten aan het machtige Amerika, dat de wereld tot haar keizerrijk wil maken. En één van de zaken waarin dat tot uiting komt is de megalomane bouwwoede die overal heerst.
Ik heb het nog meegemaakt dat de mooie, oude Leopoldswijk van Brussel tegen de vlakte ging, om plaats te maken voor de glas-en-beton-paleizen van de Europese ‘keizers’.
En vandaag zie ik hoe ook Gent getroffen wordt door deze bouwwoede.
Eerst was er de monstrueuze stadshal die als een architectonische bom in het oude stadscentrum gedropt werd.
Vervolgens werd het St. Pieterstation herleid tot een poppenhuisje door de omringende betonnen mastodonten.
Vandaag staat er een reuzenrad op meer dan uitdagende manier vlak voor de St. Baafskathedraal, en het is wachten op het volgende Herodiaanse project van ‘zigeuner’ Termont.
Al die buitensporig grote en lelijke bouwwerken zijn de uitdrukking van een demonische geest die alles bedreigt wat mooi en menselijk is.

20131223-133123.jpg

Herodes was trouwens geen jood, hij was een Arabier, die enerzijds bekend stond om zijn wreedheid en anderzijds om zijn goede relaties met keizer Augustus.
Ook dat klinkt bekend in de oren.

En ten slotte was Herodes de opdrachtgever van de kindermoord.
Die slachtpartij onder de pasgeborenen was trouwens niet zijn enige wapenfeit.
Het was een publiek geheim dat hij de grot waar later de Jezus uit het Lucasevangelie zou geboren worden, gebruikte voor zwartmagische rituelen waarbij geen lammeren maar kinderen geslacht werden.
Ja, deze Herodes was in alle opzichten het tegendeel van de ware ‘koning der joden’ die onder zijn bewind geboren werd.
Als we zien wat kinderen vandaag te lijden hebben, dan kunnen we ook hier gewagen van een herhaling – en uitvergroting – van de situatie in Palestina 2000 jaar geleden.

Anders gezegd, het dramatische kerstverhaal van Mattheus dat we zo zorgvuldig uit ons bewustzijn bannen, komt langs de achterdeur weer naar binnen, maar dan in omgekeerde zin: niet als de van wijsheid vervulde gebeurtenissen uit het evangelie, maar als de van Herodiaanse waanzin vervulde gebeurtenissen van onze tijd.
En ook al proberen we met kerstmis uit alle macht een eilandje van vrede te creëren, het proberen alleen al maakt van kerstmis vaak een kwelling.
Niet alleen moeten we tot het laatste moment werken (om de zakken van Herodes te vullen), we moeten ook cadeautjes kopen om te bewijzen dat we er nog altijd bijhoren, we moeten ons in de verkoopsdrukte storten (en en passant nog opletten voor gediscrimineerde zigeuners), we moeten kerstbomen kopen en versieren, we moeten wenskaartjes versturen, we moeten somptueuze maaltijden klaarmaken (die een berg afwas achterlaten) en ondertussen moeten we ook nog de kinderen bezighouden (al zijn er gelukkig Playstations waarmee ze de kerstdagen schietend en moordend kunnen doorbrengen).

En het kindje Jezus?
Dat kunnen we er in al die hectische drukte even niet bij hebben.
Het moet maar … naar Egypte vluchten.
Ja, uiterlijk vieren we het kindje-in-de-stal, maar innerlijk is het al Herodes wat de klok slaat.
We zijn verder dan ooit verwijderd van de eenvoud van de herdertjes die bij nacht in het veld lagen en de hemel zagen opengaan. En die eenvoud kunnen we nooit meer herwinnen zonder de koninklijke wijsheid van het kind-in-het-huis, de wijsheid die het esoterische christendom 2000 jaar lang bewaard heeft, ver weg van de tempels en paleizen van het exoterische christendom, en die 100 jaar geleden opnieuw het daglicht zag in een klein dorpje ergens in Zwitserland.

20131223-133401.jpg