Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Onderwijs

Brossen voor de bossen (4)

  

Scheldewindeke begot

Advertenties

Terug naar school (3)

  

Liegen dat het gedrukt staat

  

‘Respect voor de mens, voor de vrije mening, voor vrijheid, voor het morele, voor het culturele erfgoed.’ Afgaande op het gebral dat steeds de kop opsteekt na een aanslag gepleegd door ‘vermeende moslims’, zou je niet verwachten dat de eerste zin van dit stuk de inleiding is van het leerplan Islamitische Godsdienst.’ Zo begint Erwin De Mulder, schooldirecteur in Sint-Jans-Molenbeek, zijn reactie op de geruchten dat leerlingen de aanslagen in Brussel zou toegejuicht hebben. Ontkent hij die geruchten? Nee, in plaats daarvan zingt hij de lof van het islamonderricht. ‘Zoals andere heilige boeken’, zegt hij, ‘bevat de Koran uitspraken die haaks staan op onze normen en waarden. Maar een grondige studie leert dat de islam de mensheid als waardevol beschouwt, gelovigen en ongelovigen. Daar knelt het schoentje. Gelovige en ongelovige gemeenschappen kennen elkaar te weinig. Kennis is macht. En macht wordt maar al te vaak misbruikt, ook door terroristen.’

Kijk, dat geeft een mens vertrouwen in ons onderwijs! Je moet al een halve moslim zijn om dit soort zaken te durven zeggen. Respect voor de vrije meningsuiting zou islamitisch zijn? Dat is ongetwijfeld de reden waarom de redactie van Charlie Hebdo vermoord werd, waarom cartoonisten die De Profeet afbeelden opgejaagd wild zijn, en waarom Geert Wilders permanent bewaking nodig heeft. Het is obsceen om de islam voor te stellen als voorstander van vrije meningsuiting. En het is niet minder obsceen om de koran te vergelijken met het evangelie. ‘Grondige studie leert dat de islam de mensheid als waardevol beschouwt, gelovigen én ongelovigen.’ Dat is ongetwijfeld de reden waarom de koran voortdurend oproept om de ongelovigen een kopje kleiner te maken: omdat christenhonden en kruisvaarders als zo waardevol worden beschouwd. En dan: ‘Gelovigen en ongelovigen kennen elkaar te weinig, want kennis is macht en macht wordt vaak misbruikt.’

Erwin De Mulder was duidelijk de kluts kwijt toen hij dit schreef. Hij vindt dat gelovigen en ongelovigen elkaar beter moeten leren kennen, want die kennis kan dan misbruikt worden. Dat klinkt als: wanneer ongelovigen moslims beter begrijpen, dan zullen ze inzien dat de islam helemaal geen bedreiging vormt en dat ze zich dus helemaal niet hoeven te verdedigen. En wanneer moslims ongelovigen beter begrijpen, zullen ze die ongelovigen beter kunnen bekeren (of erger). Anders gezegd, Erwin De Mulder raaskalt, hij liegt dat het gedrukt staat en struikelt daarbij zodanig over zijn leugens dat hij precies het omgekeerde zegt van wat hij wil zeggen. Ik kan daar maar één conclusie uit trekken: de geruchten zijn waar. In de scholen van Molenbeek die bevolkt worden met moslimkinderen zien directeurs blijkbaar geen andere manier om te overleven dan zich te onderwerpen, een dhimmi te worden en te verkondigen dat de islam de godsdienst van de vrede is. En niet één ongelovige die durft te reageren op deze aperte leugens …

Het bezette brein

  

Er is iets aan de hand met onze intellectuelen, schreef ik onlangs, ze lijden aan een kwaadaardige ziekte die hun brein aantast. En juist omdat het hun brein is dat ziek is, zijn ze er zich niet van bewust. Als ons lichaam ziek is dan weet ons hoofd dat, omdat het tegenover dat lichaam staat. Maar als ons hoofd ziek is, dan is er niets dat tegenover dat hoofd staat. En dus beseffen we niet dat we ziek zijn. Tenzij we een bewustzijn ontwikkelen dat niet gebonden is aan ons hoofd. Maar daar geloven we niet in, en dus zijn we gedoemd om alsmaar zieker te worden en dat steeds minder te beseffen. Hoever dat gaat, las ik onlangs in een artikel van ene Orhan Agirdag, een ‘onderwijswetenschapper’ die werkzaam is aan de universiteiten van Antwerpen en Amsterdam.
    
‘Er is, schrijft hij, iets vreemds aan de hand met ons onderwijs. Doorheen de leerplicht leren we lezen, rekenen en de wereld rondom ons kennen. Waarover we heel weinig leren, is hoe de school zelf functioneert. Minstens twaalf jaar zitten we samen op school met succesvolle en minder succesvolle leerlingen. Maar hoe ongelijkheid in het onderwijs tot stand komt, behoort zelden tot de leerstof.’ Doorheen de leerplicht? Er is inderdaad iets vreemds aan de hand met ons onderwijs als het wetenschappers oplevert die hun taal niet eens beheersen. Maar dat bedoelt Agirdag natuurlijk niet. Nee, wat hij vreemd vindt, is dat de kinderen op school niet leren dat ze gediscrimineerd worden. Hij vindt het vreemd dat leerkrachten de kinderen niet vertellen dat … ze de kinderen discrimineren. 

Om zijn punt duidelijk te maken, formuleert hij het ook nog eens op een andere manier: ‘Een startpunt voor emancipatorisch onderwijs is het (h)erkennen van deze sociale en etnische privileges. Inzicht terzake verdient een plaats binnen het curriculum: we moeten erover kunnen praten met onze leerlingen. Alleen als we ons bewust zijn van deze privileges, kunnen we ze op termijn ongedaan kunnen.’ Orhan Agirdag pleit hier dus voor een vak ‘dicriminatie’ dat de leerlingen leert dat blanke leerlingen allerlei privileges hebben en dat gekleurde leerlingen gediscrimineerd worden. Ik zie het al voor me. De leraar komt de klas binnen en zegt: ‘Beste kinderen, zoals jullie al gemerkt hebben, zitten er in onze klas blanke en gekleurde kinderen. Jullie vinden dat misschien niet belangrijk, maar dat is het nu juist wél. Want blanke kinderen worden bevoordeeld en gekleurde worden benadeeld. Dat zullen jullie nog wel ondervinden: de blanke kinderen onder jullie zullen meer punten krijgen, hogere diploma’s behalen en meer geld verdienen. De gekleurde kinderen daarentegen hebben pech, want hoe hard ze zich ook inspannen, ze zullen altijd achtergesteld worden, want ze zijn nu eenmaal niet blank.’

Dat vindt Orhan Agirdag blijkbaar pedagogisch verantwoord. Het is duidelijk: deze man is niet goed bij zijn hoofd, hij is ziek. Dat kan gebeuren, iedereen is wel eens ziek. Het probleem is echter dat hij niet als ziek beschouwd wordt, wel integendeel. Hij wordt juist als buitengewoon gezond en verstandig beschouwd, want hij heeft het geschopt tot professor aan de universiteit. De onzin die hij verkoopt, wordt als wetenschap beschouwd en onderwezen aan mensen die op hun beurt kinderen zullen onderwijzen. Is er dan niemand die dit aanklaagt en het opneemt voor de kinderen die dit gif al van jongs af in hun brein ingespoten (zullen) krijgen? Blijkbaar niet, want deze man kan ongestoord zijn nonsens verkopen in de krant. En dus luidt de conclusie dat niet alleen de wetenschappers van het departement onderwijs hun verstand verloren hebben, maar dat ook de journalisten het kwijt zijn. En datzelfde geldt voor de krantenlezers, want stijgt er een storm van verontwaardiging op over dit voorstel om in het onderwijs systematisch haat en wantrouwen te zaaien? Bijlange niet. Niemand geeft een kik. Want iedereen lijdt aan dezelfde ziekte. 

Overdrijf ik nu niet? Is het werkelijk nodig om over een ziekte te spreken? Goed, ik geef nog een ander voorbeeld. Assistent-professor Agirdag schrijft: ‘Blanke en welgestelde groepen hebben immers heel wat privileges in het onderwijs. De structuur van het onderwijs, de inhouden van de curricula en zelfs de typische tijdsindeling op school reflecteren de privileges van de blanke en welgestelde groepen. Eenvoudig voorbeeld: oudercontacten gaan altijd ’s avond door. Perfect op maat van het middenklasgezin waar van 9 tot 5 gewerkt wordt, maar niet voor de alleenstaande moeder die avondwerk moet doen.’ Wat beweert deze man nu? Dat blanke en welgestelde kinderen worden voorgetrokken omdat ouderavonden niet overdag plaatsvinden? Seriously

En wat dacht u van het volgende: ‘Het is een wit privilege dat Engels en Duits officiële onderwijstalen zijn, terwijl het spreken van Turks bestraft wordt in vele scholen (nochtans is het aantal Turkstalige Belgen het drievoud van het aantal Duitstalige Belgen). Het is een wit privilege dat bijna alle volwassenen op school blank zijn, met uitzondering van Zwarte Piet dan. En voor welke soort leerlingen zijn de lessen geschiedenis ontworpen als we het hebben over de ‘val’ van Constantinopel en de ‘ontdekking’ van Amerika?’ Engels en Duits zijn officiële onderwijstalen en Turks niet. Dat is volgens Orhan Agirdag een wit privilege dat ongelijkheid in de hand werkt. Wat stelt hij dan voor? Dat er naast Engels en Duits, en Nederlands en Frans, ook Turks onderwezen wordt op school? Maar wat dan met het Marokkaans, het Syrisch, het Albanees, het Chinees, het Spaans, het Portugees, het Russisch, het Swahili enzovoort? Want deze volkeren en hun talen mogen toch evenmin gediscrimineerd worden? En moeten alle kinderen dan al deze talen leren spreken zodat ze allemaal met elkaar kunnen communiceren en dus allemaal ‘gelijk’ zijn?

En dat zou ik niet ziekelijk mogen noemen? Ik vraag me af: zou deze man eigenlijk ooit wel eens nadenken? Want er is toch echt niet veel hersenwerk nodig om in te zien dat zijn pennevruchten baarlijke, ja zelfs kwaadaardige nonsens zijn. Maar misschien is het verkeerd om van hersenwerk te spreken. Misschien is dat hersenwerk juist de kwaal. Als ik lees wat deze ‘professor’ schrijft, dan komt het me voor dat hij helemaal niet weet wat hij schrijft. Het is alsof zijn hersenen het van hem overnemen en hun eigen gang gaan. Ze schakelen lukraak allerlei begrippen en woorden aan elkaar tot iets wat lijkt op een academisch betoog. Orhan Agirdag zelf komt daar niet aan te pas. Hij staat bij wijze van spreken buiten een sigaretje te roken. 

Toch gaan die aan hun lot overgelaten hersenen niet zomaar lukraak te werk. There is a system in their madness. Dat systeem ontdek ik in een ander citaat: ‘In het Vlaamse Regeerakkoord komt het woordje ‘racisme’ slechts twee keer voor. Eén keer wordt het vermeld, zonder concrete acties. Een tweede keer gaat het om het afschaffen van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Vergelijk hiermee: het belang van het Nederlands wordt 58 keer (!) herhaald. Ook wanneer het over onderwijs gaat. Het mag dan ook duidelijk zijn wiens belangen vertegenwoordigd worden met dit regeerakkoord.’ Orhan Agirdag – of moet ik zeggen: zijn hersenen? – stoort zich dus heel erg aan het belang dat het Vlaamse onderwijs hecht aan het Nederlands. Maar dat haalt hij alleen aan als vergelijkingspunt voor zijn echte bezorgdheid: dat er zo weinig belang wordt gehecht aan racisme. Dat is wat hem ten diepste stoort, dat is ook wat hem drijft in zijn ‘wetenschappelijk’ werk: racisme.

Het volstaat niet dat we dagelijks met racisme om de oren worden geslagen in de kranten en de media. Agirdag vindt dat dit ook in het onderwijs moet gebeuren: racisme en discriminatie moeten volgens hem deel gaan uitmaken van de leerstof. Niet alleen volwassenen maar ook kinderen moeten ervan doordrongen worden dat de Vlaamse samenleving lijdt aan een vreselijke ziekte: het racisme. Blanke kinderen moeten er van jongs af toe gebracht worden zich diep te schamen over zichzelf, terwijl gekleurde kinderen er van jongs af toe gebracht moeten worden blanke kinderen diep te wantrouwen. Deze schaamte en dit wantrouwen moeten zo vroeg en zo diep mogelijk verankerd worden in de ziel van de moderne mens. Alleen op die manier zal er een betere wereld kunnen ontstaan waarin mensen met elkaar in vrede leven. 

Dát is zo’n beetje the system in the madness van de hersenen, van het zieke brein. Het schakelt niet zomaar lukraak allerlei gedachten aan elkaar tot iets wat er heel erg verstandig uitziet. Nee, dat zieke brein gaat heel doelgericht te werk: het wil de moderne mens ervan overtuigen dat de wereld lijdt aan een kwaadaardige ziekte: het racisme. Dat is de boodschap die het aan één stuk door verkondigt in de media, waar het dag in dag uit op hamert: racisme, racisme, racisme. Al tientallen jaren slaat het op deze trom en het tempo wordt steeds verder opgedreven om de slaven steeds harder te doen roeien. En dat zou allemaal het resultaat zijn van hersenen die ‘lukraak’ tewerk gaan? Nee, die hersenen weten heel goed wat ze doen, ze zijn geen onpersoonlijke computer die op random staat. Ze worden gestuurd, ze worden geprogrammeerd. En dat gebeurt niet door de eigenaar, dat wil zeggen door de mens. Het gebeurt door een geest die bezit heeft genomen van de hersenen en die een voortreffelijk ‘programmator’ is. 

Het moderne brein is dus niet ziek, het is bezeten. Het is in bezit genomen door een kwalijke geest, door een ‘kraker’ die erin getrokken is omdat het pand leeg stond. Er wordt vaak gezegd dat we veel te veel denken, maar dat is nu net niet het geval. We denken veel te weinig. Het artikel van Orhan Agirdag is daar het mooiste voorbeeld van. De man wil onze kinderen eigenlijk oproepen tot een burgeroorlog, tot een rassenstrijd op school. Een paar simpele, logische denkbewegingen volstaan om dat in te zien. Maar we maken ze niet, we reageren niet eens op dit perfide voorstel. Ons denken staat stil. En daardoor blijven we blind voor de geest die iemand als Orhan Agirdag dergelijke stuitende dingen laat zeggen. Het gaat zelfs verder dan dat. Want onbewust reageren we wél: we juichen dit soort voorstellen steeds meer toe. Natúúrlijk moeten we iets doen aan het racisme! Natuurlijk moeten we onze kinderen wijzen op de stuitende discriminatie overal om ons heen! En wee degene die daar bezwaren tegen heeft! Die knopen we op aan de hoogste boom! 

De verontwaardiging over het racisme laait steeds hoger op. In de sociale media steken bij het minste hele stormen op, ja zelfs het weer lijkt mee te doen. Wie in het oog van zo’n storm komt te staan, wordt (nog) niet fysiek maar geestelijke en sociaal gelyncht. Hij verliest zijn reputatie, hij verliest zijn job, hij verliest zijn eigenwaarde. En dat gebeurt zonder dat we het willen. We worden meegesleurd door zo’n verontwaardigingsstorm, we voeden hem zonder te beseffen wat er gaande is. Even worden we ‘bezeten’ door de kwaadaardige geest die zijn intrek heeft genomen in ons brein en zich nu ook een weg baant naar ons hart. Telkens er zo’n storm van verontwaardiging opsteekt, telkens er iemand gelyncht wordt, dringt hij wat dieper in ons door en neemt bezit van ons. Als een koekoeksjong dat we zelf voeden, werkt hij ons langzaam maar zeker ons eigen nest uit. En wanneer hij eenmaal dat rijk voor zich alleen heeft, kan hij met ons doen wat hij wil, want we beseffen het toch niet. 

Dat is de reden waarom de zogenaamde Syriëstrijders, de jongens die voor de Islamitische Staat de gruwelijkste misdaden plegen, er op foto’s altijd zo kinderlijk onschuldig uitzien: zij zijn zich van geen kwaad bewust. Al die misdaden plegen ze immers niet zelf, het is iemand anders die dat doet. Zelf staan ze … een sigaretje te roken op de gang. Ze hebben geen zorgen meer, ze zijn bevrijd van alle verantwoordelijkheid, ze zijn … in de hemel. En wat er in de hel gebeurt, dat wil zeggen op aarde, door hun eigen toedoen, daar weten zij niks van. We kunnen ons dat niet voorstellen omdat we … niet denken, omdat de geest die hén (helemaal) in bezit heeft genomen reeds meester is in ons brein. Anders zouden we duidelijk zien wat voor perverse gedachten iemand als Orhan Agirdag rondstrooit. We zouden zien dat hij op geestelijk vlak doet wat de Syriëstrijders op fysiek vlak doen. En we zouden ook begrijpen dat de man zich eveneens van geen kwaad bewust is. 

Hij leeft – zoals zijn ontelbare schrijvende collega’s – in de overtuiging dat hij een vrijheidsstrijder is die vecht tegen racisme, discriminatie, ongelijkheid, kortom tegen alles wat deel uitmaakt van de condition humaine, van het leven op aarde, van het leven in een lichaam. Zijn strijd is dezelfde als die van de Syriëstrijders van de Islamitische Staat, alleen wordt hij hier via het denken gevoerd en in het Midden-Oosten via het lichaam. Maar beide strijdperken weerspiegelen elkaar. Wat ginder gebeurt, gebeurt ook hier. Dat is het slechte, maar tegelijk ook het goede nieuws. Want we hoeven geen zware wapens naar het Oosten te sturen om de Islamitische Staat te bevechten, we kunnen dat ook hier doen, door de geestelijke wapens op te nemen, door na te denken. Hier gaat het niet om het heroveren van bezet land, maar om het heroveren van ons bezet brein. Met iedere denkinspanning die we leveren, ook de kleinste, veroveren we weer een beetje terrein op de geest waarvan we ‘bezeten’ zijn. 

De kranten en de media zijn daarvoor een uitstekend ‘slagveld’ want hier laat de vijand zich zien, hier gaat hij in de aanval. Het is niet eens zo moeilijk om hem te ontwapenen, want hij wordt steeds driester en roekelozer. Een artikel als dat van Orhan Agirdag is werkelijk van de pot gerukt. Ik denk dat ze dat bij de krant hebben ingezien, want ze hebben het vlug van de website verwijderd. Oei, zullen ze gedacht hebben – lees: zal de bezettende geest gedacht hebben – hier hebben we ons bloot gegeven! Even gas terugnemen! Maar ze zullen het opnieuw doen, en daarvan kunnen we profiteren: door na te denken, door nuchter en rationeel na te denken. Daarvan gaat letterlijk én figuurlijk een bevrijdende werking uit. Zo gaat het toch ook bij de dokter? Van zodra we weten waaraan we lijden, van zodra de ziekte gediagnosticeerd is, voelen we ons al een stuk beter. Onze levensgeesten keren terug, de genezing is begonnen. 

Bekentenis

20140901-124635.jpg

Vlaams minister van onderwijs Hilde Crevits verklaarde dit weekend op de radio dat ‘onderwijs meer is dan alleen maar stenen’.
Daarmee gaf ze – eindelijk – toe dat het Vlaamse onderwijs in hoofdzaak uit stenen bestaat.
Stenen voor brood.
Dode, onverteerbare leerstof.
Zo is weer eens bewezen dat politici altijd de waarheid spreken.
En dat wij die altijd verkeerd interpreteren.

De moed om te spreken

In het onderwijstijdschrift Klasse las ik deze week een opiniestuk van Anneke Coessens, leraar geschiedenis en esthetica in het H.Hartcollege in Wezembeek-Oppem.
Blijkbaar groeit op iedere mesthoop wel eens een bloem.
En deze schrijft:

Ik wil graag tot u spreken. Diep verontwaardigd ben ik over enkele wansmakelijke uitspraken die onlangs in de pers verschenen over de leraar: leraren zouden niet bekwaam genoeg zijn. Leraren hebben een te laag intellectueel niveau. Een onderzoek van de Vlaamse Scholierenkoepel concludeerde in de pers dat leraren ongemotiveerd en uitgeblust zouden zijn. De Nederlandse schrijver Herman Koch schreef in de Morgen: ‘Mensen met een persoonlijkheid worden geen leraar.’

Ja natuurlijk, sommige van deze uitspraken werden achteraf gekaderd, genuanceerd en gemilderd. Maar ze waren toen al uitgesproken of gepubliceerd. Ik voel mij zeer beledigd en gekleineerd door deze uitspraken: ze treffen mij niet alleen als leraar, maar ook als mens. Heel mijn zijn wordt onderuit gehaald omdat ik als ‘uitgeblust’ en als ‘iemand zonder persoonlijkheid’ word afgeschilderd. En ik zeg u: ik pik dit niet. Ik kan dit niet pikken: ik heb te veel zelfrespect en ik ben te trots op wat ik doe. Mijn beroepseer en meer nog, wie ik zelf ben, staan hier op het spel.

Eind 18de eeuw publiceerde de filosoof Immanuel Kant zijn antwoord op de vraag: ‘Wat is Verlichting?’ Verlicht was volgens hem de mens die uit zijn onmondigheid treedt. Met andere woorden: de mens dient te spreken, dient mondig te zijn. Volgens Kant ben je zelf schuldig aan die onmondigheid. Want om te spreken heb je moed nodig! Wel, ik wil graag spreken.

( … )

Wie durft luidop zeggen, dat de overgang van inhoudsgericht onderwijs naar vaardigheidsonderwijs een mislukking is geweest? Dat het zelfstandig begeleid leren met de leraar als coach misschien een verkeerd idee was? Wie durft luidop zeggen, dat wij en onze leerlingen als proefkonijnen worden ingezet?

Het zal inderdaad geen toeval zijn, dat het toekomstige leraars soms aan inhoud ontbreekt, want zij worden voortdurend opgeleid rond het HOE, maar niet rond het WAT. En zou dat ook niet een oorzaak van het gebrek aan innerlijke motivatie bij onze leerlingen kunnen zijn?

Bovendien, en nu verwijs ik even naar iets uit mijn eigen ervaring, wat te denken van een leerplan dat bestaat uit tientallen bladzijden in een apart soort taal gesteld. Een leerplan vol onleesbare zinnen en met onbegrijpelijke en dus onuitvoerbare doelstellingen, dat de test van verstaanbaarheid niet zou doorstaan? Wat moeten we daarmee? Het zijn allemaal stroppen om onze nek, die wellicht ook onze innerlijke motivatie en liefde aanvreten. Is dit het onderwijs dat wij willen?

De moed om te spreken. De stroppen om onze nek, zoals de economisering van het onderwijs. De Pisarapporten bijvoorbeeld: sinds 2001 tekenen ze de krijtlijnen van ons onderwijs mee uit. Alleen, die berusten op zuiver economische – lees meetbare – criteria en zo wakkeren ze de concurrentie tussen de landen om het beste onderwijs aan. En o jee, het onderwijswalhalla Finland is gezakt in de ranking. Nu komt het denken over onderwijs in economische termen, doelgericht en efficiënt. Nu streven ze naar grote, gefuseerde onderwijsinstellingen met managers aan het hoofd. Liever leerlingen opleiden tot nuttige, volgzame en in slaap gewiegde burgers die kunnen worden ingezet in de samenleving. Liever dat dan hen intellectueel uit te dagen, intrinsiek en algemeen te vormen tot kritische mensen met een vrije geest. Heeft iemand van ons ooit voor het onderwijs gekozen uit economische doelstellingen? Ik denk het niet. Noem mij een bedrijf waar je als werknemer je eigen schrijfgerei en papier meebrengt of misschien zelfs je iPad of laptop. Zijn wij van nature steriele bureaucraten? Ik denk het niet. De klachtenstroom over de eeuwige administratieve strop om onze nek is niet nieuw. Wordt er echt naar ons geluisterd? Ik denk het niet.

Hoe naïef ben ik geweest te denken dat nu net het onderwijs één van de weinige onafhankelijke domeinen is in een democratische samenleving. Een domein waar niet de eenheidsworst, maar de diversiteit primeert. Wel, ik heb mij vergist. Hoe kunnen wij leraars, directie en scholen, ons werk doen, wanneer de juridisering van het onderwijs, de psychologisering van de maatschappij en de competentiegerichtheid van het onderwijs ons dat belemmeren? Erger nog: dit alles getuigt van een wantrouwen tegenover ons. En welk resultaat levert dit op? Jongeren die innerlijk minder gemotiveerd zijn en de ongelijkheid die toeneemt in plaats van afneemt. De privéscholen zijn in opmars, net als thuisonderwijs. Heb je nog langer een school nodig om te leren?

‘Geef de leraar zijn klas terug’ schrijft filosofe Joke Hermsen. ‘Laat leraars leraars blijven’ aldus Mia Doornaert. Roepende stemmen in de woestijn. Toen onze minister van onderwijs zich onlangs liet ontvallen dat niet alle doelstellingen bereikt hoeven te worden, dacht ik: ‘Schaf ze dan af, want ze staan onze vindingrijkheid in de weg, ze verwarren ons en verstikken ons mateloos’. ‘Schrijf duidelijke leerplannen van enkele bladzijden lang en geef ons onze autonomie terug. Vertrouw in ons kunnen en luister naar wat wij denken over wat goed onderwijs is vanuit de concrete praktijk en onze jarenlange ervaring. En neen, wij willen niet aan de kant staan in de klas. Wij willen als mensen van vlees en bloed centraal aanwezig zijn in de klas en tussen de leerlingen staan om hen te bezielen met de liefde voor ons vak vanuit wie wij zijn.’

Beste collega’s, ik keer even terug naar het begin. Wordt het niet eens tijd dat wij, de leraars, die zeer talrijk zijn, de moed vinden om te spreken? Wordt het geen tijd om ons te verenigen en om zelfs ongehoorzaam te zijn uit zelfrespect, uit fierheid en uit liefde voor ons beroep? Ik durf zeggen: ‘Ik wil opnieuw maatschappelijke waardering voor mijn beroep krijgen’. Ik durf zeggen: ‘Ik ben bekwaam en ik heb wel degelijk persoonlijkheid.’ En read my lips: ik ben nog lang niet uitgeblust, wel integendeel, ik zit vol vuur en passie! En ik hoop jullie met mij!

Voilà!
Goed gezegd, Anneke!
Et pour les flamands, la même chose!

20140607-060923.jpg

Pesten en kunst

20140214-105159.jpg

Op hetzelfde moment dat een 14-jarige jongen zelfmoord pleegt omdat hij gepest wordt op school, wordt in België de euthanasiewet uitgebreid tot minderjarigen.
Gooit ons land geen hoge ogen op de Winterspelen in Sotsji, dan staat het wel aan de wereldtop als het gaat om euthanasie van kinderen, zelfmoord van kinderen, misbruik van kinderen, medicatie van kinderen …
O ja, ik vergeet er nog eentje: ons land staat ook aan de top qua onderwijs van kinderen.

Zou het een iets met het ander te maken kunnen hebben?

Afgelopen weekend hadden we kleindochter Anna te logeren.
Dat betekent: leven in huis.
En leven betekent: lopen, hollen, springen, dansen, tuimelen, roepen, lachen, huilen, tetteren, zeuren, dreinen, lawaai maken, rommel maken, enzovoort.
Het huis was te klein voor al dit ‘leven’.
Stel je voor dat er hier twintig kleinkinderen rondliepen!
Stel je voor dat die kinderen de hele dag tussen vier muren moesten doorbrengen!
Stel je voor dat die kinderen hun hele jeugd tussen vier muren moesten doorbrengen!
Dat zou pure waanzin zijn.
En toch is het realiteit.
Kinderen zitten in dit land minstens 15 jaar lang van ’s morgens tot ’s avonds opgesloten in een klas.
We sluiten al dat leven op in een kleine ruimte en zijn dan verbaasd dat kinderen elkaar pesten en tot zelfmoord drijven.

Als leven geen ruimte krijgt, dan keert het zich tegen zichzelf.

Waar we vandaag getuige van zijn, is de zelfvernietiging van het kind.
Die 14-jarige jongen die zichzelf voor de trein wierp, is geen uitzondering.
Hij maakt alleen zichtbaar wat er onder de oppervlakte gaande is.
En daar willen we niet kijken, want onder die oppervlakte zijn we niet alleen getuige, we zijn ook medeplichtige.

20140214-132525.jpg

Waarom sluiten we onze kinderen de hele dag op in een school?
Omdat ze moeten leren?
In Finland bereiken ze dezelfde leerresultaten op een halve dag.
En waarschijnlijk kan het met nog minder.
Maar waar moeten we met de kinderen heen als ze niet op school zitten?
We moeten ze dan gewoon ergens anders opsluiten, want we hebben geen tijd om er ons mee bezig te houden. We moeten immers met twee gaan werken, van ’s morgens tot ’s avonds. Anders komen we niet rond.

We sluiten onze kinderen op omdat we zelf opgesloten zitten.
En we zien geen uitweg omdat we opgesloten zitten in onszelf.
Als mensen samenwerken dan kunnen ze andere scholen oprichten, steinerscholen bijvoorbeeld.
Als ze samenwerken kunnen ze zelf hun kinderen onderwijzen.
Als ze samenwerken kunnen ze het hele schoolsysteem veranderen.
Maar dat is nu juist het probleem: de moderne mens kán niet samenwerken.
Daarvoor is hij veel te individualistisch, veel te egoïstisch.
Hij wil alles alleen doen, alles alleen kunnen.
Hij wil vrij zijn, op eigen benen staan.
En die vrijheid is hem kostbaarder dan wat ook.

De paradox is echter dat uitgerekend de moderne vrije samenleving overspoeld wordt door een tsunami van wetten en regels en verboden.
Het lijkt wel of politici vandaag niets anders meer kunnen dan nog meer verbodsbepalingen invoeren, nog strengere straffen opleggen, nog meer boetes uitschrijven.
De menselijke vrijheid is onhandelbaar geworden.
Ze doet de druk op de ketel alsmaar toenemen.

De moderne mens is zo vrij dat hij alleen maar kan botsen met andere vrije mensen.
Een eindeloze botsing van vrijheden: zo ziet de moderne wereld eruit.
We voeden onze kinderen op tot bewuste, zelfstandige wezens, en voorwaar: ze zijn een stuk bewuster en zelfstandiger dan toen we zelf nog jong waren.
Maar tegelijk sluiten we die ‘vrije’ kinderen op in scholen, die daardoor als evenzovele hoge-drukketels worden, waar aan één stuk door ‘gebotst’ wordt.

20140214-133833.jpg

Rudolf Steiner was er duidelijk in: we kunnen de individualisering van de mens niet terugschroeven.
Maar wat we wél kunnen en moeten doen, is: onze sociale vermogens ontwikkelen.
Leren samenwerken.
Hoe moeilijk dat is, toont ons de geschiedenis van de Antroposofische Vereniging.
Het is een aaneenschakeling van ruzies en conflicten die Steiner tot wanhoop dreef.
Maar ze bracht hem ook tot de grootste scheppende daad: de Weihnachtstagung.
Rudolf Steiner verenigde toen wat onverenigbaar leek: esoterie en exoterie, oude en jonge zielen.
Want de ruzies gingen altijd tussen deze twee polen: de individuele pool en de sociale pool.
In de esoterie en de oude zielen herkennen we de individualiserende tendens, de tendens om zich af te sluiten van de wereld en een eigen wereld te vormen.
In de exoterie en de jonge zielen herkennen we de tegenovergestelde tendens, de tendens om zich te openen voor de wereld en er zich mee te verbinden.

De weg die Rudolf Steiner wees, was de weg van de verbinding van de individuele en de sociale pool.

Als we niet willen dat onze individualisering leidt tot een strijd-van-allen-tegen-allen, dan moeten we onze sociale vermogens ontwikkelen. Maar dat mag niet afzonderlijk gebeuren, het moet in samenwerking met de individuele pool gebeuren.
De vraag is echter: hoe is zoiets mogelijk?
Leidt dat niet noodzakelijkerwijs tot een compromis?
Is een langzame afbouw van onze vrijheden ten voordele van sociale vermogens niet onvermijdelijk?
En worden die sociale vermogens niet sterk ingeperkt door ons individualisme?
Om het in politieke termen te vertalen: kunnen (sociaal) links en (individueel) rechts wel samenwerken?

20140214-133937.jpg

Het antwoord komt uit een volslagen onverwachte hoek.
Het enige gebied waarop deze samenwerking mogelijk is, is dat van … de kunst.
Alleen in de kunst gaan individualisme en sociaal vermogen samen.
Niemand is individueler dan de kunstenaar.
En niemand spreekt met zijn werk meer mensen aan.
Dat is het wonderlijke van de kunst: we herkennen onszelf in een ‘allerindividueelste expressie van een allerindividueelste emotie’.
Individualisme en ‘socialisme’ vallen in de kunst zonder meer samen.

Dat is ook de reden waarom Rudolf Steiner zoveel nadruk legt op de rol van de kunst in de opvoeding van het kind, met name in de zevenjaarsperiode die aan de puberteit voorafgaat.
Daar wordt de basis gelegd, niet alleen van de moraal, maar ook van de wereldopenheid die volgens Steiner zo cruciaal is voor de jonge mens die geslachtsrijp wordt.
Kunst is dus geen franje, het is de kern van het moderne onderwijs.
Alleen kunstzinnig onderwijs kan kinderen beletten om zichzelf de grootste schade toe te brengen door zich in zichzelf op te sluiten wanneer ze 14 worden.

Opnieuw wordt duidelijk hoeveel gewicht de woorden van Steiner hebben, want kan een kind zichzelf grotere schade toebrengen dan door zelfmoord te plegen?
Bestaat er iets tragischer dan een kind dat niet meer wil leven, dat de hele wereld radicaal afwijst?

Wat telkens weer terugkeert bij dergelijke zelfmoorden (‘zelfdodingen’ noemen we het, alsof het om het slachten van een kip gaat) is dat iedereen uit de lucht valt.
Niemand wist wat er omging in het kind.
‘Er waren geen tekenen die erop wezen dat …’
Wat een verschrikkelijke vereenzaming spreekt daar niet uit!
Hoe ongelooflijk zat zo’n kind niet opgesloten in zichzelf!
Het zag geen uitweg meer uit zijn gevangenis.

Kort gezegd: het kende de kunst niet.

Het onderwijs zoals het vandaag is, valt niet zomaar te veranderen.
Het hangt met duizend en één draden vast aan de samenleving zoals ze is.
En die samenleving is uitdrukking van hoe we zelf zijn.
En iedereen weet hoe ontzettend moeilijk het is om jezelf te veranderen.

Er bestaat nochtans een middel voor, en dat middel is de kunst.

20140214-134426.jpg

Pesten

20140213-155501.jpg

Onderweg naar school stalde de 14-jarige B.D. gisteren rond 8.30 uur zijn fiets op een onverhard weggetje langs de spoorweg in Borsbeke. Daar verstopte hij zich achter een elektriciteitscabine. Toen hij een trein hoorde aankomen, liep hij plots de sporen op. De jongen was op slag dood.

Zijn ouders, broer en twee zussen begrijpen er niets van, want ze dachten dat hij gelukkig in het leven stond. ‘B. was een gewone jongen die graag naar de jeugdbeweging ging en badminton speelde’, vertelt zijn oom in naam van de familie. ‘Thuis waren er geen problemen. We dachten dat ook op school alles in orde was. Maar we kunnen er niet omheen dat we nu plots geruchten horen over pesterijen op school.’

Vrienden, kennissen en wellicht ook klasgenoten van B.D. zijn er wel van overtuigd: de tiener was het slachtoffer van zwaar pestgedrag en is daarom uit het leven gestapt.

De politie onderzoekt of de jongen door medeleerlingen geviseerd werd.

Het is interessant om naast dit krantenbericht – dat helaas niet enig in zijn soort is – enkele citaten van Rudolf Steiner te plaatsen. Ik ontleen ze aan ‘de grote Rudolf Steiner Citatensite’.

De mens wordt innerlijk gewoonweg verlamd als hem te vroeg morele geboden en verboden op abstracte wijze worden onderwezen. We moeten voor het morele allereerst zo te werk gaan, dat we niet het morele gebieden en het immorele verbieden, maar dat we bij de kinderen tussen tandenwisseling en puberteit het beleven van goed en kwaad ontwikkelen, in het gevoel dus en niet in de wil. We moeten liefde en sympathie voor het goede ontwikkelen, voordat we het als een plicht voor de wil ontwikkelen. De morele wil moet groeien uit het morele gevoel, uit wat we moreel aantrekkelijk of afstotelijk vinden.

(GA 304a – Den Haag, 19 november 1923)

Sociale moraal is een plant, die zijn wortels heeft in het schoollokaal, waar de kinderen tussen hun zevende en veertiende jaar onderwezen worden. Zoals een tuinman kijkt naar de bodem van zijn tuin, zo zou de menselijke samenleving moeten kijken naar de bodem van de school, waarin de kinderen van deze leeftijd worden onderwezen, want daar ligt de basis voor alle moraal, voor al het goede.

(GA 304 – Oslo, 24 november 1921)

Het gevoel van dankbaarheid wordt tegenwoordig onderschat. Dit dankbaarheidsgevoel verbindt de mens met de wereld, laat de mens zichzelf als een deel van de wereld beleven. Voedt men het kind zo op dat het dankbaar kan zijn voor de geringste kleinigheden, dan sluit het zich niet op in egoïsme, dan wordt het kind altruïstisch en verbindt het zich met de omgeving.
Heeft men het kind dit gevoel van dankbaarheid bijgebracht, dan heeft men de basis voor de morele opvoeding gelegd. Want als dit dankbaarheidgevoel verbonden kan worden met kennisontwikkeling, dan zal het gevoel van het kind gemakkelijk doordrongen worden van de liefde, zoals de mens ze hebben moet voor andere mensen en uiteindelijk voor alle schepselen van de wereld. Men kan de liefde het zekerste vanuit het dankbaarheidsgevoel ontwikkelen.

(GA 297a – Den Haag, 4 november 1922)

20140213-162507.jpg

Roma

20131212-092327.jpg

Het onderwijs kampt met veel problemen en één ervan is dat Roma-kinderen veel te weinig naar school gaan. EU-cijfers suggereren dat amper 20 procent van de Roma-tjes kleuterschool volgt.

Volgens de krant komt dat doordat de Roma … gediscrimineerd worden.
De meeste immigranten uit Midden- en Oost-Europa komen naar hier om meer te verdienen.
De Roma niet.
Velen van hen ontvluchten hun land voor het racisme waarvan ze daar het slachtoffer waren.
Dat heeft hen voor het leven getekend.
Ze zijn uitgestotenen.

De Roma – de vroegere zigeuners – zijn een van de vele minderheden die door de blanke meerderheid gediscrimineerd worden.
Althans volgens de blanke politiek-correcte minderheid.
Minderheden onder elkaar: dat schept een band.

Het is bekend dat Roma een andere cultuur hebben, een andere manier van denken.
De familie, de clan is voor hen het allerbelangrijkste.
De rest van de samenleving, daar trekken ze zich niet veel van aan.
Dat clan-gevoel leeft ook sterk onder het politiek-correcte volk.
Wie niet tot de familie behoort, is een haatdragende racist.
Voor dat soort hebben ze alleen maar minachting.
Of de Roma ook zoveel afkeer en minachting voelen voor de niet-Roma weet ik niet.
Aan hun gedrag af te lezen, zou je denken van wel.
Ze trekken zich niets aan van de wetten en regels van de buitenwereld.
Dat is juist wat hen tot Roma maakt: ze willen er niet bijhoren.

Waarom willen ze dat niet?

Volgens de politiek-correcten ligt het antwoord voor de hand: omdat ze van oudsher gediscrimineerd werden. De buitenwereld heeft de Roma verstoten en dus verstoten de Roma op hun beurt de buitenwereld.
Waarom heeft de buitenwereld de Roma verstoten?
Omdat die wereld een zondebok nodig had.

Het is een acceptabele verklaring.
Ze geldt ook voor de politiek-correcten zelf.
Hun sterke clan-geest is een gevolg van het feit dat ze al zolang gediscrimineerd worden.
Ze worden gebruikt als zondebok door het gemene volk.
Lees maar wat Fientje Moerman gisteren in de krant schreef, het arme wicht.
Haar brief vol zelfbeklag leert ons dat de politiek-correcte klasse zelf de fabels begint te geloven die ze verspreidt.
Want het is natuurlijk behoorlijk van de pot gerukt om te gaan beweren dat de machthebbers in dit land opgejaagd wild zijn en door de bevolking achterna worden gezeten.
Iedereen met een beetje gezond verstand ziet dat de politiek-correcten zelf kampioenen zijn in het opjagen en achterna zitten.
Ze discrimineren, beschuldigen en verstoten dat het een aard heeft.
En ze leggen sanitaire cordons rond verachtelijke en onrein geachte bevolkingsgroepen.
Volgens eigen zeggen is dat om het gevaar van het racisme tegen te gaan, dat vreselijke ‘monster’ dat de kop heeft opgestoken bij de bevolking.

Zo kun je natuurlijk blijven redeneren.
Het is de kwestie van de kip en het ei.
Wat was er het eerst: de discriminatie van de ‘politiek-correcten’ of de discriminatie van de ‘racisten’?
Als je de zaak alleen met het abstracte intellect benadert, raak je nooit uit die cirkelredenering.
Je hebt beelden nodig, die patronen blootleggen.

Zijn de Roma zich gaan afscheiden van de samenleving doordat ze lang geleden gediscrimineerd werden en zich daartegen verdedigd hebben door zelf te gaan discrimineren?
Of was het omgekeerd, en zijn ze zich zelf – om wat voor reden dan ook – gaan afscheiden van de samenleving, met als gevolg dat die samenleving hen is beginnen wantrouwen, waarna de vicieuze cirkel leidde tot het ‘zigeunerras’?

Het doet me denken aan dat andere ‘zondebok-ras’: de joden.
Zij zijn misschien wel het oerbeeld van een volk dat systematisch gediscrimineerd werd.
De afkeer die ze overal opwekten, culmineerde ten slotte in het grote zondebok-offer van de holocaust.
Dit voorbeeld is verhelderend omdat de oorzaak van de vicieuze cirkel in dit geval bekend is: de joden beschouwden zichzelf als het volk dat door God werd uitverkoren tot heil van de mensheid.
En daarom mochten ze zich niet inlaten met andere volkeren.
Ze moesten raszuiver blijven.
Helaas had God die blijde boodschap alleen aan henzelf verteld.
De andere volkeren wisten er niets van.
Ze keken dan ook met onverholen wantrouwen naar die kleine minderheid die zich afzonderde en alle buitenstaanders onrein verklaarde.

20131212-124803.jpg

De joden hebben dit uitverkoren-zijn duizenden jaren gecultiveerd en zij doen dat nog altijd.
Heel wat joden hebben zich weliswaar helemaal geïntegreerd in de gojim-samenleving, maar het jood-zijn blijft hen innerlijk kwellen.
Diep van binnen beleven ze een kloof tussen henzelf en de samenleving waarvan ze deel uitmaken.
Het zit hen als het ware in de genen.
Het is merkwaardig om zien hoe een volk dat al zolang slachtoffer is van racisme, discriminatie en vervolging toch nog altijd haar uitverkoren-zijn cultiveert.
Ja, je zou zelfs zeggen dat de discriminatie het besef van uitverkoren-zijn alleen maar versterkt.
In het huidige Israël wordt dat mechanisme zelfs tot in het karikaturale uitvergroot.
We zien hier dus hoe een volk slachtoffer wordt van een idee, een overtuiging, en hoe dat slachtofferschap die overtuiging alleen maar versterkt.

De oplossing zou erin kunnen bestaan dat de joden hun overtuiging – uitverkoren te zijn en boven alle volkeren verheven – gewoon opgeven en zich als gelijken gaan gedragen.
Maar dat lukt hen blijkbaar niet.
Hun overtuiging is tot een erfelijke eigenschap geworden, ze zit hen in de genen.
Ze hebben (waarschijnlijk) het gevoel zichzelf te verliezen wanneer ze die overtuiging opgeven.

Dit mechanisme kan niet alleen bij joden waargenomen worden.

Heel wat moslim-immigranten weigeren zich te integreren in de moderne westerse samenleving.
Ze houden vast aan oude primitieve gebruiken – de onderwerping van de vrouw, het dragen van een hoofddoek, de eer van de familie, het offeren van dieren, de sharia, enzovoort – waardoor ze zich isoleren van de hen omringende samenleving.
Dat leidt niet zelden tot achterstelling en armoede – denk bijvoorbeeld aan de slechte schoolresultaten en de criminaliteit – maar vreemd genoeg veroorzaakt dat geen schaamte en minderwaardigheidsgevoelens bij hen, maar … precies het tegenovergestelde.
Heel wat moslims voelen zich superieur, en dat laten ze ook merken.

De Westerse mens kan zoiets niet begrijpen, hij kan het zich niet eens voorstellen.
Als materialist pur sang meet hij zijn eigenwaarde af aan materiële dingen: aan bezit, welvaart en intellectuele vermogens (die zoals bekend toegeschreven worden aan de hersenen en dus een volkomen materiële aangelegenheid zijn).
Dat mensen hun eigenwaarde, en zelfs hun morele superioriteita, zouden ontlenen aan een overtuiging die nergens op gebaseerd is en geen enkele tastbare grond heeft, dat gaat zijn petje helemaal te boven.
De Westerling wordt geconfronteerd met wat in zijn ogen ‘primitieve’ mensen zijn – mensen die schapen slachten op hun koertje, die hun vrouwen slaan als ze naar een man kijken, die soms niet kunnen lezen of schrijven, die hun geloof boven alles plaatsen – en ze kunnen eenvoudig niet geloven dat deze eenvoudige, brave en vriendelijke lieden diep in hun hart neerkijken op hun ‘hoogontwikkelde’ beschaving.
Westerlingen die moeten samenleven met deze moslims ondervinden algauw dat ze niet bepaald gerespecteerd worden door deze ‘arme, primitieve inwijkelingen’. Maar de politiek-correcte klasse – die zich de luxe kan veroorloven veilig afstand te houden – blijft blind voor het verborgen superioriteitsgevoel van de moslims, het superioriteitsgevoel van mensen met een sterke overtuiging tegenover mensen die nergens meer in geloven.

Er is nog een andere reden waarom de politiek-correcte klasse zo blind blijft voor het superioriteitsgevoel van de islam-wereld.
De politiek-correcte klasse is namelijk zélf behept met zo’n superioriteitsgevoel.
Ze voelt zich ver verheven boven het racistische, haatdragende, bekrompen en vuilgebekte volk waarover ze de leiding heeft.
En in naam van de gelijkheid onder de mensen wil zij dat volk dwingen om precies zo te worden als zij zelf.
Zij wil dat volk herscheppen naar haar eigen beeld en gelijkenis, het beeld van de ideale mens.
Uiteraard is de politiek-correcte klasse zich niet bewust van haar bijna goddelijke pretenties.
Dus wanneer ze geconfronteerd wordt met een klasse van mensen die al even pretentieus zijn, zal ze voor hun superioriteitsgevoel even blind blijven als voor haar eigen superioriteitsgevoel.
Want als ze de arrogantie van de moslims erkent, moet ze ook haar eigen arrogantie onder ogen zien.
En ze sleurt liever de hele moderne beschaving mee de afgrond in dan haar eigen superioriteit in vraag te stellen.
Als de wereld die superioriteit niet wil erkennen, dan moet ze het maar bezuren.

20131212-132254.jpg

Is het mogelijk dat ook de Roma beantwoorden aan dit archetype?
Is het mogelijk dat deze arme, onderdrukte en opgejaagde mensen zich diep van binnen superieur wanen aan de rijke, gesofisticeerde, intellectuele Westerling?
Het is iets wat die rijke Westerling zich in al zijn superioriteit niet eens kan voorstellen.
Die vuile, slonzige armoedzaaiers, die niet eens kunnen lezen of schrijven, superieur aan … ons?
Ga weg! Dát is pas een racistische gedachte!

En zo botsen vandaag twee hardnekkige superioriteitswanen op elkaar: een westers-materialistische en een oosters-religieuze.
En omdat ze zo extreem zijn, raken ze elkaar en gaan ze in elkaar over.
Fientje Moerman, een vertegenwoordiger van de leidende politiek-correcte klasse gaat zich gedragen als een … Roma.
Ze beklaagt zich luid, zegt dat ze onderdrukt, achtervolgd en gediscrimineerd wordt, dat ze geen leven meer heeft, en dat ze op zijn minst een klein beetje respect verwacht van degenen waarvoor ze zich opoffert.
En de Roma?
Die rijden als koningen rond in hun Mercedessen, laten het vuile werk opknappen door hun vrouwen en kinderen, gedragen zich alsof de wetten van de gojim niet op hen van toepassing zijn, en weeklagen luid als ze niet genoeg respect krijgen.

Diezelfde clash (en vermenging) of civilisations herken ik in het weeklagen van Europa over de Roma-kleuters die niet naar school gaan.
Dat kleuters helemaal niet op school thuis horen, dat komt bij de Westerse pedagogen natuurlijk niet op.
Ze zijn zo overtuigd van hun eigen superieure visie dat ze zich niet eens kunnen voorstellen dat mensen er anders over denken en hun kleuters gewoon thuis willen houden.
Als mensen dat toch doen, dan zijn er twee mogelijkheden.
Ofwel zijn die ouders blank en in dat geval zijn ze geestesziek of crimineel en moeten ze gedwongen worden.
Ofwel zijn de ouders niet blank, zoals de Roma, en dan moeten ze geholpen worden.
Dat laatste dient heel voorzichtig te gebeuren want ze zijn het slachtoffer van eeuwenlange discriminatie en vervolging.
We moeten dus hun argwaan wegnemen en hun vertrouwen winnen.
Want als ze eenmaal begrijpen dat we het goed met hen voor hebben (lees: dat onze beschaving superieur is aan de hunne) dan zullen ze ons hun kinderen met plezier toevertrouwen.

Ja, toch?

Als ík Roma was, zou ik denken: HAHAHAHAHAHAHAHA!
Dat is namelijk wat superieure mensen denken over mensen die zich superieur wanen.

20131212-122426.jpg

Een Smet op onderwijs

En op Onderwijs: nen boer, dames en heren. Dat moet geleden zijn van Luc Van den Bossche. Maar die was, hoewel constant beschonken, een keurige heer vergeleken bij de onbeschofte kinkel die nu het slechte voorbeeld geeft aan alle scholieren: Pascal Smet. Beschuldigde de alom gerespecteerde onderwijsspecialiste van De Tijd van decreetfetisjisme!

De aanleiding was een round-up in deze krant waaruit glashelder bleek dat Smet inzake veel geblaat en weinig wol het schrielste schaap uit de Sahara het nakijken geeft. Geen van alle grote plannen die hij met veel poeha in het rond bazuint, geraakt ooit één fase verder dan de aankondiging ervan. Dat wordt bevestigd door eenieder die er verstand van heeft, maar niettemin meende de minister nog onbeleefd te mogen zijn ook.
Decreetfetisjisme zeg.
Wij vermoeden iets als sm, maar dan zonder kaarsvet.

Uw Kaaiman, steeds gedreven door de drang te dienen, zal nu een constructief voorstel doen aan de nieuwe minister-president Johan Van Overtveldt: maak uw regering zonder minister van Onderwijs. Benoem een min of meer betrouwbare thesaurier die het geld ver- en uitdeelt, en laat scholen en leerkrachten in ’s hemelsnaam met rust.
Een tienjarig moratorium op hervormingen.

De grootste hinderpaal voor ons onderwijs is de minister van Onderwijs. Door het simpele feit er te zijn, voelt die zich geroepen iets te moeten doen. En dat is per definitie een hervorming, van iets dat helemaal niet hervormd moet worden.

(Koen Meulenaere)

20131203-223624.jpg