Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Tag: vrijheid van meningsuiting

Hate Speech

  
What the fuck is hate speech, exactly? It is simply a political category that gives power to the powerful to pick and choose what lesser mortals are allowed to read, think and discuss. 

(Nick Gillespie)

  
From the standpoint of an enlightened democracy, the censoring of hate is a far worse evil than the expression of hate. Why? Because it prevents people from judging and evaluating for themselves how to respond to the views of their fellow citizens. 

(Frank Furedi)

  
Censoring hate speech merely pushes hate underground where it lurks under the guise of civility: invisibly but not obliterated, looming all the more powerful. 

(Sarah Haider)

  
To try to ban the right to hate should be seen as no less outrageous an interference than a tyrant trying to ban the right to love.

(Mick Hume)

  
The EU forgets what I call ‘the Iron Law of Free Speech’: it is always valuable to know what people really think. We cannot protect ourselves from the world by committing to knowing less about it. 

(Greg Lukianoff)

Bron: Spiked-online.com

Daar gaan we weer …

  

 
Het ministerie van Onderwijs van de Franstalige gemeenschap is een tuchtprocedure opgestart tegen twee leerlingen van het Rive Gauche atheneum in Laken, die de terreuraanslagen in Brussel zouden hebben goedgepraat. Het parket van Brussel onderzoekt de zaak. De twee verdachten zouden tijdens een pauze uitspraken hebben gedaan waaruit bleek dat ze de gebeurtenissen goedkeurden. Later beweerden de jongens dat het om een grap ging. Joëlle Milquet, minister van Onderwijs in de Franstalige gemeenschap, zegt dat de feiten aan het ministerie gemeld werden en dat een disciplinaire procedure op gang werd gebracht. Ook het Brusselse parket is op de hoogte gebracht van de omstreden uitspraken. ‘In de huidige zeer delicate en emotionele situatie moet er zeer voorzichtig worden omgegaan met het interpreteren van verdachte uitspraken of gedragingen’, zegt parketwoordvoerder Denis Goeman. ‘Indien het hier echter om een strafbare inbreuk gaat, zal het parket van de procureur des Konings van Brussel op een gepaste manier reageren.’

Zo staat het vandaag in de krant. Er wordt door ‘het Brusselse parket’ onderzocht of de twee ‘verdachten’ een ‘strafbare inbreuk’ hebben gepleegd. Die ‘strafbare jongeren’ hebben niemand overvallen, ze hebben niet geprobeerd de politie te beletten een terrorist te arresteren, ze hebben ook geen stenen gegooid naar de pers, nee ze hebben alleen maar iets tegen elkaar … gezegd. En dáárvoor schiet het parket in actie. Je zou bijna denken dat het bemand wordt met aanhangers van IS, want dieper kun je de vrije samenleving niet treffen dan door de vrije meningsuiting aan banden te leggen. Het is natuurlijk niet leuk om vast te stellen dat moslimjongeren de aanslagen toejuichen – die twee uit Laken waren zeker niet de enigen – maar het is nog veel minder ‘leuk’ als ze de aanslagen beginnen plegen. Je kunt beter gekwetst worden door woorden dan door bommen. De woorden van die jongens moeten gepareerd worden met woorden, niet met tuchtstraffen of disciplinaire procedures. En daar ligt juist de grote zwakheid van het Westen: het kan de woorden van de moslims niet pareren omdat het hen niet wil kwetsen …

Benjamin Franklin

Those who would give up essential Liberty to purchase a little temporary Safety, deserve neither Liberty nor Safety.

Freedom of speech is a principal pillar of a free government. When this support is taken away, the constitution of a free society is dissolved and tyranny is erected on its ruins.

On est tous Charlie

In Duitsland wordt er door Pegida betoogd tegen de islamisering van Europa.
Maar er wordt ook betoogd tegen Pegida zelf.
In Frankrijk kwamen miljoenen mensen op straat voor de vrijheid van meningsuiting.
Meteen besloten de Europese leiders om de vrijheid van meningsuiting wat meer aan banden te leggen.
Het minste wat men kan zeggen, is dat Europa verdeeld is.
Een deel is tegen de islamisering, een deel is ervoor.
Een deel is tegen de vrijheid van meningsuiting, een deel is ervoor.
Vanwaar die verdeeldheid?
Het is de oude tegenstelling tussen links en rechts.
Rechts is voor de vrijheid van meningsuiting, links is ertegen.
Rechts is tegen de islamisering, links is ervoor.
Sommigen zullen dat een veralgemenende, polariserende, rechtse voorstelling van zaken vinden.
Ze zullen pleiten voor een genuanceerde, verzoenende, linkse voorstelling.
Die zou dan luiden:
Links is voor een vreedzaam samenleven tussen Europa en de islam, rechts stuurt aan op polarisatie.
Links is voor een vrijheid van meningsuiting met beperkingen, rechts wil absolute vrijheid zonder enige beperking.

Deze linkse voorstelling doet echter twee vragen rijzen.
Ten eerste: kunnen Europeanen en moslims wel vreedzaam samenleven?
De realiteit lijkt dat tegen te spreken.
Hoe langer ze samenleven, des te groter worden de spanningen.
Hoezeer ook de lof wordt gezongen van de multiculturele samenleving, ze mislukt zienderogen.
De tweede vraag luidt: kan de vrijheid van meningsuiting beperkt worden?
De realiteit lijkt dat alweer tegen te spreken: in Engeland is het op bepaalde plaatsen al verboden om een zwarte koffie te bestellen, dat geldt namelijk als kwetsend voor bepaalde minderheden.
Het inperken van de vrijheid van meningsuiting leidt tot ergerlijke absurditeiten.

De linkse voorstelling van zaken is dus bedrieglijk.
Ze pleit voor vrede en verzoening maar veroorzaakt onvrede en geweld.
De rechtse voorstelling is een stuk oprechter.
Ze pleit ondubbelzinnig voor de confrontatie tussen Europa en de islam, en voor le choc des idées.
Zo’n botsing veroorzaakt natuurlijk ook onvrede en geweld, en dus maakt het eigenlijk geen verschil of we de zaken links of rechts aanpakken: het leidt in beide gevallen tot hetzelfde.
De strijd tussen links en rechts is met andere woorden een schijn-strijd.
Hij is als de strijd tussen de terroristen en de anti-terroristen die we in de straten van Parijs aan het werk hebben gezien: een strijd tussen gemaskerde mannen die als twee druppels water op elkaar leken.
Die (opvallende) gelijkenis drukte een diepe waarheid uit: dit was geen strijd van het goede tegen het kwade, dit was een strijd van het kwade tegen het kwade.
De strijd tussen links en rechts is een strijd tussen Lucifer en Ahriman.
Of tussen Ahriman en Lucifer, want beide lijken tegenwoordig zo sterk op elkaar dat ze inwisselbaar worden. Ze vormen een onontwarbaar kluwen waarachter een geest schuilgaat die het rechtstreeks op de mens gemunt heeft.
Terroristen en anti-terroristen lijken tegen elkaar te vechten, maar in werkelijkheid vechten ze samen tegen de mens en de menselijkheid.

Dat is the inconvenient truth van onze tijd: links en rechts vechten een verbitterde strijd uit met elkaar, een strijd die door beide wordt voorgesteld als een strijd tussen goed en kwaad, maar die in werkelijkheid een zelfvernietigende strijd is, een strijd van de mens tegen de mens.
De strijd tussen links en rechts is exemplarisch voor alle hedendaagse conflicten.
De grote uitdaging van onze tijd is dan ook: hoe kunnen links en rechts met elkaar verzoend worden?
Want dat is de enige manier om de zelfvernietiging tegen te gaan.
Maar eerst moet een andere vraag gesteld worden: kunnen beide tegenpolen wel met elkaar verzoend worden?
Die vraag zou ons tot bezinning moeten brengen, want als we ze negatief beantwoorden, vellen we ons eigen doodvonnis.
Als links en rechts niet met elkaar verzoend kunnen worden, dan is het afgelopen met de mensheid, dan zal ze zichzelf vernietigen.

We hoeven niet eens naar het Midden-Oosten te kijken om dat te begrijpen.
In ons eigen land zien we hoe een democratisch verkozen regering bestreden wordt alsof ze de incarnatie van het kwaad is, enkel en alleen omdat ze rechts is.
De ‘boze geest’ achter die regering, het kwaadaardige brein Bart De Wever, wordt door links afgeschilderd als de nieuwe Hitler, en geen moment komt het bij links op dat het met deze onafgebroken demonisering zelf nazi-praktijken toepast.
Het is verbijsterend om te zien hoeveel mensen daarin meegaan, hoe het demoniseren van een mens een vanzelfsprekende zaak is geworden, een morele plicht bijna.
In Nederland heeft dat destijds geleid tot de moord op Pim Fortuyn. En dat is dan ook de onvermijdelijke uitkomst van de polarisatie tussen links en rechts: moord en doodslag.
In de afgelopen eeuw heeft die polarisatie zowat 100 miljoen doden geëist, en nog altijd heeft de mensheid niet bijgeleerd. Nog altijd trapt ze in dezelfde val en dreigt er opnieuw een apocalyptische vernietigingsgolf.
Er bestaat dus geen dringender vraag dan hoe we links en rechts met elkaar kunnen verzoenen.

Laten we die vraag eens toespitsen op de vrijheid van meningsuiting.
Rechts is voor absolute vrijheid: alles moet kunnen gezegd worden, hoe kwetsend het voor anderen ook is.
Links is het daar niet mee eens, het vindt dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting en dat je niet zomaar iedereen mag kwetsen.
Om een lang verhaal kort te maken: rechts heeft gelijk.
De vrijheid van meningsuiting is absoluut of ze is niet.
Een beperking, hoe klein ook, is als een gaatje in een dijk: vroeg of laat breekt de dijk door.
Voor wie in een vrije samenleving wil leven, kan er over dit principe geen discussie bestaan: de vrijheid van meningsuiting moet absoluut zijn.

Daarmee is de zaak natuurlijk niet opgelost, want principes zijn één zaak, de realiteit is een andere.
Er leven in Europa momenteel miljoenen moslims die wel de voordelen van een vrije samenleving willen, maar niet bereid zijn daarvoor de prijs te betalen, want ze willen niet gekwetst worden in hun religieuze gevoelens.
Worden ze toch gekwetst, dan reageren ze met agressie en geweld.
We kunnen daarvan denken wat we willen, maar de realiteit is dat er geweld van komt als we vasthouden aan de vrijheid van meningsuiting zoals rechts die voorstaat.
Links wil dat geweld vermijden door de moslims niet meer kwetsen.
Dat klinkt redelijk want star vasthouden aan de vrijheid van meningsuiting zal die vrijheid uiteindelijk fataal worden.
Toch is de linkse toegeeflijkheid al evenmin realistisch als de principiële houding van rechts, want hoe meer we toegeven aan de moslims, des te meer voelen ze zich tekortgedaan en des te minder moeten ze weten van onze vrije samenleving.
Beide houdingen – de linkse én de rechtse – leiden dus onvermijdelijk tot een botsing tussen de vrije samenleving en de islamitische samenleving.
En daarbij zal de vrije samenleving het onderspit delven, om de eenvoudige reden dat ze verdeeld is.
Als twee honden vechten om één been, dan loopt de derde ermee weg.

Er is dus geen andere mogelijkheid: als we de vrije samenleving willen redden, moeten we rechts en links met elkaar verzoenen.
En dat betekent dat de vrijheid van meningsuiting verzoend moet worden met een niet-kwetsende houding.
Dat klinkt als een contradictio in terminis, want de essentie van de vrije meningsuiting is juist dat men andere mensen mag kwetsen.
Als ik bijvoorbeeld van de kunstwerken van Berlinde De Bruyckere zeg dat ze me braakneigingen bezorgen, dan kwets ik haar daar ongetwijfeld mee.
Maar door die kunstwerken te maken, kwetst ze mij ook.
Wat nu gedaan?
Moet ik mijn mond houden of moet zij ophouden kunst te maken?
Moet zij zich aanpassen aan mij of ik aan haar?
Dat leidt onvermijdelijk tot een machtsstrijd en de kunstwereld toont ons hoe die eindigt: niemand durft zijn mond nog opendoen, niemand durft er nog een eigen mening op nahouden.
Ook de kunstenaar mag niet meer doen wat hij wil, hij moet zich strikt aan de ongeschreven regels houden.
Hij heeft al even weinig vrijheid als de kijker, dat wil zeggen: geen.
Toch voelen beiden zich volkomen vrij: ze denken dat ze mogen doen wat ze willen en ze denken dat ze mogen zeggen wat ze willen.
Dat is waar de ondergang van de vrije samenleving toe leidt: tot slaven die denken dat ze vrij zijn.
Het is de natte droom van elke machthebber.
Mensen die weerzinwekkende dingen doen en daar vreugde aan beleven.
Mensen die naar weerzinwekkende dingen kijken en nog nooit zoiets moois gezien hebben.
Mensen die in de hel zitten en zich in de hemel wanen: wat kan een duivel nog meer wensen?

We moeten de kunst dankbaar zijn dat zij in beeld brengt wat de uiteindelijke gevolgen zullen zijn als we er niet in slagen de vrije samenleving te redden.
Het zal leiden tot de ontmenselijking van de mens.
Het zal van hem een duivel maken die denkt dat hij een engel is.
Het is niet moeilijk om dat mensentype nu reeds waar te nemen.
Maar de kunst zou geen kunst zijn als zij ons niet ook nog iets anders toonde.
Hedendaagse kunst is eigenlijk niets anders dan een karikatuur van de vrije meningsuiting zonder enige beperking: alles is hier toegelaten, hoe kwetsend en choquerend het ook is.
De paradox is dat deze absolute vrijheid omslaat in zijn tegendeel: ze wordt tot de absolute plicht om te kwetsen en te choqueren.
Hedendaagse kunst is per definitie kwetsende en choquerende kunst.
Luc Tuymans vertolkte de geest van deze kunst toen hij zei: ik haat schoonheid!
De klassieke kunst – die schoonheid nastreeft en aangenaam wil zijn – is absoluut taboe in hedendaagse kringen.
Het merkwaardige is nu dat deze Hedendaagse kunst, die met haar bandeloze vrijheid en kwetsende natuur alles belichaamt wat de moslim verafschuwt, in de islamitische wereld niet op verzet stuit (in tegenstelling tot de klassieke kunst).

Hoe valt dat te verklaren?

Ik denk dat het op dezelfde manier verklaard kan worden als de massale solidariteit met Charlie Hebdo.
De grote meerderheid van al die Je suis Charlie-sympathisanten kende Charlie Hebdo niet eens.
Velen onder hen zouden waarschijnlijk zelfs afkeer gevoeld hebben voor het blad als ze het gekend hadden.
Maar ze reageerden niet rationeel, ze reageerden zelfs niet emotioneel, ze reageerden vanuit een dieper aanvoelen van waar het werkelijk om ging: de vrije meningsuiting, de vrije samenleving, de vrije menselijkheid.
Op een gelijkaardige manier reageren moslims, vermoed ik, op de Hedendaagse Kunst.
De meeste moslims kennen deze kunst niet eens, en ze zouden er waarschijnlijk weerzin voor voelen als dat wel het geval was.
Maar net als de Parijzenaars reageren ze er vanuit een diepere bewustzijnslaag op en voelen onbewust aan hoe belangrijk het is om mensen te mogen kwetsen en choqueren.

De Hedendaagse kunst toont met andere woorden aan dat Westerlingen en moslims ten aanzien van de wezenlijkste zaken niet verschillen: allebei vinden ze de vrije samenleving een kostbaar goed, allebei accepteren ze het kwetsende karakter van de Hedendaagse Kunst.
En dat is natuurlijk goed nieuws, want het toont aan dat de Westerse wereld en de moslimwereld wel degelijk met elkaar te verzoenen zijn: in de grond willen ze immers precies hetzelfde.
Dat is trouwens de reden waarom de moslims zo massaal naar Europa emigreren: ze willen deel uitmaken van de vrije samenleving. Daarvoor verlaten ze hun vaderland, daarvoor riskeren ze hun leven, daarvoor hebben ze alles over.
Maar waar ligt dan het probleem?
Waarom raken mensen die hetzelfde willen zodanig slaags dat ze elkaar naar het leven staan en zelfs dreigen te vernietigen?
Hoe kan een gemeenschappelijke impuls de wereld zo verdelen?
Om het antroposofisch uit te drukken: hoe kan de Wederkomst van Christus zo’n uitbarsting van haat veroorzaken?
Het antwoord is eenvoudig: omdat de mensheid zich niet bewust is van die wederkomst.
Zowel Westerlingen als moslims zijn zich niet bewust van de gemeenschappelijke impuls die hen bezielt: Christus, het wezen van de vrije samenleving.

Wat betekent dit nu concreet, in verband met de vrije meningsuiting?
Hoe kunnen twee zo tegengestelde idealen als anderen-mogen-kwetsen en niet-gekwetst-willen-worden met elkaar verzoend worden?
De oplossing ligt in het woordje ‘mogen’.
Vrijheid van meningsuiting betekent: anderen mogen kwetsen.
Het betekent niet: anderen moeten kwetsen, of anderen willen kwetsen.
Wie de vrije samenleving toegedaan is, mag anderen kwetsen, maar hij is daar niet toe verplicht.
Hij is namelijk vrij.
Dat is de kern van de zaak.
We zijn vrij om de ander al dan niet te kwetsen.
We mogen kwetsen, maar we moeten niet.
We kunnen kiezen.
En wie zich werkelijk bewust is van die keuze, zal niet gauw kiezen voor geweld, want hij weet dat het geen oplossing is.
Het is dus niet de keuze die moeilijk is, het is de bewustwording ervan.
Het is niet moeilijk om voor Christus te kiezen, het is zelfs het meest vanzelfsprekende dat er is.
Maar het is ontzettend moeilijk om ons van Hem bewust te worden.
En dat bewustzijn moet zo diep en zo levend zijn dat het tot een tweede natuur wordt, een nieuwe geweldloze natuur die onze oude gewelddadige natuur overwint en vervangt.

Dat bewustzijn sluimert reeds in ons.
Door de aanslag tegen Charlie Hebdo kwam het even naar boven, niet alleen bij Westerlingen maar ook bij moslims.
Opeens besefte iedereen: dit is niet de weg!
Maar dat besef was nog zeer zwak en kwetsbaar.
Het had geen verhaal tegen het intellectuele geweld dat meteen losbarstte en opriep tot oorlog: oorlog tegen het terrorisme, oorlog tegen de fundamentalistische islam, oorlog tegen de vrije meningsuiting, oorlog tegen Pegida, oorlog tegen alles en iedereen.
Deze oorlogsreactie is begrijpelijk, maar het is een onbewuste reactie, hoe geleerd en intellectueel ze ook klinkt.
De echte oorlog die moet uitgevochten worden is een bewustzijnsoorlog.
Er moet gevochten worden om die gemeenschappelijke impuls, die mondiale wil om te leven in een vrije samenleving, tot bewustzijn te brengen.
Daarbij moeten we elkaar mogen kwetsen, want anders kan er niet gevochten worden.
Maar tegelijk moeten we proberen gebruik te maken van onze vrijheid om niet te kwetsen.
We moeten met andere woorden leren vechten zonder te kwetsen.
En dat kan maar op één manier: door er een kunst te maken, door van de ideeënstrijd een spel te maken.
Dat is dus het goede nieuws: we staan niet machteloos tegenover het geweld dat vandaag de wereld teistert.
We kunnen er allemaal iets aan doen.
Iedere keer dat we met andere mensen spreken, kunnen we ons oefenen in de kunst om vrij onze mening te zeggen en toch anderen niet te kwetsen.
Niemand kan ons daartoe verplichten, we kunnen het alleen uit vrije wil doen, en die wil zal des te sterker worden naarmate we inzien dat deze verzoening van de tegenpolen de enige weg naar de toekomst is.

Is dit een grap of om te huilen?

Zolang mensen nog kunnen lachen, is niet alles verloren.
Ik heb de afgelopen dagen staaltjes kostelijke humor gezien.
Zoals die jonge kerel die in de grote Charlie-betoging meeliep met een groot bord waarop stond: ‘Ik ben niet voor of tegen gelijk wat. Ik hou er alleen van rond te lopen met een bord.’
Of die verzameling jonge mensen die allemaal variaties bedacht hadden op ‘Je suis Charly’: Je suis Bernard, Je suis papa, Je suis enceinte, Je suis heureux, Je suis ici.
Hartverwarmend vind ik dat.
Veel geestiger dan de humor van Charlie Hebdo.
Maar er is nu nog een ander soort humor opgedoken: die van de EU.
Ik weet niet meteen hoe ik ze zou moeten noemen, maar lachwekkend is ze alleszins wel.
De Europese Unie heeft namelijk verklaard actie te zullen ondernemen tegen de recente aanslag op de vrije meningsuiting.
U raadt nooit hoe.
Ze gaat de vrije meningsuiting verdedigen door … de vrije meningsuiting aan banden te leggen.
Ze wil het misbruik tegengaan dat van het internet wordt gemaakt om haat en geweld aan te wakkeren.
Want we hebben gezien hoe gevaarlijk dat is, aldus minister Koen Geens.
Kolder, dat is misschien nog het beste woord om dit soort humor te omschrijven.
Kolder waar je helaas alleen maar groen kunt om lachen.
Tot wat voor toestanden dit soort ‘humor’ leidt, konden we dezelfde dag nog in Duitsland zien.
Daar werd in sommige steden betoogd door Pegida, de beweging die protesteert tegen de islamisering van Europa en niet wil dat hier de sharia wordt ingevoerd. Ze verzet zich dus tegen het fanatieke islamisme dat de terroristen bezielde die de aanslag op Charlie Hebdo gepleegd hebben.
Niks aan de hand dus, zou je zeggen, miljoenen mensen hebben in Parijs hetzelfde gedaan.
Maar in andere Duitse steden werd betoogd tegen Pegida, dat ervan beschuldigd wordt islamofoob en racistisch te zijn, een mening die gedeeld wordt door Angela Merkel die verklaarde dat de islam thuishoort in Duitsland.
De vraag is nu welke van die twee bewegingen door de EU beschouwd zal worden als aanzettend tot haat en geweld, en derhalve aan banden zal worden gelegd: Pegida dat zich verzet tegen de invloed van de fanatieke islam of anti-Pegida dat zich verzet tegen dat verzet.
Het antwoord ligt voor de hand aangezien de EU-verklaring ondertekend is door zowel Merkel als Hollande: iedere kritiek op de islam, zelfs op de extremistische islam, zal gebrandmerkt worden als hate speech en de mond gesnoerd.
En dat besluit wordt genomen twee dagen nadat die extremistische islam zowat 20 slachtoffers heeft gemaakt in Parijs en aankondigt er nog veel meer te zullen maken.
Het is alsof Europa tegen de moslimterroristen zegt: moorden jullie er maar op los, dan zorgen wij wel dat het protest daartegen de kop wordt ingedrukt!
Zelfs de meest cynische cartoonist van Charlie Hebdo had dit niet kunnen bedenken.
Miljoenen mensen zijn op straat gekomen om te protesteren tegen die brutale islamistische aanslag op de vrije meningsuiting, en wat doen hun politieke leiders?
Ze steken hun middenvinger op.
Hier zie, zeggen ze, dit doen wij met jullie beminde vrijheid van meningsuiting: we leggen er een bom onder!
Jonathan Turley had overschot van gelijk toen hij in de Washington Post schreef: de grootste bedreiging voor de vrije meningsuiting in Frankrijk is niet het terrorisme maar de overheid.
Stéphane ‘Charb’ Charbonnier werd niet alleen voortdurend bedreigd met de dood, hij werd ook voortdurend bedreigd met veroordelingen en gevangenisstraf.
De aanslag op Charlie Hebdo was dus veel groter dan eerst leek.
Niet alleen werd zowat de hele redactie vermoord, maar onmiddellijk daarna kreeg de vrijheid van meningsuiting ook nog eens een dreun waarvan de gevolgen niet te overzien zijn.
Het moet nu voor iedereen met een beetje gezond verstand toch wel duidelijk zijn dat de echte vijand niet van buitenaf komt.
Ik begin hoe langer hoe meer te vermoeden dat de aanslag op Charlie Hebdo inderdaad de Europese 9/11 was.
Zoals het heus niet een paar moslimterroristen zijn die de twin towers hebben doen instorten, zo zijn het ook niet die twee moslimbroers die de vrijheid van meningsuiting in Frankrijk een uppercut hebben verkocht.
Zijn Wolinski en co werkelijk gestorven omdat ze de profeet beledigd hadden?
Ik denk er het mijne van.
Eén ding is zeker: de vrijheid van meningsuiting is niet alleen de moslimterroristen een doorn in het oog.

Schoenaerts (4)

Het proces Schoenaerts heeft nog een onverwacht staartje – zeg maar staart – gekregen.
Nadat Stan Lauryssens veroordeeld was tot het plakken van een sticker op zijn boek met de vermelding dat het ‘onjuistheden’ bevat, heeft hij besloten het boek gewoon uit de handel te nemen.
Dat is een draconische maatregel, zeker aan de vooravond van de opening van de boekenbeurs.
Lauryssens trekt daarmee een zware streep door zijn eigen rekening, want verwacht kon worden dat het boek-met-de-sticker veel belangstelling zou genieten.
Er stond trouwens al een tweede druk op stapel.
En dat veegt Lauryssens nu allemaal met één zwaai van tafel.
De man moet zich behoorlijk in het kruis getast voelen.

Eén ding is zeker: dit is een kwalijke zaak.
Precies op het moment dat het jaarlijkse hoogfeest van het boek begint, wordt er een boek uit de handel genomen omdat mensen zich erdoor gekwetst voelden en naar de rechter stapten.
Dat de schrijver daar zelf toe besloten heeft maakt de zaak niet minder erg.
Integendeel zelfs.
Stan Lauryssens ervaart het oordeel van de rechter als zo vernederend dat hij de eer aan zichzelf houdt: liever dan zijn werk te verminken, haalt hij het uit de rekken.
Wat hij eigenlijk zegt, is: als ik zo moet schrijven, dan schrijf ik liever niet.

Het is dit soort zelfcensuur dat de politieke correctheid zo gevaarlijk maakt.
Mensen worden ertoe gebracht om uit vrije wil hun mond te houden, om niet te doen wat ze wilden doen.
Met name de culturele wereld is daar zeer vatbaar voor.
Ik kan me niet voorstellen dat de Vlaamse kunstenaars zo politiek correct, zo Belgicistisch en zo anti-Vlaams zijn als ze zich gedragen.
Dat strookt totaal niet met het vrijheidslievende wezen van de kunstenaar.
Die laat zich niet zomaar dwingen en in een keurslijf stoppen.
Behalve dan door … zichzelf.
En dat is ook wat gebeurt: de Vlaamse kunstenaars doen massaal aan zelfcensuur.
Net als de Vlaamse journalisten.
Net als de Vlaamse media.
Ze snoeren zichzelf preventief de mond.
Ze zwijgen nog vóór iemand hen daartoe dwingt.
Niemand dwingt Stan Lauryssens zijn boek uit de handel te nemen.
Hij doet het zelf, uit vrije wil.

Is dat een overreactie?

Tenslotte zegt die fameuze sticker niet veel: ‘dit boek bevat onjuistheden.’
Ik denk dan meteen aan kleinigheden: een verkeerde datum, een verkeerde naam, een niet geheel accurate weergave van een feit.
Maar ik denk niet aan grove onjuistheden, want dan zou er op die sticker wel iets anders hebben gestaan, of zouden er andere maatregelen zijn genomen.
Ik interpreteer het als: de schrijver is hier en daar een beetje onnauwkeurig geweest, maar voor de rest klopt zijn verhaal wel.
Dat is niet wat je noemt een zware veroordeling, het is meer een tik op de vingers: Stan jongen, volgende keer beter opletten!
Maar juist dat betuttelende, dat schoolmeesterachtige komt hard aan bij iemand die zijn vak ernstig neemt.
Het is kleinerend.
Veel respectvoller was het geweest als Lauryssens een boete had gekregen en in de tweede druk de ‘onjuistheden’ had moeten corrigeren.
Dan had hij kunnen zeggen: OK, die boete verdien ik wel terug door alle aandacht die m’n boek nu krijgt, en de tweede uitgave zal beter (want juister) zijn dan de eerste.
In plaats daarvan wordt hij echter als een kind behandeld.

Is dat niet een beetje de essentie van de politieke correctheid?
Mensen worden niet als volwassenen behandeld maar als (stoute) kinderen die moeten leren zichzelf onder controle te krijgen.
Daartoe wordt er een soort valse morele sfeer geschapen die mensen weer naar de schoolbanken stuurt, waar ze goede punten moeten verdienen anders mogen ze niet gaan spelen.
Het roept een herinnering in me op.
In mijn oude school werden er op een dag overal snoep- en frisdrankautomaten geïnstalleerd.
‘Om aan de behoeften van de leerlingen tegemoet te komen’ zullen ze gedacht hebben.
Om geld aan te verdienen natuurlijk.
Die dingen oefenden op ons jongens een magische aantrekkingskracht uit, niet alleen omdat ze zoetigheid bevatten, maar ook omdat het mechanische wondertuigen waren.
We maakten er dus een sport van om te proberen zo’n machine te slim af te zijn.
Toen ik er op een dag in geslaagd was zonder te betalen een reep chocolade uit zo’n automaat te pulken, werd ik betrapt door een verontwaardigde broeder die me als een vuige dief voor de klas opvoerde.
Het was een pijnlijk moment, maar noch ikzelf noch mijn klasgenoten waren bijzonder onder de indruk.
Wellicht voelden we vaagweg de morele perversiteit van de ‘Broeders van Liefde’: eerst verleidden ze ons met een verboden vrucht en vervolgens waren ze verontwaardigd als we toehapten.
Ze infecteerden ons met andere woorden met hun volwassen immoraliteit en gaven er ons ook nog eens de schuld van.
Zoiets noemen ze tegenwoordig kindermisbruik.

Diezelfde morele perversiteit herken ik in de politieke correctheid.
De ‘broeders van liefde’ laten in een land massaal vreemdelingen binnenstromen, en als dan de onvermijdelijke wrijvingen ontstaan, beginnen ze de autochtonen te beschuldigen van racisme.
Daar komt het zo’n beetje op neer.
De gevolgen zijn tweeërlei: enerzijds krijgen autochtonen en allochtonen een hekel aan elkaar, anderzijds worden volwassen mensen herleid tot stoute kinderen die opnieuw opgevoed moeten worden.
Die kinderen krijgen natuurlijk onderling ruzie, want er zijn er altijd die in een goed blaadje willen staan bij hun ‘opvoeders’ en daartoe andere kinderen verklikken.
Op die manier creëert de politieke correctheid een valse morele sfeer die de bevolking herleidt tot een speelplaats vol ruziënde kinderen die – uiteraard – stevig tot de orde moeten worden geroepen.
Als dat maar lang genoeg doorgaat, weten de (volwassen) kinderen niet beter meer of die valse moraliteit is de normale, menselijke moraliteit.
Een goed mens wordt dan iemand die zijn medemensen – voor hun eigen goed – verklikt en die zijn vertrouwen in zijn medemensen ‘censureert’ om zelf niet verklikt te worden.

Als kind bezat ik nog genoeg gezonde moraliteit om niet zwaar onder de indruk te zijn van het feit dat ik als een dief aan de schandpaal werd genageld.
Ook mijn medeleerlingen zagen me niet als een dief.
Wel waren we nog niet wakker genoeg om te begrijpen dat de echte dieven degenen waren die ons van diefstal beschuldigden: de Broeders van Liefde die de snoepautomaten op de speelplaats hadden gehangen om er het geld mee uit onze zakken te kloppen.
En ze stalen niet alleen ons geld, ze stalen ook onze moraliteit.
Vandaag zijn we vijftig jaar later en deze ‘broeders van liefde’ zijn overal.
Het land is vergeven van dieven die onschuldige mensen van diefstal beschuldigen.
En helaas is ons al zoveel gezonde moraliteit ontstolen dat we nu behept zijn met een collectief schuldgevoel dat er ons toe brengt om onszelf steeds meer te censureren.

Stan Lauryssens is 68 jaar oud. Hij is nog ‘van de oude stempel’.
Hij wordt ervan beschuldigd een dief te zijn (en geld te hebben willen verdienen op de kap van een overledene) en dat pikt hij niet.
Zijn straf is schoolmeesterachtig klein, maar juist daardoor is ze extra beledigend.
Het pleit voor Lauryssens dat hij liever zijn boek uit de handel neemt dan dat hij zich als een klein kind laat behandelen door mensen die maar half zo oud zijn als hij.
Maar het maakt de perversiteit van de politieke correctheid extra zichtbaar: ook degenen die zich niet willen laten betuttelen worden tot zelfcensuur gebracht.
Tegelijk worden mensen als Matthias Schoenaerts – die toch een aureool van vrijheid en authenticiteit dragen – te kijk gezet als verklikkers, als mensen die collega’s gecensureerd willen zien.

Ik kan me inderdaad niet voorstellen dat Matthias Schoenaerts gelukkig is met de afloop van de hele zaak. Had hij er vóór het proces niet de nadruk op gelegd dat hij het boek niet wilde laten verbieden, dat hij géén censuur wilde en dat hij de vrijheid van meningsuiting niet in het gedrang wilde brengen?
And look what happened!
Het boek is verdwenen, Lauryssens is de mond gesnoerd en de vrijheid van meningsuiting beleeft – precies op het moment dat de boekenbeurs geopend wordt – een zoveelste zwarte dag.
Het blinkende blazoen van Matthias Schoenaerts heeft een deuk gekregen.
Hij gaat voortaan door het leven als degene die ervoor gezorgd heeft dat een boek uit de boekhandel verdween omdat het ‘kwetsend’ was.
Daar had hij waarschijnlijk niet op gerekend.
Hij had waarschijnlijk niet voorzien dat de rollen zouden omgedraaid worden.
Want niet alleen is het nu Lauryssens die zich gekwetst voelt, hij kan niet eens klacht indienen.
Hij moet machteloos toezien hoe jaren werk in rook opgaan.
Allemaal door toedoen van bad guy Schoenaerts.

Zoals ik al had voorspeld: iedereen heeft verloren.
De uitspraak is een compromis: een beetje voor de aanklager, een beetje voor de beklaagde.
Maar uiteindelijk houdt niemand iets over.
Zo zal het ook met de politieke correctheid gaan: uiteindelijk zal niemand iets overhouden.
Het is gewoon een heel geraffineerde vorm van zelfvernietiging.

Kan daar dan niets aan gedaan worden?

Stan Lauryssens heeft een boek geschreven dat mijns inziens moest geschreven worden.
Matthias Schoenaerts heeft daartegen gereageerd, terecht mijns inziens.
Ze hebben allebei gedaan wat ze moesten doen.
En toch hebben ze allebei verloren.
Ze hebben verloren omdat ze datgene wat ze moesten doen niet op de goede manier gedaan hebben.
Was dat mogelijk?
Waarschijnlijk niet.
Stan Lauryssens heeft gedaan wat hij kon.
Matthias Schoenaerts ook.
Meer zat er waarschijnlijk niet in.

Het lot heeft het zo bepaald dat zij degenen waren die moesten doen wat er gedaan moest worden.
Iemand anders was er niet.
Ze waren echter niet toegerust voor die taak.
Lauryssens was geen goede schrijver genoeg om op de juiste manier over Julien Schoenaerts te schrijven.
En Matthias Schoenaerts was niet wakker genoeg om op de juiste manier te reageren.
Maar is het niet altijd zo?
Is een mens ooit echt berekend op zijn taak?
Doet hij de dingen die hij moet doen altijd op de goede manier?
Of doet hij ze altijd zoals Stan en Matthias: stuntelig, onhandig, vertroebeld door zelfzuchtige motieven, om de tuin geleid door handige haaien?

Ik ga ervan uit dat een mens altijd op de een of andere manier doet wat hij moet doen.
Dat is mijn karma-geloof: een mens leidt het leven dat hij moet leiden, dat hij wil leiden.
Dat leiden is vaak lijden omdat het zelden het leven is dat hij zich wenste en omdat hij het ook niet kan leiden zoals hij het echt wil.
Maar wat kan hij dan wél doen?
Waar ligt de vrijheid van de mens?
Waar ligt zijn verdienste in al deze ontoereikendheid?

Zij ligt in het volhouden, in het blijven proberen.
Wer immer strebend sich bemüht, den können wir erlösen.
Toen jongeren ooit aan Rudolf Steiner vroegen wat ze konden doen, antwoordde hij:
Doe wat je doet, en probeer het beter te doen.
Dat betekent hetzelfde als: word kunstenaar!
Want kunstenaar word je door onophoudelijk te proberen de dingen beter te doen.
Welke dingen? Dat doet er niet toe.
Het gaat om het proberen.
Om het telkens weer opnieuw proberen.
Om het nooit opgeven.

Dat is voor Stan Lauryssens en Matthias Schoenaerts dan ook de enige goede manier om te reageren op de halfslachtige rechterlijke beslissing waar ze allebei het slachtoffer van zijn.
Als ik Stan Lauryssens was, zou ik meteen beginnen aan een nieuw boek, een boek over het boek dat hij net uit de boekhandel genomen heeft.
Want het moet voor een schrijver toch een ondraaglijk idee zijn om jarenlang met hart en ziel te werken aan een boek en het dan zelf, uit gekrenkte trots, uit de boekhandel te nemen.
Ik vraag me dan ook af hoelang Lauryssens dat gaat volhouden.
Ik zie hem nog op die beslissing terugkomen.
Maar daardoor zal hij het gezichtsverlies lijden dat hij nu wil vermijden.
Nee, veel beter zou het zijn om gewoon opnieuw te beginnen en te proberen het dit keer beter te doen.
‘Beter doen’ betekent onder meer: de reacties op je oude boek (en dus het hele proces) meenemen in je nieuwe boek.
Op die manier kan het nieuwe boek een metamorfose worden van het oude.
En hopelijk komt Stan Lauryssens tijdens dat metamorfoseproces tot het inzicht dat Matthias Schoenaerts niet helemaal ongelijk had.
Het samengroeien van beider ‘gelijken’ zou dan tot een ‘hoger gelijk’ kunnen leiden, een gemeenschappelijker gelijk.

Als Matthias Schoenaerts hetzelfde zou doen, namelijk proberen beter te doen wat hij al deed, dan zou hij zijn kritiek op het boek wellicht zodanig nuanceren en verruimen dat hij begrip krijgt voor het standpunt van Stan Lauryssens.
Want tenslotte stellen ze allebei belang in dezelfde figuur: Julien Schoenaerts.
In die gedeelde interesse zijn ze eigenlijk ‘broers’: ze willen hetzelfde, maar ze willen het op een andere manier.
En beide manieren hebben hun recht van bestaan.
Een ‘betere manier’ kan er alleen in bestaan dat beide manieren met elkaar verbonden en zo mogelijk verzoend worden. En die verzoening kan er alleen komen als beiden proberen beter te doen wat ze al deden.
Als ze dat blijven doen, zullen ze vanzelf dichter tot elkaar komen.
Stan Lauryssens zal dan bij het schrijven van zijn nieuwe boek vroeg of laat tot de conclusie komen dat hij de medewerking van de Schoenaertsen nodig heeft. En deze laatsten zullen tijdens het verwerken van de hele zaak eveneens tot de conclusie komen dat samenwerking de aangewezen weg is.
Want wat ze willen, is dat Julien Schoenaerts in ere wordt hersteld, dat er over hem ‘op de goede manier’ wordt gesproken. Daar is nu meer dan ooit nood aan, want hij is er niet goed uitgekomen in deze zaak.
Maar wie zal zich nog willen wagen aan een boek over Julien Schoenaerts?
De kans is reëel dat Stan Lauryssens de enige is die dat nog ziet zitten, en dat er dus maar beter met hem kan samengewerkt worden.

Door de zaak niet op te geven maar te blijven proberen het beter te doen, kan er – met wat geluk – een katharsis plaatsvinden bij beide protagonisten, en kan een broederstrijd worden omgebogen tot een nieuwe, bewustere broederlijkheid.
Zo kan er van iets slechts toch nog iets goeds komen en kan een hele Augiasstal uitgemest worden.
Is dat geen wishful thinking?
Natuurlijk wel.
Maar wat is het alternatief?
Steeds meer mest.
Steeds meer broederstrijd.

Het proces Schoenaerts is slecht afgelopen.
Maar slecht is het alleen in zoverre we het als afgelopen beschouwen.
Als we het – in gedachten – voortzetten en proberen beter te doen, kan het, met terugwerkende kracht, nog een goed proces worden.
Voor mezelf is het dat reeds geweest, want ik heb er veel van geleerd.
Bovendien ben ik nu in het bezit van een collector’s item.
Of het al genoeg waard is om mijn boete te betalen wegens het illegaal uitoefenen van de schilderkunst durf ik te betwijfelen.
Maar ik doe het voorlopig nog niet weg.
Tenzij er natuurlijk een mooi bod zou komen, want een schrijver moet toch érgens zijn brood mee verdienen …

Iedereen in z’n blootje!

20140304-174236.jpg

Tous á poil! (iedereen in zijn blootje!) is een kinderboek dat drie jaar geleden verschenen is in Frankrijk.
Het concept is poepsimpel: iedereen kleedt zich uit, van de president tot de politieagent.
Tja.
Je kunt het zo gek niet bedenken of er wordt een kinderboek over gemaakt.
Zo trof ik er afgelopen jaar eentje aan over een kleine mol die wilde weten wie hem op z’n kop had gescheten.
Blijkbaar zitten de kinderboekenschrijvers een beetje door hun inspiratie heen en moeten ze steeds onzinniger dingen bedenken om nog opgemerkt te worden op die gigantische kinderboekenmarkt.

Ze zijn de enigen niet.

Met Tous á poil! lukte dat best, want het boek verkocht goed en het kreeg in België zelfs de prijs van het Beste Franstalige Album.
Wie droomt dáár niet van!
Maar het echte succes kwam pas toen een Franse ex-minister, een zekere Jean-Francois Copé, liet weten dat hij niet te spreken was over het boek.
Hij vond het niet bepaald opvoedend om een politieagent en een leraar in hun blootje te zetten.

Ach, ’t is een mening als een andere en er valt best iets voor te zeggen.

Maar daar waren de Franse boekhandelaars het helemaal niet mee eens.
Ze zagen er een schandalige oproep tot censuur in, en reageerden ‘op een ludieke manier’ door zelf uit de kleren te gaan ‘uit solidariteit met de auteurs’.

20140304-183540.jpg

Het is bekend: de intellectuele wereld staat pal voor de vrijheid van meningsuiting.
Vooral wanneer het gaat om ‘goede’ meningen, dat wil zeggen meningen waar ze het mee eens zijn.
Als het gaat om ‘foute’ meningen, meningen dus waar ze het niet eens mee zijn, gewagen ze algauw van censuur en reageren met ludieke acties, een gewoonte die ze gemeen hebben met onze moslimbroeders, eveneens zeer gevoelig als het gaat om vrije meningsuiting.

Nu loont het de moeite om eens te kijken naar de manier waarop deze Franse boekhandelaars protesteren tegen de dreigende ‘censuur’, dat wil zeggen tegen de mening van één man.

Ze doen namelijk een Mia Doornaertje!

Ze protesteren tegen iemand die protesteert tegen het feit dat mensen helemaal – en for no reason – in hun blootje worden gezet, door zelf … niet helemaal bloot te gaan.
De mannen bedekken zedig hun slurfjes.
En de vrouwen tonen zelfs niets wat niet reeds in 1900 vrijelijk mocht vertoond worden op het strand van Oostende.
Ze bedekken zich zelfs uitermate preuts voor een tijd waarin zowat iedere beroepsgroep royaal uit de kleren gaat voor de jaarlijkse kalender.

Ze bedekken hun edele en minder edele delen met … kinderboeken.

Een beetje fenomenoloog voelt onmiddellijk dat dit een veelzeggend beeld is.
Maar een beetje fenomenoloog zegt ook: hier begin ik niet aan!
Want hij voelt: ik kom er toch niet achter wat dit beeld precies zegt.
Het kan op alle mogelijke manieren worden uitgelegd.
Met andere woorden: het zegt niks.
Dit ludieke-protest-tegen-censuur is helemaal geen protest.
Het is … niks, net als het kinderboek in kwestie trouwens.
Als het al iets is, dan is het gewoon een manier om geld te verdienen.

Censuur? Vrijheid van meningsuiting?
M’n oor!

20140304-201936.jpg