Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Referendum

Volksverlakkerij

  

Het kan verkeren

  
“Daarom is het referendum onontbeerlijk geworden om maatschappelijke problemen die door de bevolking worden aangevoeld, dringend op de agenda te plaatsen. (…) Het referendum is een zegen. Een wapen tegen altijd die vage programma’s waarmee de politici altijd alle kanten uit kunnen en de kans om de dichtgeslibde kanalen tussen volk en overheid te ontstoppen. Burgers kunnen nooit à la carte kiezen. Zij moeten altijd het hele menu van een partij slikken, ook al staan daar dingen bij die ze niet lusten. Een ad-hoc-referendum, dat er uiteraard pas kan komen nadat een betekenisvol deel van de bevolking erom vraagt, schakelt dit uit.”

(G. Verhofstadt, Eerste burgermanifest, 1991)

Alle goede dingen bestaan in drie

  

Drie dagen na het Brexit-referendum hebben al een miljoen Britten online een petitie getekend om een tweede referendum te houden. Ze hebben begrepen hoe het in Europa gaat: als een referendum niet de gewenste uitslag oplevert dan wordt er een tweede georganiseerd, en een derde, en een vierde – tót de bevolking stemt zoals ze hoort te stemmen. 

De Zwitsers en het basisinkomen

    

 
De Zwitsers hebben met grote meerderheid het Gewaarborgd Basisinkomen afgewezen. Wie begrijpt die mensen? Ze hadden de kans om maandelijks 2250 euro te krijgen, zomaar, voor niks. En ze hebben het afgewezen! Als ik Zwitser was, zou ik het wel weten. Wij met ons tweetjes zouden dan samen een inkomen van 4500 euro kunnen hebben. Da’s meer dan het dubbele van wat we nu hebben. We zouden potjandorie rijk zijn! Al onze zorgen zouden op slag verdwenen zijn! En die Zwitsers wijzen zoiets af! Ofwel is 2250 euro voor hen een peulschil en vinden ze het niet genoeg, ofwel … durven ze gewoon niet. Dat laatste kan ik me goed voorstellen. Om te beginnen is er de kwestie: wie gaat dat betalen? Vandaag kan het naar verluidt betaald worden, zelfs de Zwitserse regering erkent dat. Maar zal dat zo blijven als niemand nog hoeft te gaan werken? Ik heb het dan niet zozeer over de mogelijkheid dat mensen niet meer zullen willen werken (wat een fabeltje is – ik daag iedereen uit om een jaar lang NIET te werken), maar wel over wat er zal gebeuren als die waanzinnige werkdruk opeens wegvalt. Er zal hoe dan ook een overgangsperiode moeten zijn, en hoe die overbrugd zal worden is één groot vraagteken. Toch denk ik dat dit niet de hoofdreden is waarom de Zwitsers NEE hebben gesteld. Het invoeren van een gewaarborgd basisinkomen is zo’n revolutionair gegeven dat het de maatschappij ingrijpend zal veranderen. En daar is de moderne mens niet klaar voor. Hij heeft nog teveel te verliezen. Waarschijnlijk zal hij eerst alles moeten verliezen voor hij bereid is tot zo’n ingrijpende verandering. Maar daar wordt volop aan gewerkt. Aan het verliezen, bedoel ik …

Het Nederlandse referendum

  

René Cuperus in De Volkskrant, enkele dagen geleden: 

‘Hoogopgeleid tegenover laagopgeleid. Moslim tegenover niet-moslim. Volk tegen elite. Jong tegen oud. Mainstream tegen populisme. Het wijst allemaal in dezelfde richting: Nederland gaat in steeds meer gescheiden werelden de toekomst tegemoet. De splijtende krachten lijken het te winnen van de verbindende, overbruggende krachten. Het Oekraïne-referendum zal dus vrijwel zeker een herbevestiging opleveren van de ‘populistische scheidslijn’ die onze samenleving doorklieft. Het referendum drijft de botsing tussen establishment en anti-establishment op de spits.

De verhouding 60/40 komt vaker terug. Die verdeelsleutel suggereert dat we met het volgende fenomeen te maken hebben: een meerderheid van de bevolking verzet zich feitelijk tegen de koers, tegen de toekomstrichting, van de huidige samenleving. Zestig procent staat wantrouwend tegenover de Europese Unie, verzet zich tegen de algehele veronzekering van de naoorlogse verzorgingsstaatsbescherming, tegen toenemende ongelijkheid, heeft grote moeite met migratie en de vluchtelingenstroom in het algemeen en de islam in het bijzonder en vreest dat Nederland door immigratie en open grenzen te veel van zijn eigenheid verliest. Die grote groep burgers heeft tegelijk het gevoel dat ‘mensen zoals wij’ aan al deze ontwikkelingen weinig of niks kunnen doen, dat de politiek gewoon zijn gang gaat. Daarom is die 60 procent voorstander van referenda om de politieke klasse, waarvan men het gevoel heeft dat die hen niet langer representeert en niet naar hen luistert, wakker te schudden of te corrigeren.

Wat het allemaal nog onaangenamer maakt, is dat die 60 procent ongeveer overeenkomt met het aantal laagopgeleiden en middelbaar opgeleiden in Nederland. Die voelen zich veel minder dan hoogopgeleiden goed in de globaliserende kenniseconomie, waarin de wereld dorp is geworden, en het dorp de wereld. Ze profiteren er ook minder van. We moeten iets met deze diepe verdeeldheid. Geen land kan relaxed de toekomst in met zo’n bizarre kloof tussen toekomst-optimistische academici en toekomst-pessimistische niet-academici. Tussen politiek gevestigden en outsiders in de ‘diplomademocratie’. En dan heb ik het nog niet eens over de oplopende spanning tussen moslims en niet-moslims.

Alle seinen staan op polarisatie en op aanscherping van scheidslijnen. Waar is de Nederlandse pacificatie- en poldertraditie gebleven? Het DNA van samenwerking en overbrugging van tegenstellingen? Die lijken ons nu in de steek te laten. Zorgelijk is dat de scheiding der geesten – ook in de afgelopen referendumcampagne – gepaard gaat met steeds giftiger verdachtmakingen op sociale media en met wederzijdse minachting tussen establishment en non-establishment.

Wat een zo verdeeld land als Nederland nu het hardste nodig heeft, is een doorbreking van stereotypen en groepsidentiteiten. ‘Volk’ en ‘elite’, establishment, populisme en islam moeten als valse eenheden worden ontzenuwd. Pluralisme en pluriformiteit moeten gestolde tegenstellingen ontregelen. Dodelijk is het beeld van het politiek bedrijf als old boys network van hoogopgeleiden. De ‘elite’ zal weer een democratisch links en rechts alternatief tegenover elkaar moeten stellen. Voor het Westen kiezende moslims moeten zich scherp distantiëren van de radicale islam, zoals ‘populisten’ zich scherp moeten afbakenen van extreemrechts. Zodat er meer soorten elite, meer soorten islam en meer soorten populisten zichtbaar worden. Want een tot op het bot verdeelde, verscheurde samenleving, zo ken ik Nederland niet.’

Aldus René Cuperus

Hij heeft dus gelijk gekregen. De verhouding was inderdaad 60/40. En niet voor de eerste keer. De meerderheid van de bevolking heeft weer eens NEE gezegd tegen wat hij noemt ‘de toekomstrichting van de huidige samenleving’. De koers die de samenleving vaart, ligt dus blijkbaar vast en ze is waarschijnlijk bepaald door de minderheid die JA zegt. Dat NEE vindt Cuperus een groot probleem want het zorgt voor verdeeldheid, polarisatie, tegenstellingen. De splijtende krachten winnen het van de verbindende krachten. De oplossing ziet hij in een versterking van de ‘elite’ die de verbindende en toekomstgerichte krachten vertegenwoordigt. Zij moet de extremisten eruit borstelen en een pluralistisch centrum vormen. Tenminste, zo begrijp ik het, want zijn ‘oplossing’ is zo abstract geformuleerd dat niet duidelijk is wat hij er precies mee bedoelt. Maar zijn bedoelingen worden wel duidelijk uit zijn formulering van het probleem: ze zijn niets anders dan good old politieke correctheid.

Veelzeggend is de zin: ‘de meerderheid van de bevolking verzet zich tegen de toekomstrichting van de huidige samenleving’. Daaruit blijkt dat de meerderheid van de bevolking volgens Cuperus geen deel uitmaakt van die samenleving. Qua ‘splijtende krachten’ kan dat tellen: de meerderheid van de bevolking wordt radicaal niet tot de samenleving gerekend. Die samenleving bestaat enkel uit de 40 procent die met elkaar willen samenwerken en die dus de verbindende krachten vertegenwoordigen. Het is het oude liedje: die verbindende krachten zijn net zo goed splijtende krachten want ze zetten zich scherp af tegen 60 procent van de bevolking. Het zijn zelfs splijtende krachten bij uitstek, want ze distantiëren zich van de meerderheid. Ze vormen een minderheid die zich afscheidt en tegen de meerderheid zegt: jullie keren zich tegen ons, jullie zaaien verdeeldheid. Anders gezegd, wie zich tegen de machtsgreep van de ‘elite’ verzet wordt bestempeld als splijtend, polariserend, niet tot de samenleving behorend.

Het zou allemaal veel duidelijker worden als we die ‘splijtende’ krachten mannelijk zouden noemen en de ‘verbindende’ krachten vrouwelijk. We zouden dan inzien dat de verbindende krachten die we nodig hebben niet dezelfde zijn als de vrouwelijke krachten. We hebben menselijke krachten nodig die mannelijk en vrouwelijk met elkaar verbinden, NIET vrouwelijke krachten die de mannelijke willen opvreten in naam van de menselijkheid. Door menselijke verbindende krachten te identificeren met vrouwelijke verbindende krachten wordt er een enorme verwarring gezaaid die Ahriman toelaat verdeeldheid te zaaien in naam van de eenheid, strijd in naam van de solidariteit, haat in naam van de liefde. Want natuurlijk is Ahriman de inspirator van dat verwarrende intellectualistische taalgebruik. Hij is degene die spreekt over eenheid, liefde en solidariteit. En wie zou daartegen kunnen zijn! Maar wat we niet beseffen is dat hij het heeft over ‘vrouwelijke’ eenheid en dus oproept tot strijd tegen de ‘mannelijke’ eenheid. 

Er gaat een magische werking uit van dit ahrimanische taalgebruik, het sust ons in slaap en doet ons instinctief reageren op de abstracte woorden en begrippen uit het politiek-correcte vocabularium: racisme, onverdraagzaamheid, haat, liefde, solidariteit, samenleving, verbindende krachten, polariserende krachten, enzovoort. Eigenlijk zouden we bij ieder van die woorden de vraag moeten stellen: wat wordt ermee bedoeld? Op welke werkelijkheid hebben ze betrekking? En dan zouden we zien dat ze telkens betrekking hebben op twee tegengestelde werkelijkheden en dat ze – door ons gebrek aan wakkerheid en onderscheidingsvermogen – telkens verbonden worden met slechts één van die werkelijkheden. Dat is wat men noemt dualistisch taalgebruik. De taal wordt op zo’n manier gebruikt dat we telkens slechts één kant van de medaille zien, nooit beide kanten samen. En zo betovert Ahriman ons met zijn woorden, zo zet hij ons tegen elkaar op. 

Verkiezingen?

In reactie op mijn eerste beschouwing over ‘de’ verkiezingen, schrijft een lezer: ik vrees dat u zich lichtelijk verkijkt op de N-VA.
Nochtans had ik over die partij niets anders gezegd dan dat ze de enige is die – mogelijk – iets zou kunnen veranderen, en dat verandering hoognodig is.
Maar het volstaat tegenwoordig om de N-VA niet te verketteren om zelf verketterd te worden.
‘Verketteren’ is nu niet meteen het woord dat ik wil gebruiken om deze lezersreactie te benoemen, maar ze lijkt me toch een homeopatische verdunning van de obligate wijze waarop de N-VA en Bart De Wever aangevallen worden.
Eigenlijk zijn die aanvallen de voornaamste reden van mijn sympathie voor de man.
Iemand die op zo’n nietsontziende manier verketterd wordt door zij-die-het-voor-zeggen-hebben, moet – om het neutraal uit te drukken – een bijzonder iemand zijn.

Het doet me denken aan die andere ketter, de zwaar verguisde Joseph Ratzinger alias de vorige paus.
Onvoorstelbaar wat voor bakken kritiek (en hier zou ik ook een ander woord kunnen gebruiken) die man over zich heen kreeg!
Ik moet bekennen dat ik me aanvankelijk liet misleiden door die kritiek, maar gelukkig gaf iemand me de raad: lees eens iets van die Ratzinger, hij is niet de degene waarvoor men hem verslijt!
Omdat ik altijd bereid ben mijn mening te herzien, volgde ik zijn raad op en stelde vast dat hij gelijk had.
Ratzinger bleek precies het tegenovergestelde te zijn van wat zijn kwalijke reputatie deed vermoeden: een zeldzaam intelligent en mild man, een echt christenmens zeg maar.
Dat was iets dat ik echt niet kon zeggen van zijn voorganger, noch van zijn opvolger.
En toch was het Ratzinger die verketterd werd, terwijl de andere twee de hemel werden ingeprezen.

20140522-115456.jpg

Als jongeman was ik er al van overtuigd dat wie vandaag de waarheid wil kennen, moet kijken naar de consensus over een onderwerp, en ze vervolgens omkeren.
Ik heb dat altijd een probaat middel gevonden en ik pas het ook nu weer toe op Bart De Wever.
De consensus over de man laat aan duidelijkheid niets te wensen over: Bart De Wever is slecht, Bart De Wever is de nieuwe Hitler, Bart De Wever is een gevaarlijke man die het land naar de afgrond zal leiden, Bart De Wever zal de mensen in armoede dompelen, enzovoort, enzovoort.
Als ik dat omkeer, krijg ik iemand op wie ik meteen zou stemmen.
Als ik zou stemmen.

Bart De Wever neemt mij voor zich in om de eenvoudige reden dat – excusez le mot – iedereen op zijn kop schijt.
Was hij een standbeeld, dan zou er al lang niets meer van hem te zien zijn.
Ik vind het werkelijk onvoorstelbaar hoe men nu al jarenlang dagelijks op hem inhakt in de media.
Vandaag stond er alweer een artikel in de krant dat moet aantonen hoe fout en verkeerd Bart De Wever wel is.
Dat moet zo ongeveer het 978ste in de rij zijn.
Het is alsof men na de vorige verkiezingen een beurtrol heeft opgesteld: vandaag gooi jij met str… naar De Wever, morgen jij, overmorgen iemand anders, en zo verder, tot iedereen aan de beurt is geweest. En daarna beginnen we opnieuw.
In hun gooi- en smijtenthousiasme konden de Bart-bashers vaak hun beurt niet eens afwachten. Ik heb in De Standaard – altijd kwaliteit troef – ooit zes artikels op één dag gelezen (zes!) die met elkaar wedijverden om Bart De Wever naar beneden te halen.
Ik denk niet dat er de afgelopen twee jaar één krant in België is verschenen waarin niet minstens één anti-De Wever artikel stond.

20140522-115910.jpg

Zoals wijlen VDB zei: trop is teveel, en teveel is trop.
Een dergelijke overkill aan kritiek is in onze vaderlandse geschiedenis nooit gezien.
En ze worden het maar niet moe: dag in dag uit hetzelfde liedje, zonder ophouden.
Bart is slecht!
Pas op voor Bart!
Stem zeker niet voor Bart!
Bart gaat je centen pakken!
Bart is een rechtse, fascistische nazi!
Bart gaat de mensen doen afzien als nooit tevoren!
(deze laatste is van Elio di Rupo)

Ik snap werkelijk niet hoe je in dergelijke omstandigheden Bart De Wever niét sympathiek kunt vinden.
Niemand kan zó slecht en zó gevaarlijk zijn dat hij het verdient om jaren aan een stuk iedere dag aan de schandpaal te worden genageld.
Als je bovendien ziet dat deze Verschrikkelijke Onmens in feite heel intelligent, heel ad rem, heel geestig en heel cool is, dat er in zijn programma geen dingen staan als ‘steek al de werklozen in kampen’ of ‘stuur alle vrouwen weer naar de keuken’, dat er tijdens zijn burgemeesterschap in Antwerpen geen wraakroepende dingen zijn gebeurd, dan kun je toch niet anders dan je solidair voelen met een man die het in zijn eentje moet opnemen tegen het hele politieke en intellectuele establishment!
Eigenlijk is het niet meer dan menselijk dat je voor zo’n man stemt, al was het maar om een eind te maken aan die mentale gang-rape.

20140522-120159.jpg

Nee, als er iets is dat mij voor Bart De Wever zou doen stemmen (als ik zou stemmen), dan is het wel dat onophoudelijke spervuur van iedereen die meent de menselijkheid, de democratie, de gelijkheid, de verdraagzaamheid, het gezonde verstand, de solidariteit en wat weet ik al niet meer, aan zijn kant te hebben.
Alleen al dat stuitende spektakel van collectieve zelfingenomenheid is genoeg om mij partij te doen kiezen voor de eenling die er het slachtoffer van is, ongeacht wie dat is of wat hij denkt.
Ja, eigenlijk vind ik dat iedereen die het hart op de rechte plaats heeft, moreel verplicht is dit beschamende gedrag af te straffen.
Ofwel door op Bart De Wever te stemmen, ofwel door helemaal niet te stemmen.
Wie duldt dat er op deze manier aan politiek wordt gedaan, is er medeplichtig aan.
Ik hoop dan ook dat zondag iedereen thuis blijft, ofwel – als de show dan toch must go on – dat Bart De Wever een klinkende overwinning behaalt.
Niet omdat ik instem met zijn programma of denk dat het met hem allemaal beter zal worden, maar gewoon omdat de anderen een ouderwets pak slaag verdienen.

Ja maar, ja maar, hoor ik de ernstigen onder mijn lezers zeggen, zo maak je toch geen politieke keuze!
O nee, antwoord ik dan, hoe dan wel?
Door mee te doen aan een stemtest en op die manier het programma van de verschillende partijen te leren kennen zodat ik een bewuste en weloverwogen keuze kan maken?
En dat zou wél ernstig zijn?
Ten eerste zijn die stemtests onbetrouwbaar en ten tweede zijn de partijprogramma’s nog veel onbetrouwbaarder.
Trouwens, het gaat zondag niet om programma’s.
Je kan zelfs niet zeggen dat het om verkiezingen gaat.
In feite wordt er op 25 mei een referendum gehouden.
Er moet gewoon ja of neen gestemd worden.
Ja, ik kies voor Bart De Wever.
Nee, ik kies niet voor Bart De Wever.
Daar komt het op neer, en dat weet iedereen.
Deze ‘verkiezingen’ draaien helemaal rond één persoon, en men is voor hem of men is tegen hem.
Zo simpel is het, alle pogingen om het ingewikkeld te maken ten spijt.

20140522-120246.jpg

Aan de ene kant is dat een goede zaak, want eindelijk gáán de verkiezingen eens ergens over. Eindelijk wordt er eens een referendum gehouden, wat toch een kenmerk van echte democratie is. De kans is natuurlijk groot dat men, zoals gewoonlijk, geen rekening zal houden met de uitslag van dat referendum. Maar in deze tijd van stagnatie en stilstand is zelfs de kleinste mogelijkheid van verandering een heuglijk feit.
Aan de andere kant is dit referendum over één persoon de uitdrukking van een zorgwekkende polarisatie: het land, en meer bepaald Vlaanderen, is verdeeld in twee kampen die elkaar rauw lusten.
Als ik de kranten mag geloven dan is Bart De Wever de aanstichter van die polarisatie.
Tja, in een huwelijk wordt degene die er uitstapt ook vaak als de slechterik gezien.
Maar om ruzie te maken, moet je nog altijd met twee zijn.
Het is naïef, en zelfs belachelijk, om te denken dat één enkele man in staat is om een allesbehalve licht ontvlambaar volk als de Vlamingen in een oogwenk te veranderen in een hoop felle ruziemakers.
Nee, Bart De Wever heeft niets anders gedaan dan een diepe tegenstelling aan het licht brengen die al heel lang onder de oppervlakte smeulde.
Er is zelfs veel voor te zeggen dat het in feite omgekeerd was: het is de groeiende tegenstelling die een figuur als Bart De Wever omhoog heeft gestuwd.

20140522-120406.jpg

Als we willen begrijpen waar het op 25 mei eigenlijk om gaat, dan moeten we Bart De Wever even vergeten en op zoek gaan naar de wortels van de tegenstelling die zich nu rond zijn persoon kristalliseert.
De kunst bestaat er daarbij in om zorgvuldig te werk te gaan en geen stappen over te slaan, want het is donker onder de grond.

Wat ik hierboven beschreven heb, lijkt me een betrouwbaar uitgangspunt.
Het kan niet ontkend worden dat de verkiezingen van 25 mei in feite een referendum zijn.
Het kan ook niet ontkend worden dat ze rond één persoon draaien.
En het kan evenmin ontkend worden dat die persoon nu al jaren het doelwit is van een beschieting die op een mentale remake van 14-18 lijkt.
Dat zijn feiten en iedereen kent ze.
Of men het ook wil erkennen, is een andere zaak.

20140522-120757.jpg

Wat men nog veel minder kan ontkennen, is de politieke polarisatie.
Vergeet de socialisten, de christen-democraten, de liberalen, de groenen, de communisten, en de partij van de ouden-van-dagen.
Ze doen er niet meer toe.
Er zijn nog slechts twee partijen: de N-VA en de rest.
Of: rechts en links.
Dat is waar het vandaag om gaat: de frontale botsing tussen twee onverzoenlijke tegenpolen.
Eigenlijk zou dat een belletje moeten doen rinkelen, want niet alleen lijkt het een herhaling van 14-18 (gelukkig nog zonder wapens), het roept nog een veel oudere herinnering op: die aan de allereerste ruzie, de ruzie tussen Adam en Eva over de appel.
Is de vraag niet net als toen: zullen we de (rijks)appel laten hangen of zullen we er een stuk uit bijten?
De volgende ruzie, die tussen Kaïn en Abel, was een variatie op hetzelfde thema: Kaïn zag dat Abel zich kon verheugen in de gunst van God (nu: van het volk) en dus sloeg hij zijn broer dood.
Ik wil maar zeggen: de politieke polarisatie die vandaag in België aan de oppervlakte is gekomen, is zo oud als de mensheid.
Het is de condition humaine vertaald in politieke termen.
Anders gezegd: het gaat om een oer-probleem.
Hoe vaak horen we niet zeggen dat we het zo goed hebben in ons landje aan de zee, dat we niet mogen klagen, dat we eigenlijk in een paradijs leven.
Welnu, in dat paradijs is er opnieuw een slang opgedoken.
En opnieuw wordt die slang niet opgemerkt.
Opnieuw wordt één van de echtelieden als zondebok gebrandmerkt.

20140522-121040.jpg

Wat we in politiek België zien gebeuren, is wat we overal en op elk gebied zien gebeuren: de fundamentele tegenstelling wordt ontkend.
Men doet alsof ze niet bestaat.
Men weigert ze onder ogen te zien.
Neem bijvoorbeeld de situatie in de kunstwereld.
Die wordt fundamenteel gekenmerkt door de tegenstelling tussen (pakweg) klassieke en moderne kunst.
De hedendaagse kunstwereld bestaat uit twee tegengestelde werelden die met elkaar niets te maken hebben en die elkaars bestaan zonder meer ontkennen.
Maar dat basale feit wordt compleet genegeerd.
Men weigert gewoon deze polariteit onder ogen te zien en men is zich zelfs niet bewust van die weigering.
Het is een instinctieve ontkenning.
De situatie in de antroposofische wereld toont precies hetzelfde beeld.
Die wereld wordt fundamenteel gekenmerkt door de tegenstelling tussen oude en jonge zielen.
Wie die twee groepen eenmaal onderscheidt, merkt dat er (afgezien van de ruzies) nauwelijks contact is tussen beide.
Ze gaan ieder hun eigen gang alsof de anderen niet bestonden.
Hoewel Rudolf Steiner op het hoogtepunt van zijn kunnen met de grootste nadruk gewezen heeft op de noodzaak van samenwerking tussen beide groepen, doet de antroposofische wereld alsof ze nog nooit gehoord heeft van oude en jonge zielen.
Hun polariteit wordt straal genegeerd en men beseft het niet eens.
Ik zou daar nog het voorbeeld kunnen aan toevoegen van de manier waarop vandaag de fundamentele tegenstelling tussen man en vrouw wordt verdoezeld.
Men vervangt ze door een waaier van ‘gender-types‘: mannen die op mannen vallen, vrouwen die op vrouwen vallen, mannen en vrouwen die op mannen én vrouwen vallen, mannen die vrouw worden en vrouwen die man worden, mannen en vrouwen die zowel man áls vrouw zijn, vrouwen met baarden die zingen, mannen met …
Afijn, er zijn vandaag zoveel mogelijkheden van ‘gender-expressie’ dat de tegenstelling man-vrouw compleet achterhaald lijkt.

20140522-121230.jpg

Ik maak me sterk dat dit rijtje van voorbeelden nog veel langer kan worden gemaakt.
De hele wereld is vandaag in de greep van een diepe en fundamentele polarisatie én van de ontkenning ervan.
Dat zien we duidelijk weerspiegeld in de politieke situatie in Belgenland.
Het verschijnen van Bart De Wever wordt niet gezien als het zichtbaar worden van een fundamentele tegenstelling in de Belgische politiek, nee de man wordt gezien als de slang die het paradijs is binnengedrongen en die met vereende krachten moeten worden uitgedreven.
Nog nooit is de Belgische politiek zo eensgezind geweest: als één hecht blok staan ze tegenover de vijand.
Dat leidt tot hilarische taferelen, zoals de Vlaamse socialisten die massaal ‘Elio, Elio, Elio’ staan te skanderen op de Gentse Vrijdagmarkt.
Maar door Bart De Wever als de vijand af te schilderen, blijft de echte vijand uit het vizier.
De fundamentele tegenstelling wordt genegeerd door één van beide tegenpolen te identificeren als de oorzaak van de polarisatie.
Als men die tegenpool uitschakelt, denkt men ook een eind te maken aan de tegenstelling.
In werkelijkheid maakt men ze natuurlijk alleen maar groter.

20140522-121554.jpg

Het Belgische establishment keert zich als één man tegen Bart De Wever.
Op alle mogelijke manieren (ik vrees dat we ze nog niet allemaal gezien hebben) probeert men hem uit te schakelen. Maar juist daardoor maakt men hem – en de polarisatie – alsmaar sterker. En de hevige strijd die daaruit volgt, onttrekt de echte strijd aan het oog.
Want men vecht niet tegen Bart De Wever, men vecht tegen de bewustwording van de oer-tegenstelling.
Men probeert dat menselijke grondprobleem – het feit dat de wereld in twee gedeeld is – op alle mogelijke manieren te vermijden, en de meest effectieve manier is een hevige strijd tussen beide ‘delen’.
Die strijd wordt in België momenteel politiek gevoerd, maar politieke strijd pleegt verder gezet te worden met andere middelen.
Ik maak me sterk dat de werkelijke oorzaak van de Grote Oorlog precies het niet onder ogen willen of kunnen zien was van een fundamentele tegenstelling.
Wat die tegenstelling precies was, weet ik niet, maar ik stel wel vast dat toen – net als nu – hetzelfde beeld verschijnt: dat van één tegen allen.
In beide wereldoorlogen vocht Duitsland tegen de rest van de wereld.
Althans, zo wordt het voorgesteld.
In werkelijkheid vocht men tegen iets anders.
Men vocht tegen de bewustwording van iets.
Men vocht tegen een bewustzijn dat moest ontstaan uit de (doorleefde) spanning tussen de tegenpolen, een ‘Steigerungsbewustzijn’, een bewustzijn met een hoger trillingsgetal, zeg maar.
Door de spanning te laten exploderen in strijd en geweld, werd het ontstaan van dat ‘hogere’ bewustzijn onmogelijk gemaakt.
Maar de tegenstelling die tot die spanning leidde, verdween niet.
Integendeel, zij dook opnieuw op.
Na de eerste wereldoorlog volgde de tweede wereldoorlog.
Na de tweede wereldoorlog volgde de Koude Oorlog.
En sindsdien is er eigenlijk geen eind meer gekomen aan de oorlogen.

20140522-121735.jpg

Het mag gevreesd worden dat er ook geen eind zál aan komen, zolang de spanning tussen de tegenpolen niet leidt tot een ander, hoger bewustzijn.
Zolang dat bewustzijn er niet komt, zullen de spanningen telkens weer exploderen in geweld en vernietiging.

Om de een of andere reden – en antroposofen weten waarom – lopen de spanningen tussen de tegenpolen hoog op in onze tijd.
Daar kunnen we echt niet meer naast kijken: de hele wereld raakt verdeeld in strijdende kampen.
En toch is dat precies wat we doen: ernaast kijken, het negeren, de ogen ervoor sluiten.
De werkelijke strijd gaat niet tussen de tegenpolen, hij gaat tussen het oude en het nieuwe bewustzijn.
De werkelijke strijd gaat tegen bewustwording en hij wordt gevoerd door een bewustzijn dat niet meer van deze tijd is en daardoor kwaadaardig wordt.

Dat bewustzijn zien we aan het werk in de hetze tegen Bart De Wever en het biedt een beschamend schouwspel.
Ik kan me uit de afgelopen jaren niet één krantenartikel of politieke beschouwing herinneren die de huidige polarisatie op een objectieve, onpartijdige manier in beeld bracht.
Het is alsof men daar eenvoudig niet meer toe in staat is.
Dat zulks uitgerekend het geval is in België, het land van het compromis en het eindeloze communautaire gepraat, geeft te denken.

20140522-121936.jpg

België, en meer bepaald Vlaanderen, wordt wel eens het slagveld van Europa genoemd.
Er is waarschijnlijk geen bodem die zo doordrenkt is met bloed als de Vlaamse bodem.
Er is geen volk dat zoveel bloed heeft zien vloeien als het Vlaamse.
Er is wellicht ook geen (modern) volk dat vreedzamer is en meer geneigd tot compromis.
Het bestaan van België is maar mogelijk dankzij de grote toegeeflijkheid van de Vlamingen: ze zijn tot alles bereid omwille van de lieve vrede.
In die zin kunnen ze model staan voor heel Europa: de Europese mens is oorlogsmoe.
Hij heeft de afgelopen eeuw zoveel geweld en zoveel gruwelen gezien dat diep in zijn ziel een onverzettelijke vredeswil is ontstaan.
‘Nooit meer oorlog!’: dat is wat leeft in de onbewuste wil van de moderne Europeaan.
Maar dat is niet wat leeft in zijn wakkere bewustzijn.
Dat bewustzijn is een … oorlogsbewustzijn.
Het denkt in tegenstellingen, het zoekt de confrontatie.
Daar is op zich niks mis mee, want ‘du choc des idées jaillit la lumière’.
Het is aan dit strijdlustige bewustzijn dat we onze vrijheid en zelfstandigheid te danken hebben.
Het enige probleem is dat we ons niet bewust zijn van dat bewustzijn.
We realiseren ons niet dat we in gedachten altijd ruzie zoeken, en daardoor wordt dat ruzie-zoeken een automatisme, een gewoonte die met ons aan de haal gaat en die tot een tweede (kwaadaardige) natuur wordt.

20140522-122145.jpg

We kunnen dat heel goed waarnemen in de kranten.
Als Bart De Wever in een interview zegt dat hij niet akkoord is met de standpunten van de socialisten, dan wordt dat: Bart De Wever haalt snoeihard uit naar de SP.a.
Als iemand met zijn auto tegen een boom botst, heet het: man sterft na klap tegen boom.
Alsof hij die boom een oplawaai verkocht heeft en de boom heeft teruggeslagen.
Een simpel ongeval wordt op die manier een daad van agressie.
En zo wordt alles vertaald in ‘oorlogstermen’.
We weten allemaal wat de reden is van dit agressieve, opruiende, sensationele taalgebruik: het is een wapen in de concurrentiestrijd tussen de kranten.
Maar die concurrentiestrijd is op zijn beurt een gevolg van hoe we de wereld zien: als het toneel van een gigantische struggle for life.
Ook hier zijn we weer niet in staat om de twee polen tegenover elkaar te plaatsen: de struggle for life en de vreedzame samenwerking.
Eén van beide moet wijken omdat we de spanning tussen beide niet kunnen uithouden.
Dat wil zeggen: ons bewustzijn kan ze niet uithouden.
In ons dagelijkse doen combineren we beide als vanzelfsprekend.
Maar met ons verstand kunnen we ze alleen maar als vijanden zien en proberen we één van de twee uit te schakelen.

20140522-122601.jpg

De oorzaak van het oplopen en exploderen van de spanningen tussen de tegenpolen ligt dus niet in ons doen maar in ons denken.
In ons doen komt onze vredeswil tot uiting, en met name de Vlamingen zijn tot veel bereid om de lieve vrede te bewaren.
Maar ons denken gaat zijn eigen oorlogszuchtige gang zonder zich iets aan te trekken van wat we diep van binnen eigenlijk willen, en dat is: vrede.

De Belgische politieke situatie is niets anders dan een uitdrukking van de innerlijke gespletenheid van de Belg, en vooral dan van de Vlaming. Want terwijl de Franstaligen als vanouds één blok vormen in communautaire zaken, zijn de Vlamingen hopeloos verdeeld.
We kijken dus als in een spiegel, maar we weten het niet.
We verwensen (vooral) Bart De Wever, we verwensen (soms) de andere partijen, we verwensen (algemeen) de politiek, we verwensen de polarisatie, het geruzie, het hele communautaire ‘gedoe’, maar één ding verwensen we zelden of nooit, en dat is onze eigen innerlijke gespletenheid.
We komen er maar niet toe een bewustzijn te ontwikkelen dat zich verheft boven deze gespletenheid en in staat is de tegenpolen te zien als delen van een groter – driegeleed – geheel.
Dat is de drempel waar we niet overheen raken.
Dat is de Grote Verandering die nodig is.
Van Bart De Wever zal ze niet komen.
Van de andere partijen nog veel minder.
Maar het feit dat ze vandaag zo onverzoenlijk tegenover elkaar staan, spoort ons aan om ‘in het eigen hart te kijken’.
Want daar ligt de oplossing.
Niet in de stembureaus.

20140522-122831.jpg

Die domme Zwitsers toch!

20140211-111154.jpg

Zijne Politieke Correctheid Yves Desmet is er natuurlijk als de kippen bij om de Zwitsers de les te lezen.
Hij doet dat onder meer als volgt.

‘De uitslag van het referendum is een voorbeeld van hoe rationaliteit het in dit continent steeds vaker moet afleggen tegen de vrees voor verandering en het vastklampen aan een nostalgisch beeld van toen.

Het was vooral op het platteland dat het onbehagen en de angst voor de potentiële teloorgang van een geïdealiseerd verleden doorwoog.

Als in Zwitserland een xenofobe grondstroom van onbestemde angst voor verandering het haalt, dan zijn we ook in de rest van Europa nog lang niet thuis, en wacht de Europese leiders een gigantische pedagogische opdracht, en de taak om deze opkomende golf van emotioneel onbehagen van antwoord te dienen.

Want dat kan onmogelijk liggen in het opnieuw rechtzetten van scheidingsmuren binnen de Europese Unie.’

Yves Desmet schrijft de wens van de Zwitsers om massa-immigratie aan banden te leggen dus toe aan ‘emotioneel onbehagen’ en ‘nostalgie naar een geïdealiseerd verleden’.
Het is in zijn ogen een volslagen irrationele reactie.

Het is natuurlijk een feit dat de Zwitsers een zeer emotioneel volk zijn. Rationaliteit is aan hen niet besteed.
Het is ook een feit dat Zwitserland onlangs uitgeroepen werd tot het meest vooruitstrevende en innoverende land van Europa.
Het is een feit dat Zwitserland relatief gezien meer immigranten telt dan andere Europese landen.
Het is een feit dat Zwitserland het op zowat alle vlakken beter doet dan de rest van Europa.
Het is een feit dat Zwitserland niet bij de Europese Unie hoort (evenmin als Noorwegen, dat andere welvarende land).
Het is een feit dat Zwitserland het meest democratische land van Europa is.

Rarara, welk feit hoort niet in het rijtje thuis?

Juist: het ‘feit’ waarop Yves Desmet zijn hele ‘redenering’ bouwt.
Dat de Zwitsers uitgesproken rationeel zijn, dat ze in hun referenda zeer rationeel te werk gaan (met een uitvoerig debat over pro en contra), en dat die rationaliteit van hen een zeer welvarend volk maakt, dat schuift Yves Desmet niet alleen aan de kant, hij keert het zelfs gewoon om.
Feiten doen er voor hem niet toe.
Democratie doet er niet toe.
Er is maar één ding dat er toe doet:
Alle grenzen moeten verdwijnen.
Dat heeft namelijk één groot voordeel: je kan je nergens meer onttrekken aan de macht van de Europese Unie.

Dat is de toekomstdroom die linkse, progressieve Yves nastreeft:
Alle Macht aan de Europese Leiders, de Grote Pedagogen.

Als dát geen nostalgie is naar een geïdealiseerd verleden!

20140211-115720.jpg

Geleide democratie

20140210-174040.jpg

Zondag stemden de Zwitsers in een referendum voor quota op migratie.
‘Ik betreur dit resultaat ten zeerste,’ zei Guy Verhofstadt, de kandidaat-opvolger van commissievoorzitter José Manuel Barroso.
‘Indien het resultaat van het referendum omgezet wordt in een Zwitserse wet, is dit niet alleen een schending van het verdrag met de EU over het vrij verkeer van personen, maar het brengt de goed draaiende Zwitserse economie en de hoge levensstandaard in gevaar.’

Zwitserland riskeert nu een opschorting van de zeven bilaterale verdragen met de Europese Unie. Vandaag zitten de Europese ministers van Buitenlandse Zaken samen om over de kwestie te praten.

Verhofstadt blijft hoopvol: ‘We nodigen Zwitserland uit om met de hulp van de Europese Unie een snelle oplossing te vinden vooraleer deze delicate situatie uit de hand dreigt te lopen.’

Verhofstadt blijft hoopvol.
Verhofstadt toont zich ook bezorgd over de Zwitserse economie en levensstandaard.
Het zou het echt zonde vinden als het welvarendste land van Europa slachtoffer zou worden van zijn democratie.
Een referendum, allemaal goed en wel, maar wát als de bevolking de verkeerde keuze maakt!
Wat als ze zichzelf in gevaar brengt!
Dan zijn er Europese leiders nodig die waken over het welzijn van de Europeanen.
En er zijn geen bezorgder leiders dan Belgische leiders.
Het is bijna ontroerend hoe bezorgd zij zijn over het welzijn van de Belgen.
Ze houden dan ook geen rekening met het stemgedrag van de Belgen.
Naar uitslagen van referenda of verkiezingen wordt niet geluisterd, tenzij bij wijze van entertainment.
Daarom gaat het in België zo goed.
Daarom is België een voorbeeld voor Europa.

De Zwitsers hebben daar tussen hun bergen weer eens democratietje mogen spelen, en dat volksvermaak wordt hen van harte gegund, maar de werkelijkheid is nu eenmaal geen spel.
De werkelijkheid is dat de Zwitsers moeten luisteren, net als de Belgen.
Ze moeten luisteren naar wijze leiders zoals Guy Verhofstadt.
En als ze niet willen luisteren, dan zullen ze moeten voelen.
Dan zullen de leiders hun verantwoordelijkheid nemen.
Want dat is wat leiders doen.
Dat is wat hen tot leiders maakt.
Leiders moeten leiden.
En de bevolking moet volgen.

Was dat niet wat leider Guy in zijn beroemde Burgermanifesten verdedigde?
Directe democratie. Rechtstreekse inspraak.
Net als in Zwitserland dus.
Maar onder zijn leiding.

20140210-174104.jpg

Democratie voor oliezijkers

20130904-194628.jpg

In Sint-Niklaas is afgelopen zondag een referendum gehouden.
Het begon allemaal met de plannen van het stadsbestuur om de ophaling van het huisvuil te privatiseren.
Ah neen, zeiden de mannen van de vuilkar, en ze begonnen prompt handtekeningen te verzamelen om op het gemeentehuis een volksreferendum af te dwingen.
In een mum van tijd hadden ze meer dan het vereiste aantal handtekeningen.
Het stadsbestuur probeerde nog een deel ervan ongeldig te laten verklaren, maar dat lukte niet.
En dus kwam er een referendum.
Tijdens De Zevende Dag kwam schepen Geerts tekst en uitleg geven over wat er ’s namiddags in Sint-Niklaas op het spel stond.
Op de vraag wat het stadsbestuur zou doen als het referendum in haar nadeel uitviel, antwoordde Geerts, een socialiste en hoofd van het progressief kartel, zonder aarzelen: ‘wij zijn democraten, we zullen de uitslag respecteren.’

Enkele uren later was ze opnieuw op tv.
De boodschap luidde dit keer: het stadsbestuur legt de uitslag van het referendum naast zich neer.
Reden: er is onvoldoende draagvlak onder de bevolking, want slechts een kleine 20% is gaan stemmen.
Dat 20% ruim voldoende is volgens het referendumreglement deed blijkbaar niet ter zake.
Het was allemaal een maat voor niets geweest.

Dit noemen de progressieven in Sint-Niklaas dus democratie.
Zelf zou ik het cynisme noemen.
Mij maak je namelijk niet wijs dat het stadsbestuur in die enkele uren opeens van gedacht veranderde, in spoedzitting bijeenkwam en vervolgens unaniem (daar werd de nadruk op gelegd) besliste om de referendumuitslag in de prullenbak te gooien.
Nee, ze zijn nooit van plan geweest om rekening te houden met dat referendum.

Waarom hielden ze dat (dure) referendum dan?

Om het volk zoet te houden.

De vuilnismannen hadden dagenlang campagne gevoerd.
Ze waren de straat opgegaan om te spreken met de bevolking, om zoveel mogelijk mensen warm te maken voor hun zaak.
Dat kost energie.
Er waren gesprekken geweest, discussies, redeneringen. Mensen hadden moeten nadenken, een mening vormen, een standpunt innemen.
Dat kost energie.
Vervolgens hadden mensen moeten beslissen of ze gingen stemmen. En degenen die gingen stemmen moesten een beslissing nemen.
Dat kost allemaal energie.
Zeker omdat moderne mensen dat niet gewoon zijn.
Er wordt immers toch nooit naar hen geluisterd.
De politici doen gewoon hun zin.
Dus waarom nog nadenken en discussiëren over maatschappelijke thema’s!
Nee, dat hele referendum moet de bevolking van Sint-Niklaas – althans het gedeelte dat nog niet helemaal apathisch is geworden – danig uitgeput hebben.
En dat was precies de bedoeling.

Je zult het zien: de Sint-Niklazenaars (de oliezijkers) zullen de puf niet meer hebben om te protesteren tegen het afwijzen van het referendum.
Er zullen een paar boze brieven verschijnen en volgende week komt de nieuwe iPhone uit en niemand zal nog zin hebben om zich druk te maken over de privatisering van de vuilnisdienst.
Zo redeneren moderne democraten.
Of ze nu in het stadsbestuur van Sint-Niklaas zitten, in de federale regering of in het Europese Parlement.

Sommigen zeggen: wacht maar tot de verkiezingen van 2014, dan zullen we Geerts & co wel eens een poepje laten ruiken!
Alsof het er bij die verkiezingen anders aan toe gaat dan bij het referendum in Sint-Niklaas!
Verkiezingen zijn er niet om het volk te laten kiezen.
Komaan zeg!
Verkiezingen zijn er om het volk zoet te houden.
Spanning en sensatie!
Brood en spelen.
Stel je voor dat de N-VA wint!
Stel je voor dat Bart De Wever naar het Koninklijk Paleis gaat en Filip op straat zet!
Stel je voor dat België barst!
Wat er dan allemaal niet zal gebeuren!
Misschien komt Obama ons wel bombarderen!
De internationale gemeenschap kan toch niet lijdzaam toezien hoe er een nieuwe Hitler aan de macht komt in het nazistische Vlaanderen!
O gruwel, o griezel.

Terwijl er in werkelijkheid drie keer niks zal gebeuren.
Bart wint de verkiezingen met een verpletterende meerderheid, en daarna beslissen de andere partijen (plus konink Filip) dat hij niet meer mag meedoen.
WANT HIJ IS GEEN DEMOCRAAT!

Zo gaat dat in een moderne democratie, jongens en meisjes.
En nu: oogjes dicht en snaveltjes toe.
En lekker verder slapen!