Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: december, 2013

Prosit!

Vóór alles is het belangrijk alcohol in elke vorm te vermijden, zelfs de met alcohol gevulde zoetigheden zijn zeer schadelijk. Alcohol en geestelijke oefeningen voeren op de meest verkeerde wegen (Duits: führen auf die schlimmsten Pfade). Vanuit wetenschappelijk oogpunt is de slechte invloed van alcohol op de hersenfunctie al aangetoond; hoeveel meer moet een mens die zijn hele streven op het geestelijke richt, zich dan onthouden van een genot dat het kennen van het geestelijke volledig uitsluit.

(Rudolf Steiner)

GA 267 – Seelenübungen 1904-1924

Af en toe leen ik ongevraagd (die Gedanken sind frei) een citaat van de Grote Rudolf Steiner Citaten Site, waar Ridzerd van Dijck dagelijks een citaat van Steiner plaatst.
Uitstekend initiatief van Ridzerd!
En wat attent van hem om uitgerekend bovenstaand citaat te publiceren op oudejaarsavond!
Dachten wij antroposofen toch tenminste eens één avond per jaar verlost te zijn van onze geestelijke plichten en dagelijkse neven- en bovenoefeningen, maar daar is Ridzerd om ons te herinneren aan onze geestelijke geloften!
Hoe gaat het nog in het klooster, Ridzerd?
Ja, waar is de tijd!
In een vorig leven was ik ook nog kloosterling.
Maar in dit leven ben ik uitgetreden.
Klassiek geval: oude ziel wordt verliefd op jonge ziel.
Oude ziel leert trappist en koffie drinken.
Hij heeft dat wel niet nodig om dronken of wakker te worden, maar in de liefde doet men de dingen samen, nietwaar?
Tjonge, jonge, als ik denk aan de massa’s hersencellen die ik door te trouwen ben kwijtgespeeld!
En aan al de stress die de koffie mij al bezorgd heeft!
Om maar te zwijgen van de kinderen.
Maar weet je wat, Ridzerd?
Ik heb er geen spijt van.
Ik verlang nog wel dikwijls terug naar het klooster: het was er zo schoon en zo rustig. (Althans tot de barbaren binnenvielen.)
Maar ik heb nu iets nieuws leren kennen: de vrijheid.
Heeft me al m’n haren, de helft van m’n tanden, en god weet hoeveel hersencellen en geestelijke ervaringen gekost, maar ik doe nu wat ik wil.
En daar heeft niemand iets over te zeggen, zelfs Steiner en de aartsengel Michaël niet.
Dat is toch ook iets waard, vind je niet?
Trouwens, voor mij blijft Steiner in de eerste plaats de filosoof van de vrijheid.
Vrijheid en antroposofie, da’s voor mij hetzelfde.
En dus ga ik vanavond het glas heffen op de wereld, op de vrouwen, op de antroposofie, op vijgen en rozijnen, op het klooster en op jou Ridzerd!

Prosit!

P.S. Je hoeft niet mee te klinken, ik begrijp dat wel.

20131231-145931.jpg

Advertenties

Voor 2014: meer van hetzelfde!

20131231-123608.jpg

Eindejaar is traditioneel een tijd van moeten, van sociale verplichtingen, van niet-anders-kunnen-dan.
Maar het is bijna voorbij.
Nog even doorbijten en dan breekt het nieuwe jaar aan, waarin alles precies zo zal zijn als dit jaar.
Dat komt er namelijk van als je je voorneemt het anders te zullen doen, je leven te beteren en de wereld te veranderen: het draait altijd averechts uit.
Hoe dat komt?
Wel, beneden (waar ze moeten uitvoeren wat boven beslist wordt) denken ze: dat zullen we nog wel eens zien!
En ze doen precies het omgekeerde.
Boven denken ze dan: wel verdorie, we hadden nog zo gezegd dat het anders moest! Die van beneden hebben het weer niet begrepen!
Maar die-van-beneden lachen zich natuurlijk een breuk om al die verontwaardiging.
En die-van-boven begrijpen er niks van: ze hadden het zo goed bedoeld!

Jaja, dat spelletje kan lang blijven duren.

Tot boven er depressief van wordt en beneden er geen pret meer aan beleeft.
Dan is het moment gekomen om iets te veranderen.
Wel, ik denk dat dat moment gekomen is.
Het moet anders.
Daarom heb ik me vast voorgenomen om in 2014 niks te veranderen, om precies hetzelfde te doen als in 2013.
Maar nee, dat voornemen is er te veel aan.
Ook dát moet veranderen.
Ik neem mij dus heel stellig NIKS voor.
Ik zie wel wat er komt.
Dat is mijn blogjob: zien wat er komt.
Ik werk met mijn hoofd, en het is niet de taak van het hoofd om voornemens te maken en die-van-beneden te vertellen wat ze moeten doen.
Dat was vroeger misschien zo, maar nu niet meer.
Het is nu de taak van het hoofd om te ZIEN wat die-van-beneden allemaal uitspoken.
Niet meer, maar ook niet minder.

Dat wens ik dus, op deze laatste dag van het 13de jaar van het 2de millennium na Ons Heerke, aan al mijn lezers en lezeressen.
Aan die-van-boven: geen goede voornemens, maar wél een goed uitzicht!
Aan die-van-beneden: luister niet naar die-van-boven, maar laat ze wel kijken!

En wie weet begint er dan in het midden, tussen beiden, een lichtje te branden.

Laat het dus aan uw hart komen in 2014!

20131231-130936.jpg

Kerstmis als kunstwerk zien

Het is geen witte kerst geworden dit jaar.
Jammer, want kerstmis zonder sneeuw, dat is maar half werk.
Sneeuw staat voor zuiverheid, schoonheid, geborgenheid, betovering, stilte.
Sneeuw is een deken waarmee de aarde als een kind wordt toegedekt.
Sneeuw is als kerstmuziek, maar dan in beeld.
Beide, beeld en klank, brengen een boodschap van vrede.
Stilte die tot muziek wordt, muziek die tot beeld wordt, beeld dat tot werkelijkheid wordt.
Kerstmis is een sfeer die ontstaat wanneer geest, natuur en cultuur samenvallen.
Wanneer buiten de wereld wit ligt en de klokken luiden.
Wanneer binnen de lichtjes in de kerstboom branden.
En het kindje zijn schaapjes telt.

20131230-125221.jpg

Nee, zo’n kerstmis is het dit jaar niet geworden.
De wind rukte aan alles wat los en vast zat, hij gierde door gaten en kieren.
Slapen lukte nauwelijks, dromen nog minder.
Overal was onrust, vrede bleef een vrome wens.
Maar ook dat hoort bij kerstmis: geen geboorte zonder weeën.
Ook tijdens die stormachtige dagen vielen natuur en cultuur samen.
Was deze kerststorm immers geen treffend beeld van hoe het er bij ons ‘van binnen’ uitziet?
Raast in deze tijd van het jaar de stress niet als een storm door ons lijf?
Is de koopwoede niet als een hevige wind die al onze verlangens, begeerten, angsten en dromen hoog doet opwaaien?
Zo buiten, zo binnen.
Zo natuur, zo cultuur.

20131230-125304.jpg

Iedere geboorte kent deze twee aspecten: hemelse vrede en aardse pijn.
Ook kerstmis heeft twee gezichten: de stilte van de sneeuw en het woeden van de storm.
Het is niet moeilijk om hierin de gezichten van beide Jezuskinderen te herkennen.
Enerzijds de hemelse liefde van het jongere kind, een onschuldige ziel die voor het eerst op aarde is.
Anderzijds de aardse wijsheid van het oudere kind, de vrucht van veel lijden.
Beide maken deel uit van het oerbeeld van kerstmis, een oerbeeld dat van alle tijden is maar 2000 jaar geleden, in het ‘midden’ van de tijd, tot levende werkelijkheid werd.
Dat kerst-oerbeeld is ook vandaag nog onverminderd van kracht, want oerbeelden trekken er zich niks van aan of ze door mensen gezien en begrepen worden. Het zijn eeuwige ideeën die leven in de wereld van de geest.

De concrete vorm die deze oerbeelden op aarde aannemen, is natuurlijk wel afhankelijk van de waarneming en het begrip van de mens.
2000 jaar geleden werd die mens in hoge mate geïnspireerd door de goden.
De fysieke vorm die hij aan het oerbeeld van kerstmis gaf, was een onvergelijkelijk kunstwerk, een levend kunstwerk, een kunstwerk dat tegelijk werkelijkheid was.
Anno 2013 laat de mens zich echter niet meer leiden door de goden, en in geestelijke inspiratie gelooft hij niet meer.
Laten we eens kijken wat hij tegenwoordig van kerstmis maakt.

De betoverende kinderlijke onschuld waarover het Lucas-evangelie vertelt, heeft hij herleid tot … plastic: plastic kerstbomen, plastic lichtjes, plastic kerstbollen, een plastic kindje Jezus. Een synthetisch kerstmis dus, bestaande uit louter glitter en schijn.

20131230-125412.jpg

Deze uiterlijke beelden zijn een weerspiegeling van wat kerstmis in onszelf is geworden: een paar sentimentele herinneringen uit onze kindertijd. We houden eraan vast omdat het jaareinde anders alle decorum verliest en herleid wordt tot louter eten en drinken.
Dat is wat overblijft van de hemelse vrede van kerstmis: plastic en sentiment.
En af en toe wat sneeuw.

Het hedendaagse kerstfeest weerspiegelt ons onvermogen om gestalte te geven aan levende ideeën, aan oerbeelden.
We voelen dat we in deze donkerste tijd van het jaar iets moeten doen. Maar we tasten in het duister, we hebben geen contact meer met de wereld van de oerbeelden.
En dus voeren we ieder jaar onze ‘kerstperformance’ op, waar we veel geld tegenaan gooien om onszelf wijs te maken dat het belangrijk is, maar het raakt ons hart niet.
Onze kerstvreugde is al even vals als de plastic rommel die we gebruiken.
Kerstmis is een bezweringsritueel waarmee we onze onmacht toedekken.
Het hemelse Jezuskind waar we (stiekem) zo naar verlangen, is onbereikbaar geworden.

Heel anders is het met gesteld met het andere Jezuskind.
Het Mattheus-aspect van kerstmis is alive and kicking.
Dit jaar raasde storm ‘Dirk’ over het land en ranselde de kerstbollen uit de bomen.
Niks geen vrede dus, alleen hevige onrust.
Alsof de soldaten van Herodes overal op zoek waren naar pasgeboren kinderen.
Maar niet alleen in de natuur ging Herodes tekeer.
Overal ter wereld zijn mensen met hun kinderen op de vlucht voor soldaten.
En ze vluchten naar het moderne Egypte, naar Europa, waar ze schuilen tussen de resten van een oude, vervallen beschaving.
Maar er wordt ook op modernere manieren jacht gemaakt op kinderen: als abortus meetelt als moord, dan was de Herodiaanse kindermoord klein bier vergeleken bij wat kinderen vandaag te verduren hebben.
En dan heb ik het nog niet over de figuurlijke kindermoord: de manier waarop het kinderlijke in de mens systematisch wordt uitgeroeid en vervangen door angst, agressie, wantrouwen, depressie, wanhoop.

20131230-125724.jpg

Het kerstmis van 2000 jaar geleden heeft zich in de loop der eeuwen zodanig vermenigvuldigd dat Bethlehem vandaag overal ligt.
Maar die wonderbaarlijke ‘vermenigvuldiging’ ging gepaard met een pijnlijke ‘aftrekking’: van de hemelse schoonheid van de Lucas-geboorte blijft enkel wat blinkend plastic over, en van de dramatiek van de Mattheus-geboorte blijft alleen het Herodiaanse aspect over.
Het jongere Jezuskind is als het ware het hart uitgerukt, het oudere Jezuskind is onthoofd.
Zowel de bezieling als het bewustzijn zijn verdwenen.
Overgebleven zijn alleen de dode vormen waarin Lucifer en Ahriman zich genesteld hebben.

Het oerbeeld van kerstmis drukt zich vandaag over de hele wereld uit, maar tegelijk heeft het zijn drieledigheid verloren. Het is herleid tot een louter aards, dualistisch beeld.
Wat eruit verdwenen is, is de Christusgeest.
Hij was het die 2000 jaar geleden beide Jezuskinderen bezielde en ze samenbracht in een onvergelijkelijk kunstwerk dat we tot op vandaag blijven nabootsen.
Maar die nabootsing is een louter automatisme geworden, een uiterlijke gewoonte zonder enige inhoud. Kerstmis is daardoor tot een kwellende leegte geworden, een holle vorm die erom schreeuwt gevuld te worden.

En ook dát hoort bij kerstmis, want wat we op 25 december vieren, is (de verjaardag) van de komst van Christus, en die komst was de vervulling van een kwellende leegte.
Het joodse volk was ‘uitverkoren’ om de komst van Christus voor te bereiden.
Daartoe had het zich, veel vroeger dan de andere volkeren, afgekeerd van de uiterlijke leiding van de mensheid: de sterren en de natuurgeesten. Het had zich naar binnen gekeerd en de leiding in zichzelf gezocht, in de ‘innerlijke stem’ van Jahweh. Die stem werd vertolkt door de profeten, mensen die het ‘luisteren’ naar God tot een kunst hadden verheven. Maar in de eeuwen die vooraf gingen aan de komst van Christus was de innerlijke stem van het joodse volk verstomd. Er traden geen profeten meer op en de joden kwamen in een soort innerlijke leegte terecht, waarin alleen nog een intens Messiasverlangen leefde.
De situatie was dus in hoge mate vergelijkbaar met de situatie vandaag.
Zelfs de politieke toestand is vergelijkbaar.
Zoals de joden kreunden onder het Romeinse juk, zo kreunen vandaag alle volkeren onder het juk van het materialisme, in zijn Westerse-kapitalistische of Oosters-communistische variant. En overal staan moderne Herodessen op, lijdend aan machtswellust en grootheidswaanzin.

20131230-130555.jpg

We beseffen het wellicht niet goed, maar ook vandaag heerst er onder de mensheid een sterk Messiasverlangen. Mensen voelen zich machteloos tegenover de stortvloed van problemen waarmee ze geconfronteerd worden, en dagelijks kunnen we in de kranten de kreet lezen: ‘de overheid moet ingrijpen’ of ‘de wereldleiders moeten iets doen’ of ‘de politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen’. Het zijn allemaal variaties op het thema van de sterke man die de wereld moet redden. De idee dat de mens zelf zijn problemen zou kunnen oplossen, komt in de moderne geest niet meer op. Bewust of onbewust is alle hoop gevestigd op een moderne Messias.

Een beetje antroposoof begrijpt welk gevaar de mensheid daardoor bedreigt, want degene die vandaag zijn komst (op grote schaal) voorbereidt, is niet Christus maar Ahriman.
Als er niet meer bewustzijn komt van het verschil tussen beide tegengestelde geesten, zal het wereldwijde Messiasverlangen op de verkeerde geprojecteerd worden. En wat daar de gevolgen van zijn, hebben we in de 20ste eeuw al kunnen zien, toen de joden-van-de-moderne-tijd, de Duitsers, hun Messiasverlangen op de man met het snorretje richtten. Aanvankelijk leek hij inderdaad de redder van het gekwelde Duitsland te zijn, maar uiteindelijk ontpopte hij zich tot de vernietiger van Duitsland en probeerde hij de hele wereld mee te sleuren in zijn val.

Het gevaar dat de mensheid bedreigt, is dus dat de geschiedenis zich herhaalt.
Want 2000 jaar geleden sloegen de joden hun Messias aan het kruis en kozen de kant van de Romeinse keizer. Anders gezegd: zij verwisselden goed met kwaad.
Als we niet weer dezelfde vergissing willen begaan, moeten we Christus leren onderscheiden, want alleen wanneer we erin slagen ons een beeld van de Christusgeest te vormen, kunnen we hem onderscheiden van zijn tegenpool.
Wie denkt dat zulks niet nodig is, omdat hij echt wel het verschil zal kunnen zien tussen Christus en de Antichrist, vergist zich schromelijk.
Niet alleen lieten de meest vooraanstaande en ontwikkelde Duitsers zich destijds misleiden door Hitler, maar ook vandaag laten intellectuelen zich massaal voor de kar van de politieke correctheid spannen, in de stellige overtuiging dat ze het goede doen en het kwaad bestrijden.

20131230-131325.jpg

Nee, de grootste en dringendste opgave van onze tijd is het ontwikkelen van een zintuig voor de Christusgeest. En dat kan geen ander dan een kunstzinnig zintuig zijn, want Christus manifesteert zich in onze tijd ‘op de wolken’, dat wil zeggen in de etherische wereld, de wereld van de levens- en vormkrachten. Het is de wereld waar de beelden worden geschapen: de baarmoeder van onze zintuiglijke werkelijkheid.
Tot die wereld moeten we ons leren verheffen om de Christusgeest te vinden.
En dat betekent heel concreet dat we afstand moeten leren nemen van de materiële, zintuiglijke werkelijkheid. Want het is in dié werkelijkheid dat we Christus moeten zoeken, het is in die werkelijkheid dat hij werkzaam is. En we vinden hem daar wanneer we de wereld als een kunstwerk zien.

We leven in een kunstwerk, maar we zien het niet omdat we er met onze neus op staan.
De aantrekkingskracht van de materie is zo groot geworden dat we als het ware tegen de aarde plakken. Fysiek kunnen we nog wel rechtstaan, al krijgt onze rug het steeds harder te verduren, maar ons bewustzijn ligt plat op de grond en is niet meer in staat zich op te richten. Het ziet niets anders dan dode stof en het ziet die stofdeeltjes heel scherp, maar het is niet in staat er afstand van te nemen en te zien hoe die ze gegroepeerd zijn, hoe ze samen beelden vormen, en hoe die beelden beginnen te bewegen en uiteindelijk zelfs te spreken. Daar is het moderne bewustzijn blind voor geworden.

Als gevolg daarvan beleven we ieder jaar een kersttijd die bijna een exacte kopie is van het kerstmis van 2000 jaar geleden. Het oerbeeld van kerstmis is dus alive and kicking, maar … we zien het niet. We worden zodanig meegesleurd door de zintuiglijke aantrekkingskracht van dit moderne feest, dat we de beelden niet herkennen. Want daarvoor moeten we ons even kunnen terugtrekken uit de drukte en er met een ‘onthechte’ blik naar kijken, zoals we dat ook met een kunstwerk doen.
Als we naar een tentoonstelling gaan, dan trekken we ons terug uit de drukke werkelijkheid en kijken in alles rust naar beelden van … de werkelijkheid die we net de rug hebben toegekeerd.
Zo moeten we ook naar het moderne kerstmis kijken: we moeten ons uit de drukte terugtrekken, maar we mogen er onze ogen niet voor sluiten. Integendeel, van de rust moeten we juist gebruik maken om des te beter te kijken, om al die afzonderlijke bestanddelen van het kerstfeest samen te voegen tot beelden. Het is niet uiterlijk maar innerlijk dat we afstand moeten nemen. Er is helemaal niks tegen kerstbomen en cadeautjes en lekker eten en gezellig samenzijn, wel integendeel, al die zaken maken deel uit van het kerstfeest. Het probleem is dat we er te dicht opgeplakt zitten, we worden erdoor meegesleurd, we worden er zelfs door geterroriseerd.

20131230-131539.jpg

We mogen hier zeker denken aan Steiners uitspraak dat wie niet tegenover de idee kan gaan staan erdoor geknecht wordt. Dat is wat in het moderne kerstfeest gebeurt: we worden geknecht door de kerst-idee, en die kerst-idee is uiteindelijk Christus zelf.
Dat is in één woord de tragiek van onze tijd: we worden geknecht door Christus omdat we niet in staat zijn afstand van hem te nemen en hem te onderscheiden.
We vinden hem niet omdat hij te dichtbij is.
We klampen ons als kinderen aan hem vast – en omdat hij uit louter liefde bestaat, wijst hij niemand af – maar juist daardoor zien we hem niet en kunnen we ook geen bewuste relatie met hem aangaan.
Nochtans is dát juist onze Michaëlsopdracht: tegenover Christus gaan staan en hem in het gelaat kijken.
Hoe moeilijk dat is, kreeg ik op kerstochtend – in een beeld – te zien, want de opkomende ochtendzon blakerde met een zodanige kracht dat ik ervoor terugdeinsde en de armen voor mijn ogen moest slaan. Het is dus geen sinecure om Christus in het gelaat te kijken. Daarvoor moeten we Michaëlskrachten ontwikkelen, en dat doen we door de wereld waarin we leven – en waarin de Christuszon blakert – met een kunstzinnige blik te benaderen.
Wie denkt dat zoiets gemakkelijk is, moet het maar eens proberen.
De eerste die je dan tegenkomt, is Ahriman, want hij houdt onze kunstzinnige blik in een ijzeren greep, en wee degene die zich tegen hem verzet!
Het is pas als je het gebied van de kunst betreedt, dat het gevecht met de draak echt begint.

Daarmee kom ik weer terug bij wat eigenlijk het uitgangspunt van deze kerstbeschouwing was, en dat is de vaststelling dat we enkel de Lucasversie van kerstmis vieren: het kinderlijke feest waarbij we als schaapjes dicht bij elkaar kruipen in een sfeer van vrede op aarde aan alle mensen van goede wil. De Mattheusversie negeren we volkomen, want wrede Herodessen, kindermoorden, vluchten naar het buitenland: daar willen we in deze tijd van het jaar juist niét aan denken.
Maar daardoor zwelgen we in het ene aspect van kerstmis en sluiten we ons af voor het andere aspect. We klemmen het ene Jezuskind in onze armen en sturen het andere de nacht in.
De kunst bestaat erin tegenover beide kinderen te gaan staan en ze allebei in ons hart te sluiten, want dan wekken we de Christusgeest in onszelf en herstellen we het drieledige oerbeeld van kerstmis. En hoe duidelijker we beide Jezuskinderen leren onderscheiden, des te meer worden we ook gegrepen door hun onderlinge liefde.
Het is een paradox: we verenigen ons met Christus door afstand van hem te nemen.
Zo gaat het ook met de kunst: we leren haar niet kennen door erin te kruipen maar door er tegenover te gaan staan.
Eén ding kunnen we van de kunst alvast leren: de weg naar Christus is zeer lang.
Immers, ars longa vita brevis.

20131230-132047.jpg

Homeopathie-bashing

Onderstaande tekst is van Marnix Schaubroeck, huisarts in het Gentse therapeuticum.

Op 15 nov 2012 verscheen op de Knack-website een artikel van Brecht Decoene, moraalfilosoof, onder de titel: “Homeopathie, nogal dunnetjes”.
Het artikel lijkt mij een typisch voorbeeld van de soort “kritiek” die sceptici plegen te publiceren tegen homeopathie of andere vormen van CAM (complementaire en alternatieve geneeskunde) en was voor mij de aanleiding om onderstaande tekst te schrijven. Ook in de medische pers (Artsenkrant e.a.) verschijnen met de regelmaat van een klok gelijkaardige denigrerende artikels – sinds eind 2012 vnl. naar aanleiding van de behandeling en uitwerking van de wet Colla. Het is deze zomer gelukt om onderstaande tekst op enkele van de nieuwsbrieven die bijna dagelijks in de virtuele inbox van de Vlaamse artsen verschijnen te publiceren.

HOMEOPATHIE-BASHING

Waar ik het nog het meeste moeite mee heb is de agressiviteit waarmee de schrijvers nagenoeg altijd hun mening over CAM en CAM-beoefenaars ventileren. Zij lijken te vergeten dat zij het over (mede)mensen hebben, wanneer zij zowel de gebruikers (patiënten) als de voorschrijvers (of het nu artsen zijn of niet) neersabelen als uitbuiters, onverantwoordelijken, dommerikken, kwakzalvers,… Zij lijken te vergeten dat ook die medemens recht heeft op zijn eigen visie op mens, wereld, geneeskunde, levensinvulling. De (pers)wereld zou op zijn kop staan mocht op dezelfde manier geschreven worden over holebi’s, allochtonen, andere minderheden. Zij lijken te vergeten dat veel van de CAM-voorschrijvers, en dan in het bijzonder de artsen die met CAM werken, evengoed wetenschappelijk opgeleid zijn en in de overgrote meerderheid van de gevallen in eer en geweten vanuit hun wetenschappelijk denken met CAM werken. Anderzijds: met de termen die zij in hun argumentatie gebruiken om de “believers” belachelijk te maken, maken zij eigenlijk zichzelf belachelijk.

Het grote tegenargument dat dan telkens weer naar voor wordt geschoven is inderdaad dat van de “vermeende wetenschappelijkheid” van de CAM; of omgekeerd gezegd: over het zogezegd gebrek aan wetenschappelijk bewijs van de werkzaamheid van de CAM.
De eerste vraag die hierbij dan moet gesteld worden is deze: “Wat is wetenschap? Wanneer is iets wetenschappelijk te noemen?”. Voor het doorsnee publiek lijkt het simpel: wat door bekende figuren in de media wordt getoond, “zal wel juist zijn”. Voor wie verder denkt (“Durf denken”, met deze slogan maakt de Universiteit Gent reclame voor zichzelf) ligt het toch anders.

Aan de basis van echte wetenschap ligt in de eerste plaats: verwondering, nieuwsgierigheid, het verlangen om meer te weten over hoe mens en wereld in elkaar zitten; openheid naar wat nog niet bekend is, naar wat zou kunnen zijn. Verder: onderzoek natuurlijk, en daarbij ook dialoog met collega-wetenschappers die elk op hun manier proberen om het zijn, de werkelijkheid te benaderen.

Historisch gezien heeft hier een grote ontwikkeling plaatsgevonden, vnl sinds de 17de eeuw.
In vogelvlucht:
1. Francis Bacon, 17de eeuw: fundeert de experimentele methode als grondslag van de natuurwetenschap.
2. David Hume, 18de eeuw: stelt dat het onderkennen van causale samenhangen enkel bij herhaalde of bij grote aantallen (waarnemingen) mogelijk is.
3. John Stewart Mill, 19de eeuw: stelt dat het onderkennen van causale samenhangen enkel mogelijk is bij het vergelijken van een specifiek behandeld met een niet behandeld object (vb: groep): de methode van het vergelijkend controleren.
4. Ronald Fisher, 30er jaren vd 20ste eeuw: samenvoeging van de drie hoger gestelde voorwaarden, en toevoeging van een nieuwe voorwaarde: de randomisatie.
5. Austin Bradford Hill, 1946: de eerste wereldwijd erkende gerandomiseerde studie.
6. Henry Beecher en de Cornell Conference on Therapy, 50er jaren: voorwaarde van het blinderen.
7. 60er jaren: de gerandomiseerde dubbelblindstudie vindt ingang in de geneesmiddelenwetgeving van de Verenigde Staten, en in de jaren 70 ook in Europa.
8. 1993: de Cochrane Collaboration wordt opgericht, genoemd naar Archie Cochrane.

Tegelijkertijd nam het onderzoek in de biologie een grote vlucht, tot en met de huidige moleculaire biologie; uiteindelijk kent de medische wetenschap de mens enkel en alleen nog als een ‘zak’ water met daarin een aantal moleculen die met elkaar allerlei interacties aangaan, wat dan zou moeten volstaan om het wezen “mens” in zijn geheel te kunnen begrijpen; en bij ziekte dus op passende “moleculaire” wijze te behandelen.

De grote kritiek die men hierop kan geven is dat met de actuele methodologie de hele mens en zijn wereld gereduceerd wordt tot een (weliswaar ingewikkeld) geheel van fysica en scheikunde. Al het andere wat een mens tot mens maakt (gedachten, gevoelens, wilsimpulsen,…) zijn een soort “afscheiding” van deze scheikundige processen.

Voor het grote publiek lijkt het zo alsof hiermee de kous af is; in de pers wordt dit materialistische, mechanistische mensbeeld immers dagelijks breed uitgesmeerd. Het publiek krijgt veel minder de kans om ook meer genuanceerde of “alternatieve” visies op de mens te leren kennen. En het beseft niet dat deze genuanceerde of “alternatieve” visies vaak ook binnen de reguliere wetenschap bestaan en verdedigd worden, zij het door een minderheid van wetenschappers, waardoor de populaire pers er geen aandacht aan besteedt. Het publiek, en daarbij horen evengoed de studenten aan onze universiteiten, wordt een belangrijk stuk wetenschap onthouden!

Lees bvb eens de titels van de laatste paar jaren ivm neurobiologie (hersen-wetenschappen): “Wij zijn ons brein” (Dick Swaab), “De vrije wil is een illusie” (idem, in DM), “De ziel is een prachtige illusie” (Nicholas Humphrey, in Knack), “Beter hersentjes dan hartjes op Valentijnsdag” (Steven Laureys, in DM), “De vrije wil bestaat niet” (Jan Verplaetse, in DM),… Duidelijk, toch? Het zijn deze slogans die blijven hangen. Ook al zijn er andere titels, zoals: “Geen vrije wil? Wat een denkfout!” (Daniel Dennett, in DM), “Wij zijn méér dan 1.400 gram eiwitten en vet” (Jan Derksen, in DM), “We moeten nadenken over onze emoties” (Antonio Damasio, in DM). Minder vaak, en al wat moeilijker te begrijpen, want genuanceerder, voor de doorsnee-lezer.
Er wordt daarbij veel te weinig, of zelfs geen, aandacht besteed aan het feit dat wat historisch als wetenschap gegroeid is, in feite gebaseerd is op vóór-wetenschappelijke veronderstellingen; op veronderstellingen, oordelen die in het denken van de betreffende wetenschappers aanwezig waren/zijn, en waarop zij dan verder hun wetenschappelijk onderzoek gebaseerd hebben. We zouden het gerust vooroordelen kunnen noemen, THOMAS KUHN (wetenschapsfilosoof) noemt het paradigma’s (“De structuur van wetenschappelijke revoluties”, 1962).
De dialoog tussen believers en non-believers van CAM zou al veel verder staan wanneer beide groepen ten minste dit stuk werkelijkheid in het achterhoofd zouden (willen) houden, en zich zouden bewust zijn dat ELKE toegepaste wetenschap uitgaat van een bepaald paradigma.
Het gaat inderdaad ook om willen, om de wil hebben zich in het denken van de ander te verplaatsen, in openheid, en in respect en aanvaarding van het anders-denken van de andere. In de huidige discussie (of eerder, gevecht) is deze wil ver te zoeken. Het is dan ook een grote fout van de decanen van de Belgische medische faculteiten dat zij zich blijkbaar zonder meer afzetten tegen de CAM in België. Het is een vergissing van de studenten geneeskunde dat zij zich niet kritischer opstellen tegenover het eenzijdige mensbeeld dat zij in hun opleiding voorgeschoteld krijgen.

In andere landen zijn nochtans voorbeelden genoeg van universiteiten en instellingen die zich toeleggen op kritisch maar open onderzoek naar CAM, en naar de mogelijkheden van “integrale”, “integratieve”, “geïntegreerde”… geneeskunde (1). Het is merkwaardig hoe krampachtig de Belgische universiteiten zich hier tegen blijven verzetten.

Een gelijkluidende kritiek kan gelden voor het eenzijdig vasthouden aan de zogenoemde “evidence based medicine”, of tenminste aan een enge interpretatie van wat deze EBM moet inhouden. In de oorspronkelijke definitie van EBM (David Sackett, 1996) is EBM gebaseerd op: -1) externe evidentie (in casu RCTs), -2) interne evidentie (zijnde de ervaring van de clinicus), en -3) de wensen en voorkeuren van de patiënt. In de concrete praktijk van wat van de (huis)artsen als EBM wordt vereist dreigen de laatste twee items verloren te gaan; in zijn dagelijkse werk zal de (huis)arts de drie items weliswaar (willens nillens) nog integreren, maar wanneer het over CAM gaat kennen de critici enkel nog de RCTs als alleenzaligmakend.

In 2006 schreven Dave Holmes e.a. van de Faculty of Health Sciences aan de University of Ottawa een mogelijks ietwat vlammend betoog over EBM (Int J Evid Based Healthc 2006; 4; 180-186) . Uitgaand van ideeën van filosofen als G. Deleuze, F. Guattari, M. Foucault en H. Arendt noemen ze de “kolonisatie” van de medische wetenschappen door het EBM-denken een totalitaire ideologie, beheerst door een post-positivistisch paradigma. Hierin wordt het menselijke subject, voor wie deze wereld in de eerste plaats een vitale en existentiële betekenis heeft, ontkend. Het “regime van de waarheid” dat door het EBM-denken is gaan overheersen, sluit elke andere manier van wetenschaps-beoefening of onderzoek uit. Op deze manier versterkt het ook voortdurend zijn eigen ideologie en zaait het intolerantie tegenover andere manieren van denken.

In eigen land poneert Ignaas Devisch, professor ethiek en medische filosofie aan de UGent, op basis van de deconstructietheorie (Derrida) dat de EBM zelf niet voldoet aan haar eigen claims. “EBM beweert zich te baseren op ‘evidentie’, eerder dan op ‘intuïtie’. Het fundamentele onderscheid dat EBM maakt tussen kwantitatieve ‘evidentie’ en kwalitatieve ‘intuïtie’ is evenwel niet vanzelfsprekend (“self-evident”). De betekenis van ‘evidentie’ is onduidelijk en er zijn geen kwaliteitsvolle studies die de superioriteit van EBM in de gezondheidszorg aantonen. Deze paper (*) toont aan dat EBM, ondanks zichzelf, alleen maar de illusie hoog houdt van conclusieve wetenschappelijke rigueur in het maken van klinische beslissingen, en uiteindelijk niet in staat is haar eigen structurele criteria voor ‘evidentie’ waar te maken” … “Uiteindelijk, om dit fundamentele onderscheid te behouden moet EBM steun zoeken in (bio)politieke ideologie en in epistemologie die gelijkt op geloof”. (vertaling van ondergetekende)

De mechanistische visie op de mens en de beperkende werking vanwege de EBM-eis versterken mekaar in het maatschappelijke veld. De toenemende intolerantie zien we niet alleen in de politieke sfeer of in het dagelijkse sociale gebeuren, maar blijkbaar ook en vooral aan onze universiteiten – die nochtans vrijplaatsen van vrij denken en onderzoek (“Durf denken”!) zouden moeten zijn. Zou een gebrek aan creativiteit, ook al aan onze middelbare scholen – waar leerlingen misschien eerder in het mechanistische denken geconditioneerd worden dan dat ze er creatieve vaardigheden aankweken -, hier mee aan de basis kunnen liggen?

Dat er ook naar andere, nieuwe vormen van evidentieonderzoek wordt gezocht kan geïllustreerd worden aan het werk van het Duitse IFAEMM (Institut für angewandte Erkenntnistheorie und medizinische Methodologie e.V. – Institute for Applied Epistemology and Medical Methodology) aan de Universiteit van Witten/Herdecke. Daar is men bvb bezig met het ontwikkelen van het concept CBM, Cognition Based Medicine. (http://www.ifaemm.de/index.html)

Zo zou men ook op zoek kunnen gaan naar een ander mensbeeld dan het reductionistisch-materialistische, naar een ander paradigma. Ik laat hier de lezer zelf op onderzoek gaan, er is genoeg te vinden in de literatuur en via internet. Om aan te sluiten bij mijn voorbeeld uit de neurobiologie: men kan evengoed een theorie formuleren waar de “geest” een op zichzelf staand “wezen” is, in plaats van het product van de hersenen. Men kan zich voorstellen dat de geest de hersenen als instrument gebruikt. Wanneer men dan de oefening doet om alle als bewijs van de huidige theorie aangevoerde experimenten te kaderen binnen die “nieuwe” theorie, merkt men dat dit absoluut mogelijk is!
Het is met andere woorden een denkfout om deze experimenten te poneren als bewijs van de actueel aanvaarde theorie! Ze kunnen evengoed als bewijs voor de “geesttheorie” gelden.

Naar mijn mening zit hier het probleem: wie vanuit zijn materialistische mensvisie het concept “geest” niet kan aanvaarden, kan ook met de CAM niet om. Wie er zich wel voor openstelt, kan gedachten ontwikkelen over de werking en werkzaamheid van CAM (bvb homeopathie). Dergelijke gedachten zijn trouwens al ontwikkeld en neergeschreven door meerdere denkers – wie zoekt, kan ze vinden. Maar wie er mee aan de slag wil gaan, riskeert agressieve kritiek van de (politiek en in de media vaak invloedrijke) “non-believers”. In onze materialistisch ingestelde maatschappij heeft het reductionistische mensbeeld zich diep gesetteld. Het ligt aan de basis van (en is voorwaarde voor) het ongebreidelde consumptiegedrag, en dus ook aan de basis van de (economische en politieke) macht van (oa farmaceutische) firma’s en beleggers die er goed geld aan verdienen. Én het heeft zich meester gemaakt van het reguliere wetenschappelijk bedrijf, waaraan het zijn arrogantie verleent om andersdenkenden te denigreren. Terwijl het toch maar een “geloof, ideologie, paradigma,…” (maak zelf maar de keuze!) als een ander is!

Om een wetenschapper te citeren, ook al is hij niet-medicus (Paul De Grauwe op 23 mei 2013 in Knack):

“Als wetenschapper moet je elke hypothese zo formuleren dat het mogelijk is om die te verwerpen. Een theorie die niet verworpen kan worden is geen wetenschap. … …
Dat sommigen van mijn collega-economen zich nog altijd aan hun oude stellingen blijven vastklampen vind ik soms bevreemdend. Wellicht lijden die aan een soort van cognitieve dissonantie: ze hebben een idee en als de feiten dat tegenspreken, verwerpen ze die feiten gewoon. Blijkbaar kunnen ze maar niet aanvaarden dat er iets niet klopt aan hun theorie.’Dat moet zo zijn. Dat is gewoon zo’, zeggen ze dan. Dan wordt het haast religie, hé. … …
Wie tegen een heersende overtuiging ingaat, wie populaire modellen loslaat, heeft weinig hoop om daar op korte termijn over te kunnen publiceren. Dus kiezen veel academici ervoor om zich te conformeren, en dat komt het wetenschappelijk onderzoek echt niet ten goede.”

Moeten we niet eerder nederig zijn, luisteren naar elkaar, de waarde van elkaars denkbeelden schatten, in plaats van elkaar wederzijds af te maken als kwakzalvers? Zelf ben ik geen filosoof en trouwens ook geen homeopaat maar gewoon huisarts; ik heb gewoon in mijn praktijk gedurende 35 jaar een “geïntegreerde” invulling van de huisartsgeneeskunde leren beoefenen: een integratie van reguliere en antroposofische geneeskunde, en met frequente doorverwijzing naar bvb osteopathie, waar ik dan ook de mogelijkheden (en, inderdaad, ook de beperkingen) van heb leren kennen.

(*) ‘We hold these thruths to be self-evident’: deconstructing ‘evidence-based’ medical practice – Journal of Evaluation in Clinical Practice 15 (2009) 950-954.

Marnix Schaubroeck, Gent.

Enkele voorbeelden:

CAM-conferentie, Brussel 9 okt 2012.
http://www.homeopathyeurope.org/media/political-activities/cam-conference-9-october-2012/cam-conference-presentations

Duitsland:
http://www.uni-wh.de/gesundheit/forschung-gesundheit/forschungsschwerpunkt/

http://www.uni-wh.de/gesundheit/lehrstuhl-medizintheorie/

http://www.ecim-congress.org

http://www.brustkrebs-integrativ.de/

Zweden:
Integrative Care Science Center (met oa medewerkers vh Karolinska Institutet):
http://www.integrativecare.se/en/

Zwitserland:
Symposium Integreative Onkologie, St. Gallen
http://www.integrative-oncology.ch/

20131227-194728.jpg

Kaaiman zet zijn tanden in het Oude Testament

Onderstaande comumn moet gesitueerd worden in het kader van de strijd om het voorzitterschap van de Europese Commissie. Die gaat tussen Olli Rehn en Guy ‘het Joenk’ Verhofstadt.
Volgens Kaaiman is er maar één reden waarom iemand op Rehn – een Fin, en dus verslaafd aan drank en zelfmoord – zou stemmen, en dat is als de tegenkandidaat Verhofstadt heet.

DE MOZES VAN DE LEIE

Nu Guy Verhofstadt in de markt is gezet als de nieuwe Mozes, men prijze Derk Jan Eppink voor de verwoestende metafoor, loont het de moeite deze Joodse volksmenner, Mozes dus, nader te bekijken.
Wat die heeft uit- en aangericht wordt inderdaad slechts door het Joenk overtroffen.
Neem de tien geboden.
Wie denkt dat die van ons Heerke komen, gelooft wellicht ook dat Verhofstadt zijn burgermanifesten zelf heeft geschreven. ‘Bovenal, bemin één God’, dat zou Hij nog zelf hebben kunnen bedenken, maar al de rest staat vol ongerijmdheden.
‘Vader, moeder zult gij eren.’
Ja, en de kinderen?
Geen enkel gebod over kinderen, met hen mag je blijkbaar doen wat je wil, een vergetelheid waarvan sommige katholieke geestelijken duchtig geprofiteerd hebben. In de bijbel worden kinderen gefolterd tegen de sterren op. Vader Abraham had volgens Vader Abraham misschien wel zeven zonen, maar in werkelijkheid had hij er geen enkele. Kreeg hij er op zijn honderdste (!) in extremis toch één, moest hij die van God nog slachten ook. Hallal! Slechts een fractie voor het mes in de keel van die krijsende kleine verdween, zei God: ‘Laat maar. Het was om te lachen.’
Fijne humor, de Almachtige, uw Kaaiman is kennelijk niet de enige.

Wij hebben op een Japans commercieel station eens een programma gezien waarin jonge ouders omgerekend een kwart miljoen euro konden verdienen als ze hun pas geboren baby aan een koord in een kuil vol krokodillen lieten zakken. Wie het diepst durfde, won het kwart miljoen. Op voorwaarde dat de baby heelhuids weer boven kwam, anders won de krokodil.
Was dat idee zelf al aan de waanzinnige kant, dan werd het effect nog verhoogd door een massa gillende en tierende toeschouwers die veel geld op de afloop hadden verwed en de kandidaten aanmoedigden om het niet te snel op te geven.
Een schitterend format dat wij, niet zonder eigenbelang, al bij verschillende Vlaamse omroepen hebben aangeboden maar voorlopig hapt niemand toe.
In de bijbel: op elke bladzijde een variant.
‘Dood niet, geef geen ergernis.’ In één adem, alsof het om hetzelfde vergrijp gaat.
Nu het Boek Numeri, over de grote woestijntocht, hoofdstuk 25.
‘Toen Israël in Sjittim vertoefde, begon het volk ontucht te plegen met de dochters van Moab.’
Merk opnieuw de opvallende parallellen met Open VLD.
‘Daarom ontbrandde de toorn van Jahweh tegen Israël en Hij sprak tot Mozes: ‘Neem alle schuldigen onder het volk en hang hen voor Jahweh op in de volle zon.’ ‘Dood niet, geef geen ergernis’ geldt blijkbaar niet voor de beide auteurs van het voorschrift, nog een punt van overeenstemming met de liberalen.
En het wordt nog erger: ‘Terwijl Mozes gevolg gaf aan de eis van Jahweh (NvuK: die heeft die mensen dus echt opgehangen!), kwam er nog een Israëliet met een bevallige Midjanitische vrouw aanzetten. Toen Mozes dat zag, greep hij een speer en doorstak hen beiden. Toen hield de ramp onder de Israëlieten op, maar door die ramp waren er 24.000 gestorven.’ Vierentwintigduizend!
Die Jahweh is erger dan Hezbolah.
En in een oorlogsstoker als het Joenk heeft Mozes zijn opvolger.

Ooit verraste de leraar Gewijde Geschiedenis uw Kaaiman op het examen door te vragen wat de familienaam van Mozes was. Ook op die vraag moesten wij het antwoord schuldig blijven. De leraar: ‘Awel, Vandenberg! In de bijbel staat toch: toen Mozes Vandenberg kwam.’
Verhofstadt had hij ook goed gerekend.

(Koen Meulenaere)

20131227-115153.jpg

De kerstboom

20131226-145520.jpg

Toen ik gisteravond laat buiten nog een luchtje ging scheppen, zag ik één van de helderste sterrenhemels die ik in lang gezien heb. Rondom rond alleen maar sterren. En hoe langer je keek, hoe meer je er zag.
Ik zag zelfs twee vallende sterren!
Ze waren heel verschillend.
De ene trok bliksemsnel een lange, rechte streep dwars door de hemel.
De andere zag eruit als goudkleurige komeet die een duik naar beneden nam: een ster-met-een-staart.
En terwijl ik dwars door de kale takken van mijn berkenboom naar al die hemellichtjes stond te kijken, begreep ik opeens de symboliek van de kerstboom.
Ik zag hem namelijk vlak voor mij: een winterse boom met sterren tussen zijn takken.

20131226-150947.jpg

Die winterboom, dat is de kale aarde.
(De driehoekige vorm heeft hoogstwaarschijnlijk ook wel een betekenis.)
De lichtjes die erin hangen, dat zijn de sterren.
De gekleurde bollen, dat zijn de planeten.
De ster bovenaan, dat is de middernachtelijke zon, de Christus die van bovenaf de aardse wereld binnenkomt.
En het kindje Jezus onderaan de boom, bij de wortel, is de geïncarneerde zon, de zon die op aarde, in een mensenkind begint te schijnen en aan de ene kant omringd is door de herders (dat is de komeet-met-staart die ik zag: hij zag er best wel wollig uit) en aan de andere kant door de koningen (dat was die scherpe rechte lijn: oude zielen zijn echt wel rechtlijnig).

20131226-152621.jpg

Het is een wat grove schets, maar hij geeft toch een idee van hoe hemel en aarde vervlochten zitten in dit kerstsymbool bij uitstek, en hoe kerstmis een aangelegenheid is van natuur en cultuur.

Hoe kerstmis eruitziet als de natuur eruit verdwijnt, dat kun je dan weer op de Brusselse Grote Markt zien, een van de mooiste ‘culturele’ plekken ter wereld, maar geen boom te bespeuren.

20131226-153313.jpg

Le Repos de la Sainte Famille

20131225-195812.jpg

Twee van de mooiste stukjes kerstmuziek die ik ken, zijn van de hand van Hector Berlioz.
‘L’adieu des bergers à la Sainte Famille’ en ‘Le repos de la Sainte Famille’.
Beide afkomstig uit ‘L’enfance du Christ’.

Berlioz vertelt in een brief over hun ontstaansgeschiedenis.

Samen met zijn vriend, de architect Duc, is hij op een avond te gast bij een baron die salon houdt voor artiesten.
Iedereen zit te kaarten en Berlioz, die kaarten haat, verveelt zich stierlijk.
Zijn vriend ziet dat en zegt: als je toch niks te doen hebt, kun je evengoed een stukje muziek schrijven voor mijn album.
Goed idee, zegt Berlioz.
Hij grijpt een stukje papier en begint een melodietje te componeren.
Violà, zegt hij even later tegen Duc, klaar!
Om je een plezier te doen, zal ik er ook nog je naam onder schrijven.
Ga weg, antwoordt Duc, iedereen weet dat ik geen noot muziek kan schrijven.
Uitstekende reden om niet te componeren, knikt Berlioz.
Maar weet je wat?
Ik zal het toeschrijven aan Pierre Ducré, imaginair kapelmeester van de Sainte Chapelle uit de 16de eeuw.
Hij speelt het stuk voor op piano en iedereen is vol lof.
Een paar dagen later schrijft Berlioz er nog een vervolg bij, en vergeet vervolgens de hele zaak.

Tot hij op een dag een concert moet dirigeren, en er een gaatje valt in het programma.
Hij herinnert zich de twee stukjes en besluit ze te laten uitvoeren door het koor.
Zo gezegd, zo gedaan.
Opnieuw is iedereen enthousiast.
Maar Berlioz is gefrustreerd.
De Pierre Ducré die hij uit z’n duim heeft gezogen, kent duidelijk meer succes dan Hector Berlioz zelf.
Men vraagt hem honderduit over de partituur en hij dist een spannend verhaal op over een verborgen kast die hij ontdekt heeft bij restauratiewerken aan de Sainte Chapelle.
Want zo is Berlioz, het ontbreekt hem geenszins aan verbeelding.

Ik hou niet zo van zijn flamboyante en hartochtelijke muziek.
Maar wanneer hij de sfeer van moeder en kind op muziek zet, klinkt er een heel andere Berlioz, een uiterst teder en gevoelig man.
Dat die eigenschappen heel goed kunnen samengaan met een scherpe, ondeugende en ironische geest blijkt uit zijn brieven en mémoires.
Wat kon die man schrijven!
Un vrai homme d’esprit.

20131225-195402.jpg

Sol invictus

20131225-181742.jpg

Heeft u ook die zon gezien vanmorgen?
Van een Sol invictus gesproken!
Nu begrijp ik wat de Romeinen op 25 december vierden: de geboortedag van de onoverwinnelijke zon.
Al een geluk dat ik niet op m’n paard zat, of ik had eraf gelegen.
Onmogelijk om in die explosie van levenskracht te kijken.
Dát was pas een kind dat blaakt van gezondheid!
Het is dus werkelijk geboren, het zonnekind.
Haast u naar Bethlehem!

20131225-183558.jpg

De Maagd en het Woord

Le Verbe divin
la Vierge le porte,
elle est en chemin:
Qui ouvre sa porte?

(Juan de la Cruz)

20131224-190228.jpg

De herders

Omdat eenvoudigen verstaan
Wat door geen ingewikkeld zoeken
Noch lezen in geleerde boeken
Begrepen wordt of nagegaan,

Zijn herders toen in uwe stal
Geknield en hebben U aanbeden;
Dit is tweeduizend jaar geleden
En nog weet elk het overal.

Geen mens heeft ooit hun naam gemeld;
De rest van hun onschuldig leven
Is door geen wetenschap beschreven,
Wordt slechts aan kinderen verteld.

(Anton van Duinkerken)

20131224-151512.jpg