Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Sinterklaas

Als een zwaard uit de schede

  

Op De grote Rudolf Steiner Citatensite van Ridzerd van Dijk trof ik onderstaand citaat aan. Zoals gewoonlijk maak ik er een vrije hertaling van om het allemaal wat eenvoudiger en begrijpelijker te maken. Wie dat niet vertrouwt kan altijd de oorspronkelijke tekst opzoeken. Als ik wist hoe het moet, zou ik een directe link plaatsen, maar ik weet het niet en bereidwillige mensen slagen er ook niet in het mij uit te leggen. 

‘Onze lagere natuur wordt in toom gehouden door onze hogere natuur. Beide zijn met elkaar vermengd en niet meer van elkaar te onderscheiden zoals in een groene vloeistof het samenstellende geel en blauw ook niet meer te onderscheiden zijn. De vloeistof kan echter op chemische wijze weer ontbonden worden tot een gele en een blauwe vloeistof, en zo ook worden door een occulte ontwikkeling de hogere en de lagere natuur van de mens weer van elkaar gescheiden. De lagere natuur wordt uit het lichaam getrokken als een zwaard uit de schede, en alle kwaadaardige eigenschappen, waar voordien niets van te merken was, treden nu aan het licht op een bijna griezelige manier. Mensen die we als welwillend kenden, worden nu jaloers en querulant. Die kwalijke eigenschappen zaten vroeger ook al in hen, maar ze werden beheerst door hun hogere natuur. Mensen die de bovenzintuiglijke wereld betreden, worden heel gemakkelijk leugenaars, ze verliezen het vermogen om het ware van het valse te onderscheiden. Daarom moet een occulte scholing noodzakelijkerwijs gepaard gaan met de strengste scholing van het karakter. Wat de geschiedenis over heiligen en hun verleidingen vertelt, is geen legende maar letterlijke waarheid.’

(Rudolf Steiner)

GA 54 – Berlijn, 7 december 1905 

Is dit niet precies waar het in de hele Zwarte-Pietenkwestie om gaat? De mensheid gaat over de drempel en maakt dus onbewust een ‘occulte scholing’ of inwijding door. Haar hogere natuur wordt als een zwaard uit de schede van haar lagere natuur getrokken en deze laatste blijft onbeheerd en onbeheerst achter, met als gevolg dat allerlei kwalijke eigenschappen de vrijheid krijgen. Rudolf Steiner noemt er drie: jaloezie, ruzie zoeken en liegen. De eerste twee komen mij voor als luciferisch, de laatste als ahrimanisch. 

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn een kinderlijk beeld van de hogere en de lagere natuur van de mens. Zij werkten tot voor kort eendrachtig samen, maar in onze (drempeloverschrijdings)tijd gaan ze uit elkaar. Sinterklaas verdwijnt bij wijze van spreken in de wolken: hij vervluchtigt tot een hersenschim, want we geloven niet meer in de hogere natuur van de mens. Zwarte Piet blijft alleen achter en wordt kwaadaardig. Maar zijn kwaadaardigheid is niet enkelvoudig: we herkennen er de schijnheilige Lucifer en de agressieve Ahriman in. 

Anders gezegd, Zwarte Piet verandert in een schijnheilige pseudo-Sint en een onderwereld-Piet. We herkennen daar de politiek correcte mens in, met zijn onschuldige schapengezicht (ik ben een goed mens, ik ben vol liefde en verdraagzaamheid, ik wil de wereld beter maken) waarachter een grimmige wolventronie schuilgaat (u bent een racist, u bent een slecht mens, u moet met alle mogelijke middelen worden bestreden). Nog anders gezegd, het uit elkaar gaan van de echte Sinterklaas en Zwarte Piet leidt tot een versmelting van de valse Sinterklaas en Zwarte Piet. Heel verwarrend allemaal. 
 

Het Pietenpact

  

‘Het Pietenpact is een intentieverklaring die mikt op een viering voor iedereen, met een paar duidelijke afspraken én voldoende vrijheid om zelf vorm te geven aan dit oude, gekoesterde feest. Sinterklaas is door de eeuwen steeds geëvolueerd en aangepast, een reden te meer om het debat nooit voor voltooid te verklaren, noch om verfijningen halsstarrig te bestrijden. Het uitgangspunt is dat we Sinterklaas vieren zonder raciale stereotyperingen. Voor de rest is de invulling van het feest vrij: de Sint kiest lekker zelf of hij zonder of met pieten – roetveegpieten, regenboogpieten, ongeschminkte pieten – jong en oud komt verblijden. Vanuit dit pact willen we de komende maanden bouwen aan een platform – online en live – voor de uitwisseling van inspirerende voorbeelden van creatieve, inclusieve én praktisch werkbare invullingen van het Sinterklaasfeest. Op deze manier willen we de vele mensen die al werken aan oplossingen met elkaar verbinden en een breder gedragen Vlaams-Nederlandse beweging creëren die een warme en eigentijdse Sinterklaasviering voor ogen heeft.’

Zo staat het te lezen op de webpagina van cultuurhuis deBuren, initiatiefnemer van het Pietenpact. Over die tekst is nagedacht, want deBuren is een Vlaams-Nederlandse vzw en in Nederland weten ze hoe gevoelig die hele Pietenkwestie ligt. Dus wil ik ook eens nadenken over die tekst en proberen me een beeld te vormen van de geest waarin hij geschreven is. Het meest veelzeggende zinnetje in dat verband is: de Sint kiest lekker zelf. Lekker: zo spreek je tegen kinderen, zo spreek je als je … voor Sint speelt. De hele tekst is inderdaad in een zalvende, prekerige stijl geschreven, net als het vervolg erop, waarin stap voor stap wordt uitgelegd wat het Pietenpact precies inhoudt, want ‘men heeft het niet goed begrepen’. Hier is dus zeker niet iemand aan het woord die in dialoog wil gaan met gelijken, maar een God-de-Vaderfiguur die zich vooroverbuigt naar de kleintjes en hen in vriendelijke bewoordingen duidelijk maakt hoe het zit. Die vriendelijkheid heeft echter een keerzijde, want Wim Vanseveren, directeur van deBuren, verklaarde in de krant dat hij er niet over denkt het Pietenpact af te schaffen. 

Kinderen moeten luisteren, zo simpel is dat. Vanseveren is weliswaar bereid te wachten tot ze uitgehuild zijn en daarna zal hij het nog eens uitleggen – want zo is de Sint: rustig, begrijpend en vol geduld – maar als de kinderen dan nog altijd hun eigen willetje willen doordrijven, zal hij geen andere keuze hebben dan Zwarte Piet erbij te halen. Die zal de stoute kinderen ongenadig van de roe geven en ze vervolgens in zijn zak steken. Want zo gaat dat in de linkse, multiculturele, politiek correcte wereld: wie niet horen wil, moet voelen! Wie dus denkt dat het Pietenpact zal opgeborgen worden omdat er gehuild, gejengeld en geprotesteerd wordt, vergist zich deerlijk. De Sinterklazen dezer wereld spreken in naam van het Hogere, zij kunnen en zullen niet dulden dat het kleine grut zijn eigen zin doet. Kinderen de baas? Iedere ouder weet waar dat op uitdraait. Nee, als de jeugd – dat wil zeggen: de bevolking – niet wil luisteren dan moet ze stevig aangepakt worden. Dan moet de goede Sint veranderen in een Zwarte Piet die de stoute kinderen stevig op hun plaats zet en hen laat voelen wie de baas is. 

Ziedaar de politiek correcte mens: zalvend of dreigend al naargelang van de omstandigheden. Zijn de kinderen braaf dan is hij Sinterklaas, zijn ze stout dan wordt hij Zwarte Piet. Maar luisteren zullen ze. Zo gedraagt iedere ouder zich tegenover zijn kinderen, dat is de normaalste zaak van de wereld. Abnormaal wordt het echter wanneer hij zich ook tegenover andere ouders zo gaat gedragen. Zou Wim Vanseveren, die beweert met zijn Pietenpact in debat te willen gaan, beseffen dat hij zijn gesprekspartners toespreekt alsof het kinderen waren? Zou hij beseffen dat hij een stok achter zijn rug houdt waarmee hij die kinderen slaat wanneer ze het niet met hem eens zijn? De vraag stellen, is ze beantwoorden. Hij zou waarschijnlijk verontwaardigd zijn als men hem een schijnheilige Sinterklaas zou noemen die verandert in een grimmige Zwarte Piet als zijn mooie woorden niet het gewenste effect hebben. Deze week nog verloor een arbeider uit Gent zijn job omdat hij de critici van Zwarte Piet in niet al te mooie bewoordingen lik op stuk had gegeven. Dát is de duistere keerzijde van de Sint Vanseverens dezer wereld.

Het zijn met andere woorden wolven in een schaapsvacht. Als hun mooie, zalvende Sinterklaaswoorden niet werken, werpen ze hun wollige vacht af en verschijnt de boze wolf die mensen berooft van hun job, die hen monddood maakt, die karaktermoord op hen pleegt. Uit angst voor deze immer dreigende wolf durven mensen hun mond niet meer opendoen. Ze durven zelfs niet meer denken wat ze voelen, want de als Sinterklaas verklede Zwarte Pieten voeren een waar schrikbewind. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze de samenleving terroriseren. Het verschijnsel is niet nieuw, en de politieke correctheid roept dan ook nare herinneringen op. Verbijsterend genoeg zijn deze terroristen zich van geen kwaad bewust. Ze hebben totaal geen weet noch van de schijnheilige Sinterklaas in hen, noch van de grimmige Zwarte Piet, noch van het geraffineerde spel dat die twee onder elkaar spelen. Integendeel, ze beschouwen zichzelf als mensen van goede wil, mensen met een superieur intellect en een superieure moraliteit. De gedachte dat ze wolven in een schaapsvacht zouden zijn, kan volgens hen alleen maar opkomen in een kwaadaardig brein. 

Ze zien inderdaad overal kwaad om zich heen. Racisme, haat, onverdraagzaamheid, discriminatie, populisme, fascisme, extreem-rechts, xenofobie, islamofobie, homofobie, noem maar op: de wereld is ervan vergeven. Tegen al dat kwaad trekken ze ten strijde in de overtuiging dat anders het einde der tijden aanbreekt. Ze hebben een missie: de wereld redden door het kwaad uit te roeien. Alleen weten ze niet dat het hun eigen kwaad is dat ze op anderen projecteren en waardoor ze zich omringd zien. Ze beseffen niet dat het hun eigen Zwarte Piet is die ze in anderen bevechten. Verre van daardoor Sinterklaas te worden, veranderen ze in een bron van haat. Want de mensen die door hen tot zondebok worden gemaakt – en dat is iedereen die niet is zoals zij – pikken het niet om met alle zonden Israëls te worden beladen. Ze retourneren de eindeloze stroom van beschuldigingen die van de Gutmenschen uitgaat. Dat wekt bij deze laatsten grote verontwaardiging: hoe durven deze inferieure mensen hen, de superieuren, ervan te beschuldigen kwaadaardig te zijn! En ze verdubbelen hun pogingen om het kwaad te bestrijden. 

Zo ontstaat de vicieuze cirkel van haat en geweld waarin langzaam maar zeker de hele wereld gevangen raakt. Aan de basis ligt de onbewuste wil van de Sinterklazen om hun Zwarte Piet uit te drijven. Wat we vandaag op kleine schaal zien gebeuren – de pogingen om het Sinterklaasfeest stap voor stap te ontdoen van Zwarte Piet – is een beeld van wat ook op grote schaal gebeurt: de pogingen van de moderne mens om het kwaad uit te drijven. Op zich is dat een lovenswaardig streven: men probeert de wereld te verbeteren. Maar het gebeurt zonder inzicht in de mens, blindelings, in een idealistische roes. Men vergeet dat de mens een wezen is dat bestaat uit een Sint en een Piet, uit een hoger zelf en een lager zelf, en dat het de bedoeling is dat die twee samenwerken zoals we dat op 6 december zien. Die samenwerking is een zegen voor het kind-in-de-mens, want zonder Zwarte Piet kan de Sint zijn geschenken niet op aarde brengen (zo diep kan hij niet afdalen) en zonder Sint heeft het geen zin dat Zwarte Piet door schoorstenen kruipt (hij maakt de kinderen dan alleen maar bang). 

De Wim Vanseverens dezer wereld proberen Sinterklaas en Zwarte Piet van elkaar te scheiden. Ze denken goede mensen te worden door het kwaad (of wat zij als kwaad zien) af te stoten. Wat ze niet beseffen, is dat het daardoor met verdubbelde kracht terugkomt, want het hoort bij de mens. De mens bestaat uit een hoger, ideaal zelf en een lager, reëel zelf, en hij kan die twee wel onderscheiden, maar hij kan ze nooit scheiden. Dat hij dat toch probeert, getuigt van een verregaand gebrek aan inzicht in het wezen van de mens. Dat gebrek aan inzicht is een gevolg van het steeds dieper in de mens doordringende materialisme, hetzelfde materialisme dat van Sinterklaas en Zwarte Piet twee concrete, tastbare personen maakt die in ieder shoppingcenter voorhanden zijn en die niets meer aan de verbeelding overlaten. Uiteraard kunnen die gematerialiseerde Sint en Piet van elkaar gescheiden worden, maar als beeld kunnen ze dat niet. In de wereld van de verbeelding zijn ze onafscheidelijk. En een kind begrijpt dat, want het denkt nog in beelden, het leeft nog in zijn verbeelding.  

Het traditionele Sinterklaasfeest riep de verbeeldingskracht van het kind wakker. Daardoor vormde het in zijn ziel een levendig, complex en diepzinnig beeld van de mens, een beeld dat vervolgens in zijn onderbewustzijn wegzonk en van daaruit verder werkte. Het moderne Sinterklaasfeest laat nauwelijks nog iets aan de verbeelding over. De hele heisa rond het feest, met protesten, rellen en politiebescherming, geeft de doodsteek aan het verbeeldingsaspect ervan. Het haalt het kind uit de droom, maakt het wakker en berooft het van het mensbeeld dat het aan de hand van dit feest in zijn ziel had kunnen opbouwen, een mensbeeld waarin hoger en lager zelf een complexe eenheid vormen. In plaats daarvan nestelt zich in de ziel van het kleine kind het beeld van de tegenstrijdige mens die de scherpe tegenstelling in zijn ziel alleen maar kan oplossen door de ‘slechte’ pool, de Zwarte Piet, uit te schakelen. Hoe dieper dat beeld doordringt in het onderbewuste van de (opgroeiende) mens, met des te meer kracht probeert het zich te realiseren. En zo worden we allemaal Zwarte Pieten: omdat we Zwarte Piet proberen af te schaffen. 

Het nieuwe kerstmis

  

Voor ons moderne mensen is kerstmis enkel nog een esthetisch feest: we versieren onze huizen, onze straten, onze steden. De religieuze inhoud is helemaal verdwenen. Wie weet nog wat kerstmis oorspronkelijk betekende? De geboorte van het kindje Jezus? Maar wie kent dat verhaal nog? Het traditionele kerstverhaal is trouwens een vermenging van twee zeer verschillende geboorteverhalen, die op hun beurt weer een ander verhaal verbergen: dat van de intrede van Christus in de aardesfeer. Het is deze kosmische ‘geboorte’ die oorspronkelijk op 25 december gevierd werd. Ze werd gespiegeld in twee aardse geboorten – die van de twee Jezuskinderen – zodat we kunnen zeggen dat het volledige kerstverhaal in feite drieledig is. Het is het verhaal van de verbinding van hemel en aarde, waarbij de hemel vertegenwoordigd werd door Christus en de aarde door de twee Jezuskinderen. Het jongste kind (uit het Lucasevangelie) belichaamde de onbewust scheppende krachten van de mens, het oudste Jezuskind (uit het Mattheusevangelie) de bewust oordelende krachten. Ze stonden dus tegenover elkaar als een kunstenaar en een wetenschapper, en het is de kloof tussen beiden die Christus de mogelijkheid bood om op aarde te komen. De tegenstelling tussen beide Jezuskinderen was de aardse uitdrukking van de kloof die in de loop der tijden tussen hemel en aarde was ontstaan. De hemel wilde die kloof, ze probeerde niet om ze ongedaan te maken door de aarde weer op te nemen in haar ‘moederschoot’. Ze erkende haar ‘kind’ en deed net het tegenovergestelde: ze overbrugde zelf de afstand met de aarde, ze daalde af in de kloof die ontstaan was tussen de scheppende en de oordelende krachten van de mens. Als een liefhebbende moeder verbond ze zich met de aarde en tegelijk wekte ze ook de liefde tussen de ‘kunstenaar’ en de ‘wetenschapper’. De relatie tussen beide Jezuskinderen was uitdrukking van de relatie tussen hemel en aarde. Hun tegenstelling veranderde in (driegelede) eenheid, hun oorlog in vrede. Dat was het oorspronkelijke kerstmis, het oer-kerstmis.  

Wanneer we vandaag kerstmis vieren, baseren we ons op de geboorte van de Lucas-Jezus. In vroegere tijden werd kerstmis evenwel op 6 januari gevierd. Men herdacht dan niet alleen de drie koningen uit het geboorteverhaal van Mattheus, maar ook de doop in de Jordaan toen de Christusgeest zich verbond met de Lucas-Jezus die voordien reeds het Ik van de Mattheus-Jezus in zich had opgenomen, zodat er een driegelede eenheid ontstond. In dat oude kerstfeest kwam nog het kosmische besef van het grote geheel tot uitdrukking: men vierde zowel de Mattheus-Jezus (de ‘wetenschapper’), de Lucas-Jezus (de ‘kunstenaar’), als de Christusgeest die beide met elkaar verbond. In ons huidige kerstfeest – met de stal, de kerstboom, de os en de ezel – is iedere verwijzing naar het (drieledig) geestelijke verdwenen. Het is eenzijdig aards geworden. We zouden kunnen zeggen dat de geboorte van Christus pas in onze tijd echt voltooid is. Zoals hij destijds afdaalde in één mens – en daarbij heel zijn kosmische ‘kleed’ aflegde – zo is hij nu afgedaald in ieder mens. Hij leeft nu in alle moderne ‘herders’, in de armen van geest die geen weet meer hebben van hun geestelijke oorsprong en zichzelf zien als louter aardse wezens, net als de bomen, de ossen en de ezels. Daardoor is ieder mens vandaag een onbewuste Christusdrager geworden die onbewust verlangt naar ‘de Vader’, dat wil zeggen naar zijn eigen kosmische, geestelijke wezen. Dat kunnen we niet alleen afleiden uit de vernieuwde belangstelling voor religie en spiritualiteit, maar ook uit de christelijke idealen – naastenliefde, verdraagzaamheid, gelijkheid, vrede, vrijheid – die in de moderne mens tot een tweede natuur zijn geworden. Het is alsof de hele mensheid onbewust streeft naar een nieuw kerstmis, een nieuwe verbinding tussen hemel en aarde, maar dan in omgekeerde zin. Was het 2000 jaar geleden de hemel die op aarde kwam, dan is het nu de aarde die weer naar de hemel streeft. De voltooiing van het oude kerstmis is tegelijk het begin van een nieuw kerstmis. 

Er duiken steeds meer berichten op van landen waar het vieren van kerstmis verboden wordt. Met de islam is er inderdaad een krachtige antichristelijke impuls ontwaakt en het is geen wonder dat die zich ook tegen kerstmis richt want de idee dat God naar de aarde zou komen en geboren worden als mens is voor moslims wellicht de grootste blasfemie die er is. Daarvan getuigen ook hun aanvallen op het Sinterklaasfeest. Dat is immers een kinderlijke prelude op kerstmis: de hemel daalt naar de aarde af, maar de Vader blijft boven, op het dak. Alleen de Zoon kruipt door de schoorsteen tot helemaal beneden in de mensenwereld om daar geschenken te leggen in het meest aardse kledingstuk van de mens, de schoen, zinnebeeld van het fysieke lichaam. Daarbij maakt Christus zich natuurlijk vuil: alle zonden van de wereld blijven aan hem kleven en maken hem zwart. Het Sinterklaasfeest is een schitterende kinderversie van kerstmis en wat het tot een doorn maakt in de ogen van moslims is niet het zogenaamd racistische karakter ervan, maar de diepe christelijke betekenis. De islamitische aanvallen op kerstmis en Sinterklaas zijn evenwel niet de oorzaak van de teloorgang van deze oerchristelijke feesten. Ze zijn er het gevolg van. De geestelijke leegte van de christelijke beelden trekt demonen aan. De inhoudsloze vormen zijn als onbewoonde huizen die gekraakt worden. Het hele christendom heeft het lot van kerstmis ondergaan: het is tot louter anekdotiek, tot lege esthetiek geworden. Wat ooit de schepping was van een levende geest die de gebeurtenissen op aarde inspireerde, is nu verstard tot een oud schilderij dat ons niets meer zegt omdat het geen verband meer houdt met onze moderne tijd. Door de macht der gewoonte zijn we er nog altijd aan gehecht, maar de band is zo los geworden dat er nog maar weinig nodig is om hem te verbreken. Sinterklaas is al geen lang leven meer beschoren, en kerstmis zal ongetwijfeld dezelfde weg opgaan. Daar moeten we ons geen illusies over maken. Lijken trekken nu eenmaal roofdieren aan.

De enige manier om kerstmis te redden, is door zijn geestelijke betekenis weer tot leven te wekken. Het nieuwe kerstmis zal geboren worden uit de dood en bewustwording van het oude. Eigenlijk is ons huidige kerstfeest een Sinterklaasversie van het oorspronkelijke ‘kosmische’ kerstfeest dat nog deel uitmaakte van het grote drieledige geheel dat zich uitstrekte over de 12 heilige nachten. Ons ‘verkinderlijkte’ Lucas-kerstmis is als het ware uit dat levende kosmische verband gevallen en verdord tot een louter materieel en betekenisloos beeld. Als we het nieuw leven willen inblazen dan moeten we het opnieuw verbinden – religare – met het grote geheel en die ‘religieuze’ herverbinding begint paradoxaal genoeg met het ‘wetenschappelijk’ onderscheiden van beide kerstmissen: het Lucas-kerstmis en het Mattheus-kerstmis. Want de verdorring van het kerstfeest is een gevolg van het feit dat we de – nochtans duidelijke – verschillen tussen beide geboorteverhalen niet meer zien. In ons bewustzijn zijn ze samengesmolten tot één geheel dat enkel nog het gevoel aanspreekt, en dan nog de laagste, meest aardse regionen van dat gevoel: de gezelligheid, de fysieke voldoening, de esthetiek. Dat is ten koste gegaan van de dramatiek, het heldere bewustzijn, het gevaar en het geweld van het Mattheus-geboorteverhaal. Dat is er helemaal bij ingeschoten. Maar daardoor is ook het Lucas-verhaal geamputeerd, want de stal waarin het Jezuskind geboren werd, bevond zich in een grot waar de Herodes uit het Mattheusverhaal de zwarte magie had beoefend en opdracht had gegeven tot rituele kindermoorden. Pas wanneer we beide geboorteverhalen duidelijk van elkaar onderscheiden, zien we hoe nauw ze met elkaar verbonden zijn. De weg naar de verbinding, naar de religie loopt voortaan dus via de wetenschap. Het nieuwe kerstmis ontstaat uit het (onder)scheiden van het oude. Wat van nature een ‘dodelijk’ karakter heeft – het in twee delen, het bewust worden, de tegenstelling – wordt paradoxaal genoeg levenwekkend. 

Wanneer we een duidelijk onderscheid maken tussen het kinderlijke, gevoelsmatige Lucas-geboorteverhaal en het koninklijke, zelfbewuste Mattheusverhaal, ontstaat er inderdaad vanzelf een verbinding, niet alleen in de ruimte – tussen beide verhalen onderling – maar ook in de tijd – tussen toen en nu. Dit jaar werden er in Parijs – het hart van het (eertijds) christelijke Europa – twee terroristische aanslagen gepleegd door moslims. De eerste vond plaats op 7 januari, vlak voor Driekoningen (en dus verwijzend naar de Mattheus-Jezus), de tweede op 13 november, anderhalve maand voor ons traditionele kerstmis (en dus verwijzend naar de Lucas-Jezus). De slachtoffers waren in dit laatste geval onschuldige jonge mensen die zich amuseerden, in het eerste geval daarentegen waren het oudere mensen met een ongenadig scherp oordeel over de wereld. Herders en koningen dus. Toeval? Misschien. Maar als je er rekening mee houdt dat de moslimterroristen bezield worden door een antichristelijke geest die het gemunt heeft op de ‘aanbidders van het kruis’, dan mag je ervan uitgaan dat deze geest het christendom beter kent dan de ‘aanbidders’ zelf, die in de meeste gevallen niet eens weten dát ze het kruis aanbidden, laat staan waarom. Ook hier weer kun je de tegenstelling tussen de oude en de jonge Jezusziel herkennen. Want de Westerlingen zijn jonge zielen, onbewuste Christusdragers, terwijl de moslims oude zielen zijn, onbewuste Christuszoekers. De laatsten voelen zich instinctief aangetrokken tot de eersten, maar zetten er zich met hun bewustzijn scherp tegen af. De ‘jonge’ Westerlingen zijn het bewustzijn van Christus verloren, de ‘oude’ moslims hebben dat bewustzijn nog niet gevonden. Hun wederzijdse toenadering gaat uit van de aantrekkingskracht van het ‘jonge’ Westen, maar wat eraan ontbreekt is het ontwaken van het ‘oude’ bewustzijn dat er niet toe komt om de ‘draden’ te onderscheiden die in tijd en ruimte gesponnen worden. Terwijl het oude kerstmis teloorgaat, wordt het nieuwe kerstmis geboren, maar dat wordt – net als toen – niet opgemerkt. 

Het kerstmis dat we dit jaar gevierd hebben, was bij uitstek een ‘gemengd’ kerstfeest. Niet alleen hebben we het met gemengde gevoelens gevierd, maar het was ook een vermenging van beide geboorteverhalen. Enerzijds was het – met zijn uitbundige versieringen, zijn kerstmarkten, zijn muziek, zijn eet- en drankfestijnen – een karikatuur van het oude herdersverhaal: bewustzijn kwam er niet aan te pas, aardse genietingen des te meer, zonder enig besef van de kosmische dimensies van dit feest. Anderzijds werd kerstmis dit jaar gevierd met een verscherpt bewustzijn veroorzaakt door de terreurdreiging, de klimaatdreiging, de vluchtelingendreiging. Door de aanslagen in Parijs, die het leven kostten aan meer dan honderd onschuldige jonge mensen, heerste er overal een sfeer als ten tijde van de Herodiaanse kindermoord. Beide geboorteverhalen vielen als het ware samen en creërden een vreemde dubbelzinnige atmosfeer waarin de kerstvierders heen en weer geslingerd werden tussen zorgeloos plezier en angstige gekweldheid. De uiterlijke vermenging veroorzaakte een innerlijke verscheurdheid. In die zin was kerstmis dit jaar een pars pro toto van onze tijd. Op elk gebied vervaagt namelijk het onderscheid tussen de tegenpolen: man en vrouw, kunst en wetenschap, waarheid en leugen, Oost en West, christendom en islam, verstand en gevoel, hoge idealen en lage driften, schuld en onschuld. Alles loopt door elkaar, en dat veroorzaakt een diepe gespletenheid in de mens: zijn bewustzijn keert zich af van de realiteit en vlucht in een schijnwereld. Daardoor blijft het blind voor het nieuwe kerstmis dat ‘achter zijn rug’ geboren wordt, voor de talloze draden die vandaag opnieuw tussen hemel en aarde geweven worden. Die draden worden pas zichtbaar als het oude, oordelende bewustzijn zich ‘omkeert’ naar de werkelijkheid en daarin de kunstzinnige geest leert onderscheiden die erin aan het werk is, dezelfde geest die destijds de zo diepzinnige beelden van de twee bijbelse geboorteverhalen heeft geschapen. 

Rudolf Steiner zegt ergens dat we moeten proberen om de zichtbare werkelijkheid als een aangezicht te zien, een menselijk gelaat. De bedoeling is natuurlijk om de geest te herkennen die tot uitdrukking komt in dat gelaat, zoals we dat ook doen wanneer we een mens herkennen. Die herkenning is een helderziende waarneming van het Ik. Zij is niet het gevolg van een analyseren van het fysieke gelaat. En toch kunnen we zonder (de zintuiglijke waarneming van) dat gelaat geen geest herkennen, evenmin als we Christus kunnen herkennen zonder Michaël, zijn ‘aangezicht’. Als kind kunnen we dat nog wel. Een kind ziet het gezicht van zijn moeder niet, evenmin als een verliefde het gezicht van zijn geliefde ziet. Ze kijken er dwars doorheen. Een van liefde vervulde waarneming is per definitie een helderziende waarneming: ze maakt de materiële wereld transparant voor de geest die er zich in uitdrukt. Naarmate het kind opgroeit en de verliefdheid bekoelt, wordt het gelaat van de moeder of de geliefde ondoorzichtiger, materiëler: het verbergt de achterliggende geest. Op die manier verovert het kind, de geliefde, de mens zijn vrijheid tegenover de ander. Op die manier staat de moderne mens ook tegenover kerstmis: het feest is volkomen materieel en ondoorzichtig geworden, het verbergt de geest die er zich in uitdrukt. Maar we kunnen die evolutie omkeren. We kunnen kerstmis opnieuw leren zien als het aangezicht van Christus en hem er rechtstreeks in herkennen. Maar daarvoor moeten dat aangezicht weer ‘samenstellen’, we moeten het bewust reconstrueren zoals we doen wanneer we een portret tekenen. Daarvoor moeten we het concrete gezicht analyseren, en die analyse begint met een simpele tweedeling. Zo begint ieder portret, ook dat van kerstmis. Zo begon Christus destijds ook aan zijn zelfportret: door de aarde in twee te delen, door twee kinderen geboren te laten worden. De reconstructie van die tweedeling is het begin van het nieuwe kerstmis, het michaëlische kerstmis dat tot aangezicht van Christus wordt. 

De doodsstrijd van Zwarte Piet

  

Eventjes hebben we gedacht dat de Zwarte-Pietdiscussie beperkt zou blijven tot Nederland, maar dat was natuurlijk zonder de politiek correcte waard gerekend. Als die bloed heeft geroken dan is er geen houden meer aan. Het zal met Zwarte Piet dus gaan zoals met de hoofddoek: men zal blijven aanvallen tot de verdediging van de bange blanke man bezwijkt. Want natuurlijk is een figuur als Zwarte Piet racistisch en een begrip als de Bange Blanke Man niet. Tegen dat soort eenrichtingsverkeer is geen enkele tegenligger opgewassen. De doodsstrijd van Zwarte Piet is dus begonnen. En dat zou niet eens zo erg zijn, als de vraag niet was: wat zal het volgende zijn? Want mensen die zich ergeren aan Zwarte Piet omdat hij hen herinnert aan een pijnlijk koloniaal verleden, die kunnen zich aan nog veel meer ergeren. Zij kunnen zich bijvoorbeeld ergeren aan de standbeelden van Leopold II, de architect van het Belgische kolonialisme. Want is het niet bijzonder pijnlijk om dagelijks met die standbeelden geconfronteerd te worden als je zwart bent? Als je eenmaal begint met je te ergeren, kun je je wel blijven ergeren. Alles in dit land kan de ergernis wekken van de zwarte Afrikaan, want zou België eruitzien zoals het eruitziet zonder kolonialisme? Is het als inwoner van een gekolonialiseerd land niet altijd pijnlijk om het land van de kolonisator te bezoeken? Maar … waarom doet hij dat dan? Is het geen vorm van masochisme om naar België te komen en er zelfs te leven? 

Een zwarte Afrikaan met gezond verstand lacht daar natuurlijk mee. Hij komt naar hier omdat hij het hier veel beter heeft dan in Afrika. Wie als kind zijn hele gezin heeft zien uitmoorden en door een oom op het vliegtuig richting Europa is gezet opdat hij geen kindsoldaat zou worden, die heeft wel wat anders te doen dan zich te ergeren aan Zwarte Piet. Hij is juist blij als hij ziet hoeveel plezier zijn dochtertje beleeft aan Sinterklaas en zijn knecht. Maar niet alle zwarte Afrikanen bezitten gezond verstand. Vooral als ze veel in aanraking komen met Europeanen zonder gezond verstand, kan het gebeuren dat ze zich laten meesleuren door de politieke correctheid. Toch blijf ik me afvragen hoeveel zwarten aanstoot nemen aan Zwarte Piet. Zouden het er werkelijk duizenden zijn zoals Michael Privot van het ENAR (het European Network Against Racism) vandaag beweert in de krant? Ik kan dat moeilijk geloven. Maar ik mag natuurlijk niet racistisch zijn. Als zoveel blanken dom genoeg zijn om mee te doen met de pc-hysterie, waarom zouden zwarten dan verstandiger zijn? Getuigt het trouwens niet van integratie om zich aan te passen aan het mainstream denken van de politieke correctheid? En levert het niet tal van voordelen op? Hoeveel mensen verdienen vandaag hun brood niet met de War on Racism! En ze zullen niet gauw zonder werk vallen, want racisme bestrijden betekent racisme creëren. Als je iemand lang genoeg van racisme beschuldigt, wordt hij ten slotte een racist. Altijd prijs! 

Nee, ik geloof er geen fluit van dat mijn zwarte medemens zich stoort aan Zwarte Piet, behalve misschien wanneer hij er een kans in ziet om vooruit te komen in de maatschappij. Zoals de – zwarte maar verder volstrekt onbekende – regisseur Roger Williams die met zijn kortfilm Blackface op slag beroemd werd. Toen hij veel kritiek kreeg op zijn anti-Zwarte-Pietfilm, was hij ‘nog meer overtuigd van het belang van zijn film’. Ja, zo is het natuurlijk gemakkelijk. Je slaat iemand op z’n gezicht en als hij terugslaat, zeg je: zie je wel dat ik reden had om op zijn gezicht te slaan! Zo heb je altijd gelijk. Michael Privot kan dan ook ongestoord beweren: ‘De polarisatie in dit debat maakt duidelijk dat de Belgische instituties het nog steeds moeilijk hebben met het nalatenschap van het koloniale verleden. Door deze controversiële traditie in ere te houden, negeren ze de pijn die ze veroorzaakt bij duizenden Belgische burgers en inwoners van Afrikaanse afkomst. Beledigende tradities kunnen en moeten evolueren, zodat de Sinterklaastraditie er een wordt van inclusiviteit, in plaats van polarisatie.’ Het is een beproefde methode: je klaagt de polarisatie aan die je zelf veroorzaakt hebt. Want als iedereen zijn gezond verstand had gebruikt, zou Zwarte Piet niet ‘controversieel’ zijn, zou er geen ‘polarisatie’ zijn en zou Michael Privot waarschijnlijk zonder werk zitten. 

Wat kun je tegen dat soort geslepen agressie doen? Toegeven helpt niet, dat heeft de islam ons wel geleerd. Fundamentalistische moslims zien in iedere toegeving een rechtvaardiging van hun gedrag en een reden om nog een tandje bij te steken. Rudolf Steiner zei dat je tegen sommige demonen moet schreeuwen. Je mag ze geen kans geven, je moet ze onmiddellijk de pas afsnijden. In het geval van Zwarte Piet zou je de ‘gekwetste’ Afrikanen kunnen vragen of ze een petitie tegen de hoofddoek willen tekenen, want als de Zwarte Pieten op 6 december hen al zo pijnlijk herinneren aan het koloniale verleden, hoe verschrikkelijk moet de confrontatie met gesluierde moslima’s dan wel niet zijn, die hen dagelijks herinneren aan de Arabische slavenhandelaars van weleer! Misschien hebben de Belgische kolonialisten hen ook slecht behandeld, maar ze hebben hen tenminste de Europese beschaving gebracht, de beschaving die ze blijkbaar zeer waarderen want ze wonen en leven in Europa. Wat hebben de Arabische slavenhandelaars Afrika daarentegen gebracht? De islam? Waarom hebben zoveel Afrikanen trouwens de godsdienst aangenomen van het volk dat hen met de grootste minachting en wreedheid heeft behandeld? Waarom struikelen ze dáár niet over en wél over Zwarte Piet, de hofnar van Sinterklaas die blanke kindertjes met de roe mag slaan?  

Weg met Zwarte Piet!

   

Dit is Sarah Bracke, een godsdienstsociologe die geen aanstelling kreeg bij de K.U.Leuven – naar eigen zeggen omdat ze zich teveel met de islam en te weinig met het christendom bezighield – en dan maar ‘senior onderzoekster’ is geworden bij RHEA, het expertisecentrum van de VUB dat interdisciplinair onderzoek doet in verband met gender, diversiteit en intersectionaliteit. Van haar hand verscheen vandaag op DeWereldMorgen een analyse die duidelijk maakt dat Zwarte Piet moet verdwijnen. Als het van Sarah afhangt dan wordt 6 december voortaan een dag van discussie, protest en handgemeen, tot de aanstootgevende, racistische Zwarte Piet afgeschaft is. Haar argument is dat levende tradities veranderen en dat Zwarte Piet een recente kolonialistische toevoeging is, die daarom gemakkelijk weer kan verwijderd worden zonder afbreuk te doen aan het wezen van het Sinterklaasfeest.

Of Zwarte Piet inderdaad uit kolonialistische overwegingen aan Sinterklaas werd toegevoegd, kan ik niet beoordelen. Maar het lijkt me wel dat er een alternatieve lezing mogelijk is. Levende tradities hebben namelijk de neiging om te ‘materialiseren’ als ze beginnen te verzwakken. Mythen en legenden werden bijvoorbeeld opgeschreven op het moment dat het geheugen van de mens begon te verzwakken en het gevaar ontstond dat de oude verhalen mondeling niet meer correct werden overgeleverd. Ik acht het dus mogelijk dat het verschijnen van Zwarte Piet zo’n ‘materialisering’ was van een beeld dat tot dan toe innerlijk werd waargenomen en overgeleverd. Toen die innerlijke beeldvorming dreigde te verzwakken (onder invloed van het 19de eeuwse materialisme) werd ze uiterlijke beeldvorming. Daarbij is het mogelijk dat kolonialistische invloeden zich daar – bewust of onbewust – in mengden en dat Zwarte Piet gemodelleerd werd naar het model van de zwarte Afrikaan. Daaruit echter besluiten dat Zwarte Piet uit racistische overwegingen werd toegevoegd, geeft blijk van een eenzijdig materialistische kijk die geen rekening houdt met een mogelijke ‘spirituele’ betekenis van Zwarte Piet.

Zwarte Piet kan namelijk gezien worden als een beeld van het lagere zelf van de mens, terwijl Sinterklaas een beeld is van het hogere zelf. Dat zou dan meteen ook een antwoord vormen op de vraag waarom Zwarte Piet zwart is en Sinterklaas niet. Het hoger Ik of Zelf van de mens blijft namelijk in de geestelijke wereld (‘op het dak’) terwijl alleen het lagere Ik of ego tot in de materie afdaalt (en zich daarbij ‘vuilmaakt’). Daarom wordt Sinterklaas voorgesteld als een heilige en Zwarte Piet als een deugniet die je tegelijk doet schrikken en lachen. Het is een diepe spirituele wijsheid die hier op een bijzonder kunstzinnige manier aanschouwelijk wordt gemaakt voor kinderen, die zelf nog niet racistisch genoeg zijn om dit beeld racistisch te interpreteren. Als je natuurlijk een moeder hebt zoals Sarah Bracke dan krijgt die wijsheid geen kans om wortel te schieten in je kinderhart en wordt ze vervangen door de materialistische ‘correctheid’ die zegt: bah, Zwarte Piet is slecht, die wil alleen maar zware mensen pesten! Uiterlijk blijft je kinderhart dan blank (sic) maar innerlijk wordt het steeds zwarter en duisterder, omdat alle zinvolle, spirituele beelden je één voor één ontnomen worden. 

Want waar zal de multiculturele kruistocht van Sarah Bracke eindigen? Als Zwarte Piet uit de weg is geruimd, zal het dan niet de beurt zijn aan Sinterklaas zelf? Zo’n blanker-dan-blanke man, die ook nog eens gekleed is als een katholieke bisschop, is dat geen slag in het gezicht van onze gekleurde en niet-christelijke medemens? En als ook Sinterklaas geofferd is op het altaar van de superdiversiteit, zal het dan niet de beurt zijn aan het blanke kindje Jezus, met zijn blanke vader en blanke moeder, waarvoor de drie niet-blanke koningen uit het Oosten vol eerbied neerknielen? Dat kan een superdiverse en antiracistische wereld toch niet dulden! En wat hebben we verder nog? Maria Lichtmis, een blanke vrouw die ons het licht komt brengen! In de Skandinavische landen heeft ze zelfs lang, blond haar, alsof het nog niet pijnlijk genoeg is voor onze donkere medemens met zijn kroezelhaar. Maar gelukkig is er één blank, christelijk feest dat zonder twijfel genade zal vinden in de ogen van de Sarah Brackes dezer wereld: Pasen. Een bange blanke man die gekruisigd wordt! Dat lijkt er al heel wat meer op. Hier hebben we een werkelijk multicultureel en superdivers feest waarin zowel christenen als moslims zich kunnen vinden. Nu alleen nog een paar lansknechten vervangen door vrouwen, en Sarahs kleuter zal op beide oren kunnen slapen. 

Zwarte Piet

In de Nederlandse stad Gouda werd de komst van Sinterklaas dit jaar verstoord door ‘antiracisten’.
Hier bij ons is het Abou Jahjah die dat soort toestanden probeert te importeren.
Naar eigen zeggen wil hij ‘alleen maar’ een dialoog opstarten, maar hij dreigt wel meteen naar het gerecht te stappen als zijn deadline niet gerespecteerd wordt.
Dat klinkt niet als ‘het opstarten van een dialoog’, maar eerder als een oorlogsverklaring.
Op Twitter heeft hij het trouwens zelf over de ‘war on Black Pete’.
Wel, die oorlog heeft hij in de sociale media reeds gekregen want hij is er, naar verluidt, met de dood bedreigd.
Wie wind zaait, zal storm oogsten, en ik verdenk Abou Jahjah ervan dat hij precies dat op het oog heeft.
Of zouden er nog mensen zijn die denken dat hij met zijn Movement X werkelijk een burgerrechtenbeweging gestart is die alle vormen van racisme en discriminatie wil bestrijden?
Laten we niet vergeten dat Abou Jahjah een overtuigd moslim is, een voorstander van de sharia, en als ik me goed herinner vindt hij zelfs dat vrouwen in bepaalde gevallen gestenigd moeten kunnen worden.

In de beginselverklaring van zijn Movement X is er geen sprake van de discriminatie van homo’s.
Nochtans is er op dat gebied veel meer werk aan de winkel dan op het vlak van Zwarte Pieten.
Hoeveel Afrikanen zouden zich gekwetst voelen door Zwarte Piet?
Ik zou denken dat ze wel andere problemen aan hun hoofd hebben dan een folkloristische figuur die een paar weken per jaar zijn gezicht zwart maakt om redenen die niets met Afrika of Afrikanen te maken hebben.
Eerlijk gezegd, dat soort gevoeligheden zouden mijn zwarte medemens danig doen dalen in mijn achting, en omdat ik zeker niet racistisch wil zijn, verdenk ik hem er ook niet van.
Ik vraag me dan ook af hoe groot de onvrede is die Abou Jahjah beweert te vertolken met zijn oorlog tegen Black Pete.
Ze verzinkt ongetwijfeld in het niets vergeleken bij de onvrede van homo’s over de agressie van moslimjongeren.

Als Abou Jahjah het werkelijk meent met zijn ‘dialoog’ dan moet hij ook bereid zijn over de homo-kwestie in dialoog te gaan en een aantal ‘folkloristische’ moslimgebruiken in dat verband te herzien.
Het is een kans die Bart De Wever zou kunnen grijpen.
Hij zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ik ben bereid tot een dialoog over Zwarte Piet als Abou Jahjah bereid is om in de beginselverklaring van Movement X ook de discriminatie van homo’s op te nemen.
Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Abou Jahjah publiekelijk tegen zijn moslim-achterban in zou gaan, maar stel – bij wijze van gedachtenexperiment – dat hij dat wel zou doen. Hoe zou die dialoog er dan kunnen uitzien?

Abou Jahjah vindt Zwarte Piet racistisch omdat hij duidelijk Afrikaanse kenmerken heeft zoals een zwarte huid, kroezelhaar, rode lippen en grote oorringen.
Grote oorringen? Dat lijkt me een zwak argument want veel blanke vrouwen dragen ze ook.
Rode lippen? Ik moet de eerste Afrikaan nog tegenkomen die rode lippen heeft.
Zwarte huid? Wie tien keer door een schoorsteen op en neer kruipt heeft ook een zwarte huid.
Kroezelhaar dan? Wat Zwarte Pieten doorgaans dragen is geen (pruik van) kroezelhaar, het is krulhaar.
En zelfs als het op een Afro-kapsel zou lijken: welke zwarte draagt tegenwoordig nog zo’n kapsel?
Rode Duivel Fellaini telt niet, want dat is geen zwarte.
Veel blijft er dus niet over van Abou Jahjahs argumenten als je ze één voor één onder het licht houdt.

Laat ons echter welwillend zijn: al die Zwarte-Pietkenmerken samen zouden inderdaad herinneringen kunnen wekken aan de manier waarop Afrikanen hier werden afgebeeld ten tijde van het kolonialisme.
Maar welke moderne Afrikaan heeft dat kolonialisme nog meegemaakt?
Ik kan me voorstellen dat het kolonialisme diepe wonden heeft geslagen in de Afrikaanse ziel, maar moeten die wonden gecultiveerd worden om de rollen om te kunnen draaien en wraak te nemen op de kinderen van de kinderen van de kinderen?
De wereldoorlogen hebben in Europa ook diepe wonden geslagen, maar moeten de Duitsers tot in lengte van dagen boeten voor de zonden van hun voorvaderen? Of de Engelsen? Of de Russen?
Trouwens, heeft het kolonialisme Afrika niet ook voordelen gebracht?
Heeft het het zwarte continent niet ontsloten voor de Westerse beschaving, die blijkbaar zo aantrekkelijk is dat ontelbare migranten naar hier verhuizen?
Laat ons daar ook eens over spreken.

Als Abou Jahjah een dialoog wil aangaan over Zwarte Piet en het kolonialisme, laten we die dialoog dan op een grondige en rationele manier voeren.
Laten we het dan bijvoorbeeld eens hebben over de rol die de moslims hebben gespeeld in de slavenhandel.
Als Afrikanen zich gekwetst voelen door Zwarte Piet, vinden ze het dan ook niet kwetsend om vertegenwoordigd te worden door een notoir moslim, een afstammeling wellicht van de slavendrijvers die hun voorouders als dieren behandeld hebben?
Of speelt dat verleden geen rol?
Maar waarom dan wel het koloniale verleden?
Omdat het een blank verleden is?
En waarom zou een blank verleden erger zijn dan een moslimverleden?
Allemaal vragen die gesteld moeten kunnen worden als mensen werkelijk met elkaar in dialoog willen aangaan.

Stel nu dat wij Vlamingen – ter bevordering van deze dialoog en in de geest van onze christelijke ‘folklore’ – een verzoenend gebaar willen maken.
Stel dat we ons bereid verklaren Abou Jahjah en de zijnen halfweg tegemoet te komen.
We vervangen de oorringen, we vermijden het kroezelhaar en we verven de lippen ook niet meer rood. We maken alleen nog het gezicht van de Piet zwart, alsof hij net uit de schoorsteen komt.
We verwijderen met andere woorden alle elementen die als kolonialistisch zouden kunnen geïnterpreteerd worden.
Zou dat Abou Jahjah tevreden stellen?
Hij heeft al laten verstaan dat hij niet begrijpt waarom alleen het gezicht van Zwarte Piet zwart is.
Als dat zwart van het roet in de schoorsteen komt, waarom zijn dan ook zijn kleren niet zwart?
Het is niet meteen een vraag die getuigt van veel begrip voor de kinderlijke beeldenwereld, maar laat ons verzoenend zijn, laten we Zwarte Piet helemaal in het zwart kleden, en laten we zijn zwarte huid vervangen door een zwarte hoofddoek.
Zou dát beter zijn?
De vraag stellen, is ze beantwoorden.

Nee, ik heb er weinig fiducie in dat Jahjah tevreden zal zijn vóór Zwarte Piet vervangen is door een ‘neutrale’ Piet, dat wil zeggen door een blanke Piet.
Maar een blanke Piet is hetzelfde als géén Piet, want het schoorsteenelement is essentieel in het Sinterklaasverhaal.
En Sinterklaas zonder Zwarte Piet, dat is bijna als Kerstmis zonder het kindje Jezus.
Nee, een ‘war on Black Pete’ dat is hetzelfde als een ‘war on Sinterklaas’.
En waarom zou Abou Jahjah zo’n oorlog willen voeren?
Waarom zou hij het Westerse kinderfeest bij uitstek willen aanvallen?
Omdat hij ‘in dialoog’ wil treden?

Na al die jaren blijft Abou Jahjah onverminderd hameren op het racisme van de Vlamingen, net zoals al zijn moslimcollega’s.
Er kan geen woord van begrip, empathie of waardering vanaf.
Ik wil niet eens over dankbaarheid spreken, bijvoorbeeld voor het feit dat ze hier vrijuit de meest grove kritiek kunnen uiten, iets waar ze in hun thuisland voor veroordeeld of opgehangen zouden worden.
Niets van dat alles, bij geen enkele moslimwoordvoerder.
Steeds weer dezelfde klachten, beschuldigingen en bedreigingen.
En dan moet ik geloven dat Abou Jahjah ‘alleen maar’ in dialoog wil gaan?

De waarheid is dat een dialoog allang niet meer mogelijk is.
Toen Marion van San destijds in opdracht van de Vlaamse regering een rapport maakte waaruit bleek dat de criminaliteit onder allochtonen aanzienlijk hoger lag dan onder autochtonen, moest ze zowat het land ontvluchten.
Nochtans rapporteerde ze alleen maar feiten.
Maar over die feiten – dat wil zeggen over de gewelddadigheid van moslims – was en is nog altijd geen gesprek mogelijk.
De dialoog is al tientallen jaren geleden vervangen door een politiek-correcte propaganda die alle schuld bij de Vlamingen legt.
Aan die propaganda heeft Abou Jahjah altijd enthousiast deelgenomen.
Hij doet dat trouwens nog altijd.
En uitgerekend de man die er volop heeft toe bijgedragen dat een echte dialoog vandaag onmogelijk is geworden, vraagt nu om … een dialoog?

Abou Jahjah vraagt om een dialoog waarvan hij heel goed weet dat die er niet zal komen.
Hij daagt De Wever uit omdat hij weet dat De Wever niks kan doen.
Want stel dat deze ingaat op het voorstel van Abou Jahjah en de dialoog voert zoals hierboven beschreven.
Het zou hem niet veel moeite kosten om Abou Jahjahs bedoelingen te ontmaskeren.
Maar die (ideële) overwinning zou meteen veranderen in een (reële) nederlaag omdat ze overspoeld zou worden door een storm van verontwaardiging in de hele politiek-correcte wereld.
En in de huidige omstandigheden zou het waarschijnlijk niet lang duren voor er geweld van kwam.

Abou Jahjahs ‘war on Black Pete’ is een schijnbeweging.
Het is hem helemaal niet te doen om Zwarte Piet.
Het is hem ook niet te doen om dialoog.

Het Sinterklaasfeest is in feite een beeld van de relatie tussen de autochtoon en de allochtoon.
Vroeger, ten tijde van het kolonialisme, ging het inderdaad om een blanke meester en zijn zwarte knecht.
Maar dat was een tijdsgebonden en materialistische interpretatie die niet alleen niet strookte met de oorspronkelijke (spirituele) betekenis van het feest maar die ook allang niet meer van kracht is.
Sinterklaas en Zwarte Piet zijn vandaag gewoon collega’s.
De Sint is een wat oubollige man geworden die niet echt meer van deze tijd is, terwijl Piet een echte kindervriend is geworden, een ondeugende speelvogel waar geen kind meer bang voor is.
Mooi toch, zou je zeggen?
Een beeld van de ‘multiculturele’ samenleving waarin volwassenen in vrede leven en alle kindertjes gelukkig zijn.
Maar dat is blijkbaar niet wat Abou Jahjah wil.
Anders zou hij niet proberen om dit onschuldige kinderfeest te verstoren.
Wat hij dan wél wil?
Iets zegt me dat hij daarover niet in dialoog zal gaan …

Sinter Klaas en Piet Fobie

20131206-201316.jpg

U heeft ongetwijfeld al artistieker foto’s gezien, maar ik kan het ook niet helpen.
Hoestend en snuitend als ik momenteel ben, waag ik me niet verder dan twee meter van m’n huis en dit is – helaas – wat je daar ziet.
Dat ik daar desondanks een foto aan besteed, komt doordat ik u een idee wil geven van wat me op deze Sinterklaasvrijdag trof, namelijk dat merkwaardige blauw en rose.
Dat is namelijk je reinste babytjesblauw en -rose!
De natuur is met andere woorden de kinderkamer aan het klaarmaken.
En zoals het hoort, discrimineert de natuur niet: een jongen of een meisje, het maakt haar niet uit. Ze zijn allebei welkom.

Helaas kun je dat niet zeggen van Klaas en Piet.
Sinterklaas is namelijk een vuige racist, die blozend op zijn witte paard gezeten, zijn Zwarte Pieten het zware werk laat opknappen: speelgoed rondzeulen en nicnacjes gooien.
Als beloning mogen ze de bange, blanke kindjes de stuipen op het lijf jagen met hun zwarte tronie.
Ja, zo zacht als de hemel is, zo keihard is de aarde in dit seizoen.

Maar wacht eens even, misschien is het duo Klaas en Piet geen slinkse manier om blanke kindertjes de superioriteit van onze cultuur bij te brengen, maar een beeld van hemel en aarde.
En je kunt toch bezwaarlijk de hemel (die nu zo zacht blauw en rose kleurt) voorstellen door een zwarte mens, en de aarde (die juist in dit seizoen zo donker is) door een witte mens.
Dat zou de omgekeerde wereld zijn!

Achter al die protesten tegen Witte Klaas en Zwarte Piet schuilt in feite louter materialisme.
De hemel bestaat niet, dus die zwart-wit tegenstelling kan niet anders dan betrekking hebben op aardse toestanden en derhalve racistisch zijn.
Afschaffen die boel dus!
Het gaat niet op dat we onze kinderen leugens vertellen over Sinten in de hemel die door de schouw naar beneden komen en veranderen in Zwarte Pieten.
Alleen de waarheid is goed genoeg voor hen.
En die is dat de brave Sint niet bestaat en dat we allemaal zwart zijn.
En als de stoute kindertjes dat niet geloven, dan zullen de Pietfoben hen wel zwart maken tót ze het geloven.
Want hún waarheid is de enige echte waarheid.
Is het niet, lieve Sint?

20131206-210852.jpg

Sinterpoep

20131202-180423.jpg

Ik wilde zaterdag al eens naar ’t stad gaan, maar het weer was er niet naar.
Te nat, te grijs, te naargeestig.
Dan maar vandaag.
Ik had een afscheidscadeautje nodig voor mijn jongste dochter Marianne, die deze week voor een half jaar naar Ghana vertrekt.
Misschien komt ze wel niet meer terug, want ze heeft daar een liefje.
Ja, ze gaan het ver zoeken tegenwoordig.
Enniwee, vandaag scheen de zon en dus sprong ik op mijn fiets.
Lekker herfstweer, lekker rustig langs de Schelde.
In Gent was het iets drukker, maar ik vermoedde nog altijd niets.

Tot ik de Fnac binnenstapte.

Ze hadden de winkel weer eens opnieuw ingericht.
Ik haat dat.
De kassa’s waren niet meer aan de uitgang – waar je kassa’s logischerwijs mag verwachten – ze waren naar helemaal achterin verhuisd.
God mag weten waarom.
Ik heb sowieso al een heel wankel oriëntatievermogen, maar nu sloeg het helemaal tilt.
Het beterde er niet op toen ik de boekenafdeling bereikte.
Daar zag ik namelijk een stand met Espresso-machines.
Er stonden ook tafels vol onnozele designspullen voor in de keuken.
Was ik in een andere winkel terechtgekomen?

Nee, er lagen ook boeken.
In stapels.
Dikke boeken.
Dure boeken.
Cadeau-boeken.
Het was nog altijd de Fnac.
Ze hadden waarschijnlijk gedacht: we verkopen toch het meest van al kookboeken, laten we er maar een hele keukenstand van maken.
Geld is geld, nietwaar?

Maar het kan altijd erger.
Die waarheid zag ik – nog maar eens – bevestigd toen de kinderboekenafdeling mijn netvlies trof.
Ik realiseerde me opeens dat het deze week Sinterklaas is.
De jacht op kinderen (en hun ouders) is het hele jaar open, maar met Sinterklaas gaan alle remmen los.
An had me gevraagd bij gelegenheid eens uit te kijken naar het jongste boek van Kristien Dieltiens ‘De wereld in mijn handen’: een verzameling vingerversjes waarmee peuters en kleuters tot vingergymnastiek kunnen bewogen worden – uiterst belangrijk voor de ontwikkeling van hun little grey cells.
En we willen natuurlijk dat Anna even verstandig wordt als haar grootouders.

Hoe moest ik dat boek in godsnaam vinden in die kleurenkakafonie van kinderboekenkaften?
Ik werd er compleet tureluurs van.
Mijn oog viel op een boekje dat in verschillende formaten te verkrijgen was (een nieuwigheid?) alsmede een versie met pluchen beest.
De beklijvende titel luidde: ‘Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft.’

20131202-173107.jpg

Een Vlaamse versie was er helaas niet bij.
‘Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gekakt heeft.’
Antwerps zou nog sappiger geklonken hebben.
‘Ouver ne klaane mol dieje wil weite wee datter oep zaane kop gekakt ei.’
‘Geschèète’ is uiteraard ook een optie voor onze allerkleinsten.
Wie dat een beetje overdreven vindt, mag van geluk spreken dat het over een kleine mol gaat.
Wat dacht u bijvoorbeeld van deze stichtelijke versie?
‘Van dieje klaane dieje wil weite worrum da Sinterkloas in zaan schuntje gekakt ei.’
Want Zwette Peet doet zoiets natuurlijk niet.
We willen onze kinderen niet racistisch opvoeden.
Maar dat er op koppen gekakt, gepoept en gescheten wordt, dat moeten ze van kleins af leren.
Daarover kan geen discussie zijn.
Kinderen moeten hun wereld leren kennen.

Ik voelde me enigszins onzeker toen ik bij een Fnac-juffrouw ging informeren naar een boek over … vingerspelletjes.
Kende ze niet.
Maar ze wilde het wel eens opzoeken op internet.
Kijk eens aan: het bleek te bestaan!
Maar of ze het ook hadden, kon ze niet zeggen.
Daarvoor moest ze een andere collega raadplegen.
Ik zocht intussen de hele afdeling af, want ik wist nu hoe het boek eruitzag.
Maar ik vond het niet.
In plaats daarvan begon ik me te voelen alsof ik een LSD- trip maakte en ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ zag.
Anders gezegd: m’n hoofd begon te tollen.
Ik dacht: ik wil hier weg!
Weg uit het kinderparadijs dat verdacht veel weg had van een hallucinante hel.
Op de valreep werd mij het boek getoond.
Oef!
Nu zo vlug mogelijk naar de uitgang.
En dan zo vlug mogelijk naar m’n fiets.
En dan zo vlug mogelijk naar huis.

Iedereen heeft het maar over Zwarte Piet.
En dat het een affront is voor onze zwarte medemens.
Maar niemand spreekt over wat er met de Sint zelf gebeurt.
Als je ’t mij vraagt wordt de goedheilig man nog tien keer meer misbruikt dan zijn knecht.
Hij krijgt zelfs de kans niet om te vragen wie er op zijn kop gescheten heeft.
Hij is gewoon ondergepoept.

Er zullen vele vingertjes nodig zijn om hem weer proper te krijgen …

20131202-180012.jpg