Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: moslimterrorisme

La nausée (de walging)

  

Toen ik een tijdje geleden (op mijn computerscherm) tienduizenden mensen door de straten van Boston zag marcheren om te protesteren tegen de gebeurtenissen in Charlottesville, waar een neo-nazi iemand had omver gereden, sloeg de schrik me om het hart. Niet dat ik er problemen zou mee hebben dat er geprotesteerd wordt tegen iemand die met zijn auto op mensen in rijdt, dat spreekt (hoop ik) vanzelf. Maar dat was niet de reden waarom die mensenmassa op straat was gekomen. Er zijn de afgelopen jaren al zoveel mensen met auto’s op andere mensen in gereden dat niemand daar nog voor op straat komt. Zeker, er worden nog altijd kaarsjes gebrand, bloemen gelegd en liedjes gezongen als terroristen weer eens een aanslag hebben gepleegd, maar dat zijn uitingen van liefde en sereniteit, geen uitbarstingen van woede en verontwaardiging zoals in Boston. Daar werd niet geprotesteerd omdat er een aanslag was gepleegd, er werd geprotesteerd omdat de dader rechts was. 

Mensen komen niet langer op straat om te protesteren tegen terreuraanslagen. De aandacht is verschoven van de misdaad naar het motief. Is dat links of islamitisch is, dan kraait geen haan ernaar. Moslims mogen zoveel aanslagen plegen als ze willen, hun ideologie blijft buiten schot. Ook als zwartgemaskerde antifa’s tekeer gaan, wordt links niet met de vinger gewezen. Maar doet één rechtse neo-nazi precies hetzelfde, dan kent de verontwaardiging geen grenzen. Waarom? Wat maakt een rechtse terrorist zoveel erger dan een linkse terrorist of een moslimterrorist? Alvast niet zijn fanatisme, want rechtse fanatici plegen veel minder aanslagen. Zijn rechtse aanslagen dan misschien zo gruwelijk dat ze de veel talrijker moslimaanslagen doen vergeten? Evenmin. De aanslag in Charlottesville verschilde in niets van soortgelijke moslimaanslagen. Waarschijnlijk was hij niet eens met voorbedachten rade gepleegd, zodat er niet echt van een aanslag kan gesproken worden. En toch brengt die ene rechtse moordenaar tienduizenden mensen op de been. 

Links heeft in het verleden – net als de islam – veel grotere bloedbaden aangericht dan rechts, maar toch blijft men links geweld en moslimgeweld vergoelijken en rechts geweld verketteren. Wee degene die het zou wagen de rollen om te keren! Die wordt beschouwd als de Satan in hoogsteigen persoon. Dat overkwam onder meer Donald Trump. De grote betogingen in Boston en andere Amerikaanse steden waren ook – en misschien zelfs vooral – tegen hem gericht. Hij had het namelijk bestaan om de schuld voor de gebeurtenissen in Charlottesville niet alleen bij rechts te leggen. Hij had de kerk in het midden willen houden en gewezen op het aandeel van de linkse tegenbetogers. Dat volstond om een explosie van verontwaardiging te veroorzaken die tienduizenden mensen op de been bracht. Het was trouwens niet de eerste keer. De betoging in Boston was de zoveelste massamanifestatie tegen Donald Trump in het bijzonder en rechts in het algemeen. 

Met stijgend ongeloof kijk ik naar de wereldwijde reactie die de nieuwe Amerikaanse president teweeg heeft gebracht. Er gaat geen dag voorbij of er verschijnen krantenartikels die Donald Trump door het slijk sleuren, die hem een barbaar noemen, een krankzinnige, een psychopaat, een Hitler. Dat duurt nu al meer dan een half jaar lang, zonder onderbreking. Iedere dag weer opnieuw breekt dat artillerievuur los. Onafgebroken wordt er munitie aangevoerd, het geeft niet wat, als het maar ontploft. Iedere krant, iedere televisiezender, iedere journalist, iedere intellectueel doet eraan mee. De zaak heeft bijna apocalyptische proporties aangenomen, alsof de Antichrist verschenen is en de grote eindstrijd begonnen. Wat Donald Trump overkomt is trouwens niet nieuw. Het overkwam in ons eigenste land ook Bart De Wever. Nog altijd, na al die jaren, kan de man zijn mond niet opendoen of de verontwaardiging barst los. En om precies dezelfde reden: omdat hij rechts is. 

Ondanks de onvoorstelbare gruwelen en onmenselijkheden die het op zijn geweten heeft, wordt links door de intellectuele wereld nog altijd beschouwd als de vertegenwoordiger van alles wat goed, waar en schoon is. Ondanks het feit dat de misdadigheid van Donald Trump en Bart De Wever zich beperkt tot woorden en uitlatingen waarmee links het niet eens is, worden beiden nog altijd beschouwd als het vleesgeworden kwaad. Hoe is zoiets mogelijk? De vraag roept een herinnering op. Ik zit in de grote aula van de Leuvense universiteit en probeer niet in slaap te vallen tijdens de cursus fundamentele wijsbegeerte. Opeens vliegen de deuren open en stormen een aantal langharige figuren de zaal binnen. Ze duwen de docent ruw opzij, rukken de micro uit zijn handen, en beginnen er allerlei slogans in te roepen. Ofschoon ik blij ben dat er eens iets gebeurt tijdens die saaie les, ben ik toch geschokt door de brutaliteit van die linkse ‘revolutionairen’. Zoiets doet een beschaafd mens niet, vind ik.

Maar ik ben blijkbaar de enige, want de aula staat als één man op en applaudisseert luid voor de rustverstoorders. Ik peins er niet over om mee te doen en blijf zitten. Dat gaat niet onopgemerkt voorbij. Een van de langharigen schreeuwt ‘fascist!’ naar me. Ik heb geen idee wat dat woord betekent, maar ik begrijp wel dat het niet veel goeds is. Het raakt echter mijn koude kleren niet, want ik ken de schreeuwer. Iedere maandag wordt hij door de glimmende Mercedes van papa afgeleverd aan zijn kot, waar hij dan samen met een ander rijkeluiszoontje de revolutie van het proletariaat begint te prediken. Dat zijn ze in mijn ogen trouwens allemaal, al die Marxisten, Trotskisten, Leninisten en Maoïsten: rijkeluiszoontjes die op kosten van hun ouders in Leuven voor Che Guevara komen spelen. Acteurs die vergeten dat ze acteurs zijn. Want het is hen bloedige ernst, dat zie je zo. Een glimlach kan er niet af. Je kunt deze grimmige barbaren beter niet tegen de (lange) haren in strijken. 

Dat doe ik ook niet. Ik laat ze links liggen (sic). Alle macht aan de arbeiders? Wat is dat voor onzin! Studenten die staken? Are you kidding me! Met de beste wil van de wereld kan ik die would be revolutionairen niet au serieux nemen. Ik voel een diep wantrouwen voor deze wereldverbeteraars, voor hun bloedige ernst, hun gebrek aan humor, hun onderhuidse agressie. Maar ik ben blijkbaar de enige, want als die agressie aan de oppervlakte komt, zoals tijdens hun optreden in de grote aula, wordt ze op algemeen applaus onthaald. Het zal me later nog wel meer overkomen dat ik zit te kijken naar slechte acteurs, dat de zaal na afloop van hun vertoning opstaat en begint te applaudisseren, en dat ik de enige ben die blijft zitten. Een mens zou voor minder aan zichzelf beginnen twijfelen. Het is dan ook die twijfel die me aan het denken heeft gezet over een fenomeen dat ik meer dan 40 jaar geleden reeds leerde kennen, zowel in de wetenschappelijke wereld als in de kunstwereld.

In allebei zag ik hetzelfde gebeuren: een kleine groep ‘revolutionairen’ voert een barbaars spektakel op dat ieder beschaafd mens tegen de borst zou moeten stoten, maar dat vreemd genoeg op luid applaus onthaald wordt. Een grappenmaker stelt bij wijze van kunst een pispot tentoon en even later wordt het uitgeroepen tot het grootste kunstwerk van de eeuw. Enkele rijkeluiszoontjes brutaliseren het professorenkorps, en wat later worden ze zelf professor, alsof hun gedrag niet bestraft maar beloond wordt. Ze hebben hun haar geknipt en hun baard afgeschoren, maar hun streken hebben ze niet verleerd. Nog altijd zeggen ze dezelfde dingen en nog altijd worden ze daarvoor beloond en toegejuicht. Er is de afgelopen 100 jaar met andere woorden niks veranderd, behalve dan dat de revolutionaire studenten van toen de bourgeois van vandaag zijn geworden: ze zitten in regeringen, aan universiteiten, in de media, zelfs in het bedrijfsleven. Idem voor de revolutionaire kunstenaars en hun bewonderaars.

Wat is het toch dat die bewonderaars bewonderen? Waarom applaudisseren zoveel (vooral) jonge mensen voor het beschamende vertoon van linkse machthebbers, linkse intellectuelen, linkse kunstenaars? Waarom laten ze zich opruien door hun holle slogans? Waarom komen ze massaal op straat als één neonazi door het lint gaat en blijven ze thuis als honderd moslims hun duivels ontketenen? Waarom gedragen ze zich zo irrationeel? Waarom gebruiken ze hun verstand niet? Het antwoord op al die vragen is volgens mij hetzelfde als het antwoord op de vraag waarom de grote aula van de Leuvense universiteit destijds als één man opstond om te applaudisseren voor het brutale optreden van een paar linkse studenten. Dat antwoord vind ik door in mijn eigen ziel te kijken. Hoewel ik een diepe weerzin voelde voor het gedrag van die linkse barbaren, voelde ik ook nog iets anders: opwinding omdat er eindelijk eens iets gebeurde, vreugde omdat de verveling doorbroken werd. 

Mijn oude tekenleraar was 10 jaar toen de tweede wereldoorlog uitbrak en zijn eerste reactie was: joepie, geen school! Ik maak me sterk dat het applaus in de Leuvense aula, meer dan 40 jaar geleden, in wezen dezelfde kinderlijke reactie was. Men juichte de linkse revolutionairen niet toe omdat men het eens was met hun Marxistische idealen, maar omdat ze de les onderbraken, omdat ze opriepen niet meer naar school te gaan. Wat wisten al die piepjonge studenten van Marx en Lenin en het hele communisme? Ze kwamen recht uit de middelbare school en daar werd toen nog niet gesproken over die linkse helden. De gruwelen van het communisme waren nog niet doorgedrongen tot het algemene bewustzijn, laat staan tot het onderwijs. Al die juichende jongens en meisjes hadden geen flauw idee wat communisme was, net zomin als mijn tekenleraar als kind wist wat oorlog was. Maar ze wisten allebei heel goed wat onderwijs betekende. Het stond voor eindeloze verveling en saaiheid.

Toen ik naar de universiteit ging, haatte ik mijn oude school uit de grond van mijn hart. Ze had me vernederd, ze had me gedwongen dingen te doen die ik niet wilde doen, en daardoor had ik een afkeer van mezelf gekregen. In Leuven ging dat verhaal gewoon verder. Ik moest er voortdurend vechten tegen de weerzin die de dode leerstof, de saaie professoren, de vervelende lessen, de kwellende examens in me wekten. Tegelijk moest ik ook vechten tegen de weerzin die mijn eigen onderworpenheid wekte, want ik bezat niet de moed of de kracht om me aan die vernedering te onttrekken. Hoe groter mijn minachting werd voor de intellectuele fabriek die de universiteit was, des te groter werd ook mijn minachting voor mezelf. Maar de kelk was nog niet leeggedronken. Na het behalen van mijn diploma ging ik in Brussel op het ministerie werken. Daar steeg de ellende ten top. Zeven jaar hield ik het vol, tot de weerzin me aan de lippen kwam. Pas toen vond ik de moed – der wanhoop – om me te verzetten.

Het was natuurlijk niet allemaal kommer en kwel aan de universiteit. Ik hield er ook goede herinneringen aan over. Voor het eerst op eigen benen staan bijvoorbeeld, niet langer gecontroleerd worden, proeven van de vrijheid, doen wat ik wilde, ja daar lustte ik wel pap van. Ook het samenleven met andere studenten was een openbaring. Zo heb ik trouwens mijn vrouw leren kennen en via haar de antroposofie. Dat is niet niks. Maar toch werd ik telkens weer misselijk als ik later Leuven nog eens bezocht. Hoe mooi ik de stad ook vond en hoe groot de opluchting ook was dat ik er niet langer hoefde te studeren, Leuven wekte braakneigingen in me op. Al die jaren had ik mijn weerzin met zoveel kracht moeten onderdrukken dat ze als het ware samengeperst zat in mijn ziel (of was het mijn lichaam?) en het volstond de plaats delict weer te zien om de samengeperste weerzin los te maken in golven die me overspoelden zonder dat ik er iets kon aan doen. 

Ik was dan misschien niet de meest representatieve student, maar zou het verschil tussen mezelf en de anderen werkelijk zo groot zijn geweest dat alleen ik die onderdrukte weerzin ontwikkelde? Het applaus in de Leuvense aula (en elders) leek dat alleszins tegen te spreken. Ligt het niet voor de hand dat het moderne, intellectualistische onderwijs bij iedereen een stijgende weerzin opwekt die jarenlang moet onderdrukt worden? Is die weerzin niet des te groter naarmate men langer studeert en treft men hem bijgevolg niet vooral aan onder intellectuelen, die zowat een derde van hun leven op de schoolbanken doorbrengen? En bieden linkse ideeën geen gedroomd alibi om die weerzin te ventileren? Tenslotte is ieder mens een geestelijk wezen dat kreunt onder het gewicht van het ahrimaanse intellectualisme en verheugd opspringt wanneer het enige spiritualiteit bespeurt. De linkse ideeën mogen dan utopisch en luciferisch zijn, het blijven spirituele ideeën, grote mensheidsidealen. Alle Menschen werden Brüder: wie zou daartegen kunnen zijn! 

Het probleem met het linkse idealisme is niet alleen zijn luciferische wereldvreemdheid maar ook, en vooral, zijn verbinding met de onderdrukte ahrimaanse weerzin in de menselijke ziel. Dat idealisme werkt als een lucifer (sic) die aan een vat vol buskruit wordt gestoken. Het resultaat is een explosie van woede, verontwaardiging, beschuldigingen, haat en geweld. Opvallend is dat de ‘exploderenden’ zich totaal niet bewust zijn van dat linkse geweld. De idealistische roes maakt hen blind voor hun eigen woede en haat: ze wanen zich vervuld van louter liefde en verdraagzaamheid. De revolutionaire studenten die ik destijds in Leuven aan het werk zag, hadden de grootste moeite om hun weerzin te verbergen: ze stond als het ware op hun gezicht geschreven. Maar ze verklaarden wel voortdurend hun liefde aan de onderdrukte arbeidersklasse. Hoe luciferisch die schijnliefde was, blijkt vandaag: niemand is zo van weerzin voor die arbeidersklasse vervuld als juist de linkse intellectueel. 

Die linkse intellectueel (het is bijna een pleonasme want links is intellectueel en de intellectueel is links) heeft twee gezichten – een liefdevol en een haatdragend – die hij voortdurend verwisselt, al naargelang van de omstandigheden. Het kwaad schuilt in het feit dat hij zich van die innerlijke gespletenheid niet bewust is. De afwisseling van Lucifer en Ahriman is niet zijn werk, ze is het werk van een geest die in zijn ziel voortdurend het vuur aan de lont steekt en een kettingreactie van explosies veroorzaakt, explosies van weerzin en walging, van woede en haat. Toen Rudolf Steiner voorspelde dat het intellect kwaadaardig zou worden, had hij het over deze geest, een geest waar de moderne mens zich totaal niet van bewust is. Het was deze geest die mij de schrik rond het hart deed slaan toen ik die mensenmassa door de straten van Boston zag schuiven, overwegend jonge mensen die achter het linkse gepijp van de hedendaagse rattenvanger van Hamelen aanliepen, en zich niet bewust waren van de weerzin die hen dreef.  

Kunst en terreur (2)

 
 
Verleden woensdag is in het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen een ‘kunstwerk’ ontploft. Het bestond uit zakken varkensvet, die als gevolg van de warmte zijn beginnen gisten en vervolgens explodeerden. Het resultaat was weerzinwekkend, dat kan men zich voorstellen, maar een uur later was alles alweer opgeruimd en de vensters werden opengezet want the show must go on. Het ongeval was geen nieuwigheid in de wereld van de kunst. Vijftig jaar geleden liet de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni zijn uitwerpselen inblikken en stelde ze tentoon als Merda d’Artista. Het is toen ook wel eens gebeurd dat zo’n blikje artistieke stront begon te gisten en explodeerde. Manzoni zal daar ongetwijfeld hebben moeten om lachen, net zoals zijn Antwerpse collega’s. Hahaha, hun kunst kwam tot leven! En ze kwam tegelijk ook in de krant! Wat wil een kunstenaar nog meer! 

De explosie van stinkend vet in het M HKA (vroeger stond er nog een U tussen, maar die is intussen weggevallen) is niet meer dan een fait divers. Niemand kijkt er nog van op. Er kan in de wereld van de kunst niks meer gebeuren dat ons nog verbaast of verbijstert. We hebben het allemaal al gezien, het krankzinnigste, het onwaarschijnlijkste, het weerzinwekkendste. We zijn eraan gewend. Kunstenaars zijn nu eenmaal gek en de kunstwereld is een krankzinnigeninstituut. Kwam Jan Hoet niet uit Geel? Sloeg hij niet de grootste onzin uit (vermengd met flarden inzicht)? Droegen we hem niet op handen als een halve heilige? En Wim Delvoye: maakte van het museum een varkensstal, produceerde stront met een machine. De Standaard wijdde er ooit een hele weekendbijlage aan onder de titel: kunst die blijft plakken! U houdt toch ook van stront?

Krankzinnigheid is normaal geworden in onze moderne samenleving. Meer zelfs: ze wordt bewonderd, als was ze een teken van inspiratie, van geest, van heiligheid. En wee degene die daar bezwaar zou durven tegen maken! Hij wordt weggezet als een … krankzinnige, een barbaar, een kwade geest, een mens van slechte wil. Niemand durft dan ook nog één opmerking te maken over de krankzinnigheid die hedendaagse kunst heet. Werd er geprotesteerd tegen het exploderende varkensvet in het M HKA? Werden kunstenaar en conservator ter verantwoording geroepen voor de verspilling van belastingsgeld? Ontstond er een storm van verontwaardiging op Twitter en Facebook? Werd er ook maar één kritische zin gewijd aan het voorval? Niets van dat alles. Het was een fait divers. Men moest erom lachen. Kunst die ontploft: hahahahahaha! Lol.

Het merkwaardige is nu dat het lachen ons opeens vergaat als kunstenaars één stapje verder zetten, als ze zichzelf als een kunstwerk presenteren en ten gevolge van de stijgende hitte … exploderen. Want dat is toch wat ‘fundamentalistische’ moslims doen? Ze bereiden zich zorgvuldig voor, ze zuiveren zichzelf, ze bidden om inspiratie, en vervolgens blazen ze zichzelf op, veroorzaken een stinkende smeerboel die anderen moeten opruimen en … ze worden daarvoor op handen gedragen, als heiligen vereerd. Jeder Mensch ein Kunstler, het is voor moslims het hoogste ideaal. Als ze het realiseren, krijgen ze de status van martelaar en verwerven het eeuwige leven – net Van Gogh bij ons, ook zo’n krankzinnige die heilig verklaard is. Ho maar, ho maar! Nu ga ik toch wel heel ver uit de bocht! Een groot kunstenaar als Van Gogh vergelijken met een moslimterrorist? Ben ik dan helemaal gek geworden? 

Hoezo gek? Ik doe niets anders dan de zonnebloemen van Van Gogh vergelijken met een blikje stront en dat blikje stront met een exploderende moslim. Ik stel gewoon vast dat er in onze cultuur geen enkel verschil gemaakt wordt tussen die zonnebloemen en die stront: het is allebei grote kunst, boven alle kritiek verheven. In de islamwereld wordt een exploderende moslim precies zo bewonderd en vereerd als wij hedendaagse kunst bewonderen en vereren. Waarom zou ik ze dan niet alledrie op dezelfde lijn mogen zetten? Is de moslimcultuur dan misschien minder waard dan de onze? Is ze in onze ogen misschien een vorm van krankzinnigheid? Wie zou zóiets durven beweren! We betonen juist het grootst mogelijke  respect voor andere culturen, de moslimcultuur op kop. Dus waar zit het probleem? Waarom zou een aanslag minder kunst zijn dan een exploderend blikje stront of varkensvet?

Zei de beroemde kunstenaar André Breton honderd jaar geleden niet reeds dat een terroristische aanslag plegen de eenvoudigste vorm van surrealistische kunst was? Welaan dan. We zijn toch allemaal zo trots op onze moderne kunst, of niet? We beschouwen ze als een overwinning op die oude, bekrompen klassieke kunst. We vereren ze zoals we vroeger God vereerden: zonder één woord van kritiek, zonder één vraag te stellen. Wie onze verering niet deelt, beschouwen we als ketters, cultuurbarbaren, verachtelijke wezens. We stoten hen uit onze gemeenschap, we broodroven hen, we weigeren met hen om te gaan, we voelen ons ver boven hen verheven. Dus waarom zou ik de vergelijking met moslims niet mogen maken? Ze doen precies hetzelfde als wij. Ze gaan alleen een stapje verder. Wat wij in de kunstwereld doen, doen zij daarbuiten.

Moslimterroristen doen niets anders dan ónze hedendaagse cultuur consequent doortrekken. Als Daniël Termont midden in het historische centrum van Gent een hedendaagse stadshal neerpoot, is dat niets anders dan een aanslag. De grens tussen een explosie in een museum en een explosie daarbuiten wordt daarmee reeds overschreden. Dat gebeurt ook met al die hedendaagse kunstwerken op ronde punten, op pleinen, langs de weg, op het strand of in het veld. Overal dringt de hedendaagse kunst de publieke ruimte binnen, ze verlaat de kunstwereld en verovert te werkelijkheid. Het moslimterrorisme is niets anders dan het logische en consequente doortrekken van een evolutie die al 100 jaar geleden begonnen is in het hart van Europa. De clash of civilisations is in werkelijkheid de confrontatie van onze eigen hedendaagse cultuur met haar spiegelbeeld. 

Wat momenteel explodeert in onze steden, wat overal een bloederige smeerboel veroorzaakt, wat ons met angst en ontzetting slaat: het is onze eigen hedendaagse cultuur die al 100 jaar aan het gisten is en nu overal explodeert. Art is everywhere. We staan voor de keuze: kijken we in die spiegel of sluiten we er onze ogen voor? Kiezen we voor dat laatste – en dat doen we wanneer we niets doen – dan zullen de explosies elkaar steeds sneller opvolgen en zullen we eraan gewend raken zoals we ook aan de hedendaagse kunst gewend zijn geraakt. Een explosie? Hahaha, wat een grap! We ruimen de rotzooi op en we doen gewoon voort, alsof er niks aan de hand is. De andere mogelijkheid is dat we het moslimterrorisme zien als een spiegel van onze eigen moderne cultuur en beseffen dat het niet zal ophouden zolang we zelf niet ophouden met onze bewondering voor exploderend varkensvet of mensenstront. 

Man met haar

  

Hoe untouchable de islam ook in Amerika is, blijkt uit de reacties van vooraanstaande republikeinen op de uitspraken die Donald Trump deed naar aanleiding van de aanslag in Orlando. Wat voor verschrikkelijks had hij dan wel gezegd? Dat hij dit voorspeld had, dat hij als president een immigratiestop voor moslims zou afkondigen en dat de schuld van de schietpartij lag bij de radicale islam. O ja, en hij zou ook gesuggereerd hebben dat Obama begrip zou hebben voor de moordpartij. Een mens vraagt zich af wat daar zo verschrikkelijk aan is. Voorspellen dat dit zou gebeuren, kon iedereen. Dat de schuld ligt bij de radicale islam, begrijpt ook iedereen. En dat Obama zich in alle bochten wringt om de islam uit de wind te zetten, ziet ook iedereen. Blijft dus alleen nog die immigratiestop over. Is dát een reden om – zoals Obama deed – Trump voor te stellen als een bedreiging voor de veiligheid van Amerika? Wat zou de grootste bedreiging voor Amerika vormen: geen moslims meer toelaten in Amerika of het Midden-Oosten blijven bombarderen, zoals Obama nu al jaren doet? 

Ik ken Donald Trump niet (ik ken alleen zijn revolutionaire kapsel), ik weet ook niet wat hij zegt, ik weet alleen dat de verzamelde politieke correctheid zijn bloed wel kan drinken. En ik weet ook dat wat de kopstukken van zijn eigen partij hem vandaag verwijten ronduit pervers is. Het is zonneklaar dat de gevoelens van moslims ontzien, niet werkt. Hoe meer ze krijgen, hoe ontevredener ze worden (en als dit niets met de islam te maken heeft, vraag je je af waarmee dan wel). Aanslagen zoals in Orlando zullen steeds talrijker worden, zowel in Amerika als in Europa. Vroeg of laat zal er iets moeten gebeuren, tenminste als het Westen niet helemaal op de knieën wil gaan liggen voor de moslims (en dus zelf moslim worden) of als het niet wil afstevenen op een burgeroorlog (want hoelang zal het nog duren voor mensen het recht in eigen handen gaan nemen?). Maar als Donald Trump een immigratiestop voor moslims voorstelt (wat slechts een eerste stap kan zijn) staat iedereen op zijn achterste poten. Tenminste, dat willen de kranten ons doen geloven, en dat wil president Obama ons doen geloven.

Volgens hem wil Trump terug naar de tijd toen er nog geen vrijheid van religie was en er nog vrijelijk gediscrimineerd kon worden. ‘Gaan we nu alle moslims in de VS anders behandelen? Gaan we ze discrimineren op basis van hun geloof? Dat is niet het Amerika wat wij willen. Dit strookt niet met onze democratische idealen’, roept hij pathetisch uit. Een mens vraagt zich af wat die ‘democratische idealen’ dan wel inhouden. Jezelf laten vermoorden uit angst de moordenaars te discrimineren? Moslims carte blanche geven in naam van de vrijheid van godsdienst? Vergeten dat moslimterroristen niets anders doen dan wat hun godsdienst hen voorschrijft? De terroristen misbruiken de islam, beweerde Obama onlangs in een felgesmaakte speech. Maar zelf misbruikt hij de democratie. Hij vult haar naar eigen believen in, veel meer dan de terroristen doen met de islam. Als Obama-democratie betekent dat je je niet mag verdedigen en dat je een agressieve godsdienst als de islam geen duimbreed in de weg mag leggen, geef mij dan maar de democratie van Donald Trump. Die heeft tenminste haar op haar tanden. 

Gay Orlando

  
Wat zeg je wanneer een moslim een terroristische aanslag pleegt? Juist, ‘het heeft niets met de islam te maken.’ Als je nóg correcter wil zijn, zeg je: ‘het is onze eigen schuld.’ Dat zijn natuurlijk allemaal loze praatjes want iedereen weet dat Allahu Akbar wel degelijk iets met de islam te maken heeft en niemand meent het wanneer hij de schuld voor die aanslagen op zich neemt. Maar wanneer je die politiek correcte slogans lang genoeg naäapt, ga je ze zelf geloven. En wat erger is: je weet niet meer wat je echt gelooft. Je houdt op met denken, je laat anderen dat in je plaats doen. Dat wordt pijnlijk duidelijk wanneer je in de kranten de reacties van homo’s – correcter: LGBT-ers – leest. 

Zo verklaart Tim Devriese in De Morgen het volgende: ‘Agressie tegen holebi’s vindt dagelijks plaats. Ik word dagelijks met homofobie geconfronteerd, het gebeurt continu. Het zit overal, al horen Vlamingen dat misschien niet graag. Maar wat me gelukkig stemt, is dat holebi’s ook bij ons steeds luider beginnen te reageren. Vroeger ging ik er niet in op, om de lieve vrede te bewaren. Maar nu begin ik dat beu te worden. Ik begin mensen erop te wijzen. Ik ga de confrontatie aan. Ik laat me niet meer doen, ik ben dat beu. Ik heb me te vaak laten doen. Dat moet de Vlaamse homobeweging volgens mij ook doen, wat meer tanden tonen.’ 

Over moslims of over de islam rept hij met geen woord, net zoals zijn mede-LGBT-ers. Hoe vaak holebi’s ook aangevallen en gemolesteerd worden door moslims, ze krijgen het woord niet over de lippen. Zelfs nu er vijftig in één keer werden doodgeschoten, blijft de omerta van kracht. De schrik zit er blijkbaar diep in, en dat valt wel te begrijpen. Maar juist daarom klinkt de ‘strijdbare’ taal van Tim Devriese zo ergerlijk. Hij verklaart dat hij er genoeg van heeft, dat hij lang genoeg zijn mond gehouden heeft, dat hij nu de confrontatie aangaat. Met wie? Met de moslims? Natuurlijk niet. Hij gaat de confrontatie aan met de Vlamingen. Die gaat hij eens flink op hun foute gedrag wijzen. 

En waarin bestaat dat foute Vlaamse gedrag dan wel? Worden holebi’s voortdurend aangevallen, uitgescholden en in elkaar geslagen door autochtone Vlamingen? Ik geloof er niks van. Een andere holebi, Lien De Ruyck, geeft uitsluitsel: ‘Laat er geen twijfel over bestaan: ook in Vlaanderen is er nog werk aan de winkel. Er heerst nog altijd een zekere voorzichtigheid en vervreemding.’ Elders in het artikel wordt gesproken over ‘de vrije expressie van holebi’s’. Dat is dus waar het schoentje wringt: holebi’s kunnen zich in ons land niet vrij genoeg uitdrukken. Als ze dat doen, worden er nog altijd vreemde blikken op hen geworpen. Misschien wordt er zelfs geclaxonneerd of worden ze nagefloten.

En dát stellen holebi’s op gelijke lijn met het gedrag van moslims. Je zou voor minder gebelgd worden. Zo’n gedrag doet onwillekeurig denken aan … moslims die luid schreeuwen dat ze gedicrimineerd worden omdat ze hun normen en gewoonten niet aan anderen mogen opdringen. Ook hún vrije expressie wordt aan banden gelegd, en dat pikken ze niet. Als je zo’n standpunt huldigt, kom je natuurlijk gegarandeerd in botsing met andere ‘vrije expressies’. Daarom moet iedereen zich een beetje inhouden en wordt de ‘vrije expressie’ van de mens onderworpen aan regels en wetten, behalve op geestelijk vlak. Op het gebied van de gedachten bijvoorbeeld heerst er wél vrijheid van expressie.

Je kunt het niet allebei hebben: vrijheid van expressie op geestelijk én op fysiek vlak. Het is één van de twee. De holebi’s – of althans een (luidruchtig) deel ervan – kiezen duidelijk voor de lichamelijke vrijheid van expressie. Ze eisen het recht op om duidelijk als holebi’s door het leven te kunnen gaan, om in het publiek te kussen en jaarlijks Gay Parades te houden. Op zich is daar niks mis mee, maar het gaat wel gepaard met de eis om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. Hetero’s mogen niet meer zeggen wat ze vinden van homosexualiteit. Iedere vorm van kritiek wordt gebrandmerkt als achterlijkheid en barbarij. 

Dat zet natuurlijk kwaad bloed. Holebi’s mogen hetero’s bekritiseren zoveel ze willen, maar omgekeerd: oh la la! Ja maar, zullen de holebi’s zeggen: wij zijn een minderheid, wij moeten beschermd worden, wij moeten positief gediscrimineerd worden! Datzelfde zeggen de moslims natuurlijk ook: als minderheid moeten wij meer rechten krijgen dan de meerderheid! Het onvermijdelijke resultaat is dat die twee ‘privileges’ botsen: het recht op vrije expressie van de holebi’s en het recht op vrije expressie van de moslims. Wat de schutter in Orlando heeft gedaan, is niets anders dan gebruik gemaakt van zijn recht op de vrije expressie van zijn godsdienst.

De LGBT-ers worden dus in toenemende mate slachtoffer van hun eigen eisen. Als zij zich vrij willen kunnen uitdrukken, waarom zouden moslims dat dan niet mogen? Het tragische van de hele zaak is dat de holebi’s met hun politiek-correcte gedrag niet alleen de moslims maar ook de gewone Vlamingen tegen zich in het harnas jagen, want die pikken het niet dat ze de mond gesnoerd – en dus gediscrimineerd – worden. De holebi’s konden in Vlaanderen op veel goodwill rekenen, meer dan in andere landen, maar ze zijn die goodwill weer aan het verspelen. Ik geloof het graag dat er onder Vlamingen weer meer ‘homofobie’ is, maar dat hebben de homo’s vooral aan zichzelf te danken.

Het is een voorbeeld van het zelfvernietigende karakter van de politieke correctheid. Een ander voorbeeld is het feminisme dat via de hoofddoek opkomt voor het recht op vrije expressie van de moslima. Dat dit recht op vrije expressie in de islam neerkomt op het recht om vrouwen te onderdrukken, lijken de feministen niet te willen of kunnen zien. Wat hen (net als de holebi’s) drijft, is dan ook niet het streven naar gelijkheid, maar machtswellust. Het is die drift die hen blind maakt voor het feit dat ze zichzelf aan het vernietigen zijn. In die zin was de aanslag in Orlando niets anders dan een spiegel die de holebi’s werd voorgehouden. Veelzeggend genoeg was de dader zelf homo …

The elephant strikes again

  

Orlando

  
Al een geluk dat het niks met de islam te maken heeft! 

Feeding the enemy

  

De Franse president roept  vandaag op tot ‘meedogenloze’ actie tegen islamofobie, want gisteren is er in Marseille een moslima aangevallen. Ik heb het al meer gezegd: om achter de ware bedoelingen van politici te komen, moet je gewoon naar hun woorden luisteren. We zijn echter zodanig misvormd door het postmodernisme (de ‘hedendaagse’ kunst) dat we meestal het omgekeerde doen: we vragen ons af wat de bedoeling is, we kijken niet naar wat mensen werkelijk doen, we luisteren niet naar wat ze werkelijk zeggen. Wat Hollande in dit geval letterlijk zegt, is dat hij meedogenloos zal optreden tegen mensen die bang zijn voor de islam en die dus een verband leggen tussen islam en terrorisme. Voor iedereen die een beetje kan nadenken is dat verband nochtans een feit. Het ontkennen ervan werkt het terrorisme juist in de hand. Denk maar aan Molenbeek. Hollande verklaart dus de oorlog aan het moslimterrorisme én aan degenen die daar iets willen aan doen. Hij doet dus precies wat de terroristen willen, want zij willen oorlog. Zij willen dat iedereen tegen hen begint te vechten, want dat zal steeds meer moslims tot de jihad aanzetten. We mogen immers niet vergeten dat tal van moslimorganisaties de terreuraanslagen wel veroordelen, maar dat geen enkele korangeleerde de jihadi’s tot ketters verklaart of een fatwa over hen uitspreekt. De jihadi’s zijn dan ook nog altijd welkom in elke moskee en niemand spreekt hen aan op hun gewelddaden. Hoe zouden moslims dat ook kunnen! De ‘fanatiekelingen’ doen precies wat er in de koran staat en wat hen door de profeet is voorgedaan. Wie hen tegenspreekt, spreekt ook de koran en de profeet tegen en dat is iets wat geen enkele moslim zal doen. Naar buiten toe keuren ze de gewelddaden misschien wel af, maar in hun hart en onder elkaar doen ze dat niet. En dat maakt iedere moslim tot een potentiële jihadi. Niemand mag daar echter op wijzen of tegen optreden, want dan krijgt hij een meedogenloze Hollande achter zich aan. De Franse president roept dus eigenlijk op tot de totale oorlog, de oorlog van allen tegen allen. Dat is wat we uit zijn woorden kunnen opmaken, hoewel het natuurlijk niet is wat we horen, want het is ondenkbaar dat zoiets zijn bedoeling zou zijn. Dat is echter zeer postmodern en zeer naïef geredeneerd. Toen in de eerste wereldoorlog de Duitse troepen zo weinig eten kregen dat ze niet langer konden vechten, greep Engeland in. Via België (l’histoire se répète) brachten ze een massale voedselbedeling op gang zodat de Duitsers verder konden vechten en de oorlog door kon gaan. Want er werd gigantisch veel geld verdiend aan die slachtpartij en ze mocht vooral niet ophouden. Die voedselbedeling staat sindsdien bekend als Feeding the enemy, en dat is precies wat Hollande vandaag doet. 

Un bataclan parisien (een Parijs zootje)

  
  
De Morgen brengt een bericht over Isobel Bowdery die de terroristische aanslag in Le Bataclan overleefde. Liefst vier keer wordt er vermeld dat ze geholpen werd door ‘vreemdelingen’, door compleet ‘vreemden’. Misschien zoek ik spijkers op laag water, maar het komt me voor dat de media – net als bij de aanslag op Charlie Hebdo – alweer begonnen zijn met hun pro-moslimpropaganda. Waarom anders die opvallende nadruk op het feit dat Isobel Bowdery geholpen werd door ‘vreemdelingen’? Zelf heeft ze het in haar Facebook-verslag (slechts) twee keer over strangers, en daar bedoelt ze duidelijk onbekenden mee en zeker geen vluchtelingen, allochtonen of moslims zoals het woordje ‘vreemdelingen’ suggereert. Hoe afschuwelijk haar verhaal ook is – ze heeft het over poelen van bloed – de ideologische overtuiging van de journalisten wordt geen moment geschokt. Reeds in het verslag van de gebeurtenissen verwerken ze de subtiele boodschap dat ‘vreemdelingen’ – en daarbij denkt iedereen toch in de eerste plaats aan moslims – zich uitermate behulpzaam, liefdevol, ja zelfs heroïsch gedroegen. En is dat niet precies dezelfde boodschap die ook IS uitdraagt, zij het dan iets minder subtiel: moslimterroristen zijn helden en martelaars, ze offeren hun leven uit liefde voor hun medemensen?  

De grens tussen daders en slachtoffers, tussen moordenaars en onschuldigen, tussen goed en kwaad is helemaal vervaagd. Er wordt nauwelijks nog verschil gemaakt tussen beide. Dat kwam tijdens de aanslag op een merkwaardige manier tot uitdrukking. Toen de eerste schoten vielen, dacht iedereen dat het bij de act van de optredende band Eagles of Death Metal hoorde. Men hoorde in eerste instantie dus geen verschil tussen de muziek en het geluid van de machinegeweren. Een mens vraagt zich af welk soort muziek dat dan wel mocht zijn. Wel, dat kon men horen op een video-filmpje dat iemand in de zaal gemaakt had op het moment dat de terroristen het vuur openden en de hel losbarstte. De Eagles of Death Metal hadden allang vóór de aanslag de hel doen losbarsten met hun flikkerende lichten en keiharde lawaai. Het was een beetje zoals ik mij oorlog voorstel, maar dan met electrische gitaren in plaats van kalasjnikovs. Volgens Isobel was het echter gewoon een avondje uit: allemaal onschuldige jonge mensen die zich wilden amuseren. Ze deden dat door zich bloot te stellen aan oorverscheurend lawaai en oogverblindende lichtflitsen, dat wil zeggen aan een kunstmatig oorlogstafereel, dat even later naadloos overging in een echt oorlogstafereel. 

It didn’t feel real, schrijft Isobel Bowdery op Facebook. Wel, ik denk dat het ook voor de jonge moslimterroristen niet real voelde. Ik vermoed dat ze nauwelijks beseften dat ze in koelen bloede mensen aan het vermoorden waren. Net als hun slachtoffers speelden ze … oorlogje. Wat voor de anderen een hel was, was voor hen kunst, en omgekeerd. Allebei bevonden ze zich op de grens tussen fictie en werkelijkheid. Konden de slachtoffers zich voorstellen dat wat voor hen kunst is (een muziekoptreden) voor anderen ‘de hel’ is? Ik betwijfel het. Ze zijn opgegroeid met het infernale lawaai van bands als Eagles of Death Metal. Of met kunstwerken zoals pispotten, kakmachines en andere rotzooi. Zij weten niet beter of het is kunst, ze beléven het zelfs zo. Wat voor andere mensen (zoals ik bijvoorbeeld) een nachtmerrie is, is voor hen een genot. En ze zijn verbijsterd als mensen een geheel andere opvatting of beleving hebben van kunst. Ze kunnen totaal niet begrijpen dat jonge moslims het vermoorden van mensen als een kunst beschouwen, als een ‘onschuldig amusement’ waaraan ze veel genot beleven.
 
Ik kan dat wél begrijpen. Ik ging als jongen altijd kijken naar de basketwedstrijden van Racing Mechelen, destijds een klinkende naam in de sportwereld. Die wedstrijden brachten in mij – en ongetwijfeld niet in mij alleen – een echte catharsis teweeg. De Mechelse sporthal veranderde telkens in een kolkende massa van uitzinnige mensen die een hels kabaal maakten. M’n vader heeft me ooit eens vergezeld op zo’n wedstrijd. Nadien zei hij: nooit meer! Maar ik vond het geweldig: na zo’n namiddag ‘in de hel’ liep ik als op wolken naar huis, al m’n demonen waren uitgedreven. Ik kan me dus wel voorstellen dat jonge mensen na een avondje in de hel de Bataclan heerlijk ontspannen naar huis terugkeren. Maar ik kan me ook voorstellen dat jonge moslims die in dezelfde Bataclan een andere hel doen losbarsten, na afloop ook bevrijd zijn van hun demonen en een hemelse rust voelen. Ze doen precies hetzelfde maar zetten één stapje verder: ze gaan over de grens, de grens tussen fictie en werkelijkheid. 

Isobel Bowdery beschrijft hoe de terroristen als gieren rond hen cirkelden, zorgvuldig mikten op hun prooi en vervolgens hun ‘dodelijke metaal’ afvuurden. Nadien bliezen ze zichzelf op of werden ze neergeschoten door de politie en beleefden ze de bevrijding en de hemelse rust die ieder mens beleeft wanneer hij sterft. Zoals ik al zei: ze gingen alleen maar een stapje verder dan de kunstliefhebbers in Le Bataclan. De moderne westerse kunst heeft een onmiskenbaar gewelddadig karakter, net zoals het moslimterrorisme een onmiskenbaar kunstzinnig karakter heeft. De martelingen, moorden en onthoofdingen van IS hebben het karakter van een performance. Ze oogsten in (bepaalde) islamitische kringen evenveel waardering als de performances van Jan Fabre en co in (bepaalde) westerse kringen. Ja, de grens tussen fictie en werkelijkheid, tussen hedendaagse kunst en hedendaags terrorisme is heel, heel smal geworden. 9/11 bijvoorbeeld werd door sommige westerse kunstenaars toegejuicht als ‘het grootste kunstwerk van de 21ste eeuw’, een overtuiging die ze ongetwijfeld deelden met heel wat moslims.

Zou het werkelijk toeval zijn dat de aanslagen in Parijs telkens artistieke doelwitten hadden? Begin dit jaar was er Charlie Hebdo, een groep schrijvers en tekenaars. Afgelopen vrijdag (de 13de) was het dezelfde buurt die getroffen werd: een hippe, artistieke buurt. Wat zal het volgende doelwit zijn, het Louvre? IS maakt van het terrorisme een kunst en dus zullen ze hoogstwaarschijnlijk een derde keer toeslaan. Een nog grootschaliger aanslag in volle kersttijd zou hun (anti-)kunstwerk compleet maken. Het zou een verpletterend effect hebben op Europa. Heel wat Europeanen verklaren nu stoer dat ze niet zullen wijken, dat ze niet zullen ophouden met uitgaan. Maar wat zal er van hun ‘moed’ overblijven als er over anderhalve maand opnieuw aanslagen volgen? En Hoe zullen ze reageren als er dit keer niet alleen mensen maar ook kunstwerken sneuvelen? De moslims kennen de achillespezen van het Westen maar al te goed. En dus lijkt het bijna onvermijdelijk dat ze ook kunstwerken zullen gaan vernietigen, want wat is er weerlozer en kostbaarder dan een kunstwerk? Je kunt het Westen niet dieper treffen dan in zijn kunst, want kunst is de echte religie van de Westerse wereld. Beroof de Westerlingen van hun kunst en ze worden gek. Ze beseffen het alleen nog niet. 

Dat is dan ook de keerzijde van de aanslagen. Ze zullen vroeg of laat onze ogen openen voor de cruciale rol die de kunst speelt in onze tijd. Het is tragisch dat we daarvoor moslimterroristen nodig hebben, maar blijkbaar gaat het niet anders. Uit vrije wil lukt het niet om dat bewustzijn van de kunst of dat kunstzinnige bewustzijn te ontwikkelen. En dus zullen we ertoe moeten gedwongen worden. Als ik denk aan de Eagles of Metal Death met hun onderwereldmuziek, en de moslimgieren met hun dodelijke metalen kogels, dan is het alsof twee tegengestelde maar nauw verwante werelden elkaar raken: een artistiek-luciferische drakenwereld een materieel-ahrimanische drakenwereld. De optredens in Le Bataclan zijn een stuk onschuldiger dan de optredens van de terroristen, maar beweren goed en kwaad afgelopen vrijdag tegenover elkaar stonden zou de waarheid zwaar geweld aandoen. Tegen de ahrimanische moslimwereld kunnen we weinig aanvangen (zonder onszelf te vernietigen), maar wat we wél kunnen, en wat naar mijn onbescheiden mening onze grootste opgave wordt, is bewust worden van het kwaadaardige luciferische schijn-karakter van onze hedendaagse Europese beschaving en doordringen tot de christelijke kern ervan. Dat kunnen we niet zonder Ahriman. De vraag is alleen of de intellectuele Ahriman zal volstaan, dan wel of we de kalasjnikov-Ahriman nodig zullen hebben om de waarheid omtrent onszelf onder ogen te zien. 

Wrang

  

‘De grootste daad van verzet die we tegen dit soort geweld kunnen stellen, is trots en gloedvol verdergaan met wat terreurfundamentalisten frustreert en beangstigt: leven, denken en spreken in vrijheid.’ Aldus Bart Eeckhaut in De Morgen. Zonder het zelf te beseffen slaat hij de spijker op de kop. Het grote probleem is namelijk dat degenen die dit soort waarheden ‘trots en gloedvol’ (lees: luciferisch) met woorden uitdragen, de eersten zijn om ze kil en agressief (lees: arimanisch) met daden tegen te spreken. Sinds jaar en dag doen journalisten als Bart Eeckhaut er alles aan om ‘het leven, denken en spreken in vrijheid’ aan banden te leggen. Ze verschillen dus niet wezenlijk van de moslims die vandaag overal terreur zaaien terwijl ze met woorden ‘de godsdienst van de vrede’ belijden. Deze intellectuele moslims zijn de grootste bondgenoten van de kalasjnikov-moslims. Dat maakt de hooggestemde commentaren die ze nu overal in de media rondstrooien zo wrang. 

De moslim in onszelf

In een vorig bericht heb ik een parallel getrokken tussen het moslimterrorisme en de Hedendaagse kunst.
Veel mensen zullen dat waarschijnlijk de meest van de pot gerukte vergelijking van het jaar vinden, een absurd idee dat alleen maar afkomstig kan zijn uit het brein van een overjaarse hasjkikker.
Maar met dat soort emo-taal schieten we niet veel op.
In verwarde tijden als de onze komt het er juist op aan het hoofd koel te houden.
En dat blijkt bijzonder moeilijk te zijn.
Ten aanzien van het moslimterrorisme lukt het ons alvast niet en dat is ook begrijpelijk: onze fysieke veiligheid is in het gedrang.
Ten aanzien van de kunst, die helemaal geen fysieke bedreiging vormt, lukt het ons veel beter.

Althans, zo lijkt het.

Er wordt vandaag inderdaad zeer rationeel nagedacht over kunst.
Met name het discours over Hedendaagse kunst lijkt een schoolvoorbeeld te zijn van hoe we een vreemde en agressieve cultuur kunnen benaderen en integreren.
Want dat is toch wat Hedendaagse kunst is: een vreemde en agressieve cultuur?
Wie echter de moeite neemt om al die nuchtere uiteenzettingen eens grondig na te lezen en door te denken, komt tot de conclusie dat de kern ervan allesbehalve nuchter is.
Hij is juist volkomen irrationeel en emotioneel.
Het intellectualistische jargon waarin onze beschouwingen over kunst verpakt zijn, is niets anders dan een afleidingsmanoeuvre.
Onder hun wetenschappelijke uiterlijk verbergt zich een kern die in wezen religieus is.
We geloven in de Hedendaagse kunst zoals moslims geloven in hun Profeet: zonder er ons vragen bij te stellen.

Ik herinner me nog dat ik 25 jaar geleden ging luisteren naar een voordracht van Willem Elias.
Professor Elias is een van onze meest vooraanstaande kunsttheoretici en een man die in staat is door te dringen tot de kern van de zaak.
Die kern verwoordde hij als volgt.
Kunst, zei hij, is datgene wat gemaakt wordt door iemand die van zichzelf zegt dat hij een kunstenaar is.
Ik dacht eerst dat Willem Elias de draak stak met het postmoderne discours over kunst en dat zijn woorden dus een parodie waren.
Maar niets was minder waar: de man was bloedernstig.
Later begreep ik dat zijn definitie van kunst niets anders was dan een variatie op het thema van Marcel Duchamp: ‘dit is kunst omdat ik het zeg!’
Dat is inderdaad de kern van onze hedendaagse visie op kunst: iemand zegt dat iets kunst is en wij geloven dat.
Hoe blind dat geloof is, kunnen we aflezen aan de ‘hedendaagse’ kunstwerken: men kan het zo gek niet bedenken of het staat in een museum.
Wij geloven degene die zichzelf ‘kunstenaar’ noemt, zoals moslims degene geloven die zichzelf ‘profeet’ noemt.
Als het om kunst gaat, gedragen we ons allemaal als moslims.

Nu wordt in verband met moslimterrorisme telkens weer gezegd dat het niks te maken heeft met de islam, dat het gaat om enkelingen, dat de doorsnee moslim geen uitstaans heeft met het fanatisme van die extremisten.
Op het eerste gezicht is dat ook in de kunst het geval.
Het is maar een kleine minderheid die gelooft in de profeten van de Hedendaagse kunst.
De grote meerderheid van de bevolking vindt het onzin om afval en uitwerpselen tot kunst uit te roepen.
Zoals het onterecht is om alle moslims met de vinger te wijzen omdat een kleine fanatieke groep terreur zaait, zo is het ook onterecht om de gemiddelde Europese burger verantwoordelijk te stellen voor de uitspattingen van de Hedendaagse kunst.
Er is geen enkel verband tussen de artistieke beleving van deze elite en de artistieke beleving van de doorsnee burger, evenmin als er een verband is tussen de religieuze beleving van de terrorist en de religieuze beleving van de doorsnee moslim.

Althans, zo lijkt het.

De werkelijkheid toont ons iets heel anders.
Het was opvallend hoe weinig moslims er aanwezig waren op de grote betogingen in Parijs.
Vrijwel geen enkele moslim wilde gezien worden met het bordje ‘Je suis Charlie‘.
Toen er in het Franse onderwijs een minuut stilte werd in acht genomen uit solidariteit met de slachtoffers van de aanslag, bleken de meeste moslimleerlingen daar niet te willen aan deelnemen.
Ze vonden dat de terroristen gelijk hadden: je kunt de Profeet niet zomaar laten beledigen!
Er leefde onder de moslimbevolking dus heel wat sympathie en begrip voor de terroristen.
Men besefte wel dat het niet het moment was om uiting te geven aan die sympathie, maar het omgekeerde doen en sympathie betonen met de slachtoffers, met Charlie Hebdo, met de vrije meningsuiting?
Nee, dat in geen geval!

In de kunstwereld is het niet anders.
De meeste mensen zullen nooit openlijk hun steun betuigen aan de ‘terroristische’ beelden van de Hedendaagse kunst, maar als men raakt aan het geloof waarop deze beelden berusten, dan reageren ze net als moslims: gekwetst, verontwaardigd, woedend.
Het probleem is dat er nooit geraakt wordt aan dat geloof.
Er is al bijna een halve eeuw geen spoor van kritiek meer op de Hedendaagse kunst.
Het geloof erin is even onaantastbaar geworden als het moslimgeloof in de Profeet.
Als gevolg daarvan zijn we ons niet langer bewust van dat geloof.
De moderne Europese mens leeft in de overtuiging dat hij alle geloof afgezworen heeft en volkomen nuchter en rationeel in het leven staat.
Vol afkeer en onbegrip kijkt hij naar moslims die in alle staten raken als hun Profeet beledigd wordt.
En geen moment komt het in hem op dat hij in een spiegel kijkt.
Geen moment daagt het bewustzijn dat er ook in hemzelf zo’n fanatieke gelovige leeft.

Het is nochtans niet moeilijk om die ‘verborgen moslim’ tevoorschijn te halen.
Ik doe dat al m’n hele leven.
Al van jongs af word ik geconfronteerd met het verbijsterende fenomeen dat rustige, bedaagde mensen opeens furieus worden als blijkt dat ik hun visie op kunst – en dan vooral Hedendaagse kunst – niet deel.
Aanvankelijk begreep ik niet wat er gebeurde.
Later begon ik er een spelletje van te maken.
Als ik me weer eens zat te vervelen op een familiefeestje of een andere bijeenkomst, bracht ik het gesprek op kunst.
‘Iemand laatst nog een goede film gezien?’
Het duurde dan nooit lang voor het er bovenarms op zat.
Ik wist precies wat ik moest zeggen om de emoties te doen oplaaien.
En het lukte altijd.
Ambiance verzekerd!

Lang heb ik dat echter niet volgehouden, want ik stelde vast dat dit verborgen fanatisme niet alleen bij kunstliefhebbers leefde.
Het leefde ook bij mensen die nooit blijk hadden gegeven van enige interesse voor kunst.
Het blinde geloof in Hedendaagse kunst bleek veel ruimer verspreid te zijn dan ik had kunnen vermoeden.
Ik verkeerde aanvankelijk in de mening dat het een beperkt verschijnsel was, iets dat je alleen aantrof in een kleine kring van ‘avant-gardisten’.
Maar ik moest algauw inzien dat het een algemeen verschijnsel was, iets wat de grenzen van de kunstwereld ver te buiten ging.
En dat vergalde mijn plezier in het uitdagen van de ‘verborgen moslim’.
Ik kwam hem overal tegen.
Iedereen bleek moslim te zijn als het over kunst ging.

Ik heb meer dan één vriend verloren doordat ik zijn of haar geloof in Hedendaagse kunst niet deelde.
Dat gebeurt trouwens nog altijd.
Het is een akelige gedachte te weten dat vrienden opeens kunnen veranderen in vijanden als je die ene, zeer gevoelige plek raakt: de irrationele kern van hun schijnbare rationaliteit, de blinde gelovige in henzelf.
Anders dan in de moslimwereld leeft die gelovige niet (langer) in ons bewustzijn.
In dat bewustzijn wanen we onszelf boven alle geloof verheven.
Maar dat is louter oppervlakte, buitenkant.
Diep in ons leeft een blinde gelovige, een godsdienstfanaat die zich teruggetrokken heeft uit de godsdienst, maar verder leeft in de wetenschap en de kunst.
Dat zijn de twee nieuwe religies van de moderne mens: kunst en wetenschap.
En ze zijn even blind en fanatiek als de oude religies.

Wie als gelovige ooit een discussie heeft gevoerd met een wetenschappelijk-materialist, heeft dit ‘nieuwe’ fanatisme aan den lijve ondervonden.
Er zijn er echt niet veel materialisten of atheïsten die rationeel blijven denken als je doordringt tot de kern van hun geloof.
Ze willen zichzelf zo graag als een ‘ongelovige’ zien – dat wil zeggen als iemand die de wereld ziet zoals hij is – dat ze onder geen beding geconfronteerd willen worden met de ‘gelovige’ in hun ziel, met degene dus die de wereld ziet zoals hij zou moeten zijn.
Hetzelfde geldt voor de moderne kunstliefhebber: als je raakt aan zijn geloof in de kunst dan verandert hij op slag in een ‘fanatieke moslim’.
Een echte moslim wordt fanatiek als je raakt aan zijn religieuze beleving.
De pseudo-moslim wordt fanatiek als je raakt aan zijn wetenschappelijke en/of kunstzinnige beleving.
De overtuiging dat de moderne mens het geloof overwonnen heeft, is misschien de grootste illusie van onze tijd.

Wat deze illusie zo sterk maakt, is dat ze immuun is voor kritiek.
Iedere kritische opmerking over de (materialistische) wetenschap of de (hedendaagse) kunst wordt namelijk afgedaan als een … geloof.
Ze wordt weggewuifd als het ietwat zielige verweer van iemand die zich vastklampt aan het verleden en niet mee kan met zijn tijd.
Om de een of andere reden (die een afzonderlijk onderzoek verdient) is dat het zwaarste verwijt dat men de moderne mens kan maken: dat hij niet modern is.
Niets is voor hem belangrijker dan progressief en eigentijds te zijn, en het is die enorme drang die zijn geloof in zowel de moderne wetenschap als de moderne kunst immuun maakt voor kritiek.
Daarom kan er terecht gesproken worden over de ‘verborgen moslim’ in onze ziel.
Moslims geloven immers dat de islam superieur is omdat alle andere godsdiensten ouder zijn.
De islam is de jongste en dus de modernste en dus de beste godsdienst.
Zo redeneren de moslims, en zo redeneren ook wij.

Nee, met kritiek kun je de ‘verborgen gelovige’ niet raken.
Er is maar één iets wat door zijn wetenschappelijke of kunstzinnige pantser heen dringt, en dat is een … nieuw geloof.
‘Wie kunst heeft en wie wetenschap heeft, die heeft ook religie.’ Aldus Goethe.
Dat is het enige wat we tegenover het moderne fanatisme kunnen plaatsen: een religie die tegelijk wetenschap en kunst is, een geloof dat tegelijk een weten en een zien is.
Dat is onze grote opgave op het Keerpunt der Tijden: een bewuste hereniging of re-ligie van kunst en wetenschap.
De versplintering van deze drie gebieden moet omgekeerd worden.
Kunst, wetenschap en religie moeten weer met elkaar verbonden worden.
We hoeven maar een blik te werpen op kunstenaars als Joseph Beuys om te beseffen dat ze zich gedragen als ingewijden, als vertegenwoordigers van een nieuwe mysteriecultuur.
En dat is inderdaad waar we moeten aan bouwen: een nieuwe ‘multi-cultuur’ waarin religie, kunst en wetenschap opnieuw een eenheid vormen zoals in de oude mysteriën.
Maar die eenheid moet bewust hersteld worden en niet door middel van rituele performances die van de toeschouwer een blind geloof eisen.
Want het is juist dat blinde geloof dat vandaag overal terreur zaait.

(wordt vervolgd)