Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Categorie: man en vrouw

Schaamlippen (4)

  

Wat bezielde Goedele Liekens om op hetzelfde moment dat in Amerika de zaak Weinstein losbarstte een voorstel te lanceren om de vrouwelijke schaamlippen een andere naam te geven? Waarom culmineerde de zaak Bart De Pauw uitgerekend op Wapenstilstanddag? Waarom hadden moslimjongeren diezelfde dag uitgekozen om oorlogje te spelen in de Brusselse Lemonnierlaan, genaamd naar de man die burgemeester was tijdens de eerste wereldoorlog? Waarom werd na die eerste wereldoorlog gewacht tot 11 uur op de 11de dag van de 11de maand om de wapenstilstand uit te roepen? Waarom gebeurde dat in Compiègne, de stad waar eeuwen geleden Jeanne d’Arc gevangen werd genomen en uitgeleverd aan de Engelsen? Waarom gebruikte een Belgische ngo de wapenstilstandcijfers 11.11.11 om mensen ertoe te bewegen geld te geven voor hongerend Afrika? En wat bezielde Belgische feministen om Vrouwendag op diezelfde 11 november te vieren? 

Wie zich vragen begint te stellen over wat er dit jaar voorviel op Wapenstilstanddag ziet allerlei onverwachte verbanden opduiken. Samen lijken ze een beeld of een teken te vormen dat ons iets wil zeggen. Gemakkelijk is het echter niet om dat beeld helder te krijgen en erachter te komen wat het precies betekent. Daarvoor moet men – onder meer – opboksen tegen een sfeer van wantrouwen en ongeloof, want dergelijke beeldvorming leidt tot samenzweringstheorieën of – erger nog – tot de suggestie dat er geestelijke factoren in het spel zijn. En dat wordt beschouwd als … grensoverschrijdend gedrag. Alles wat ons ertoe brengt om afstand te nemen van de werkelijkheid, grotere verbanden te zien en imaginatief te denken, wordt in een kwaad daglicht geplaatst. Het brengt ons dichter bij de grens tussen materie en geest, en daar verzet de geest van het materialisme zich uit alle macht tegen. Het wil ons met onze neus op de materiële werkelijkheid drukken, als was de wereld een smartfoon.

‘Grensoverschrijdend gedrag’ is goed op weg om dezelfde status te krijgen als ‘racisme’. De uitdrukking wordt gebruikt om ongeoorloofd sexueel contact aan te duiden. Maar ook geoorloofd sexueel contact is – in de letterlijke zin van het woord – grensoverschrijdend gedrag. En daar heeft men geen enkel bezwaar tegen, wel integendeel. Feministen als Goedele Liekens stimuleren sexueel gedrag op alle mogelijke manieren. Ja, er is geen beweging die meer de nadruk legt op sex dan juist de feministische. Was het vroeger vooral de man die uit was op sex, dan is nu ook de vrouw een grensoverschrijdend wezen geworden. We leven ook op andere gebieden in een grensoverschrijdende tijd. Denken we maar aan de manier waarop Amerika andere landen binnenvalt. Of aan de manier waarop de overheid binnendringt in de persoonlijke sfeer. Of aan de manier waarop moslimmigranten Europa binnenstromen. Niemand ziet graten in dergelijk ‘letterlijk’ grensoverschrijdend gedrag.

Een heel ander verhaal wordt het wanneer we grensoverschrijdend gedrag in de figuurlijke betekenis van het woord nemen. Denken we maar aan het geval Bart De Pauw. Vlaamse feministen klagen steen en been over het ongeoorloofde gedrag van mannen. Zo kan het niet verder, verklaren ze beslist. Vooral in de film- en theaterwereld loopt het volgens hen de spuigaten uit. Toch vinden ze niks ergers om hun woede op te koelen dan een komiek die pikante sms-jes verstuurt. Of wilden ze niks ergers vinden? Was het misschien juist hun bedoeling om verbaal grensoverschrijdend gedrag te viseren in plaats van fysiek grensoverschrijdend gedrag? Dat zou alvast verklaren waarom ze zo toegeeflijk zijn voor moslimgeweld maar een sms-ende clown aan de galg willen zien. Hetzelfde onderscheid vinden we bij de lgbt-beweging waarmee het feminisme zich geaffilieerd heeft: extreme toegeeflijkheid voor fysiek geweld gaat er hand in hand met extreme ontoegeeflijkheid voor geestelijk geweld.

De speerpunt van deze beweging zijn de transgenders: mensen die van geslacht (willen) veranderen. Om dat doel te bereiken schrikken ze niet terug voor fysiek geweld, zowel tegen hun eigen lichaam (chirurgische ingrepen en hormoonbehandelingen) als tegen dat van anderen. Uit deze kringen zijn nogal wat Social Justice Warriors afkomstig. Ze zijn (vooral) actief aan universiteiten, waar ze lessen verstoren, professoren het spreken beletten, en hen zelfs zodanig terroriseren dat ze ontslag moeten nemen. Dat fysieke geweld – ze lijken wel in de leer te zijn gegaan bij moslimjongeren – gebruiken ze om zich te verdedigen tegen het ‘geestelijke geweld’ van hun professoren. Ze voelen zich aangerand door ideeën die niet overeenkomen met de hunne, en daartegen willen ze beschermd worden. Onder het motto Dialogue is Violence eisen ze safe places waar ze niet blootstaan aan kwetsende woorden en ideeën. Nee, het is beslist geen fysiek grensoverschrijdend gedrag dat ze aanklagen. 

Het grensoverschrijdend gedrag waar ze hun pijlen op richten, is het vrije denken, het debat, le choc des idées. Daarom is het zo onbegrijpelijk dat universiteiten niets doen om hun professoren in bescherming te nemen tegen deze – voor het vrije onderzoek dodelijke – Social Justice Warriors. Maar ook de overheid haalt bakzeil. Zo keurde de Canadese senaat onlangs een wetsvoorstel goed dat mensen het recht geeft aangesproken te worden zoals zij dat willen. Een man kan bijvoorbeeld eisen als vrouw aangesproken te worden en omgekeerd. Wie dat weigert, zal strafrechterlijke vervolging riskeren. Het gaat zelfs verder dan dat. Er is een heel nieuw vocabularium bedacht waarmee de verschillende genders (en dat zijn er nogal wat) aangeduid willen worden. Het omvat (Engelse) woorden aan als zie, zim, zir, zis, tey, tem, ters, enzovoort. Professor Jordan Peterson, die verklaarde die woorden niet te zullen gebruiken, kwam in het oog van een storm te staan en dreigt nu zijn job te verliezen. 

Dit alles speelt zich niet af in de marge van de maatschappij maar aan de meest prestigieuze Amerikaanse en Canadese universiteiten: Harvard, Berkeley, Yale, Toronto. Er moet niet aan getwijfeld worden dat deze ‘sociale oorlog’ ook naar Europa zal overwaaien. Nu reeds heerst aan onze universiteiten een wildgroei van genderstudies die de hele wetenschap willen herschrijven. Dat levert vakken op als feministische geologie en genderneutrale wiskunde. Een Amerikaanse feministe betoogde onlangs dat de #metoo beweging een wereldrevolutie inluidt: er komt een eind aan het hele door mannen beheerste verleden. Er is een nieuwe wereld aan het ontstaan waarin geen plaats meer zal zijn voor grensoverschrijdend gedrag. Denken zal gebeuren door middel van artificiële intelligentie, dat wil zeggen door de nieuwe, superieure robotmens die als een God zal (moeten) aanbeden worden. In Silicon Valley heeft men de nieuwe godsdienst reeds laten registreren. No kidding.

Als antroposoof weet je wat dat betekent: Ahriman incarneert. Het is de vraag of we hem ooit te zien zullen krijgen, want deze geest opereert achter de schermen en wil liefst verborgen blijven. Maar we zien hem overal aan het werk in ontelbare ‘activisten’ die strijd voeren tegen racisme, tegen grensoverschrijdend gedrag, tegen male supremacy, tegen white privilege, enzovoort. Hun ‘sociale strijd’ is zo misleidend omdat hij volkomen gerechtvaardigd is wat het fysiek-materiële aspect betreft. Er kan geen twijfel over bestaan dat discriminatie op basis van ras of geslacht niet meer van deze tijd is. Maar het activisme gaat verder dan dat. Het overschrijdt ongemerkt de grens tussen materie en geest, waardoor de strijd slechts in schijn tegen fysieke grensoverschrijdingen gericht is. In werkelijkheid viseert hij geestelijke grensoverschrijdingen. Zo gaat Ahriman te werk: hij gaat ‘in het geheim’ over de drempel, zonder dat we het zien, en zet daardoor de zaken op hun kop. 

Als gevolg van deze ‘occulte’ grensoverschrijding verandert de strijd tegen racisme ongemerkt in een strijd tussen de rassen, de strijd tegen de ongelijkheid tussen man en vrouw verandert in een guerre des sexes, de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag wordt een strijd tegen de geest. Alles wordt namelijk gespiegeld wanneer we over de drempel gaan, alles is omgekeerd aan gene zijde. Houden we daar geen rekening mee – omdat we niet weten of zien dat de drempel wordt overschreden – dan halen we geest en materie door elkaar. Wat op geestelijk vlak thuishoort, doen we dan op fysiek vlak of omgekeerd. Dat geldt heel speciaal voor de drempeloverschrijding zelf. Die moet op geestelijk vlak plaatsvinden, dat wil zeggen bewust en vrijwillig, niet instinctief en gedwongen zoals bij een ‘fysieke’ drempeloverschrijding. Het resultaat van die verwisseling is een enorme chaos waarin iedereen slaags raakt met iedereen. Op die manier bereidt Ahriman de oorlog van allen tegen allen voor.

Het enige wat we daar tegenover kunnen plaatsen is ‘drempelbewustzijn’, inzicht in wat er gebeurt wanneer we de grens tussen geest en materie overschrijden. Hoezeer Ahriman zich daardoor bedreigd voelt kunnen we aflezen aan de heftigheid waarmee hij grensoverschrijdend gedrag bestrijdt. Want die strijd is slechts in schijn gericht tegen ongeoorloofd fysiek-sexueel contact. In werkelijkheid is hij gericht tegen ‘geestelijke’ grensoverschrijdingen. Ahriman wil onder geen beding dat we de drempel bewust overschrijden en op die manier het grensgebied leren kennen. Dat blijkt nergens zo duidelijk als in de kunst, de grensoverschrijdende activiteit bij uitstek. Hier gaat de mens – de kunstenaar zowel als de kunstliefhebber – voortdurend over de drempel. Dat kunnen we aflezen aan de spontane, fysieke beweging die hij maakt wanneer hij kunst schept of bekijkt: door afwisselend naar het kunstwerk toe en van het kunstwerk weg te bewegen, overschrijdt hij telkens weer de grens tussen geest en de materie, tussen mens en kunstwerk. 

Deze ‘grensoverschrijdende’ beweging heeft Ahriman helemaal lamgelegd door een kunst in het leven te roepen waarbij het zinloos is het kunstwerk afwisselend van dichtbij en van op een afstand te kijken. In de hedendaagse kunst is er immers geen verband meer tussen het (materiële) kunstwerk en de (geestelijke) betekenis ervan, tenzij een ‘nominalistisch’ verband. De hedendaagse kunstenaar geeft zijn kunstwerk een bepaalde betekenis zoals ouders hun kind een bepaalde naam geven. Marcel Duchamp heeft dat bijvoorbeeld gedaan met een pispot. Aan die pispot kunnen we de betekenis niet aflezen, we kunnen ze alleen van de kunstenaar (of een van zijn ingewijden) vernemen. Het hele grensgebied tussen materie en geest, waar we niet alleen uiterlijk maar ook innerlijk in beweging konden komen, is verdwenen. Ahriman heeft ons in de kunst onze bewegingsvrijheid ontnomen en ons veroordeeld tot geestelijke passiviteit en onderworpenheid.

Na 100 jaar hedendaagse kunst zijn we ervan overtuigd geraakt dat kunst een soort hostie is die je moet slikken en die je in de mond wordt gelegd door ‘ingewijden’ die pretenderen over de drempel te zijn gegaan. Dat we zelf over die drempel kunnen of moeten gaan, komt niet eens meer in ons op. Ons hele middengebied is uitgeschakeld, ons hart het zwijgen opgelegd. En daar ligt het verband met met Wapenstilstand, met de eerste wereldoorlog, met de #metoo beweging, met de Social Justice Warriors. Onder het mom van een gerechtvaardigde strijd wordt ‘het midden’ van de wereld – zowel uiterlijk als innerlijk – aangevallen, steeds weer opnieuw. De kunstzinnige, grensoverschrijdende activiteit die vanuit dit midden, dat wil zeggen vanuit het menselijke Ik, tot bewustzijn had moeten komen, wordt nu vanuit de tegenpolen – door de geallieerde krachten van Lucifer (het Oosten) en Ahriman (het Westen) – onder vuur genomen. Dat is het ‘occulte’ beeld dat dit jaar op Wapenstilstanddag zichtbaar werd. Wat het te maken heeft met de cijfercombinatie 11.11.11 blijft vooralsnog een raadsel. 

Advertenties

Schaamlippen (3)

  

November is de maand waarin we de doden herdenken: Allerheiligen, Allerzielen, en ook de slachtoffers van de eerste wereldoorlog. Dat laatste doen we op 11 november, Wapenstilstanddag. Dit jaar leken de oorlogsdoden echter een stuk minder aandacht te krijgen. Helemaal onbegrijpelijk was dat niet als je bedenkt dat de Grote Oorlog nu al drie jaar aan één stuk herdacht wordt. Afgelopen zomer werd er in Ieper nog een grootscheepse herdenking gehouden van de Slag bij Passendaele. Actrice Helen Mirren droeg bij die gelegenheid het beroemde gedicht In Flanders’ Fields voor, maar deed dat op zo’n triomfantelijke toon dat ik me opeens realiseerde naar een overwinningsfeest te kijken. De hele vertoning werd dan ook geregisseerd door de Engelsen, er viel geen Duitser te bekennen. De wapens zijn dus nog altijd niet neergelegd, ze zijn alleen van aard veranderd. Men vecht nu met andere, meer gesofisticeerde middelen, maar het is nog altijd oorlog. 

Hoe weinig 11 november nog met Wapenstilstand te maken heeft, werd dit jaar op een merkwaardige manier geïllustreerd. Om te beginnen viel het gerecht die dag de VRT binnen op zoek naar bezwarend materiaal in de zaak Bart De Pauw. Een week tevoren ging het nog om een privè-zaak tussen Bart De Pauw en enkele actrices, maar dat veranderde opeens toen de VRT besloot Bart De Pauw op staande voet te ontslaan en alle programma’s waaraan hij meewerkte van het scherm te halen. Tabula rasa dus, net als in het geval Kevin Spacey. Dat was reeds een draconische maatregel, maar de klap op de vuurpijl moest nog komen. Op 11 november greep het gerecht in, op eigen initiatief, zonder dat er een klacht was ingediend. De zaak kreeg daardoor een heel andere dimensie, want voortaan riskeert iedere man die verdacht wordt van grensoverschrijdend gedrag vervolging. Alsof het Belgische gerecht de oorlog verklaard heeft aan de man. 

Maar in ons land is 11 november niet alleen Wapenstilstanddag, het is ook Vrouwendag, en dat kan gelden als een tweede oorlogsverklaring aan de man. Want wie krijgt het in zijn hoofd om Vrouwendag te vieren op dezelfde dag dat de dood van miljoenen mannen herdacht wordt! Het is al even blasfemisch als halfnaakte leden van Fema die tijdens een (doden)mis schreeuwend op het altaar springen. Bovendien heeft het Vrouwen Overleg Komitee, dat deze uitdagende keuze maakte, onlangs zijn naam veranderd in Furia, wat ook niet meteen wijst op vredelievende bedoelingen. Maar de keuze voor 11 november is nog op een andere manier vreemd, want internationaal wordt Vrouwendag gevierd op 8 maart. Zo is dat door de Verenigde Naties bepaald, en dat gebeurde in navolging van niemand minder dan Lenin, want hij was die voorstelde om van 8 maart, de dag dat de Russische vrouwen in 1917 op straat kwamen, een vrouwendag te maken. Feminisme en communisme vormen blijkbaar één front (sic).

Maar de furieuze feministen waren niet de eersten om deze datum te kapen. De Vlaamse ngo 11.11.11 deed het hen voor. In de jaren 60 kozen ze deze datum om de Noord-Zuidproblematiek in de kijker te zetten. Met name hun deur-aan-deur campagne voor ‘de arme kindjes van Afrika’ kende een groot succes. Intussen hebben ook zij hun (kind)vriendelijke masker laten vallen en voeren ze een agressieve politiek die inspeelt op het schuldgevoel van het Westen. Ze doen dus eigenlijk net hetzelfde als de feministen van Furia: ze worden steeds agressiever, ze richten hun kogels steeds meer op de bange, blanke man en ze doen dat allebei op 11 november, de dag waarop de dood van miljoenen bange, blanke mannen wordt herdacht. Dat is allemaal toch wel héél toevallig. Niemand maakt mij wijs dat beide organisaties niet wisten wat ze deden toen ze 11 november uitkozen om hun ding te doen. Het was een verkapte oorlogsverklaring, en wel aan de mannen, de levende zowel als de dode.   

Maar op 11 november vond er nog een derde oorlogsverklaring plaats. Terwijl het gerecht huiszoeking deed bij de VRT, en 11.11.11 langs de deuren liep, sloegen in Brussel honderden Marokkanen aan het plunderen. Op de Lemonnierlaan sloegen ze ruiten in, vernielden inboedels, staken auto’s in brand en vielen de politie aan. Het leek wel oorlog, vertelden getuigen, de straat was in een slagveld herschapen. Pittig detail: Maurice Lemonnier was burgemeester van Brussel tijdens de eerste wereldoorlog. Volgens een krantenbericht was de plundertocht enkele dagen tevoren aangekondigd op een Facebookpagina. Ook hier had men dus Wapenstilstanddag uitgekozen om de wapens op te nemen. Sommigen gaven de schuld aan de politie, die een onschuldig voetbalfeest brutaal verstoord zou hebben. Maar enkele dagen later braken er opnieuw rellen uit, dit keer op het Muntplein, vlak voor de Muntschouwburg waar in 1830 De Stomme van Portici werd opgevoerd, de opera die naar verluidt België heeft doen ontstaan. 

Wapenstilstanddag was dit jaar Oorlogsverklaringsdag. De toon was al gezet door de Engelsen, die van de herdenking van de eerste wereldoorlog een overwinningsfeest maakten. Maar de zaak explodeerde pas echt op 11 november. Toen verklaarden de ‘geallieerden’ – de Belgische Staat, de feministen en de moslims – de oorlog aan de bange, blanke man. Alledrie werden ze gedreven door collectivistische, zeg maar communistische idealen. Die waren ook herkenbaar in wat er enkele dagen later gebeurde: een Brugse priester werd voor het gerecht gedaagd omdat hij de politie niet had verwittigd toen een van zijn parochianen zelfmoord wilde plegen. Niet alleen werd een eeuwenoud christelijk gebruik – de biecht en het daarbij horende biechtgeheim – aan de kant geschoven, maar ook de gewone vertrouwensrelatie tussen mensen werd gebrutaliseerd. De boodschap was immers dat iedereen rechtsvervolging riskeert die de politie niet verwittigt als iemand hem vertelt over zijn zelfmoordplannen. 

Op zich hadden al deze gebeurtenissen niet veel om het lijf. De zaak Bart De Pauw doet nu wel veel stof opwaaien, maar ze zal algauw weer vergeten zijn. De rellen in Brussel waren hevig maar niet uitzonderlijk. Moslims en politie leveren regelmatig slag in de straten van de hoofdstad. En een priester die wordt aangeklaagd, dat is ook geen nieuws meer in dit land. Afzonderlijk zou men deze feiten faits divers kunnen noemen, om een Brusselse burgemeester te citeren, maar samen vormen ze een krachtig beeld dat zich diep in de ziel van de moderne mens prent. Daar is die moderne mens zich echter niet van bewust. Niet alleen moet hij zo hard werken dat hij geen tijd heeft om stil te staan bij de gebeurtenissen, maar hij haalt ook zijn neus op voor dergelijke beelden. Hij beschouwt ze als ongeoorloofde veralgemeningen die suggereren dat de dingen een geestelijke dimensie zouden hebben, en dat kan hij natuurlijk niet ernstig nemen. Met als gevolg dat het beeld wegzinkt in zijn onderbewustzijn en daar zijn verlammende invloed uitoefent.

Want het is niet niks wat dit beeld ons vertelt, of we het nu horen of niet. Er spreken krachten uit die het absoluut niet goed met ons voorhebben en die stuk voor stuk grensoverschrijdend gedrag vertonen dat Bart De Pauw een onschuldige koorknaap doet lijken. Het gerecht dringt onbetamelijk diep door in het privé-leven van mensen. Als zelfs priesters zich niet meer kunnen beroepen op het biechtgeheim, hoe kan een gewoon gesprek dan ooit nog vertrouwelijk zijn? Wie met zelfmoordplannen rondloopt, kan dit tegen niemand meer vertellen, want hij riskeert de politie op zijn dak te krijgen. Hetzelfde geldt voor de relatie tussen man en vrouw. Welke man zal een vrouw nog avances durven maken als hij daarvoor 20 jaar later in de cel kan belanden? En wat betekent het voor het samenleven van autochtonen en allochtonen dat moslims op agressieve wijze de publieke ruimte kunnen inpalmen zonder dat de politie daar iets kan of durft of wil aan doen? 

Wanneer men bedenkt dat dit beeld uitgerekend op 11 november verscheen, rijzen er nog meer vragen. Waarom kozen moslims deze dag uit om Brussel op stelten te zetten? En waarom deden ze dat op de Lemonnierlaan en het Muntplein? Waarom besloot het Belgisch gerecht om de zaak De Pauw in handen te nemen op Wapenstilstanddag, een zaterdag notabene? Waarom kon het niet wachten tot maandag? Waarom hebben de Belgische feministen 11 november uitgeroepen tot Vrouwendag terwijl de rest van de wereld Lenin volgt? En wat heeft de 11.11.11 campagne te maken met het moment waarop de Wapenstilstand in 1918 werd uitgeroepen? Ging het wellicht om die zes opeenvolgende enen? En hielden die verband met de 66 van het jaar waarin het initiatief van start ging? Want iedereen weet dat er een even krachtige als onbewuste invloed uitgaat van cijfers, denken we maar aan het obligate 99 dat op zoveel prijskaartjes staat. 

Het doet een mens verder denken. Wapenstilstand werd in 1918 uitgeroepen op de 11de dag van de 11de maand om 11 uur. De Duitsers hadden zich toen al een hele tijd overgeven. Toch werd er uren gewacht – uren waarin nog heel wat mensen sneuvelden – om de wapenstilstand af te kondigen. Waarom moest dat precies om 11 uur gebeuren? En waarom moest het in Compiègne gebeuren, de stad waar Jeanne d’ Arc gevangen werd genomen en verkocht aan de Engelsen die haar vervolgens als een heks verbrandden? Misschien bestaan er voor al die feiten aannemelijke verklaringen, maar allemaal samen doen ze toch onwillekeurig denken aan wat Rudolf Steiner schreef over de geheime ‘loges’ die de eerste wereldoorlog beraamd hebben en die gebruik maakten van occulte kennis om hun snode plannen te realiseren. Die hele concentratie van gebeurtenissen op 11.11.11 precies honderd jaar na het onheilsjaar 1917 doet in ieder geval een verborgen regisseur vermoeden.

Het begint er inderdaad op te lijken dat Brussel afgelopen Wapenstilstanddag het toneel werd van een of ander occult ritueel. Dat klinkt moderne mensen natuurlijk absurd in de oren. Maar is dat materialistische ongeloof niet precies de reden waarom het zo slecht gaat met Europa? In zijn Memoranda over de eerste wereldoorlog geeft Rudolf Steiner een verklaring voor de wereldmacht van de Angelsaksische landen: Engeland en Amerika baseren hun buitenlandse politiek op een diep inzicht in de Europese volkszielen. Dankzij die kennis slagen zij erin de Europese volkeren zodanig te manipuleren dat het hun machtspositie steeds weer ten goede komt. Die Europese volkeren hebben daar geen idee van want ze willen niks weten van volkszielen of volksaarden. Ze halen hooghartig hun neus op voor dergelijke ‘spirituele humbug’ en daar doen Amerika en Engeland hun voordeel mee want het zijn pragmatici bij uitstek. Het maakt hen niet uit of iets spirituele humbug is, als het maar werkt.

Deze hoogmoedige afkeer van spirituele inzichten komt Europa zwaar te staan, want het is een speelbal geworden in handen van Amerika. En dat is dan nog zwak uitgedrukt, want na de eerste wereldoorlog (die door Engeland werd uitgelokt) volgde de tweede wereldoorlog (die door Amerika werd gefinancierd) en vandaag lijkt Europa de genadeslag te zullen krijgen, want het wordt van twee kanten aangevallen: vanuit het Oosten door de islam en vanuit het Westen door de politieke correctheid en alles wat daarbij hoort, zoals de #metoo beweging. Het wordt opnieuw in de tang genomen, zoals tijdens de Koude Oorlog. En net zoals het communisme een Westers ‘sociaal experiment’ was (het woord is van Rudolf Steiner), zo is de islamisering van Europa een sociaal experiment van het Westen. Want het is ontegensprekelijk Amerika dat het slapende monster van de islam wakker heeft gemaakt. Aangezien de spirituele inzichten van de antroposofie het enige tegengif zijn voor deze dubbele drakenkrachten ziet het er niet goed uit voor Europa, want het haalt nog altijd (en misschien zelfs meer dan ooit) zijn neus op voor deze inzichten. 

Schaamlippen (2)

  

De Weinstein-wave heeft inmiddels ook ons land bereikt. Harvey van dienst is televisiemaker Bart De Pauw. Nadat enkele actrices hem beticht hadden van grensoverschrijdend gedrag werd hij door de VRT zonder pardon op straat gezet. Een draconische maatregel, want het gewraakte gedrag beperkte zich tot ongepaste sms-jes. Van fysieke aanranding, laat staan verkrachting, was geen sprake. Er werd dan ook algauw gesproken van een heksenjacht. Zoals een acteur verklaarde: als dat de nieuwe norm is, dan kan de VRT driekwart van haar medewerkers ontslaan. Dat schoot aan vrouwelijke kant dan weer in het verkeerde keelgat en er werd gereageerd met nieuwe beschuldigingen. Grensoverschrijdend gedrag, beweerden enkele actrices, is in de film- en theaterwereld schering en inslag. De VRT-directie vond dan weer dat het Bart De Pauw zou sieren, mocht hij schuld bekennen en zijn verontschuldigingen aanbieden. En dat alles werd natuurlijk breed uitgesmeerd in de media. 

Maar ook het gerecht ging er zich mee bemoeien. Er werd huiszoeking gedaan bij de VRT om na te gaan of Bart De Pauw kon vervolgd worden. Dat had niemand zien komen. De actrices die de bal aan het rollen hadden gebracht, sloeg de schrik om het hart. Ze vreesden hun anonimiteit kwijt te spelen en op hun beurt aan de schandpaal te worden genageld. Dus namen ze een advocaat onder de arm. Ook Bart De Pauw voelde nattigheid en bood – eveneens via een advocaat – zijn excuses aan. Het mocht niet baten, er volgden nieuwe beschuldigingen. Er is een revolutie aan de gang, schreven de kranten, dit kan niet meer worden tegengehouden! We zijn getuige van een kantelmoment in de geschiedenis, oreerden journalisten. Vrouwen doorbreken het zwijgen, mensen nemen het op tegen de machtigen der aarde. Het klonk alsof de langverwachte klassenstrijd dan toch was uitgebroken. Alleen waren het geen mannen die de wapens opnamen, maar vrouwen. 

Zou het werkelijk waar zijn? Komen de onderdrukten eindelijk in opstand tegen hun onderdrukkers? Wordt de Augiasstal echt gereinigd? Juist degenen die het vrouwelijke protest tegen grensoverschrijdende mannen toejuichen, zouden het – onverwachte en ongevraagde – optreden van het gerecht met het grootste wantrouwen moeten bekijken. Het Belgische gerecht staat er nu niet bepaald om bekend dat het de kleine man (of vrouw) in bescherming neemt. Keer op keer worden misdadigers en criminele bendes vrijgesproken terwijl niemand het moet wagen zijn parkeerboete niet te betalen. De Rechtvaardige Rechters zijn nog altijd spoorloos in ons land. Maar elders is het niet beter. Toen in Keulen meer dan 1000 vrouwen op één nacht werden aangerand, probeerde de politie eerst de zaak in de doofpot te steken. Toen dat niet lukte, werden de daders voor het gerecht gebracht. Uiteindelijk werd er één veroordeeld. Eén. De boodschap was duidelijk: op ons hoef je niet te rekenen, wel integendeel.

Ook in het geval De Pauw heeft het er alle schijn van dat het gerecht niet geïnteresseerd is in het aanklagen van male supremacy maar juist in het demonstreren ervan. Op dezelfde dag dat er gezocht werd naar bewijzen tegen een grensoverschrijdende komiek vond er in Brussel nog een andere demonstratie van male supremacy plaats. Honderden Marokkanen trokken een spoor van vernieling door de straten van de hoofdstad. Winkels werden geplunderd, auto’s in brand gestoken. Inwoners belden in paniek naar de politie, maar die maakte geen haast. Achteraf verklaarden enkele agenten (anoniem) dat ze niet mochten ingrijpen. De overheid en de politie-top leken het moslimgeweld te gedogen, een indruk die bevestigd wordt door tal van andere voorbeelden. En dezelfde vergoelijkende en zelfs beschermende houding tegenover agressieve moslims, treffen we ook bij moderne feministen aan. Ondanks het apert vrouwvijandige gedrag van deze bevolkingsgroep, willen ze er geen kwaad woord over horen. 

Feministen, gerecht, VRT-directie, media: allemaal hebben ze in deze zaak hun macht willen demonstreren. Ze trokken zich niets aan van de slachtoffers die ze daarbij maakten: niet van Bart De Pauw, niet van zijn gezin, niet van zijn medewerkers, en last but not least ook niet van zijn aanklaagsters, die nu in hetzelfde schuitje zitten. Er mag aangenomen worden dat ze intussen al lang spijt hebben van hun demarche en dat ze zich … misbruikt voelen. Ze wilden alleen een signaal geven dat het nu eens gedaan moest zijn met dat boertige gedrag van mannen, iets waartoe waren ze aangespoord door de VRT zelf, die in het kader van de Weinstein-affaire plechtig verklaard had dit soort zaken ernstig te zullen nemen. Maar in plaats van Bart De Pauw op het matje te roepen en hem duidelijk te maken dat het afgelopen moest zijn met zijn vetzakkerij, ontsloeg de VRT hem, even onverwacht en ongevraagd als het gerecht daarna zijn duit in het zakje deed en dreigde met nog draconischer maatregelen. 

Dat was ongetwijfeld niet wat de aanklaagsters wilden, maar de zaak werd hen zonder boe of ba uit handen genomen door instanties die juist belichaamden wat ze wilden bestrijden. Wat de VRT en het gerecht tentoonspreidden was niets anders dan … grensoverschrijdend gedrag. De actrices die zich gemaltraiteerd voelden door de sms-jes van Bart De Pauw werden nu pas echt aangerand, niet als vrouw maar als mens. Hen overkwam precies hetzelfde als hun belager. Allebei werden ze overweldigd door een ‘mannelijkheid’ van een heel ander kaliber. Het grensoverschrijdende gedrag van de VRT en het Belgische gerecht ging heel wat verder dan dat van Bart De Pauw. Diens flirterige sms-jes kregen zelfs iets onschuldigs vergeleken bij de machtsontplooiing van die twee onpersoonlijke ‘mannelijkheden’. Ja, het wordt nu ook duidelijk waarom de media zo enthousiast zijn over de hele zaak: ze zijn zelf zo’n grensoverschrijdend mannelijk instituut.  

Veel vrouwen zijn verontwaardigd over het gedrag van Bart De Pauw, en dat valt goed te begrijpen. Veel mannen zijn dan weer verontwaardigd over het gedrag van zijn aanklaagsters. Ze vinden het not done dat deze actrices anoniem blijven, dat ze tien of twintig jaar gewacht hebben met hun klachten, en dat ze ook nog eens in groep optreden. Ook dat valt te begrijpen. Maar hoe valt het te verklaren dat zo weinig mensen – mannen én vrouwen – verontwaardigd zijn over het nochtans veel ‘grensoverschrijdender’ gedrag van de VRT, het gerecht, en de media? Waarom maken ze zich druk over kleine garnalen als Bart De Pauw en zijn aanklaagsters, maar protesteren ze niet tegen deze ‘zeemonsters’? Het is alsof kleine grensoverschrijdingen veel erger zijn dan grote grensoverschrijdingen, alsof individueel mannelijk gedrag veel meer verontwaardiging oproept dan algemeen, onpersoonlijk mannelijk gedrag. En dat is een belangwekkende waarneming die ons op het spoor brengt van de oorzaak van de hele Weinstein-wave. 

De manier waarop de VRT en het gerecht zijn opgetreden in de zaak De Pauw kan model staan voor de manier waarop de overheid vandaag optreedt. Dat is een brutaal mannelijke manier: de overheid of de staat steekt zijn neus in zaken waar hij niet thuishoort. Dat gebeurt bovendien met veel machtsvertoon, als om duidelijk te maken wie de baas is. De staat is in de eerste plaats een machtsapparaat, en macht is ook wat de VRT, het gerecht en de media in deze zaak tentoon hebben gespreid. Uiteindelijk is dat ook waar Bart De Pauw zich aan bezondigd heeft. Hem wordt niet zozeer opdringerig, flirterig gedrag verweten, want dat vertonen vrouwen net zo goed. Wat hem wordt verweten is machtsmisbruik. Vrouwen zijn heus wel in staat om opdringerige, flirtende mannen van zich af te houden, maar niet als die mannen de macht hebben hun carrière te maken of te breken. Dan worden vrouwen zwak en kwetsbaar en staat de deur open voor grensoverschrijdend gedrag.

De macht ligt vandaag grotendeels bij mannen en de oorsprong daarvan ligt in hun grotere fysieke kracht. Daar kunnen vrouwen eenvoudig niet tegenop. Die fysieke kracht heeft zich in de loop der tijden vertaald in piramidale machtsstructuren waartegen nog maar weinig te beginnen is. De democratisering bijvoorbeeld – een ‘vrouwelijke’ tegenbeweging – lijdt momenteel schipbreuk op die versteende mannelijke structuren. En toch is die mannelijke ‘verstening’ slechts één deel van het verhaal. Er is ook nog een heel belangrijk vrouwelijk hoofdstuk. De overheid gedraagt zich niet alleen als een autoritaire haan, ze gedraagt zich ook – en zelfs zeer nadrukkelijk – als een moederkloek die het beste wil voor haar kuikens, die ze voedt en verzorgt, die ze beschermt en onderwijst, die hun vrede en welvaart waarborgt, die kortom alles vertegenwoordigt wat goed is. In ruil eist de overheid natuurlijk wel gehoorzaamheid, anders kan ze haar moederlijke taak niet vervullen. 

Onder bescherming van dit moederlijke imago dringt de overheid veel dieper in het leven van de moderne mens door dan op louter mannelijke manier mogelijk is. Ze dringt er zelfs zo diep in door dat de ‘aangerande’ mens zich zonder het te beseffen gaat identificeren met de overheid. Zo is hij wel verontwaardigd over het gedrag van Bart De Pauw of dat van zijn aanklaagsters, maar niet over het gedrag van de overheid die nochtans beide gedragingen – de mannelijke en de vrouwelijke – combineert. Om een beeld te gebruiken dat in deze context wel passend is: de gewone mannelijkheid penetreert de vrouw en gaat daarbij over een grens, maar de combinatie van mannelijkheid en vrouwelijkheid gaat nog over een andere, dieper gelegen grens en bevrucht de mens met zijn zaad. Het kind dat daaruit begint te groeien wordt door de mens als deel van hemzelf ervaren: hij onderscheidt de overheid-in-zichzelf niet meer. Mens en overheid worden als het ware één en deze nieuwe mens roept onmiddellijk om zijn ‘moeder’ als hij iets nodig heeft. Big Brother is tegelijk een Big Mother.

Deze kind-mens schreeuwt nu moord en brand over het grensoverschrijdende gedrag van Bart De Pauw in het bijzonder en de man in het algemeen, maar hij protesteert niet tegen het optreden van de VRT en het gerecht. Hij neemt deze diepere grensoverschrijding niet waar en vindt het volkomen vanzelfsprekend dat de overheid de zaak in eigen handen neemt, ook al krijgt ze daardoor dimensies die de individuele betrokkenen nooit gewild hebben. Maar ze verzetten zich niet omdat de overheid hen niet alleen op de huid zit maar ook onder hun huid zit. De moderne mens is als bezwangerd door de overheid en doet er alles aan om zijn ‘kind’ te beschermen. Het is dan ook de vraag wie de hele zaak aan het rollen heeft gebracht: moeder of kind? Waren het de aangerande vrouwen of was het de overheid? Tenslotte was het de ‘ferme’ verklaring van de VRT, aangespoord door de #metoo-beweging, die de betrokken vrouwen over de streep haalde en hen overtuigde om naar buiten te komen met zaken die ze vele jaren voor zichzelf hadden gehouden.

Zoeken we naar de oorsprong van de #metoo-beweging, dan komen we in Amerika terecht, bij een anoniem bericht op Facebook. Van wie was dat bericht afkomstig? Het was weliswaar een vrouw die de kat de bel had aangebonden door Harvey Weinstein te beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag, maar waarom veroorzaakte zij nu opeens zo’n lawine die zich in korte tijd over heel Europa verspreidde? Het gedrag van Weinstein was wijd en zijd bekend en veel actrices hadden er zich al over beklaagd. Maar er werd nooit naar hen geluisterd. Nu echter wel. Er werd zelfs veel meer gedaan dan geluisterd: er kwam een enorme pletwals in beweging . Omdat de tijd rijp is, schreven de media, omdat de maat vol is. Er breekt een nieuw bewustzijn door, zo klonk het, men pikt het grensoverschrijdende, machtswellustige mannelijke gedrag niet meer. O neen? En waarom pikt men dan wel het grensoverschrijdende, machtswellustige gedrag van moslims? Waarom richt men alle pijlen op de bange, blanke man?

Deze boog van mondiale verontwaardiging wordt toevallig gespannen in het meest mannelijke, grensoverschrijdende, machtswellustige land ter wereld. Zou Amerika werkelijk tot inzicht zijn gekomen? Zou Sinterklaas werkelijk bestaan? Op een moment dat Amerika net het hele Midden-Oosten in brand heeft gestoken en miljoenen ‘vluchtelingen’ richting Europa trekken, klinkt dat toch wel ontzettend kinderlijk en naïef. Wie de visie van Rudolf Steiner kent, weet dat Amerika streeft naar wereldmacht en daarvoor eerst Europa uit de weg moet ruimen. Die veroveringsplannen circuleren al sinds de 19de eeuw en Amerika heeft ze stap voor stap tot uitvoer gebracht, enerzijds met ongezien fysiek geweld en anderzijds met ongekende sluwheid en berekening. Het is door deze combinatie van mannelijke en vrouwelijke middelen dat Amerika erin geslaagd is van Europa een Amerikaanse provincie te maken die zowel uiterlijk als innerlijk volkomen in zijn macht is. Want de moderne Europese mens wil niets liever dan Amerikaan zijn, dat zien we nergens beter dan in ‘zijn’ kunst.

En nu zouden we moeten geloven dat er aan dit nietsontziende Amerikaanse imperialisme dat al meer dan een eeuw consequent en vastberaden zijn plannen uitvoert, opeens een eind is gekomen, dat Amerika de steven heeft gewend en nu met evenveel vuur en overtuiging de tegenovergestelde richting uitgaat? Daar was zelfs de Titanic niet toe in staat, laat staan het schip dat Amerika heet. Nee, alles wijst erop dat Amerika full speed ahead gaat en dat de Weinstein-wave slechts een zoveelste fase is in de verovering van de wereld, een zoveelste combinatie van mannelijk geweld en vrouwelijke sluwheid. De snelheid en intensiteit van de Amerikaanse ‘penetratie’ doet zelfs vermoeden dat een orgasme nakend is, en dat met andere woorden de incarnatie van Ahriman voor de deur staat. Het gaat er nu om doorheen al die opwinding en al dat geweld heen te kijken en door te dringen tot wat er in de verborgen diepten gebeurt. Want grensoverschrijdend bewustzijn is het enige wat we tegenover de grensoverschrijdende Ahriman kunnen plaatsen.  

Schaamlippen (1)

  

Onlangs lanceerde Goedele Liekens een oproep om een nieuw woord te bedenken voor schaamlippen. Schaamlippen zijn immers niks om je voor te schamen, vindt ze. Het lijdt weinig twijfel dat het hier gaat om een mediastunt. Bekende Vlamingen hebben er, zoals bekend, een dagtaak aan om bekend te blijven. Met haar schaamlippen is Goedele Liekens daar weer eens goed in geslaagd. Dat neemt echter niet weg dat haar stunt kadert in een veel ruimere beweging, die niet alleen nieuwe woorden maar een geheel nieuwe wereld lijkt te willen bedenken. Het is niet gemakkelijk om voor die beweging een passende naam te bedenken (sic) want nu eens doet ze zich voor als feminisme en dan weer als regenboog-activisme. De ene keer strijdt ze voor sociale gelijkheid, de andere keer tegen racisme en discriminatie. Toch ben ik ervan overtuigd dat het om één en dezelfde beweging gaat, een bijzonder beweeglijke beweging, wat doet vermoeden dat er geestelijke invloeden in het spel zijn.

Welke invloeden zouden dat kunnen zijn? Welke geest is werkzaam in deze beweging? Laat ik eens proberen daarachter te komen aan de hand van Goedele Liekens’ schaamlippen. Om te beginnen geloof ik geen moment dat ze er wakker van ligt dat haar schaamlippen schaamlippen worden genoemd. Haar oproep heeft helemaal niet tot doel het lijden der vrouwen te verzachten, dat is nogal wiedes. Maar welk doel heeft hij dan wel, afgezien van het halen van het nieuws? Goedele Liekens wil een woord veranderd zien dat volgens haar dateert uit patriarchale tijden toen vrouwen nog als minderwaardig werden beschouwd. Vandaar dat er geen mannelijke tegenhanger bestaat voor ‘schaamlippen’. Mannelijke genitalia worden inderdaad nooit bedacht met het voorvoegsel ‘schaam’, alsof de man zich niet hoeft te schamen en de vrouw wel. Door deze taalongelijkheid ongedaan te maken, lijkt Goedele Liekens te verwachten dat ook de reële ongelijkheid tussen man en vrouw zal verdwijnen of althans verminderen. 

Of ze daarin gelijk heeft, weet ik niet, maar ik betwijfel wel dat het woord ‘schaamlippen’ een uitdrukking is van male supremacy. Die voorstelling van zaken steunt op een welbepaalde visie op taal, een nominalistische visie. Daarin worden woorden gezien als namen die men aan de dingen geeft. Die naamgeving berust op een afspraak, een consensus – een beetje zoals ouders overeenkomen hun kind een bepaalde naam te geven. In zo’n consensus spelen natuurlijk allerlei machtsverhoudingen een rol, zowel binnen het gezin als in de maatschappij, en aangezien de macht vroeger vooral (of zelfs uitsluitend) in handen van mannen was, ligt het voor de hand dat zij het woord ‘schaamlippen’ bedacht hebben en dat hun dominantie over de vrouw erin tot uitdrukking komt. In de nominalistische opvatting is er geen rechtstreeks verband tussen het woord en het ding. Dat schaamlippen schaamlippen heten heeft niets te maken met het lichaamsdeel, maar alles met de naamgevers, de mannen dus.

Er bestaat echter nog een andere visie op taal: de realistische. In de Middeleeuwen was ze nog sterk genoeg om te kunnen wedijveren met haar nominalistische tegenpool, maar vandaag is ze helemaal uitgeteld. Dat kan geen verbazing wekken, want ze gaat ervan uit dat een woord het wezen van een ding tot uitdrukking brengt (en daardoor deel heeft aan de realiteit van het ding). Dat wordt wel eens spottend essentialisme genoemd, alsof de dingen een ‘essentie’ zouden hebben op grond waarvan men de dingen dan een passende naam kan geven. Die ‘essentie’ kan alleen geestelijk worden gedacht en dat is uiteraard de reden voor de spot: onze materialistische tijd gelooft niet langer in de realiteit van de geest. Hij gelooft niet dat de dingen een geestelijke dimensie hebben die kan waargenomen worden, evenmin als hij gelooft dat moeders geestelijk contact kunnen hebben met hun ongeboren kind en het op die manier de juiste naam geven. Het realisme is een vrouwelijk-spirituele visie, het nominalisme een mannelijk-materialistische.  

Hier treedt al een tegenstrijdigheid aan het licht die typisch is voor de beweging waarvan Goedele Liekens deel uitmaakt. Haar voorstel om de schaamlippen te herdopen heeft een onmiskenbaar feministische motivering. Toch kiest ze voor een uiterst ‘mannelijke’ visie op taal. Ze gaat er vanuit dat het woord schaamlippen ontstaan is als gevolg van een consensus waarbij macht werd uitgeoefend. Door een nieuwe consensus te willen creëren, verandert ze niets wezenlijks, naamgeving of woordkeuze blijven gebaseerd op macht. Goedele Liekens wil de ongelijkheid tussen man en vrouw niet ongedaan maken, ze wil die ongelijkheid gewoon omkeren. In plaats van male supremacy wil ze nu female supremacy invoeren. De supremacy zelf – het machtsprincipe en de daaruit voortvloeiende ongelijkheid – laat ze ongemoeid. Meer nog, ze breidt het uit, want na de mannen willen nu ook de vrouwen macht uitoefenen. Op die manier maakt ze van de man-vrouwrelatie één grote machtsstrijd, een guerre des sexes

Domineren, macht uitoefenen, onderdrukken en discrimineren worden door het feminisme als mannelijke eigenschappen beschouwd. Vrouwen daarentegen heten inclusief, verbindend, bemiddelend en gelijkmakend te zijn. Dat maakt van het feminisme waar Goedele Liekens deel van uitmaakt een anti-vrouwelijke beweging, want ze wil mannen en vrouwen niet verbinden, ze wil hun tegenstelling juist op de spits drijven. Dat blijkt ook uit haar schaamlippen-oproep: die komt vrouwen op geen enkele manier ten goede, maar hij sart wel mannen. Alsof die mannen nog niet genoeg beschuldigingen naar het hoofd geslingerd krijgen, wordt hen nu ook nog eens verweten het discriminerende woord ‘schaamlippen’ bedacht te hebben. Van een onschuldig woordje maakt Goedele Liekens een middel om macht uit te oefenen over mannen en daardoor ook hun machtsstreven weer aan te wakkeren. Verre van daarmee iets te verbeteren, maakt ze de zaken alleen maar erger. 

Maar stel nu eens dat ze zich vergist en dat het woord ‘schaamlippen’ helemaal niet het product is van een door machtsgeile mannen gedomineerde consensus. Stel nu eens dat haar nominalisme een misvatting is en dat taal toch op een ‘realistische’ manier ontstaan is, dat wil zeggen door waarneming van het wezen der dingen, van de geestelijke dimensie van de werkelijkheid dus. Dan is haar schaamlippenvoorstel een aanslag op het vrouwelijk-verbindende aspect van de taal, een poging om deze cruciale brug tussen mens en geest op te blazen, een uiting van het agressieve materialisme dat probeert alle verbindingen met de geest door te snijden. Het maakt met andere woorden niks uit of we ‘schaamlippen’ op nominalistische dan wel realistische manier benaderen. Of het woord nu het resultaat is van male supremacy dan wel van vrouwelijke helderziendheid, in beide gevallen is de oproep van Goedele Liekens gericht tegen de vrouwen en de vrouwelijkheid. 

Achter haar voorstel om de vrouwelijke schaamlippen te herdopen, gaat een mannelijke geest schuil, een agressieve, machtswellustige, materialistische geest. En wat hem zo gevaarlijk maakt is dat hij zich voordoet als zijn tegendeel. Hij verbergt zich achter een onschuldig vrouwelijk masker dat streeft naar eenheid, gelijkheid en vrede. Wie zou de sympathieke Goedele Liekens met haar ludieke schaamlippenvoorstel van kwaad opzet durven verdenken! Is het niet juist hoog tijd dat er iets gedaan wordt aan de male supremacy die onze planeet nu al zolang teistert met zijn gewelddadige machtsstreven! De geest die Goedele Liekens inspireert heeft twee gezichten: een agressief mannelijk gezicht en een vredelievend vrouwelijk gezicht. Hij lijkt een eind te willen maken aan de machtsverhoudingen tussen man en vrouw, maar in werkelijkheid wil hij tussen beide een oorlog ontketenen. Hij is een wolf in een schaapsvacht, een warlord die de vrede in zijn wapen voert. 

We zien die geest momenteel aan het werk in de zaak Harvey Weinstein, de Hollywoodproducer die beschuldigd wordt van ‘grensoverschrijdend’ gedrag. De eerste aanklacht heeft een sneeuwbal aan het rollen gebracht die steeds groter wordt. Overal beginnen vrouwen mannen ervan te beschuldigen hen aangerand te hebben. Het Grote Zwijgen wordt doorbroken en daar kan men niet rouwig om zijn, want mannen als Harvey Weinstein misbruiken hun macht om vrouwen te vernederen. Maar die vernederde vrouwen beginnen nu de rollen om te draaien: ze maken misbruik van hun nieuw verworven macht om op hun beurt hun belagers te vernederen. En ze gaan daarin heel wat verder. De actrices die Weinstein aanrandde, liepen kwetsuren op, daar kan geen twijfel over bestaan. Maar ze werden er ook beter van: ze kregen filmrollen aangeboden. Wat Harvey Weinstein momenteel meemaakt is veel meer dan een kwetsuur of een vernedering. Het is een regelrechte vernietiging. 

Als de hele zaak voorbij is, zal er van Harvey Weinstein niks meer overblijven. Hij zal er veel erger aan toe zijn dan zijn slachtoffers, die – laten we wel zijn – niet zo onschuldig en weerloos waren als ze nu laten uitschijnen. De reputatie van Weinstein was in Hollywood welbekend. Actrices die zich door hem lieten meetronen naar zijn hotelkamer wisten heel goed wat er kon gebeuren. Dat praat zijn gedrag natuurlijk niet goed, maar het relativeert wel de ‘vermoorde onschuld’ van de aanklaagsters. Achter dat masker verbergt zich een geest die veel erger is dan wat Harvey Weinstein bezielde toen hij zich vergreep aan al die vrouwen. Daarvan getuigt het lot van Kevin Spacey, de Hollywoodacteur die eveneens beschuldigd wordt van grensoverschrijdend gedrag. Dit keer zijn de slachtoffers jonge mannen. Van verkrachting is zo te zien geen sprake en van weerloze slachtoffers evenmin. Maar toch wordt Kevin Spacey nog een stuk zwaarder gestraft dan Harvey Weinstein.

Want niet alleen zijn leven wordt nu vernietigd, ook zijn werk wordt op de brandstapel gegooid. Meteen na de eerste beschuldigingen werden de opnames van House of Cards stopgezet, de bijzonder succesrijke tv-serie waarin Kevin Spacey de hoofdrol vertolkte. Uit een andere pas afgewerkte film werden alle scènes verwijderd waarin hij meespeelde. Sony verbrak alle banden met de acteur. In de krant verscheen een artikel met de vraag of we ooit nog films met Kevin Spacey zullen kunnen bekijken zonder te denken: kijk, dat is die pervert! De man wordt dus gebroodroofd (wat in zijn geval nog het minste is), hij is ook het slachtoffer van een karaktermoord (wat al een stuk erger is), maar daarbovenop – en dat is nog het ergst van al – is hij ook het slachtoffer van een geestelijke moord: zijn kunst wordt in diskrediet gebracht. Dat is het omgekeerde van wat de slachtoffers van Harvey Weinstein overkwam: hun vernedering kwam hun kunst ten goede, ze kregen filmrollen aangeboden.

De wolfsgeest die zich verbergt achter een onschuldig ‘vrouwelijk’ masker treft de mens veel dieper dan zijn mannelijke ‘collega’ die geen geheim maakt van zijn machtswellust. Kunstenaars zijn als moeders: ze zijn bereid alles op te offeren voor hun kinderen, dat wil zeggen voor hun kunst. Men kan ze niet dieper kwetsen dan door die kunst te vernietigen. De betekenis van kunst overstijgt dan ook het louter persoonlijke. We hoeven er maar aan te denken wat voor gevolgen het zou hebben als men ontdekte dat Van Gogh zich vergreep aan kinderen of dat Bach een vrouwenverkrachter was. Dat zou de vreugde van miljoenen mensen bederven en een enorme klap zijn voor de menselijke beschaving. Strikt genomen doen de duistere kanten van kunstenaars niets af aan de waarde van hun kunst, maar zo werkt het niet. Men kan de receptie van een oeuvre vernietigen door de reputatie van zijn schepper te vernietigen. En daar is vandaag niet veel voor nodig: een paar beschuldigingen volstaan, ze hoeven niet eens waar te zijn. 

De geest-met-de-twee-gezichten – de wolf vermomd als Roodkapje – heeft het niet alleen voorzien op mannen en vrouwen, hij heeft het voorzien op de hele mens: op lichaam, ziel en geest. Zijn beschuldigingen lijken aanvankelijk terecht te zijn en uit te gaan van het Ik, het morele wezen van de mens. Maar algauw beginnen ze zich te vermenigvuldigen en wordt achter het Ik een heel ander wezen zichtbaar dat zich niets aantrekt van moraal of menselijkheid. Al die actrices die momenteel Harvey Weinstein beschuldigen – de teller staat al op 100 – lijken gedreven te worden door heilige verontwaardiging. Dat was wellicht ook wat de bal aan het rollen bracht: het ging niet alleen om henzelf, het ging om alle vrouwen die het slachtoffer worden van male supremacy. De zaak heeft intussen enorme proporties aangenomen en het regent overal ter wereld beschuldigingen in wat we een opstoot van mondiale vrouwensolidariteit zouden kunnen noemen. Maar deze girlpower is slechts een masker, erachter verbergt zich iets heel anders. 

Dat kunnen we al opmaken uit het feit dat geen van die verontwaardigde actrices het waagt om één kwaad woord te zeggen over moslimmannen. Nochtans maken die het véél bonter dan Harvey Weinstein, die een koorknaap is vergeleken bij zijn islamitische soortgenoten. Als het werkelijk morele verontwaardiging en solidariteit was die al die vrouwelijke aanklagers dreef, dan zou er nu een oorverdovend protest weerklinken tegen de manier waarop moslima’s door moslims worden behandeld. Daar is echter niets van te merken, wel integendeel. Als de vrouwenbeweging protesteert dan is het tegen islamofobie en voor de hoofddoek. Al die heilige verontwaardiging en vrouwelijke solidariteit zijn dus schijn. Achter dat morele masker gaat een geest schuil die geweld tegen vrouwen toejuicht en zijn pijlen alleen richt tegen de bange, blanke man, de man die niet durft te reageren tegen de beschuldigingen die tegen hem worden geuit, die beschaamd het hoofd buigt en nederig mea culpa slaat. 

Onmenselijk Links

  

  

In een satirisch stuk maakte Ludo Abicht onlangs een karikatuur van de opvatting die opdook na het Brexit-referendum: beperk het stemrecht in leeftijd, geef de stemmen van oude mensen aan jonge mensen, tenslotte zijn zij het die de gevolgen moeten dragen! Door flink te overdrijven legde Abicht het wezen van deze opvatting bloot: het is je reinste egoïsme – alles voor mij en niks voor een ander. Ook Mark Grammens wees al op het fascistische karakter van dit jeunisme. Verwarrend genoeg dook deze opvatting niet op aan de rechter- maar aan de linkerzijde van het politieke spectrum, dat wil zeggen aan de zijde die prat gaat op haar sociaalvoelendheid, haar empathie, haar solidariteit. Het waren inderdaad de Remainers die al die verzuurde oude mensen hun stem wilden afnemen, degenen die bij Europa wilden blijven, die verbonden en solidair wilden zijn, die de vluchtelingen en de islam in de armen sloten. Uitgerekend deze linkse mensen stonden een maatregel voor die je alleen maar van Rechts zou verwachten.

Hoe valt dat samen te rijmen: egoïsme én solidariteit? Je kunt toch niet Links én Rechts tegelijk zijn, communistisch én fascistisch? Of toch wel? Hoe zit eigenlijk met Rechts, dat door Links afgeschilderd wordt als het Grote Kwaad? Rechts is egoïstisch, daar kan geen twijfel over bestaan. Eén procent van de bevolking bezit vijftig procent van alle rijkdom. Zo’n gigantische rijkdom stapel je niet op als je sociaal voelend bent, empathisch, solidair. Maar is rechts dan alleen maar egoïstisch, ongevoelig en asociaal? Kun je rijk worden zonder samen te werken? Zijn bedrijfsleiders niet juist mensen die over een buitengewoon vermogen beschikken om samen te werken en anderen te laten samenwerken? En komt hun kreativiteit en ondernemingszin niet ten goede aan heel veel mensen? Is het niet juist aan hun individuele inzet te danken dat de algemene welvaart toegenomen is? In het communisme, dat het ‘rechtse’ individualisme de kop indrukt, gebeurt juist het tegenovergestelde.

De tegenstelling tussen Links en Rechts is dus vals, in die zin dat Links zowel links als rechts is en hetzelfde ook gezegd kan worden van Rechts. De geweldige polarisatie die nu al meer dan honderd jaar het politieke leven beheerst, is een schijntegenstelling, en ze is dat des te meer naarmate ze voorgesteld wordt als de tegenstelling tussen goed en kwaad. Want Links beschouwt zichzelf als de vertegenwoordiger van alles wat goed, waar en schoon is, terwijl Rechts wordt afgeschilderd als de incarnatie van het kwaad. Doet Rechts dan niet hetzelfde? Ziet Rechts Links ook niet als het kwaad dat moet uitgeroeid worden? Dat valt moeilijk te zeggen, want de stem van Rechts is nauwelijks te horen. Eigenlijk kennen we Rechts alleen via Links, want de media zijn volledig links, rechtse journalisten bestaan eenvoudig niet. Hetzelfde geldt voor de wereld van kunst en cultuur: hij is volledig links. Idem voor de academische wereld. En dan de enorme rol die de Staat speelt in onze tijd: we leven in een eenzijdig linkse wereld.

Wil dat dan zeggen dat Rechts niet bestaat, en dat het een uitvinding is van Links, een imaginaire vijand die moet dienen om steeds meer macht te verwerven? Er wordt inderdaad voortdurend gewaarschuwd voor het Rechtse Gevaar, voor het fascistische monster dat weer zijn kop opsteekt. Alleen is daar in de realiteit niks van te merken. Zeker, er zijn overal rechtse partijen die aan kracht winnen, maar verkondigen zij werkelijk een extreemrechts, fascistisch gedachtengoed zoals Links beweert, of zijn ze gewoon een vorm van verzet tegen de verstikkende, totalitaire macht die de linkse staat uitoefent? Is het niet zo dat in die rechtse partijen vooral uitdrukking wordt gegeven aan het vrijheidsstreven van de mens? Links wil de vrijheid van de mens opofferen aan de gemeenschap en doet er alles aan om de vrijheid van meningsuiting – de grondsteen van de vrije samenleving – aan banden te leggen. Hoe kan het anders dan dat daar reactie op komt? Wat vandaag Rechts wordt genoemd, is in de eerste plaats een bevrijdingsbeweging. 

Eén gebied heeft evenwel geen behoefte aan bevrijding: het economische gebied. Daar heerst reeds de allergrootste vrijheid. De grote bedrijven, de grote bankinstellingen, de rijken der aarde: ze doen gewoon hun zin en niemand kan hen tegenhouden. Ze spannen staat en politiek voor hun kar. Hoe de verhoudingen liggen zien we in de kunst. Wat vandaag als kunst beschouwd wordt – en derhalve onderwezen en gesubsidieerd door de staat en de intelligentsia – wordt bepaald door de kunsthandel. Het zijn zuiver materiële belangen die deze ‘geestelijke’ wereld sturen. Dat geldt eigenlijk voor alles: wat vandaag doorgaat voor geestelijk, cultureel of intellectueel is niets anders dan een schaamlapje voor het economische. In materialistische tijden als de onze kan dat ook niet anders: het geestelijke heeft geen grond meer in zichzelf, het is slechts een bijproduct van de materie. Dat zien we ook bij Links: uiterlijk gezien komt het op voor de samenleving, maar in de kern is het zo egoïstisch en machtsbelust als maar kan. 

De werkelijke tegenstelling – tussen economie en geestesleven – wordt dus aan het zicht onttrokken door een schijntegenstelling: die tussen politiek rechts en links. Als we die twee nuchter bekijken, stellen we vast dat ze nauwelijks van elkaar verschillen: wat bij de een aan de buitenkant zit, zit bij de ander aan de binnenkant, dat is alles. Ze verhouden zich tot elkaar als man en vrouw: de man is aan de buitenkant (fysiek lichaam) mannelijk maar aan de binnenkant (etherisch lichaam) vrouwelijk, terwijl de vrouw fysiek vrouwelijk is en etherisch mannelijk. Maar man en vrouw zijn allebei onderworpen aan de wetten van de materie (alsook aan die van de geest). Daarin verschillen ze niet van elkaar. Pas in hun ontmoeting, in hun wisselwerking, bevrijden ze zich langzaam uit die onderworpenheid. In dat gemeenschappelijke middengebied groeit hun Ik, hun persoonlijke, individuele Ik dat zowel belichaamt waarin ze verschillen (man en vrouw) als waarin ze gelijk zijn (het kind). 

Geestelijk (cultureel, intellectueel) Links zal zich nooit kunnen losmaken uit zijn afhankelijkheid van materieel (economisch) Rechts als het geen relatie aangaat met geestelijk Rechts. Als het op geestelijk gebied de baas blijft spelen over Rechts, zal het op economisch gebied het slaafje blijven van Rechts. De politieke strijd tussen Links en Rechts is slechts een middel om de mens steeds sterker te binden aan (en afhankelijk te maken van) de materie. Deze materiële gebondenheid zal de mens langzaam maar zeker verdierlijken, ze zal het individueel-geestelijke in hem stap voor stap uitdoven tot hij uiteindelijk geen mens meer kan genoemd worden. Dat is de droeve waarheid van Links: in naam van het Goede, het Ware en het Schone rolt het de loper uit voor de materialistische geest van het Kwaad, de Leugen en de Lelijkheid die het menselijke wil vernietigen. Door deze geest te identificeren met mensen – rechtse mensen, slechte mensen, racistische mensen – ontmenselijkt Links zichzelf. 

Mamaatje die zal kijven …

  
Onder de hoofding ‘seksisme’ (de x is niet politiek correct wegens kwetsend in het midden) lees ik in een van onze onvolprezen kranten dat Fernand Huts, de Donald Trump der Lage Landen, in een interview gezegd heeft dat moderne vrouwen de vooruitgang in de weg staan. Of iets van die strekking. Meteen regent het reacties van feministen, vrouwelijke én mannelijke. De inhoud (‘neen, ’t is niet waar’) is voorspelbaar en daarom oninteressant. De vorm (verontwaardigd) is eveneens voorspelbaar, maar wél interessant. Want vanwaar die Pavlov-reactie? Je kunt er donder op zeggen: als een (blanke) man iets over vrouwen zegt dat als kritisch of kwetsend zou kúnnen geïnterpreteerd worden, zit het spel op de wagen en schieten de feministen uit hun sloffen. 

Van moslima’s zou ik dat nog kunnen begrijpen, zij hebben het hard te verduren van hun mannen. Maar juist zij geven geen kik. Je zult ze nooit iets horen zeggen over die mannen met hun onnozele regels-voor-vrouwen. Integendeel, ze onderwerpen zich met plezier aan die regels: ze dragen hun hoofddoek ‘uit vrije wil’. De blanke vrouwen daarentegen, wat hebben zij nog te verduren van hun mannen? Worden zij gedwongen hun lichaam te verbergen? Worden zij gedwongen thuis bij de kinderen te blijven? Worden zij geslagen als zelfs maar het vermoeden rijst dat zij ontrouw zijn? Worden zij verplicht zoveel mogelijk kinderen te baren? Worden zij zorgvuldig afgeschermd van de mannenwereld? Worden zij opgesloten achter een (zichtbaar of onzichtbaar) cordon sanitaire?

De vragen alleen al zijn lachwekkend. In onze moderne wereld zijn vrouwen gelijk aan de man. Op z’n minst. Want op tal van gebieden steken ze hem naar de kroon of zelfs gewoon voorbij. Alleen op één gebied blijven ze achter: ze hebben een lichaam dat zich moeilijker kan verweren tegen fysiek geweld, dat niet zo goed is in voetbal en hamerslingeren, maar dat vooral voorzien is van een baarmoeder. Daardoor beginnen vrouwen met een handicap aan de competitie met mannen. Ze kunnen nu wel van geslacht veranderen als ze dat willen, maar helemaal hetzelfde is het toch niet. En dat steekt, dat maakt hen ontevreden. Want ze willen zijn zoals de mannen. Daar kunnen die mannen natuurlijk niks aan doen, behalve proberen te zijn zoals de vrouwen en op die manier het evenwicht wat herstellen. 

Maar dat is toch ook niet the real thing, dat is niet wat vrouwen écht willen. Vrouwen willen het allebei: vrouw zijn én man zijn. Dat lukt hen natuurlijk niet en daarVoor zoeken ze een zondebok: de man, de blanke, welwillende man. Maar die is daar slecht voor geschikt, want hij lijkt steeds meer op een schaap. Moslims maken er natuurlijk geen punt van om dat schaap de keel over te snijden, maar voor de feministen is dat toch een brug te ver. Gelukkig zijn er nog mannen als Fernand Huts: macho-figuren met een dikke buik en een dikke sigaar die zich niks aantrekken van de eindeloze vrouwelijke gevoeligheden en gewoon zeggen waar het volgens hen op staat. Op zo’n man kunnen feministen eindelijk eens al hun opgekropte frustraties botvieren en die kans laten ze niet liggen.

We kunnen ons dus verwachten aan een eindeloze reeks boze reacties in media allerhande. Tot de storm weer gaat liggen en het wachten is op de volgende man die – opzettelijk of per ongeluk – op een feministische teen gaat staan. Het is zo beschamend. Aan de ene kant heb je die schreeuwerige moslimmannen, aan de andere kant de al even schreeuwerige feministen. Als ze nu nog tegen elkaar zouden schreeuwen, dan bestond er nog een (kleine) kans op een choc des idées. Maar dat doen die feministen dus niet. Ze denken er niet over om tegen moslimmannen te gaan schreeuwen. Integendeel, ze zijn het met hen eens: sluier de vrouw! Nee, ze schreeuwen alleen tegen blanke mannen, mannen van wie ze niks te vrezen hebben. En ze verkijken de kans om met die mannen in gesprek te gaan.

Nog nooit hebben mannen en vrouwen zozeer als gelijken tegenover elkaar gestaan. Nog nooit is er zoveel gelegenheid geweest voor een gesprek tussen hen. Maar door al dat geschreeuw wordt dat gesprek de nek omgewrongen, telkens weer opnieuw. Telkens weer opnieuw barst die verontwaardiging los, zoals ook nu weer met Fernand Huts. In plaats van zijn uitspraak te zien als een gelegenheid tot gesprek, tot debat, tot gedachtenuitwisseling, wordt er meteen een straatgevecht van gemaakt met scheldende … vrouwen (ik dacht eerst een ander woord te schrijven). Zijn we dáárvoor echt tot in de 21ste eeuw geraakt: om het cliché van de kijvende vrouw weer in alle kracht te zien opduiken? Is dát waar 100 jaar vrouwenemancipatie toe geleid heeft?