Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: Stephen Curry

Golden State Warriors

  

Het is merkwaardig hoe allerlei dingen uit je jeugd terugkeren wanneer je ouder wordt, alsof het leven scharniert om een midden en begin en eind overeenkomen. Eén van die dingen-die-terugkeren is in mijn geval: basket. Ik hield als jongen geweldig veel van deze sport: ik kon er niet genoeg van krijgen om met een bal naar een ring te werpen. Ik heb zelfs nog een tijdlang bij de kadetten van Racing Mechelen gespeeld, vooral omdat ik dan gratis binnenmocht bij de wedstrijden van de eerste ploeg. En die eerste ploeg, dat was in die tijd – de jaren ’60 van de vorige eeuw – niet niks. Racing Mechelen was de absolute top in het Belgisch basket. Zelfs op Europees vlak betekenden ze iets. Ik heb nog oude gloriën als Willy Steveniers, Jef Eygel en John Loridon zien spelen. In de Mechelse sporthal was altijd spektakel te beleven, zowel op het veld als ernaast. Ik genoot er buitengewoon van. 

Maar toen raakte ik zwaar gekwetst – tijdens een volleybalwedstrijd notabene – en het was afgelopen met mijn basketcarrière. Ik ging ook niet meer naar de wedstrijden kijken en het basket verdween uit m’n leven. Veel later ging ik wel nog eens een enkele keer kijken als iemand me uitnodigde, maar wat ik zag viel me zwaar tegen. Het spel was traag en statisch geworden, het draaide allemaal om taktiek en strategie. Het spelelement was verdwenen, het explosieve, het onverwachte. Alles was berekend. Ook de kolkende sfeer in de zaal was er niet meer. In de plaats was er keiharde electronische muziek gekomen. Ik vond het afschuwelijk. Het was duidelijk: de hoogtijdagen van het basket waren voorbij. Er viel geen plezier meer aan te beleven en ik miste het ook niet. Dingen gaan voorbij en keren niet meer terug. Ik was blij dat ik de oude glorietijd nog gekend had.

Maar zie, dit jaar zag ik per ongeluk een youtube-filmpje met basket uit de Amerikaanse NBA-competitie. Ik zag een fantastische ploeg aan het werk – de Golden State Warriors – met een fantastische speler – Stephen Curry. Met spanning volgde ik de play-offs. Sterspeler Curry was gekwetst geraakt en meestal is dat fataal voor een ploeg. Maar tegen alle verwachtingen hebben ze een 3 – 1 achterstand omgezet in 3 – 4 winst én een plaats in de grote finale. Die finale is nu bezig en de eerste twee wedstrijden (van maximaal 7) hebben de Warriors met sprekend gemak en sprankelend basket gewonnen. De derde wedstrijd (een uitwedstrijd) hebben ze echter met zware cijfers verloren, zodat alles nog mogelijk is. De Golden State Warriors verdienen de titel. Ze hebben een fantastisch seizoen achter de rug, waarin ze alle mogelijke records hebben gebroken, zelfs dat van de legendarische Chicago Bulls met Michael Jordan.

Maar er is nog een andere – en belangrijker – reden waarom ze die titel verdienen: ze spelen het mooiste basket dat ik ooit gezien heb. Dat realiseerde ik mij maar ten volle toen ik gisteren keek naar een finalewedstrijd van de Chicago Bulls, twintig jaar geleden. Michael Jordan – die geldt als de beste basketspeler aller tijden – leidde zijn ploeg naar de zoveelste kampioenstitel. De Bulls waren voor Amerika wat Racing Mechelen destijds voor België was: de absolute top. Maar ik trok grote ogen toen ik zag welk soort basket Jordan & co speelden. Er werd gevochten voor iedere bal en de punten werden vaak gescoord na lange en verwarde schermutselingen. Dit was geen spel meer, dit was oorlog, net als in het voetbal! Wat een verschil met wat de Golden State (Warriors noemen ze zichzelf ironisch genoeg) laten zien! Het basket van Curry en co is werkelijk een spel, en bij momenten zelfs een kunst. 

Je zou het zelfs een sociale kunst kunnen noemen, want dreef het oude basket, van bijvoorbeeld de Chicago Bulls, op één of twee grote vedetten die bijgestaan werden door een stoet ‘waterdragers’, dan is het nieuwe basket van (vooral) de Golden State Warriors werkelijk een samenspel. Het individuele kunnen blijft, maar het wordt ingezet voor het geheel en komt daardoor nog meer tot z’n recht. Als je de grote vedetten bezig ziet, dan voel je bewondering en ontzag. Zie je de Warriors (op hun best) bezig, dan voel je pure vreugde, en dat is een gevoel van een hoger niveau. Ik vind het merkwaardig dat ik na 50 jaar opnieuw een ploeg aan het werk zie die overal enthousiasme wekt. Maar ik vind het niet minder merkwaardig dat uit het oude gevechtsbasket van de afgelopen 50 jaar een speels, intelligent en hoogst aantrekkelijk basket als dat van de Golden State Warriors is ontstaan. Ik hoop dat ze kampioen worden, ze zijn het eigenlijk al.     

Voorspellen is een kunst

  

De Golden State Warriors hebben zich geplaatst voor de grote NBA-finale. Ik heb blijkbaar meer verstand van piano dan van basket. 

Zwarte spelers, blanke kijkers

  

Ik ben al heel m’n leven een basketfan. Als jongen had ik me zelfs aangesloten bij de kadetten van Racing Mechelen want dan kon ik gratis alle thuiswedstrijden van de (legendarische) eerste ploeg bijwonen. Zo heb ik nog grootheden als Willy Steveniers, Jef Eygel en John Loridon zien spelen. Ik vond het fan-tas-tisch. Nu vergenoeg ik mij ermee om ’s avonds wat te kijken naar youtube-filmpjes van de Amerikaanse NBA-competitie. DE ploeg van het moment zijn de Golden State Warriors, met als koninginnestuk de onwaarschijnlijke Stephen Curry (zie foto). Wat die man – de kleinste van de ploeg – allemaal kan, grenst aan het wonderbaarlijke. Stephen Curry is wat Roger Federer is voor het tennis: iemand die van de sport een kunst maakt. Maar dat wilde ik allemaal niet zeggen. Basket wordt voornamelijk gespeeld door zwarten. Die zijn nu eenmaal veel geschikter voor basket dan blanken, al is Curry een mengeling van blank en zwart. Alle NBA-ploegen bestaan dan ook voor, ik schat, 80 procent uit zwarte spelers. Dat is altijd zo geweest en het zal waarschijnlijk ook altijd zo blijven. Net als boksen is basket (althans in Amerika) een zwarte sport. Maar, en dat is wat ik wél wilde zeggen, onlangs viel me iets op: deze overwegend zwarte sport wordt door overwegend … blanken bekeken. En dat is dan nog zacht uitgedrukt. Ik ben er beginnen op letten en die reusachtige baskettempels zijn gevuld met een bijna uitsluitend blank publiek. Het is heel opvallend als je ’t eenmaal ziet: de spelers zijn zwart, de kijkers blank. Hoe zou dát komen, vraag ik me af. Zijn zwarten niet geïnteresseerd in het kijken naar basket of kunnen ze geen toegangsticket betalen? Welke socioloog maakt dáár eens een studie over?