Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: moslims

Belgofobie

  
Volgens een recent onderzoek zouden 71 procent van de moslims in ons land zich geviseerd voelen. 

Groen is de kleur van de …

  
De ecolo’s wensen moslims een goed Suikerfeest, maar een zalig kerstmis krijgen ze niet over de lippen. 

Na de hoofddoek: de baard

  

Bij de Amerikaanse politie gelden strenge regels voor haar- en baardgroei. Toen Massood Syed, een Pakistaan, die aan zijn laars lapte, werd hij geschorst. Daardoor voelde hij zich diep gekwetst en vernederd, waarna hij klacht indiende tegen de New Yorkse politie. Hij eist onder meer een schadevergoeding omdat zijn religieuze rechten geschonden werden. De eerste overwinning heeft hij al behaald: de rechter bepaalde dat hij moest doorbetaald worden tijdens zijn schorsing. 

Tsjevenstreken

  
(De Iftar is de maaltijd na zonsondergang tijdens de Ramadan)

Zó gelukkig …

  

… zijn de katholieken met de komst van de moslims. Godfried van Bouillon zou zich in zijn graf omdraaien. Het is wél een veelzeggend beeld: de vijand komt van buiten én van binnen, en zoals altijd is de vijand van binnen de gevaarlijkste. Je zult als God maar zo’n gelovigen hebben!

De aard van het beestje

  

‘Maar waarom moeten mensen zich verantwoorden voor iets waar ze niets mee te maken hebben? Waarom is mijn identiteit belangrijk? Ik ben Belg en Brusselaar. Ik ben evenzeer slachtoffer, net zoals eender wie in dit land. De schoonzus van een vriendin van mij is nog altijd spoorloos. Heel waarschijnlijk is ze omgekomen. Haar kinderen vragen mij wanneer hun mama terugkomt. Hoe moet ik met dat verdriet omgaan? En hoelang nog moeten wij, mensen met een migratieachtergrond, blijven aangesproken worden als buitenstaanders? Wanneer gaat het ophouden? Mijn twee oudste kinderen zijn twintigers. Ze zijn van de derde generatie. En we spreken al van een vierde generatie.’

Het is één van de vele gelijkluidende reacties die we vandaag in de media kunnen lezen: moslims die er zich over beklagen dat hun kant wordt uitgekeken na de aanslagen in Brussel, die in koor roepen: wat hebben WIJ hiermee te maken! Ik had het niet anders verwacht, want ik hoor dat koor al tientallen jaren, maar het choqueert me toch telkens weer. En wat me nog meer choqueert is het medeleven dat dit moslimkoor oproept bij de brave Belgen. Het kan een kwestie zijn van selectief lezen, maar ik kan me soms niet van de indruk ontdoen dat er meer medeleven is met de moslims dan met de slachtoffers. Alsof zij de echte slachtoffers zijn, alsof de aanslag eigenlijk tegen hen was gericht. Mijn mond valt open van zoveel egocentrisme – ‘de hele wereld is tegen ons’ – én van de hypnotiserende werking die ervan uitgaat – ‘die arme gediscrimineerde moslims toch’.

Voor alle duidelijkheid, ik zeg niet dat we alle moslims moeten opsluiten. Nochtans was dat nog niet zo lang geleden de vanzelfsprekende reactie. Toen Duitsland België aanviel, werden alle Duitsers die in België woonden opgesloten of toch zeer argwanend bekeken omdat men vreesde dat ze de vijand zouden helpen. Was die vrees gegrond? Waarschijnlijk niet. Maar men koos het zekere voor het onzekere, ook al werden daardoor onschuldige mensen als misdadigers behandeld. Dat doen we vandaag niet meer. Als moslims een aanslag plegen in ons land, dan sluiten we de Belgische moslims niet meer op. Dat beschouwen we als vanzelfsprekend, ook al betekent het dat sommige van die Belgische moslims de vijand inderdaad een handje toesteken. We gaan zelfs een stapje verder: we nemen de Belgische moslims in bescherming tegen degenen die hen argwanend bekijken, ook al is die argwaan in sommige gevallen meer dan terecht.

Soms gaan we zelfs nóg een stapje verder: we roepen degenen die de Belgische moslims argwanend bekijken streng tot de orde. Als ze op Twitter bijvoorbeeld een vraag stellen over moslimkinderen die in gejuich uitbarsten bij het vernemen van de aanslagen in Brussel, sturen we de politie op hen af. We roepen dus niet de ouders van de juichende kinderen tot de orde, nee we roepen degenen tot de orde die zich daar vragen over stellen. Dat is de sfeer die momenteel in België heerst: moslims plegen een bloederige aanslag en onze eerste reactie is: hoe kunnen we de moslims beschermen? Het doet een beetje denken aan de Aquino-brothers: een criminele familie loopt tegen de lamp en onmiddellijk staat het kruim van de Belgische advocatuur klaar om ze te verdedigen, een verdediging die trouwens bestaat in het genadeloos aanvallen van politie en gerecht. 

Hetzelfde zagen we na de arrestatie van de terrorist Abdeslam: meteen verklaarde ‘meester Mary‘ zich bereid om de terrorist te verdedigen. In een land dat zich tot het uiterste inspant om misdadigers te beschermen en vrij te spreken, kan het geen verwondering baren dat alles in het werk gesteld wordt om de Belgische moslims in bescherming te nemen. Toen Bart De Wever – als enige – zich kwaad maakte op de terroristen en op degenen die hen geholpen hadden, werd hij er meteen van beschuldigd zelf een halve terrorist te zijn. Farid le Fou, een van de grootste criminelen van het land, werd een tijdje geleden vrijgelaten omdat het gevangenisleven hem te zwaar viel. Hij kreeg er nog 100.000 euro bovenop als smartegeld. Hij bedankte daarvoor door prompt een nieuwe misdaad te plegen. En geen haan die daarnaar kraait in surrealistisch België.

We hoeven heus niet te doen alsof dit uitzonderingen zijn. Het zijn pars pro toto’s. Zoals we met Farid le Fou omgaan, zo gaan we om met de moslims in dit land, en ze betalen die behandeling terug zoals Farid le Fou dat deed. Iedereen die zich daar kwaad durft over te maken, wordt behandeld als Bart De Wever. Dat vinden we hier heel gewoon. We begrijpen dan ook niet waarom de wereld zo hard oordeelt over België. We zijn immers zo lief, meneer! En onze chocolade is zo zoet! België is als Brugge: het verzuipt in de suiker. En daar komen natuurlijk wespen op af want de uitersten trekken elkaar aan. En die wespen steken, want dat ligt in hun aard. Dat is ook wat ik denk als ik die Belgische moslima hierboven bezig hoor: het ligt in hun aard, ze kunnen niet anders. Want ze zeggen allemaal hetzelfde, ze spreken allemaal in koor: wij zijn slachtoffers, de wereld is tegen ons!

Ze ziet er knap uit, die moslima, maar ze weet duidelijk niet wat ze zegt. Waarom is mijn identiteit belangrijk? klaagt ze. Goeie vraag. Waarom klampen moslims zich zo hardnekking vast aan hun moslim-identiteit? Waarom is het voor hen een halszaak om overal en ten alle tijde die hoofddoek te dragen? Waarom willen ze zo ostentatief anders zijn en weigeren ze zich halsstarrig te assimileren? Waarom gedragen ze zich ook na vier generaties nog altijd als buitenstaanders? En vooral: waarom beseffen ze dat niet? Waarom blijven ze zich erover beklagen dat ze ‘op hun identiteit worden aangesproken’? Waarom vinden ze het godgeklaagd dat ze nog altijd aangesproken worden als buitenstaanders? Waarom blijven ze zich slachtoffers voelen, ook al zaaien hun geloofsgenoten terreur en verderf over de hele wereld? Daar kan, me dunkt, maar één antwoord op bestaan: het ligt in hun aard en die kennen ze niet.

Moslims gedragen zich als wespen: ze komen af op zoetigheid en als er iets tussen hen en die zoetigheid komt, steken ze. Als ze vervolgens weggeslagen worden, reageren ze klagelijk: waarom doet iedereen zo gemeen tegen ons? Die ‘gemenen’ – wij dus – denken natuurlijk: hou dan eindelijk eens op met steken, dan hoeven we niet meer te slaan! Maar we vergeten één ding: wespen steken, dat ligt nu eenmaal in hun aard! En we vergeten ook: wespen komen af op zoetigheid, dat ligt ook in hun aard. Er zijn dus twee manieren om het moslimgeweld te stoppen: ofwel verberg je de zoetigheid ofwel verander je de aard van de wespen (want ze zijn veel te talrijk om ze allemaal te kunnen wegslaan). Het eerste vinden we echter niet humaan. Onze grenzen sluiten zodat de moslims niet meer bij onze zoetigheid kunnen: nee, dat willen we niet! 

En dus blijft er niets anders over dan de ‘aard’ van moslims te veranderen, zodat we niet langer bang hoeven te zijn voor hun angel. Maar dat willen we ook niet! We willen niet eens spreken over de ‘aard’ van een bevolkingsgroep. En daar staan we dan: klem gezet door onze eigen opvattingen over humaniteit. We zijn heel erg trots op die opvattingen, niet ten onrechte. Maar we zullen er wel de prijs moeten voor betalen. De wespen zullen blijven komen en ze zullen ook blijven steken. Dat ligt nu eenmaal in hun aard en de knappe moslima hierboven maakt duidelijk dat er niks zal veranderen aan die aard. Hoe de hele zaak zal eindigen, ligt voor de hand: op een (niet zo) mooie dag zal alle zoetigheid op zijn. We zullen dan tegen de moslims zeggen: waarom heb je dat gedaan? En ze zullen net hetzelfde zeggen als de schorpioen tegen de kikker (terwijl beide ten onder gaan): omdat het in mijn aard lag. 

La guerre des sexes

  

De gebeurtenissen in Keulen hebben een essentieel aspect van de clash of civilisations zichtbaar gemaakt: de relatie tussen man en vrouw. Die botsing vindt op het eerste gezicht plaats tussen een cultuur die de gelijkheid van man en vrouw erkent en een cultuur die dat niet doet. Maar de feministische reacties hebben daar een groot vraagteken bij geplaatst. Als we ze mogen geloven dan is er in Europa nog lang geen sprake van gelijkheid tussen man en vrouw. Vrouwen worden er sexueel én economisch nog altijd onderdrukt. Mannen zijn er sexistisch, racistisch en hypocriet. En blijkbaar erkennen ze dat, want ze reageren niet op de toch wel grove aantijgingen van de feministen. Nochtans zitten die aantijgingen vol tegenstrijdigheden, zelfs in die mate dat ze de omgekeerde boodschap uitdragen: het zijn niet de vrouwen die in Europa onderdrukt worden, maar de mannen. Europese mannen worden eigenlijk systematisch ont-mand. De gebeurtenissen in Keulen maakten dat pijnlijk duidelijk: de mannen konden hun vrouwen niet verdedigen tegen hun aanranders. En het ging niet alleen om vrienden en echtgenoten, het ging ook om de politie, het ging om de overheid, het ging om de hele maatschappij. Europa is doodeenvoudig niet in staat zich te verdedigen tegen de macho-moslims die van alle kanten binnenstromen. Het gedraagt zich niet als een man die vecht wanneer hij aangevallen wordt, maar als een vrouw die aangerand wordt en zich niet kan of durft verzetten.

Als we niet kijken naar de woorden maar naar het gedrag, dan zien we dat de clash of civilisations een botsing is van twee culturen die geen van beide de gelijkheid van man en vrouw erkennen. In de moslimwereld is de ongelijkheid heel openlijk: vrouwen zijn er tweederangswezens die in de man als vanzelfsprekend hun heer en meester moeten erkennen. In de Europese wereld treffen we de omgekeerde ongelijkheid aan. Hier zijn het de mannen die tot tweederangswezens worden gedegradeerd, maar de manier waarop dat gebeurt is veel omfloerster en bedekter, veel ‘vrouwelijker’ zeg maar. Het is heel moeilijk om er de vinger op te leggen. De moderne man onderdrukt door de vrouw? Kom nou! Maar hier raken we aan iets heel essentieels: het mannelijke is zichtbaar, het vrouwelijke is veel onzichtbaarder. Als mannen vrouwen onderdrukken, dan gebeurt dat openlijk en direct: het kan onmogelijk ontkend worden. Als vrouwen echter mannen onderdrukken, dan gebeurt het ongemerkt: het valt nauwelijks te bewijzen. Zo komt het dat de ‘vervrouwelijking’ van het Westen veel minder in de kijker loopt dan de ‘vermannelijking’ van de moslimwereld. Daardoor wordt ook niet opgemerkt dat de moslimwereld en de Europese of Westerse wereld zich tot elkaar verhouden als man en vrouw, en dat hun relatie er allesbehalve een van gelijkheid is. In feite weerspiegelt die relatie de ongelijkheid tussen man en vrouw in beide werelden. 

De feministen propageren naar buiten toe de gelijkheid tussen de sexen maar in werkelijkheid streven ze de (omgekeerde) ongelijkheid na en zwengelen ze la guerre des sexes aan. Ze zijn zich niet bewust van die ‘vrouwelijke’ tegenstrijdigheid en ook de mannen doorzien ze niet, met als gevolg dat ze ongestoord kan blijven woekeren en op alle terreinen ‘oorlog’ en chaos veroorzaakt. Nu kunnen we van vrouwen niet verwachten dat ze hun eigen zo complexe en tegenstrijdige aard doorzien. Daar is een buitenstaander voor nodig, een man dus. Maar die man faalt. Hij laat zich op een beschamende manier in de doeken doen door de vrouw, of beter gezegd: door de vrouwelijkheid. Want het zijn niet de vrouwen die de man onderdrukken, ze zijn zich immers niet bewust van hun machtsbegerige gedrag, ze zijn het slachtoffer van hun eigen vrouwelijkheid. Net als de man worden ze door hun lichamelijkheid meegesleurd in de guerre des sexes zonder dat ze er iets kunnen aan doen. Het is dus niet alleen de man die faalt: geen van beide sexen slaagt erin om zich boven die ‘sexuele oorlog’ te plaatsen, om er zich bewust van te worden. Die oorlog wordt zelfs met steeds fysiekere middelen gevoerd en ontaardt in een strijd tegen het eigen lichaam: mannen laten zich ombouwen tot vrouwen en vrouwen laten zich ombouwen tot mannen. Er zijn zelfs mensen die alle geslachtskenmerken operatief laten verwijderen. Een tragischer ‘materialisering’ van de behoefte aan een hoger bewustzijn kan men zich niet indenken. 

Op die manier kunnen we ook de hele clash of civilisations beschouwen: als een materialisering van een botsing die op het niveau van het bewustzijn zou moeten plaatsvinden: le choc des idées, de ideeënstrijd. In plaats daarvan ontaardt hij steeds meer in een fysieke strijd die in wezen niets anders is dan een uitvergroting van la guerre des sexes. Het is niet toevallig dat de gebeurtenissen in Keulen zo’n hoog metaforisch gehalte hadden. De sexuele aard van de aanrandingen was geen detail, ze bracht het wezen van de hele clash of civilisations aan het licht. Tenminste voor wie in beelden leert denken. Maar juist wanneer de sexualiteit in het spel is, kunnen we niet anders, want de menselijke sexualiteit is sowieso metaforisch. Wat ons opwindt in het andere geslacht zijn niet de geuren (zoals bij de dieren) maar de vormen, en meer bepaald wat ze tot uitdrukking brengen. Want het is beslist niet hun esthetiek die ons zo sterk aanspreekt, maar hun metaforiek: de ideeën die ze tot uitdrukking brengen. Welke ideeën dat zijn, daar hebben we geen flauw benul van. Aan onze reactie kunnen we echter aflezen dat het bijzonder krachtige ideeën zijn, waar we niet tegenover kunnen blijven staan en waar we bijgevolg door geknecht worden, zoals Rudolf Steiner het uitdrukt. Als we niet geknecht willen worden door de zich steeds verder uitbreidende guerre des sexes dan zullen we in beelden moeten leren denken, want dat is de enige manier om stand te houden tegenover de (levende) ideeën die in de sexualiteit werkzaam zijn. 

We worden momenteel overspoeld door beelden met een hoog sexueel gehalte, niet alleen in letterlijke zin maar ook – en vooral – in figuurlijke, metaforische zin. De wereld lijkt het toneel te zijn geworden van één grote geslachtsdaad: overal en op ieder gebied botsen de tegenpolen op elkaar en dringen ze in elkaar door. We reageren daar (onbewust) op door hevig opgewonden te raken: we barsten uit in woede, verontwaardiging en afkeer. We zijn niet in staat het hoofd koel te houden. Daardoor zwengelen we die mondiale guerre des sexes echter alleen maar aan. Het grote slachtoffer van al die opwinding is ons ‘mannelijke’ rationele bewustzijn dat niet overeind kan blijven in die verhitte ‘vrouwelijke’ sfeer: het verschiet zijn zaad en verslapt zienderogen. Deze sexuele metafoor beschrijft niet alleen wat er momenteel gebeurt, maar wijst er ook op dat het geen zin heeft om ons terug te trekken uit die ‘vrouwelijke’ beeldenwereld. We moeten er juist dieper in doordringen tot de ‘wrijvingen’ in ons mannelijke bewustzijn een ‘hoger’ bewustzijn losmaken dat in staat is de brug te slaan naar de ideeënwereld die schuilgaat achter de sexuele beelden. Dat geldt heel speciaal voor het feminisme. We mogen ons niet laten misleiden door zijn tegenstrijdigheden. We moeten er een beeld in zien van een vrouwelijkheid die hevig verlangt naar een ‘hogere’ mannelijkheid. In feite is het feminisme een materialisering van het Ewig Weibliche dat smacht naar erkenning door een bewustzijn dat Alles Vergängliche nur als ein Gleichnis ziet. 

Oude bokken en jonge maagden

  

In Pakistan is een wet die kindhuwelijken wilde verbieden weer ingetrokken onder druk van de Raad voor Islamitische Theologie die het wetsvoorstel godslasterlijk vond. Dat is niet meer dan logisch want de Profeet (gezegend zij zijn naam) trouwde met de 6-jarige Aïsha en zijn voorbeeld is heilig voor moslims. Annemie Struyf verklaarde onlangs op televisie dat in heel wat moslimlanden vrouwen minder waard zijn dan een hond. Wellicht is dat de reden voor het feit dat de vluchtelingenstroom in Europa voor 80 procent bestaat uit mannen. Waren die mannen allemaal ongetrouwd of hebben ze vrouw en kinderen gewoon achtergelaten in Syrië, zoals men ook honden achterlaat? Degenen die wel beschaafd genoeg waren om hun vrouw en kinderen mee te nemen, staan machteloos tegenover deze overmacht. Telkens weer horen we berichten van vrouwen die in asielcentra worden aangerand. Die berichten zijn hoogstwaarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg want de media – hoeft dat nog gezegd? – doen er alles aan om de harde feiten te verdoezelen. Hoever ze daarin gaan toont het Rotherham-proces dat momenteel gaande is in Engeland: geen woord daarover komt in de Vlaamse kranten. Ze zwijgen als vermoord. Men moet dus niet vragen wat ze allemaal niet verzwijgen over wat er gaande is in die asielcentra waar een kleine minderheid van vrouwen (en kinderen!) weerloos overgeleverd is aan een overweldigende meerderheid van mannen voor wie vrouwen letterlijk niks waard zijn. Worden die vrouwen – en dan vooral de christelijke vrouwen – gescheiden gehouden van moslimmannen, of wordt zo’n maatregel als discriminerend beschouwd? De wrange ironie is dat de media, die deze grootschalige aanrandingen van vrouwen en kinderen in de doofpot stoppen, zichzelf als … moreel superieur beschouwen. 

Feminisme en politieke correctheid (1)

  

Na iedere daad van moslimagressie is er eerst een moment van woede en verontwaardiging, maar daarna komt de politiek-correcte propagandamachine weer op gang. Na de aanrandingen in Keulen was het niet anders. Alleen was de schok nu zo groot dat de media er dagenlang het zwijgen toe deden. Zelfs de politie van Keulen, die er met de neus op had gestaan, deed alsof die neus bloedde. Het geweld had dan ook een nieuwe dimensie gekregen: het was nu specifiek tegen vrouwen gericht. Er vielen weliswaar geen doden, maar de symboliek was des te sterker. In de islam is een ‘geschonden’ vrouw namelijk de grootst mogelijke schande. De georganiseerde aanranding van 500 blanke vrouwen op oudejaarsavond, midden in de stad, en dan nog voor de ogen van vrienden, echtgenoten én politie, was de grootst mogelijke vernedering die moslims Duitsland konden aandoen. Dat was dan ook wat hun ghazwah zo schokkend maakte: de grenzeloze minachting die eruit sprak voor het land dat hen gastvrij ontvangen had. 

De Duitsers stonden dan ook met de mond vol tanden. Ze konden hun ogen niet geloven. Uit pure schaamte probeerden ze de zaak te verzwijgen – als een vrouw die verkracht is, zeg maar. Dat was het moment waarop er een nieuwe speler op de voorgrond trad, die krachtig protesteerde: het feminisme. Maar verbijsterend genoeg gold het feministische protest niet de daders, o nee, het gold de … blanke mannen. Die hadden volgens de feministen niet het recht om verontwaardigd te zijn over het gedrag van de moslims, want ze deden zelf niets anders dan vrouwen beledigen, aanranden en verkrachten. Blanke mannen waren met andere woorden hypocriet en racistisch, en dus moesten ze hun mond houden. De verwijten waren soms in zo felle bewoordingen gesteld dat men de indruk kreeg dat de feministen het opnamen voor de aanranders. Ze leken de aanrandingen zelf een stuk minder erg te vinden dan de verontwaardigde (mannelijke) protesten ertegen. 

Wie gedacht had dat de feministen zouden protesteren tegen de moslim-aanranders kwam dus bedrogen uit. Hun woede was gericht tegen de bange, hypocriete, racistische blanke man. Ze voegden zich met andere woorden naadloos in het politiek-correcte discours dat de islam verdedigt en de bange, blanke man tot doelwit heeft. Echt verbazen doet dat niet, want het hedendaagse feminisme vertoont hetzelfde zelfvernietigende gedrag. Het verdedigt niet alleen de hoofddoek – hét symbool bij uitstek van vrouwenonderdrukking – sommige feministen drijven het zelfs zo ver dat ze opkomen voor het recht op vrouwenbesnijdenis. Nee, feministen zul je niet gauw een kwaad woord over de islam horen zeggen. Zo was het ook na Keulen: over de moslimdaders repten ze nauwelijks met een woord. De blanke mannen: dát waren de sexisten, de hypocrieten en de racisten! Het mag duidelijk zijn: als puntje bij paaltje komt weegt de politieke correctheid voor feministen een stuk zwaarder dan hun feminisme.

Hoe valt dat te begrijpen? Waarom verdedigen feministen een religie en een cultuur die vrouwen zwaar onderdrukt? Waarom kiezen ze voor de politieke correctheid ook al weten ze dat haar sympathie voor de islam ieder feminisme op termijn onmogelijk zal maken? Het lijkt wel of feministen zich ondanks zichzelf willen onderwerpen aan de man en alleen voor de schijn wat tegensputteren. Zou er dan toch waarheid schuilen in het cliché dat vrouwen ja bedoelen wanneer ze nee zeggen? Een dergelijke suggestie zal ongetwijfeld de feministische verontwaardiging wekken, maar waarom gedragen ze zich dan zo dubbelzinnig? Voor alle duidelijkheid: de feministen hebben wel degelijk een punt. Iedereen toont zich vandaag verontwaardigd over de sexuele agressie van moslims, maar die sexuele agressie bestaat ook hier, in het blanke Europa. Er schuilt dus behoorlijk wat hypocrisie in die (mannelijke) verontwaardiging. Dat valt niet te ontkennen. Maar de feministische hypocrisie valt evenmin te ontkennen. 

Eén van die feministische vrouwen daagde blanke mannen uit om met haar rond de tafel te gaan zitten en een gesprek te voeren over sexuele agressie. Ik wacht, zei ze. Het klonk alsof ze er zeker van was dat geen van die blanke mannen het aan zouden durven. Waarschijnlijk heeft ze nog gelijk ook: weinig mannen durven het opnemen tegen feministen, iets wat feministen waarschijnlijk zien als een bevestiging van hun gelijk. Maar hier raken we aan iets heel fundamenteels: gesprekken tussen feministen en mannen zijn geen gesprekken tussen gelijken. Er kan namelijk wel gesproken worden over de mannelijke sexuele agressie, maar niet over zijn tegenhanger: de vrouwelijke sexuele agressie. Die is onbespreekbaar. En als gevolg van dit taboe kunnen vrouwen mannen wel beschuldigen van sexuele agressie, maar nooit omgekeerd. Op dit terrein zijn mannen altijd daders en vrouwen altijd slachtoffers. Geen discussie mogelijk.

Dat klinkt natuurlijk bekend in de oren. Ook de politieke correctheid berust op een onbespreekbaar dogma: alleen blanken kunnen racistisch zijn. In gesprekken en discussies over racisme is dat altijd het uitgangspunt: blanken zijn altijd de daders en kleurlingen altijd de slachtoffers. Ofschoon dat helemaal niet strookt met de werkelijkheid kan het niet in twijfel worden getrokken. Een blanke kan een kleurling dan ook nooit beschuldigen van racisme, evenmin als een man een vrouw kan beschuldigen van sexuele agressie. Hij wordt dan gewoon weggelachen of erger. Wanneer een feministe een man aan tafel noodt om een gesprek te voeren over sexuele agressie, dan staat hij even machteloos als … een vrouw die wordt aangerand, of een blanke die van racisme wordt beschuldigd. Een en ander verklaart waarom feminisme en politieke correctheid elkaar zo goed verstaan: ze hanteren allebei hetzelfde principe, ze vertrekken allebei van een onbespreekbaar dogma. 

De feministen die vandaag zo hoog van de toren blazen en de blanke man ter verantwoording roepen, doen eigenlijk net hetzelfde als de aanranders in Keulen: ze oefenen macht uit in de wetenschap dat hun slachtoffers zich niet kunnen verdedigen. Ze gedragen zich even sexistisch, racistisch en hypocriet als de agressieve moslims én als de agressieve blanken. Ze bezondigen zich zelf aan datgene waarvan ze anderen beschuldigen. Ze zijn geen haar beter en toch voelen ze zich moreel superieur. Precies hetzelfde gedrag dus dat we ook bij de politieke correctheid waarnemen: anderen beschuldigen van de eigen zonden. Het is het aloude verhaal van de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Dat verhaal regeert vandaag de wereld: overal staan mensen, groepen, sexen, volkeren en rassen tegenover elkaar die wel de splinter in het oog van de anderen zien, maar niet de balk in het eigen oog. En zo ontstaat de zelfvernietigende broederstrijd die de hedendaagse mensheid in toenemende mate verscheurt. 

Het dodelijke zwijgen

  

In Engeland is sinds enkele dagen het proces aan de gang tegen de moslims die in Rotherham meer dan 1400 blanke kinderen misbruikt, verkracht en in sommige gevallen vermoord hebben. Dat is nog even andere koek dan de 500 vrouwen die in Keulen aangerand werden! En toch. Iemand iets over gelezen in de Vlaamse kranten? Ik alvast niet. Het zwijgen is – alweer – oorverdovend. Op hetzelfde moment dat iedereen verontwaardigd is omdat de media geprobeerd hebben de aanrandingen in Keulen in de doofpot te stoppen, doen ze het … opnieuw. Ik ben bang dat ik gelijk had toen ik naar aanleiding van de genocide in Bangladesh zei: nog geen 400.000 verkrachte vrouwen zullen de politiek-correcte Gutmenschen ertoe kunnen brengen de realiteit onder ogen te zien.